Tweeminutendebat Gezond en veilig werken (CD 11/6)
Tweeminutendebat Gezond en veilig werken (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
document · 7 okt 2026 · Tweede Kamer
Gezond en veilig werken Gezond en veilig werken Aan de orde is het tweeminutendebat Gezond en veilig werken (CD d.d. 11/06). De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Gezond en veilig werken. Ik heet de minister van harte welkom in de Tweede Kamer. Als eerste geef ik het woord aan de heer Hamstra voor zijn termijn namens het CDA. De heer Hamstra (CDA): Voorzitter, dank. Er zijn vlogfamilies die hun kinderen inzetten voor de likes en het geld. Dat is gewoon kinderarbeid en dat is in Nederland niet toegestaan. Zolang we geen duidelijke wet- en regelgeving hebben, gaan de likes door, over de ruggen van kinderen en met winst voor bedrijven en hun ouders. Goed nieuws: kinderen onder de 16 jaar mogen straks niet meer als kidfluencer aan het werk worden gezet. Maar de inzet van vlogfamilies en kidfluencers begint niet pas bij een groot sponsorcontract. Het gaat vaak ook om gratis producten, zoals een duur paar schoenen, of een gratis bezoek aan een nieuwe pretparkattractie. Juist kleinere accounts met relatief weinig volgers worden op die manier benaderd. Die trend zien we steeds vaker. Daarom dien ik de volgende motie in. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet het bedrijfsmatig maken van onlinecontent door en met kinderen onder de 16 jaar onder het verbod op kinderarbeid wil brengen; constaterende dat het kabinet het begrip "bedrijfsmatig" nog nader uitwerkt; overwegende dat commerciële inzet van kinderen ook kan bestaan uit indirecte voordelen, zoals gratis producten, affiliate-inkomsten, merchandise of andere voordelen in natura; overwegende dat dit ook bij kleinere accounts kan spelen; overwegende dat de inzet van micro-influencers en andere contentmakers met een relatief beperkt bereik een groeiende ontwikkeling is binnen social media en onlinemarketing; verzoekt de regering bij de uitwerking van het begrip "bedrijfsmatig" directe en indirecte commerciële voordelen mee te wegen en de bescherming van kinderen niet alleen afhankelijk te maken van een minimumaantal volgers, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Hamstra, Van Ark en Kisteman. Zij krijgt nr. 554 (25883). De heer Hamstra (CDA): Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Patijn namens PRO. Mevrouw Patijn (PRO): Dank, voorzitter. Vandaag is het 7 oktober. Dat is niet alleen een hele verdrietige dag voor heel veel mensen, maar ook de World Day for Decent Work. Dat is een dag waarop we nadenken over hoe werk beter, gezonder en veiliger ingevuld kan worden. Een mooiere dag voor dit debat zou bijna niet kunnen. Ik heb voor dit debat drie moties. Die zijn heel technisch, maar wel heel belangrijk voor de gezondheid van de mensen die op Schiphol werken. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Gezondheidsraad en de Nordic Expert Group gezamenlijk hebben geadviseerd om KME te classificeren als stof die wordt verondersteld kankerverwekkend te zijn (categorie 1B); constaterende dat Europese overname van dit wetenschappelijke advies bijdraagt aan een gelijk speelveld binnen Europa en kansen biedt voor samenwerking tussen Europese vliegvelden en innovatie gericht op de gezondheid van werknemers; constaterende dat dit initiatief gesteund wordt vanuit de FNV en de Schiphol Group; verzoekt de regering om ter bevordering van het Europese draagvlak voor Europese classificatie, gezamenlijk met betrokken sectorpartijen zoals FNV en Schiphol Group, een routekaart te ontwikkelen voor de te nemen stappen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn. Zij krijgt nr. 555 (25883). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NLA de Schiphol Group op basis van de geldende Europese regelgeving over kankerverwekkende stoffen verplicht heeft om de blootstelling van werknemers aan kerosinemotoremissie en gerelateerde dieselmotoremissie te minimaliseren; overwegende dat de Nederlandse ervaring met de handhaving van deze regelgeving bijdraagt aan de kennis over de bescherming van werknemers en dat het delen van deze ervaringen met andere Europese arbeidsinspecties en het Senior Labour Inspectors Committee kan bijdragen aan een effectieve en eenduidige bescherming van werknemers en een gelijk speelveld binnen de Europese Unie; verzoekt de regering om met de NLA in gesprek te gaan over het belang van Europese handhaving op dit gebied en over de mogelijkheden om de Nederlandse ervaringen en inzichten onder de aandacht te brengen van de toezichthouders van de bij de Nordic Expert Group aangesloten landen en het Senior Labour Inspectors Committee om kennisuitwisseling, samenwerking of advisering binnen Europa te bevorderen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Patijn. Zij krijgt nr. 556 (25883). Dat was uw termijn. Mevrouw Patijn (PRO): Dan moet ik de laatste laten schieten, helaas. De voorzitter: Voor de volgende keer. Dank u wel, mevrouw Patijn. Het woord is aan meneer Flach namens de Staatkundig Gereformeerde Partij. De heer Flach (SGP): Voorzitter, dank u wel. De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat veel mkb-bedrijven regeldruk ervaren als gevolg van generieke toepassing van arboregelgeving, ook wanneer er sprake is van beperkte risico's; verzoekt de regering een quickscan uit te voeren naar de meest voorkomende arboregeldrukklachten bij mkb-bedrijven en bedrijven met beperkte risico's, en op basis hiervan concrete vereenvoudigingsopties uit te werken; verzoekt de regering de Kamer voorjaar 2027 over de uitkomsten en mogelijke vervolgstappen te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Kisteman. Zij krijgt nr. 557 (25883). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer de motie-Flach/Kisteman over een eenvoudige kantoren-RI&E heeft aangenomen; constaterende dat de regering een kantoren-RI&E niet kan erkennen omdat de huidige erkenningsprocedure betrokkenheid van cao-partijen op brancheniveau vereist; overwegende dat deze voorwaarde niet rechtstreeks uit de Arbowet of het Arbobesluit voortvloeit; overwegende dat werkgevers met beperkte arborisico's hierdoor onnodig met externe toetsing en aanzienlijke regeldruk worden geconfronteerd; verzoekt de regering de erkenningsprocedure zodanig aan te passen dat ook voor sectoren of werkomgevingen zonder cao-partijen op brancheniveau een eenvoudige RI&E kan worden erkend; verzoekt de regering deze aangepaste route uiterlijk dit najaar open te stellen voor een kantoren-RI&E, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Kisteman. Zij krijgt nr. 558 (25883). De heer Flach (SGP): Tot slot. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er sinds 2024 behoorlijk wat verschillende moties van de leden Kisteman en Flach zijn aangenomen die tot doel hebben de RI&E werkbaarder en lastenluw te maken; overwegende dat tot op heden er geen daadwerkelijke vereenvoudigingen zijn doorgevoerd; van mening dat de regering aan dit onderwerp hoge prioriteit dient te geven; verzoekt de regering de ambitie ten aanzien van vereenvoudiging van de RI&E te verhogen en daartoe uiterlijk januari 2027 te komen met een lijst met concrete maatregelen die leiden tot daadwerkelijke, merkbare verlichtingen voor organisaties, en daarbij in elk geval de volgende verlichtingen mee te nemen: het schrappen van de verplichte externe toetsing; het ophogen van de toetsingsvrijstelling tot voor branche-RI&E's naar organisaties met maximaal 50 medewerkers; het uitzonderen van RI&E-verplichtingen voor mkb-werkgevers en bedrijven met lage risico's; het invoeren van een eenvoudige kantoren-RI&E, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Kisteman. Zij krijgt nr. 559 (25883). Dank u wel. Het woord is aan meneer Kisteman namens de VVD. Hij heeft een hele stapel papier, zie ik al. De heer Kisteman (VVD): Voorzitter. Vorige week vier TMD's over onderwijs en niet één motie, dus ik ga vandaag de schade even goedmaken. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Nederlandse Arbeidsinspectie bij winkelketens iedere vestiging afzonderlijk lijkt te verplichten tot externe toetsing van de RI&E, ook wanneer sprake is van vergelijkbare werkzaamheden en arborisico's; overwegende dat nergens in de regelgeving expliciet is bepaald dat de RI&E per afzonderlijke locatie extern moet worden getoetst en dat identieke risico's en maatregelen telkens opnieuw worden beoordeeld, terwijl er bovendien een tekort is aan arbokerndeskundigen; overwegende dat deze werkwijze leidt tot onnodige kosten en capaciteit onttrekt aan daadwerkelijke preventie en advisering op de werkvloer; overwegende dat de Arbovisie 2040 juist inzet op preventie aan de voorkant en op eenvoudige en naleefbare regelgeving; verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij vergelijkbare vestigingen kan worden volstaan met één representatieve RI&E, aangevuld met een beperkte beoordeling van locatiespecifieke risico's, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman en Flach. Zij krijgt nr. 560 (25883). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een meerderheid van de Kamer conform de motie op stuk nr. 508 (25883) er een voorstander van is om te komen tot één arbokerndeskundige; constaterende dat de verplichte bijscholing voor arbokerndeskundige per 2022 is gestopt; overwegende dat het komen tot één kerndeskundige vraagt om bijscholing en een integrale aanpak; verzoekt de regering met de drie beroepsverenigingen (NVVK, NVVA en BA&O) in beeld te brengen hoe via een verplicht omscholingstraject gekomen kan worden tot maximaal één kerndeskundige, en de jaarlijkse bijscholing weer te verplichten, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman en Flach. Zij krijgt nr. 561 (25883). De heer Kisteman (VVD): Tot slot, voorzitter. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het commercieel maken van onlinecontent door en met kinderen onder het verbod op kinderarbeid voor kinderen van 15 jaar en jonger gaat vallen; constaterende dat het inzetten van kinderen als kidfluencer enorm veel negatieve impact heeft op hun privacy en zelfbeeld; overwegende dat er passende boetes gaan gelden als kinderen onder de 16 worden ingezet als kidfluencer; overwegende dat het mes aan twee kanten snijdt en ouders nu aangepakt kunnen worden, maar er ook betalende partijen zijn; verzoekt de regering uit te werken hoe stopgezet kan worden dat organisaties kindermarketingdiensten afnemen bij influencers, bijvoorbeeld door ketenverantwoordelijkheid te introduceren, en de Kamer hier aan het begin van 2027 over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Van Ark en Patijn. Zij krijgt nr. 562 (25883). Dank u wel. Het woord is aan meneer Neijenhuis namens D66. De heer Neijenhuis (D66): Voorzitter, dank u wel. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar veel mensen met een zware ziekte zijn er juist enorm bij gebaat als zij zouden kunnen doorwerken; "werken als medicijn" heet dat. Ik spoorde in het debat de minister al aan om, met alle onderzoeken in de hand, nu aan de slag te gaan met de praktijk. De motie van mijn voorganger Van Weyenberg met die strekking viert binnenkort al haar zesde verjaardag, vandaar dat ik met belangstelling uitkijk naar de kabinetsreactie dit najaar. Laat ik daarbij wel aangeven dat ik bij die reactie ook echt dingen verwacht, niet het op de lange baan schuiven van dingen. Ik weet dat deze minister ook allergisch is voor weinigzeggende procesantwoorden en dat hij het liefst dingen aanpakt. De minister heeft in het commissiedebat al beloofd om in de kabinetsreactie in te gaan op het financieringsmodel. Kan hij D66 geruststellen dat de kabinetsreactie concrete actiepunten gaat bevatten om arbeidsgerichte zorg verder op te schalen, in plaats van alleen extra studies en onderzoeken? Dan heb ik nog een motie over concrete oplossingen voor de tekorten in de arbozorg die er op dit moment voor zorgen dat veel mensen die graag weer aan de slag zouden willen, thuiszitten omdat zij onvoldoende begeleid kunnen worden. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een groot tekort is aan bedrijfsartsen, arboartsen en verzekeringsartsen waardoor preventie, re-integratie en keuring van zieke werknemers vaak beperkt kan plaatsvinden of mensen te maken hebben met lange wachtlijsten; constaterende dat in de medische gezondheidszorg voor een groot deel physician assistants en verpleegkundig specialisten taken overnemen van artsen, maar die ruimte in de arbozorg erg klein is; overwegende dat er zelfs een ZonMw-project loopt om taakherschikking te onderzoeken in de arbeidszorg, maar experimenteerruimte ontbreekt om daadwerkelijk pilots te kunnen draaien; verzoekt de regering te onderzoeken of experimenteerruimte kan worden gemaakt voor pilots met taakherschikking in de arbozorg, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van SZW hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Neijenhuis. Zij krijgt nr. 563 (25883). Dank u wel. Het woord is aan meneer Schenk namens Forum voor Democratie. De heer Schenk (FVD): Dank, voorzitter. Ik heb één motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Arbovisie 2040 streeft naar nul doden door werk; overwegende dat nieuwe arbomaatregelen enkel gerechtvaardigd zijn wanneer verwachte winst omtrent gezondheid en/of veiligheid opweegt tegen kosten en regeldruk voor werkgevers; overwegende dat vooral kleine werkgevers moeite hebben om nieuwe administratieve verplichtingen op te vangen; verzoekt de regering bij de uitwerking van de Arbovisie 2040 als uitgangspunt te hanteren dat de administratieve lasten voor werkgevers niet toenemen en nieuwe verplichtingen alleen in te voeren wanneer minder belastende alternatieven aantoonbaar onvoldoende zijn, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk. Zij krijgt nr. 564 (25883). De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Wiersma namens de BBB. Mevrouw Wiersma (BBB): Voorzitter. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vrijwillige duikers belangrijk maatschappelijk werk verrichten, zoals het zoeken naar vermiste personen, het verwijderen van spooknetten en het uitvoeren van maritiem archeologisch onderzoek; constaterende dat de V-categorie in de voorgestelde en de huidige arbowetgeving deze werkzaamheden onmogelijk maakt, onder meer door de beperking van de maximale duikdiepte van 30 meter en het verbod op het gebruik van hefballonnen en onderwaterscooters; overwegende dat de motie-Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel voor specialistische vrijwillige duikers (32820, nr. 585) unaniem door de Kamer is aangenomen; overwegende dat de motie-Strolenberg/Van Dijk (25883, nr. 474) de regering juist verzoekt om knelpunten voor vrijwillige duikers weg te nemen; verzoekt de regering om, in overleg met de direct betrokken vrijwilligersorganisaties en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, een aparte arbocategorie voor gespecialiseerde vrijwillige duikers op te stellen, zodat bestaande vrijwilligersactiviteiten op een veilige en praktisch uitvoerbare wijze kunnen worden voortgezet, en tot die tijd niet te handhaven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma. Zij krijgt nr. 565 (25883). Mevrouw Wiersma (BBB): De tweede motie. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat studenten maritieme archeologie praktijkervaring onder water moeten kunnen opdoen om goed te worden voorbereid op hun toekomstige werkzaamheden; constaterende dat de V-categorie in de voorgestelde en de huidige arbowetgeving dit praktijkonderwijs onder water onmogelijk maakt, waardoor deze studenten nu noodgedwongen op het droge moeten oefenen; overwegende dat de motie-Wiersma over een tijdelijke gedoogmaatregel voor specialistische vrijwillige duikers (32820, nr. 585) unaniem door de Kamer is aangenomen; overwegende dat goed en veilig praktijkonderwijs in het water noodzakelijk is voor het behoud van kennis en deskundigheid op het gebied van ons maritieme erfgoed; verzoekt de regering om, in overleg met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, binnen de arbowetgeving een aparte categorie voor studenten maritieme archeologie op te stellen, zodat zij veilig onder water praktijkervaring kunnen blijven opdoen, en tot die tijd niet te handhaven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma. Zij krijgt nr. 566 (25883). Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van Brenk van 50PLUS. Gaat uw gang. Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Dank, voorzitter. Ik wil de minister bedanken voor zijn toezegging dat hij met zijn collega van VWS wil bespreken of de gezondheidschecks via de ziektekostenverzekeraars gerealiseerd kunnen worden. Ik wil weten of de minister daar al tijd voor heeft gevonden. Dan de moties. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat iedereen in Nederland recht heeft op gezond en veilig werken; overwegende dat discriminatie en ongewenst gedrag helaas nog al te vaak voorkomen; verzoekt de regering de mogelijkheid van actieve handhaving van de verplichte gedragscodes te onderzoeken, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Zij krijgt nr. 567 (25883). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er jaarlijks in Nederland slachtoffers vallen tijdens het werk; overwegende dat er een Workers' Memorial Day is, waarop werknemers die zijn overleden door een bedrijfsongeval of een beroepsziekte wereldwijd op 28 april worden herdacht; verzoekt de regering in overleg met de Tweede Kamer jaarlijks een moment te vinden om hierbij stil te staan, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Patijn. Zij krijgt nr. 568 (25883). De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Commissie op 9 september 2026 een voorstel voor een nieuwe Public Procurement Act heeft gepresenteerd met nieuwe regels voor aanbestedingen; overwegende dat het voorstel mogelijk meer ruimte biedt om sociale voorwaarden mee te wegen bij aanbestedingen en voorwaarden te stellen aan onderaanbesteding in risicosectoren, en dat dit in het belang is zowel van werknemers als het gaat om goed werk, als van werkgevers en opdrachtgevers als het gaat om een internationaal gelijk speelveld; verzoekt de regering om uit het oogpunt van goede arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van een internationale race naar de bodem advies in te winnen op het kabinetsstandpunt door werkgevers en werknemers te raadplegen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Patijn. Zij krijgt nr. 569 (25883). Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Voorzitter. Met de indiening van deze motie namens mevrouw Patijn heb ik PRO ernstig geholpen! De voorzitter: Dat is sympathiek van u. U heeft nog één vervolgvraag van meneer Kisteman. De heer Kisteman (VVD): Ik heb een vraag over de motie op stuk nr. 567. Wil mevrouw Van Brenk nu dat er een nieuwe code komt of dat er wordt gehandhaafd op de huidige code? Ik begreep het dictum niet helemaal. Kan mevrouw Van Brenk iets meer toelichten wat precies het doel is van deze motie? Mevrouw Van Brenk (50PLUS): Ik wil graag dat het efficiënter wordt en dat er inderdaad meer gekeken wordt naar wat er mogelijk is. Dat hoor ik graag van het kabinet. De voorzitter: Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister. De vergadering wordt van 12.10 uur tot 12.16 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister. Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Dank aan de Kamer voor de moties en vragen. Laat ik de vragen als eerste doen. De heer Neijenhuis had een vraag over arbeidsgerichte zorg. Dat punt deel ik. Het is belangrijk om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen die ziek zijn, toch mee kunnen blijven doen in de samenleving. Werken of participeren: het zit allebei in de titel van mijn functie. Daar gaan we naar kijken, omdat het huidige stelsel daar gewoon onvoldoende op is ingericht. We zijn op dit moment dus samen met VWS aan het kijken naar een goede kabinetsreactie, maar we zijn ook aan het kijken of we bijvoorbeeld met de Zorgverzekeringswet of met de dagbesteding in de Wmo dingen veel slimmer kunnen combineren. Dat is nu gewoon nog niet goed; daar moeten we eerlijk over zijn. Op arbeidsgerichte zorg gaan we dus nog terugkomen. Ik zeg er ook maar het volgende bij. Ik kom rechtstreeks uit het Catshuis, vanaf het overleg met de sociale partners. Ook daar staat preventie natuurlijk boven aan het lijstje om uiteindelijk de problemen bij de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA op te lossen. Ook dit kunnen we daarin dus goed meenemen, volgens mij: hoe kun je nou zorgen dat mensen, ook als