KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep/Ecofinraad 10 en 11 maart 2025

17 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie aea78ed3bbc06220 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2100 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 maart 2025Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van10 en 11 maart 2025 in Brussel. In het verslag ga ik ook in op een zestalandere zaken.Ten eerste informeer ik u over de lunchbijeenkomst georganiseerd doorde Spaanse Minister van Economie waar ik voorafgaand aan deEurogroep aan heb deelgenomen. Hier is doorgesproken over hetSpaanse voorstel voor kopgroepen op het gebied van de kapitaalmark-tunie: Europese concurrentievermogen laboratoria (European competiti-veness labs). In deze labs kunnen EU-lidstaten samenwerken aaninitiatieven voor de ontwikkeling van de kapitaalmarkten. Samen metDuitsland, Frankrijk, Italië, Polen en Luxemburg heb ik dit voorstelverwelkomd. Komende tijd worden de ideeën verder uitgewerkt. Met dezesamenwerking binnen kopgroepen beschouw ik de moties Van derLee/Van Weyenberg1 en Dassen c.s.2 als voldaan. Voor een verdereweergave van de bijeenkomst verwijs ik graag naar bijgaand verslag.Ten tweede ga ik in het verslag in op een toezegging uit het Commissie-debat Eurogroep/Ecofinraad van 4 maart jl. over de besluitvorming tenaanzien van eventuele confiscatie van tegoeden van de Russische centralebank.Ten derde geef ik in verslag opvolging aan een toezegging in hetzelfdedebat met betrekking tot een tijdspad van Europese voorstellen onder hetReArm-pakket van de Europese Commissie.Ten vierde gaat het verslag in op de toezegging van de Minister-Presidentin het plenaire debat voorafgaand aan de Europese Raad van 6 maart jl.om de Kamer een analyse te sturen van de voor- en nadelen vangezamenlijke schulduitgifte voor extra defensie-uitgaven.1Kamerstuk 21 501-07, nr. 19282Kamerstuk 21 501-20, nr. 2112 kst-21501-07-2100ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21001 Ten vijfde informeer ik uw Kamer over de consultatie die de EuropeseCommissie afgelopen maand heeft gestart over een beperkte aanpassingvan de verordening kapitaalvereisten voor banken. Nederland heeft opdeze consultatie gereageerd en daarbij aangegeven open te staan vooreen beperkte en snelle wijziging van de CRR om deze transitiemaatregel teverlengen, vanwege het belang van deze maatregel voor een internati-onaal gelijk speelveld en de liquiditeit van (staats)obligatiemarkten. Eenkopie van de Nederlandse reactie op de consultatie is bij deze briefgevoegd.Ten zesde ga ik, conform de doorlopende toezegging aan de TweedeKamer, in het verslag in op de ontwikkelingen ten aanzien van deontwikkeling van een digitale euro.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21002 Verslag van de Eurogroep en Ecofinraad 10 en 11 maart 2025 Eurogroep in reguliere samenstellingMacro-economische ontwikkelingen in de eurozoneDe Europese Centrale Bank (ECB) ging in op het rentebesluit van6 maart jl. om de beleidsrente met 25 basispunten te verlagen naar 2,5%.Daarnaast presenteerde de ECB projecties met berekening van de invloedvan handelsmaatregelen op de Europese Unie (EU). De EuropeseCommissie (Commissie), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) ende ECB gaven aan dat het economisch beeld wordt getekend door groteonzekerheden. Er waren geen interventies van lidstaten.Coördinatie begrotingsbeleid in de Eurozone: stand van zaken entoekomstige uitdagingenDe Eurogroep wisselde van gedachten over het begrotingsbeleid vaneurozonelidstaten. Aan de hand van een notitie van de voorzitter van deEurogroep werd lidstaten gevraagd naar budgettaire