Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 202636 800 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 202636 800 VIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor hetjaar 2026Nr. 96 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 8 april 2026 De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft op 2 maart 2026 overleggevoerd met mevrouw Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie enSoevereiniteit, en de heer Van der Burg, Staatssecretaris Koninkrijksre-laties en Slagvaardige Overheid, over:–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 12 september 2025 inzake plan vanaanpak voor de periodieke rapportage over begrotingsarti-kel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informa-tiesamenleving (Kamerstuk 30 985, nr. 68);–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)voor het jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VII);–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2026(Kamerstuk 36 800 XIII);–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026(Kamerstuk 36 800 VI);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 3 oktober 2025 inzake verzamelbriefdigitalisering oktober 2025 (Kamerstuk 26 643, nr. 1423);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konin-krijksrelaties d.d. 11 november 2025 inzake verslag houdendeeen lijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstelVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar2026 (commissie voor Digitale Zaken) (Kamerstuk 36 800 VII,nr. 13); kst-36800-VII-96ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 961
–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 17 november 2025 inzake stand vanzaken investeringsagenda (Kamerstuk 26 643, nr. 1435);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d.18 november 2025 inzake verslag houdende een lijst vanvragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststellingvan de begrotingsstaten van het Ministerie van EconomischeZaken (XIII) voor het jaar 2026 (commissie voor Digitale Zaken)(Kamerstuk 36 800 XIII, nr. 11);–de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d.21 november 2025 inzake verslag houdende een lijst vanvragen en antwoorden inzake het wetsvoorstel Vaststellingvan de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie enVeiligheid (VI) voor het jaar 2026 (commissie voor DigitaleZaken) (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 16);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 9 december 2025 inzake plan vanaanpak voor aangenomen ontraden moties ingediend tijdenshet notaoverleg over de Nederlandse Digitaliseringsstrategied.d. 29 september 2025 en het tweeminutendebat Telecom-raad (informeel) d.d. 9 oktober 2025 (Kamerstuk 26 643,nr. 1441);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 18 december 2025 inzake verzamel-brief digitalisering december 2025 (Kamerstuk 26 643,nr. 1450).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,DekkerDe griffier van de commissie,BoeveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 962
Voorzitter: KathmannGriffier: BoeveAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Van den Berg,El Boujdaini, Ceder, Emiel van Dijk, Kathmann, Rajkowski en Zwinkels,en mevrouw Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit,en de heer Van der Burg, Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enSlagvaardige Overheid.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Beste allemaal, ik open deze vergadering van de vaste commissie voorDigitale Zaken. Aan de orde is het wetgevingsoverleg over de ontwerpbe-grotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zienop digitale zaken. Ik heet vandaag bijzonder van harte welkom debewindspersonen, de Staatssecretaris van EZK, mevrouw Aerdts, en deStaatssecretaris van BZK, de heer Van der Burg. Wat zijn jullie tochbofkonten dat jullie een hele week hebben gehad om jullie volledig voorte bereiden op al die begrotingen!Staatssecretaris Van der Burg:Zelfs dat niet eens!De voorzitter:Nee, precies: niet eens een week, inderdaad. Dat maakt het extra fijn dat uer bent. Natuurlijk ook van harte welkom aan mijn collega-Kamerleden.We hebben vandaag in totaal zeven uur de tijd voor dit wetgevings-overleg. Ik denk dat we in de eerste termijn beginnen met vier interruptiesper fractie. Zorg ervoor dat een vervolgvraag ook echt een vervolgvraag isen houd het ook een beetje kort. Dan bepalen we aan de hand van de tijddie nog beschikbaar is voor de tweede termijn, wat we doen met deinterrupties in tweede termijn, want meer dan zeven uur hebben wegewoon niet.Het is misschien voor de kijkers thuis en de mensen op de publieketribune niet helemaal een begrip, maar we hanteren hierbij de sprekers-volgorde van de begrotingsbehandelingen. Daarom moet ik nu evenmevrouw Rajkowski van de VVD vragen om het voorzitterschap van mijover te nemen, zodat zij het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van deArbeid het woord kan geven.Voorzitter: RajkowskiDe voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de eerste spreker, mevrouwKathmann van GroenLinks-PvdA, voor haar inbreng.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. De digitale wereld staat in de fik. Miljarden euro’sworden doorgesluisd naar het internationale grootkapitaal, sociale mediavergiftigen onze samenleving en onze hele digitale overheid wordt in deuitverkoop gedaan. Of het nou DigiD, de NS of de Belastingdienst is:Nederland draait bijna volledig op Amerikaanse computers. Bedrijven enoverheden weten steeds meer van ons. Met één datalek ligt al onzeinformatie op straat, zoals we konden zien bij Odido en het bevolkingson-derzoek naar baarmoederhalskanker.Er zijn miljoenen Nederlanders die digitaal in de steek worden gelaten,voor wie het internet ingewikkeld is, die er niet uitkomen met de lastigeformulieren en websites van de overheid. Ik heb het over mensen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 963
recht hebben op financiële steun, maar die niet krijgen omdat DigiD teingewikkeld is, en over Nederlanders voor wie internet en een telefoontjenaast alle andere hoge kosten gewoon te duur is. Kortom, we staan vooreen gigantische klus met z’n allen.Mevrouw Aerdts en meneer Van der Burg: welkom in de commissie voorDigitale Zaken! Ik zei het net al als voorzitter en nu ook nog als lid van defractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het is geweldig nieuws dat uer bent. Onze digitale wereld vraagt om een kabinet met een visie, metdaadkracht, met plannen, met geld en met een mandaat. Er is geen tijd teverliezen.Tegenover u zit een commissie met leden wiens handen jeuken. Van linkstot rechts hebben wij de afgelopen jaren een koers uitgestippeld.Nederland moet los van het bigtechinfuus. We hebben een sterketechindustrie nodig en we moeten Nederland digitaal veiliger maken. Weknokken in Europa voor onze privacy en stevige wetten om het internetvrij en veilig te houden. We maken de overheid, de zorg en het onderwijsdigitaal toegankelijk. In deze commissie is er geen gebrek aan denkkracht,durf ik wel te zeggen.GroenLinks-Partij van de Arbeid wil graag dingen in gang zetten. Wij zittenhier niet om moeilijk te doen, maar vooral om dingen te bereiken. Daaromheb ik vandaag een aantal moties voorbereid en ook gedeeld met anderepartijen, te beginnen met cyberveiligheid. Pas als dingen fout gaan,realiseren wij ons het belang van digitale veiligheid. Vorige week zijn degegevens van miljoenen Nederlanders bruut gelekt. Het is onderwerp vangesprek geworden. Dit weekend ging het op kringverjaardagen door hetland vaak over de vraag: ben jij ook Odidoklant? Mensen zijn terechtbezorgd. Nog nooit zijn er zo veel persoonsgegevens op straat terechtge-komen. Ik mag verwachten dat het kabinet er alles aan doet om slacht-offers te helpen en om ook Odido bij te staan. Een aanval op deze schaalis niet meer iets tussen een bedrijf en zijn klanten. Dit is een zaak vannationaal belang.100% veilig bestaat natuurlijk niet. Dat weten we allemaal. Geen enkelbedrijf kan je garanderen dat er nooit een cyberaanval zal komen. Het isdaarom extra belangrijk om standaard digitale hygiëne toe te passen,zodat het risico zo klein mogelijk wordt. Dat doe je door goed databeleid,handhaving van bewaartermijnen, maatregelen tegen phishing en doordigitale vaardigheden te ontwikkelen op de werkvloer. Steeds meerbedrijven stellen bijvoorbeeld een digitale hulpverlener aan. Het isnatuurlijk zorgwekkend dat dit kon gebeuren. Vanzelfsprekende veilig-heidsmaatregelen waren niet genomen. Er waren zo veel data opgeslagenen die werden veel te lang bewaard. Mensen willen terecht weten waar zeaan toe zijn. Ik verwacht dat het kabinet open en eerlijk zal zijn over degevolgen van de hack. Mijn vraag is: hoe blijft u Nederland hieroverinformeren de komende tijd?Mensen willen meer dan alleen informatie; ze willen ook wat doen. Datgeldt met name voor kwetsbare groepen, voor wie het lekken vangegevens nog pijnlijkere gevolgen kan hebben. Denk aan vrouwen inonveilige thuissituaties van wie de privégegevens, zoals een huisadres entelefoonnummer, nu al op het darkweb staan. Dat is gewoon echt eenonacceptabel risico. De Digitale Dolle Mina’s, een groep vrouwen die zichinzet om de digitale wereld terug te winnen voor het publieke belang,hebben praktische tips gedeeld, namelijk: dataminimalisatie moet altijdhet uitgangspunt zijn binnen organisaties, zorg voor extra beveiliging vaninformatie van kwetsbare groepen, stop met het opslaan van gedetail-leerde verhalen over geweld en dreiging, en communiceer transparantmet tips, gericht op verschillende doelgroepen. Wat ben ik blij dat je bij deDigitale Dolle Mina’s terechtkan voor hulp en informatie, maar dat zou jeook van de overheid verwachten. Daarom vraag ik het kabinet om hetstappenplan van de Digitale Dolle Mina’s te steunen. Welke stappen gaatdit kabinet zelf zetten om na een groot datalek mensen gerust te stellen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 964
praktische tips te geven? Kan dat ook met oog voor kwetsbare groepenwier informatie nog gevoeliger is?De tijd is eigenlijk rijp voor een nationaal plan voor digitale veiligheid. Wemoeten burgers op weg helpen en laten zien dat je dingen kan doen omjezelf te beschermen. Daarom pleit GroenLinks-Partij van de Arbeid allanger voor een basispakket digitale veiligheid: een nationale voorzieningvoor burgers die bestaat uit een soort digitaal EHBO-pakket, met daarineen VPN, een adblocker, een wachtwoordmanager en antivirussoftware.GroenLinks-Partij van de Arbeid wil dat de overheid de touwtjes in handenneemt. Ga samen met bedrijven optrekken om iets volledig nieuws tebouwen, iets wat werkt voor iedereen, iets wat gewoon één centrale plekis voor je essentiële beveiliging. Bouw samen met Nederlandse ICT’erseen pakket met open software, veiligheidssoftware. Biedt dat centraal aan.Zorg dat het op alle apparaten beschikbaar is en dat het is gemaakt metoog voor gebruiksgemak, zodat iedereen het kan gebruiken.Cyberveiligheid is helaas voor heel veel mensen niet bereikbaar. Het is teingewikkeld om te installeren, er is zo veel op de markt dat je keuzestresskrijgt of het is simpelweg gewoon te duur. In deze digitale wereld moet jeveiligheid eigenlijk ook niet privatiseren. Daar zijn de uitdagingengewoonweg te groot voor. Ik snap dat hier al een markt voor is, maar alsdie niet levert wat mensen nodig hebben om zich nu te beschermen, danmoet je wat nieuws doen. Ik vraag het kabinet om met mij mee te denkenover hoe zo’n basispakket digitale veiligheid eruit zou kunnen zien en opwelke manier je dat kan realiseren.Met digitale veiligheid kan je natuurlijk niet jong genoeg beginnen. Laatstbleek uit onderzoek van onder andere stichting HackShield dat minstensde helft van de jongeren online onveilige situaties meemaakt. Bijna 90.000kinderen hebben meegedaan aan dat onderzoek, dus het is een ongekendgrote peiling. Dat moet ons aan het denken zetten. Je gunt ieder kindnamelijk een veilige onlineomgeving met leuk sociaal contact. Daar moetje ze bij helpen, maar voor veel mensen is het ingewikkeld om met hunkinderen over de onlinewereld te praten. Gelukkig zijn er organisatieszoals HackShield, die speelse lespakketten maken die honderdduizendenkinderen in het klaslokaal bereiken. Het blijkt dé manier te zijn omingewikkelde situaties die kinderen online meemaken, bespreekbaar temaken. De grootste digitale talentjes worden ook nog beloond alscyberhero. Een aantal daarvan worden de ethische hackers van detoekomst.Op 5 februari kwam HackShield naar de Tweede Kamer om met ons tepraten. Hoewel hun werk een groot succes is, blijft het financieel eenuitdaging om snel op de laatste onlinetrends te kunnen reageren. Hoesneller er een nieuwe les is ontwikkeld, hoe beter die aansluit op watjongeren echt meemaken. HackShield kan per kwartaal een lespakketmaken, maar dat kost geld. Momenteel krijgt HackShield alleen bijdragenvan scholen, gemeenten en private fondsen. GroenLinks-Partij van deArbeid stelt vandaag voor om vanuit verschillende ministeries eensteentje bij te dragen aan deze lessen, die nu al talloze klaslokalenbereiken. Dat stellen we ook voor in de initiatiefnota Veilig online, die isingediend door onze oud-collega’s Rosemarijn Dral van de VVD enMarieke Koekkoek van Volt, en die ik binnenkort mede zal verdedigen. Wepleiten daarin voor een structurele financiering van organisaties diewerken aan digitale veiligheid. Laten we in de tussentijd alvast wat doenen bijdragen aan het werk van HackShield. Het ontwikkelen van eenlespakket kost € 250.000 per jaar. Al is dat heus een groot bedrag, wekunnen dat minstens voor het komende jaar ophoesten. In de initia-tiefnota staan al voorstellen voor dekkingen, zoals onbenut geld datbestemd is voor digitale vaardigheden, preventie en cyberveiligheid, maarik vraag de Staatssecretaris graag om mee te denken over een geschiktedekking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 965
We hebben online echt wat te beschermen. Om onze cyberveiligheid tevergroten, moeten we voorkomen dat er zo ontiegelijk veel data over onsrondslingeren. Privacy is niet voor niets een grondrecht. Het recht opbescherming tegen de overmacht en datahonger van grote bedrijven ende overheid is in 2026 van essentieel belang. De allergrootste bedrijventer wereld worden schatrijk van onze data. Het stelen, koppelen endoorverkopen van onze data is hun verdienmodel. Ook de overheid kan erwat van. Soms is het uit onkunde, omdat verouderde ICT-systemen hetmoeilijk maken om gegevens te wissen of omdat databescherming op dewerkvloer nog niet tussen de oren zit, maar te vaak is het uit onwil, omdatzo veel data van burgers verzamelen ook wel heel handig blijkt te zijn alsje mensen wil profileren of surveilleren.Een kabinet dat zegt voor digitale veiligheid te zijn, moet een visie hebbenop de manier waarop we met de data van burgers omgaan. Goededatabescherming is de allerbeste manier om cyberveilig te zijn. Als je datgoed wil doen, moet je dus actief opkomen voor privacy en je altijdverzetten tegen massasurveillance. In nationale wetten, in ons beleid enook in onderhandelingen over Europese regels moet Nederland knokkenvoor maximale cyberveiligheid. De Kamer heeft dit al bevestigd door keerop keer te stemmen voor het recht op end-to-endencryptie en te zeggendat deze niet omzeild mag worden, en door het kabinet de opdracht tegeven om in Europa kritisch te zijn op wetten die onze privacy kapot-maken. Ik wil als Kamerlid zeker weten dat dit ook het uitgangspunt blijftvan het kabinet. Ik zal daar zo ook een motie over indienen.Het kabinet is ambitieus op het gebied van digitale zaken. Althans, oppapier staan er een hele hoop goede dingen. De afgelopen jaren hebbenwe die in de commissie vaak genoeg gezien. We roepen dan op papier dewereldvrede uit en vervolgens verandert er in de praktijk niet heel veel. Ikwil voorkomen dat we straks allemaal weer in Groundhog Day terecht-komen. Er zijn al een hoop belangrijke debatten geweest en de Kamerheeft al duidelijk gezegd welke kant het beleid op moet. Uw voorgangersschreven ook al de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren en deNederlandse Digitaliseringsstrategie. De basis ligt er al. Ik zou zeggen: doedaar de waslijst van aangenomen Kamermoties en de initiatiefnota’s vande afgelopen twee jaar bij, schiet er een nietje doorheen en ga aan deslag. Ik zal ook met een motie voorstellen om dit te doen; als het nodig is,hoor, want u kunt dat natuurlijk ook alvast zelf bestendigen.Een laatste kopzorg die ik graag wil oplossen, zit ’m in de centen. Ik gastraks nog wat meer dingen zeggen over de begroting, maar ik verklapalvast dat GroenLinks-Partij van de Arbeid bezorgd is over het budgetvoor digitalisering. Er wordt al jaren geen geld vrijgemaakt voor de groteambities voor ICT. Uw voorganger, Eddie van Marum, maakte al eenberekening. Er is ongeveer 950 miljoen per jaar nodig voor de Neder-landse Digitaliseringsstrategie. Dat is hét grote plan voor een onafhan-kelijk digitaal Nederland. Dat wordt straks betaald door het Rijk samenmet andere overheden en organisaties, maar we hebben nog geen ideewat het Rijk bereid is te betalen. Wat we eigenlijk nodig hebben, zijndigitale Deltawerken. Deze tijd vraagt om een ongelofelijke transformatievan onze ICT, zodat burgers er altijd op kunnen rekenen. Zonder investe-ringen blijft het bij overlegtafels en onderzoeken. Ik wil weten of ditkabinet bereid is om die keuze te maken. Met een motie zal GroenLinks-Partij van de Arbeid vragen om op Prinsjesdag duidelijk te maken welkdeel van die 950 miljoen euro het Rijk zal gaan betalen en hoe we datgaan doen. Pas als we die keuze maken, kunnen we dingen in gang zettenen Nederland digitaal veilig maken.Begrijp me niet verkeerd: ik ben dolgelukkig om hier tegenover een nieuwkabinet met frisse ideeën te zitten. Maar het allerliefst zat ik tegenover éénMinister van Digitale Zaken, iemand die echt de politieke eindbaas is overonze ICT en al het digitale beleid. Zij is er niet gekomen en dat isdoodzonde. Je kan het ook optimistisch zien: in plaats daarvan hebben weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 966
twéé Staatssecretarissen Digitale Zaken. De een gaat over het digitalebeleid, de ander gaat over de digitale uitvoering. Het was een groteverrassing toen ik dat zag, moet ik bekennen. We hebben nu eenStaatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Zij is verantwoor-delijk voor de infrastructuur en de autonomie, de digitale overheid, dedigitale samenleving en de digitale dienst, waar ik straks nog wat vragenover heb. Dan is er de Staatssecretaris Slagvaardige Overheid. Hij is debaas over AI binnen de overheid, de informatieveiligheid, digitaletoegankelijkheid en ICT-organisaties zoals SSC-ICT en Logius, toevalligprecies de dingen die zijn collega juist weer mag gaan coördineren. Er isook een Minister van Justitie en Veiligheid. Die mag dan weer gaan overde cyberveiligheid, toevallig de enige digitale zaak waar wél wat geld voorlijkt te zijn. Zijn Staatssecretaris gaat dan weer over het beschermen vandata en de Autoriteit Persoonsgegevens.Mijn punt is duidelijk: het is gewoon wat ingewikkeld geworden. Dit isvoor mij als Kamerlid best lastig te volgen, laat staan als je als burgermeekijkt. Ik ga daarom deze ene keer wat vragen stellen over hoe jullie derollen verdeeld hebben, zodat het daarna ook gewoon duidelijk is. Hoe isdeze verdeling gemaakt? Waarom zijn bepaalde dingen bij BinnenlandseZaken belegd en andere weer bij Economische Zaken? Was het nietverstandiger geweest om zowel het beleid als de uitvoeringsorganisatiebij één bewindspersoon te beleggen, zodat één iemand helemaal de baasis? Wat zijn de voordelen van deze verdeling? Zijn er in de formatieadviezen gemaakt waarop deze verdelingen zijn gebaseerd en, zo ja,kunnen we die als Kamer dan ontvangen? Dat zou de boel namelijk eenstuk duidelijker maken. Op papier oogt het allemaal niet zo slagvaardig enefficiënt, maar ik hoop dat de Staatssecretarissen het tegendeel bewijzen.Ik hoop voor ons en de bewindspersonen dat we straks niet voor elk debatweer iedereen samen moeten uitnodigen of nog meer bewindspersonenmoeten uitnodigen. Dat is wel gezellig hoor, en als het nodig is, zullen wedat ook zeker doen. Eén ding hebben de Staatssecretarissen in ieder gevalgemeen, en dat is dat ze allebei eigenlijk geen geld hebben, op debegroting niet en in de financiële bijlage van de coalitieplannen niet. Datis jammer, want de digitale ambities vallen of staan met de centen. Ikmaak me daar echt zorgen over. Hoe denkt het kabinet al die ambitieswaar te maken zonder geld? Wanneer kunnen we een stevig financieelvoorstel verwachten?Het lijkt hier serieus weleens Groundhog Day, want elk jaar hebben weditzelfde gesprek. Om als Kamerlid mijn werk te doen, moet ik weten hoehet geld wordt verdeeld, maar antwoord op de grote financiële vragenkrijgen we heel vaak niet, dus moeten we het doen met de kostenpost ICT,waarvan eigenlijk niemand me ooit goed kan vertellen wat die is. Ik ga hetdus nog een keer proberen: wat gaan deze Staatssecretarissen doen omde Kamer meer inzicht te geven in de uitgaven op het gebied van DigitaleZaken? Gaan zij hun stinkende best doen om bestaande budgetten voordigitalisering zo veel mogelijk samen te brengen en duidelijk inzicht tegeven in waarvoor het wordt gebruikt? Gaat het kabinet komen met éénbegroting voor Digitale Zaken, zodat we politieke besluiten kunnen nemenover hoe het geld verdeeld wordt voor dit onderwerp?Dan de autonomie. GroenLinks-Partij van de Arbeid strijdt voor eensociaal, groen en digitaal Nederland. Digitalisering is nooit een doel opzich, maar een middel om de macht in onze samenleving eerlijker teverdelen. Het is een manier om duurzame innovatie aan te jagen, om onzeeconomie sterk en onafhankelijk te maken, zodat die werkt voor mensenen niet voor het grote geld. Over dat laatste lees ik hele mooie woorden.Nog nooit heeft een kabinet zo stellig gezegd dat we digitaal autonoommoeten worden. Dat is goed, want dat is precies waar de Kamer het vanlinks tot rechts over eens is. Ik herken een hoop punten uit mijn initia-tiefnota uit 2024, Wolken aan de horizon, die ik samen met oud-KamerlidJesse Six Dijkstra schreef over cloudonafhankelijkheid. Ook de bredeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 967
oproep van partijen uit het stuk Ons Digitaal Fundament is heel goedaangekomen. De centrale digitale dienst die we graag willen, gaat ergewoon komen. De invulling van de digitale dienst is nog wel eenuitdaging. Ik ben benieuwd hoe het kabinet dit gaat oppakken. Hoe zien deStaatssecretarissen één digitale dienst voor zich? Welke competentiesmoeten in zo’n digitale dienst terechtkomen voor het beste resultaat?Welke ICT-organisaties gaan mogelijk op in zo’n digitale dienst? Is het aande Staatssecretaris Slagvaardige Overheid of aan de StaatssecretarisDigitale Economie om dit vorm te geven? Is het kabinet bereid omverschillende opties aan de Kamer voor te leggen, zodat er een politiekdebat kan zijn over de voor- en nadelen van verschillende uitwerkingen?Over autonomie heeft de Kamer ook genoeg gezegd. Vorig jaar hebbenwe hier vaker debatten over gehad, met als uitkomst een stevigeopdracht: maak van de overheid een marktmeester die alternatieven voorbig tech inkoopt, stop met onnodige migraties naar de Amerikaansecloud, maak een plan B en een exitstrategie voor de ICT waarvan we nogafhankelijk zijn, ga samen met Nederlandse bedrijven een veiligerijkscloud bouwen, en stel een doel; in 2029 moet 30% van de cloud-diensten van de overheid in Nederlands-Europese handen zijn. Dit warenmoties van mij en mijn collega’s. Ik vraag het kabinet om deze uit tevoeren. Kunnen de Staatssecretarissen uitleggen hoe zij dat gaan doen enwat zij daadwerkelijk anders gaan doen dan hun voorgangers, zodat deplannen van de Kamer ook worden uitgevoerd?Dan de jongeren. Het is goed dat het kabinet plannen heeft voor deonlineveiligheid van jongeren. Het internet hoort veilig, leuk en vrij te zijn,maar door de gierigheid en de machtslust van big tech raken we eigenlijksteeds meer vrijheid kwijt. De techbro’s van Trump pompen sociale mediavol met haat en nepnieuws. Algoritmes maken ons verslaafd aan onzetelefoons, zodat er nóg meer data van ons kunnen worden gestolen.Inmiddels weten zowel de techbedrijven als de cybercriminelen alles vanons. Het is keihard nodig dat we de macht van big tech openbreken metstrenge wetten in Nederland en in Europa.GroenLinks-Partij van de Arbeid beseft volledig dat het prikken is in eenwespennest, want de techlobby en de furie van Trump liggen op de loer.Jaarlijks geeft big tech zo’n 150 miljoen euro uit aan lobby in Brussel.Amerikaanse ambassades hebben de opdracht gekregen om te lobbyentegen de Europese internetwetten. Het huis van afgevaardigden heeft zelfsde frontale aanval geopend op onze toezichthouder, de ACM, en ngo’s diezich inzetten voor privacy, omdat die in strijd zijn met de belangen vanElon Musk en Mark Zuckerberg. We moeten bereid zijn om die strijd aan tegaan, want we kunnen ’m winnen. Beter nog: we móéten ’m winnen – voor de digitale veiligheid, de privacy en de vrijheid van onszelf en vanonze kinderen. De Kamer is hier al heel lang duidelijk over. Er moet eenEuropees, en anders een Nederlands, verbod komen op verslavendealgoritmes. We moeten de internetwetten volop blijven handhaven enversterken. Kom met een digitale kijkwijzer, zodat kinderen en opvoedersweten wat de risico’s zijn van onlineplatforms. Kan het kabinet vertellenhoe het deze wensen van de Kamer gaat uitvoeren en wanneer we actiekunnen verwachten? Wat mist er nog? Dit waren allemaal dingen om uitte werken, wat het kabinet op papier al belooft. Helaas zijn er ook een paardingen die ik volledig mis en waar ik aandacht voor wil vragen. Daarna ishet klaar hoor.Ik wil beginnen met digitale inclusie. Digitalisering is een kans, zolangiedereen de kans krijgt om ervan te profiteren. We weten echter dat hettegenovergestelde ook waar is. Voor zo’n 4 miljoen Nederlanders is onlinedingen regelen weleens lastig. Voor 2,5 miljoen mensen is dat eigenlijkstructureel een probleem. Er zijn te veel mensen in Nederland die digitaalin de knel zitten.Al jaren strijd ik voor Informatiepunten Digitale Overheid, de IDO’s. Dat isdé plek waar je alle vragen over het internet kunt stellen. Er zijn er alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 968
honderden van in Nederland, in allerlei bibliotheken en buurthuizen. Toenhet vorige kabinet hierop wilde bezuinigen, wist de Tweede Kamer dit metveel moeite terug te draaien. Ik ben daar ongelofelijk blij mee, maar het isniet genoeg. De IDO’s redden namelijk gewoon mensenlevens. Dat heb ikmet mijn eigen ogen gezien toen ik een paar dagen meeliep met het IDOin Rotterdam. Er kwam een dwarsdoorsnede van Nederland binnen: jong,oud, man, vrouw, mensen met allerlei achtergronden. Eén meneer blijftme nog steeds bij. Hij was 67 en had last van een hartkwaal. Hij was somsdakloos, maar altijd thuisloos. Het lukte hem niet om digitaal een AOWaan te vragen. Dat geld had hij hard nodig. Een IDO-medewerker hielphem die aanvraag te doen. Hij werd niet doorverwezen, maar directgeholpen. Ik ben er echt van overtuigd dat dit zijn leven heeft gered. DeIDO’s zijn een voorbeeld van hoe je mensen op weg helpt, zonderbureaucratisch gedoe. In die loketten wordt geweldig werk gedaan, vooreen hele kleine prijs. Ik vraag daarom aan de Staatssecretarissennogmaals het volgende: hoe zien zij de rol van de IDO’s in een Nederlanddat steeds digitaler wordt? Heeft het kabinet de ambitie om de IDO’sverder te versterken, zodat nog meer mensen hun vraag ergens kwijtkunnen en goed geholpen kunnen worden? Is het kabinet bereid om tekijken of de IDO’s een plekje in de wet kunnen krijgen, zodat per wetgeregeld is dat burgers recht hebben op deze dienst?Laten we wel wezen: de digitale wereld is niet alleen ingewikkeld, maarook nog eens flink duur. Tel het maar bij elkaar op: je eigen telefoon, alleapparaten die je kinderen nodig hebben voor school, het internetabon-nement zelf en genoeg mobiele data. Voor veel gezinnen in armoede isdat echt veel te veel. Volgens GroenLinks-Partij van de Arbeid is interneteen basisvoorziening, want zonder verbinding val je al snel buiten deboot. Daarom heb ik in 2024 een motie ingediend om met de internetpro-viders in gesprek te gaan en betaalbaar internet te regelen voorhuishoudens in armoede. Is die motie inmiddels uitgevoerd? Op welkemanier zorgen we ervoor dat elke Nederlander internet heeft, ongeacht dedikte van diens portemonnee? Is het kabinet het met GroenLinks-Partij vande Arbeid eens dat internet een basisvoorziening is? Wat gaat het kabinetdoen om ervoor te zorgen dat niemand wordt buitengesloten van dedigitale wereld? De digitale kloof doet zich ook voor in de cyberveiligheid.Stichting Allemaal Digitaal deelde daarover een belangrijkewaarschuwing. Er is een grote groep mensen die hun toegang verliezentot hun bankrekening en DigiD doordat Android en Apple de besturings-software van oude smartphones niet meer bijhouden. Een andere groepkan die updates nog wel installeren, maar vindt dat heel ingewikkeld.Kortom, wat gaat de overheid doen om mensen te laten weten dat huntelefoons mogelijk verouderd raken en dat veiligheidsupdates noodza-kelijk zijn? Dit speelt nu, want het speelt in maart en het is vandaag2 maart. Hoe zorgt dit kabinet ervoor dat nieuwe hardware, zoals eengebruiksvriendelijke telefoon om zaken met de zorg en de overheid tekunnen doen, bereikbaar is voor alle huishoudens?Dan nog iets wat mist in de kabinetsplannen: een visie op onlinerechten.Ik had het er al over: privacy is geen luxe maar broodnodige cybervei-ligheid. Dit is een onderwerp waar het kabinet en de Tweede Kamer welvaker op botsen. Denk aan het voorstel in Brussel voor chatcontrole,oftewel de CSAM-verordening. Het is volstrekt onacceptabel dat heelEuropa te maken zou krijgen met massasurveillance en dat al onze appjesgescand zouden moeten worden. De Kamer heeft meermaals gezegd: datmag nooit gebeuren. Eind vorig jaar heeft de Kamer nog een voorbehoudgemaakt ten aanzien van de Omnibuswetten van Europa. In dit deregule-ringspakket van de Europese Commissie zitten plannen om privacywet-geving en AI-regulering te verzwakken. De Kamer heeft het kabinet op padgestuurd met harde voorwaarden om dat te voorkomen. Maar in deplannen van het kabinet lees ik niks over dingen zoals het recht opend-to-endencryptie of het beschermen van online anonimiteit. Er staatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 969
zelfs dat het kabinet de Omnibuswetten steunt, terwijl de Kamer tochduidelijk heeft gezegd dat het niet ten koste mag gaan van belangrijkerechtsbescherming. Kortom, ik vraag aan dit kabinet: wat is de visie op hetrecht op end-to-endencryptie en online anonimiteit, hoe kijkt dit kabinetnaar de Europese CSAM-verordening, dat plan voor chatcontrole en dewaarschuwing van de AIVD dat dit onze nationale veiligheid zouaantasten? En steunt dit kabinet de Omnibus Digitaal en de Omnibus AI?Dan zijn er nog allerlei keuzes die gemaakt moeten worden over deinfrastructuur. We moeten namelijk als een speer gaan investeren innieuwe zeekabels. Niet voor niks droeg ik met Prinsjesdag de zeeka-belhoed, die nu elk jaar doorgegeven gaat worden aan een ander digitaalKamerlid. De markt heeft namelijk gefaald. Het lukt de private partijenmaar niet om zeekabels aan te leggen. Als de overheid op haar handenblijft zitten, worden we door al onze buurlanden ingehaald en komt erstraks nooit meer een zeekabel naar Nederland. Onze kabels zijn oud enworden binnenkort ontmanteld, dus wat gaan we doen? Gaan we staankijken terwijl onze digitale infrastructuur in elkaar zakt of gaan weambitieus investeren in datakabels?De Kamer heeft allerlei moties aangenomen die oproepen om nieuwekabels in Nederland aan te landen. Eentje spreekt uit dat we een Arctischezeekabel naar Nederland willen halen met publieke financiering, eentjevraagt om de Far North Fiber hierheen te halen en nog eentje vraagt omeen plan om Caribisch en Europees Nederland te verbinden met eennieuwe zeekabel. Ik ben wel benieuwd wat het kabinet met deze aange-nomen moties gaat doen. Gaat de Staatssecretaris op de volgendebegroting geld vrijmaken voor digitale infrastructuur en het aanleggenvan deze nieuwe kabels? Zijn we het met elkaar eens dat de markt diekabels niet gaat leggen, maar dat we met publieke investeringen welstappen kunnen zetten? Gaat het kabinet de publieke financieringsoptiesdie zijn uitgewerkt naar aanleiding van mijn motie ook echt verderuitwerken en hiervoor gebruiken?Ook voor AI-infrastructuur tikt de tijd maar door. In dit voorjaar worden ervijf AI-gigafabrieken aanbesteed in Europa. Dit is een enorme hooprekenkracht, die we kunnen realiseren met Europees geld. Nederlandsespelers bereiden zich ook voor om mee te doen, maar het is onduidelijk ofhet Rijk ook iets gaat doen. Daarom vraag ik de Staatssecretaris hoe zijkijkt naar de komst van een AI-gigafabriek naar Nederland, wat de rol vanzo’n gigafabriek in de digitale infrastructuur in Nederland zou zijn, of hetkabinet het plan steunt en wat het gaat doen om het succesvol naarNederland te halen. Een sterke infrastructuur houdt ons veilig. Het isnodig dat Defensie ook aan tafel zit als er gepraat wordt over zeekabels ensoevereine datacenters. Beter nog, de Kamer heeft met een motie ookgevraagd om Defensie structureel te betrekken bij digitalisering. Hoe gaandeze Staatssecretarissen samenwerken met hun Defensiecollega’s om inhet nationale belang de digitale infrastructuur te versterken? Is het eenoptie om bepaalde ...De voorzitter:Excuus, mevrouw Kathmann. Ik ga u toch even onderbreken. Het is eenWGO, dus u mag onbeperkt spreken. Wel wil ik aangeven dat u 30minuten had opgegeven voor de eerste en tweede termijn bij elkaar. U zitop 25 minuten. U mag natuurlijk spreken zolang u wilt, maar in het kadervan verwachtingsmanagement wil ik even vragen hoeveel u ongeveer nogmoet.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ik ben bijna klaar. Ik lig helemaal op schema, althans, mijn eigen schema.De voorzitter:Oké. Ga uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9610
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):De vraag was: hoe gaan deze Staatssecretarissen samenwerken met hunDefensiecollega’s om in het nationale belang de digitale infrastructuur teversterken? Is het een optie om bepaalde projecten samen met Defensiete financieren? Zo ja, welke projecten zouden dat kunnen zijn?Ik ga afronden, maar niet voordat ik dit laatste belangrijke punt maak. Inde plannen van het kabinet staat niks over digitalisering in CaribischNederland. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba lopen nu al tegen de limietenvan de digitale infrastructuur aan. Als we goede ICT-plannen maken voorEuropees Nederland, wordt elke keer eigenlijk weggekeken van hoe wedie voor Caribisch Nederland ook laten werken. Kabinet na kabinet belooftdat de digitale dienstverlening in het hele Koninkrijk gelijk moet zijn – datis gelijkwaardigheid – maar elke keer dat er een datawet of ICT-wet wordtgemaakt, wordt Caribisch Nederland vergeten. De schouders wordenopgehaald, want het is duur of ingewikkeld. Daarom diende ik vorig jaareen motie in, die unaniem is aangenomen, om de privacybescherming inheel het Koninkrijk op gelijk niveau te krijgen. Dat vraagt om forseinvesteringen in betere ICT op de Caribische eilanden. Daarover gaan mijnlaatste vragen aan het kabinet. Wat is de visie van dit kabinet op digitali-sering in het hele Koninkrijk? Wat gaat het kabinet doen om de digitaleinfrastructuur en ICT in Caribisch Nederland te versterken? Kunnen wedan van dit kabinet verwachten dat wetgeving over digitalisering ookaltijd van toepassing wordt in Caribisch Nederland?Het moge duidelijk zijn dat dit geen saaie jaren worden. Op het gebied vandigitale zaken is er nog een hele wereld te winnen. Ik kijk er oprecht naaruit om met dit kabinet samen te werken om al die goede ambities waar temaken. Ja, er bestaat wel degelijk zoiets als een linkse cloud en rechtsewifi. Het hoort ook in de politiek dat je van mening verschilt, maar in dezecommissie geldt dat voor zo’n 20% van de onderwerpen. Laten we met z’nallen ook gewoon blijven kijken naar de 80% van de onderwerpen waarwe van links tot rechts echt allemaal achter staan, maar die daardoor ookweleens vergeten worden of vertraging oplopen. Ik kijk ook uit naar deantwoorden van de Staatssecretarissen. Ik wens u allebei, en natuurlijkalle medewerkers en alle mensen achter de schermen, heel veel succes,niet alleen met de beantwoording van de deze stapel vragen.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Ik geef het voorzitterschap weer terug aanmevrouw Kathmann.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Ja, dank u wel, voorzitter. Dan geef ik graag het woord aan mevrouwRajkowski van de VVD. O, mevrouw El Boujdaini van D66, bedoel ik. Sorry,we zitten in begrotingsvolgorde; dat klopt.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ja, dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin wil ik ook graag de nieuwebewindspersonen welkom heten. Ik kijk heel erg uit naar de constructievesamenwerking die we de komende periode gaan hebben.Voorzitter. Technologie heeft onze samenleving ingrijpend veranderd. AIschrijft sollicitatiebrieven, algoritmes bepalen wat we zien en naviga-tieapps sturen het verkeer in onze steden. Steeds meer mensen delen hunleven op sociale media en met AI, maar mensen vraag zich ook af: blijftmijn baan bestaan, is wat ik zie nog echt en wie heeft de macht? Want demacht verschuift naar platforms en cloud- en AI-providers buiten onzedemocratische controle om. Dat vraagt om politieke sturing. Afgelopenweek kwam ons ter ore dat Trump zijn diplomaten de opdracht gaf om telobbyen tegen pogingen om digitaal soeverein te zijn. Dit baart mijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9611