ze onverhoopt ziek worden, toch nog mee blijven doen in de samenleving? De tweede vraag was van mevrouw Van Brenk en ging over de verplichte gezondheidschecks. Ik moet hierbij vermelden dat de kip nog steeds broedende is en dat die gesprekken dus nog steeds lopen. Ik kom daar in de eerstvolgende brief over gezond en veilig werken bij mevrouw Van Brenk op terug. Voorzitter. Dan de moties. De motie op stuk nr. 554, over kidfluencers, kan ik oordeel Kamer geven, omdat het er niet alleen over gaat het afhankelijk te maken van het aantal volgers. Ik zeg er wel bij dat het aantal volgers natuurlijk wel een belangrijke indicator is voor het bedrijfsmatig gebruikmaken van social media met kinderen. Ik kan dus niet volledig uitsluiten dat we daarnaar gaan kijken, maar ik snap de gedachte van deze motie. Het kabinet komt dit jaar nog met een uitleg over hoe we ervoor gaan zorgen dat we kidfluencers en vloggers die kinderen op een bedrijfsmatige manier gebruiken voor het verdienen van geld door middel van dit soort activiteiten, onder het verbod op kinderarbeid kunnen laten vallen. De voorzitter: De motie op stuk nr. 555. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 555 kan ik ook aan het oordeel van de Kamer laten. We delen de ambitie om zaken zo veel mogelijk op het gelijke speelveld in Europa te doen. Dat is goed voor de veiligheid van werknemers. Europeesbreed krijg je geen concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Het is ook goed voor het bedrijfsleven om een gelijk speelveld en geen oneerlijke concurrentie te hebben. De voorzitter: De motie op stuk nr. 556. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 556 kan ik ook oordeel Kamer geven. Ik heb wel benadrukt — dat hoef ik tegen mevrouw Patijn niet te zeggen — dat de Arbeidsinspectie uiteraard onafhankelijk is. Ik zal haar boodschap dus overbrengen, maar dat is het enige dat ik kan doen, gelet op de onafhankelijkheid. Overigens delen zowel de Arbeidsinspectie als wijzelf het doel. De voorzitter: Mevrouw Patijn stemt daar non-verbaal mee in. De motie op stuk nr. 557. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 557 geef ik oordeel Kamer. Wij zullen dit onderzoek laten doen. Ik kom daar in het eerste kwartaal van 2027 op terug. De voorzitter: De motie op stuk nr. 558. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 558 kan ik ook oordeel Kamer geven. Er is op dit moment een gesprek met de werknemers en de werkgevers over dit onderwerp. De RI&E's van de branche zijn eigendom van werknemers en werkgevers. Wij leggen die verplichting niet op. Het is ook niet zo dat ondernemers een boete krijgen op het moment dat zij die RI&E wel of niet op een bepaalde manier toepassen. Ik ga in gesprek met de werkgevers en de werknemers om ervoor te zorgen dat er een voorstel komt voor een kantoren-RI&E, want u heeft daar al vaker om gevraagd. De voorzitter: De motie op stuk nr. 559. Minister Aartsen: Ook de motie op stuk nr. 559 kan ik oordeel Kamer geven. Ik kom daar gemakshalve op terug in de brief over dit onderwerp die ik u in het eerste kwartaal van 2027 toestuur. Deze punten zijn vaak voorbijgekomen. De voorzitter: De motie op stuk nr. 560. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 560 geef ik ook oordeel Kamer. Deze motie past in het rijtje van de motie op stuk nr. 559. We gaan kijken hoe we het … De voorzitter: De motie op stuk nr. 561. Minister Aartsen: We gaan kijken hoe we het zo kunnen doen dat de specifieke indeling van een bedrijf nog wel meetelt — dat is natuurlijk van belang — maar dat dingen die niet dubbel hoeven, niet dubbel worden gedaan. De motie op stuk nr. 561 moet ik de appreciatie ontijdig geven. Dat heeft ermee te maken dat een aantal zaken die in de motie staan niet helemaal kloppen, bijvoorbeeld het verplichte omscholingstraject. Het is namelijk zo dat dat traject niet is gestopt, maar dat dat op dit moment nog vijf jaar loopt. We zijn hier dus nog mee bezig. Ik kom hier op een later moment op terug. De voorzitter: De motie op stuk nr. 561: ontijdig. De motie op stuk nr. 562. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 562 kan ik oordeel Kamer geven. We werken op dit moment aan een grondslag om bedrijfsmatig gebruik van vloggen onder kinderarbeid te laten vallen. Als daar vervolgens weer een verdienmodel van wordt gemaakt, dan gaan we kijken hoe ook dit soort activiteiten onder die grondslag kunnen vallen. De voorzitter: De motie op stuk nr. 563. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 563 kan ik oordeel Kamer geven. We kijken op dit moment uiteraard breed naar de taakherschikking binnen de WIA. Daar geldt dit natuurlijk ook voor. Het is belangrijk om te kijken of we die pilots kunnen starten en wat we daarvan kunnen leren. Ik kom daar voor de begrotingsbehandeling van SZW nog op terug. De voorzitter: De motie op stuk nr. 564. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 564 van de heer Schenk kan ik oordeel Kamer geven. We delen namelijk het uitgangspunt dat we geen toename willen van de administratieve lasten en dat we willen kijken hoe alles wat we doen zo weinig mogelijk belasting oplevert. We doen een mkb- en een ATR-toets. Ik kan deze motie dus oordeel Kamer geven. De voorzitter: De motie op stuk nr. 565. Minister Aartsen: We hebben goed gekeken naar de motie op stuk nr. 565. Die is van mevrouw Wiersma. Ze had hier in het debat ook een aantal vragen over. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven. We gaan kijken hoe we een aparte scope kunnen creëren binnen de vrijwilligerscategorie die nu al wordt gemaakt. We gaan dan wel even goed kijken wat er wel en wat er niet kan. Wat betreft de punten die mevrouw Wiersma aandraagt ten aanzien van de hefballonnen en de waterscooters … Ja, daar heb je een verhoogd risico op, maar ik denk wel dat het mogelijk moet worden om dat voor elkaar te krijgen. De grens van 30 meter en de twee uur tijd die nodig is voor een decompressietank zijn wel dusdanig fundamentele dingen. Ik vrees dat we op dat vlak wel gewoon gebonden zijn aan hoe het zit. Ik ga dat samen met de genoemde organisaties, de SWOD, de NOB en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, oppakken om ervoor te zorgen dat daar een aparte scope voor komt. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer. De voorzitter: De motie op stuk nr. 566. Minister Aartsen: Met dezelfde redenering geef ik de motie op stuk nr. 566 oordeel Kamer. Vorige week, op 2 oktober, is hierover een overleg geweest. Wij verwachten daar dus een positieve uitkomst van. De voorzitter: De motie op stuk nr. 567. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 567 is van mevrouw Van Brenk. Die moet ik ontraden. Ik heb de Kamer in juni geïnformeerd dat ik het wetsvoorstel over een verplichte gedragscode niet zal voortzetten, vanwege de regeldruk en omdat ik denk dat een sectorale aanpak beter is om dit soort zaken tegen te gaan. Ook het actief handhaven daarop zal dus niet mogelijk zijn. De voorzitter: De vijftiende motie, die op stuk nr. 568. Minister Aartsen: De motie op stuk nr. 568 is van mevrouw Van Brenk en mevrouw Patijn en gaat over de Workers Memorial Day op 28 april. Ik kan die oordeel Kamer geven. Ik kijk uit naar hoe we dit samen met de Tweede Kamer vorm kunnen geven. Dus: oordeel Kamer. De voorzitter: Tot slot. Minister Aartsen: Tot slot, voorzitter, de motie over de Public Procurement Act, die op stuk nr. 569. Ook die kan ik oordeel Kamer geven. We zijn bezig met een BNC-fiche, zoals we dat in mooi Haags jargon noemen. We zullen uiteraard de sociale partners bevragen, qua advies. De voorzitter: Ik dank de minister voor zijn beantwoording in dit tweeminutendebat. We zijn daarmee aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter: Maar de minister blijft bij ons, want we gaan verder met het tweeminutendebat Kinderopvang. Ik wilde daar meteen mee verdergaan, maar ik zie alleen de eerste spreker van de zijde van PRO nog niet. Ik schors nu dan een heel kort ogenblik, maar dan gaan we wel meteen door. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Versie c7f58af78ae1ac59d990bccd8f3d7b431068b6bf151f57f7173f4992dbd69188 · Officiële bron.
Tweeminutendebat Gezond en veilig werken (CD 11/6) (ongecorrigeerd)
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.