ontwikkelingen opnationaal niveau en de risico’s en uitdagingen met betrekking tot deuitvoering van het begrotingsbeleid in de eurozone. De Commissie lichttetoe dat er onder het herziene begrotingsraamwerk 22 budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn zijn beoordeeld.Bulgarije heeft recent een plan ingediend dat momenteel door deCommissie beoordeeld wordt. Lidstaten gaven in hun interventies eenschets van de uitdagingen voor de begroting. Nederland benadrukte hetbelang van schuldhoudbaarheid en het voorkomen van te hoge schulden,onder andere omdat hoge schuldniveaus kunnen leiden tot nadeligereacties van financiële markten en oplopende financieringskosten.Eurogroep in inclusieve samenstellingOntwikkelingen in crypto-activa en marktenDe ECB schetste risico’s over een door de VS gesteunde stablecoin. Deopen houding van de huidige regering in de VS ten opzichte van cryptoleidt tot zorgen over onder meer financiële stabiliteit en consumentenbe-scherming. Momenteel lopen er aanvragen door aanbieders van in dollaruitgegeven stablecoins om deze volledig fungibel (inwisselbaar) te makenmet stablecoins die in de EU worden uitgegeven. Onder de Markets inCrypto Assets (MiCA)-verordening kunnen stablecoins gratis en op iedermoment ingewisseld worden naar de onderliggende valuta. Als dit wordttoegestaan voor in dollar gedenomineerde stabelcoins, is dit direct vaninvloed op de activareserves van deze instelling. Dit leidt tot zorgen metbetrekking tot liquiditeitsbeheer en financiële stabiliteit, zeker aangeziende activa die in de VS uit staan vele malen groter zijn dan in de EU.Lidstaten gaven in hun interventies aan zich te kunnen vinden in de doorde ECB geschetste risico’s voor de financiële stabiliteit. Een deel van delidstaten toonde openheid om te bezien of aanpassing van MiCA nodig is,mogelijk met meer centraal toezicht. Andere lidstaten stelden dat verdereregulering in de markt niet nodig zou zijn. De voorzitter van de Eurogroepgaf aan dat het Economisch en Financieel Comité (EFC) een mogelijkeaanpassing van MiCA nader zal bespreken. Het Poolse voorzitterschap vande Raad gaf aan het onderwerp ook op de Ecofinagenda te willen houden.De ECB onderstreepte verder het belang van voortgang in de ontwikkelingvan de digitale euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21003 Debriefing van de G7-bijeenkomst van Ministers van Financiën engouverneurs van centrale banken in februariHet Raadsvoorzitterschap en de Commissie gaven een terugkoppeling vande G7-bijeenkomst van Ministers van Financiën en Centrale BankGouverneurs die op 27 februari in Kaapstad plaatsvond. Er werd stilge-staan bij de positionering van de G7 t.o.v. de Russische agressieoorlogtegen Oekraïne, evenals de bredere ontwikkelingen in de wereldeco-nomie.Voorbereiding van de Eurotop van maart (incl. inventarisatie vande kapitaalmarktunie)Tijdens de Eurogroepvergadering is tot slot gesproken over de agendavan de Eurotop van 21 maart a.s. Op deze Eurotop zullen de regerings-leiders spreken over de economische situatie en de beleidscoördinatie.Ook zal de voortgang van de kapitaalmarktunie worden geïnventariseerd.Op 19 maart zal de Commissie de mededeling over de spaar- en investe-ringsunie (SIU) publiceren, waar de kapitaalmarktunie onderdeel van is.Het Poolse Voorzitterschap gaf aan deze mededeling te willen besprekentijdens de informele Ecofinraad op 11 en 12 april.Lidstaten spraken hun steun uit voor agendering van de kapitaalmarktunieen SIU op de Eurotop. In de interventieronde refereerden zij hierbij aanonderwerpen die vaker in deze discussie genoemd worden zoals hetversterken van toezicht op de kapitaalmarkt, het ontwikkelen van