zorgen. Wij gaan zelf over onze soevereiniteitsagenda, samen met de EU.Hoe kijkt de Staatssecretaris naar de startende lobby tegen onze soeverei-niteitsagenda? Wat kan het kabinet hiertegen doen?Voorzitter. Nu onze digitale soevereiniteit zo onder druk staat, ben ik heelerg blij met de ontzettend ambitieuze plannen van deze coalitie. Voor heteerst heeft Nederland een Staatssecretaris Digitale Economie en Soeverei-niteit, met het expliciete mandaat om Nederland digitaal autonoom temaken en met een heldere boodschap. Grote IT-projecten worden centraalgetoetst aan IT-standaarden, en inkoop en aanbestedingen wordengestandaardiseerd en gecentraliseerd waar dat nodig is. Ook komt er eenrijksbrede digitale dienst. We versterken de technische expertise van deoverheid en we kiezen voor een Europees-Nederlandse techsector meteen nationale aanpak voor digitale infrastructuur, een agentschap voordisruptieve innovatie en een investeringsinstelling.Tegelijkertijd bespreken we vandaag een begroting uit een tijd waarindigitale soevereiniteit en onze digitale economie nog niet het zwaartepuntwaren dat ze nu zijn, en dat terwijl het kabinet er net zeven dagen zit. Datvraagt van ons ook om vooruit te kijken.Voorzitter. Digitale soevereiniteit staat hoog op de politieke agenda, omdathet ons steeds duidelijker wordt dat wij de regie moeten terugpakken indeze geopolitieke context. De aandacht was al eerder gevestigd op deBelastingdienst, en afgelopen week gebeurde dat weer. Een nieuwIT-systeem dat de btw moet innen, is wéér volledig Amerikaans. Iederekeer komt er weer iets aan het licht. We verzanden steeds in dit soortincidenten. Daar moeten we een oplossing voor vinden, maar dat kanalleen als we niet meer worden overvallen en weten hoe de overheidervoor staat. We moeten weten welke afhankelijkheden we hebben om optijd te kunnen bijsturen. Daarom vraag ik de Staatssecretaris: kan eruitgezocht worden waar onze grootste kwetsbaarheden zitten, waar we alseerste mee aan de slag moeten om zelf de regie daarop terug te pakkenen goede keuzes te maken? Kan de Staatssecretaris de Kamer eenoverzicht sturen van de grote ICT-aanbestedingen die de komende tweejaar gepland staan binnen het Rijk en uitvoeringsorganisaties? Ook heb ikde vorige Staatssecretaris van BZK gevraagd om een lijst van groteIT-contracten die in de komende twee jaar aflopen. Kan het kabinet dit deKamer nog toesturen? En kan daarbij ook worden aangegeven welkemigraties of overstappen naar nieuwe cloudomgevingen op de planningstaan?Voorzitter. Dan het datalek bij Odido, waarschijnlijk het grootste datalekdat Nederland ooit heeft gekend. Dit raakt mensenlevens. Bankrekening-nummers, documentnummers van identiteitsbewijzen en zelfs zeergevoelige informatie van slachtoffers van huiselijk geweld en stalkingzwerven nu allemaal rond op het darkweb. Bedrijven zoals Odido hebbeneen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit kan in de toekomst echtniet meer gebeuren. Daarom heb ik enkele vragen. Klopt het dat Odidogegevens van oud-klanten langer dan toegestaan bewaarde? Is hierdaarom ook sprake van AVG-overtredingen? Welke sancties of maatre-gelen kan de overheid opleggen als bedrijven structureel te lang databewaren? Wat kunnen mensen van wie de gegevens onderdeel zijn vanhet datalek doen om zichzelf te beschermen? Is onze bestaande wetgevingtoereikend? Zou er dan beter gehandhaafd moeten worden? Of moet hettoezichthouderschap misschien steviger ingericht worden? Wat kunnenwe leren van dit datalek, zodat de juiste maatregelen getroffen kunnenworden om dit in de toekomst te voorkomen?Voorzitter. AI verandert onze economie fundamenteel. Het biedt kansenvoor bedrijven bij productontwikkeling, helpt processen te automatiserenen kan ook softwareontwikkeling, kennis en ideevorming democratiseren.Tegelijkertijd verschuiven de machtsverhoudingen. OpenAI, Meta enGoogle bepalen hoe AI redeneert en welke bronnen er worden aange-sproken. We zien de schaduwkanten hiervan. Schrijvers en makersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9612
ontdekken dat hun werk zonder toestemming is gebruikt. Jonge meisjeszien naaktfoto’s van zichzelf voorbijkomen die ze nooit hebben gemaakt:deepfakes. Banen veranderen sneller dan mensen kunnen bijbenen. AI iseen infrastructuur geworden, en infrastructuur laat je niet volledig dooranderen bepalen. Het is zo belangrijk dat we ook in Europa zelf bouwen.Daarom ben ik trots op TNO, SURF en het NFI, en op het initiatief rondGPT-NL. Want wat zou het krachtig zijn als we GPT-NL op onze scholenlaten draaien, als ambtenaren ermee werken in plaats van alleen metAmerikaanse modellen en als we het kunnen opschalen naar eenGPT-EU – niet door het halve internet te scrapen, maar met hoogwaardigedata, respect voor auteursrechten en journalisten die eerlijk betaaldworden. Dat is digitale autonomie op Nederlandse wijze. Maar dat vraagtwel om een goede data-infrastructuur en om het beter bundelen enstandaardiseren van openbare data. Daarom heb ik ook hierover eenaantal vragen. Wat doet het kabinet concreet om hoogwaardige publiekedatasets veilig te ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkeling? En ziet deStaatssecretaris kansen om GPT-NL door te ontwikkelen naar GPT-EU?Voorzitter. We moeten dus zelf bouwen en niet alleen gebruiker zijn. Wemoeten goede keuzes maken om strategisch in te kopen. Dat brengt mijbij mijn volgende punt: slim inkopen en gebruikmaken van de miljardendie we jaarlijks al besteden aan ICT. We moeten betere keuzes maken enrichting geven. Dat betekent wat mij betreft niet dat we iedere euro tot opde cent precies inzichtelijk moeten maken, want dat gaat z’n doel voorbij.Maar de suggestie om een rijke financiële paragraaf op te nemen inprojecten en programma’s klinkt als een goed plan. Hoe ziet de Staatsse-cretaris dit?Voorzitter. Dan komen we bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan.Nu komt er ook zo’n financiële paragraaf voor de NDS, maar de brief vanhet vorige kabinet met de stand van zaken daarvan stemt mij weinighoopvol. Het lijkt eerlijk gezegd meer op een berekening op de achterkantvan een bierviltje. Ik ben het dan ook eens met de kanttekeningen vanbegrotingsrapporteur Kathmann. Veel dank ook voor uw werk, mevrouwKathmann. Er ontbreken namelijk een onderbouwing van de cijfers, eenprioritering en een overzicht van wat er uit bestaande middelen kanworden gedaan en welke andere financieringsbronnen er kunnen wordenaangesproken. Daarom heb ik ook hierover een aantal vragen. Hoe ziet deStaatssecretaris dit proces de komende periode? Welke politiekewegingen moeten er plaatsvinden? Hoe gaat de Staatssecretaris ditprioriteren?Voorzitter. Ik wil het ook hebben over de regie op onze vitale digitaleinfrastructuur. Deze is inmiddels net zo vitaal als onze energievoorzieningen de waterkeringen. Regie betekent niet: alles nationaal doen. Hetbetekent vooral bewuste keuzes maken, zeker rond systemen als DigiD.Een opvolger daarvan is de European Digital Identity Wallet, ook wel deEDI-wallet genoemd. Nederland ontwikkelt daarom de NL-wallet, zodatburgers meer regie krijgen over hun gegevens. Dit biedt ook kansen voorbedrijven. Volgens de eIDAS-verordening moet eind 2026 minstens éénEDI-wallet beschikbaar worden gesteld.Daarom heb ik hier vragen over. Hoe staat het met de ontwikkeling van deNL-wallet? Wordt de deadline van eind 2026 voor het beschikbaar stellenvan de NL-wallet gehaald? Zo nee, hebben we hier dan wel een plan voor?Kiest Nederland voor een overheidswallet of voor een ecosysteem metmeerdere, ook private wallets met strikte certificering en eisen? Waaromkiest Nederland ervoor om onderdelen van het EDI-walletstelsel zelf teontwikkelen? Sluit de ontwikkeling van de NL-wallet ook aan op andereEU-landen waar al gebouwd en beproefd wordt via open standaarden enherbruikbare componenten? Wordt de NL-wallet in de toekomst samenmet de markt ontwikkeld? Ziet de Staatssecretaris de wallet als kans voorveilige en privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9613
Voorzitter. Dan wil ik het nog graag hebben over de zeekabels, want meerdan 95% van het internationale dataverkeer loopt via onderzeesezeekabels. Regie op vitale digitale infrastructuur gaat verder dan alleenNederland. Het gaat ook om het Caribische deel van het Koninkrijk.Zeekabels zijn ook daar cruciaal voor verbinding en digitale soevereiniteit.Hoe ziet de Staatssecretaris dit? Onderschrijft de Staatssecretaris ook hetbelang van de soevereiniteit van het Caribische deel van het Koninkrijk? Ikheb hier later ook nog een voorstel over.Tot slot, voorzitter. Ik ben ontzettend benieuwd naar de uitwerking van deambitieuze plannen van dit kabinet. Technologie kan onze levens eneconomie versterken, maar ook onzekerheden over banen, veiligheid enafhankelijkheid vergroten. We staan nu echt op een kantelpunt: óf weblijven digitaal gebruiker van andermans systemen óf we gaan bouwenaan onze eigen digitale toekomst. Laten we dus zorgen dat Nederland nietalleen gebruiker is, maar ook bouwer. Aan de slag.De voorzitter:Ik zie geen interrupties. O, er is toch een interruptie van de heer Van denBerg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Ik wilde mevrouw El Boujdaini eerst even laten uitspreken. Ik hoor eenhele hoop positieve zaken waarmee we het als JA21 eens zijn. We makenons primair zorgen dat er ondanks de goede ambities geen budget voorstaat gereserveerd. Ik vraag me af of mevrouw El Boujdaini kan toelichtenhoe zij daarnaar kijkt. Hoe gaan we de ambitieuze agenda in de komendejaren ook echt realiseren?Mevrouw El Boujdaini (D66):De afgelopen jaren hebben we echt heel veel geld uitgegeven aan ICT. Wijhebben daar nooit een aparte regel voor gehad. Wel besteden we aan enkopen we in zonder duidelijke keuzes te maken en zonder te prioriterenwaaraan we het geld nou echt willen besteden. Er wordt dus echt al heelveel geld uitgegeven. Dat geld is dus al beschikbaar. Het enige wat onsecht te doen staat, is de keuzes maken. Waar gaan we het aan uitgeven?Wie willen we dat ons digitaal gezien gaat bedienen? Dat vraagt dus ookom een andere aanpak en een andere richting. Dat gaat niet alleen maarover de vraag of er een potje klaarstaat of niet.De heer Van den Berg (JA21):Dat is helder. Inderdaad, er wordt gelukkig al een hele hoop geld besteedaan digitalisering. Maar een concreet voorbeeld is dat in het coalitieak-koord staat dat ook IT’ers marktconform beloond moeten gaan worden. Ikweet uit ervaring dat zelfs mbo’ers op ICT meer dan een ton per jaarkunnen verdienen. Wel denk ik dat het heel goed zou zijn als er eenbudget komt om dat ook echt te kunnen betalen, of anders een potje waarwe het uit kunnen halen. Hoe kijkt mevrouw El Boujdaini daarnaar?Mevrouw El Boujdaini (D66):Per jaar geven we nu ongeveer 3,7 miljard euro uit aan inhuur, waarvanhet grootste gedeelte gaat naar IT’ers, dus naar IT-inhuur. We zitten zelfsop 15% inhuur, terwijl de Roemernorm 10% is. Dat betekent dat we daarveel te veel geld aan uitgeven. Het is juist een hele mooie ontwikkeling datwe IT-talenten naar ons toe willen trekken en voor ons als overheid willenlaten werken. Zo kunnen we besparen op de inhuur, waarmee geld wordtvrijgespeeld dat we inderdaad weer kunnen uitgeven aan goedeIT-mensen. Ik denk dus dat er echt heel veel kansen liggen en dat we juistnaar dat soort dingen moeten kijken: waar kunnen we het geld slimmer enbeter inzetten? Ik denk dat zo’n IT-specialist inderdaad een heel goedvoorbeeld is van een manier om dat anders te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9614
De heer Van den Berg (JA21):Afrondend. Daar ben ik het helemaal mee eens. Dan zou ik zeggen: aan deslag met voorstellen om echt te gaan zorgen voor minder inhuur. Datbetekent wel dat we daarvoor aan de voorkant, bij de aanbestedingen,concrete regels moeten gaan vaststellen. Ik nodig de partijen dus uit vooreen gezamenlijk voorstel.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik ben er helemaal voorstander van om samen aan de slag te gaan.De voorzitter:Nou, dat is mooi. Dan is het woord nu aan de heer Van Dijk van de fractievan de PVV.De heer Emiel van Dijk (PVV):Voorzitter, dank u wel. De PVV-fractie wil een digitaal Nederland dat veiligen soeverein is. Digitalisering is een kans om ons land efficiënter, sterkeren onafhankelijker te maken. Zonder keiharde cybersecurity en eenoverheid die hierop de regie pakt, wordt het echter een levensgroot risicovoor burgers, bedrijven en de nationale veiligheid. Het recente datalek bijtelecomprovider Odido, waarbij persoonsgegevens van ruim 6,2 miljoenklanten zijn gelekt en inmiddels op het internet zijn gezet, vormt eenschrijnend voorbeeld van falend digitaal beleid en roept ernstige vragenop over de naleving van de AVG.De inbraak die op 7 en 8 februari werd uitgevoerd door hackersgroepShinyHunters, omvatte gevoelige informatie zoals namen, adressen,telefoonnummers, e-mailadressen, geboortedata, IBAN-nummers enidentiteitsgegevens uit paspoorten of rijbewijzen. De vraag is of ditincident een schending is geweest van artikel 32 van de AVG, datorganisaties verplicht tot het nemen van passende technische enorganisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen. Hetsysteem van Odido is kwetsbaar gebleken voor aanvallen. Dat wijst oponvoldoende robuuste beveiliging en monitoring. Hoe kon een bedrijf datmiljoenen privacygevoelige klantgegevens in zijn database heeft staan,deze aanval niet afweren? Dit is niet alleen een technisch manco, maarook een strategische blunder, die de privacy van burgers op het spel heeftgezet en die de komende vele jaren kan leiden tot identiteitsdiefstal ofphishingcampagnes, met alle nare gevolgen van dien.Bovendien schiet Odido tekort in transparantie en tijdige communicatie,een kernvereiste onder de AVG. Hoewel het bedrijf de inbreuk meldde aande Autoriteit Persoonsgegevens en zijn klanten informeerde via e-mail ofsms, kwam pas na journalistiek onderzoek aan het licht dat er ook interneklantnotities met gevoelige details waren gestolen. Die informatie hadOdido in eerste instantie onder de pet gehouden. Dit druist in tegen deartikelen 33 en 34 van de AVG, die stellen dat er bij een zeer hoog risicobinnen 72 uur melding moet worden gemaakt aan de betrokkenen. Devertraagde erkenning van de volledige omvang van het lek suggereert deneiging om de omvang van dit fiasco te bagatelliseren. Odido beweerdezelf niet op de hoogte te zijn van de notities, hoewel de hackers hiervaneen sample hadden aangeboden. Dergelijke omissies vergroten het risicovoor getroffen individuen en ondermijnen het vertrouwen in de sector.Ten slotte illustreert deze casus de bredere zwakte van het Nederlandsedigitale landschap onder de AVG. Ondanks strenge regels lijken boetes ensancties onvoldoende afschrikwekkend. Odido weigerde losgeld tebetalen, wat volkomen begrijpelijk is, maar de publicatie van data op hetinternet na het verstrijken van het ultimatum op 26 februari heeft deschade wel verergerd. De Autoriteit Persoonsgegevens moet hier eendiepgaand onderzoek naar instellen. Ik begrijp dat ze dat ook aan het doenzijn. Wat de PVV betreft, moeten maximale boetes tot 4% van de wereld-wijde omzet worden opgelegd om herhaling te voorkomen. ZonderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9615
strengere handhaving blijft de AVG namelijk een papieren tijger, terwijlburgers de dupe worden van corporate nonchalance. Odido’s beloften vanadditionele maatregelen klinken hol na dergelijk grootschalig falen.Het is tijd voor echte accountability in plaats van excuses. De PVV vindtdan ook dat gedupeerden ruimhartig tegemoet moeten worden gekomen.De tijd dat dit soort bedrijven zonder gevolgen hun klanten kunnenduperen moet maar eens afgelopen zijn. De PVV heeft dan ook een aantalvragen voor de bewindslieden. Hoe kan het dat dit grote datalek heeftplaatsgevonden onder toezicht van het Agentschap Telecom en de ACM?Kan de Staatssecretaris aangeven wat hij gaat doen om te voorkomen datgrote bedrijven roekeloos privacygevoelige data, zoals paspoorten,ID-kaarten en rijbewijzen, veel langer dan noodzakelijk opslaan? Is deStaatssecretaris het met de PVV eens dat deze gevoelige persoonsge-gevens niet langer dan nodig mogen worden opgeslagen? In het gevalvan een telefoonboer als Odido betekent dit dus dat ze na het verifiërenvan de identiteit die gegevens binnen 24 uur verwijderen van hunsystemen. Langer hebben ze die namelijk helemaal niet nodig. En is deStaatssecretaris bereid om dataminimalisatie af te dwingen? Kan deStaatssecretaris aangeven of het klopt dat, nu er zo veel identiteitsbe-wijzen, paspoorten en rijbewijzen zijn gelekt, de overheid heeft geadvi-seerd om de identiteitsdocumenten van gedupeerden niet te vernieuwen?Zo ja, is de Staatssecretaris dan bereid het zekere voor het onzekere tenemen en tóch klanten waarvan hun ID-gegevens op het internet liggen teadviseren een nieuw bewijs aan te vragen? En is de Staatssecretaris danook bereid om ervoor te zorgen dat de kosten die hiermee gemoeid zijnvolledig voor rekening van Odido komen?Hetzelfde geldt eigenlijk voor alle andere schade die burgers, al dan niet inde toekomst, als gevolg van dit lek oplopen. De PVV vindt dat bedrijvenhun verantwoordelijkheid moeten nemen om uiterst voorzichtig om tegaan met andermans privacy. Als dit moedwillig niet gebeurt, dan moetendaar consequenties aan zitten om bedrijven te bewegen om te kiezen voorveiligheid in plaats van voor het ongelimiteerd opslaan van allerleiprivacygevoelige informatie die ze eigenlijk geen ene donder aangaat.Voorzitter. Is de Staatssecretaris het dus met de PVV eens dat, als het gaatom schadevergoedingen, de bewijslast bij het bedrijf moet komen teliggen en dat de klant geen risico’s moet lopen bij het lekken van zijninformatie in plaats van dat de klant moet aantonen dat hij schade lijdt alsgevolg van een lek? Het is natuurlijk de omgekeerde wereld dat als jepaspoort, medische gegevens en je IBAN-nummer in een mooi pakketjeop straat liggen, je de komende jaren digitaal over je schouder moetkijken of je identiteit niet wordt gestolen, je bankrekening niet wordtleeggehaald, er geen contracten op je naam worden afgesloten en je niethet doelwit wordt van phishingcampagnes, terwijl een bedrijf de handenin onschuld kan wassen en kan volhouden dat er geen schade wordtgeleden. Mijn vraag is dus of de Staatssecretaris bereid is om hier actie opte ondernemen.De voorzitter:Meneer Van Dijk, u heeft een interruptie van mevrouw Rajkowski van deVVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik kan een heel eind meegaan met de PVV als het gaat om alle zorgenrondom de mensen die in het datalek zitten en voor wat er misschienallemaal nog gaat komen, aangezien nog niet alle data is gepubliceerd. Ikhoor alleen ook een oproep om voor bepaalde bedragen te gaanbeboeten. Er wordt daarmee geïnsinueerd dat er geen toezichthoudermeer nodig is en dat de politiek zou gaan bepalen welke bedrijven welkeboetes zouden krijgen. Heb ik dat goed begrepen? Als het antwoord ja is,heb ik namelijk nog een vervolgvraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9616
De heer Emiel van Dijk (PVV):Dat heeft u goed begrepen. Ik verwijs naar de 4% van het bedrag dat aanboetes kan worden opgelegd dat is opgenomen in de AVG. Uiteraard gaatde toezichthouder daarover, maar ik zou wel graag vanuit de politiek ziendat wij daarin stelling nemen. Als het gaat om 6,5 miljoen burgers diegedupeerd worden door een bedrijf, dan kan dat niet zonder conse-quenties blijven en kunnen wij niet zomaar overgaan tot de orde van dedag. Daar moet echt gevolg aan worden gegeven, zodat dit in de toekomstniet meer gebeurt. De enige manier waarop bedrijven dat leren, is doorhet krijgen van boetes en niet door ermee weg te komen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat ben ik zeker met de PVV eens. Daarom hebben we in Nederland zoietsmoois als de rechtsstaat. Wij hebben een toezichthouder. We hebbenrechters. Er kunnen allemaal rechtszaken gevoerd worden als bedrijvengrove nalatigheid vertonen en mensen in de problemen brengen, terwijldat helemaal niet nodig was geweest. Daar kan dan op geacteerd worden.Op het moment dat de politiek hier gaat bepalen welke bedrijven welkeboetes opgelegd moeten krijgen, hebben we dus eigenlijk geen rechts-staat meer nodig. Dat is het moment waarop ik op ga staan. Het is nietaan ons om te bepalen welke bedrijven hoeveel boetes krijgen. Als hetgoed is, kent mijn collega van de PVV niet het hele dossier, tenzij hij zelfonderdeel van de hackersgroep is. Ook de oproep daartoe vind ik dus zeeronzorgvuldig. Ik wil toch nog even gezegd hebben dat ik natuurlijk allezorgen over Odido onderschrijf, maar laten we dit wel zo netjes en rustigmogelijk oplossen. De verantwoordelijkheid van de politiek hierin is omgedupeerden zo goed mogelijk te helpen. Als het gaat om wet- enregelgeving en beleid, hebben wij dan touwtjes in handen of knoppenwaar we aan kunnen draaien om dit zo veel mogelijk te kunnenvoorkomen? Daar zal ik straks in mijn spreektekst ook enkele voorstellenvoor doen.De heer Emiel van Dijk (PVV):Wij maken hier met z’n allen de regels en wetten. Als wij vinden dat dieregels en wetten onvoldoende uitgerust zijn om de privacy van onzeburgers te beschermen en om bedrijven aan te sporen om daadwerkelijkde privacy te waarborgen, dan kunnen we hier gewoon de oproep doendat de fouten die hier gemaakt zijn, niet zonder consequenties kunnenblijven. We moeten staan voor de privacy van de burgers en voor derechten van die burgers en we moeten niet achter het bedrijfsleven gaanstaan dat te pas en te onpas allerlei privacygevoelige data opslaat, zelfstot medische data aan toe of data over het feit dat iemand onder toezichtstaat of in de schuldhulpverlening is. Dat zijn gewoon data die hetbedrijfsleven helemaal geen ene bal aangaan. Daar moeten we diebedrijven absoluut niet mee weg laten komen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Maar dan constateer ik dat de PVV eigenlijk bedoelt dat er dus een lacunein de wetgeving is. Dat is inderdaad waar onze verantwoordelijkheid ligt,zoals de heer Van Dijk zegt. Dan verwacht ik ook dat er een voorstel komtover waar we iets kunnen verbeteren, zodat we daar met elkaar overkunnen hebben hier. Anders zijn het namelijk alleen maar oproepen omslachtoffers te helpen. Die zullen we met z’n allen onderschrijven; datkunnen we met z’n allen ook doen. Het moeilijke aan ons werk is omvervolgens te kijken hoe we er nou met wet- en regelgeving en beleidvoor kunnen zorgen dat we dit in de toekomst zo veel mogelijkvoorkomen. Dan verwacht ik van een serieuze en grote partij dat die ookmet ideeën voor oplossingen komt op het moment dat die zorgen uit. Dieheb ik nog niet gehoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9617
De heer Emiel van Dijk (PVV):Dat komt omdat u met een interruptie kwam en ik mijn verhaal nog niethad afgemaakt. Ik hoor ook graag van de Staatssecretarissen hoe zij datzien. Zoals ik heb gezegd: er is geen lacune; er bestaat gewoon eenmogelijkheid om tot 4% van de wereldwijde omzet aan boetes op teleggen. Daar ben ik dan ook een groot voorstander van. De wet- enregelgeving ligt er; maak er dan ook gebruik van. Laat zien dat de AVGgeen papieren tijger is. Laat zien dat je het feit dat er 6,2 miljoen identi-teitsbewijzen of privacygevoelige informatie van 6,2 miljoen burgers opstraat komt te liggen, serieus neemt. Dat is mijn antwoord.De voorzitter:U kunt verder met uw betoog.De heer Emiel van Dijk (PVV):Tot slot. Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer de Cyberbeveili-gingswet echt in werking treedt? Welke boetes en dwangsommen die, integenstelling tot vrijblijvende papieren verplichtingen, wél pijn doen, zijndaarin opgenomen?Voorzitter. Wij willen meer efficiëntie en bescherming van de burger.Gebruik AI en digitalisering om het ambtenarenapparaat fors af te slankenen de administratieve lasten voor burgers en bedrijven te verlagen. Ditmag echter niet ten koste gaan van privacy of keuzevrijheid, dus: geendigitale euro. Zorg voor de verplichte acceptatie van contant geld en zorgvoor voldoende mogelijkheden voor burgers voor direct contact met deoverheid. DigiD kan en mag nooit de enige toegangspoort tot overheids-diensten worden. Er moet altijd iemand aan het loket beschikbaar zijn. Wijwillen innovatie zonder naïviteit. Wij zijn voor het investeren in AI, maarmet strenge eisen aan algoritmetransparantie en een stop op onbeperktedataverzameling door bedrijven.Voorzitter. De PVV wil een digitaal Nederland waarin burgers zich veiligvoelen, waarin bedrijven kunnen innoveren zonder verstikkende Brusselseregeldruk en waarin de overheid de Nederlandse belangen vooropstelt.De Odidocasus bewijst dat het huidige beleid nog te soft, te gefragmen-teerd en te afhankelijk van het buitenland is. Wij verwachten dan ookconcrete harde maatregelen. Nederland verdient beter dan dat 6,2 miljoenburgers wakker worden met al hun gevoelige gegevens op het internet.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Ons land heeft altijd vooropgelopen in de wereld.Bluetooth, wifi, de handel in aandelen: het was er allemaal niet geweestzonder Nederlandse vindingrijkheid. Met onze handelsgeest gaan wij danook de hele wereld over. Denk aan de haven van Rotterdam, de grootstevan Europa, of aan Wageningen, dat door alle bedrijven en instellingen inde omgeving wereldwijd koploper is op het gebied van voedsel- enlandbouwtechnologie.Er moet echter wel wat gebeuren om dit soort vaderlandse trots in detoekomst in Nederland te laten bestaan, in Nederland te laten blijven.Baanbrekende ondernemingen zoals Apple, Google, Uber en OpenAI,hebben allemaal hun oorsprong gehad in de VS, niet in Europa en niet inNederland. In China wordt er bijvoorbeeld een fabriek voor elektrischeauto’s uit de grond gestampt, zo groot als de stad Breda. Het is ook niet zodat we nergens trots op mogen zijn. We hebben namelijk een digitaalenorm vaardige bevolking en het Nederlandse internet behoort tot debeste ter wereld. Ook om onze kwantumtechnologie worden wij daadwer-kelijk geroemd. Op dat gebied zijn wij concurrenten met China en de VS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9618
Op het gebied van AI en ons digitale knooppunt moeten we echter nogwel wat stappen zetten, terwijl we de mensen, de kennis en de wil echtwel in huis hebben. Het is dus belangrijk dat we volop blijven investerenin AI, bijvoorbeeld door de bouw van een AI-fabriek in Noord-Nederland.Het stukje over zeekabels zal ik iets inkorten. Vele collega’s hebben het algenoemd: hoe staat het met de aanleg van de nieuwe zeekabels, diebroodnodig zijn om onze digitale koploperspositie te behouden?Voorzitter. Dan Odido. De hackersgroep ShinyHunters was tot voor kortonbekend bij het grote publiek, maar zorgt inmiddels voor grote onrustonder miljoenen Nederlanders. Mensen vragen zich af: «Word ik straksopgelicht? Kan ik een e-mail nog wel vertrouwen? Op welke link mag ikeigenlijk wel of niet klikken?» Het lek is nog niet voorbij. Er zouden nogmiljoenen gegevens achtergehouden worden, zoals documentnummersvan paspoorten, rijbewijzen en identiteitsbewijzen. Met zulke informatie isidentiteitsfraude, phishing en oplichting wel heel eenvoudig. Wat dezezaak extra zorgwekkend maakt, is dat er meer gegevens op straat lijken teliggen dan je redelijkerwijs van een telecomprovider zou verwachten,zoals zeer gevoelige gegevens van slachtoffers van stalking en huiselijkgeweld. Voor hen kan dit soort datalekken een direct, gevaarlijk gevolghebben.Voorzitter. Honderd procent veiligheid bestaat niet, ook niet online, al zouik dat wel willen. Dat mag alleen nooit een excuus zijn om achterover teleunen. We moeten hier dus twee dingen doen: datalekken zo veelmogelijk voorkomen en klaarstaan met een stevig plan voor als het weleen keertje misgaat. Dat gaat immers nog een keer gebeuren. Het vraagtom actie van de samenleving en het bedrijfsleven, maar ook van deoverheid. Daarom roep ik het kabinet op om in ieder geval op de volgendezeven punten tot actie over te gaan om datalekken te voorkomen.De voorzitter:Voordat u aan uw zeven punten begint, krijgt u een interruptie van de heerCeder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Nou, voorzitter, ik ben wel benieuwd naar die zeven punten.Mevrouw Rajkowski (VVD):Maar ...De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoor die dus graag eerst. Misschien vervalt mijn interruptie dan.De voorzitter:Ik vind dat dit een heel mooi begin is van deze commissie: benieuwd zijnnaar de punten van de ander! Dat onderstreep ik helemaal.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dit is een van de meest vriendelijke interrupties die ik in het afgelopenjaar van de heer Ceder heb gehad. De zeven punten. Hier komen ze.Nummer één gaat over het versneld invoeren van de NIS2-richtlijn. Kande Staatssecretaris toezeggen dat alles op alles wordt gezet om deNIS2-richtlijn zo snel mogelijk in te voeren? Nederland loopt al hopeloosachter. Een verdere vertraging kunnen we ons echt niet veroorloven.Het tweede punt gaat over duidelijkheid over het bewaren van restge-gevens. Is de Staatssecretaris bereid de toezichthouder te vragen omhierover met een helder advies te komen? Wanneer is het noodzakelijk omadresgegevens te bewaren en wanneer niet? Als je een concertticketkoopt aan de balie, wordt er niet om je adres gevraagd. Als je het ticketdigitaal koopt, is je adres ineens wel nodig, ook als je het digitaalontvangt. Dit verschil verdient uitleg en begrenzing. Ik verwijs gemaks-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9619
halve even naar de dataminimalisatie en de Digitale Dolle Mina’s, die aldoor voorgaande collega’s zijn genoemd.Voorzitter. Het derde punt gaat over de modernisering van de toezicht-houder. Een toezichthouder moet niet alleen handhaven, maar ookactiever richting geven vooraf. Bedrijven hebben juist behoefte aanduidelijke richtlijnen: welke data mag je wel bewaren en welke juist niet?Dat voorkomt onnodige opslag en risico’s. Ik doel dus op een toezicht-houder die niet alleen achteraf kan beboeten, maar die ook vooraf meekan denken als bedrijven daarom vragen. Graag een reactie van deStaatssecretaris. Ik weet even niet bij welke van de twee dit thuishoort,maar ik hoor graag hoe het zit met de ontwikkeling van de AP op datgebied.Voorzitter. Dan nummer vier.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik ben benieuwd hoe de VVD kijkt naar het idee om de AutoriteitPersoonsgegevens te laten helpen als bedrijven die twijfelen willentoetsen of zij iets wel volgens de regels doen. Ik hoorde zoiets als: aan devoorkant in plaats van beboeten. Dat zou je ook kunnen uitleggen alsmeer regels en nog meer druk op het mkb bijvoorbeeld. Ik ben dusbenieuwd. Is de VVD het met mij eens dat we vooral de gelegenheidmoeten geven om vooraf te toetsen?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ja, ik bedoel juist precies dat. Wat mevrouw Zwinkels aangeeft, kleurt almeteen in wat ik bedoelde: je moet vooraf het gesprek met elkaar kunnenaangaan en een bedrijf moet ook om hulp kunnen vragen zonder dat daarmeteen een boete of zo aan vastzit.De voorzitter:Volgens mij was u bij punt vijf van uw stappenplan.Mevrouw Rajkowski (VVD):Vier!De voorzitter:O, vier.Mevrouw Rajkowski (VVD):Punt vier gaat over investeren in weerbaarheid via HackShield, voorzitter;ik denk niet dat u zou willen dat ik dat zou overslaan. Digitaleweerbaarheid begint vroeg. Laten we er dus voor zorgen dat HackShieldblijft bestaan, zodat kinderen op de basisschool al leren over kansen engevaren van technologie. Zo bouwen we aan een generatie die digitaalvaardig en weerbaar is. Kan de Staatssecretaris reageren op de onrust dieis ontstaan over het wel of niet voortbestaan van HackShield? Heeft zij alideeën om dit onderwerp verder aan te pakken?Dan de aanpak van cybercriminelen. Wat is nodig om cybercriminelenzodra zij worden gepakt, daadwerkelijk achter slot en grendel te krijgen? Ishier sprake van een wettelijke lacune, waardoor cybercriminelen nu somsvrijuit gaan? Ik ken verhalen over verdachten die bijvoorbeeld gegevensop de hardware die in beslag is genomen, op afstand wissen; uiteindelijkblijkt dan in de rechtszaak dat dat mag. Overigens denk ik dat het bij het inbeslag nemen van bewijs niet per se gaat om de hardware of de laptop,maar om wat daarop staat, maar dat soort dingen zorgen er dus wel voordat cybercriminelen vrijuit kunnen gaan. Ik kan me voorstellen dat dit nietiets is waar snel een antwoord op komt. Dat begrijp ik. Als het onderzoekdaarnaar een tijdje duurt, is dat dus prima, maar dat is waar ik naar zoek.Voorzitter. Dan punt zes: de Europese sanctielijsten. Hoe staat het met deuitvoering van de moties van mijn adres om cybercriminelen op EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9620
sanctielijsten te plaatsen wanneer zij zich bevinden in landen zonderuitleveringsverdrag, zoals Rusland? Graag een stand van zaken.Voorzitter. Dan zeven: een concreet handelingskader voor slachtoffers.Met alleen een naam of IBAN kan een crimineel vrij weinig, maar met eencombinatie van naam, adres, rekeningnummer en documentgegevenswordt oplichting opeens een stuk eenvoudiger. Dat is niet alleen zo omdatphishingmails dan realistischer worden, maar ook omdat veel bedrijvenprecies deze gegevens gebruiken om iemands identiteit aan de telefoon teverifiëren. Dat deed Odido de afgelopen dagen ook nog. Een naam kan jeniet zomaar veranderen. Een nieuw paspoort aanvragen kan wel – ik zoudat eerlijk gezegd doen. Een nieuwe bankrekening openen voor een nieuwIBAN-nummer kan ook. Maar een bsn-nummer vervangen is vrijwelonmogelijk. Hoe kunnen we slachtoffers dus toch nog wat meer biedendan alleen het advies om vooral heel goed op te letten, omdat hetallemaal al gebeurd is?Daarom vraag ik dus aan beide Staatssecretarissen – ik denk dat dit eengezamenlijk iets is – om met onder anderen toezichthouders, dataexpertsen het bedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voorslachtoffers van datalekken. Welke gegevens zouden vervangbaar moetenworden, en onder welke voorwaarden? Waar kan de overheid faciliteren?Hoe zorgen we ervoor dat slachtoffers snel, praktisch en effectiefgeholpen worden? Btw-nummers zijn ook een voorbeeld. In btw-nummersdie nu bijvoorbeeld aan zzp’ers worden uitgegeven, staat het bsn nietmeer. In het verleden was dat wel zo. Er is toen voor gekozen om diebtw-nummers niet te vervangen. Dat is voor de zzp’ers die nu met hetdatalek te maken hebben zeer, zeer vervelend.Bij dezen kondig ik ook graag aan dat ik als Tweede Kamerlid dit gesprekwil kunnen voeren met een rondetafel van experts, waarin we verschil-lende partijen, misschien zelfs Odido, kunnen uitnodigen om in gesprek tegaan. Ik kom nog met een voorstel richting de commissie hierover.Voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen, maar als gegevens eenmaalop het darkweb circuleren, moet de overheid ook naast haar burger gaanstaan. Dat moet zij niet enkel met goede bedoelingen doen, maar met eenconcreet plan. Dat zijn we alle miljoenen Nederlanders die nu inonzekerheid zitten, verschuldigd.Voorzitter. Dan mijn laatste punt. Dat is niet het laatste punt van mijn plan,maar gewoon van mijn inbreng.De voorzitter:Dan blijft de interruptie van de heer Ceder toch overeind.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat dacht ik al.De voorzitter:Dan luisteren we eerst de heer Ceder, en dan naar het vervolg van uwbetoog.De heer Ceder (ChristenUnie):Volgens mij zijn dat goeie punten, die ook opvolging moeten krijgen. Hetpunt van Odido houdt het hele land bezig, ik denk terecht, en ook deKamer. Ik constateer dat er een best bittere nasmaak bestaat over de wijzewaarop men een schadevergoeding kan krijgen of in ieder geval gegevenskan vervangen. U geeft terecht aan dat sommige gegevens niet vervangenkunnen worden, zoals een bsn-nummer, zonder dat de overheid daarbijhelpt. Maar een paspoort of rijbewijs vervangen kost ook geld. Momenteelis het zo dat je werkelijke schade eventueel zou kunnen claimen, maar danmoet je aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van misbruik van degegevens. Veel mensen willen dat liever vóór zijn, maar daar bestaatmomenteel geen handelingskader voor. Dat vind ik problematisch, omdatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9621
