Actuele ontwikkelingen rondom de stalling van de Nederlanse toestellen
Brontekst
Versie 1eba9f9f504678b1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 26 488Behoeftestelling vervanging F-16 Nr. 325 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 juli 2013 In mijn brief van 4 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 319) heb ik u geïnfor-meerd over het besluit om de twee Nederlandse F-35 testtoestellen ten behoeve van de operationele testfase te stallen totdat er een besluit is genomen over de vervanging van de F-16 in samenhang met de nota over de toekomst van de krijgsmacht. Tevens heb ik toegezegd u nader te informeren over de kosten van de stalling. Tijdens het algemeen overleg van 25 april jl. heb ik deze toezegging herhaald. Met deze brief informeer ik u over enkele actuele ontwikkelingen rondom de stalling van de toestellen en de kosten daarvan. Het eerste toestel is sinds het najaar van 2012 gereed en staat thans, in afwachting van de overdracht aan Nederland, in stalling bij de leverancier Lockheed Martin te Fort Worth, Texas. Zoals gemeld in mijn brief van 21 december 2012 (Kamerstuk 26 488, nr. 308) is hiervoor een verplichting aangegaan van € 0,9 miljoen voor een periode van zes maanden die in maart 2013 is afgelopen. Defensie heeft vervolgens met het F-35 Joint Program Office (JPO) gewerkt aan het minimaliseren van deze kosten van stalling bij de leverancier. De Program Executive Officer van het JPO, generaal Bogdan, heeft dit ook gemeld tijdens zijn presentatie aan uw Kamer op 18 april jl. Door deze inspanningen kon de periode van stalling sinds maart zonder extra kosten worden verlengd. Uiterlijk per eind juli vervalt de stallingsmogelijkheid bij de leverancier. Alle toestellen die gereed zijn, moeten dan de locatie Fort Worth hebben verlaten omdat de startbaan wordt gerenoveerd. Alle beschikbare opstelplaatsen zijn tijdens de periode van baanrenovatie nodig voor nieuw geproduceerde toestellen. Het eerste testtoestel zal daarom in juli in eigendom worden overgenomen van de leverancier en aansluitend worden overgevlogen naar de vliegbasis Eglin in de staat Florida, waar deze tot nader order wordt gestald. De productie van het tweede toestel is inmiddels voltooid en de eerste fabrieksvlucht is donderdag 27 juni jl. uitgevoerd. In de komende tijd kst-26488-325ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 26 488, nr. 3251 zullen nog enkele test- en acceptatievluchten volgen. Naar verwachting zal dit proces niet zijn voltooid voor aanvang van de renovatie. Dit toestel zal daarom in september 2013 aan Nederland worden overgedragen en overgevlogen naar Eglin. Tijdens de stalling op Eglin moeten de toestellen worden onderhouden en maandelijks een korte luchtwaardigheidsvlucht maken. De vluchten met de Nederlandse toestellen zullen worden uitgevoerd door Amerikaanse vliegers, aangezien nog geen Nederlandse vliegers zijn opgeleid. De werkzaamheden op de grond zullen worden uitgevoerd door personeel van het Amerikaanse ministerie van Defensie, Lockheed Martin en Pratt & Whitney. De geldende onderhouds-overeenkomsten lopen tot november 2013. Met de overname van de twee toestellen wordt Defensie de eigenaar. Dit brengt verantwoordelijkheden mee voor veiligheid, luchtwaardigheid en kwaliteitscontrole, onder meer voortvloeiend uit de Militaire Luchtvaart Eisen. Met het oog hierop zullen op Eglin enkele defensiemedewerkers een technische training doorlopen, waarna zij toezicht zullen houden op werkzaamheden van de Amerikanen en de administratie daarvan. De Amerikaanse overheid heeft zich bereid verklaard de zorg voor het stallen en het vliegen van de toestellen over te nemen op voorwaarde dat Defensie afstand doet van aanspraken wegens schade aan of verlies van de toestellen, met uitzondering van schade of verlies als gevolg van roekeloosheid, opzet of grove schuld van het Amerikaanse personeel. Dit strookt met bepalingen in het Production, Sustainment & Follow-on Development Memorandum of Understanding (PSFD MoU). Op verzoek van Defensie heeft het JPO in de afgelopen maanden gewerkt aan een plan om de stallingskosten op Eglin te verlagen. Daarbij is gebleken dat ten minste één van de toestellen dit najaar kan worden ingezet voor het F-35 testprogramma. Het toestel zal op de grond worden blootgesteld aan simulaties van onweerscondities. De exacte voorwaar-den voor de inzet van een Nederlands toestel voor het testprogramma, inclusief nadere afspraken over de aansprakelijkheid daarvoor, worden nog uitgewerkt. Zoals generaal Bogdan tijdens zijn presentatie aan uw Kamer op 18 april jl. heeft gemeld, komt de beschikbaarheid van een extra testtoestel het programma als geheel ten goede. Daarom zal het JPO de stallingskosten van naar schatting € 0,6 miljoen gedurende de technische testperiode van Nederland overnemen. Voor het tweede toestel wordt nog onderzocht op welke manier inzet in het F-35 testprogramma mogelijk is. De beide toestellen worden op vliegbasis Eglin gestald in afwachting van de nota over de toekomst van de krijgsmacht. De totale kosten van stalling, onderhoud en maandelijkse luchtwaardigheidsvluchten tot november 2013 worden thans geraamd op € 2,3 miljoen, waarvan de genoemde € 0,6 miljoen voor rekening zijn van het JPO. De kosten voor Nederland van € 1,7 miljoen worden ten laste gebracht van de projectre-servering Vervanging F-16. De Minister van Defensie, J.A. Hennis-PlasschaertTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 26 488, nr. 3252
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.