desecuritisatiemarkt en het verbeteren van het insolventierecht. Nederlandheeft de Europese Commissie opgeroepen om met ambitieuze voorstellente komen voor significante voortgang op EU-niveau en stelde dat delidstaten hierbij bereid moeten zijn tot het nemen van ingrijpendemaatregelen om de kapitaalmarktunie wezenlijk verder te brengen.EcofinraadHet Stabiliteits- en Groeipact in relatie tot defensie-uitgavenVoorafgaand aan de Ecofinraad werd tijdens een informele discussiegesproken de mogelijkheid voor een lidstaat voor het benutten vanbestaande flexibiliteit binnen het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) om hunnationale uitgaven aan defensie te verhogen op de korte termijn.De Commissie heeft eerder het voornemen uitgesproken om binnen debestaande Europese begrotingsregels (het SGP) ruimte te bieden aan hetverhogen van nationale uitgaven aan defensie op korte termijn, doorgebruik te maken van de bestaande flexibiliteit binnen de regels. DeEuropese Raad van 6 maart jl. heeft dit voornemen verwelkomd. Hetvoornemen bestaat uit een tijdelijke en gerichte activatie van de nationaleontsnappingsclausule voor een toename van defensie-investeringen tot1,5% bbp, gedurende een periode van vier jaar. De nationale ontsnap-pingsclausule moet aangevraagd worden door een lidstaat en is naactivatie alleen van toepassing in de desbetreffende lidstaat. Dit betekentdat lidstaten gedurende de activatie alleen voor toenemende defensie-investeringen mogen afwijken van hun uitgavenpad zoals vastgesteld inde Raadsaanbevelingen over de implementatie van het Europeesbegrotingsraamwerk3 .In de interventieronde bleek onder lidstaten brede steun voor ReArmEurope, het pakket aangekondigd door Commissievoorzitter Von der3Kamerstuk 21 501-07, nr. 2085, aangenomen op 21 januari 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21004 Leyen met initiatieven voor versterking van de defensie in Europa en hetverhogen van defensie-uitgaven. In het verlengde daarvan uittenmeerdere lidstaten de wens tot snelle implementatie van de aankomendeinitiatieven; die initiatieven worden naar verwachting rond de EuropeseRaad van 20–21 maart gepresenteerd.Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benoemden de evenwichtsoe-fening tussen enerzijds de noodzaak tot het verhogen van nationaledefensie-uitgaven en anderzijds het waarborgen van de financiëlestabiliteit en schuldhoudbaarheid, het voortzetten van de benodigdebegrotingsinspanning door lidstaten en het behoud van de integriteit vanhet Europees begrotingsraamwerk. Het merendeel van de lidstaten spraksteun uit voor de toepassing van flexibiliteit in het bestaande begrotings-raamwerk voor defensie-uitgaven. Nederland benadrukte dat elketoepassing van ruimte binnen het Europees begrotingsraamwerk tijdelijken gericht moet zijn en er sprake moet zijn van voldoende waarborgenvoor de schuldhoudbaarheid. Daarnaast stelde Nederland dat het vangroot belang is dat lidstaten hun begrotingsopgave voor alle overigeuitgaven voortzetten. In het verlengde daarvan benadrukte Nederland datlidstaten op termijn hun nationale begrotingen moeten herprioriterenzodat er ruimte ontstaat voor een structurele stijging van defensie-uitgaven. Een deel van de lidstaten gaf aan deze boodschap te onder-steunen, waarbij ook werd benadrukt dat toepassing van de ontsnap-pingsclausule zo moet worden vormgegeven dat onrust op financiëlemarkten en een oploop van de financieringskosten voor overheden wordtvoorkomen.In de discussie werd verder gesproken over de definitie van defensie-investeringen. Deze definitie is relevant voor de activatie van de ontsnap-pingsclausule en de toepassing van de buitensporigtekortprocedurebinnen