ik denk dat het risico bestaat dat we dit in de toekomst veel vaker gaankrijgen. Dan zou je graag willen dat mensen van tevoren gegevens kunnenveranderen en dat de vergoeding wordt neergelegd bij de partij dieonvoldoende waarborgen heeft gecreëerd. Daar is wel een wetswijzigingof een handelingskader voor nodig, denk ik. Mijn vraag is of u dat ook zoziet. Zou je niet al in een veel eerder stadium, zonder dat er daadwerkelijksprake is van fraude, je gegevens preventief moeten kunnen vervangenindien er sprake is van een datalek?Mevrouw Rajkowski (VVD):Ja, zeker. Dat was ook precies wat ik bedoelde met het ontwikkelen vaneen handelingskader, juist om zaken te kunnen voorkomen. Identiteits-fraude wil je inderdaad voorkomen, want op het moment dat die al heeftplaatsgevonden, is het hartstikke moeilijk om dat aan te tonen. Voormensen die het overkomt, zorgt het voor heel veel stress, jarenlang. Jemoet maar bewijzen dat jij iets niet hebt aangevraagd of geregeld. Stel dater allerlei abonnementen worden afgesloten waarmee allerlei crimineledingen gedaan worden. Dit kan mensen echt ruïneren. We moeten er dusvoor zorgen dat... Het liefst zou ik ervoor zorgen dat we heel snel demogelijkheid krijgen om met heel slimme wallets te gaan werken, die ooktoegankelijk zijn voor mensen die digitaal minder vaardig zijn, want danhoef je niet al je gegevens bij al die bedrijven neer te leggen. Dat voeltnog een beetje als toekomstmuziek, dus daarom moet je preventiefgegevens kunnen veranderen op het moment dat er een datalek plaats-vindt. Ik somde net een rijtje op. Verhuizen en je naam veranderen isallemaal wat lastiger. Bsn is misschien complex, maar in theorie zou hetwel moeten kunnen.Als we dit gaan doen, ben ik als Tweede Kamerlid wel nieuwsgierig of wehet dan gigantisch moeilijk maken voor de overheid en of dat dan demoeite waard is, of dat we beter voor een andere route kunnen kiezen. Ikheb de afgelopen dagen contact gehad met veel banken en experts uit hetbetalingsverkeer over de vraag hoe makkelijk het is om een IBAN tewijzigen zonder dat je al je gegevens, spaarpotjes en al dat gedoe moetoverzetten. Blijkbaar is de architectuur van de bankenwereld helemaalgericht op IBAN, dus dat is niet zo makkelijk. Ik ben dus echt op zoek. Alsde heer Ceder daar creatieve ideeën voor heeft, hoor ik het graag. Daaromkwam ik erop uit om nu in dit debat niet te zeggen: deze gegevens moet jekunnen veranderen. Omdat ik de afgelopen dagen met zoveel experts hebgesproken die het eigenlijk ook niet zo goed wisten, stelde ik voor om zelfmet een rondetafel te komen en aan het kabinet te vragen om ook metons mee te denken.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat laatste ondersteun ik. Ik denk dat het goed is om met experts te pratenover hoe we dit in het kader van een veilige toekomst beter kunnenregelen. Ik ben het ermee eens dat sommige dingen wat ingewikkelderzijn om te vervangen, zoals het bsn en IBAN. Daar moeten we het goedover hebben met elkaar.Het punt waar ik nu mee zit, is het volgende. Ik vraag dit omdat ik twijfelof ik hier een voorstel over wil indienen. Het blijft in de lucht hangen wiefinancieel gezien verantwoordelijk is voor het preventief vervangen vangegevens. Dan heb ik het bijvoorbeeld over het vervangen van eenpaspoort. Dat kost tientallen euro’s. U en ik kunnen dat misschienmakkelijker betalen dan andere mensen. Het is best gek dat daar nietsvoor geregeld is. Mijn vraag is of u er muziek in ziet om te regelen dat,indien er een minimale combinatie van een aantal gegevens is waarbijfraude makkelijker aantoonbaar is, het bedrijf of de organisatie waar hetlek is ontstaan in principe gehouden is om dat te vergoeden. Ik denk datdat misschien nog makkelijker te regelen is dan het bsn of IBAN, waarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9622
ik alle complexiteiten begrijp. Misschien moeten we daar ook wat meerinformatie over inwinnen. Hoe kijkt u tegen dat voorstel aan?Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat is superinteressant. We zouden straks de schorsing kunnen gebruikenom daarnaar te kijken. Ik zou graag meedoen aan zo’n voorstel als de heerCeder daarmee komt. Het lijkt mij inderdaad dat de organisatie waar hetdatalek heeft plaatsgevonden, verantwoordelijk is voor het betalendaarvan, zeker als het gaat over een rijbewijs of paspoort. In sommigegemeenten betaal je niet alleen de leges, maar ook nog een boetedaarbovenop. In Utrecht hoeft dat niet meer – dat hebben we afgeschaft,by the way – maar in sommige gemeenten moet dat nog wel. Dat voeltgewoon heel oneerlijk, want het gaat ook niet over weinig geld. Dat vindik dus zeker een goed idee.De voorzitter:U kunt verdergaan met uw betoog, mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Mijn laatste stuk dan. Dat gaat over arbeidsproductiviteitbij de Rijksoverheid. Die wil ik met AI verhogen. Nederland kan zich nietveroorloven om achterover te leunen. Onze arbeidsproductiviteit groeit aljaren te traag, terwijl de uitdagingen alleen maar groter worden. Als weminder mensen beschikbaar hebben die ook steeds minder werken, en wekrijgen wel steeds meer taken, dan is er volgens mij maar één routevooruit: slimmer werken. Kunstmatige intelligentie biedt daar enormekansen voor, niet als speeltje, maar als serieus instrument om ambtenarente ondersteunen, processen te versnellen en het aantal fouten te vermin-deren. Dat leidt tot minder papier, minder dubbel werk en meer tijd voorinhoud en dienstverlening richting burgers. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe hij concreet gas gaat geven op het gebied van arbeidspro-ductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid?De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties. Dan is het woord aan de heer Vanden Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik moest even omschakelen. Nogmaals dank. Voorons ligt de begroting van Digitale Zaken. Of nou ja, digitale zaken: het zijnop dit moment de begrotingen van BZK, Justitie en Veiligheid enEconomische Zaken en Klimaat. Daarin mocht gegraven worden naardelen die aan de commissie voor Digitale Zaken raken. Deze begrotingenzijn nog even geschreven door het vorige kabinet, en niet door het kabinetvan deze Staatssecretarissen. Het is een Staatssecretaris geworden, maarwe hadden eigenlijk gehoopt op een Minister van Digitale Zaken. Gelukkighebben we nu wel deze twee kundige Staatssecretarissen. Daar kijk ik ookwel naar uit, maar een Minister was toch wel mooi geweest voor de regie.Voorzitter. Als u inmiddels de draad een beetje kwijt bent, dan bent u nietde enige. Daarom start ik mijn inleiding gelijk met een rondje vragen. Hoegaat de begroting er volgend jaar uitzien? Mogen we dan weer puzzelen,of mogen we dan iets van een overzicht verwachten? Waarom is de keuzegemaakt om de portefeuille Digitale Zaken zo op te delen? De eneStaatssecretaris is onder andere coördinerend op digitalisering ensoevereiniteit, en heeft de digitale overheid in haar portefeuille. Staatsse-cretaris Van der Burg heeft onder andere ICT, Logius en human IT capitalin zijn portefeuille. Hoe moeten we dit zien? Hoe werkt dit? Kunnen deStaatssecretarissen mij een rode draad geven voor hoe het er logistiek dekomende jaren uit komt te zien qua Digitale Zaken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9623
Voorzitter. Begrotingen betekenen het kwantificeren van doelen. Hoeveelgeld geef je uit aan het een, en wat geef je daarom minder of niet meer uitaan het ander? Als ik dan kijk naar het voorgaande kabinet, denk ik: hm,dat was niet per se veel wat betreft doelen, maar ook zeker niet wat betreftmiddelen. Om het de beide Staatssecretarissen wat makkelijker te maken,zal ik ze daar op dit moment niet te veel over bevragen. We hebben nuimmers een coalitieakkoord met gelukkig een aantal hele mooie doelen opDigitale Zaken. Daar ga ik vandaag mijn focus op leggen.Voorzitter. In dat coalitieakkoord heeft het zelfs een eigen hoofdstuk, zoalsal even is gezegd: Nederland koploper in een digitale wereld. Dat heb iknatuurlijk vol enthousiasme gelezen. Mooie plannen, beginnend metdigitale autonomie, het versterken van technische capaciteit, eennationale aanpak voor digitale infrastructuur, publiek-private investe-ringen, cyberweerbaarheid – had Odido dat maar eerder gedaan – en hetinternet veiliger maken voor jongeren. Dit zijn echt plannen waar wijvoordelen in zien.Voorzitter. Wat wil het lot nu? Toen ik de budgettaire bijlage er nog eensbij pakte, heb ik precies nul euro kunnen vinden voor digitale zaken. Ikweet niet of u al eens heeft geprobeerd om van lucht brood te bakken,maar ik kan u vertellen dat dat verdraaid lastig is. Daarom dacht ik, toen ereen vragenronde aan de Minister van Financiën kwam over de budgettairetabel: ik ga dat gewoon helemaal nalopen; misschien heb ik gewoon ietsgemist. Ik neem u even mee.Vraag 136: Welke middelen zijn gereserveerd voor de oprichting van eendigitale dienst en het aantrekken van IT-talent? Antwoord: In het coalitieak-koord zijn geen additionele middelen gereserveerd voor de oprichting vaneen digitale dienst en het aantrekken van IT-talent. Vraag 214: Welkebudgettaire consequenties worden voorzien voor de plannen voordigitalisering en ICT? Antwoord: Dit betreft een uitwerking van hetcoalitieakkoord en zal door het kabinet verder worden uitgewerkt. Er zijnin het coalitieakkoord geen additionele middelen hiervoor gereserveerd.Vraag 215: Welke aanvullende middelen worden geïnvesteerd in sleutel-technologieën zoals AI en vanuit welke budgetten wordt dit gefinancierd?Antwoord: In het coalitieakkoord zijn geen aanvullende middelengereserveerd voor AI. Wel zijn er bestaande budgetten die worden ingezetvoor dit doel, bijvoorbeeld voor AI-pilots ter verbetering van de dienstver-lening. Ik heb nog wel drie, vier, vijf of zelfs zes vragen staan die ikallemaal kan opdreunen, maar dat zal ik u voor nu besparen. U snapt destrekking: er zijn in dit coalitieakkoord geen middelen gereserveerd voorde Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Het is nog niet duidelijk inhoeverre de Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit bestaande middelengefinancierd kan worden.Voorzitter. Als ik al deze vragen zo doorlees, heb ik een korte samen-vatting: er zijn gewoon geen middelen gereserveerd. Daarom heb ik devraag aan de Staatssecretarissen hoe zij hun taak gaan vervullen zonderdeze middelen. Kunnen zij deze plannen van aanpak doorgeven aanandere ministeries? Moet ik het dan zo zien? Kunnen zij aan het Ministerievan Financiën vragen waarom wij nog belasting heffen, als de overheiddoelen kan stellen zonder middelen daarvoor op te nemen? Nee,voorzitter, alle gekheid op een stokje: de oprechte vraag is hoe deStaatssecretarissen hun taken verwachten te gaan vervullen zonder dezemiddelen. Waar moeten de middelen daartoe dan vandaan komen, envooral: hoeveel middelen zijn er nodig voor de gestelde doelen? Daaroverdenken wij natuurlijk heel graag mee.Voorzitter. Dan nog een ander punt, dat in dit debat al heel vaak werdgenoemd. Een aantal weken geleden kwam naar buiten dat bij Odido eendatalek heeft plaatsgevonden. De verantwoordelijke hackergroepShinyHunters is sinds donderdag begonnen met het in stappen lekken vangegevens van de ruim 6 miljoen gedupeerden. Een deel van deze data lijktdata te zijn die de telecomprovider niet meer had mogen hebben of somsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9624
zelfs nooit had mogen noteren. Er was een mogelijkheid voor Odido omeen som te betalen en daarmee het datalek mogelijk te voorkomen. Uitberichtgeving blijkt dat Odido dat niet heeft gedaan, onder andere opadvies van de overheid. Daar heb ik een aantal vragen over. Hoe frequentworden telecomproviders of bedrijven met een grote hoeveelheidgevoelige informatie gecontroleerd door het CIOT of de AutoriteitPersoonsgegevens? Wat wordt er meegenomen in een controle van hetCIOT dan wel van de AP? Wat gebeurt er als een bedrijf niet aan de regelsvoldoet? Waarom heeft de overheid geadviseerd om niet te betalen aande hackersgroep om de data te beschermen? Op het platform Tweakersstaat dat het OM mogelijk een onderzoek start naar Odido. Kan datworden bevestigd? Wat gaat het OM dan precies onderzoeken? Wat wordtgedupeerden aangeraden om te doen? Wordt er onderzoek naar gedaanof Odido zich aan de AVG heeft gehouden, zoals meneer Van Dijk net ookal zei? Dan heb ik een vraag met betrekking tot de gedupeerden. Kunnengedupeerden juridisch reeds aanspraak maken op een schadevergoedingof moeten daarvoor eerst nog andere onderzoeken hebben plaatsge-vonden?Ik rond af, voorzitter. Het gaat om een hele hoop vragen. Ik wil vooral deStaatssecretarissen allebei heel veel succes wensen. Ik wil vooral ooktoejuichen dat er overduidelijk meer focus is gekomen op het gebied vanDigitale Zaken. Ik vind het als liberaal-conservatief Kamerlid vooral fijn dater een duidelijke focus is op de economische kansen van digitalisering enwat het onze maatschappij kan brengen. Het rapport-Wennink staat er ookhelemaal vol mee. Ik wil dus bijna zeggen: laten we de komende jaren aande slag gaan om het echt een stap verder te brengen en om niet meeralleen te kijken vanuit het dienstverlenende aspect, maar vooral ook echtvanuit de vraag waar de kansen zijn. Ik wil ze nogmaals heel veel succeswensen.Ik dank u wel.De voorzitter:Dan zie ik geen interrupties. Het woord is aan mevrouw Zwinkels van hetCDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte welkom aan de tweenieuwe Staatssecretarissen, voor Digitale Economie en Soevereiniteit envoor een Slagvaardige Overheid. Ik kijk ernaar uit om de komende jarenmet hen samen te werken. Vandaag is een mooie gelegenheid om de visievan de nieuwe Staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteitte horen. Daar ben ik heel erg benieuwd naar.De Staatssecretaris gaat aan de slag met een coalitieakkoord waaringoede afspraken zijn gemaakt over Digitale Zaken. Ik zal hieruit vandaageen aantal zaken toelichten die voor mijn partij extra belangrijk zijn, maarik begin voor nu met de voorgenomen centrale sturing op digitalisering.Hierbij heb ik allereerst de vraag aan de Staatssecretaris hoe zij invullinggaat geven aan die centrale sturing. Er liggen hierin grote kansen. Ookben ik benieuwd naar de eerste stap die de Staatssecretaris gaat zetten alshet gaat om de kennisdeling tussen ministeries, en om slagvaardigebesluitvorming over de digitale infrastructuur en de dienstverlening vande overheid. Kan de Staatssecretaris bijvoorbeeld zorgen dat er om inaanmerking te kunnen komen voor IT-projecten boven de 5 miljoen eurovanaf deze week financieringsaanvragen moeten worden ingediend dieaan centrale IT-standaarden worden getoetst?Ik noemde het al: in het coalitieakkoord zijn mooie afspraken gemaaktover digitalisering. Een van de punten waarover ik het meest te sprekenben, is dat er een duidelijke opdracht ligt om werk te maken van deonlineveiligheid van kinderen en jongeren. We willen een Europeseminimumleeftijd voor sociale media. Een ander punt in deze context – ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9625
is voor mijn fractie echt belangrijk – is dat we gaan inzetten op strengeregulering van in-gameaankopen, zeker als kinderen pushmeldingenkrijgen waarin ze aangemoedigd worden om vooral nog extra geld uit tegeven aan die in-gameaankopen. Wat ons betreft pakt de Staatssecretarisdit snel op. Kan de Staatssecretaris toezeggen de Kamer nog voor dezomer te informeren over hoe zij hier werk van gaat maken?Dit speelt bijvoorbeeld bij Roblox. Over dit onlinespelplatform is veel tedoen geweest. Het was vorige week nog in het nieuws. Ik heb er ookmondelinge vragen over gesteld. Inmiddels loopt er een tweetal onder-zoeken naar Roblox: één door de ACM en een door het Ministerie vanBinnenlandse Zaken. Het ministerie laat een kinderrechtenimpactas-sessment uitvoeren. Eerder is er een dergelijk kinderrechtenimpactas-sessment gedaan naar TikTok, Snapchat en Instagram. Wat is ervervolgens gedaan met deze uitkomsten? Ik las dat deze mogelijkverwerkt worden in de digitale kijkwijzer. Klopt dit? Wat is de stand vanzaken van de uitwerking van die digitale kijkwijzer? Wij maken ons ookzorgen over de whatsappkanalen, waardoor vooral filmpjes en foto’s vankinderen opeens door anderen op YouTube worden gezet. Herkent deStaatssecretaris dit beeld? Wordt WhatsApp meegenomen in die digitalekijkwijzer?Als we breder naar de bescherming van mensen kijken, zijn we ookvoorstander van het beter in de wet verankeren van digitale rechten vanmensen, zoals het recht op transparantie en het recht op eigenaarschapvan data.Een andere prioriteit voor het CDA is het voorkomen en afbouwen vandigitale afhankelijkheden. Voor het reces hebben we hier een goed debatover gehad in het kader van de overname van Solvinity. Wat het CDAbetreft kunnen we niet alles in één keer afbouwen. We erkennen dat hettijd gaat kosten, maar we moeten de basis wel op orde brengen. Eenstartpunt hiervoor is betere sturing bij de aanbesteding en uitbestedingvan digitale diensten aan marktpartijen. In het debat hebben we hiersuggesties voor aangedragen en een tweetal moties over ingediend.Zoals ik al eerder zei, kan de Staatssecretaris aan de slag gaan met mooieonderwerpen. Ze krijgt het centrale stuur in handen, maar zal ook moetensamenwerken met collega-bewindspersonen van andere ministeries. Voornu noem ik er drie. Allereerst Economische Zaken. Ten aanzien vandigitale economie zijn wij benieuwd naar de geplande AI-fabriek inGroningen. In eerdere stukken werd gesteld dat deze al in 2026 in gebruikgenomen zou kunnen worden. Wat is de status en hoe worden wijhierover geïnformeerd? Ten tweede digitale adoptie door het mkb, zowelwat betreft cybersecurity, waar we het net over hadden, met de AutoriteitPersoonsgegevens, als innovatie. Het mkb wordt in 2026 verder onder-steund in het digitaliseren van bedrijfsprocessen vanuit de zogenaamdeSmart Industry Schaalsprong Agenda en de European Digital InnovationHubs. Hoe gaat dit eruitzien en wat kunnen wij op dit punt verwachten?Ten tweede Binnenlandse Zaken. De gemeenteraadsverkiezingen komeneraan en voor onze democratie is digitale weerbaarheid ook enormbelangrijk. Wordt er goed gemonitord of er in de campagnetijd geensprake is van inmenging en manipulatie? We lezen over de ondersteuningdie het kabinet wil bieden aan kleinere gemeenten in 2026. Zijn dezeplannen al goed uitgewerkt, zodat ook de nieuw verkozen raadsleden hiersnel mee geholpen zijn? Dat geldt overigens ook voor ambtenaren, geletop het programma ten aanzien van hun digitale vaardigheden. Hierbijkunnen we ook de koppeling maken met de recente berichtgeving over AIen stemhulp.Ten derde en tot slot de zorg. We zien dat op verschillende onderwerpenstappen gezet kunnen worden als het gaat om het gebruik van digitaleinnovaties. Het CDA vindt dat we zinvolle toepassingen in de praktijkmoeten steunen, onder andere in de zorg. Wat het CDA betreft is erbijvoorbeeld nog een wereld te winnen met het op orde krijgen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9626
digitale gegevensuitwisseling. Gaat de Staatssecretaris zich in het kabinetook hardmaken voor dit soort kansen, zoals het mogelijk maken vandigitale gegevensuitwisseling in de zorg?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn felicitaties aan de nieuwe bewinds-personen. Veel succes en zegen bij hun werk.Het is mijn hoop dat het kabinet ambitieus aan de slag gaat om te zorgenvoor een veilig en toegankelijk internet. Er gebeurt namelijk heel veel inde wereld. We leven niet in een tijdperk van verandering, maar eenverandering van tijdperk. Ik mis soms weleens de ambitie van kabinetten – niet van dit kabinet, want dit moet nog beginnen – in zowel visie,financiële middelen als tempo. Ik hoop dat dit kabinet een goed voorbeeldgaat geven. Ik zal een aantal zaken noemen waarvan ik het gevoel heb dateen van deze onderwerpen speelt.Allereerst de overheidsdomeinextensie. Een veilig internet gaat bijvoor-beeld over het voorkomen van misleiding, phishing. Er zijn commerciëlesites actief die zich voordoen als een officiële website van de overheid endie overheidsdiensten aanbieden tegen hoge prijzen, terwijl die inwerkelijkheid gratis of op z’n minst een stuk goedkoper zijn. Er vindt ookveel oplichting plaats. Dat loopt in de tienduizenden gevallen per jaar. Nogerger is het als het juist criminele namaaksites zijn die zo persoonsge-gevens van burgers buitmaken. Een manier om verwarring te voorkomenen om burgers meer zekerheid te geven over het feit dat zij zich daadwer-kelijk op een overheidssite bevinden, is zorgen voor een overheidsdomei-nextensie, bijvoorbeeld.gov.nl. Al in 2024 nam een voorganger van dezebewindspersonen, toenmalig Staatssecretaris Van Huffelen, hier eenprincipebesluit over, namelijk «dat gaan we doen», maar sindsdien is ervolgens mij bar weinig gebeurd. Kan de Staatssecretaris toezeggen metvaart te gaan toewerken naar één officiële overheidsdomeinextensie?Welke stappen worden hier dit jaar nog op gezet? Ik hoop op voortva-rendheid en ik overweeg ook een motie op dit punt.Voorzitter. Dan het onderwerp leeftijdsverificatie. Een onderwerp waaronze partij zich al langer voor inzet, is onlineleeftijdsverificatie voordiensten waarvoor een minimumleeftijd geldt. Ik vind het goed om in hetcoalitieakkoord te lezen dat het kabinet wil inzetten op een handhaafbareEuropese minimumleeftijd van 15 jaar voor social media met privacy-vriendelijke leeftijdsverificatie. Maar het was ook een wens van de Kamerom te komen tot nationale wetgeving voor betrouwbare en privacyvrien-delijke leeftijdsverificatie, bijvoorbeeld voor het kunnen kopen van alcoholop websites, online gokken en het kunnen bekijken of kopen van dienstenvan verschillende websites waarvoor je volgens de wet een bepaaldeminimumleeftijd moet hebben. Ik heb hier met de vorige Staatssecretarisbest mee geworsteld, omdat deze pertinent weigerde om de aangenomenmoties voor een nationale wetswijziging uit te voeren. Ik hoop dat deKamer deze strijd niet opnieuw met het kabinet hoeft aan te gaan. Mijnvraag is daarom: wanneer kunnen we van het kabinet nationale wetsvoor-stellen over leeftijdsverificatie, zoals andere landen in Europa al doen,richting de Kamer verwachten?Voorzitter. Dan ten aanzien van schermgebruik. Er is al wat gezegd over derichtlijnen. Het is goed dat die er zijn, maar hoe gaan we die aan de manbrengen? Ik heb eerder gepleit voor een digitale schijf van vijf waarmee jede richtlijnen actief onder de aandacht brengt – dat kan ook op een anderemanier – bij scholen en GGD’s, waardoor kinderen maar ook ouderscontinu in contact komen met die richtlijnen van de overheid en we hetgaan normaliseren en normeren. Kan de Staatssecretaris toezeggen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9627
richtlijnen uit te gaan werken en te zorgen dat deze op plekken terecht-komen waar kinderen en ouders vaak zijn?Voorzitter. Dan een belangrijk onderwerp, een hardnekkig probleemrondom onlinekindermisbruik. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel enSeksueel Geweld tegen Kinderen heeft meermaals de noodklok geluidover de enorme schaal waarop online seksueel kindermisbruik plaats-vindt, en over het feit dat het aantal meldingen in de afgelopen jarenenorm is gegroeid. Het trieste feit is dat naar schatting meer dan 50% vanhet onlinekindermisbruik wereldwijd in Nederland wordt gehost. Ik lees inhet coalitieakkoord dat onlinekindermisbruik wordt aangepakt. Dat ismooi. Maar kan de Staatssecretaris meer delen over wat we noudaadwerkelijk gaan doen? In Denemarken loopt een onderzoek om teverkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in de aanpakvan bijvoorbeeld verdachte transacties die kunnen duiden op betalingenvoor misbruik dat via livestreams plaatsvindt. Kan de Staatssecretaristoezeggen mogelijke maatregelen te verkennen en de Kamer hier in iedergeval voor het zomerreces over te informeren?Eerder is een voorstel van mij aangenomen dat vroeg om verplichteleeftijdsverificatie op seksadvertentieplatforms, om kindermisbruik tegente gaan. Dat betekent dat iemand die seksuele diensten aanbiedt, voordatdie op een website komt, online moet verifiëren dat die de minimaleleeftijd heeft voordat die wordt geplaatst. Het klinkt gek, maar dieverplichting bestaat niet in Nederland, met misbruik als gevolg. Het vorigekabinet weigerde deze motie uit te voeren, met als reden dat onlineleef-tijdsverificatie makkelijk kan worden omzeild. Dit lijkt me geen goedereden. Een meerderjarige kan ook bier kopen en dit vervolgens doorgevenaan een minderjarige, en er zijn vele manieren om bepaalde wetgeving teomzeilen, maar dat is toch geen reden om voortaan niet meer om een IDte vragen in de supermarkt? Mijn ernstige, serieuze vraag is dan ook: kanhet kabinet alsnog toezeggen die motie uit te voeren, waardoor we inieder geval aan de voorkant, als het gaat om seksadvertentieplatforms,kindermisbruik kunnen tegengaan?Voorzitter. Ook is het van belang dat slachtoffers van seksuele uitbuiting,minderjarig of niet, de hulp krijgen die zij nodig hebben. Een belangrijkinstrument hiervoor is het Online Outreach Programma. Tot en metoktober 2025 liep het Online Outreach Programma, gefinancierd doorJustitie en Veiligheid. Middels dit programma werden proactief potentiëleslachtoffers van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik bereikt. Ik vindhet onbegrijpelijk dat een dergelijk effectief programma niet wordtvoorgezet. Ik ga daarom straks een amendement indienen om hier nog ditjaar geld voor vrij te maken. Het is niet veel geld, maar het helpt wel omeen aantal mensen die in een hele kwetsbare positie zitten alsnog uit deverschrikkelijke wereld van seksuele uitbuiting te halen. Ik hoor graag deappreciatie van het kabinet.Ten aanzien van Odido hebben we al wat uitgewisseld, dus ik sluit me aanbij de vragen van mijn voorgangers. Ik heb nog wel twee andere vragen.Is het kabinet bereid om een publiekscampagne op te starten ombijvoorbeeld tweestapsverificatie de norm te maken? Dit maakt oplichtingveel lastiger voor mensen die gegevens in handen hebben. Ik heb het er alin mijn interruptie met mevrouw Rajkowski over gehad: de huidigeschaderegeling is wat mij betreft niet voldoende. Je kan alleen schadeclaimen op het moment dat er daadwerkelijk schade is, maar preventievemaatregelen worden niet vergoed. Denk bijvoorbeeld aan paspoortver-vanging. Dat lijkt me wel het minste wat we kunnen bieden; dat laat decasus Odido ook zien. Ik zou graag willen dat de wetgeving of richtlijnenhierop aangepast worden, zodat dit mogelijk wordt en ook de norm wordt.Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar?Voorzitter. De opkomst van AI zorgt ervoor dat er allerlei nieuwe kansenontstaan, maar er ontstaan ook uitdagingen, bijvoorbeeld rondomauteurschap. De ChristenUnie wil dat Nederlanders via het auteursrecht,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9628
naar Deens voorbeeld, copyright op hun eigen lichaam, gezichtsken-merken en stem krijgen, als vorm van bescherming van de lichamelijkeintegriteit. Eerder vroeg een Kamermeerderheid hier al om, maar hettoenmalige kabinet wilde dit nog niet. Hoe kijkt het nieuwe kabinet hier,met de snelle ontwikkelingen rond de implementatie van AI, nu tegenaan? Is het kabinet bereid hier de nodige wetgeving of regels voor op testellen?Voorzitter, tot slot: toegankelijkheid. Digitale toegankelijkheid is vangigantisch belang, zeker als steeds meer overheidsdiensten digitaalplaatsvinden. Daar is dan ook vaak DigiD voor nodig. Sommige mensenhebben iemand anders, bijvoorbeeld een mantelzorger, die zaken voorhen regelt. Dat zijn mensen die handelingsonbekwaam zijn of gewoon nietmeer zelf hun zaken kunnen regelen. Die hebben in de huidige syste-matiek dan wel een probleem. De DigiD mag immers niet door iemandanders worden gebruikt. Een motie van mij ging hier ook over, maar ik zienog geen beweging hierin. Kan het kabinet toezeggen dat het voor hetzomerreces de nodige wijzigingen naar de Kamer stuurt om mensen meteen beperking daadwerkelijk te betrekken en digitale toegankelijkheid echthanden en voeten te geven?Voorzitter. Tot zover mijn vragen. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan is het woord aan mevrouwBeckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Op 19 maart 2024 schokte het AD met het nieuws dat tientallenbekende Nederlanders, waaronder Tweede Kamerleden en leden van hetKoninklijk Huis, figureren in deepfakepornovideo’s. Deze zijn vaaktienduizenden keren bekeken. Wij kregen het advies: blijf stil en doeaangifte; dan komt het vast snel goed. Dat is deze maand twee jaargeleden. Ik heb vanochtend even gekeken. Nog steeds staan dezedeepfakepornovideo’s van mij online, op meerdere websites. Die staanniet in een onvindbaar hoekje van het internet, maar zijn eenvoudig viaGoogle te vinden. «Blijf stil en doe aangifte» is volstrekt onvoldoende. Ja,er is één website op zwart gegaan. Voor zover we weten is er iemandaangehouden, een 73-jarige Nederlandse man. Of het OM gaat vervolgen,weten we niet. Je kunt de video’s echter nog steeds gewoon bekijken.Kunt u zich voorstellen dat ik dit volstrekt onacceptabel vind?Dit is mijn voorbeeld, maar ik noem dit omdat dit voor steeds meermeisjes en vrouwen alleen maar erger wordt. Vrouwen waren buiten enthuis al te vaak niet veilig. Nu zijn ze ook online niet veilig. Het internetwordt dag na dag onveiliger. Cijfers van Offlimits laten dat ook zien. In2024 nam een recordaantal slachtoffers contact op met Offlimits,gemiddeld meer dan 600 meldingen per maand. In 2025 zet die stijgingvan het aantal meldingen zich onverminderd voort. 99% van de slacht-offers is vrouw. Veel erger is dat heel veel van hen minderjarig zijn. Komniet met: blijf stil en doe aangifte. Hier moet veel meer gebeuren. Dit magniet het nieuwe normaal worden. Wat gaat het nieuwe kabinet hieraandoen? Kinderporno kan binnen 24 uur offline gehaald worden. Wil hetkabinet zorgen dat dat ook voor deepfakeporno gaat gebeuren? Offlimitszegt: «Extra wetgeving is niet nodig; de wet is er. Het is de handhaving dieontbreekt.» Ik deed aangifte van de websites die nu online staan en kreegte horen dat het niet opgepakt ging worden. Hoe zorgen we dat dit wélprioriteit gaat krijgen? Want het wordt alleen maar erger. Inmiddels kun jevia Grok op X mensen uitkleden en kun je ook dit soort video’s maken.Offlimits en Fonds Slachtofferhulp spannen een kortgeding aan tegenGrok en X: voorkom dat techbro’s grensoverschrijdend gedrag gaanfaciliteren. Wat gaat het kabinet hieraan doen? Mijn pleidooi vandaag isdat voor een vrij en veilig internet. Dat betekent harder ingrijpen wanneerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9629
dat niet zo is, zoals bij de opkomst van deepfakeporno, maar dat betekentook heel veel ellende voorkomen.Voorzitter. Ik ben de laatste spreker, dus ik kan mij bij heel veel sprekersaansluiten die zaken hebben gezegd over bijvoorbeeld Odido.De SP pleit voor digitaal democratiseren, minder macht voor Amerikaansetechbro’s en meer zelf doen. De lakmoesproef voor dit kabinet is ook heelduidelijk. Na de plannen om het bedrijf achter DigiD te verkopen aanAmerikanen en de NS die diensten wil uitbesteden, bleek het nog gekkerte kunnen. De Belastingdienst gaat de btw-ICT uitbesteden aan hetAmerikaanse bedrijf FAST voor software. Dit betreft software en service.Kan Trump er straks voor zorgen dat er geen btw meer binnenkomt bij deoverheid? Dat vragen we aan het kabinet. Hoe dom kunnen we zijn? Wilhet kabinet erkennen dat de eerste reactie, namelijk dat het allemaal welmeevalt, een fout was en dat het wel gaat bezien hoe we dit soort zakenkunnen voorkomen? Hoe kunnen we praten over soevereiniteit als weondertussen onszelf in een wurggreep aan het worstelen zijn? Is het hiernog mogelijk in te grijpen? We begrijpen dat dat hier niet meer zo is. Deelthet kabinet onze mening dat we überhaupt moeten stoppen met hetaanbesteden van dit soort diensten? Hoe gaat het kabinet dit doen? Ikvraag dit ook gelet op waar collega’s al op gewezen hebben: de plannenzijn mooi en de doelen zijn mooi, maar zolang de middelen ontbrekenkunnen we ook moeilijk zelf publieke alternatieven opzetten.Een vrij en veilig internet betekent digitale autonomie, maar dat is niethetzelfde als Europese techbro’s hetzelfde laten doen als Amerikaansetechbro’s. De ontwikkeling van AI moeten we niet overlaten aancommercie en techmiljardairs. Vooruitgang moet vrijheid brengen, inplaats van onzekerheid voor velen en grote winsten voor een enkeling. InTrouw is een reconstructie te lezen van hoe tijdens een etentje bij MinisterKarremans zes techbro’s het AI-beleid van het nieuwe kabinet mochtenvormgeven. Dan lijkt de hebzucht toch wel te winnen. Dit AI Deltaplankwam er mede na een oproep van de Autoriteit Persoonsgegevens. Zijvond dat zo’n plan moest zorgen voor het «beschermen van grondrechtenen fundamentele waarden» waarbij «overheid, bedrijven en burgersallemaal een rol hebben», maar dit AI Deltaplan lijkt daar haaks op testaan, met wensen als «move fast and break things», waarmee onderandere aan arbeidsrecht wordt getornd.Ik vraag aan het kabinet of het onze mening deelt dat de voordelen van AIjuist ten goede moeten komen aan werknemers en dat we niet moetentornen aan bijvoorbeeld het ontslagrecht. Welke waarborgen bouwt het inom te voorkomen dat we met publiek geld bedrijven groot maken dievervolgens alsnog verkocht kunnen worden aan Amerikaanse partijen?Gelooft het werkelijk dat de bomen altijd tot in de hemel zullen groeien?Zo’n 95% van alle generatieve AI-projecten faalt, blijkt uit onderzoek vanhet MIT. Hoe voorkomt het dat we straks met publiek geld, bijvoorbeeldgeld uit de pensioenpotten, een economische bubbel aan het creëren zijn,die als die barst de samenleving opzadelt met nieuwe hoge kosten?Voorzitter. Dit is mijn laatste punt. Daar is al aandacht voor gevraagd,maar ik wil het ook expliciet benoemen. Wanneer we het hebben overdigitale autonomie en digitale veiligheid, gaat het vaak over Nederland,maar niet expliciet over het Caribisch deel van het Koninkrijk, terwijl zedaar misschien nog wel kwetsbaarder zijn. De NCTV wijst op structureleafhankelijkheden, die een kwetsbaar ecosysteem vormen. Bijna al hetinternetverkeer loopt via zeekabels naar Puerto Rico, waar het aansluit opeen internetknooppunt in de VS. Bij storingen zijn er weinig alternatieven.De NCTV pleit voor meer inzicht in afhankelijkheden en het ontwikkelenvan terugvalopties. Onze vragen zijn als volgt. Hoe gaat het kabinet ook dedigitale autonomie van het Caribisch deel van het Koninkrijk versterken?Wat is de laatste stand van zaken wat betreft de zeekabels? Collega’svroegen hier ook al naar. Wat is er extra nodig om ervoor te zorgen datinwoners daar digitaal vrij en veilig kunnen zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9630
Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat brengt ons bij het einde van de eerste termijn van deKamer. Er zijn veel vragen gesteld, over drie verschillende begrotingen.Volgens mij moet er ook nog heen en weer gewandeld worden en zit ereen lunchpauze tussen. Ik denk dat het realistisch is om een uur teschorsen. Dat betekent: tot 12.41 uur. We kunnen er ook 12.45 uur of 12.40uur van maken. We schorsen tot 12.45 uur.De vergadering wordt van 11.42 uur tot 12.45 uur geschorst.De voorzitter:Het is inmiddels 12.45 uur, dus we gaan verder met dit WGO DigitaleZaken. We gaan beginnen met de beantwoording door de Staatssecreta-rissen. Het is handig als we eerst even een totaalbeeld krijgen van alleblokjes. Ik denk dat mevrouw Aerdts daarna gaat beginnen.Staatssecretaris Aerdts:Zeker, voorzitter. Ik heb zes onderwerpen waar ik eerst bij stil zal staan.Het coalitieakkoord, de portefeuilleverdeling en de begroting zijn nummereen. Daarna komen digitale soevereiniteit, de digitale economie, dedigitale samenleving, de digitale overheid en de begroting JenV, of overigJenV. En dan is mijn collega.Staatssecretaris Van der Burg:Die neemt het dan over met BZK, de Carieb en overige.De voorzitter:Dat is heel helder. Heel veel dank. Dan is het woord aan u.Staatssecretaris Aerdts:Dank u wel, voorzitter. Ik voel me ontzettend vereerd dat ik vandaag en inde komende periode met uw Kamer in gesprek mag gaan over de digitaletoekomst van Nederland. Vanuit mijn achtergrond in veiligheid heb ik ookervaren dat de wereld er een aantal jaar geleden heel anders uitzag. Ik wiler allereerst heel graag bij stilstaan dat we zo veel geluk hebben met zo’nactieve en kundige digitale commissie. Wij kijken dus ontzettend uit naardie samenwerking.Digitalisering is een transitie die ingrijpt in alle facetten van onzeeconomie, samenleving en overheid. Het vormt de ruggengraat vanallerlei vitale processen en van de benodigde economische groei eninnovatie in de komende decennia. Het is dé motor die ons in staat steltom concurrerend te blijven en nieuwe kansen te creëren. Tegelijkertijd zijner vele uitdagingen, onder andere rond risicovolle strategische afhanke-lijkheden van landen buiten Europa en rond verslavende algoritmes enschadelijke content, ook in relatie tot onze democratische rechtsstaat.Digitalisering raakt iedereen, maar jonge mensen misschien nog wel hetmeeste. Zij groeien op in een wereld waarin online en offline volledig metelkaar verweven zijn, waarin kansen voor ontwikkeling hand in hand gaanmet risico’s als desinformatie, verslaving en verlies van privacy. Het isonze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat technologie hun talentversterkt in plaats van beperkt en dat zij niet alleen gebruikers zijn, maarook medevormgevers van de digitale toekomst.Digitale soevereiniteit betekent daarom ook investeren in digitalevaardigheden, weerbaarheid en gelijke kansen voor de volgendegeneratie. Als Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit ben ikverantwoordelijk voor de coördinatie over de volle breedte van digitali-sering en soevereiniteit, van onze digitale economie en samenleving totaan de digitale overheid. Bij de digitale overheid is mijn rol kaderstellend,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9631
