KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op de berichtgeving "Commerciële voedsellaboratoria zien paardenvlees over het hoofd"

12 jun 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0ee603249ed349a3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 26 991Voedselveiligheid Nr. 419 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 12 juni 2014 Tijdens de regeling van werkzaamheden van 13 maart 2014 heeft uw Kamer gevraagd om een kabinetsreactie op het artikel «Commerciële voedsellaboratoria zien paardenvlees over het hoofd». In de brief d.d. 1 april 2014 zijn door de leden van de ChristenUnie-fractie aanvullende vragen gesteld1. In deze brief reageer ik mede namens de Minister van VWS op de berichtgeving en de aanvullende vragen. In Nederland zijn een aantal commerciële laboratoria actief op het gebied van voedingsmiddelenanalyse («voedsellaboratoria»). Dit zijn private ondernemingen die in de markt op commerciële basis opdrachten verwerven en uitvoeren op het gebied van de analyse van voedingsmid-delen. Wettelijke eisen In de Europese regelgeving (o.a. Algemene Levensmiddelenverordening2) is vastgelegd dat de veiligheid en identiteit van producten primair de verantwoordelijkheid is van producenten en hun ketenpartners. In het kader van private controles worden commerciële laboratoria ingezet door producenten, importeurs, groothandel of detailhandel voor controle van grondstoffen, tussen- en/of eindproducten. Levensmiddelenbedrijven zijn vrij in hun keuze voor een laboratorium. Voor de uitvoering van testen voor private doeleinden zijn er geen wettelijke verplichtingen voor accreditatie en te gebruiken testmethoden. 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl2Verordening (EG) Nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden kst-26991-419ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 26 991, nr. 4191 Voor het uitvoeren van wettelijke controles is in de Europese wetgeving3 opgenomen dat de laboratoria die daarbij worden ingezet, geaccrediteerd moeten zijn. Voor deze controles zijn bovendien in de EU verordeningen gedetailleerde beschrijvingen opgenomen over de te gebruiken bemonsterings- en testmethoden. Kwaliteitsborging commerciële laboratoria ten behoeve van private controles De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de officieel aangewezen nationale referentielaboratoria (zoals RIKILT, RIVM4 e.a.) hebben geen rol in het toezicht op commerciële voedsellaboratoria, zolang deze laboratoria niet worden ingezet voor wettelijke controles. Vanuit het oogpunt van professionele kwaliteitsborging in het kader van voedselveiligheid adviseert de NVWA bedrijven om bij hun keuze voor een commercieel laboratorium gebruik te maken van een geaccrediteerd laboratorium. Accreditatie levert een significante bijdrage aan het waarborgen van de kwaliteit van commerciële voedsellaboratoria. In Nederland is de Raad voor Accreditatie (RvA) bij wet aangewezen als enige bevoegde instantie die accreditaties mag verlenen. De RvA voert jaarlijks een audit uit bij de geaccrediteerde laboratoria. Deze audits zijn aangekondigd en worden voor wat betreft de technische en vakinhoudelijke aspecten door onafhankelijke vakdeskundigen in opdracht en onder regie van de RvA uitgevoerd. Een belangrijk onderdeel van de kwaliteitsborging van geaccrediteerde laboratoria vormen de zogenaamde «ringonderzoeken» waarbij de juistheid en nauwkeurigheid van de uitslagen van verschillende labora-toria ten aanzien van een monster met bekende inhoud wordt vastgesteld. Aan dergelijke vergelijkende onderzoeken worden stringente vakinhoude-lijke en organisatorische eisen gesteld om een betrouwbare en betekenis-volle vergelijking van de resultaten te garanderen. Deelname aan dergelijke ringonderzoeken is een accreditatie-eis en aanbieders van ringonderzoeken dienen specifiek voor dat doel geaccrediteerd te zijn. Uit het betreffende artikel wordt niet duidelijk of het ad hoc vergelijkend onderzoek waaraan wordt gerefereerd, aan dergelijke eisen voldoet. Commerciële laboratoria kunnen zich accrediteren waarbij ieder labora-torium zelf bepaalt welke testen volgens welke methode worden uitgevoerd en of deze onder accreditatie worden gebracht. Er wordt in Nederland niet bijgehouden hoeveel commerciële voedsellaboratoria niet geaccrediteerd zijn. Het beeld van de NVWA is dat vrijwel alle commer-ciële voedsellaboratoria in Nederland zijn geaccrediteerd, maar dat geaccrediteerde laboratoria niet elke testmethode onder accreditatie hebben gebracht. Bedrijven in de voedingssector moeten doordrongen zijn van de essen-tiële rol die laboratoria hebben bij de borging van veiligheid en identiteit van producten waarvoor zij de verantwoordelijkheid dragen. Daarom is het van belang dat bedrijven laboratoria en de kwaliteit die zij leveren zorgvuldig kiezen. De accreditatiestatus van een laboratorium en de aangeboden test kan een belangrijk criterium zijn voor deze keuze. 