het Europees begrotingsraamwerk. Een deel van de landen sprakzich uit voor het hanteren van de bestaande afgebakende definitie, in lijnmet het Classification of the Functions of Government (COFOG), eeninternationale standaardclassificatie van overheidsuitgaven. Deze definitieheeft voornamelijk betrekking op uitgaven aan defensiematerieel. Eenander deel van de aanwezigen wees erop dat lidstaten ook met andereuitdagingen geconfronteerd worden, en pleitte daarom voor verbredingvan de definitie naar andere defensie-uitgaven. De Commissie reageerdehierop dat ze geen ruimte ziet om verder te gaan dan de COFOG-definitievoor defensie-investeringenuitgaven, omdat dit 1) een vastgesteld begripis, 2) goed toepasbaar is op de huidige situatie en 3) de benodigdebegrotingsinspanning naast defensie-uitgaven overeind blijft. Een grootdeel van de lidstaten riep tot slot op tot coördinatie, waarbij zoveelmogelijk lidstaten tegelijkertijd een verzoek indienen voor de activatie vande clausule.Concurrentievermogen, vereenvoudiging en verbetering onderne-mingsklimaat in Europa: OmnibusDe Raad sprak over het concurrentievermogen, versimpeling en verbe-tering van het ondernemersklimaat. De discussie richtte zich voornamelijkop het verminderen van de lastendruk voor bedrijven en het vereenvou-digen van diverse wet- en regelgeving aan de hand van de eerste tweeOmnibus-voorstellen van de Commissie. Omnibus I betreft eenwetsvoorstel voor versimpeling van de Richtlijn duurzaamheidsrap-portage (CSRD), de Taxonomie-verordening, en de Richtlijn passendezorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid(CSDDD). Ook bevat dit pakket een zogenoemde stop-the-clock-richtlijndie uitstel van de huidige CSRD regelt voor bedrijven die vanaf 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21005 moeten rapporteren. Verder doet de Commissie voorstellen met versim-pelingen van het koolstofheffingsmechanisme (CBAM) en InvestEU.De Commissie lichtte toe dat haar vereenvoudigingsagenda drie doelenheeft: 1) het verminderen van administratieve lasten, 2) het bereiken vanduurzaamheidsdoelen, en 3) het vergroten van weerbaarheid om tereageren op complexe veranderingen.Lidstaten uitten brede steun voor de vereenvoudigingsvoorstellen van deCommissie. Daarbij gaven meerdere landen aan de voorstellen nader temoeten bestuderen, en riepen zij op oog te houden voor de balans tussenduurzaamheidsdoelen en simplificatiewensen. Een groep lidstaten vroegaandacht voor de situatie van bedrijven die al investeringen hebbengedaan om de CSRD te implementeren en stelden dat dit moet wordenmeegewogen. Een aantal andere lidstaten riep op tot meer ambitie van deCommissie voor het verminderen van regeldruk. Nederland sprak steunuit voor de voorstellen en riep op om de groep bedrijven dat uitstel krijgtonder de CSRD te verbreden naar bedrijven die al in 2024 moestenrapporten (zogenoemde «Groep 1» bedrijven).Richtlijn administratieve samenwerking belastingen (DAC9)De Ecofinraad bereikte een politiek akkoord over de wijziging van deadministratieve samenwerkingsrichtlijn belastingen (DAC9). DeCommissie lichtte doe dat DAC9 een significante vereenvoudiging inhoudten cruciaal is voor de efficiënte werking van Pijler 2. De Commissie heeftaangegeven de bijheffing-informatieaangifte in de bijlage zoveel mogelijkin lijn te zullen houden met internationale ontwikkelingen. In hetoorspronkelijke voorstel was een gedelegeerde handeling opgenomen omdeze aangifte te wijzigen, deze is in het uiteindelijke akkoord geschrapt.Hierdoor is bewerkstelligd dat de bijlage gelijktijdig met het akkoordwordt gepubliceerd en dat de democratische waarborgen vergroot zijn.Anderzijds betekent