terwijl mijn collega-Staatssecretaris Eric van der Burg vanuit zijnportefeuille, Slagvaardige Overheid, gaat over de realisatie van dedigitaliseringsopgave voor de Rijksoverheid. Ik ben blij met dezeverantwoordelijkheid en met de ambities die in het coalitieakkoord staanover deze toekomst. Wij zijn erg blij met dat hele hoofdstuk. We kunnen ernamelijk niet langer omheen draaien: het gaat niet goed met de Europesedigitale positie ten opzichte van de rest van de wereld. Maakte deEuropese digitale sector in 2010 nog een kwart van de wereldwijdedigitale sector uit; in de afgelopen jaren is dat geslonken naar 11% in 2022en nu zelfs naar minder dan 10%. Als we kijken naar research anddevelopment, zien we dat de EU zo’n 7% van deze uitgaven op het gebiedvan ICT-software voor haar rekening neemt en slechts 11% op het gebiedvan ICT-hardware. Deze ontwikkeling vergroot onze afhankelijkheid vanandere landen, met name de Verenigde Staten en China. Onze samen-leving draait feitelijk op technologie van buiten. Er zijn brede zorgen overwie mogelijk toegang heeft tot onze data; dat hebben we afgelopen weekook weer duidelijk gezien.Als je dat combineert met de geopolitieke realiteit, weet je genoeg. Dit zetonze economie, onze veiligheid en onze samenleving onder druk. Er is eenomslag nodig. We moeten als Nederland en Europa onze afhankelijkhedenverkleinen. We moeten zelf meer een speler zijn en sleutelpositiesopbouwen: van pilotland naar opschaalland. En we moeten als overheidbewuster gaan kiezen en sturen op de inrichting van onze digitalesystemen en infrastructuur, overigens zonder daarbij volledig digitaalsoeverein of autonoom te zijn. Het gaat erom dat we risicovolle strate-gische afhankelijkheden afbouwen en waar mogelijk zelf strategischeposities opbouwen. Daarvoor is een trendbreuk nodig. Onze huidige inzetis onvoldoende. We gaan te langzaam, ondanks alle goede inspanningenrond wetgeving, innovatie, de AI-fabriek en de NDS. Kortom, ik wil aan deslag. Ik zei net al: Rob geeft ons een euro voor elke keer dat we datzeggen. Dat is niet helemaal waar, maar ik ben altijd blij als het genoegterugkomt. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwe visies of strate-gieën – in voorbereiding op dit debat heb ik voor mezelf zeker 50 plannen,strategieën en bullets genoteerd op een hele grote lijst – maar we gaanwel vooruit met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, de StrategieDigitale Economie, de Agenda DOSA en de Nederlandse Cybersecuri-tystrategie. Ik wil deze stukken doorvertalen naar gerichte actie enconcrete resultaten.Daarbij wil ik de volgende accenten zetten. Allereerst wil ik blijvendinzetten op de protect-maatregelen met het EU Digital Rulebook, waarmeewe spelregels opstellen voor de digitale platforms en opkomendetechnologieën als AI en cybersecurityeisen stellen aan digitale productenen organisaties. Het kabinet wil ook extra maatregelen nemen om eenminimumleeftijd voor gebruikers van sociale media te introduceren. Maardenk ook aan interventies rond 5G of bij ongewenste overnames. Kortom,die protect-agenda zetten we met extra energie voort.Tegelijkertijd is het ook helder dat we ons tegen die afhankelijkheid nietkunnen weren met alleen wetgeving en veiligheidsmaatregelen. Er isgrote noodzaak om echt werk te maken van de promote-agenda, door teinvesteren in ontwerp, ontwikkeling en het gebruik van Nederlandse enEuropese digitale sleuteltechnologie, modellen en infrastructuur. Als jevergeet om te promoten, heb je ook niks om te protecten. Het vizier moetnadrukkelijk gericht zijn op het versterken van onze eigen digitaletechnologische slagkracht, zodat we concurrerend en weerbaar zijn. Hetmoet ook plaatsvinden op basis van Europese waarden. Overheid,bedrijfsleven, kennisinstellingen en de financiële sector moeten hiervoorde handen ineenslaan, in Nederland, in Europa en met onze partnerswereldwijd.De overheid kan dit faciliteren, enerzijds door gericht en ambitieus beleidte maken, door alles te doen om techbedrijven hier te laten pionieren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9632
ze vervolgens te behouden als ze groeien, nationaal en Europees, enanderzijds door zelf het goede voorbeeld te geven als een overheid diezelf digitaal autonomer wil worden, de regie neemt in de eigenICT-huishouding en tegelijkertijd werk maakt van haar rol als launchingcustomer. De sleutel daartoe ligt deels in Nederland en deels in Europa.Ons aanbestedingskader moet meer ruimte bieden om op grond vanautonomie, weerbaarheid en veiligheid te kiezen voor Europese digitaleinfrastructuur, producten en diensten.Tot slot, voorzitter. Een digitale economie en samenleving kunnen nietzonder een sterke digitale overheid. Het is onze verantwoordelijkheid omte zorgen voor een overheid die digitaal toegankelijk is voor iedereen,efficiënt werkt en weerbaar is tegen dreigingen van buitenaf. Dat betekentdat publieke dienstverlening begrijpelijk, gebruiksvriendelijk en inclusiefmoet zijn, zodat burgers en ondernemers daadwerkelijk profiteren van dedigitalisering. Het betekent dat er meer regie komt in het inkoopbeleid omzo de ontstane ongewenste afhankelijkheden af te bouwen. Wij zullen nietalleen samenwerken, maar ook altijd in contact staan met onze collega’svan bijvoorbeeld de Ministeries van OCW, VWS, BZK, Defensie enEconomische Zaken. U gaf dat ook al een aantal keer aan. Ik zeg daarbijwel: dit gaat niet van de ene op de andere dag. Maar het moet welgebeuren. Alleen met een digitaal volwassen overheid, een weerbaresamenleving en een excellente digitale infrastructuur met bedrijven vanwereldklasse, kunnen we onze publieke waarden borgen, het vertrouwenvan burgers versterken en onze digitale soevereiniteit waarmaken.Daarvoor zet ik me de komende periode vol overtuiging in.Ik zal eerst even stilstaan bij alle vragen over het coalitieakkoord, deportefeuilleverdeling en de begroting. Allereerst de vraag van mevrouwKathmann of er in de formatie adviezen zijn gemaakt waarop de verdelingvan deze portefeuille is gebaseerd. U bent ermee bekend dat de formateurover het algemeen op sommige momenten informatie vraagt vanuit dedepartementen. De inhoudelijke beantwoording wordt actief openbaargemaakt door de formateur en de informateur. Er is ook een ambtelijkadvies uitgebracht over de precieze verdeling. Daarbij zijn wij helemaalnog niet betrokken geweest, want op dat moment waren wij nog nietbeëdigd als Staatssecretaris. Wij zoeken nog even naar de correcte manierom dat openbaar te maken: of de formateur dat zou moeten doen of datwij dat zouden kunnen doen. We zijn echter wel voornemens om het tedoen. We zullen ervoor zorgen dat dat via de goede route bij u terecht zalkomen.Een andere vraag die een aantal keer terugkwam, onder andere bijmevrouw Kathmann, de heer Van den Berg en mevrouw El Boujdaini, ishoe het kabinet denkt al deze ambities waar te kunnen maken zonder geld.«Wanneer kunnen we een stevig financieel voorstel verwachten?» Aan deene kant snap ik soms wat u zegt: er komt geen geld bij. Dat is ook inantwoord op veel technische vragen zo verwoord. Aan de andere kantprioriteert het kabinet de versterking van de concurrentiekracht en hetverdienvermogen. Digitalisering en AI hebben daarin een hele prominenterol. Ik wil mij er dan ook voor inzetten dat het kabinet echt actie gaatondernemen. Dat doe ik bijvoorbeeld door te bevorderen dat de innovatie-middelen van het NADI in de start- en scale-upfinanciering van deNederlandse investeringsinstelling ook open komen te staan voor digitaleNederlandse tech-ecosystemen. Er komt structureel 100 miljoen voor deNationale Technologiestrategie en voor innovatie. De uitwerking moet nogplaatsvinden, maar we gaan er natuurlijk op inzetten dat er ook een sterkedigitale component zal zijn.Dat er centraal geen aanvullende middelen worden gereserveerd,betekent verder niet dat er geen geld wordt uitgegeven. Overheidsorgani-saties geven ieder voor zich middelen uit om genoemde kansen terealiseren en uitdagingen aan te pakken. Daarom ga ik ook in gesprek metdiverse overheidsorganisaties, zoals het Rijk, dienstverleners, gemeenten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9633
provincies en waterschappen, om te kijken hoe we onze ambities zo veelmogelijk kunnen realiseren.Mevrouw El Boujdaini vroeg zich ook af hoe ik dit proces de komendeperiode voor me zie. Op dit moment wordt er interbestuurlijk gewerkt aaneen volledige uitwerking van de investeringsagenda. Dat gebeurt metgemeenten, provincies, waterschappen et cetera. Daarin komt ook eennadere uitwerking en onderbouwing van de kosten. Daarin komen ook deeventuele baten van de NDS voor Nederland aan bod, evenals devoorgestelde financieringsmogelijkheden. Mijn aandacht zal de komendetijd uitgaan naar welke plannen realistisch en haalbaar zijn en waarvoorwe met andere bestuurslagen de benodigde mensen en middelen zoudenkunnen vrijspelen.Mevrouw Kathmann vroeg ons wat wij gaan doen om de Kamer meerinzicht te geven in de uitgaven op het gebied van digitale zaken. We willenons daar echt uitermate voor inspannen en u hierover op een latermoment informeren. De afgelopen tijd is er op ambtelijk niveau al contactgeweest met het Ministerie van Financiën om de mogelijkheden hiervoorgoed in kaart te brengen. Maar zoals u net ook al aangaf, zitten we nuvolgens mij formeel aan het einde van week 1 of aan het begin van week2. Ik wil me er dus echt nog even goed in verdiepen. Zo kan ik een goedvoorstel doen.Nog een vraag van mevrouw Kathmann: hoe gaan deze Staatssecreta-rissen samenwerken met hun Defensiecollega’s om het nationale belangin de digitale infrastructuur te versterken, zoals ook is gevraagd in demotie op stuk nr. 18 (36 592)? Ze vroeg of het een optie is om bepaaldeprojecten samen met Defensie te financieren en, zo ja, waar het dan omkan gaan. Het antwoord is: jazeker. We doen het ook al. De AI-fabriek inGroningen is een concreet voorbeeld van een gezamenlijke investeringom de digitale infrastructuur te versterken. Verder vindt er samenwerkingmet Defensie plaats rondom bijvoorbeeld de actieagenda voor cybersecu-ritytechnologieën, als onderdeel van de Nationale Technologiestrategie,de Nationale Cryptografiestrategie – hier gaan we al met de strate-gieën! – en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. Dat is ter bevorderingvan de digitale soevereiniteit en cybersecurity.Mevrouw El Boujdaini vroeg mij ook nog hoe ik aankijk tegen eenfinanciële paragraaf bij projecten en programma’s. Daar ben ik een grootvoorstander van. Vanuit de Comptabiliteitswet is het al verplicht om bijnieuwe voornemens en voorstellen de financiële gevolgen in kaart tebrengen. De complexiteit hierbij is wel dat niet altijd precies inzichtelijkgemaakt kan worden wat nou een ICT-component is, omdat die somsverweven is met andere kosten. Om het inzicht in die financiën tevergroten, loopt er al een traject om de financiële gegevens van groteICT-projecten te verbeteren.Dit ter afronding van mijn eerste blokje, te weten coalitie, portefeuille enbegroting.De voorzitter:Dan geef ik even het woord aan mevrouw Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid! Zij heeft een vraag over de financiering. Dank inieder geval voor de beantwoording. In een eerder debat was er eeninterruptiedebatje tussen mevrouw Zwinkels en de heer Van den Bergover financiering. Toen mevrouw Zwinkels daarin gevraagd werd naar definanciële uitdagingen, antwoordde zij dat zij ook nog wel mogelijkhedenzag rond de uitbreiding van het defensiebudget en wat daaraan allemaaluitgegeven gaat worden. Dat zou misschien ook zijn weg kunnen vindennaar bepaalde aspecten van digitalisering of de NDS. Daar ben ik heel blijmee, maar wordt dat meegenomen in het plaatje dat wij krijgen? Enbestaan daar al stukken over? Zijn er al gedachtewisselingen overgeweest?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9634
Staatssecretaris Aerdts:Op dit moment bestaan daar nog geen stukken over. Dit is wel iets wat wemet elkaar gaan bespreken, maar het is nu eigenlijk nog te vroeg omdaarover uitspraken te doen. Maar nu wij weten dat dit voor uwcommissie zo belangrijk is, zullen we dit meenemen als wij u hieroververder informeren.De voorzitter:Dan is er een vraag van de heer Van den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Ja, daaropvolgend. Kan de Staatssecretaris bevestigen of die 1,5% van hetNAVO-budget – daar hebben we het volgens mij over, want 3,5% is striktgenomen voor militair materieel en 1,5% is voor de ondersteunendezaken – ook echt gebruikt kan worden voor al deze digitale infra? En zonee, kan zij dat dan uitzoeken?Staatssecretaris Aerdts:Ik kan dat nu nog niet toezeggen. Het wordt op dit moment uitgezocht,maar als we daar een update van hebben, komen we zeker bij dezecommissie terug.De voorzitter:U kunt verder met uw tweede blokje, geloof ik. Ja.Staatssecretaris Aerdts:Dan gaan we verder met de vragen die de commissie heeft gesteld overdigitale soevereiniteit.Mevrouw Kathmann vroeg of het kabinet, zoals de Kamer heeft gevraagd,een streefdoel gaat stellen voor wanneer we onafhankelijk moeten zijn.Dat ging onder andere over het opslaan van 30% van de cloudapplicatiesin Nederland, zoals gevraagd in de motie op stuk nr. 5 (36 574). Ik benbezig met het uitvoeren van deze motie. Ik ben dus ook voornemens omin het herziene rijkscloudbeleid een streefdoel op te nemen. De beginfebruari gepubliceerde rijksbrede IT-sourcingstrategie en de onderlig-gende handreiking geven richting aan het maken van die bewusterisicogebaseerde keuzes rond onafhankelijkheid. Ik wil ook aangeven datveel van de huidige migraties een gevolg zijn van besluitvorming van eenaantal jaren geleden, net als de aanbesteding, waar we hier vandaag ookover spraken. De geopolitieke situatie zag er toen nog heel anders uit. Ikbegrijp echt het gevoel van urgentie, maar een overhaaste exit kan nogwel wat risico’s meebrengen voor de continuïteit. Wij wegen dat duszorgvuldig af, maar kortgezegd zijn we bezig met het uitvoeren van demotie. Ik ben ook voornemens om een streefdoel op te nemen.Dan de motie-Kathmann over het in principe stoppen met migraties naarde Amerikaanse cloud, tenzij enorm goed onderbouwd en goedgekeurd.Dat is de motie op stuk nr. 1315 (26 643). Ik ben het helemaal met u eensdat een zorgvuldige afweging van het grootste belang is bij cloudmigratie.In het herziene rijkscloudbeleid, dat ik in het eerste halfjaar verwacht aanuw Kamer te sturen, worden deze voorwaarden dan ook verder aange-scherpt, en wordt gewerkt aan het beperken van de afhankelijkheden vanvooral enkele leveranciers en het inperken van de geopolitieke risico’s.Zoals eerder met uw Kamer gecommuniceerd, blijft wel gelden datdepartementen zelf verantwoordelijk zijn voor hun cloudbeleid en debijbehorende risicoanalyses.De andere motie van mevrouw Kathmann vroeg om een plan B en eensnelle exitstrategie op te stellen voor alle delen van de overheid waar weafhankelijk zijn van één niet-Europese leverancier. Hoe staat het met deuitvoering van die motie? Ik onderschrijf vanzelfsprekend de noodzaak omde strategische afhankelijkheden van een beperkt aantal grote leveran-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9635
ciers te verminderen. Ook wordt in het herziene cloudbeleid opgenomendat de departementen bij het gebruik van clouddiensten zowel deleveranciersafhankelijkheid als het geopolitieke risico bij die betreffendetoepassingen en afwegingen moeten meenemen. Waar deze risico’saanwezig zijn, wordt ook gevraagd om een exitplan voor de korte termijnop te nemen – u zou dat plan B kunnen noemen – dat naast het plan voorgeplande migratie op de lange termijn bestaat.Dan vroeg mevrouw El Boujdaini of de Staatssecretaris een integraaloverzicht heeft van waar onze meest kwetsbare afhankelijkheden zitten en,zo nee, wanneer de Kamer dat overzicht kan verwachten. We zijn bezig omdeze kwetsbare afhankelijkheden in kaart te brengen. De aanpak voor hetin kaart brengen van die risicovolle strategische afhankelijkheden is ookvastgelegd in de Kamerbrief van 12 mei 2025. In de NDS, die zich richt ophet versnellen van het inzicht in de kritieke IT-dienstverlening en debouwstenen daarvan, verkennen we daarom al heel expliciet de uniformemethodiek en gemeenschappelijke taal om te definiëren wat die kritiekediensten dan zijn. Daarnaast verkennen we een minimale registratiestan-daard voor wat verschillende lagen binnen de overheidsorganisatieslokaal vastleggen over deze diensten in hun eigen systemen.Dan was er nog een vraag van D66. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar delobby die de VS gaan starten tegen onze soevereiniteitsagenda? En watkan het kabinet daartegen doen? De positie van de Verenigde Staten tenaanzien van de Europese digitale wet- en regelgeving is mij bekend.Allereerst wil ik vooropstellen dat Nederland en de EU over hun eigenwet- en regelgeving gaan en dat er geen aanpassing van regelgevingonder druk van derden mag plaatsvinden. Ik denk dat dit ontzettendbelangrijk is als we over soevereiniteit praten. De VS zijn en blijven eenvan onze belangrijkste bondgenoten buiten de EU. Onszelf losmaken vande VS is niet in ons belang. Wel hebben de VS aangegeven dat Europavoor zijn veiligheid vaker op eigen benen moet staan en minder afhan-kelijk moet worden. Dat is dan ook de inzet van dit kabinet en van de EU.De digitale soevereiniteitsagenda van dit kabinet past in dat kader. Dieagenda versterkt onze eigen digitale weerbaarheid, onder meer door hetgericht afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden opbijvoorbeeld de cloud en door zelf te gaan investeren in Europeseorganisaties. Het is van belang dat we hierover in gesprek blijven met deVerenigde Staten en Amerikaanse techbedrijven. Ik zal inzetten op eenspoedige kennismaking met de Amerikaanse ambassadeur om hetwederzijds belang van deze agenda te benadrukken. Verder zal ik hieroverin nauw contact blijven met Europese counterparts. De eerstemogelijkheid daarvoor is waarschijnlijk tijdens de informele Telecomraadop 23 en 24 maart aanstaande.Naar aanleiding van de aanbesteding van de Belastingdienst vroegmevrouw Beckerman of we moeten stoppen met aanbestedingen voorEuropese bedrijven. Zoals ik net al zei: gelet op continuïteit en degeopolitieke situatie, zitten er natuurlijk risico’s aan om dat in een keer tedoen. In Europees verband wordt er nu gesproken over wat er mogelijk isrond het voorsorteren op Europese leveranciers. Dit kabinet zet zichdaarnaast in Europees verband ook in voor het versterken van decloudsoevereiniteit bij overheden, het beter kunnen sturen op strategischeautonomie bij aanbestedingen en het bieden van meer mogelijkheden omrisico’s voor de nationale veiligheid te beperken of uit te sluiten. Ikbegreep dat er volgende week een commissiedebat over deze specifiekecasus is, waarin mijn collega, de Staatssecretaris van Financiën, heelexpliciet op deze zaak zal ingaan.Dan kom ik aan het einde van dit blokje en gaan we door met hetvolgende, digitale economie. Mevrouw Zwinkels gaf aan dat in eerderestukken werd gesteld dat de AI-fabriek al in 2026 in gebruik zou wordengenomen. Zij vroeg naar de stand van zaken wat dit betreft. De start vanhet AI-expertisecentrum is voorzien in de zomer van 2026. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9636
AI-supercomputer is naar verwachting eind 2027 of begin 2028 gereedvoor ingebruikname. De exacte tijdlijn van de realisatie van de supercom-puter is onder andere afhankelijk van de aanbesteding door de EuropeanHigh Performance Computing Joint Undertaking. De potentiëlegebruikers, waaronder start-ups, overheden en onderzoekers, kunnenoverigens nu al rekentijd aanvragen op bestaande supercomputers inandere lidstaten van die EuroHPC Joint Undertaking. Ik struikel een beetjeover de naam! Ik zal uw Kamer nadrukkelijk op de hoogte houden van devoortgang van de realisatie van de AI-fabriek. Ik kijk er ook naar uit, wantdit wordt een van mijn eerste werkbezoeken in het kader van dit staatsse-cretariaat.Mevrouw Kathmann vroeg hoe het kabinet kijkt naar de komst van deAI-gigafabriek naar Nederland. Steunt het kabinet dit plan? Wat gaat hetdoen om die fabriek succesvol naar Nederland te halen? Ik steun hetinitiatief van de Europese AI-gigafrabrieken van harte. Dit is ontzettendbelangrijk voor het verstevigen van de Europese AI-infrastructuur, maarde meerwaarde van die AI-gigafabriek hangt onder andere af van wat daargebeurt, wie die gebruikt en welke ecosystemen daaraan verbonden zijn.Er zijn meerdere Nederlandse initiatiefnemers met plannen voor eenAI-gigafabriek in Nederland. Om Nederlandse voorstellen voor degigafabriek kansrijk te laten meedingen in de Europese call is hetnoodzakelijk dat de Rijksoverheid zich al vóór openstelling financieelcommitteert aan de afname van een substantiële hoeveelheid rekenkracht.Zoals al werd aangegeven, heeft het kabinet vooralsnog geen middelenop de rijksbegroting gereserveerd voor dit initiatief. Mocht Nederland zichniet financieel kunnen committeren, dan blijven er mogelijkheden voorconsortia om privaat AI-infrastructuur te realiseren buiten de kaders vandeze Europese call.Mevrouw Kathmann vroeg ook nog wat de rol zou kunnen zijn van zo’ngigafabriek in de digitale infrastructuur van Nederland. In algemene zinspelen deze fabrieken natuurlijk een strategische rol in de digitaleinfrastructuur en economie. Ze zouden fysieke publiek-private infra-structuur en rekenkracht in Europa bieden, die nodig is voor het trainen enhet draaien van geavanceerde AI-modellen en -toepassingen. Dit steltonderzoekers, bedrijven en overheden in staat om AI-modellen en-toepassingen te ontwikkelen en te gebruiken op Europese infrastructuur.Tegelijkertijd hangt de precieze rol van zo’n fabriek in de digitale infra-structuur in Nederland onder andere af van wat er gebeurt, wie hetgebruikt en welke systemen je daaraan hebt verbonden.D66 vroeg nog: wat doet het kabinet nou concreet om hoogwaardigepublieke datasets te ontsluiten voor Nederlandse AI-ontwikkelingen? Ophet opendataplatform data.overheid.nl publiceert de overheid dezeopendatasets. In 2025 is hier nog een aantal high value datasets aantoegevoegd, zoals basisregistraties, data over mobiliteit en economischedata. Deze sets zijn machineleesbaar, AVG-compliant – belangrijk! – enherbruikbaar voor AI-ontwikkelingen. Enkele publieke organisaties hebbenaanvullende data ter beschikking gesteld.Mevrouw Kathmann vroeg nog hoe dit kabinet aankijkt tegen de OmnibusDigitaal- en de Omnibus AI-wetgeving en of dat een andere opvatting isdan die van het kabinet-Schoof. De opvatting van het kabinet over ditonderwerp verschilt niet noemenswaardig van die van het vorige kabinet.Ook voor dit kabinet is het verlagen van de regeldruk een belangrijkeprioriteit. Daarbij blijft een belangrijk uitgangspunt bij de OmnibusDigitaal dat er geen afbreuk mag worden gedaan aan de doelen van dewetgeving of aan de bescherming van grondrechten. Dat zal de inzet vandit kabinet blijven in de onderhandelingen.Dan gaan we er nog één krijgen om over te struikelen: mevrouw Zwinkelsvroeg hoe de Smart Industry Schaalsprong Agenda en de EuropeanDigital Innovation Hubs ter ondersteuning van het mkb bij de digitali-sering van de bedrijfsprocessen eruitziet en wat er nou te verwachten is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9637
Wij zijn voornemens om de Europese Digitale Innovatie Hubs te verlengentot en met 2028, waarbij de focus ligt op de toepassing van kunstmatigeintelligentie en cybersecurity binnen het mkb. Het kabinet trekt hier samenmet de EU en de provincies ongeveer 27 miljoen voor uit voor de periodetot en met 2028. Het kabinet zet ook in op het Smart Industryprogramma.Dat zet het voort tot 2028 om de digitalisering van de Nederlandsemaakindustrie verder te versnellen. De focus ligt op voorlichting aanondernemers en het ontwerpen van nieuwe methodieken, bijvoorbeeld ophet gebied van AI en opleidingen, die ook kunnen worden opgeschaald indit programma. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat trektbijna 1 miljoen uit voor het Smart Industryprogramma. Beideprogramma’s dragen bij aan de ambities zoals we die hebben neergelegdin de Strategie Digitale Economie.Dan de zeekabels. Mevrouw Kathmann vroeg of we op de volgendebegroting geld gaan vrijmaken voor digitale infrastructuur en de nieuwezeekabels en of we de publieke financieringsopties hiervoor, die zijnuitgewerkt naar aanleiding van haar motie, verder gaan uitwerken.De voorzitter:Ik ben daar heel benieuwd naar, maar voordat u die vraag beantwoordt,gaan we naar mevrouw Zwinkels. Zij heeft een vraag.Mevrouw Zwinkels (CDA):Klopt, voorzitter. Mijn vraag gaat over de hubs voor het mkb, even kortsamengevat. Ik ben heel erg benieuwd wat ondernemers nu kunnenverwachten. Ik probeer dat in begrijpelijke taal te krijgen voor onder-nemers. Kunnen ze een aanvraag doen? Kunnen ze veel voorlichtingverwachten? Zo ja, hoe ziet die er dan uit? Als dit debat daar niet degelegenheid voor is, mag het ons ook toegestuurd worden per brief, maarik vind het heel erg belangrijk dat dit heel concreet wordt gemaakt en nietin abstracte termen of programma’s blijft hangen.Staatssecretaris Aerdts:Ik snap de vraag van mevrouw Zwinkels heel goed. Het reikt voor nu tever om dit helemaal uit te leggen, maar we zullen uw Kamer daar zekerover informeren, op korte termijn.De heer Van den Berg (JA21):Ik zou eigenlijk bijna willen voorstellen om eens een keer een soort vanharmonie in al die strategieën te gaan creëren, want ik kan me voorstellendat de Staatssecretaris het overzicht kwijtraakt; dat geldt in ieder gevalwel voor mij. Ik heb vooral een vraag over de AVG. Er werd net evengesproken over de grondrechten. Ik weet dat het in het Omnibuspakketeen voornemen is om bijvoorbeeld het toezicht op het melden van hetlekken van informatie, zoals nu bij Odido heeft plaatsgevonden, naarEuropa te verplaatsen. Hoe staat dit kabinet daar nu in, zeker gezien hetsubsidiariteitsbeginsel?Staatssecretaris Aerdts:Zoals u ziet, fluistert de persoon aan mijn linkerzijde mij nog even iets in.U moet het voor mij dus wel een keer herhalen. Deze onderhandelingenlopen nu. Onze inzet is om vast te houden aan onze eigen nationaletoezichthouders en er in ieder geval voor te zorgen dat geen doublures opEuropees niveau zullen ontstaan.De heer Van den Berg (JA21):Dat ondersteunen wij.Staatssecretaris Aerdts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9638
Voorzitter. Dan ga ik toch door naar de zeekabels. Dank voor de vragen.Mevrouw Rajkowski stelde hier ook een vraag over. Nieuwe strategischezeekabelverbindingen zijn inderdaad hard nodig om onze koploperspositiete behouden. Daar zet ik mij samen met de Zeekabel Coalitie hard voor in.Sinds 2019 zijn met private financiering diverse korte kabels aangelegdnaar het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. De afgelopen jaren blijktechter ook dat de markt grote moeite heeft met het rondkrijgen van eenbusinesscase en de financiering voor de nieuwe strategische zeekabels.Een belangrijk project is de aanleg van de IOEMA-kabel. Deze zalNoorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Denemarken metelkaar verbinden. Ik zet ook in op een aansluiting op de Arctische routenaar Azië. Met een publieke financiering zouden inderdaad stappen gezetkunnen worden. De Europese Connecting Europe Facility is hiervoor inieder geval zeer belangrijk. Voor dergelijke investeringen is nu echter geenbudget op de begroting van EZ gereserveerd; daarvoor is momenteel ookgeen ruimte. Als Nederland deze projecten wil financieren, zullen wekeuzes moeten maken of zullen andere beleidsdoelstellingen moetenworden bijgesteld of moeten vervallen. Ook in het coalitieakkoord zijngeen specifieke middelen voor deze kabels gereserveerd. Investeringen indigitale infrastructuur met een positieve businesscase zullen wordenmeegenomen in de besluitvorming rond de vorming van eeninvesteringsinstelling.Mevrouw El Boujdaini (D66):Ik hoor de Staatssecretaris in ieder geval niet zeggen dat er in de toekomstgeen mogelijkheden zijn. Er moet dus vooral gekeken worden of ditwellicht wel mogelijk is in andere begrotingsperiodes. Klopt dat?Staatssecretaris Aerdts:Wij hebben wat dit betreft nog wel veel verwachtingen van de markt. Hetis niet zinvol om deze instrumenten verder uitwerken terwijl daar nú geenfinanciële dekking voor is, maar het kan natuurlijk een wens van uwKamer zijn om daar in de toekomst nog meer naar te kijken.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat begrijp ik. Als deze Staatssecretaris met bepaalde financiën enopdrachten op pad wordt gestuurd, dan is ’m dat ook. De boodschap ishelder; dat wordt ook zo weer teruggelegd. Ik ben dan wel nieuwsgierig:gaan wij binnenkort een belangrijke deadline missen? Een verbinding methet Verenigd Koninkrijk, Denemarken et cetera is goed, maar missen wijop korte termijn deadlines van aanbestedingen of deals over hettrans-Atlantische deel doordat wij nu niks kunnen doen omdat daar geengeld voor is? Daar ben ik dan nieuwsgierig naar. Hebben we een halfjaar?Hebben we twee jaar? Wat is in dezen zo’n beetje de tijdlijn?Staatssecretaris Aerdts:Mag ik hier in de tweede termijn even op terugkomen? Dan kijken we hiervoor u even goed naar.De voorzitter:De heer Van den Berg van JA21 heeft ook een vraag.De heer Van den Berg (JA21):Nu volg ik het even niet meer, want ik hoor de Staatssecretaris enerzijdszeggen dat de markt onvoldoende beweegt, maar als wij dan vragen omtoch publiek te gaan deelnemen, dan zegt zij dat zij nog heel veelverwacht van de markt. Die twee stroken volgens mij helemaal niet metelkaar. Hoe zit dat precies?Staatssecretaris Aerdts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9639
Ik kom ook hierop in tweede termijn nog iets uitgebreider terug.De voorzitter:Dan heeft het lid Kathmann van GroenLinks-PvdA nog een vraag. Als deStaatssecretaris hierop terugkomt in de tweede termijn, kan zij daar danbij betrekken dat de markt ons al een paar jaar lang op het hart drukt dater zeker een deadline is en dat, als we nu publiek niks doen, over twee jaar100% van de markt in handen is van grote techbedrijven? We hebben hethier over kabels waar 99% van het hele internetverkeer doorheen gaat.Alle woorden over digitale autonomie die in het coalitieakkoord staan,vallen of staan dus ook een beetje met deze zeekabels. Er is ook een heelbreed aangenomen motie die echt een oproep inhoudt aan de Kamer, zovan: fijn dat dit nu gesteund wordt in de lobby, maar de stap naar publiekeinvestering is gewoon noodzakelijk om iets los te trekken.Staatssecretaris Aerdts:Dit zullen we inderdaad meenemen in ons antwoord in de tweede termijn.We blijven nog heel even bij de zeekabels, namelijk die in het Caribischdeel van het Koninkrijk. Mevrouw El Boujdaini gaf het al aan: 95% van hetinternationale dataverkeer loopt via onderzeese kabels. Regie hebben overde digitale vitale infrastructuur gaat verder dan alleen Nederland. Het gaatnamelijk ook om het Caribisch deel van het Koninkrijk. Er werd gevraagdhoe wij hiernaar kijken. Wij bevestigen dat die zeekabels cruciaal zijn voorhet Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarom heeft mijn ministerie vorigjaar onderzoek laten doen naar de zeekabelverbindingen in het Caribischgebied. Dat is ook met uw Kamer gedeeld. Er wordt een belangrijke stapgezet door Bonaire met het CELIA-zeekabelproject te verbinden. Dit staatgepland om operationeel te worden in de loop van 2027. Op dit momentlaat de Europese Commissie een haalbaarheidsstudie doen naar desoevereine digitale ontsluiting van het Caribisch gebied. Naar verwachtingis dat onderzoek eind dit jaar gereed. Dit zien wij ook als een belangrijkeinput voor het haalbaarheidsonderzoek dat ik zelf wil gaan uitvoeren naarde trans-Atlantische kabel tussen Europees en Caribisch Nederland, waarom werd gevraagd in de motie van mevrouw Kathmann. Met hetaanleggen van die zeekabels zijn aanzienlijke bedragen gemoeid. Hetvergt voor ons dus ook echt een zorgvuldig proces en goede keuzes. Wezullen in de tweede termijn terugkomen op al die termijnen en op welkebeslissingen er mogelijk genomen worden.We gaan verder met het vierde onderwerp: de digitale samenleving.Allereerst de ambities als het gaat om online kinderrechten. MevrouwKathmann vroeg wat het kabinet gaat doen om kwetsbare groepen teondersteunen. Mijn ambitie is dat digitale diensten veiliger worden, zekervoor kwetsbare groepen. We zien dat die digitale diensten schadelijkeelementen bevatten, met name voor deze groepen. Dan gaat hetbijvoorbeeld om content of om de verleiding om veel te lang online teblijven. Ik zie ook dat diensten die veilig zijn heel veel meerwaarde kunnenhebben, bijvoorbeeld voor kinderen. Daarom ga ik in de komende tijd,samen met andere departementen in het veld, kijken hoe we die digitalewereld veiliger kunnen maken voor kwetsbare groepen. Dat kun je zekerdoen door te voorkomen dat ze schadelijke content kunnen zien of dat zedaar door verslavende algoritmen veel te veel in mee worden getrokken.U stelde ook nog een vraag over het basispakket digitale veiligheid: wilhet kabinet meedenken over hoe dat basispakket eruit kan zien en opwelke manier dit gerealiseerd kan worden? Diverse marktpartijen biedeneen veiligheidspakket aan. Een deel van de genoemde producten wordtgratis aangeboden. Ik wil graag met de aanbieders van deze producten deinhoud en de toegankelijkheid van het aanbod bezien, en ook bekijken hoedat eventueel verbeterd kan worden. Daarbij is het belangrijk dat er eenpakket blijft worden aangeboden. Wij doen dit al. Voor mkb’ers wordtsubsidie beschikbaar gesteld via de regeling Mijn Cyberweerbare Zaak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9640
Op de websites van Veiliginternetten.nl en het Nationaal Cyber SecurityCentrum worden burgers en bedrijven geïnformeerd over basismaatre-gelen die zij zelf kunnen treffen op het gebied van cyber. Mijn collega vanBZK financiert in dit kader bovendien de nationale cursus DigitaleWeerbaarheid, voor alle Nederlanders vanaf 12 jaar en ouder. Ookfinanciert BZK de cursus Digisterker voor de doelgroep senioren, specifiekook bedoeld voor bibliotheken.Mevrouw Zwinkels stelde nog een vraag over de concrete inzet voor deminimumleeftijd voor social media. Het kabinet onderzoekt op dit momenthoe een verbod op sociale media op Europees niveau kan worden bereikt.We willen dat graag Europees regelen. Dat heeft ermee te maken dat meteen aantal landen de kans om het te omzeilen minder groot wordt. Dat isontzettend belangrijk voor ons, maar het uitgangspunt blijft dat degegevens van jongeren en kinderen beschermd gaan worden als zij hunleeftijd zouden moeten aantonen. We verwachten hierover dit voorjaarnog een rapport van de Universiteit van Amsterdam. Het kabinet zal voorhet zomerreces uw Kamer informeren over de uitkomsten van hetonderzoek en over hoe wij daar verder op zullen acteren.Mevrouw Rajkowski (VVD):Uiteraard is het altijd het slimst om dit soort dingen Europees te regelen.Ik constateer wel dat de geopolitieke situatie zodanig is dat ik me afvraagwat voor vuist Europa daadwerkelijk op dit gebied durft te maken richtingde VS. Ik zie dat verschillende landen daarom juist individueel maatre-gelen nemen. Dan bereik je misschien hetzelfde, maar via een route diepolitiek wat handiger is. Zou u in de brief aan de Kamer ook mee willennemen of u, als er op Europees niveau geen route lijkt te zijn om dit teregelen, dan een mogelijkheid ziet om met gelijkgestemde landen alsnogzoiets op poten te zetten?Staatssecretaris Aerdts:Dat advies neem ik graag mee.Mevrouw Kathmann sprak over de betaalbaarheid van internet. Zij vroeg:wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat niemand wordtbuitengesloten in de digitale wereld? Ik ben het helemaal met mevrouwKathmann eens dat toegang tot internet een basisbehoefte is. Het kabinetziet op dit moment evenwel geen aanleiding voor een landelijke aanpak ofeen generieke regeling voor lagere, sociale internettarieven. Uit onderzoekis namelijk ook gebleken dat de Nederlandse internetprijzen niet hoog zijnin vergelijking met andere landen. Daarnaast gaat de AutoriteitConsument & Markt strenger toezien op de informatieverplichting vantelecomaanbieders richting consumenten. Dat geeft meer duidelijkheidover het aanbod dat beter bij persoonlijke omstandigheden moet passen.Voor kwetsbare huishoudens, waar bredere problematiek speelt, kan eenlokale maatwerkaanpak helpen. De gemeente Rotterdam is hier een goedvoorbeeld van. Denk hierbij aan huishoudens zonder geschikteapparatuur, met beperkte digitale vaardigheden en met hogere maand-lasten dan nodig in relatie tot het daadwerkelijke internetgebruik.Mevrouw Zwinkels en mevrouw Kathmann vroegen allebei wanneer wede digitale kijkwijzer officieel kunnen verwachten. Er zijn verkennendegesprekken gevoerd met het NICAM en de Ministeries van BZK, VWS enOCW. Eind vorig jaar is besproken dat de uitvoering van de motie hetbeste past bij het mediabeleid van OCW en het jeugdbeleid van VWS. Debestaande kijkwijzer wordt namelijk deels betaald door deze tweeministeries. Het Ministerie van OCW is in goed overleg met het NICAMover de plannen. Het Ministerie van OCW zal de Kamer informeren als degesprekken met het NICAM zijn afgerond. De verwachting is dat dat voorde zomer zal gebeuren.Mevrouw Zwinkels vroeg naar de kinderrechtenimpactassessments: watwordt er gedaan met de uitkomsten van de kinderrechtenimpactassess-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9641