3Verordening (EG) nr.882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn4Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, BilthovenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 26 991, nr. 4192 Maatregelen ter bevordering van vergelijkbaarheid en kwaliteit Het gebruik van verschillende testmethoden door geaccrediteerde commerciële laboratoria voor een door bedrijven gevraagde analyse maakt de vergelijking van de testresultaten complex. Betere harmonisatie van het werk van de commerciële voedsellaboratoria kan de vergelijk-baarheid tussen de geaccrediteerde commerciële laboratoria aanmerkelijk verbeteren. De RvA verkent daarom in overleg met de NVWA, de mogelijkheden om de vergelijkbaarheid en kwaliteit van geaccrediteerde commerciële voedsellaboratoria te verbeteren. De departementen EZ en VWS en de relevante nationale referentielaboratoria zullen daarbij worden betrokken. Wettelijke overheidscontroles De NVWA laat in het kader van wettelijke controles veelvuldig laboratori-umonderzoek doen. De laboratoria die daarbij vooral worden ingezet, zijn het eigen NVWA voedselveiligheidslaboratorium en de kennisinstellingen RIKILT-Instituut voor voedselveiligheid en RIVM. Deze laboratoria zijn alle geaccrediteerd. Commerciële laboratoria worden in Nederland ook ingezet voor bepaalde wettelijke controles op veterinair gebied, onder andere de uitvoering van het wettelijk verplichte onderzoek op de parasiet Trichinella bij slacht-varkens en de BSE5-test bij slachtrunderen. Voor de uitvoering van wettelijke taken op veterinair gebied dienen private laboratoria erkend te zijn op basis van nationale wetgeving. Onderdeel van deze erkenning is een accreditatie, ook voor het uitvoeren van de relevante test volgens de in de EU-wetgeving voorgeschreven methode. Aanvullend op de audits in verband met de accreditatie houden de relevante nationale referentielaboratoria voor Trichinella en BSE (RIVM resp. CVI6) in overeenstemming met de Europese regelgeving toezicht op deze laboratoria en bewaken de kwaliteit door middel van audits en ringtesten. Op basis daarvan adviseren de nationale referentielaboratoria de NVWA bij het verlenen, verlengen of intrekken van een erkenning. De NVWA zet sporadisch commerciële voedsellaboratoria in bij controles, bijvoorbeeld als tijdelijk aanvullende laboratoriumcapaciteit nodig is. Voorafgaand aan gunning van de opdracht wordt de kwaliteit van die laboratoria expliciet beoordeeld en tijdens de uitvoering van de opdracht nauwgezet gevolgd. De NVWA kan daarbij de kennis en kunde van de nationale referentielabo-ratoria inzetten voor het technisch-inhoudelijke toezicht op deze laboratoria. Antwoorden op vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie 1 Wie houdt toezicht op commerciële voedsellaboratoria, hoe vaak worden er controles uitgevoerd, zijn deze controles aangekondigd en wordt elk laboratorium gecontroleerd of worden er steekproeven uitgevoerd? Antwoord De RvA houdt toezicht op geaccrediteerde laboratoria door middel van jaarlijkse audits, waarbij ieder jaar een ander deel van de geaccrediteerde 5Bovine Spongieuze Encephalopathie (gekke-koeien ziekte)6Centraal Veterinair Instituut, LelystadTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 26 991, nr. 4193 methoden wordt geaudit. In een cyclus van vier jaar wordt de totale omvang van de geaccrediteerde methoden geauditeerd. Deze audits zijn aangekondigd en worden voor wat betreft de technische en vakinhoudelijke aspecten door onafhankelijke vakdeskundigen in opdracht en onder regie van de RvA uitgevoerd. Zoals hierboven uitgelegd vinden bij commerciële voedsellaboratoria die analyses ten behoeve van wettelijke controles uitvoeren aanvullende controles plaats door NVWA en/of nationale referentielaboratoria. Er vindt over het algemeen geen toezicht plaats op niet-geaccrediteerde commerciële laboratoria. Alleen in specifieke vakgebieden zijn er private certificeringsystemen voor de kwaliteitsborging. 2 De directeur van Rikilt geeft aan dat de situatie bij commerciële labora-toria «rommelig is en soms onverantwoord», herkent u zich in dit beeld? Zo ja, is dat een reden voor haar om actie te ondernemen? Antwoord Het artikel maakt melding van een uitspraak van de directeur RIKILT waarmee in algemene zin de kwaliteit van commerciële laboratoria in twijfel wordt getrokken. De uitspraak zoals die in het artikel is aangehaald, heeft betrekking op enkele incidenten waarbij RIKILT vanuit haar rol als officiëel aangewezen nationaal referentielaboratorium betrokken is geweest. De directeur RIKILT heeft zich daarbij niet uitgesproken over het generiek tekort-schieten van commerciële laboratoria in het algemeen. Hij heeft wel het belang van accreditatie en voldoen aan wettelijke eisen ten aanzien van de analysemethoden onderstreept. Zoals hierboven aangegeven verkent de RvA in overleg met de NVWA de mogelijkheden voor verbetering van de vergelijkbaarheid en kwaliteit van geaccrediteerde laboratoria. 3 Klopt het dat de geaccrediteerde laboratoria die controleren op voedsel-veiligheid niet allemaal geaccrediteerd zijn voor onderzoek naar paarden-vlees en bent u het met ons eens dat deze laboratoria een accreditatie nodig hebben om te bepalen of een product paardenvlees bevat? Antwoord In Nederland zijn vooralsnog alleen het NVWA-laboratorium en het RIKILT geaccrediteerd voor het onderzoek naar de aanwezigheid van paarden-vlees. Zoals hierboven aangegeven is accreditatie voor het uitvoeren van onderzoek naar paardenvlees ten behoeve van private doeleinden niet verplicht. Het is van belang dat bedrijven laboratoria en de kwaliteit die zij leveren zorgvuldig kiezen. De accreditatiestatus van een laboratorium en de gevraagde analysemethode kan hiervoor een belangrijk criterium zijn. De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. DijksmaTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 26 991, nr. 4194

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7d92a5350c2e66c1

14 okt 2026 · c37ddc62b403f7cb

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.