dit dat voor een wijziging van de bijlage een wijzigingvan de richtlijn benodigd is.Economische en financiële impact van de Russische agressie-oorlog tegen OekraïneDe Ecofinraad wisselde van gedachten over de economische en financiëleimpact van de Russische agressie tegen Oekraïne. Daarbij werd deze keerin het bijzonder stilgestaan bij naleving van de sancties tegen Rusland enWit-Rusland. Meerdere lidstaten toonden zich voorstander van een bredetoepassing van zogenoemde Priority Control Areas, waarmee de Uniespecifieke gebieden kan aanwijzen die als prioriteit voor douanecontrolemoeten worden behandeld en die onderworpen worden aan versterktedouanecontroles. De meeste lidstaten gaven daarbij aan het Baltischinitiatief (waar naast de Baltische staten ook Finland, Polen en Kroatië aandeelnemen) voor uniforme toepassing van douanecontroles te steunen.Nederland noemde dat het Baltisch initiatief een goede benchmark vormten verwees in dat verband naar het door Nederland in november jl.gepubliceerde non-paper over minimumstandaarden in sanctienaleving.Meerdere lidstaten spraken hun zorgen uit over de Russische schaduw-vloot, die wordt ingezet om sancties te ondermijnen. Lidstaten consta-teerden dat hoewel de handhaving aan effectiviteit heeft gewonnen, erverdere ruimte is voor verbetering. Lidstaten noemden daarnaast ook hetbelang van uitwisseling van gegevens en de toepassing van kunstmatigeintelligentie in het analyseren van gegevens om sanctieontwijking tegente gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21006 Ten aanzien van de steun aan Oekraïne onderstreepten meerdere lidstatenhet belang van het verbeteren van de onderhandelingspositie van het landin mogelijke vredesbesprekingen. Het voortzetten van de steun wordtdoor lidstaten als noodzakelijk beschouwd. Nederland benadrukte hetbelang van samenwerking met landen buiten de EU, waaronder het VK enNoorwegen. Ook werd er brede steun uitgesproken voor een militairsteunpakket tot een hoogte van 40 miljard euro op basis van eerlijkelastenverdeling onder lidstaten, in navolging van de conclusies van26 leden van de Europese Raad van 6 maart jl. Verder gaven enkelelidstaten, waaronder Nederland, aan voorstander te zijn van onderzoekenvan aanvullende mogelijkheden voor het gebruik van bevroren tegoedenvan de Russische centrale bank, waarbij Nederland aangaf dat gedegenonderzoek naar de juridische, en financieel-economische mogelijkhedenen risico’s hierbij van belang is. Een enkele lidstaat gaf daarentegen aandat het niet het juiste moment is om de discussie over confiscatie vanbevroren tegoeden van de Russische centrale bank te voeren.Uitvoeringsbesluiten van de Raad onder de Herstel- enVeerkrachtfaciliteitDe Ecofinraad stond stil bij de stand van zaken ten aanzien van de Herstel-en Veerkrachtfaciliteit (HVF) en stemde in met de aanpassing van deuitvoeringsbesluiten ter goedkeuring van het Herstel- en Veerkrachtplanvan Ierland en België.OverigLunch Europese concurrentievermogen laboratoria – kapitaal-marktunieOp uitnodiging van de Spaanse Minister van Economie, de heer Cuerpo,nam Nederland voorafgaand aan de Eurogroep-vergadering deel aan eeninformele sessie op de permanente vertegenwoordiging van Spanje inBrussel. Tijdens dit lunchoverleg spraken de Ministers van Financiën vanSpanje, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Polen en Luxemburg, overhet Spaanse initiatief om als kopgroep samen te werken op verschillendeonderwerpen aangaande het Europese concurrentievermogen. Dezezogenoemde labs bieden EU-lidstaten de mogelijkheid om in intergouver-nementeel verband met innovatieve projecten mee te doen om dekapitaalmarkten te integreren en privaat