ments die zijn uitgevoerd voor Roblox en TikTok? Worden die uitkomstenmeegenomen in de digitale kijkwijzer? Die uitkomsten gebruiken we onderandere voor de gesprekken met de platforms en voor bewustwording vanouders via de publiekscampagne Blijf in Beeld. Eind vorig jaar isbesproken dat de uitvoering van de motie over de digitale kijkwijzer ... O,dit heb ik net al verteld. Ik zal samen met mijn collega, de Staatssecretarisvan OCW, bekijken hoe we de uitkomsten van de kinderrechtenimpactas-sessments mee kunnen nemen in de digitale kijkwijzer en beoordelen ofdat nuttig is.De heer Ceder vroeg mij: wanneer kunnen we van het kabinet wetsvoor-stellen verwachten over leeftijdsverificatie?De voorzitter:Mevrouw Zwinkels heeft eerst nog een vraag.Mevrouw Zwinkels (CDA):Eén vraag ten aanzien van dat assessment. In gesprek met het vorigekabinet was ik in de veronderstelling dat dit wel iets meer omvatte danalleen input voor een bewustwordingscampagne en het tweede punt datmevrouw Aerdts maakte. Ik ben dus nog wel benieuwd of dat op zichzelfniet voldoende status heeft om, bijvoorbeeld, wat meer te reguleren alsblijkt dat er een hele negatieve impact is.Staatssecretaris Aerdts:Mag ik hier in de tweede termijn nog iets uitgebreider op terugkomen?Fijn.Dan de vraag van de heer Ceder: wanneer kunnen we van het kabinetwetsvoorstellen verwachten over leeftijdsverificatie? Mijn ambtsvoor-ganger heeft op 19 februari 2025 de Kamer geïnformeerd over motie-Ceder/Six Dijkstra en heeft een technische briefing aangeboden. Dataanbod staat wat ons betreft nog steeds, want het gaat over complexematerie. Uw vraag was enerzijds gericht op leeftijdsverificatie bij socialemedia en anderzijds op het beschermen van kinderen tegen bepaaldepraktijken die bij wet verboden zijn. Ik denk dat het belangrijk is om nog tezeggen dat het uitgangspunt van dit kabinet is dat alles wat offlineverboden is, online ook verboden zou moeten zijn. De brief waar ik netover sprak, heeft eigenlijk betrekking op het tweede element. Voor heteerste deel, de leeftijdsgrens voor sociale media, waar we net ook overspraken, ga ik me hardmaken, in eerste instantie op Europees niveau. Ikverwacht uw Kamer voor het zomerreces te kunnen informeren over destand van zaken.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben bekend met de brief van uw voorganger. De Kamer heeft, denk ik,een of twee keer per motie gevraagd om de voorbereiding van nationalewetgeving om de voorwaarden voor digitale leeftijdsverificatie vast teleggen. De reden is dat bedrijven die dat nu doen, het op zeer omslachtigemanier doen en het te omzeilen valt. We zouden daarmee ook niet heteerste land zijn. Frankrijk, Spanje, Engeland en volgens mij nog meerlanden zijn daar al mee bezig. Mijn concrete vraag was eigenlijk of hetkabinet-Jetten van plan is om in tegenstelling tot het kabinet-Schoof doorte pakken en met specifieke nationale wetgeving te komen. Daar wasnamelijk een brede meerderheid voor in de Kamer en ik denk dat die ernog steeds is. Daarmee bereik je het doel dat de Staatssecretaris en ikdelen, namelijk dat wat offline verboden is, digitaal feitelijk ook verbodenis. Dat moet je mogelijk maken. Ik maak graag gebruik van het aanbod vaneen technische briefing en wil graag nadenken over de vraag op welkewijze dat kan. De vraag is of het kabinet bereid is om met nationalewetgeving te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9642
Staatssecretaris Aerdts:Het is fijn dat u wilt ingaan op het aanbod van een technische briefing. Deeerste route die wij als kabinet willen volgen, is kijken of het via deEuropese weg kan. Als je met z’n allen een vuist maakt, is dat natuurlijkeen sterker principe, ook met het oog op omzeiling. Maar wij willen zekerook nog een keer kijken naar wat je mogelijk in de tussentijd hier zoukunnen doen en wat daarin langs de Europese route de fasering zoukunnen zijn. Ik zei dat ook al tegen mevrouw Rajkowski. Dat zal ikmeenemen en we komen daar zeker voor het zomerreces op terug.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Daarop terugkomend: dat zie ik als een toezegging. Ik vind het fijn dat datin een brief terugkomt. Maar dit antwoord past bij een Europees socialm-ediaverbod. Ik ben er niet op tegen om dat pad te verkennen, maar datgaat niet op bij nationale wetgeving over zaken die wij in Nederland ofverboden, of beperkt hebben tot een bepaalde minimumleeftijd. Eenvoorbeeld: alcohol kopen is geen Europese competentie. Het verschilt perland tot welke leeftijd dat begrensd is. Hetzelfde geldt voor gokken,kijkwijzers, pornografische websites, gewelddadige websites, noem maarop. Dat zijn geen Europese competenties. Per land heeft elk parlement inzijn wijsheid bedacht wat de minimumleeftijd is voordat iemand daargebruik van kan maken, daarnaar kan kijken of daar diensten van kanafnemen. Het blijkt heel makkelijk te omzeilen. Digitaal alcohol kopen isheel makkelijk, of je nou 8 jaar of 18 jaar bent, omdat die leeftijdsverifi-catie gewoon niet deugt en we verouderde wetgeving hebben. Mijnspecifieke vraag is – ik stel ’m omdat ik met het vorige kabinet ruzie hebmoeten maken; ik hoop dat met deze bewindspersonen niet ook te hoevendoen – of de Staatssecretaris bereid is om dat op dit specifieke aspect innavolging van andere landen wettelijk te gaan borgen. Nogmaals, het isgeen Europese competentie en het is ook niet logisch om het Europees teregelen omdat de minimumleeftijden per land verschillen. Als wij dat nietdoen, is het alternatief dat al die diensten waarvan wij gezegd hebben datze niet gezond zijn voor minderjarigen, de facto wel gewoon beschikbaarzijn in de digitale leefwereld. Volgens mij wil niemand dat.Staatssecretaris Aerdts:Ik denk dat wij dezelfde zorg met elkaar delen. Ik vind de Europese wegnog steeds wel zinvol als het gaat om het omzeilen, ook al heb je andereleeftijden met elkaar afgesproken. Als kinderen het vervolgens in België ofin Duitsland wel online kunnen gaan kopen, blijf ik erbij dat die Europeseweg daarin een heel belangrijke is. Maar ik zal het zeker meenemen in deuitwerking. We hadden het er net al een beetje grappend over, maar het isinderdaad week 2. Ik neem deze gedachte zeker mee. Ik hoop niet dat weal in week 2 ruzie moeten maken, maar we zullen elkaar hierop vast vakertegenkomen.De voorzitter:Nog één vraag van de heer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Dit is geen interruptie. Ik beschouw dit als een toezegging. Ik wil echtweten wat het kabinet gaat doen. Kunnen wij afstemmen dat dit ergensterugkomt? Ik wil namelijk heel graag dat die motie wordt uitgevoerd.Vandaar dat ik...De voorzitter:Uw vraag is: is dit een toezegging?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9643
Staatssecretaris Aerdts:Als ik het zo mag interpreteren dat ik mij hier inderdaad verder in gaverdiepen en daar uitgebreider op terugkom, dan is het inderdaad eentoezegging.De heer Ceder (ChristenUnie):Fijn. En wanneer dan?Staatssecretaris Aerdts:Ik moet me hier echt nog verder in verdiepen, maar ik probeer hier voorde zomer bij u op terug te komen.De voorzitter:Ik zie een knikkende meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vind het meireces fijner, maar ik ga hier dan in mee. Ik beschouw hetdan als een toezegging dat hierop wordt teruggekomen.Staatssecretaris Aerdts:Als het er sneller is, dan komt het natuurlijk ook sneller uw kant op.Voorzitter. Om terug te komen op een vraag van mevrouw Zwinkels: gaatde Staatssecretaris zich hardmaken voor kansen in de gegevensuit-wisseling en AI in de zorg? Het verbeteren van die gegevensuitwisselingheeft zeker mijn aandacht. Ik gaf net al aan dat het Ministerie van VWSecht een van de belangrijke partners is op deze portefeuille. Met hetFederatief Datastelsel werken wij aan het makkelijker kunnen delen vangegevens die nodig zijn voor dienstverlening en maatschappelijkeopgaven. Ook werken we daarbij aan het oplossen van de knelpunten indie gegevensdeling. Daarbij is er zowel aandacht voor de concretecasuïstiek alsook voor de onderliggende grondoorzaken. Mijn collega vanVWS staat primair aan de lat om die kansen in eerste instantie teverzilveren, maar waar nodig ondersteun ik haar daar zeker bij.Dan was er een vraag van de heer Ceder wat betreft het onder deaandacht brengen van de richtlijnen voor gezond schermgebruik: hoegaan we die richtlijnen actief onder de aandacht brengen bij scholen,GGD’s en ouders? We gaan die richtlijnen inderdaad actief onder deaandacht brengen. Denk daarbij aan scholen, GGD’s, maar ook aanouders. Samen met bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut en hetNetwerk Mediawijsheid wordt er nu gewerkt aan een implementatieplanvoor die richtlijnen. Hierbij worden ook de GGD’s, de kinderopvang en hetonderwijs actief betrokken. In het implementatieplan wordt gekeken hoewe die richtlijnen op plekken kunnen laten komen waar die ouders enkinderen ook veel komen. Ze worden ook geborgd in bestaande instru-menten, zoals de MediaDiamant, die allerlei concrete tips voor oudersbevat.De heer Ceder stelde ook nog de vraag of het mogelijk zou zijn om eenpubliekscampagne te starten om tweestapsverificatie de norm te maken.Recent is de campagne «Dubbel beveiligd is dubbel zo veilig» afgelopen.Deze campagne van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en BZK wasspecifiek gericht op het bevorderen van het instellen van die tweefacto-rauthenticatie voor e-mail en sociale media. In het kader van dezecampagne waren er onder meer reclamespotjes te zien op tv enbeschikken alle bibliotheken nu over een stappenschema voor burgers omdie tweefactorauthenticatie – ik struikel over het woord – in te stellen.Dan was er nog een vraag van mevrouw Kathmann over het investeren inweerbaarheid via HackShield. Ik hoorde ook anderen hierover spreken.Die digitale weerbaarheid begint inderdaad vroeg. Zo bouwen we aan eengeneratie die digitaal vaardig en weerbaar is. Dit is inderdaad eengezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, die vraagt omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9644
betrokkenheid van de relevante departementen, private partijen enmaatschappelijke organisaties. Het lectoraat Online Weerbaarheid van deHogeschool Saxion voert momenteel een onafhankelijke effectenevaluatieuit naar HackShield. De uitkomsten worden aan het einde van het eerstekwartaal van 2026 verwacht. Als dit positief is, kan in afstemming met debetrokken departementen naar een manier worden gezocht waarop erfinanciële steun aan HackShield en soortgelijke initiatieven tot 2027 kanworden vormgegeven. In aansluiting op de Nederlandse Cybersecuri-tystrategie worden de digitale weerbaarheidsvaardigheden in 2027 eenverplicht onderdeel van het curriculum in het funderend onderwijs en hetmiddelbaar beroepsonderwijs. Er zullen ook meer lespakketten door deonderwijsuitgevers worden ontwikkeld. Ik ben bij het einde van dit blokjeaangekomen; ik wilde bijna hetzelfde nog een keer doen.Dan kom ik bij mijn een-na-laatste mapje.De voorzitter:Voordat u daaraan begint, is er een vraag van mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Voorzitter, vindt u het fijn als we gemiste vragen bij het blokje zelf doen ofliever aan het einde?De voorzitter:Het handigst is het als u er meteen op ageert als u een vraag mist in eenblokje. Als dat lastig is, kan het natuurlijk ook aan het einde, bijvoorbeeldals u uiteindelijk toch nog een vraag mist. Dat kan allebei.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dan ga ik mijn best doen om het meteen bij het blokje te doen. Anderskomt het misschien ook nog aan het einde. Ik heb twee antwoordengemist. Ik had een vraag gesteld over de in-gameaankopen. Die lijkt merelevant in dit blokje. Ik heb ook de vraag gemist in hoeverre dewhatsappkanalen worden meegenomen in de digitale kijkwijzer. Dat zijntwee specifieke vragen waar ik nog geen antwoord op heb.De voorzitter:Dan is de vraag: is dat misschien nog voor een ander blokje?Staatssecretaris Aerdts:Ik denk dat ze heel goed in dit blokje hadden gepast. Ik zie ze hier niet inzitten. Ik kom er graag in de tweede termijn sowieso even op terug. Wieweet komen we ze verrassend genoeg nu nog tegen, maar ik verwacht datik er in de tweede termijn even op terugkom.De voorzitter:Dan kunt u verder met het blokje overheid. Volgens mij zijn we daar nu.Yes.Staatssecretaris Aerdts:Precies. Het is mijn vijfde en een-na-laatste blokje. We starten met dedigitale dienst; u sprak daar bijna allemaal over. In het coalitieakkoord isafgesproken dat we een compacte, deskundige digitale dienst gaanoprichten met twee competenties: het vaststellen van de kwaliteitsstan-daarden en het borgen van de ontwerpkeuzes. Ik verwacht binnenkort hetadvies van de NDS-raad te ontvangen dat tijdens de vorige kabinetspe-riode is aangevraagd. Ik ben voornemens u voor het zomerreces over deuitwerking van het advies te informeren. Op dit moment heeft het kabinetnog niet besloten of er ICT-dienstverleners in de digitale dienst opgaan en,zo ja, welke. Zoals ook is benoemd in het coalitieakkoord, vinden we datdie dienst compact moet zijn, maar over de uitwerking moet ik echt nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9645
bij u terugkomen. Dat is in de eerste week nog niet gelukt. We willennatuurlijk het advies afwachten.Dan was er nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: kan de Staatssecre-taris aangeven welke migraties of overstappen naar de cloud op deplanning staan? Volgens mij gaan de twee volgende vragen daar ook over.Het gaat over een overzicht van de rijksaanbestedingen. Wij gaan aan dieoverzichten werken en op het moment dat we die hebben, zullen we dieook met u delen.Dan was er nog een vraag van mevrouw Zwinkels. Zij vroeg of ik ervoorkan zorgen dat vanaf deze week de financieringsaanvragen die moetenworden ingediend om in aanmerking te komen voor IT-projecten van meerdan 5 miljoen, aan de centrale IT-standaarden worden getoetst. Nee, ikkan er niet voor zorgen dat dat vanaf deze week zo is, maar ik ben demaatregel wel aan het uitwerken. Ik kijk hoe we dit zo goed mogelijkkunnen organiseren. Ik kom hier zo snel mogelijk bij u op terug, in iedergeval voor de zomer, en als het eerder kan, dan is het eerder.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank voor deze toezegging. Ik zou nog even willen vragen of daar ook eensoort voorstel in kan komen voor hoe het proces eruit gaat zien tenaanzien van de besluitvorming over dit soort grote, nieuwe IT-projecten.Staatssecretaris Aerdts:Ja.Mevrouw El Boujdaini vroeg nog naar de ontwikkeling van de NL-wallet.Een eerste versie van de publieke NL-wallet is in 2025 getest metbewoners van de gemeenten Amsterdam en Nijmegen. Met de inzichtendie zijn opgedaan, wordt dit verder doorontwikkeld. We nemen dit jaardeel aan Europese proeven, de zogeheten European Large Scale Pilots. Erwordt ook naar gestreefd om dit jaar te starten met de certificering van depublieke NL-wallet. Hierbij wil ik nog even de vrijwilligheid benadrukken.Mevrouw El Boujdaini (D66):Betekent dat dan dat de NL-wallet op tijd af is in 2026, of is de rollout in2027?Staatssecretaris Aerdts:Om daar antwoord op te geven: nee, hij is niet volledig klaar. Daar was uwKamer ook al over geïnformeerd door mijn voorganger. Ik geef u aanwelke ontwikkelingen op dit moment spelen, maar het gaat niet lukken omdat in 2026 volledig uit te voeren.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag?Mevrouw El Boujdaini (D66):Ja. Heeft dat dan nog bepaalde consequenties voor ons als Nederlandrichting de EU?Staatssecretaris Aerdts:We gaan even door in het setje. Mijn ambtsvoorgangers hebben de Kamerinderdaad laten weten dat het langer duurt. Dit komt mede doordat deEuropese standaarden en specificaties nog beschikbaar gesteld moetenworden. Daarna is er in Nederland nog een wetswijziging nodig om depublieke wallet en het EDI-stelsel te laten functioneren. Ik streef ernaar omeind 2026 de uitvoeringswet in consultatie te brengen. Daarbij bekijken weook nog of we additionele middelen kunnen vrijmaken om de implemen-tatie te versnellen. Vanzelfsprekend zullen we uw Kamer daarvan op dehoogte houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9646
De voorzitter:U kunt verdergaan.Staatssecretaris Aerdts:In vervolg daarop ook een vraag van D66: kiest Nederland voor éénoverheidswallet of voor een ecosysteem met meerdere, ook privatewallets met strikte eisen en certificering? Nederland realiseert een stelselwaarin zowel de publieke NL-wallet als private wallets kunnen wordengebruikt als zij aan de eisen voldoen om gecertificeerd te worden. Zokunnen inwoners zelf kiezen of ze gebruik willen maken van een publiek ofvan een privaat middel. Het EDI-stelsel komt tot stand in samenwerkingmet overheidspartijen en private partijen. Er zijn onderdelen van hetstelsel die privaat worden belegd, bijvoorbeeld vertrouwensdiensten.Onderdelen als toezicht en digitale identiteit van de burger zijn natuurlijknadrukkelijk publieke taken. De NL-wallet zal door overheidspartijenworden gebouwd en ook publiek worden beheerd. De publieke NL-walletwordt ook open source ontwikkeld.Dan nog een vraag van mevrouw El Boujdaini: sluit de ontwikkeling vande NL-wallet, waaraan wordt gebouwd en welke beproefd wordt via dieopen standaarden en herbruikbare componenten, ook op andereEU-landen aan? Het Europese raamwerk zorgt er met die standaard voordat de EDI-wallets in alle lidstaten van de EU gebruikt kunnen worden.Veel toepassingen worden dan ook getest in die grotere proefprojectenwaar ik net al over sprak. Er wordt nauw samengewerkt met anderelidstaten. Zo wordt natuurlijk ook gekeken hoe je het beste van elkaar kuntleren en of bepaalde componenten ook hergebruikt kunnen worden.U stelde ook nog een vraag – die sluit ook aan op een vraag van de heerCeder – of die wallet ook een kans is voor veilige en privacyvriendelijkeleeftijdsverificatie. Wij volgen de ontwikkelingen met die verschillendeverificatie-instrumenten in de verschillende Europese landen met heelveel interesse. De inzet van die EDI-wallets kan daarin een van demogelijkheden zijn. In de Europese kaders voor de wallets zijn veelmaatregelen genomen die ervoor zorgen dat gebruikers juist op eenveilige en privacyvriendelijke manier kunnen beschikken over hungegevens. Daarbij is opnieuw van belang dat het gebruik van die walletsaltijd vrijwillig is. Er zullen daarom ook alternatieven gevonden moetenworden voor mensen die geen EDI-wallet willen gebruiken.Over de deadline hebben we net gesproken. Daarmee kom ik ook aan heteinde van dit blokje over de digitale overheid.Dan beginnen we met het laatste blokje, voordat ik het woord geef aanmijn collega, of eigenlijk voordat u het woord geeft aan mijn collega. Webeginnen met de zorg die u eigenlijk allemaal heeft gedeeld, over Odido.Vanzelfsprekend betreuren wij natuurlijk dat die aanval heeft plaatsge-vonden en dat er zó veel mensen geraakt zijn, waaronder ook dekwetsbare groepen waar u vandaag allemaal, terecht, denk ik, heelnadrukkelijk bij heeft stilgestaan. Dit laat ook zien hoe belangrijk goedeomgang met die persoonsgegevens is en dat de eisen die al in de wetstaan er absoluut niet voor niks zijn. Op dit moment doet de politie onderleiding van het landelijk parket een strafrechtelijk onderzoek naar deaanval en de daders. Als u daar vragen over heeft, moet u daarmee echtnaar het Openbaar Ministerie; daar kunnen wij verder geen uitsprakenover doen.De toepasselijke wettelijke kaders, de zorgplicht in de Telecommunica-tiewet en de AVG, zijn in principe goed uitgerust om een adequaatbeschermingsniveau te waarborgen. Echter, de Rijksinspectie DigitaleInfrastructuur is de toezichthouder op de zorgplicht uit de Telecomwet ende Autoriteit Persoonsgegevens is de toezichthouder op de AVG. Volgenshet stelsel van de AVG is de verwerkingsverantwoordelijke organisatie, indit geval Odido, verantwoordelijk voor de naleving van de AVG en dientdie naleving te kunnen worden aangetoond. Op dit moment wachten wijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9647
gewoon de resultaten van het onderzoek van de AP en de RDI af, en kan ikhier eigenlijk nog geen uitspraken over doen. Dat is hoe wij het hebbeningericht, wat denk ik ook heel goed is. Daar kunnen we op dit momentdus nog geen uitspraken over doen, behalve dat wij die zorgen natuurlijkdelen en dat wij in alle communicatie die wij doen mensen echt aanradenom voorzichtig te zijn. Ik deel daarbij ook de zorgen die u daarover had.Dan was er de vraag: wat kunnen slachtoffers op dit moment zelf doen?Op de website Have I Been Pwned kunnen mensen controleren of hungegevens bekend zijn geworden bij het datalek. Het is van belang datmensen informatie krijgen over de risico’s die zij lopen en wat zij kunnendoen. Op de sites van onder andere Odido, de politie en de AutoriteitPersoonsgegevens, www.veiliginternet.nl, is daar meer informatie over tevinden. Ik snap dat het lastig klinkt, maar betrokkenen kunnen zich tochweren door extra alert te zijn op ongebruikelijke activiteiten. Denk dan aangekke telefoontjes, mailtjes en linkjes die je dan krijgt. Check ook op deafzender bij onverwachte berichten waarin je om actie wordt gevraagd,zoals de vraag om op een linkje te klikken.Odidoklanten kunnen de komende twee jaar kosteloos gebruikmaken vanhet veiligheidspakket. Vooruitlopend daarop roept mevrouw Rajkowski hetkabinet op tot actie om datalekken te voorkomen en slachtoffers te helpen.Ik ga op enkele van die punten wat uitgebreider in.De voorzitter:Voordat u dat doet, heeft de heer Van Dijk van de PVV een vraag voor u.De heer Emiel van Dijk (PVV):Ik had een hele heldere vraag gesteld: klopt het dat de overheid het adviesheeft gegeven bij iedereen van wie identiteitsbewijzen en dergelijke gelektzijn, dat het niet nodig is om die te vervangen? Klopt dat advies?Staatssecretaris Aerdts:Ik zou daar wat later in dit blokje op terugkomen, maar ik zoek het er nueven bij. In eerste instantie staan op het paspoort de bsn-gegevens, diemisschien ook op andere dingen staan. Met dat paspoort zelf kan nietzoveel gedaan worden. Het is natuurlijk een van de bouwstenen diecriminelen kunnen gebruiken om achter die gegevens te komen. Alleenhet aanvragen van een nieuw paspoort zal de getroffenen niet perdefinitie beschermen tegen deze schade. Daarom adviseert de overheidniet om een paspoort of identiteitskaart te vernieuwen. Met alleen zo’npaspoortnummer – dát verander je namelijk, niet je bsn-nummer – kunnencriminelen geen bankrekening openen of een telefoonabonnement op eenandere naam afsluiten. De kwetsbaarheid ligt er voor getroffenen in dat zijdoor criminelen worden benaderd die op basis van zo’n paspoortproberen meer informatie te verkrijgen. Het is dus nadrukkelijk wel eenextra haakje, maar vervangen wordt door de overheid niet aanbevolen.Criminelen kunnen die informatie vooral gebruiken voor meer gerichtephishingaanvallen om nog meer informatie te verkrijgen.De voorzitter:De heer Van Dijk heeft een vervolgvraag.De heer Emiel van Dijk (PVV):Het is toch wel raar natuurlijk dat de overheid zegt: «Het burgerservice-nummer is bekend, maar daar kunnen ze niet zo veel mee. Phishing isinderdaad een risico, maar als je je paspoort verandert, verandert jeburgerservicenummer niet. Dan loop je eigenlijk hetzelfde risico, duswaarom zou je je identiteitsbewijs veranderen?» Ik vind dat wel een beetjeeen gemakzuchtige houding van de overheid, zeker aangezien hetgigantische gevolgen kan hebben voor de mensen van wie de data isgelekt. De overheid zegt dan dat phishing, identiteitsfraude, contracten dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9648
op je naam worden afgesloten zonder dat je er erg in hebt, allemaal nietgenoeg reden zijn om te zeggen: we nemen het zekere voor het onzekere.De overheid heeft zelf een app in het leven geroepen tegen het delen vanje pasfoto als je bijvoorbeeld een scan opstuurt naar de makelaar, denotaris of naar wie dan ook. Alles kan dan weggelakt en zwartgemaaktworden om identiteitsfraude, phishing en noem het maar op tevoorkomen. Nu liggen er dus bijna 5 miljoen unieke documenten op straaten dan is het advies: «Phishing is vervelend. Hou in de gaten dat je niet oplinkjes klikt die je niet kent, maar je hoeft niks te veranderen. Je hoeft geennieuw paspoort of identiteitsbewijs aan te vragen». Ik vind dat echtgetuigen van enorme naïviteit, als ik het zo mag zeggen.Staatssecretaris Aerdts:Wij delen die zorg absoluut. Ik vind het iets te makkelijk om te doen alsofwe daar heel makkelijk overheen stappen. Dat is nadrukkelijk niet zo. Wijwachten op dit moment echt nog wel het onderzoek van de AP en de RDIaf, om te zien wat er precies gebeurt. Ik heb er moeite mee om daaropvooruit te lopen. We hebben die toezichthouders niet voor niks, en diemoeten eerst hun onderzoek kunnen doen. Maar ik deel de zorg: dit is eenvan de bouwsteentjes die gebruikt gaan worden door criminelen. Die zorgdeel ik absoluut met u. Ik vind het een vervelend antwoord om te geven,maar de situatie waar deze miljoenen Nederlanders nu mee te makenhebben, is wel dat een deel van hun gegevens nu zo op straat ligt.De heer Emiel van Dijk (PVV):Ik heb helemaal niet gevraagd om het onderzoek niet af te wachten. Ik hebhet volgende gezegd. De overheid gaat er altijd zo prat op dat ze burgerswaarschuwt: «Deel niet zomaar je data, maak je bsn-nummer zwart, maakje handtekening zwart, maak je pasfoto zwart, want dat is allemaal nietnodig voor het verifiëren van je identiteit. Als iemand op basis van dezegegevens met je identiteit aan de haal gaat, bestaat het risico dat dat totgigantische problemen in de toekomst leidt. Dat geldt niet alleen voorvandaag of gister, maar voor de komende jaren, want die paspoorten zijnvijf of tien jaar geldig, afhankelijk van wanneer je het hebt aangevraagd.»Is het dan niet verstandig dat de Staatssecretaris juist op dit moment zegt:«Het is een klein advies, maar neem het zekere voor het onzekere. Wijkunnen als overheid niet bemiddelen in die kosten, maar betaal die € 50,€ 60, € 80 of € 100 zelf, want dat gaat je een enorme lading problemenbesparen»? Is dat niet gewoon het verstandigst? Ik vind dat het bedrijfzelf, Odido, daarvoor moet gaan betalen, maar is het niet het verstandigstdat de overheid zegt: «Neem het zekere voor het onzekere, pas op met jeprivacy, zorg dat je in de toekomst niet in de problemen komt doordat jezoiets vandaag liever niet doet, omdat de overheid zegt dat het niet zoprangend is»?Staatssecretaris Aerdts:Ik snap deze zorg echt. Ik zou ook graag willen dat ik hierbij kon helpen,maar de vraag is natuurlijk wel of het wisselen van het paspoort, met dekosten die daarmee gemoeid zijn, de juiste weg is. Wat betekent dat bijweer een datalek? Deze gegevens liggen natuurlijk grotendeels... Dan gaathet alleen om het nummer van de identiteitskaart dat dan niet op straatzou liggen, maar wat gebeurt er dan in het geval van een volgende hack?De impact van wat er zal gebeuren als wij bij deze datahack allemaal onspaspoort gaan wisselen... Ik snap echt de zorgen. Ik zou daarbij willenhelpen, maar op dit moment is dit niet het advies dat wij als overheidgeven.De voorzitter:Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid – dat ben ik – heeftnog een vraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9649
Ik snap de beantwoording van de Staatssecretaris heel goed. Voor eenheel groot deel kan ik daar ook in meegaan. De Staatssecretaris zei zelfook al dat er terecht door heel veel verschillende fracties aandacht isgevraagd voor de meest kwetsbare groep. Ik zei net ook al, bijvoorbeeldtoen ik het had over de site van de Digitale Dolle Mina’s, dat er dusgegevens op straat liggen van vrouwen die gestalkt zijn, te maken hebbenmet huiselijk geweld en noem maar op. Het klinkt misschien heelalarmerend, maar die zijn in gevaar. Kan specifiek deze groep wel ietsextra’s verwachten om hun veiligheid meer te waarborgen dan nugebeurt? Ze worden nu, bijvoorbeeld door andere organisaties, weldoorverwezen naar bijvoorbeeld Veilig Thuis of noem maar op, maar ligter al een aanpak? Wordt bijvoorbeeld tegen deze groep wel gezegd dat zealles moeten vervangen en dat ze daarmee geholpen gaan worden, om zoletterlijk hun veiligheid beter te borgen?Staatssecretaris Aerdts:Ik snap de vraag van mevrouw Kathmann heel goed. Ik kom daar heelgraag in de tweede termijn even uitgebreider op terug.De heer Van den Berg (JA21):Ik wil ook nog even een duit in het zakje doen. Als ik de Staatssecretarisgoed beluister, dan is het dus zo dat wanneer er een datalek plaatsvindten je IBAN, adresgegevens, paspoortgegevens en bsn op straat komen teliggen, zoals bij Odido, je plat gezegd gewoon pech hebt en wij daar alsoverheid helemaal niks meer aan kunnen doen, ook niet in toekomstigegevallen. Het is dus zo dat we alleen het advies kunnen geven omvoorzichtig te zijn en dat een paspoort vervangen geen zin heeft omdat jebsn hetzelfde blijft. Kortom, hoor ik nu goed dat de overheid in dit soortsituaties, ook in de toekomst, eigenlijk niks kan veranderen?Staatssecretaris Aerdts:Laat mij anders even verdergaan met de punten van mevrouw Rajkowskiwaar ik op inging. Ik denk dat we op deze onderwerpen ook nog terug-komen. Het tweede punt was of ik de Autoriteit Persoonsgegevens wilvragen om met advies te komen over wanneer het noodzakelijk is omadresgegevens wel en niet te bewaren. Deze vraag geleid ik even dooraan mijn collega’s bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Hetzelfdegeldt eigenlijk voor het derde punt, waarin wordt gevraagd of de AP meervooraf kan meedenken in plaats van alleen maar achteraf beboeten.Ik kom nog even terug op het zevende punt, waarin wordt gevraagd omsamen met anderen te komen tot een duidelijk handelingskader voor deslachtoffers van datalekken. Ik ben heel graag bereid om dit samen met deStaatssecretaris van JenV op te pakken en in te vullen. Ik kan nu uit delosse pols natuurlijk geen toezegging doen over hoe het er precies uit gaatzien, maar ik doe heel graag de toezegging om naar een handelingskaderte kijken met mijn collega van JenV. Heel veel dank voor deze suggestie.Er waren nog een aantal vragen gesteld over het nadeel van compensatieen losgeld. Ik snap de vragen over compensatie heel erg goed en diezorgen deel ik. Aan de andere kant is het niet aan mij als bewindspersoonom hierop te reageren. Als mensen recht menen te hebben op compen-satie, dan hebben ze de mogelijkheid om de civielrechtelijke weg tevolgen. Het besluit van Odido om geen losgeld te betalen, sluit aan bij devisie van de overheid. Wanneer cybercriminelen worden betaald, blijft hunverdienmodel natuurlijk levend. De uiteindelijke afweging is natuurlijk aanhet gehackte bedrijf. Als ze wel zouden betalen, is het de vraag of ze erecht vanuit kunnen gaan dat die data veilig zijn. De politie weet uitonderzoek dat criminelen hun gegevens niet altijd verwijderen en somsalsnog doorverkopen of opnieuw om geld vragen.Voorzitter. Mevrouw Rajkowski vroeg nog wat er nodig zou zijn omcybercriminelen zodra ze worden gepakt daadwerkelijk achter slot enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9650
grendel te krijgen. Ze vroeg of er sprake is van een wettelijke lacune,waardoor ze nu soms vrijuit kunnen gaan. Ik ben het helemaal met haareens dat dit soort criminelen achter slot en grendel horen. De politie enhet OM werken daar in Nederland ook hard aan. Het probleem is echterdat deze cybercriminelen zich vaak in landen bevinden waar geenrechtshulprelatie mee bestaat. Om die reden wordt ook ingezet opalternatieve interventie, zoals verstoring of cybersancties. Wanneer zij zichwel in Nederland bevinden, kunnen ze worden vervolgd. De huidigestrafmaat staat niet in verhouding tot de ernst en impact van cybercrimi-naliteit. Om die reden werkt de Minister van JenV, ook conform hetcoalitieakkoord, aan de verhoging van de strafmaat bij zware cybercrimi-naliteit.Mevrouw Rajkowski vroeg ook nog hoe het staat met de uitvoering vanmoties en toezeggingen om cybercriminelen op Europese sanctielijsten teplaatsen wanneer zij zich in landen zonder uitleveringsverdrag bevinden,bijvoorbeeld Rusland. Eind juni 2024 zijn voor het eerst op Nederlandsinitiatief cybercriminelen op die Europese sanctielijst geplaatst. In juni ’25zijn die sancties ook verlengd. Voor het instellen van de EU-sancties isunanieme steun van alle lidstaten een voorwaarde. Daarbij spelenoverwegingen als de impact van een aanval op de EU en de mate waarinde betrokkenheid van een individu met zekerheid kan worden aange-wezen, een belangrijke rol. De inschatting van het Openbaar Ministerie ende politie is dat de concrete impact van sancties op cyberterrein substan-tieel is. De Minister van JenV, de Minister van Buitenlandse Zaken, depolitie en het OM werken nauw samen om de mogelijkheid van cyber-sancties, ook op initiatief van andere lidstaten, vaker in te zetten.De heer Van den Berg (JA21):Ik heb een vraag maar ook meer een suggestie. Ik hoor de Staatssecretariszeggen dat wij deze criminelen moeilijk te pakken kunnen krijgen omdatzij zich in landen bevinden waar wij geen rechtshulprelatie mee hebben.Het is maar een idee, maar zouden wij niet bijvoorbeeld met ons DefensieCyber Commando – ik weet dat de Staatssecretaris ook wat ervaring heeftmet inlichtingen – iets met een offensief kunnen doen, een soort van «playstupid games, win stupid prizes»? Dan kunnen wij als Nederland in ditsoort gevallen zeggen: dit moet je niet doen; hier kunnen wij ook anderesancties dan wel acties aan koppelen.Staatssecretaris Aerdts:Ik weet dat hier in de sector heel uitgebreid over wordt gesproken. Ik zalme hierover ook nadrukkelijk meer laten informeren en er met mijncollega’s van JenV over in gesprek zal gaan. Dank.De heer Van Dijk en mevrouw Rajkowski spraken allebei over deNIS2-richtlijn. Zij vroegen of deze zo snel mogelijk kan worden ingevoerden welke boetes en dwangsommen daarbij zijn opgenomen. Wij delen hetbelang van een snelle invoering van die richtlijn. De actualiteit laatnatuurlijk elke dag zien dat verdere vertraging echt geen optie is. Daaromgaan we die richtlijn ook via de Cyberbeveiligingswet invoeren. Die snelleimplementatie staat expliciet in het coalitieakkoord genoemd. Deimplementatie vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de Ministervan Justitie en Veiligheid. Het wetgevingsdebat met de Minister staat op16 maart gepland. Zo wordt ernaar gestreefd om die wet nog in hettweede kwartaal van 2026 te implementeren. Om nog even terug tekomen op die boetes: het wetsvoorstel bevat een heel handhavingsinstru-mentarium, waaronder het opleggen van een last onder bestuursdwangen de bestuurlijke boete.Voorzitter. De heer Ceder zei dat er in het coalitieakkoord expliciet staatdat onlinemisbruik wordt aangepakt. Hij vroeg: kan de Minister toezeggenom de aanpak van online kindermisbruik prioriteit te geven en hierstructurele middelen voor vrij te maken? We delen deze zorg over onlineTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9651
seksueel kindermisbruik en geven hier ook zeker prioriteit aan. HetMinisterie van Justitie en Veiligheid subsidieert Offlimits voor deondersteuning van slachtoffers, de verwijdering van seksueelmisbruikma-teriaal en begeleiding van mensen die zich zorgen maken over hungevoelens richting minderjarigen. Sinds 1 juli 2024 is de Wet bestuurs-rechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal van kracht,waarmee de Autoriteit Persoonsgegevens aanbieders kan verplichten ommateriaal ontoegankelijk te maken of te verwijderen. De politie voert destrafrechtelijke aanpak uit via haar specialistische team, dat de afgelopenjaren met 26 fte is uitgebreid.Seksueel misbruik laat diepe en blijvende sporen achter. Het kabinet vindthet zorgwekkend dat veel beeldmateriaal nog online beschikbaar is enversterkt de aanpak daarom met structurele capaciteit en middelen,waaronder extra fte’s en 2 miljoen euro vanuit het vorige kabinet. Zoals inhet coalitieakkoord is vastgelegd, worden er bovendien extra cyber- enzedenrechercheurs opgeleid. Het kabinet blijft de aanpak verbeteren,nationaal en internationaal, en werkt daarbij samen met experts enpartners.De voorzitter:Mevrouw Beckerman heeft een vraag.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, tenzij er nog meer antwoorden komen hierover. Ja? Dan wacht ik heeleventjes.De voorzitter:U gaf het al aan. Sorry, mevrouw Beckerman. Dan doen we het aan heteinde.Staatssecretaris Aerdts:Zeker. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog: hoe kijkt het kabinet naar deCSAM-wetgeving en het plan voor chatcontrole dat de nationaleveiligheid aan zou kunnen tasten? Het standpunt inzake de Europeseverordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik isonveranderd. Het kabinet heeft zorgen over de bescherming van privacy,grondrechten en digitale weerbaarheid. Hoewel het advies van de AIVDeen bijdrage levert aan de afweging, is het één element in de bredereoverweging. Daarbij spelen ook andere elementen, zoals de beschermingvan kinderen tegen de verspreiding van online kindermisbruik, privacy engrondrechten, nadrukkelijk een belangrijke rol. Vanwege het tijdelijkekarakter zijn er periodiek momenten waarop de afweging kan wordenherzien. Het permanent maken van de regeling betekent dat dezeheroverwegingen komen te vervallen, wat de zorgen van het kabinetvergroot. Dit resulteert in de wens om ons van stemming te onthouden,maar uiteindelijk in een tegenstem ter uitvoering van de motie-Kathmann.Die tegenstem staat nog steeds. Dat neemt niet weg dat het kabinet hetdoel van de verordening onverminderd blijft steunen. Het verspreiden vanmateriaal van seksueel misbruik van kinderen is verschrikkelijk enverwerpelijk en moet zo veel mogelijk worden tegengegaan. Daarvoor issamenwerking op Europees niveau essentieel.Dan ga ik nog even in op de vraag hierover van de heer Ceder. Hij vroeg:kan de Staatssecretaris toezeggen om mogelijke maatregelen teverkennen en de Kamer hier voor het zomerreces over te informeren? Ikgaf net al aan dat wij de ambitie delen om deze afschuwelijke vorm vancriminaliteit te bestrijden. Daarom zetten we in op de gezamenlijkeEU-aanpak van de verordening en richtlijn tegen online seksueel misbruik,die ik net heb toegelicht. De Minister van Justitie en Veiligheid is decoördinerend bewindspersoon voor de aanpak van online seksueelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9652
kindermisbruik. Hij informeert de Kamer tweejaarlijks via de voortgangs-brief over de aanpak van deze delicten.Ik weet niet of ik hiermee ook de vraag heb beantwoord die mevrouwBeckerman mogelijk nog had. Ik kom aan het einde van het blokje.Mevrouw Beckerman (SP):Ik stelde een aantal vragen, vrij veel eigenlijk, over de deepfakes:pornoafbeeldingen van minderjarigen en volwassenen. Ik noemde ookmijn eigen voorbeeld. Al twee jaar lang staan er meerdere deepfakeporno-video’s online. Je kunt ze gewoon vinden via Google. In die jaren hoor ikiedereen het verschrikkelijk vinden, maar het staat er nog steeds. Wat gaathet kabinet daaraan doen?Staatssecretaris Aerdts:Ik kom hier heel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Excuus.Mevrouw Beckerman (SP):Maar ik heb bijna mijn hele betoog hieraan opgehangen, omdat ditgewoon echt groot is. Dit gaat niet over mij. Dit gaat over heel veelmeisjes en vrouwen. De aanpak schiet tekort. We horen eigenlijk al diejaren hetzelfde. Misschien kan de Staatssecretaris op mijn voorstelingaan. Kinderporno kan binnen 24 uur offline worden gehaald. Zou hetniet slim zijn om dat voor al dit soort deepfake pornografisch materiaal tedoen?Staatssecretaris Aerdts:Mijn excuses. Wij hebben dit op dit moment laten liggen. Ik kom er echtheel graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Excuus.De voorzitter:Dan bent u aan het einde van uw blokjes. Dan gaan we naar ... Nee, erliggen nog vragen. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik liep even weg. Ik denk niet dat mijn vraag beantwoord is, omdat hij ineen ander blokje zat. Ik had nog een vraag over de seksadvertentieplat-forms. Het is namelijk momenteel niet verplicht om aan de voorkant aanleeftijdsverificatie te doen voor mensen die het een goed plan vinden omonline een platform te creëren waarop vrouwen seksuele diensten kunnenaanbieden. Dit maakt dat dit een van de vormen is waarin kindermisbruik,dus minderjarigen die seksuele diensten aanbieden, een mogelijkheid is inons land. Dat kan je heel simpel voorkomen door dit soort aanbieders teverplichten om aan leeftijdsverificatie te doen. Dat doen we momenteelnog niet. Mijn vraag is of de Staatssecretaris het ook een goed idee vindtom dit te regelen. Dat zal volgens mij óf een wettelijke verplichting óf ietsminder zwaars vragen. Maar ik denk dat het een wettelijke verplichtingvraagt. Mijn vraag was of de Staatssecretaris bereid is om dat op tepakken.Staatssecretaris Aerdts:Volgens mij heb ik aan de heer Ceder toegezegd om voor de zomer op alleissues rond de leeftijdsverificatie terug te komen. Ik zal dit ook nadruk-kelijk meenemen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is goed. Daarbij merk ik op dat mijn eerdere punt over leeftijdsverifi-catie ging om diensten af te nemen. Dit specifieke punt gaat overleeftijdsverificatie om diensten aan te kunnen bieden, specifiek in hetkader van kindermisbruik. Het zijn dus wel twee verschillende dingen,waarbij de Staatssecretaris in haar wijsheid misschien verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9653
afwegingen maakt. Het gaat wel echt om twee verschillende ... «Kantenvan de medaille» wil ik het niet noemen, maar het zijn wel twee verschil-lende dingen.De voorzitter:Ik zie de Staatssecretaris knikken om aan te geven dat ze die twee dingengoed in het vizier heeft. Dan is er nog één resterende vraag van de heerCeder.De heer Ceder (ChristenUnie):Het blokje over Odido ging wat mij betreft redelijk snel, dus misschien hebik het gemist, maar ik had ook nog een vraag gesteld over de onvrede dieleeft bij mensen die bepaalde gegevens willen vervangen. Zij kunnen dekosten daarvan nu eigenlijk niet verhalen, omdat je volgens het wettelijkesysteem pas echt iets kan bij daadwerkelijk geconstateerde fraude. Mijnvraag was of het niet wijs is om te verkennen of je bij een lek, niet altijd,maar als het om een aantal cruciale gegevens gaat, die kosten preventiefal ergens kan verhalen. Dat voorkomt dat mensen moeten wachten totdatze echt slachtoffer zijn voordat ze de kosten kunnen verhalen. Ik wasbenieuwd hoe de Staatssecretaris daarnaar kijkt.De voorzitter:Als ik daar eerst even antwoord op mag geven als voorzitter: volgens mijis aangegeven dat er samen met de Staatssecretaris van JenV wordtopgetrokken om te kijken naar een plan van aanpak voor veel meerhandelingsperspectief voor slachtoffers van lekken. Ik denk dat dit daarinwordt meegenomen. Misschien wil de Staatssecretaris zelf nog ietsaanvullen? Nee, zie ik. Volgens mij wordt u dus bediend, meneer Ceder.Dan is het woord nu aan Staatssecretaris Van der Burg.Staatssecretaris Van der Burg:Voorzitter. Ook van mijn kant eerst even een korte inleiding. Dan ga ik overop de verschillende vragen. Ik begin daarbij eerst met de BZK-zaken. Dandoe ik Koninkrijksrelaties. Dan resteert er nog één vraag die eigenlijk bijgeen van ons tweeën hoort, maar die we toch gaan beantwoorden.Ik ben Staatssecretaris van BZK. Een van de belangrijkste prioriteitendaarin is een slagvaardige overheid. Daar zit een taakstelling op vanuit hetcoalitieakkoord. Die gaan we gewoon realiseren. Er is niets mis met eenefficiënte overheid.Voorzitter. Maar nog belangrijker is een effectieve overheid. Daar beginthet wat mij betreft mee. Als je nou zou moeten zeggen wanneer mijnstaatssecretariaat geslaagd is, dan is dat op het moment dat wij opbelangrijke dossiers, meestal liggend bij collega’s, kunnen leveren. Hetgaat dan bijvoorbeeld om wonen, om de hersteloperatie Groningen, omstikstof en om veiligheid. Wat we nodig hebben, is een overheid die hetRotterdamse imago hooghoudt. Dat spreekt ongetwijfeld ook de voorzitteraan. Al bent u waarschijnlijk een Spartaan, denk ik toch aan «geenwoorden maar daden». Dat is het allerbelangrijkste, denk ik.Daarnaast is het belangrijk dat we als overheid toegankelijk enbetrouwbaar zijn. Bij «toegankelijk» denk ik uiteraard aan digitalisering.Dat is ook niet gek in deze commissie. Maar ik denk ook aan loketten. Hetwas de voorzitter die in haar rol van lid van GroenLinks-PvdA heelnadrukkelijk stilstond bij de 2,5 miljoen mensen voor wie de digitalewereld nog een of meerdere stappen te ver is en bij wie je ook heelnadrukkelijk moet kijken naar ondersteuning. Loketten spelen daarbij eenbuitengewoon belangrijke rol.Als ik het heb over een toegankelijke en digitale overheid, heb ik hetnadrukkelijk niet alleen over de Rijksoverheid. Ik heb het dan heelnadrukkelijk over de overheid als totaal. Dat zijn dus gemeenten,waterschappen, provincies en de Rijksoverheid, maar vergist u zich niet. UTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9654
en ik denken ook nog weleens aan zbo’s, zoals het CBR, het UWV of deSociale Verzekeringsbank, maar voor normale Nederlanders, wat wij metz’n allen in deze ruimte niet zijn omdat we toch enigszins vervormd zijn,zijn die ook gewoon onderdeel van de overheid. Als ik het dus heb over«de overheid», dan heb ik het nadrukkelijk over dat totaal. De inzet is duswat mij betreft, ook als het gaat om digitalisering: van Rijksoverheid naaroverheid. Dat is een heel belangrijke, die ik mee wil geven.Op het digitale vlak zijn mijn collega en ik een soort eeneiige tweeling,zoals zij daarnet ook zei. Ik weet dat het biologisch niet kan, gezien het feitdat we jongetje en meisje zijn, maar wij zijn toch een eeneiige tweeling.Daarbij is het heel simpel: de Staatssecretaris van EZK stelt de kaders, enik voer die uit als het gaat om de overheid. Dat is het allerbelangrijkste.Daarbij gaat het wat mij betreft om een aantal zaken. Het gaat dan omcoördinatie. Dat is een rol die we hebben. En het gaat om regie – danwordt ie al wat strakker – maar ook om investeren. Ook dat zie jeterugkomen in de verschillende documenten die u in de afgelopen tijdheeft gekregen.Investeren gaat over infrastructuur en over ICT. Daar zijn al opmerkingenover gemaakt, ook vanuit D66, en het klopt inderdaad dat 44% van detotale inhuur van ons als Rijksoverheid ICT is. Het gaat, even afgerond,om 1,6 miljard. Dat zijn enorme bedragen. We moeten dus investeren ininfrastructuur, in ICT-kennis, in onze eigen ambtenaren als het gaat om hetdigitaliseren, en zeker ook in bestuurders. Ik denk dat het eerste woordjevan sommigen van u niet «mama» was, maar «iPad» of «iPhone», maartoen ik naar de lagere school ging – toen heette het nog geen basis-school – had ik nog gewoon een tafeltje met een inktpotje en een vakjewaarin je je kroontjespen kon leggen. Ik denk dus dat ik een hele hoop vanu kan leren, maar ik vraag ook enig mededogen van u, in elk geval in ditdebat maar ik vrees ook in een aantal latere debatten. U bent namelijk demeester of juf, en ik de leerling. Dat gezegd hebbend, ga ik in op eenaantal vragen die zijn gesteld.Ik begin met een vraag van het CDA. Welke stappen gaat de Staatssecre-taris zetten in de kennisdeling tussen de ministeries en in eenslagvaardige besluitvorming over digitale infrastructuur en dienstver-lening van de overheid? Alle ministeries werken natuurlijk op een aantalpunten al samen. Dat we samenwerken met andere ministeries is welbijzonder, zeg ik erbij als Staatssecretaris die niet alleen gaat overdigitalisering maar ook over een slagvaardige overheid. Ik kom uit degemeentelijke overheid, zoals ook sommigen van u, waar je niet verticaalmaar horizontaal denkt. We hebben dus echt nog wel slagen te maken inde samenwerking tussen verschillende ministeries, waarbij hethorizontaal zou moeten gaan over de vraag hoe we bepaalde problemenoplossen. In de digitalisering trekken in ieder geval de CIO’s met elkaar opin het CIO-beraad. Ze kijken bijvoorbeeld ook heel nadrukkelijkgezamenlijk hoe ze de generieke digitale infrastructuur met elkaar kunnenneerzetten.Een van de prioriteiten van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie isnatuurlijk het ervoor zorgen dat we veel meer aansluiten bij de belevings-wereld van de Nederlandse burger, die op een andere manier denkt danhier gemiddeld wordt gedacht, in plaats van bij onze belevingswereld. Datpast heel goed bij de gedachte van één overheid. Met «onze belevings-wereld» maak ik mezelf overigens te groot; het moet zijn «uw belevings-wereld». Kennis delen is daarin uitermate belangrijk. Ook daarvoor geldtdat dat voor alle lagen uitermate belangrijk is, dus van gemeente totwaterschap en van provincie tot Rijksoverheid. Vanuit de VVD kwam devraag of de Staatssecretaris kan aangeven hoe hij concreet gas gaatgeven op de arbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9655
Voordat u gaat antwoorden op die mooie vraag, is er nog een vraag vanmevrouw Zwinkels van het CDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Het pleidooi van de Staatssecretaris spreekt mij ontzettend aan. Ik komzelf ook uit de gemeentepolitiek. Ik ben toch nog ergens benieuwd naar.Wij hebben namelijk ook echt wel signalen gekregen dat het niet zoeenvoudig is. Het is hartstikke weerbarstig om die kennisdeling goed oporde te krijgen binnen de overheid, zowel tussen ministeries als richtinggemeenten. We hadden laatst nog een discussie met de VNG overbijvoorbeeld de kennisopbouw rondom digitale soevereiniteit. Ik zoudaarom toch nog een extra vraag willen stellen aan de Staatssecretaris.Wat is er op dit moment nodig om die kennisdeling wel te kunnenbevorderen? Waar loopt de Staatssecretaris op dit moment naarverwachting tegenaan? Welke knelpunten gaat hij oplossen?De voorzitter:Dat zijn drie vragen.Staatssecretaris Van der Burg:Ja, en die vragen kan ik maar beperkt beantwoorden. Een van deprioriteiten die de Minister van BZK heeft gesteld – daarmee is datautomatisch ook mijn prioriteit – is investeren in de relaties metgemeentes, provincies en waterschappen. Voor een deel gaat dat om hetherstellen van datgene wat er de afgelopen jaren beschadigd is geraakt.We moeten ons er echter ook van bewust zijn dat gemeentes bovendiende eerste overheid zijn. Dat is niet alleen zo in de opbouw van ons bestel,maar de gemeente is voor heel veel mensen ook gewoon dé plek waar zenaartoe gaan als ze geconfronteerd worden met de overheid. Zij komenniet hier in de Tweede Kamer. Zij komen niet bij de ministeries. Zij komenin het gemeentehuis. Ze komen daar niet alleen omdat ze een paspoort ofeen rijbewijs komen ophalen, maar omdat dat voor hen hét contact metde overheid is. Ik kom straks nog terug op de informatiepunten, dusmevrouw Kathmann hoeft niet meteen in woede uit te barsten omdat ikhele rare dingen zeg. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat we degemeentes weer in positie brengen. Dat is een prioriteit van ons minis-terie. We gaan daar ook vol op inzetten. Daarin speelt alles wat te makenheeft met digitalisering dus ook een rol.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Rajkowski van de VVD. Kan deStaatssecretaris aangeven hoe hij concreet gas gaat geven op dearbeidsproductiviteit en de inzet van AI binnen de overheid? We hebbendaar in eerste instantie de Nederlandse Digitaliseringsstrategie voor. Datis een belangrijke. Ik noemde het net al even in mijn algemene inleiding,maar ook daarvoor geldt dat we op vier niveaus in de infrastructuurinvesteren wat betreft de ICT. Daarbij kijken we ook hoe we meerICT-kwaliteit en -capaciteit kunnen trekken binnen de overheid, opdat – uwbuurvrouw van D66 zal dat ook zien – de inhuur van ICT’ers in detoekomst specifiek gaat dalen. Daarnaast investeren we op dat punt ook inonze eigen ambtenaren en bestuurders. Dat is buitengewoon belangrijk.Maar we kijken ook hoe we AI nu al kunnen toepassen. Denk daarbijbijvoorbeeld aan de transcribeertool en de chatbots die we daarop willeninzetten. U heeft wellicht gezien dat we de vlam.ai hebben geïntrodu-ceerd, en anders zal ik ervoor zorgen dat u daar informatie over krijgt. DeMinisteries van AZ, BZK, VRO, IenW, OCW, VWS en SZW gaan kijken hoeze met die AI-assistent makkelijker alle veelvoorkomende vragen et ceterakunnen gaan beantwoorden. Als het aan de voorzitter ligt, gaan we naarmeneer Van den Berg.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9656
Ja, we gaan naar meneer Van den Berg, want ik verwacht dat hij zijn vraagdoor de Staatssecretaris beantwoord wil zien worden en niet door AI.De heer Van den Berg (JA21):Ja, u bent de chatbot, voorzitter! Ik hoorde het hele rijtje van de Staatsse-cretarissen. Het ging zo snel dat ik niet zo goed weet of JenV daartussenzit. Waarom vraag ik dat? Ik denk dat er juist voor de nationale politie,voor de marechaussee of voor de boa’s echt een kans ligt om bijvoor-beeld wetsvoorstellen op te zoeken, om te bekijken hoe het met bepaaldejurisprudentie zit, om te zien wat het handelingskader is of om deorganisatie van de politie, boa’s in haar geheel en andere organisatiesveel gestroomlijnder te maken. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar?Staatssecretaris Van der Burg:Het antwoord is nee. JenV doet daarin niet mee. JenV heeft daarvooreigen oplossingen bedacht. Zonder dat ik daarmee ook maar enige vormvan kritiek op JenV lever, is dat overigens wel een onderwerp waar we dekomende jaren naar moeten gaan kijken. Soms heb je specifieke oplos-singen nodig voor specifieke organisatieonderdelen van de overheid.Soms kun je ook kijken naar generieke oplossingen, want dat draagt danweer bij aan een slagvaardige overheid. Dan heb je inderdaad gewoonéén systeem waar iedereen gebruik van kan maken of maak je systemencompatible. Op dit moment doet JenV het echter anders dan de minis-teries die ik zojuist genoemd heb.De heer Van den Berg (JA21):Dit had een antwoord kunnen zijn dat gegenereerd is door zo’n chatbot. Iksnap de Staatssecretaris in dezen wel, maar ik zou willen zien dat we ditniet in de komende jaren, maar eerder in de komende maanden gaanstroomlijnen. Hoe komen wij tot een slagvaardige overheid? Dat staat inhet coalitieakkoord. JenV hoort daar natuurlijk net zo goed bij. Kortom,integratie en heel snel, als het kan!Staatssecretaris Van der Burg:Op zich ben ik het nadrukkelijk eens met dit principe. Ik streef naar eenslagvaardige overheid. Ik streef naar één overheid en ik streef ook naareenheid. Dat gezegd hebbende, ga ik zeggen wat mijn collega net ook eenpaar keer heeft gezegd, namelijk dat we inmiddels 171 uur Staatssecre-taris zijn, maar nog tot mei 2030 hebben te gaan, dus dat een klein beetjeinwerken nog wel aan de orde is. Naarmate ik hier langer zit, bijvoorbeeldin mei 2030, mag u mij iets harder om de horen slaan dan op 2 maart2026. Daar is het nu nog net even iets te vroeg voor. Ik hoor u vragenhoeveel uur we er tegen die tijd zitten, maar daar kunt u met AI nou heelmakkelijk antwoord op krijgen, meneer Van den Berg. Daar heeft u geenStaatssecretaris voor nodig.Dat gezegd hebbende, wilde ik overgaan naar GroenLinks-PvdA. Ik had algezegd dat de gemeente natuurlijk een centrale rol moet spelen als eersteoverheid voor heel veel burgers. Wij kennen ook de verschillendevoorstellen die door GroenLinks-PvdA zijn ingediend met betrekking totde IDO’s. Er is mij gevraagd hoe ik de rol van de IDO’s zie in een werelddie steeds digitaler wordt. De IDO’s zijn natuurlijk buitengewoonbelangrijk. Daarin ligt een speciale link met de rol die bibliotheken daarinmoeten spelen. Dat komt door een aangenomen motie op voorstel vanmevrouw Kathmann. Tot vorige week maandag 11.00 uur was ik toevalligook woordvoerder op het gebied van bibliotheken aan de andere kant vande tafel. Ik weet bijvoorbeeld dat de IDO’s in het kader van de veranderingof verbetering van de Bibliotheekwet aan de orde zouden kunnen komenen waarschijnlijk ook gaan komen. Ik zie de IDO’s in ieder geval als eenbelangrijk instrument.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9657
De bibliotheken zijn wat mij betreft een van die plekken. Die discussieheeft u ook gehad met mijn voorganger. Er zullen ook andere plekken zijnwaar mensen informatie kunnen vinden en ophalen. Daarbij kunt udenken aan buurthuizen en scholen et cetera. Gemeentes zijn daarin weerbuitengewoon belangrijk. Gemeentes moeten daarin de regie voeren. Dankan er discussie ontstaan tussen mij en het lid Kathmann – die kantrouwens nooit ontstaan tussen mij en voorzitter Kathmann – maar ik vindin ieder geval dat de gemeentes daar een belangrijke rol in moetenspelen. Ik ben zelf in mijn vorige rol in veel bibliotheken geweest en ik ziehoe belangrijk het is. Daarbij zie je overigens ook steeds vaker datgemeente, bibliotheek, IDO en nog een aantal functies vaak letterlijk inhetzelfde gebouw komen te zitten. Ik denk daarbij aan Hellendoorn enHarderwijk, maar ik heb het op meerdere plekken gezien. Ook hier in DenHaag is het allemaal buitengewoon geconcentreerd. Daar kun je dus weldegelijk naar kijken. De IDO’s zijn buitengewoon belangrijk.De vervolgvraag van mevrouw Kathmann hierop was: heeft het kabinet deambitie om de IDO’s nog verder te versterken, zodat nog meer mensendaar gebruik van kunnen maken? Zeker, maar wel weer in samenspraaken onder de regie van de gemeentes. We gaan nadrukkelijk kijken hoe wedie positie kunnen verbeteren. Ik vond uw verhaal over die meneer metwie u gesproken had, dan wel van wie u had gezien hoe het ging,buitengewoon belangrijk. Ik denk dat we onvoldoende beseffen dat bijna2,5 miljoen mensen worstelen met zaken die voor u, en in beperkteremate voor mij, eigenlijk vrij gewoon zijn.Een derde vraag over IDO’s: is het kabinet bereid om te kijken of de IDO’sook een plek kunnen krijgen in de wet? Ik benadruk het nu voor de derdeen laatste keer en dan houd ik op over de gemeentes, want dan heb ik hetpunt wel duidelijk gemaakt: ook hiervoor geldt wat mij betreft dat je hetmoet doen met bestuurlijke afspraken met gemeentes. Ik vind echter datwe goed moeten kijken naar het wettelijk verankeren van dienstverlening,ook op dit punt. Ik vind het namelijk zo’n belangrijk punt. We moeten echtkijken of we de dienstverlening van de overheid richting de burgerwettelijk kunnen verankeren.De heer Ceder stelde een vraag. Ik zal ’m even voorlezen: «Kan deStaatssecretaris toezeggen met vaart toe te streven naar één extensie?Welke vervolgstappen worden er dit jaar gezet?» U weet dat we bezig zijnmet een impactonderzoek om de implicaties helder te krijgen. Dat gaatdan overigens niet alleen om overheid.nl, maar ook om gov.nl. Ik hoop datwe dat voor het eind van het eerste kwartaal – ik weet dondersgoed dathet eerste kwartaal eind deze maand eindigt – kunnen afronden, zodat ik uvoor het meireces kan informeren. Materieel betekent dat dus dat u daarvolgende maand over geïnformeerd zou moeten worden, via eenKamerbrief.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben blij dat we daar binnen nu en een paar weken informatie overkrijgen. Ik ben nog wel op zoek naar het volgende. Er is in 2014 eenprincipebesluit genomen. Ik wil graag weten of de uitkomst van deimpactanalyse nog uitmaakt voor de vraag of dat principebesluit wordthernomen of niet. Ik vraag dit omdat in de afgelopen jaren, al sinds 2019,onderzoek op onderzoek heeft plaatsgevonden waarin ook een impact-analyse is gedaan: consultantsrapporten, een adviesrapport. Ik zie hiervijf, zes rapporten die allemaal zeggen dat wij dit moeten doen. Dat staatnog even los van de vraag hoe duur en hoe ingewikkeld het is, maar dit iswel verstandig. Mede op grond daarvan heeft de voorganger van dezeStaatssecretaris, mevrouw Van Huffelen, hierover een principebesluitgenomen. Ik wil best met de Staatssecretaris meebewegen en afwachtenwat hiervoor nodig is, wat de tijdlijn is en wat het gaat kosten. Dat moetenwe allemaal passen en meten, maar mijn vraag is wel of het principebe-sluit nog staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9658
Staatssecretaris Van der Burg:Als je een onderzoek doet, moet je de uitkomsten altijd serieus nemen. Alsje zegt «ik doe een onderzoek, maar de uitkomst staat van tevoren vast»,dan moet je het onderzoek niet doen. Dat past niet binnen eenslagvaardige overheid en het is in het algemeen vrij dom om dat te doen.In die zin moet je het onderzoek dus afwachten om je conclusies tekunnen trekken. Dat is één. Twee. Houd je het principebesluit in stand opbasis van het onderzoek dat eind deze maand is afgerond, dan zul je nogsteeds met elkaar een aantal zaken op een rijtje moeten zetten, bijvoor-beeld: wat gaat het kosten? Bij de vraag «wat gaat het kosten» denk ik nietalleen aan geld, maar ook aan capaciteit en aan tijd in relatie tot anderezaken die ook moeten worden geregeld. Er zijn immers ook andere zakendie prioriteit hebben. Daar kom ik zo op, als ik inga op de volgende vraagvan de heer Ceder. Aan de uitkomst van het onderzoek zijn dus devolgende vragen gekoppeld: al of niet doen, en wat kost het qua tijd, gelden capaciteit? Dan kun je er pas een plan op zetten. Laat er geen misver-stand over bestaan: dat principebesluit is natuurlijk niet voor niksgenomen. De implicaties die in de vraag van de heer Ceder zitten, staanovereind. Dat laat onverlet dat ik nu niet kan zeggen dat we het zo, zo enzo gaan doen. Daarvoor moet ik die stukken eerst hebben ontvangen engezien, van commentaar hebben voorzien en, zoals beloofd, voor hetmeireces naar u hebben gestuurd.De heer Ceder (ChristenUnie):Om te voorkomen dat ik hier een motie over indien, vraag ik het volgende.Begrijp ik goed dat de Minister bij dezen toezegt dat hij met een brief zalkomen waarin hij duidelijkheid geeft over het al dan niet hernemen ofvoortzetten van het principebesluit en dat hij, als dat wordt voortgezet, ditkoppelt aan een tijdlijn en daarbij aangeeft welke middelen daarvoorbeschikbaar zijn en welke dilemma’s er misschien nog zijn? Dan is er inieder geval duidelijkheid. De Kamer vraagt hier nu al bijna twee jaar om,terwijl wij zien dat wereld om ons heen steeds aan het veranderen is ende urgentie om in ieder geval een duidelijke koers te varen misschien welhoger is dan ooit. Ik vraag mij dus even af of al deze afwegingen in diebrief terugkomen. Kan hij dat ook toezeggen?Staatssecretaris Van der Burg:Als de griffie één woord aanpast in deze vraag – nou, niet in de vraag,want die is al gesteld – en het woord «Minister» vervangt door «Staatsse-cretaris», dan kan dit verder als toezegging worden genoteerd.Ik ga meteen naar de volgende vraag van de heer Ceder. Hij vroeg mij deKamer voor het zomerreces te informeren over de digitale toeganke-lijkheid voor mensen met een beperking en hij vroeg mij hen daadwer-kelijk te betrekken bij de oplossing daarvan. Daarbij maak ik even eenkanttekening. We beginnen met kinderen. Per 1 juli 2026 zal de bevoegd-heidsverklaringsdienst ouderlijk gezag voor kinderen tot 12 jaar live gaan.Dan kunnen ouders met hun eigen DigiD de digitale dienstverlening voorhun kinderen regelen. Dat is dus stap één: kinderen eerst. Ik neem aan datdat niet op al te veel bezwaren stuit. Daarna zal gewerkt worden aan debevoegdheidsverklaringsdienst voor wettelijke vertegenwoordigers.Daarmee kunnen wettelijke vertegenwoordigers met hun eigen DigiD, netals ouders dat kunnen voor hun kinderen, de digitale dienstverleningregelen voor mensen die handelingsonbekwaam zijn. Het volgende is weleen belangrijke, zeg ik er maar even bij: het gaat natuurlijk om mensen diehandelingsonbekwaam zijn. Mensen met een beperking zijn niet hande-lingsonbekwaam; de meesten van ons hebben wel enige vorm vanbeperking. Als het gaat om het in de plaats treden, dan moet het echtgaan om handelingsonbekwaamheid. Uiteraard zijn we daarover ingesprek met de wettelijke vertegenwoordigers van mensen met eenbeperking en kijken we dan ook wat we met anderen kunnen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9659
Hiermee wil ik dit blokje meteen maar afsluiten, zodat ik samen met u kaningaan op de Cariben, maar niet voordat ...De voorzitter:... de heer Ceder een vraag heeft gesteld.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb inmiddels, na een aantal jaren, geleerd dat je even moetdoorvragen om te kijken of je elkaar goed begrijpt. Dat is om tevoorkomen dat we dit punt over een halfjaar weer met elkaar bespreken.Voor zover ik weet, is er een wetswijziging nodig, in ieder geval om dezezaken voor mensen die handelingsonbekwaam zijn, in werking te kunnenlaten treden. Als dat niet klopt, hoor ik dat graag. Als dat wel zo is, is daarnatuurlijk een traject voor nodig. Ik hoor dan ook graag wat er, even losvan het informeren van de Kamer, nu precies uitgewerkt wordt. Als hetnamelijk een wetswijziging is, gaat daar een traject van ongeveer tweejaar aan vooraf. Als het een richtlijnaanpassing is, is dat prima, maarkunnen we dan wel een toezegging verwachten dat die aanpassing ervoor het zomerreces ligt? Wat kunnen we in ieder geval voor hetzomerreces verwachten van de Staatssecretaris?Staatssecretaris Van der Burg:Zowel mijn hersenhelft links van mij als die rechts van mij heeft gezegddat een wetswijziging niet nodig is. Dat komt doordat wettelijke vertegen-woordigers namelijk al wettelijke vertegenwoordiger zijn, en dus almogen handelen. Het gaat hier dus meer om de techniek die erachter zitdan om de wettelijke basis. Het antwoord daarop is dus: nee, er is geenwetswijziging nodig.Voorzitter. Dan wilde ik met u naar de Cariben gaan.De voorzitter:Eén laatste vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Het is fijn dat dit opgehelderd is. Als ik het goed begrijp, betekent dit duswel dat de Staatssecretaris toezegt dat de techniek voor het zomerreceslive is, nadat dat punt van de kinderen geregeld is. Als ik dat verkeerdbegrijp, hoor ik graag vanaf wanneer het wel in werking treedt. De redendaarvoor is dat we hier geregeld vragen over krijgen van mensen die hierelke dag mee te maken hebben. Ik hoop dus dat, als het een techniek-kwestie is, we in ieder geval duidelijkheid hebben over wanneer dat danopgelost is. Dan kunnen we mensen dit antwoord ook meegeven.Staatssecretaris Van der Burg:Het antwoord is wederom «nee». Op 1 juli hebben we het rond voor decategorie kinderen en ouders. Na 1 juli gaan we het regelen voor mensenmet een beperking die handelingsonbekwaam zijn, zeg ik er toch nogmaar bij. Dat is dus ná 1 juli. Vóór 1 juli: ouders en kinderen.De voorzitter:De laatste vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor deze opheldering. Mijn vraag blijft toch wanneer het dan welgeregeld is voor de categorieën waar ik het over heb. Ik kan er genoegenmee nemen als de Staatssecretaris eventueel zou kunnen toezeggen dathet voor het kerstreces voor die categorieën geregeld is. Dat mag ook wateerder of wat later, maar ik heb wel behoefte aan een concrete deadline.Dan kunnen we het namelijk ook communiceren. Ik maak er zelf geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9660
gebruik van, maar er zijn veel mensen die in ieder geval wat houvastnodig hebben om te weten wanneer ze daar gebruik van kunnen maken.Staatssecretaris Van der Burg:Wat ik ga doen, is u op dit specifieke punt even een briefje sturen. Dan kanik eventjes bekijken wat een realistisch tijdstip is. Ik ben meer van decategorie «underpromise, overdeliver» dan andersom. Daarom kom ikeven met een briefje terug bij de heer Ceder, en daarmee uiteraard bij dehele commissie.De voorzitter:Heeft u toch mooi een brief toegezegd gekregen! Dan is de volgendevraag inderdaad natuurlijk...Staatssecretaris Van der Burg:Voor het kerstreces! Nee, hoor: binnen twee weken.De voorzitter:Binnen twee weken komt er een brief. Dat staat genoteerd. Dan kunnenwe nu door naar het Caribisch deel van het Koninkrijk.Staatssecretaris Van der Burg:Ja, dan gaan we nu naar het Caribisch deel, voorzitter. Ik zei net in mijnalgemene inleiding dat ik een eeneiige tweeling ben met de Staatssecre-taris van Economische Zaken, maar er is één iemand met wie ik een nogbetere relatie heb als Staatssecretaris Slagvaardige Overheid dan met deStaatssecretaris van Economische Zaken: de Staatssecretaris die gaat overKoninkrijksrelaties. Die is nog meer in mijzelf verenigd. U mag er dus vanuitgaan dat ik vanuit die gedachte denk. Daarbij maak ik wel even eennadrukkelijk onderscheid. In de vragen liepen het «Koninkrijk» en«Caribisch Nederland» soms een beetje door elkaar heen. Als we hethebben over het Koninkrijk, dan hebben we het over de vier landen Aruba,Curaçao, Sint-Maarten en Nederland. Daarbij hebben we te maken metvier gelijkwaardige landen, waarbij ieder land in beginsel zelf verantwoor-delijkheid kent. Je kunt er wel voor zorgen dat we elkaar helpen. Deuitgangspositie voor Bonaire, Statia en Saba is anders. Daarbij hebben wehet over Caribisch Nederland. We mogen ze geen «gemeenten» noemen,maar moeten ze «openbare lichamen» noemen, maar ik ga toch uit van«342 plus 3 is 345» gemeenten waarvoor we aan de lat staan. Dat is ookwel het uitgangspunt.Mevrouw Kathmann vroeg of we van het kabinet kunnen verwachten datde wetgeving voor digitalisering ook altijd van toepassing wordt voorCaribisch Nederland. We hebben in het coalitieakkoord heel nadrukkelijkherhaald wat ook in het verleden al is gezegd: comply or explain. Oftewel,in normaal Nederlands: voer uit of leg uit. Dat is wat mij betreft ook hetuitgangspunt als het gaat om Caribisch Nederland. Dat is breder, zeg ikerbij, dan digitalisering. Het geldt gewoon in zijn algemeenheid. Dit geldtook voor onze eilanden in de kop van Nederland. Soms heb je te makenmet het feit dat het een eiland is of dat het een buitengewoon kleinegemeente dan wel openbaar lichaam is, en dan moet je maatwerk leveren.Je hebt ook te maken met de afstand; je moet ook bedenken dat de drielanden en de drie gemeentes, of openbare lichamen, zoals ik ze officieelmoet noemen, niet geclusterd bij elkaar liggen. Bonaire werkt samen metde 800 kilometer verderop gelegen Saba en Statia. Dat zijn allemaaldingen waardoor je extra maatwerk moet leveren. Maar ja, dat is welgewoon het uitgangspunt.De vervolgvraag van mevrouw Kathmann was: wat is de visie van hetkabinet op digitalisering in het hele Koninkrijk? Deze beantwoord ik evenvoor Caribisch Nederland, zoals ik net heb gezegd. Voor het Koninkrijkgeldt nadrukkelijk dat de drie andere landen daar zelf verantwoordelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9661
voor zijn. Uiteraard kunnen wij met elkaar samenwerken en van elkaarleren, maar ons beleid richt zich dus op Europees Nederland, inclusiefCaribisch Nederland, en niet zozeer op het Koninkrijk, zeg ik er even bij ternuancering.Wat gaat het kabinet doen om digitale infra in Caribisch Nederland teversterken? We hebben sowieso 4 miljoen – ik zeg «we» – ter beschikkinggesteld voor verdere modernisering van de vaste netwerken. De ACMheeft onderzoek gedaan naar marktordeningsmodellen, specifiek voortelecom. U weet dat er op de eilanden, breder dan alleen op het gebiedvan ICT, het een en ander speelt rondom telecom. In een later stadiummoeten we ook de Wet telecommunicatievoorzieningen BES gaanmoderniseren. De tijd gaat harder dan de wetgeving aankan. Een van debelangrijke punten bij connectiviteit – daar kom ik ook nog over te sprekenmet de collega’s van IenW – is het openbaar vervoer of varianten daarop.Het is niet fijn om te horen voor iemand van GroenLinks-PvdA, maar daargeldt het vliegtuig als een vorm van openbaar vervoer. Zeker als het gaatom digitale infrastructuur, moet je ook naar de prijs-kwaliteitverhoudingkijken. Die is anders dan hier in grote delen van Nederland. Dat speeltvoor een deel ook al bij de Waddeneilanden. Het aanleggen van ICT inAmsterdam of Rotterdam is van een andere orde dan op Schiermon-nikoog, laat staan op Saba.Dan ga ik naar een vraag van mevrouw El Boujdaini van D66. Zij vroeg:onderschrijft de Staatssecretaris ook het belang van de soevereiniteit vanhet Caribisch deel van het Koninkrijk? Dan zult u denken: soevereiniteit,dat hoort toch eigenlijk bij de collega thuis? Het hoort bij ons alle tweethuis; één mond, zeg ik toch maar eventjes. We zijn natuurlijk ook aan hetkijken hoe we de nationale weerbaarheidsaanpak specifiek in CaribischNederland kunnen vormgeven. Als je het hebt over weerbaarheid, dangaat het al snel veel breder dan alleen digitalisering. Dan spreken we ookover meer collega’s dan alleen wij tweeën. Dat speelt benedenwinds heelsterk in relatie tot bijvoorbeeld Venezuela en Amerika. Dat is iets voor eenandere commissie, maar ik noem het in dit kader toch ook maar even.Dat was het blokje over Caribisch Nederland, voorzitter. Ik zou naar delaatste vraag willen gaan, die over het laatste blokje gaat. Dat ga ik danook doen.De voorzitter:Het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft dan nog eenvraag. Ik ben ongelofelijk blij met de beantwoording van de Staatssecre-taris wat betreft comply or explain: we willen dus gewoon complyen.Maar dat is wel al heel veel jaren toegezegd aan de Kamer, en tochgebeurde het niet. Toch gingen we elke keer maar weer explainen waaromwe niet gingen complyen. Wat gaat deze Staatssecretaris anders doenwaardoor het nu wel gaat lukken? Wat was het? We mochten u in 2030wat harder toespreken dan deze week?Staatssecretaris Van der Burg:Het betekent dat ik dat vervelende mannetje ben in de ministerraad dat bijalle wetgeving deze vragen gaat stellen. Het begint natuurlijk metcomplyen or explainen in de wet- en regelgeving die je voorlegt aan deministerraad en daarmee aan de Kamer. Als het goed is, ben ik dan dehorzel in de ministerraad en bent u weer de horzel richting de andere 27maar daarmee ook richting mij, dat u tegen die andere 27 zegt «hoe zitdat?» en dat u tegen mij zegt «hé, Van der Burg, zit u wel voldoende alseen bok op de haverkist?» Dat is namelijk zoals het hoort te werken, zodatwij elkaar scherp houden op dit punt. Soms zijn er ook goede redenenvoor een uitzondering. Dan is dat explain ook gewoon een rechtvaardigexplain. Maar uitgangspunt is wel dat we daar wat strakker op gaan zittenmet elkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9662
Dan de laatste vraag die ik in mijn mapjes heb zitten, voorzitter. Dat waseen vraag van mevrouw Zwinkels en die ging specifiek over monitoringdesinformatie in campagnetijd. Die zit in een apart mapje, omdat die nietonder een van ons tweeën valt. Als het namelijk gaat om verkiezingen,valt het allemaal onder de Minister van BZK. Hij is de hoeder van deverkiezingen en moet dat allemaal goed in de gaten houden. We hebbennatuurlijk ook bij de afgelopen verkiezingen – ik vrees dat we dat dekomende tijd ook zullen moeten doen – goed opgelet of er bijvoorbeeldsprake is van buitenlandse inmenging, van manipulatie. Het ingewikkeldstwordt het bij fake news en desinformatie. Want je hebt natuurlijk echtefake news en echte desinformatie, maar soms noemen we het ookgewoon «campagne». Dat is het ingewikkelde waar je altijd heelvoorzichtig mee moet zijn. De Minister van BZK werkt op dit moment aaneen pilot over detectie voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: meer dan dat kan ik u daar nietover zeggen. Daarvoor zult u bij mijn Minister moeten zijn.De voorzitter:Dan zijn we volgens mij aan het einde gekomen van de beantwoording. Ikkijk heel even naar mijn collega-Kamerleden of er nog vragen zijn blijvenliggen. Nee. Dat brengt ons dan gelijk bij de tweede termijn van de Kamer.Staatssecretaris Van der Burg:Voorzitter, een punt van orde.De voorzitter:Jazeker.Staatssecretaris Van der Burg:Mag die tweede termijn van de Kamer over twee minuten beginnen?De voorzitter:Zeker. Ja hoor. Goed voorstel.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Dan gaan we van start met de tweede termijn van de Kamer en vraag ikeven aan mevrouw Rajkowski of zij het voorzitterschap wil overnemen omhet woord te kunnen geven aan het lid Kathmann van GroenLinks-Partijvan de Arbeid.Voorzitter: RajkowskiDe voorzitter:Yes. Gaat uw gang, mevrouw Kathmann.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Ja, dank. Ik wilde eigenlijk heel anders beginnen, maar dan zit je zo’nbeetje te scrollen... We zitten namelijk allemaal te veel op onze telefoon,ook ik. En dan komt staande deze vergadering het bericht binnen dat deVNG werkt aan een soort nieuwe raamovereenkomst met Microsoft voor2027. Dat is dus een soort collectief samenwerkingsverband, waar wij danlekker mee doorgaan. Ik snap dat deze Staatssecretarissen er nog maarkort zitten, maar ik wil ze eigenlijk vooral meenemen in dit circus omdatdit dus altijd zo gaat. Wij schrijven dingen op, wij willen dingen en danben je aan het vergaderen... Ik zei net al tegen iemand: hovenier wordenof imker lijkt me ook een heel leuk beroep. Misschien moet ik dat maareens overwegen. Hier denk ik namelijk weleens: hoeveel voorstellenkunnen we nog laten aannemen in de Tweede Kamer? Hoeveel ambitieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9663
kunnen we hebben? Hoeveel mooie woorden kunnen er wordenopgeschreven in het coalitieakkoord?Ik hoop eigenlijk vandaag van de Staatssecretarissen de toezegging tekrijgen dat dit bericht even flink onder de loep wordt genomen en dat ernu geen onomkeerbare stappen in de onderhandelingen worden gezet. Ermoet eens opgehouden worden met het altijd maar hebben overdienstverlening versus «we moeten door met big tech». Het doet mij heelerg denken aan de tijd dat ik in de parlementaire enquêtecommissieGroningen zat, waar we elke keer als Kamer maar te horen kregen: deleveringszekerheid, de leveringszekerheid! Eigenlijk bleek dat we 30 jaarlang helemaal niet wisten wat dat betekent. Zo is het ook bij digitaledienstverlening. Er wordt altijd gelijk geroepen: we kunnen niet anders,want dan komt de dienstverlening aan burgers in gevaar. Dan zijn erallemaal mensen ongerust, maar dat is gewoon niet waar!Ik wil eigenlijk de toezegging hebben dat wij als Kamer, als we daaroverspreken, geïnformeerd worden over hoe die dienstverlening dan in gevaarkomt. Er moet niet altijd maar geroepen en geschermd worden. Ik ben datzat. Ik heb echt het idee dat we elke keer weer drie stappen teruggaan inplaats van vooruit zetten. Ik heb juist het idee dat het met het coalitieak-koord heel erg de bedoeling is om zelfs meer dan twee stappen vooruit tezetten. Dat wilde ik even zeggen over de actualiteit. Ik begrijp dat dezetwee Staatssecretarissen hier verder misschien ook niet al te uitgebreid opin kunnen gaan, gezien de korte periode dat zij er zitten.Dan heb ik nog een actualiteit, waar ik ook maar gelijk een motie aan hebgewijd. Zojuist vernam ik alarmerende berichten over de Belastingdienst,namelijk dat die de btw-systematiek volledig in handen van de Ameri-kanen wil geven. Afgelopen vrijdag hebben we daarover ook de beant-woording van het kabinet gehad. Die informatie lijkt niet te kloppen. Ikdenk dat de mensen van het kabinet die die woordvoering hebbengedaan, ook niet goed geïnformeerd zijn. Het is wel degelijk zo dat zowelhet beheer als het onderhoud gewoon volledig in handen komen van deAmerikanen. Het mooie aan het laatste alarmerende bericht is dat we ditnog kunnen stoppen.Daarom heb ik daar een motie aan gewijd. Die luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Belastingdienst voornemens is om het beheer en hetonderhoud van de btw-systematiek uit te besteden aan een Amerikaansbedrijf;constaterende dat hierdoor de inning van ongeveer 1,5 miljard euro btwper week direct afhankelijk wordt van één Amerikaans bedrijf;overwegende dat het nog niet te laat is om deze uitbesteding te herover-wegen, zodat de problematische afhankelijkheid van de Verenigde Statenniet toeneemt;verzoekt de regering om het beheer en het onderhoud van debtw-systematiek van de Belastingdienst binnen Europa te houden, engeen onomkeerbare stappen te zetten in deze ICT-migratie totdat deKamer hierover volledig is geïnformeerd en zich heeft kunnen uitspreken,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9664
De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.Zij krijgt nr. 68 (36 800 VII).Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Hoe weet ik nou dat die informatie niet klopt? Als je naar TenderNed gaat,dan zie je dat daar gewoon duidelijk staat dat het wel degelijk zowel overbeheer als over onderhoud gaat. Welingelichte bronnen binnen deBelastingdienst zeggen nu: Tweede Kamer, jullie hoeven deze keer nietalleen maar boos en opgewonden te zijn, want we kunnen dit gewoonnog terugdraaien; de mensen die dit nu doen, zijn niet weg en decomputers die het uitvoeren gelukkig ook niet.Dan heb ik een volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van gegevens alsgevolg van het datalek bij Odido en het bevolkingsonderzoek naarbaarmoederhalskanker, maar mensen vaak niet weten wat zij kunnendoen om zichzelf online te beschermen;overwegende dat een publiek aangeboden basispakket digitale veiligheidcyberveiligheid toegankelijk kan maken voor mensen ongeacht hundigitale vaardigheid of inkomen;verzoekt de regering om een basispakket digitale veiligheid te ontwik-kelen, samen met Nederlandse bedrijven, met in ieder geval een VPN, eenadblocker, een wachtwoordmanager en antivirussoftware;verzoekt de regering om dit basispakket digitale veiligheid te ontwikkelenmet toegankelijkheid als uitgangspunt, dit pakket publiek aan te bieden,en de Kamer in de verzamelbrieven digitalisering periodiek te informerenover de voortgang,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.Zij krijgt nr. 69 (36 800 VII).Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat ruim de helft van jongeren negatieve ervaringen heeftonline;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9665
overwegende dat jongeren geholpen zijn bij speelse manieren om digitaalweerbaar te worden die aansluiten bij hun leefwereld;overwegende dat verschillende ministeries verantwoordelijk zijn voor deonlineveiligheid van jongeren, maar een centrale financiering voorpubliek-private samenwerkingen in dit domein ontbreekt, zoals ookgesteld in de initiatiefnota Veilig online;overwegende dat een stichting als HackShield nu al lespakketten voorjongeren ontwikkelt die invulling geven aan de beleidsdoelen van debetrokken ministeries, maar geen publieke financiering ontvangt;verzoekt de regering om ontwikkelaars van lespakketten voor de digitaleveiligheid van jongeren financieel tegemoet te komen en vanuitbestaande budgetten van de Ministeries van BZK, JenV, EZ, VWS en OCWte komen tot een publieke financiering van minstens één jaar;verzoekt de regering om hierbij rekening te houden met de financierings-opties die zijn voorgesteld in de initiatiefnota Veilig online, en de Kamerover dit voorstel te informeren in de verzamelbrief digitalisering in Q2 van2026,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Van den Berg enDassen.Zij krijgt nr. 70 (36 800 VII).Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesprokenop het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het instand houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy;overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen ophet gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal alsinternationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze rechten;verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht opend-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wensvan de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevantenationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.Zij krijgt nr. 71 (36 800 VII).Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9666
Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat vorige kabinetten hun digitale ambities hebbenvastgesteld in meerjarige strategieën, waaronder de WerkagendaWaardengedreven Digitaliseren en de Nederlandse Digitaliseringsstra-tegie;overwegende dat de Kamer zelf ook met breedgedragen voorstellen isgekomen ter ondersteuning van deze ambities, waaronder de initia-tiefnota Wolken aan de horizon en het document Ons Digitaal Fundament;overwegende dat de Kamer geholpen is met een concretisering van dekabinetsambities, het actualiseren van het staande beleid en duidelijkheidover hoe aangenomen Kamermoties en -voorstellen worden uitgevoerd;verzoekt de regering om een meerjarige digitaliseringsagenda op testellen, gebaseerd op de Werkagenda Waardengedreven Digitaliseren, deNederlandse Digitaliseringsstrategie, en aangenomen Kamermotiesen-voorstellen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Ceder.Zij krijgt nr. 72 (36 800 VII).Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):En de laatste. Excuses, mensen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er naar verwachting 950 miljoen euro per jaar nodig isom de Nederlandse Digitaliseringsstrategie uit te voeren;overwegende dat nog onduidelijk is welke bijdrage de Rijksoverheid gaatleveren aan deze investeringsagenda en hier in de coalitieplannen geengeld voor is gereserveerd;verzoekt de regering om met Prinsjesdag 2026 een voorstel te presenterenover de financiële bijdrage van de Rijksoverheid aan de NederlandseDigitaliseringsstrategie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Van den Berg.Zij krijgt nr. 73 (36 800 VII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9667
Oké, dan geef ik het voorzitterschap terug. O, er is toch nog eeninterruptie.De heer Van den Berg (JA21):Allereerst zou ik nog even willen meegeven dat ik de motie over hetbudget voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wel zou willenmedeondertekenen als dat kan, net als die over end-to-endencryptie.Dan even inhoudelijk over de motie die gaat over de btw-software van deBelastingdienst. Ik snap inderdaad de zorgen die er zijn. Die is natuurlijkerg belangrijk voor het op orde houden van onze begroting, maar ik vraagmij wel af of die motie niet wat prematuur is. Tegelijkertijd – dan kijk ikook een beetje in de richting van het kabinet – vraag ik mij af of erüberhaupt wel alternatieven beschikbaar zijn die net zo goed, betaalbaar,veilig enzovoort enzovoort zouden zijn.Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Dat zijn hele goede vragen van de heer Van den Berg. Ja, de alternatievenzijn er. Op dit moment doen we dat trouwens ook. Die mensen zijn nietweg, die computers zijn niet weg en er zijn Europese aanbieders die ditzouden kunnen. Ik heb goed ingelichte bronnen bij de Belastingdienst – maar ik kan de namen niet noemen – die ook gewoon zeggen ... Daaromis dit ook het mooie en is dit niet prematuur, want we hebben heel vaakhaast. Erger nog, we hebben heel vaak geen haast meer, omdat weeigenlijk voor voldongen feiten staan. Hiervan is nu gewoon gezegd: wekunnen dit nog stoppen. Daarom is het zeker niet prematuur. Daarom ishet goed dat er nu geen onomkeerbare stappen gezet worden, zodat wedit nog kunnen stoppen en we niet dadelijk, over een week, twee weken ofeen maand weer te horen krijgen: ja, we hadden dit eigenlijk allemaal welwillen stoppen, maar helaas, u staat voor een voldongen feit. Vandaartoch mijn haast. Ik werd door deze actualiteit zelf ook voor een voldongenfeit geplaatst. Wat mij nog meer haast geeft, is dat vrijdag door hetkabinet is gezegd: dit is niet zo; het gebeurt allemaal door mensen van deBelastingdienst in Apeldoorn. Dat schijnt gewoon niet te kloppen, geziende gegevens die op TenderNed staan. Dit gaat over beheer en onderhoud,dus vandaar mijn haast.De voorzitter:Helder. Dan nog een vervolgvraag van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dan houd ik me toch maar even van de domme. Als die alternatieven zogoed zijn, waarom hebben ze de aanbesteding dan niet gewonnen?Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):Daar heb ik niet naar kunnen kijken. Wij krijgen als Kamer heel vaak tehoren dat dit de goedkoopste optie of de efficiëntste optie was, of dat er,zoals we natuurlijk al heel vaak in gesprekken hebben gehoord, geenalternatieven zijn. Nee, dat klopt, als je precies een Microsoft wil. Dat is erniet. Maar ze moeten anders gaan benchmarken en dan zijn die alterna-tieven er wel.De voorzitter:Dank. De motie op stuk nr. 73 wordt dus medeondertekend door de heerVan den Berg van JA21. De motie op stuk nr. 72 ook? Weet u het zeker?De heer Van den Berg (JA21):Ik ga even spieken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9668
Dan houd ik het even bij de motie op stuk nr. 73 en als u het zeker weet,laat u het nog even weten.Mevrouw Kathmann, ik geef het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: KathmannDe voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw El Boujdaini van D66.Mevrouw El Boujdaini (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik hoop eigenlijk dat we met het nieuwe kabinet dater zit vooral dingen gaan uitvoeren. We hebben echt al heel erg veelplannen, strategieën en documenten liggen met allemaal hele goedeideeën en de stand van zaken, dus ik hoop vooral dat daar nu uitvoeringaan gegeven gaat worden. Daar kijk ik in ieder geval heel erg naar uit.Tegelijkertijd, door wat mevrouw Kathmann net zei, zijn er nog steedsberichten die mij ook zorgen baren. Het voelt af en toe alsof we dweilenmet de kraan open. Er is dus nog een hoop te doen op het gebied vansoevereiniteit en het sterker maken van onze Nederlandse en Europesetechsector.Dat brengt mij bij het volgende. We moeten ook uitvoering geven aan hetcoalitieakkoord. Ik heb een drietal moties die daar hopelijk aan kunnenbijdragen. De eerste is als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat we in het gehele Koninkrijk meer werk willen makenvan digitale soevereiniteit;overwegende dat er meerdere opties zijn om het Caribisch deel van hetKoninkrijk der Nederlanden digitaal soeverein te maken via zeekabels dieSint-Eustatius, Sint-Maarten, Saba en Bonaire met elkaar kunnenverbinden via een directe verbinding of via Saint Lucia;verzoekt de regering te verkennen hoe de digitale soevereiniteit van hetCaribisch deel van het Koninkrijk het beste versterkt kan worden viazeekabels, en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van denBerg en Kathmann.Zij krijgt nr. 74 (36 800 VII).Mevrouw El Boujdaini (D66):De tweede, over GPT-NL en data-infrastructuur.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9669
gehoord de beraadslaging,constaterende dat met GPT-NL een soeverein en Nederlands taalmodelwordt gebouwd met respect voor auteursrechten en mensenrechten;overwegende dat het voor het doorontwikkelen van initiatieven zoalsGPT-NL van belang is om hoogwaardige publieke en private data tehebben;overwegende dat uitgeverijen inmiddels een licentiemodel hebbenopgericht om private data te ontsluiten, maar er nog grote kansen liggenom bestaande publieke data beter te ontsluiten;verzoekt de regering te verkennen hoe bestaande publieke data betergebundeld kunnen worden ten behoeve van initiatieven zoals GPT-NL,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Kathmann, Van denBerg en Rajkowski.Zij krijgt nr. 75 (36 800 VII).Mevrouw El Boujdaini (D66):Dan de laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de commissie Digitale Zaken geen «eigen» begrotings-hoofdstuk heeft maar wel samen wordt behandeld;constaterende dat door de spreiding van de begroting het moeilijk is omhet overzicht en inzicht scherp te hebben op digitaliserings- enIT-uitgaven;overwegende dat er mogelijkheden zijn om meer overzicht en inzicht tekrijgen in de uitgaven van Digitale Zaken;verzoekt de regering om een plan te maken deze kosten voor digitalediensten en producten inzichtelijker te krijgen door in nieuwe projecten enprogramma’s een financiële paragraaf op te nemen die dit duidelijkmaakt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden El Boujdaini, Zwinkels, Van denBerg en Kathmann.Zij krijgt nr. 76 (36 800 VII).De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Van Dijk van de PVV.De heer Emiel van Dijk (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9670
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat bij telecomprovider Odido de persoonsgegevens vanruim 6,2 miljoen (ex-)klanten zijn ontvreemd en openbaargemaakt,waaronder gevoelige gegevens als IBAN-bankrekeningnummers,identiteitsdocumenten en e-mailadresgegevens;constaterende dat de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek doet naarmogelijke overtredingen van de AVG, in het bijzonder het te lang bewarenvan persoonsgegevens van voormalige klanten;overwegende dat de AVG strenge eisen stelt aan dataminimalisatie,opslagbeperking en passende technische en organisatorische beveili-gingsmaatregelen en dat grote datalekken bij een vitale sector als telecomde samenleving ernstig schaden;overwegende dat effectieve en tijdige handhaving door de AutoriteitPersoonsgegevens essentieel is om burgers te beschermen en bedrijvente prikkelen tot compliance;verzoekt de regering de Autoriteit Persoonsgegevens te instrueren tot eenspoedig en volledig onderzoek naar de naleving van de AVG door Odido,met prioriteit voor de bewaartermijnen en beveiliging van de klantcontact-systemen, en waar nodig de maximale bestuurlijke boete op te leggen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Emiel van Dijk.Zij krijgt nr. 77 (36 800 VII).De heer Emiel van Dijk (PVV):Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Dan is het woord aan mevrouw Rajkowski van de VVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank aan beide Staatssecretarissen voor de beantwoording van al mijnvragen. Ik had aanvankelijk drie moties voorbereid, maar ik heb beslotener twee niet in te dienen vanwege de goede beantwoording. Dankdaarvoor. Dan heb er ik nog eentje over. Die is vooral bedoeld als steun inde rug, omdat ik verwacht dat hier veel achter weg gaat komen. Als hetwat grotere dingen zijn, is het toch beter om een motie in te dienen danom een toezegging te vragen.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9671
gehoord de beraadslaging,overwegende dat hacks en datalekken zo veel mogelijk voorkomenmoeten worden, maar honderd procent veiligheid niet bestaat en er ookrekening gehouden moet worden met hacks en datalekken in de toekomstwaar gevoelige persoonsgegevens op straat komen te liggen;constaterende dat met alleen een naam of een IBAN een crimineel weinigkan, maar met een combinatie van naam, adres, rekeningnummer endocumentgegevens oplichting plotseling een stuk eenvoudiger wordt enorganisaties deze combinaties vaak gebruiken ter verificatie van deidentiteitsgegevens;constaterende dat het veranderen van persoonsgegevens identiteitsfraudeof oplichting kan voorkomen maar dat een naam of adres niet zo makkelijkte veranderen is, dus dat er wellicht gekeken moet worden naar een IBAN,btw-nummer, bsn of andere (persoons)gegevens;verzoekt de regering om samen met toezichthouders, data-experts en hetbedrijfsleven te komen tot een duidelijk handelingskader voor slachtoffersvan datalekken, en de Kamer hierover uiterlijk Q4 van 2026 te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Rajkowski, El Boujdaini,Zwinkels, Van den Berg en Ceder.Zij krijgt nr. 78 (36 800 VII).De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Van den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Allereerst: fijn dat we zo goed het debat hebben kunnenvoeren, zo’n eerste keer. Ik wens beide Staatssecretarissen nog heel veelsucces met de vele uren die er nog gaan komen tot 2030. Ik heb ervertrouwen in dat jullie vast de rit gaan uitzitten en dat we over een paarjaar terugkijken naar dit moment en denken: we hebben iets goeds enmoois in gang gezet. Ik ga daar nog wel twee moties voor indienen.Voorzitter. Ik zei het al in het begin: de economische kansen van digitali-sering vinden wij als JA21 ontzettend belangrijk. Het rapport-Wenninksprak al terecht over die zeekabels. Tegelijkertijd doet dat ten eerste ietsmet het verdienvermogen, maar ten tweede ook zeker met onze soeverei-niteit. Daar wil ik dus absoluut wel versnelling in gaan aanbrengen. Daarheb ik twee moties voor.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen deaanleg beoogt van een pan-Arctische zeekabel tussen Europa en Azië metaanlanding in Nederland;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9672
overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale openstrategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen vanNederland;overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding vanzeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie enEuropese partners, de realisatie van de pan-Arctische zeekabel metaanlanding in Nederland zo snel mogelijk te verkennen, en de Kameruiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren over het uitvoeringsplan ende benodigde besluitvorming,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, El Boujdaini,Rajkowski, Beckerman, Kathmann en Zwinkels.Zij krijgt nr. 79 (36 800 VII).De heer Van den Berg (JA21):Mevrouw Rajkowski, ik hoop dat ik uw naam goed uitsprak.Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee, maar dat komt goed.De heer Van den Berg (JA21):Ik moet er nog een beetje op oefenen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen deaanleg beoogt van een trans-Atlantische zeekabel tussen Nederland en deCaribische landsdelen met verbinding naar Noord- en/of Zuid-Amerika;overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale openstrategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen vanNederland en de Caribische landsdelen;overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding vanzeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie enEuropese partners, de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel teversnellen, en de Kamer uiterlijk vóór Prinsjesdag 2026 te informeren overhet uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.Zij krijgt nr. 80 (36 800 VII).De heer Van den Berg (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9673
Vooralsnog ben ik de enige. Ik kijk uit naar een reactie.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Zwinkels van het CDA.Mevrouw Zwinkels (CDA):Voordat ik begin, zeg ik tegen de heer Van den Berg dat ik ook graag zijneerste voorstel mede had willen ondertekenen. Misschien is hem dat evenontgaan. Volgens mij hoorde ik mijn naam er niet tussen staan in dat rijtje.De heer Van den Berg (JA21):Dat is inderdaad mijn fout; mijn excuses. Ik ga het corrigeren.De voorzitter:Dat betekent dus dat de motie op stuk nr. 79 medeondertekend wordt doormevrouw Zwinkels. Voor de volledige administratie vraag ik aan de heerVan den Berg: ondertekent u ook de motie op stuk nr. 72 en de motie opstuk nr. 73?De heer Van den Berg (JA21):71 en 73.De voorzitter:Dat gaat goed zo. De moties op de stukken nrs. 71 en 73 worden medeon-dertekend door de heer Van den Berg en de motie op stuk nr. 79 wordtmedeondertekend door mevrouw Zwinkels.Dan is nu het woord aan mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dank u wel, voorzitter. We hebben de administratie weer op orde. Het isook geen enkel probleem, zou ik richting JA21 willen zeggen.Voorzitter. Ik dank beide Staatssecretarissen voor hun beantwoording. Ikben blij met een drietal toezeggingen. Eén: de besluitvorming rondom definanciering van grote IT-projecten bij de overheid. Twee: de uitkomstenvan het onderzoek naar het vormgeven van de minimumleeftijd voorsocial media op Europees niveau. Drie: een concrete toelichting op welkehulp we nu bieden richting het mkb als het gaat om cybersecurity eninnovatie, waaronder AI-adoptie.Ook ik wil graag even stilstaan bij de berichtgeving – onze voorzitterkwam daar zojuist al mee – dat de VNG werkt aan een nieuwe raamover-eenkomst vanaf 2027 met Microsoft. De Staatssecretaris van BZK hieldjuist een warm pleidooi in zijn antwoord op mijn vraag waarin ikkennisdeling rondom digitale soevereiniteit met de VNG aan de ordestelde, maar dit is dus wat er inderdaad in de praktijk gebeurt. Hoe gaat erbinnen de overheid onderling beter gecommuniceerd worden in zulkelopende trajecten? Dat wil ik graag van de Staatssecretaris weten. En hoeziet zijn coördinerende rol eruit?Ik kijk ook nog uit naar de antwoorden op de vragen overin-gameaankopen, het opvolgen van de kinderrechtenimpactassessmentsen het opnemen van WhatsApp bij de uitwerking van de digitale kijkwijzer,waar ik in mijn eerste termijn al naar heb gevraagd.Tot slot. Van mijn kant zijn er vandaag geen moties, maar wij steunen duswel de diverse voorstellen van de collega’s hier. Ik wil afsluiten met eenduidelijke oproep: maak tempo, pak de regie, want wij willen graag actiezien.Dank u wel.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9674
De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Dank voor het debat met de nieuwe bewindsper-sonen. Ik begrijp dat zij lekker moeten warmlopen. Wat fijn dat dat met degezelligste commissie van de Kamer kan. Ik ben heel blij met de toezeg-gingen die ik heb gekregen, maar ik zal nog wel een aantal motiesvoorlezen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er weinig zicht is op (minderjarige) slachtoffers vanseksuele uitbuiting;constaterende dat de Nationaal Rapporteur in de Monitor mensenhandel2019–2023 de aanbeveling deed om te zorgen voor mogelijkheden vooronlinecontact met en signalering van minderjarige slachtoffers en dat zeonline outreach en signalering hierbij expliciet noemde;overwegende dat tot november 2025 het Online Outreach Programmawerd gefinancierd en hierin effectief is, maar dat het nu niet wordtvoortgezet;verzoekt de regering om het Online Outreach Programma voor 2026 voortte zetten en als dekking hiervoor onderuitputting op de begroting vanJenV te overwegen en tevens opties in kaart te brengen voor structureledekking voor de begroting van 2027 en daarna,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 81 (36 800 VII).De heer Ceder (ChristenUnie):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het gebruik van een uniforme overheidsdomeinextensiezoals.gov.nl ervoor zorgt dat burgers weten dat ze zich op een officiëleoverheidssite bevinden en zo verwarring en misleiding helpt tevoorkomen;overwegende dat al in 2024 het principebesluit is genomen om te kiezenvoor één overheidsdomeinextensie, maar er sindsdien weinig stappen zijnondernomen;spreekt uit dat het wenselijk is om snel over te gaan naar éénoverheidsdomeinextensie;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9675
verzoekt de regering om nog voor het zomerreces een plan van aanpakinclusief tijdpad over het overgaan van de overheidssites naar ééndomeinextensie met de Kamer te delen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 82 (36 800 VII).De heer Ceder (ChristenUnie):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in Denemarken momenteel een onderzoek loopt omte verkennen hoe financiële dienstverleners kunnen investeren in deaanpak van verdachte transacties die kunnen duiden op betalingen voormisbruik dat via livestreams plaatsvindt;verzoekt de regering om in overleg met relevante partijen als banken,politie en maatschappelijke organisaties te verkennen welke maatregelengenomen kunnen worden om via verdachte financiële transactiesonlinemisbruik aan te pakken, en de Kamer hier voor het zomerreces van2026 over te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 83 (36 800 VII).De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot mijn favoriete onderwerp, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Europese Commissie TikTok voorlopig in strijd heeftbevonden met de Digital Services Act vanwege het verslavende ontwerpvan de app en uit het onderzoek voorlopig blijkt dat TikTok «niet adequaatheeft beoordeeld hoe deze verslavende eigenschappen het fysieke enmentale welzijn van haar gebruikers, waaronder minderjarigen enkwetsbare volwassenen, kunnen schaden»;constaterende dat de Commissie vindt dat TikTok het ontwerp van de appmoet wijzigen, maar dat het bedrijf al heeft laten weten dat het «dezebevindingen op alle mogelijke manieren (gaat) aanvechten»;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9676
verzoekt de regering om, als de voorlopige bevindingen van deCommissie ongewijzigd blijven, het standpunt uit te dragen dat het nietveilig is om TikTok te gebruiken, zeker niet voor minderjarigen enkwetsbare volwassenen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 84 (36 800 VII).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Het woord is aan mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de bewindslieden, de tweeling. Ikweet niet of ik dat beeld nog uit mijn hoofd krijg, dus dank aan de heerVan der Burg hiervoor.Voorzitter. We hebben het heel veel over soevereiniteit en veiligheid.Ondertussen zien we in de echte wereld dat die soevereiniteit enveiligheid helemaal niet groter worden, maar juist kleiner. Ik dacht: ik gahet bij dit debat gewoon heel concreet maken. Iedereen vindt het heel ergdat er deepfakeporno online staat. Iedereen vindt het heel erg voormeisjes en vrouwen dit dat alleen maar erger wordt. Met Grok hebben wehet nu zelfs op X. Iedereen vindt het erg. Tegelijkertijd staat de deepfake-porno van mij al twee jaar online en kun je die gewoon via Google vinden.Met «gewoon» bedoel ik dat het heel ongewoon is. Je hoeft niet naar eendonker hoekje van het internet. Het staat er gewoon en het staat er nogsteeds. Ik vind echt dat we moeten ophouden met het heel erg vínden. Wemoeten hier heel erg hard wat aan doen. Daarom heb ik de volgende tweemoties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat deepfakeporno grote schade toebrengt aan slachtoffersen zich snel en blijvend online verspreidt als de beelden niet snel offlineworden gehaald;overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken vanwetgeving, maar in onvoldoende handhaving en prioritering;verzoekt de regering in te zetten op het zo snel mogelijk offline halen vandeepfakeporno, te zorgen voor prioritering en voor voldoende slagkrachtbij alle betrokken partijen en met hen in gesprek te gaan, en aan de Kamerhierover een concreet plan van aanpak te presenteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 85 (36 800 VII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9677
Mevrouw Beckerman (SP):Nu komt mijn tweede motie. Die is eerder door mijn collega Van Nispen ineen mildere vorm ingediend. Ik ga die nu opnieuw indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat deepfakeporno en andere vormen van online seksueelgeweld snel toenemen en slachtoffers vaak langdurig geconfronteerdworden met beelden die eenvoudig online vindbaar zijn;overwegende dat het probleem niet zozeer ligt in het ontbreken vanwetgeving, maar in onvoldoende handhaving daarvan;overwegende dat via bestuursrechtelijke verwijderbevelen illegaalonlinemateriaal binnen korte termijn, zo nodig binnen 24 uur, kan wordenverwijderd om verdere verspreiding te voorkomen;verzoekt de regering te regelen dat ook deepfakeporno en andere evidentonrechtmatige seksuele beelden van volwassenen snel en effectief offlinekunnen worden gehaald, en daartoe een bevoegde instantie aan te wijzen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 86 (36 800 VII).Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef even de bijsluiter dat we volgens mij drie begrotingenbehandelen, er ook nog heen en weer gewandeld moet worden, er heelveel moties zijn ingediend en dat er misschien ook nog wel wat vragenzijn gesteld. Met die bijsluiter kijk ik even naar rechts. Hoelang is er nodigvoordat we kunnen beginnen met de beantwoording?Staatssecretaris Aerdts:25 minuten.De voorzitter:Dat vind ik heel snel. Perfect. Nee, we doen 25 minuten, meneer Ceder. Ubent wel heel streng vandaag! We schorsen tot 15.45 uur.De vergadering wordt van 15.20 uur tot 15.45 uur geschorst.De voorzitter:Het is precies kwart voor. U bent precies op tijd. We gaan verder met debeantwoording in de tweede termijn van het wetgevingsoverleg over debegrotingen BZK, EZ en JenV, voor zover het onderwerpen betreft die zienop digitale zaken. Ik denk dat het woord eerst aan de Staatssecretaris EZis.Staatssecretaris Aerdts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9678
Voorzitter, dank u wel. Ik wil eerst even ingaan op de vragen die nog zijnblijven liggen, te beginnen bij mevrouw Beckerman. Ik deel haar zorgenvolledig. Het is totaal onacceptabel dat deze deepfakes worden gegene-reerd. Het is mevrouw Beckerman zelf ook overkomen, wat ik echt heelerg vind. Helaas kan het iedereen overkomen. Daarom vind ik hetbelangrijk dat ik hier in de tweede termijn als eerste bij stilsta. Deepfake-porno heeft een enorme impact op slachtoffers. Het kan leiden totschaamte, stress en reputatieschade, terwijl iemand hier zelf geen enkelecontrole over heeft gehad. Het kabinet neemt dit uiterst serieus en vindthet belangrijk dat dit soort misbruik van technologie stevig wordtaangepakt.Ondanks de strafrechtelijke aanpak van de gebruikers van deAI-applicaties, via de artikelen 252 en 254ba van het Wetboek vanStrafrecht, blijft dit maatschappelijke probleem zich in grote matevoordoen. Wij willen slachtoffers beter kunnen beschermen tegen ditafschuwelijke gedrag. Het Ministerie van JenV is daarom in gesprek metverschillende partijen om te bezien of de aanpak van uitkleedapplicatieskan worden versterkt. Hierbij worden de mogelijkheid en wenselijkheidvan een verbod, nationaal dan wel Europees, meegenomen. Ik wil u ookgraag toezeggen dat mijn collega een brief zal sturen waarin alle opties inkaart worden gebracht voor hoe daar nu zo snel mogelijk concreet op kanworden ingegrepen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik had een hele concrete vraag over het zo snel mogelijk offline halen. Datkan nu al binnen 24 uur bij kinderpornografisch materiaal. Dat kunnen wejuist ook uitbreiden naar deepfakeporno.Staatssecretaris Aerdts:Dit is nadrukkelijk een van de vragen die wordt meegenomen in de brief.Ik kan daar nu zelf geen uitspraak over doen namens de Minister vanJustitie en Veiligheid, maar ik zal het direct doorgeleiden, zodat dit als eenvan de mogelijkheden wordt meegenomen in die brief.Mevrouw Beckerman (SP):Dat snap ik, en dit kabinet is nieuw, maar tegelijkertijd horen we dit altwee jaar en staan die beelden nog steeds online. Ik denk dat je heel veelmeisjes en vrouwen heel veel schade berokkend als je die status quomaar zo laat bestaan. Het wordt ook niet kleiner; het wordt groter. We zienhet nu zelfs op X, met Grok. Ik vind het lastig dat de Staatssecretaris daarnu geen antwoord op weet. Ik vraag haar dus wel hoe snel we daar daneen antwoord op hebben, want dit duurt echt veel en veel te lang.Staatssecretaris Aerdts:Ik snap de opmerking van mevrouw Beckerman heel goed. Ik zal mijncollega vragen om u hierover binnen twee weken te informeren.Voorzitter. Dan hadden we nog de vraag van mevrouw Zwinkels overin-gameaankopen: kan de Staatssecretaris toezeggen om ons voor dezomer te informeren over hoe hier werk van gemaakt gaat worden? InEuropees verband wordt gewerkt aan een Digital Fairness Act omschadelijke onlinehandelspraktijken aan te pakken. Nederland pleit in ditkader al langer voor een strengere aanpak van schadelijke handelsprak-tijken in games, waaronder strengere regulering van in-gameaankopen.Het vorige kabinet heeft zijn inzet duidelijk gemaakt in een non-paper,waarin ook uitgebreid aandacht is voor dit onderwerp. In aanloop naar deDigital Fairness Act – het wetgevingsvoorstel wordt verwacht in het vierdekwartaal van dit jaar – zullen we hier aandacht voor blijven vragen. Ik zalde Kamer dan ook informeren over de voortgang via de geannoteerdeagenda van de Raad Concurrentievermogen en het verslag daarvan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9679
Dan hadden we nog de vraag die zowel mevrouw Rajkowski als mevrouwZwinkels stelde, namelijk hoe de uitkomsten van de kinderrechtenim-pactassessments worden meegenomen. Ze worden sowieso gedeeld metde toezichthouders, zodat zij deze informatie kunnen meenemen in hetuitvoeren van hun toezicht. Samen met het Ministerie van OCW bekijk ikof de opname van de uitkomsten van de KIA’s in de digitale kijkwijzernuttig is en hoe we dat het beste vorm zouden kunnen geven als dat hetgeval is.Dan had ik nog de vraag van mevrouw Zwinkels openstaan over hetgebruik van WhatsApp. Dat wordt nadrukkelijk meegenomen in de digitalekijkwijzer.Mevrouw Zwinkels (CDA):Met de laatste antwoord ben ik heel erg blij. Ik ben blij om die bevestigingte horen. Ten aanzien van de kinderrechtenimpactassessments ben ik nogwel benieuwd naar het volgende. Als die worden gedeeld met detoezichthouders, zijn ze daarmee dan ook een instrument voor dehandhaving om echt te kunnen optreden? Daar ben ik wel heel ergbenieuwd naar.Staatssecretaris Aerdts:Wij delen dit nadrukkelijk, omdat wij het van belang vinden, maaruiteindelijk gaan de toezichthouders natuurlijk zelf over wat zij meenemenen hoe ze daar uitvoering aan geven. Wij geven wel aan dat wij dit eenbelangrijk instrument vinden en delen het op deze manier met detoezichthouders, maar uiteindelijk gaan ze hier zelf over.De voorzitter:Nog een vervolgvraag van mevrouw Zwinkels.Mevrouw Zwinkels (CDA):Nou, misschien meer een opmerking voor de komende tijd. Dan zal ik zelfook nagaan hoe we die assessments daadwerkelijk kunnen aangrijpen omer ook wat aan te veranderen, want dat is uiteindelijk het achterliggendedoel. Het kan via toezichthouders gaan, maar misschien kunnen we opdeze manier als overheid zelf ook optreden en dit hard aanpakken.Staatssecretaris Aerdts:Dan nog een andere openstaande vraag van mevrouw Zwinkels, namelijkwat de ondernemers concreet kunnen verwachten. Ik heb u zojuisttoegezegd dat ik de Kamer zal informeren over die European DigitalInnovation Hubs en wat ze concreet kunnen verwachten. Op dit momentloopt het beschikkingsproces voor de verlening van de EDIH’s tot 2028.Naar verwachting wordt dit binnen twee maanden afgerond. Ook wordt ergewerkt aan een voortgangsrapportage over de Strategie DigitaleEconomie. Na toekenning van deze beschikkingen zal ik uw Kamer hier inde voortgangsrapportages over informeren.Dan de kwetsbare personen. Ik gaf aan dat dat ik daar in de tweedetermijn nog even op terug zou komen. Mevrouw Kathmann sprak daar inieder geval over, en een aantal van u sloot zich daarbij aan. De politieheeft aangegeven dat slachtoffers van wie gegevens over stalking zijngelekt, contact met haar kan opnemen om te kijken of zij direct kanhelpen. In het kader van het plan van aanpak dat de VVD voorstelt, wil iksamen met mijn collega van JenV bespreken of we daarin ook kunnenbezien in hoeverre er extra eisen moeten worden gesteld aan debescherming van extra gevoelige gegevens van kwetsbare groepen. Ikben ook voornemens om hierin de andere adviezen van de Digitale DolleMina’s mee te nemen.Dan hebben we nog de zeekabels. Ik begin met de trans-Atlantischezeekabels en de huidige EZK-begroting. De aanleg van de zeekabels is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9680
complex proces met vele stakeholders, waardoor het verloop niet altijdheel precies te voorspellen is. Voor de projecten die ik noemde is deplanning al vaker opgeschoven omdat de businesscase gewoon niethelemaal rond is. Met name voor de Arctische route geldt dat de deadlinesteeds dichterbij komt, omdat dit in breed samenwerkingsverband wordtgerealiseerd. De huidige verwachting is dat er binnen een jaar eendefinitief plan inclusief financiering moet liggen om de eerder gekregenEuropese subsidie, de Connecting Europe Facility, niet kwijt te raken. Voorde IOEMA geldt dit minder strikt, omdat er minder partijen bij betrokkenzijn, al kan dit project ook geen doorgang vinden indien er geen publiekeof private financiering beschikbaar komt.Dan was er nog de vraag van de heer Van den Berg. Hij zei dat de marktenerzijds onvoldoende beweegt, maar dat ik anderzijds aangaf dat er ookveel verwachtingen zijn. Hoe strookt dat dan met elkaar? Zoals gezegdwerk ik samen met de markt in een publiek-private samenwerking, deZeekabel Coalitie. De financiering wordt bij een aantal kabels geheel doorde markt opgepakt. Echter, bij grotere projecten met risico’s zoals eenhoge initiële investering of vraagrisico’s – is er een partij met veeldatavraag die zich vooraf aan het project wil verbinden? – en bij grotereprojecten met zeer lange terugverdientijden is ondersteuning vanuit deoverheid wel noodzakelijk. Ik gaf in de eerste termijn ook aan dat er vanuitde Europese Commissie geld beschikbaar is voor de financiering vanstrategisch belangrijke zeekabels. Dit geld kan aangevraagd worden om ereen positieve businesscase van te maken. Samen met de ZeekabelCoalitie en RVO worden Nederlandse initiatieven ondersteund bij hunaanvragen voor deze Europese gelden.De laatste vraag, van mevrouw Kathmann, ging over de zeekabels: «Alswe nu niks doen, dan is over twee jaar 100% van de markt in handen vangrote techbedrijven. Alle woorden in het coalitieakkoord vallen of staanmet de zeekabels.» Ik ben het helemaal eens met mevrouw Kathmann datde grote techbedrijven steeds meer de grote zeekabelverbindingenaanleggen. Daarom werkt Europa aan strategische Cable Projects ofEuropean Interest. Daarvoor is er Europese publieke financieringbeschikbaar. Dat is de Connecting Europe Facility waarover ik net ooksprak. Maar in het coalitieakkoord zijn er helaas geen aanvullendebudgetten voor gereserveerd.De heer Van den Berg (JA21):Nog even over de zeekabel. U zei het al, Staatssecretaris: we lopen hetrisico om de financiering vanuit de EU kwijt te raken. We hebben te makenmet marktpartijen en natuurlijk onszelf als Staat. «Lange terugverdien-tijden», hoorde ik u zeggen. Nu ben ik even zoekende. Gaat het kabinet ernou wel of niet mee aan de slag om dat toch voor elkaar te krijgen? Ik ben’m even kwijt.Staatssecretaris Aerdts:Als ik daar alvast op mag reageren? Ik geloof het wel, als ik kijk naar devoorzitter. Wat ik kan aangeven is dat er in het coalitieakkoord geenadditioneel geld voor vrijgemaakt is. Wel steunen wij vanuit de ZeekabelCoalitie andere partijen bij het doen van aanvragen van de gelden diebeschikbaar zijn gesteld door de Europese Commissie. Zo mag u het dusbegrijpen.De heer Van den Berg (JA21):Oké, maar dan verandert er in principe dus niks aan de status quo. Ikspreek daar toch mijn zorgen over uit. Het staat niet voor niets in hetrapport-Wennink. Daar staat geschreven: «Het vergroot de digitale openstrategische autonomie en draagt bij aan het verdienvermogen.» Ik ziejuist een uitstekende kans om dit wél te doen en daar ook rendement uitte halen. Het genereert ook weer meer belastinginkomsten door middelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9681
van economische groei enzovoort. Kortom, hoe gaan we hier nou alsnoggeld voor verzorgen? Kan dat wellicht via de Nederlandse Investeringsin-stelling? Ik zie u al kijken, Staatssecretaris.Staatssecretaris Aerdts:Inderdaad, de investeringsinstelling kan hier een belangrijk instrument inzijn. We spraken eerder vandaag ook al over de 1,5%. Dat zal ik ook metmijn collega gaan bespreken als we naar de Zeekabel Coalitie gaan kijken.De voorzitter:Nog een vraag van de heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Meer afrondend; het is meer een statement. We hebben in dit debat veelgesproken over het gebrek aan middelen voor de vele ambities de wehebben. Ik zal er namens mijn fractie echt scherp op blijven om hier dekomende tijd financiering voor te vinden. Anders ben ik bang dat ik mijneigen punt ga bewijzen. «Zie je wel, er is geen geld beschikbaar. Wekunnen de ambities dus niet halen.» Dat is precies hetgeen ik wilvoorkomen. Daar blijf ik dus op drukken.Staatssecretaris Aerdts:Dan wil ik nu overgaan tot de appreciaties van de moties. De motie opstuk nr. 68 gaat over het btw-systeem. Ik zou u willen vragen om eerst debrief van mijn collega, de Staatssecretaris van Financiën, en het op19 maart geplande commissiedebat af te wachten. Daarom zou ik willenaangeven dat de motie ontijdig is.De voorzitter:Daar wil het lid Kathmann van GroenLinks-Partij van de Arbeid, die demotie heeft ingediend, een vraag over stellen. Dat gaat helaas niet. Wehebben hier namelijk al tien keer, denk ik, maar misschien wel vaker,sciencefictiondebatten gevoerd waarin zowel de Kamer van links totrechts, dus 150 man sterk, als het kabinet zegt «dit is zó’n onwenselijkesituatie». Maar dan hadden we gewoon geen instrumenten om iets testoppen. Hiervan wordt gezegd: «Hebben jullie nou effe geluk met z’nallen! Jullie willen dit niet, maar je kan het nu nog stoppen.» Dan is hetdus heel gek om nu weer te gaan wachten tot 19 maart, om op 19 maartwaarschijnlijk te horen te krijgen: was nou maar eerder geweest, want alsje dit op 2 maart had gestopt, had het nog wel gekund. Ik vind dat risicodus echt veel te groot. We hebben hier een kans om eindelijk een keer ietswat we allemaal willen, wél te laten gebeuren in plaats van niet. Ik snap erdus eigenlijk niets van dat deze motie ontijdig zou zijn.Staatssecretaris Aerdts:Ik snap dit sentiment heel goed en ik zal dit exact zo doorgeleiden aanmijn collega-Staatssecretaris van Financiën, maar ik kan hier nu verdergeen uitspraken over doen. Mijn suggestie is om toch die brief af tewachten, maar ik zal dit sentiment direct na dit debat ook aan hemoverbrengen. Misschien geeft dat dan ook reden om de Kamer eerder teinformeren.De voorzitter:Maar, Staatssecretaris – ik word nu wel een beetje strenger in mijnbewoordingen – waarom hebben wij dan een aparte Staatssecretaris voordigitale autonomie? Daar gaat dit over. Er staan superambities in hetcoalitieakkoord. Het zijn echt hele mooie woorden. Er is een aparteStaatssecretaris aangesteld om die mooie woorden zo veel mogelijk om tezetten in daden. Dan kan het niet zo zijn dat een motie die ik indien overdigitale autonomie waar knetterveel urgentie achter zit en waarmee weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9682
iets in handen hebben waarvan gezegd wordt dat we dit er nog meekunnen stoppen, ineens «niet aan de Staatssecretaris van digitaleautonomie is». Dan weet ik het namelijk ook niet meer.Staatssecretaris Aerdts:Ik zie het juist als mijn rol als Staatssecretaris van digitale autonomie ommijn collega’s hierbij te assisteren. Vandaag zijn er andere feiten naarbuiten gekomen, die blijkbaar niet in lijn waren met het gesprek zoals ikhet met mijn collega heb gevoerd. Dat moet ik dus eerst doen. Ik wil datliever eerst met hem persoonlijk doen dan nu door middel van een motiein uw Kamer, maar ik deel uw zorg hierover absoluut. Ik zal dit ook aanhem meegeven en hem adviseren om hierin geen onomkeerbare stappente zetten totdat hij met uw Kamer heeft gesproken.De voorzitter:Dat betekent, zeg ik even als voorzitter, dat de motie op stuk nr. 68 ontijdigis. Dan is inderdaad de vraag of de indiener daar iets mee doet. Hetantwoord daarop is nee!Staatssecretaris Aerdts:Dan ga ik verder naar de motie op stuk nr. 69, over een basispakketdigitale veiligheid. Diverse marktpartijen bieden veiligheidspakketten aan.Een deel van de genoemde producten wordt gratis aangeboden. Ik wilmet de aanbieders van deze producten de inhoud en de toegankelijkheidvan het aanbod bezien en kijken hoe die eventueel verbeterd kunnenworden. De overheid moet wat mij betreft niet concurreren met de markt,maar het is wel belangrijk dat dergelijke pakketten door de markt wordenaangeboden. Met deze uitleg geef ik de motie dan ook graag oordeelKamer.Dan de motie over een lespakket digitale weerbaarheid.De voorzitter:Excuus, Staatssecretaris, ik kom even door u heen. Hier werd zonetaangestipt dat ik een taak heb als voorzitter. Ik moet namelijk bij elkemotie in de microfoon de appreciatie zeggen. De motie op stuk nr. 69krijgt oordeel Kamer. Bij dezen. En de motie op stuk nr. 68 is ontijdig. Deheer Ceder heeft een vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, even een dubbelcheck. Er staan geen namen onder de motie op stuknr. 69. Klopt het dat ik daar als medeondertekenaar onder sta, mevrouwKathmann? Even een dubbelcheck.De voorzitter:De heer Ceder vraagt of hij inderdaad als medeondertekenaar genoteerdstaat. In mijn herinnering is dat zo, en is zijn naam gewoon per abuisweggevallen. Mevrouw El Boujdaini?Mevrouw El Boujdaini (D66):Het gaat niet alleen over de medeondertekenaars, want er staat helemaalgeen naam onder de motie, dus ook die van uzelf niet.De voorzitter:Oké, ja. Die is bij het kopiëren weggevallen. We gaan dat weer goed inorde maken. Mevrouw Rajkowski?Mevrouw Rajkowski (VVD):Even een vraag om zeker te weten dat ik het goed begrijp. Het verzoek inde motie is, zoals ik het lees, dat ook de overheid een pakket gaatontwikkelen. Als ik de motie naast de inbreng in het debat leg, moeten erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9683
dan ook een overheids-VPN, een overheidsadblocker et cetera komen.Maar in de appreciatie van de Staatssecretaris hoor ik dat het heel goed isdat de markt dit doet. Dan snap ik dus de appreciatie oordeel Kamer niet.Voor mijn gevoel heeft de motie het namelijk in zich dat de overheid ditmoet gaan ontwikkelen. Ik krijg graag toch nog even een toelichtingdaarop. Hoe zit dit nou in elkaar? Dan weet ik wat ik mijn fractie kanadviseren om te gaan stemmen.Staatssecretaris Aerdts:Ik gaf aan dat de overheid daarin niet moet concurreren mét de markt. Hetis dus wel belangrijk dat dergelijke pakketten dóór de markt wordenaangeboden. Het is dus inderdaad niet de bedoeling dat de overheid nuzelf een apart pakket maakt. Het moet in samenspraak met de met demarkt, maar wel dóór de markt worden aangeboden.De voorzitter:Nog even als extra informatie: het is ook heel duidelijk dat dit samen methet Nederlandse bedrijfsleven moet gebeuren. Dat staat ook in hetverzoek.Mevrouw Zwinkels (CDA):Dan heb ik ook nog één vraag, voorzitter. Ik zou graag willen weten of deontwikkeling van zo’n pakket dan ook uit bestaande middelen zou kunnenkomen of dat daar aanvullende middelen voor nodig zijn. Ik wil namelijkook graag mijn fractie goed kunnen adviseren.Staatssecretaris Aerdts:Wij zullen nog even schriftelijk terugkomen op wat precies de implicatieszouden zijn van het aannemen van de motie zoals die hier opgeschrevenstaat. Ik voorzie inderdaad wel een klein beetje verwarring over wat deimplicaties zijn van het verzoek aan de regering om dat samen met deNederlandse bedrijven te ontwikkelen en wie dat dus zou moetenfinancieren. Daar komen we dus nog eventjes op terug.De voorzitter:Om mijn administratie volledig in orde te maken: de motie op stuk nr. 69had oordeel Kamer gekregen, maar dat is nu niet meer zo, omdat er nogeen schriftelijke uitleg komt? Ja, de motie wordt schriftelijk geapprecieerd.Perfect.Staatssecretaris Aerdts:Dan ga ik verder met de motie op stuk nr. 70 over lespakketten voor dedigitale weerbaarheid. Ik verzoek het Kamerlid om de motie aan tehouden, omdat het lectoraat Online Weerbaarheid van de HogeschoolSaxion op dit moment een onafhankelijke effectevaluatie uitvoert naarHackShield. De uitkomst daarvan wordt aan het einde van deze maandverwacht. Als die uitkomst positief is, kan in afstemming met de betrokkendepartementen worden uitgezocht of er financiële steun aan HackShielden soortgelijke initiatieven kan worden gegeven en hoe die kan wordenvormgegeven binnen de departementale begroting. Ik verzoek daarom omde motie aan te houden in afwachting van deze uitkomsten.De voorzitter:Betekent dat, even voor de scherpte, dat de motie dan ontijdig wordtverklaard?Staatssecretaris Aerdts:Ja, totdat de evaluatie bekend is. We hopen dat de indiener de motie aanwil houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9684
De voorzitter:Dan kijk ik even naar de mede-indieners. Het moeilijke hieraan is dat erjuist expres niet is gevraagd om structurele financiering of om bijvoor-beeld zoveel jaar incidentiele financiering. Er is gevraagd om eenoverbrugging en expres ook om een heel klein bedrag, om ervoor tezorgen dat de ontwikkeling van de lespakketten die nu zo hard nodig zijn,bijvoorbeeld over grooming en AI, niet in de knel komt als er over wordtgegaan tot die structurele financiering. Dat is precies waar de motie omvraagt. Ik vraag me dan af of we niet alsnog te laat zijn als we weer eenmaand wachten.Staatssecretaris Aerdts:Voorzitter, we willen toch de resultaten van de evaluatie afwachten. Dieevaluatie wordt natuurlijk niet voor niks gedaan. Ik zal dit ook met mijncollega bespreken. Als inderdaad uit die evaluatie blijkt dat het effect zogroot is dat we dit graag willen voortzetten, dan zal ik me er echt voorinspannen om samen met mijn collegae te zoeken naar die overbrug-gingsfinanciering.De voorzitter:Voor de administratie: de motie op stuk nr. 70 blijft ontijdig verklaard ende indieners kijken even wat ze met die mededeling gaan doen.Staatssecretaris Aerdts:Voorzitter. Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 71 over end-to-endencryptie. Gezien de manier waarop we hiernaar hebben gekeken inhet debat en kijkend naar de eerdere debatten die we in deze Kamerhebben gevoerd, geef ik deze motie oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 71 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:De motie op stuk nr. 72 gaat over een meerjarige digitale agenda. Ook hierwil ik graag het oordeel aan de Kamer laten, als ik de motie inderdaad zomag interpreteren dat ik uw Kamer informeer over mijn strategische inzetvia een hoofdlijnenbrief, waarbij ik de genoemde initiatieven met elkaarverbind. Ik wil me op dit moment – het is de eerste dag van week twee; wemaken er een beetje grappen over – nog niet vastleggen op weer eennieuwe agenda. Ik wil juist goed kijken naar wat er al ligt en ervoor zorgendat we echt aan de slag gaan en resultaten gaan behalen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 72 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:De motie op stuk nr. 73 gaat over het geld voor de NDS. Ik ontraad dezemotie. In het coalitieakkoord en de begrotingen van BZK en EZK zijn ergeen aanvullende middelen toegekend of gereserveerd voor de uitvoeringvan de NDS. Dat betekent dat de door de vorige Staatssecretaris van BZKgeschatte kosten voor de NDS nu niet gedekt kunnen worden. Dat ercentraal geen aanvullende middelen zijn gereserveerd, betekent overigensniet dat er geen geld wordt uitgegeven. De overheidsorganisaties gevenieder voor zich middelen uit om de genoemde kansen te realiseren en omuitdagingen aan te pakken. Ik ga daarom in gesprek met diverseoverheidsorganisaties, Rijk, gemeenten, provincies en waterschappenover hoe we onze ambities zo veel mogelijk kunnen realiseren. Ik wil medaarbij inspannen om de financiële bijdrage van het Rijk aan het digitali-seringsbeleid inzichtelijk te maken, in lijn met deze motie, maar ik wil meTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9685
nog niet vastleggen qua vorm en timing, want dat is voor mij op ditmoment gewoon te vroeg. Ik ontraad dus deze motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 73 is ontraden.Staatssecretaris Aerdts:De motie op stuk nr. 74 gaat over de over de zeekabels in het Caribischgebied. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer. Wat mij betreft kan ditworden meegenomen bij de uitvoering van de motie-Kathmann over dehaalbaarheidsstudie. De Europese Commissie is een haalbaarheidsstudieaan het doen naar de soevereine ontsluiting van het Caribisch gebied,waarbij de resultaten eind 2026 worden verwacht. Deze studie zie ik alseen noodzakelijke input voor deze motie en die van mevrouw Kathmannc.s. van september vorig jaar.De voorzitter:De motie op stuk nr. 74 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:Dan kom ik op de motie op stuk nr. 75 over GPT-NL en de datastructuur.Gezien het debat wil ik die ook graag oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 75 krijgt oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:De motie op stuk nr. 76 gaat over inzicht krijgen in de uitgaven voordigitale diensten. De motie verzoekt de regering om een plan te makenom deze kosten voor digitale diensten en producten inzichtelijker tekrijgen door in nieuwe projecten en programma’s een financiële paragraafop te nemen. Deze motie geef ik ook graag oordeel Kamer. Ik wil daarbijaangeven dat we in principe op grond van artikel 3.1 van de Comptabili-teitswet al verplicht zijn om bij nieuwe voorstellen financiële gegevens toete lichten. Het is niet verplicht om daarbij een ICT-component te specifi-ceren. Ik kan ook niet beloven dat het altijd mogelijk is, maar vanwegeeerdere vragen en een motie wordt er al gewerkt aan een stappenplan omhet inzicht in de uitgaven aan digitalisering te verbeteren. Dit verzoek kandaarin mee worden genomen, met de kanttekening dat het specificerenvan de ICT-component niet altijd zal kunnen, dus: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 76: oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:In de motie op stuk nr. 77 wordt verzocht de Autoriteit Persoonsgegevenste instrueren tot een spoedig en volledig onderzoek. Ik kan aangeven datdat overbodig is, want de AP heeft al aangegeven bezig te zijn met eenonderzoek en is onafhankelijk in de wijze waarop zij haar taken enbevoegdheden uitoefent.De voorzitter:De motie op stuk nr. 77: overbodig.Staatssecretaris Aerdts:Dan de motie op stuk nr. 78, over een handelingskader voor slachtoffersvan datalekken. In lijn met dit debat wil ik die heel graag oordeel Kamergeven. Wij zien het wat dat betreft inderdaad als een steuntje in onze rug.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9686
De motie op stuk nr. 78: oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:Dan de motie op stuk nr. 79, over de Arctische zeekabel. Ook hier: oordeelKamer. We hebben naar aanleiding van uw eerdere motie toegezegd onsdaar maximaal voor in te zetten. U bent daar ook al over geïnformeerd. Deplanvorming is op dit moment in een vergevorderd stadium. Er is ook alEuropese subsidie verkregen. Echter, zonder een publieke bijdrage zal ermogelijk geen aftakking naar Nederland gerealiseerd kunnen worden.Zoals ik in mijn eerste termijn aangaf, is die op dit moment ook nietbeschikbaar, tenzij u als Kamer met een dekkingsvoorstel komt. Maar ikgeef deze motie oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 79: oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:Dan de motie op stuk nr. 80 over de trans-Atlantische zeekabel. Op ditmoment ontraad ik de motie, maar als u de motie zo kan aanpassen datwe u niet hoeven te informeren voor Prinsjesdag 2026, maar voor hetbegin van 2027, dan kan ik hem wel oordeel Kamer geven.De voorzitter:Ik kijk voor de motie op stuk nr. 80 even naar meneer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Daar ben ik zeker toe bereid, maar waar zit het verschil dan in? Waaromkan het niet voor Prinsjesdag en wel voor het begin van 2027?Staatssecretaris Aerdts:Ik kan de heer Van den Berg het volgende melden. Er loopt een onderzoekvan de Europese Commissie naar de zeekabelverbinding in het Caribischgebied. Dat komt aan het eind van dit jaar en dat heb ik echt nodig omhier vervolgstappen in te kunnen zetten.De heer Van den Berg (JA21):Akkoord, dan ga ik ’m op die manier aanpassen. Ik ben even kwijt hoe datgaat, maar ik regel het.De voorzitter:U gaat het dictum aanpassen.De heer Van den Berg (JA21):Specifiek: «de Kamer uiterlijk voor Prinsjesdag 2026 te informeren» wordt«de Kamer uiterlijk voor het begin van 2027 te informeren».De voorzitter:Als u dat gedaan heeft, krijgt de motie oordeel Kamer.De heer Van den Berg (JA21):Bij dezen.De voorzitter:De motie-Van den Berg (36 800 VII, nr. 80) is in die zin gewijzigd dat zijthans luidt:Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9687
De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het project Intercontinentale zeekabelverbindingen deaanleg beoogt van een trans-Atlantische zeekabel tussen Nederland en deCaribische landsdelen met verbinding naar Noord- en/of Zuid-Amerika;overwegende dat deze verbinding bijdraagt aan de digitale openstrategische autonomie en het toekomstig verdienvermogen vanNederland en de Caribische landsdelen;overwegende dat publiek-private samenwerking rond de aanlanding vanzeekabels is georganiseerd via de Zeekabel Coalitie;verzoekt de regering om, in samenwerking met de Zeekabel Coalitie enEuropese partners, de realisatie van de trans-Atlantische zeekabel teversnellen, en de Kamer uiterlijk voor het begin van 2027 te informerenover het uitvoeringsplan en de benodigde besluitvorming,en gaat over tot de orde van de dag.Zij krijgt nr. 87, was nr. 80 (36 800 VII).Staatssecretaris Aerdts:Dan de motie op stuk nr. 81, over het Online Outreach Programma. Ik geefdeze motie oordeel Kamer. Mag ik er dan ook op rekenen, vraag ik aan deheer Ceder, dat hij zijn amendement intrekt als de Kamer deze motieaanneemt?De heer Ceder (ChristenUnie):Dat is de bedoeling. Ik trek het dan wel pas na de stemming in, omdat deKamer dit misschien een heel onverstandig plan vindt, waar ik niet vanuitga. De bedoeling is dat ik het amendement intrek als deze motie wordtaangenomen; dat klopt.De voorzitter:De motie op stuk nr. 81: oordeel Kamer. De indiener zegt: na de stemmingkijk ik wat ik met het amendement doe.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, maar ik wil wel de duidelijkheid geven dat ik het intrek op het momentdat de motie aangenomen wordt. Dat kan ik de Kamerleden en het kabinettoezeggen.De voorzitter:Helder.Staatssecretaris Van der Burg:Mag ik even de motie op stuk nr. 82 doen, voorzitter? Dat kan ik welachteraf doen, maar zo houden we de volgorde aan.De voorzitter:Zeker.Staatssecretaris Van der Burg:De motie op stuk nr. 82 zou ik, als ik ’m strikt uitleg, ontijdig moetengeven. Ik heb namelijk zojuist tegen de heer Ceder gezegd: «Je moet eersthet onderzoek afwachten. Pas daarna kun je zeggen dat je ermeedoorgaat.» Maar ik wil de Kamer natuurlijk graag tegemoetkomen, dusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9688
kijk ik de heer Ceder even aan: als ik de motie zodanig mag uitleggen datik u, wanneer wij een positief besluit nemen, tegelijk met de brief die ik uin de eerste termijn beloofd heb, ook meteen een tijdpad aangeef, dan kande motie oordeel Kamer krijgen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat vind ik goed, en dat doe ik ook. Er staat ook een «spreekt uit» in. Ikvind het belangrijk dat ook de Kamer zich uitspreekt over de vraag of wedit überhaupt moeten willen. Dat staat nog los van de vraag of het kan,maar wat dat betreft ga ik mee in de beredenering van de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van der Burg:Over Kameruitspraken heb ik geen mening, voorzitter. Die laat ik dus aande Kamer. Dan is het dus oordeel Kamer, voorzitter.De voorzitter:Ik zie knikkende gezichten over en weer. De motie op stuk nr. 82 krijgtoordeel Kamer.Mevrouw Zwinkels (CDA):Ik ben wel benieuwd of de tekst nog aangepast kan worden. Mijn fractiehoudt niet zo van heel ruime interpretaties; zij houdt zich liever aan detekst. Ik waardeer het meedenken, maar ik zou het nog prettiger vinden alsde heer Ceder de tekst aanpast.De voorzitter:Dan kijk ik naar de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik zal in overleg met de CDA-fractie treden om te kijken welke tekst voorhaar acceptabel is, waardoor een meerderheid van de fractie ermee kaninstemmen hiervoor te gaan. Dat gaan we dus even afstemmen. Als hetgoed is, komt er dan een kleine wijziging.Staatssecretaris Van der Burg:Heel formeel moet ik dan nu zeggen dat ik mijn definitieve oordeel pasover de gewijzigde motie zal geven. Ik vertrouw de heer Ceder wel, maardit is de formele reactie die ik moet geven als de motie wordt aangepast.Ik ga ervan uit dat het goed komt.De voorzitter:We gaan het wel even formeel zeggen. Als de motie-Ceder op stuk nr. 82overeenkomstig de uitleg van de Staatssecretaris van zonet wordtaangepast, krijgt zij oordeel Kamer. Zij wordt in overleg met deCDA-fractie aangepast.Staatssecretaris Aerdts:De motie-Ceder op stuk nr. 83 verzoekt de regering te verkennen welkemaatregelen genomen kunnen worden om via verdachte financiëletransacties onlinemisbruik aan te pakken. Als de heer Ceder mij toestaatdat ik de Kamer in Q3 van 2026 informeer in plaats van voor het zomer-reces, dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven.De heer Ceder (ChristenUnie):Die coulance wil ik bieden. Moet ik dan een gewijzigde motie indienen,voorzitter, of kan de Staatssecretaris de motie met deze interpretatiegewoon oordeel Kamer geven?De voorzitter:De motie moet gewijzigd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9689
De heer Ceder (ChristenUnie):Oké, dan doe ik dat en wel met dien verstande dat ik dit overneem.De voorzitter:De motie-Ceder op stuk nr. 83 krijgt na wijziging oordeel Kamer. De heerCeder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, mij wordt hier een heel technische vraag ingefluisterd. Is datvóór Q3 of tijdens Q3?Staatssecretaris Aerdts:Gedurende Q3.De heer Ceder (ChristenUnie):Gedurende Q3. Wij zullen het aanpassen.De voorzitter:Nogmaals: na aanpassing krijgt de motie op stuk nr. 83 oordeel Kamer.Staatssecretaris Aerdts:Voorzitter. De motie-Ceder op stuk nr. 84 geven we toch het oordeelontijdig. We willen de definitieve reactie van de Commissie afwachten. Opdit moment beoordelen wij de motie daarom als ontijdig.De voorzitter:Motie-Ceder op stuk nr. 84: ontijdig.Staatssecretaris Aerdts:Dan de moties van mevrouw Beckerman op stukken nrs. 85 en 86. Ik hebmevrouw Beckerman al toegezegd dat ik samen met mijn collega vanJenV een brief zal opstellen waarin we een plan van aanpak zullenopnemen. Ik weet niet of dat voldoende is, maar anders kunnen wij dezemoties oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie-Beckerman op stuk nr. 85 en de motie-Beckerman op stuk nr. 86krijgen oordeel Kamer, tenzij mevrouw Beckerman de toezeggingvoldoende vindt. De moties houden stand, dus de moties op stukken nrs.85 en 86 krijgen oordeel Kamer.Dat brengt ons bijna bij het einde van de vergadering, maar eerst gaan wenaar de toezeggingen. Ik kijk even naar links en rechts, want ik denk datiedereen dit heel nauw gaat volgen. De toezeggingen.De Staatssecretaris van EZK zegt toe voor het zomerreces de Kamer teinformeren over een Europese aanpak ten behoeve van de minimum-leeftijd voor sociale media en daarbij indien nodig mogelijkheden totsamenwerking met gelijkgestemde landen te onderzoeken. Dit laatste isnaar aanleiding van een vraag van mevrouw Rajkowski.De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de stand van zaken bijde uitvoering van de motie-Ceder voor een leeftijdsverificatie, wettelijkeborging voor online gokken en websites met pornografische content.Aanvullend wordt hierbij ingegaan op leeftijdsverificatie bij het aanbiedenvan onlineseksadvertentiediensten. Dit naar aanleiding van een vraag vande heer Ceder.De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Het gaat nu heel veel over seks, maar het heeft ook te maken met gokken,alcohol en alle diensten waar we in de wet een minimumleeftijd voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9690
hebben besloten. Ik zeg dit om toch wat meer context te geven over deinsteek van de ChristenUnie.De voorzitter:Bij de tweede toezegging staat ook: gokken en websites met pornogra-fische content.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat dekt de lading niet helemaal, maar ik denk dat we inmiddelsdoorhebben wat daarmee bedoeld wordt.De voorzitter:Ja. Dan de volgende toezeggingen.De Staatssecretaris zegt toe de Kamer op korte termijn schriftelijk teinformeren over European Digital Innovation Hubs voor het mkb en watondernemers daarvan kunnen verwachten. Dit naar aanleiding van eenvraag van mevrouw Zwinkels.De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van de AI-fabriek.Daarbij is nog de vraag: wanneer kunnen we de voortgang over deAI-fabriek verwachten?Staatssecretaris Aerdts:Voor het zomerreces.De voorzitter:Voor het zomerreces. Ja, daar gaat iedereen akkoord mee.Dan de volgende toezeggingen.–De Kamer ontvangt voor de zomer, na gesprekken met het NICAM,informatie over de ontwikkeling van de digitale kijkwijzer. Hier wordtook de vraag van mevrouw Zwinkels meegenomen over whatsappka-nalen.–De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de aanbestedingvan grote IT-projecten. Hierbij wordt ingegaan op het proces rondombesluitvorming ten aanzien van zulke grote projecten. Dit naaraanleiding van een aanvullende vraag van mevrouw Zwinkels.–De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de uitwerking vanhet nog te ontvangen advies van de NDS-raad over de digitale dienst.–De Kamer wordt geïnformeerd over het preventief vergoeden vanessentiële documenten in casussen zoals die van Odido. Dit naaraanleiding van een vraag van de heer Ceder.–De Kamer ontvangt binnen twee weken een brief over de opties vooreen verbod op en het offline halen van deepfakeporno. Dit naaraanleiding van een vraag van mevrouw Beckerman.–Via de geannoteerde agenda wordt de Kamer wordt, in aanloop naarde Digital Fairness Act, geïnformeerd over de aanpak vanin-gameaankopen. Dit naar aanleiding van een vraag van mevrouwZwinkels.–De Staatssecretaris zal de motie op stuk nr. 69 schriftelijk appreciëren.–Dan gaan we naar de toezeggingen van de Staatssecretaris van BZK.–De Kamer wordt voor het meireces van 2026 geïnformeerd, naafronding van de impactanalyse dit kwartaal, over het gebruik van éénextensie voor het overheidsdomein. Hierbij wordt ook ingegaan op hetprincipebesluit met een tijdlijn, naar aanleiding van de vraag van deheer Ceder.De Staatssecretaris wil daar iets over zeggen. Hier komt-ie, hoor!Staatssecretaris Van der Burg:Ja, dat had ik gezegd, maar die tijdlijn komt er «indien positief».De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9691
Dat is een goede bijsluiter; dat wordt genoteerd. Ik zie de heer Ceder ookknikken.Dan de tweede toezegging van de Staatssecretaris van BZK.–De Kamer wordt binnen twee weken schriftelijk geïnformeerd over detijdlijn naar aanleiding van de bevoegdheidsverklaring digitaledienstverlening van wettelijk vertegenwoordigers/mantelzorgers, naaraanleiding van de vraag van de heer Ceder.Dat waren ze. Ik kijk even naar links om te zien of iemand nog eentoezegging heeft gemist. Nee, dat is niet het geval.Dan kijk ik even naar rechts. De Staatssecretaris van EZK wil nog iets kwijt.Staatssecretaris Aerdts:Ja, mag ik toch nog even? Ik zei in het kader van de motie op stuk nr. 69dat wij wel even een briefje zouden schrijven, maar dat moet er danmorgen vóór 12.00 uur zijn. Ik zou dus toch willen proberen om hier nogeen mondelinge toelichting op te geven. De stemming is volgende week?Toch ga ik proberen een mondelinge toelichting te geven. Als u zichdaarin kunt vinden, laten we het daarbij.We gaven het net ook al aan: er was wat verwarring. Mevrouw Rajkowskizei het, denk ik, heel goed: we gaan niet met deze aanbieders concurrerendoor vanuit de overheid deze producten aan te bieden. Dat mag ook nietvolgens de Wet markt en overheid; dat moeten we aan de markt laten. Alsdat de strekking is van de motie, ontraad ik de motie. Maar ik wil met deaanbieders van deze producten wel graag de inhoud en toegankelijkheidvan het aanbod bezien, en bekijken of die eventueel verbeterd kunnenworden. Ook zorgen we al dat kleine mkb’ers die er onvoldoende budgetvoor hebben dit met subsidie kunnen aanschaffen via de regeling MijnCyberweerbare Zaak. Op de websites van Veiliginternetten.nl en het NCSCworden burgers en bedrijven geïnformeerd over maatregelen die zijkunnen nemen. Ik gaf ook al aan dat mijn collega van BZK een nationalecursus Digitale Weerbaarheid financiert voor alle Nederlanders van 12 jaaren ouder. Er is ook cursusaanbod via BZK voor de doelgroep senioren,specifiek bedoeld voor bibliotheken.De voorzitter:Dan blijft nog wel overeind: wat is dan de appreciatie?Staatssecretaris Aerdts:Als ik de motie zo mag lezen – dat staat er niet, dus dan moet de motieworden aangepast – dat wij dit niet zelf gaan maken als overheid, maardat we wel met de aanbieders gaan zitten om specifiek naar de inhoud entoegankelijkheid van het aanbod te kijken en te kijken hoe die zakeneventueel kunnen worden verbeterd, dan kan ik de motie oordeel Kamergeven. Als de tekst blijft staan zoals die nu is, moet ik de motie ontraden.De voorzitter:Dan wordt de motie op stuk nr. 69 aangepast met deze strekking, zodat demotie «oordeel Kamer» kan krijgen.Dan kijk ik nogmaals naar rechts.Staatssecretaris Aerdts:Ik wil deze commissie nog even bedanken voor dit debat. Ik mag, denk ik,ook namens mij twee-eiige wederhelft spreken. Wij voelen ons gesterkt.Het is voor ons ontzettend fijn dat we zo’n actieve, maar ook kundigecommissie hebben die ook heel actief met ons wil meedenken; dathebben we vandaag gezien. Dat waarderen wij ontzettend, dus heel veeldank.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9692
Heel veel dank aan de Staatssecretarissen voor de beantwoording ennatuurlijk ook aan alle mensen die achter de schermen daaraan hebbenmeegeholpen. Heel veel dank ook aan de ondersteuning voor defantastische verzorging vandaag en aan de collega’s voor hun inbreng. Bijdezen sluit ik deze vergadering.Sluiting 16.24 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VII, nr. 9693
Versie aa75f624774f427d40305899a51a47e71f74324d6229e98e7fc2aa1f10e1e6f4 · Officiële bron.