kapitaal te mobiliseren. Dit isaanvullend op EU-brede maatregelen ter versterking van de kapitaalmark-tunie.Tijdens het overleg spraken de lidstaten over de randvoorwaarden voorlab-projecten. Initiatieven die als lab door lidstaten worden uitgewerkt,dienen het institutionele raamwerk van de EU en de interne markt terespecteren. Een project kan door ten minste drie landen wordengeïnitieerd. Andere landen en de Europese Commissie kunnen feedbackgeven op het voorstel en de kritische succesfactoren (KPIs). Lab-projectenstaan open voor andere lidstaten om in een latere fase aan te sluiten. Deresultaten van de projecten kunnen door de Commissie worden gebruiktom voorstellen te doen voor de hele EU, die vervolgens via het reguliereEU-wetgevingsproces worden behandeld. Er is ook gesproken overmogelijke concrete projecten. Aanwezige lidstaten hebben hiervoorideeën aangedragen. Komende tijd zal Nederland betrokken blijven bij ditproject en op ambtelijk niveau gesprekken voeren met deelnemendelanden. Ik zal uw Kamer informeren over relevante ontwikkelingen bij delabs, onder meer zodra Nederland deelneemt aan nieuwe projecten enover de uitkomsten hiervan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21007 De Kamer heeft twee moties aangenomen in relatie tot het bereiken vanmeer voortgang en ambitie bij de ontwikkeling van de kapitaalmarktunie.De motie Van der Lee/Van Weyenberg verzoekt het kabinet om inEuropees verband proactief en met gelijkgestemde lidstaten de kapitaal-marktunie nieuw leven in te blazen.De motie Dassen c.s. roept het kabinet, in relatie tot het Spaanse voorstelvoor labs, op om bijvoorbeeld middels een kopgroep, met welwillendeEU-lidstaten, stappen te zetten om de kapitaalmarkten op Europees niveauverder te integreren. De afgelopen periode sprak Nederland met gelijkge-stemde lidstaten over samenwerkingen in kopgroepen, parallel aan hetontwikkelen van de kabinetsinzet die ik zeer spoedig met uw Kamer zaldelen. Met de start van de hierboven beschreven lab-projecten aangaandehet Europese concurrentievermogen beschouw ik de moties Van derLee/Van Weyenberg en Dassen c.s. als voldaan.Besluitvorming over eventuele confiscatie van Russische centralebanktegoedenIn het debat Eurogroep/Ecofinraad van 4 maart jl. kwam het confisquerenvan bevroren tegoeden van de Russische centrale bank voor financiëlesteun aan Oekraïne ter sprake. Daarbij werd mij gevraagd hoe debesluitvorming zou lopen, mocht er worden overgegaan tot het confis-queren van deze tegoeden. Ik heb toegezegd daar in dit verslag op terugte komen.Allereerst is het goed om te benadrukken dat er op dit moment geenformeel voorstel voor het confisqueren van de tegoeden voorligt. In juni2024 bereikte de G7 een politiek akkoord op het realiseren van leningenop basis van de buitengewone inkomsten die voortvloeien uit debevriezing van Russische Centrale-banktegoeden onder de Rusland. Opgrond van Besluit (GBVB) 2024/577 van de Raad van de Europese Unie(Raad) van 12 februari 2024 en Verordening (EU) 2024/2773 van hetEuropees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober2024 heeft ook de EU de buitengewone inkomsten over de bevrorentegoeden ter beschikking aan Oekraïne gesteld. Oekraïne kan daarmee deExtraordinary Revenue Accelaration (ERA)-leningen die Oekraïne bij de EUen de G7-partners aangaat terugbetalen en de rentebetalingen doen. Deonderliggende activa (de tegoeden) blijven daarbij intact.Mocht er worden overgegaan tot confiscatie van de tegoeden, dan vindthet kabinet het belangrijk dat hier wederom in G7-verband politiek toewordt besloten. Dit stelt de G7-partners in staat om gezamenlijk op tetrekken en eventuele risico’s die samenhangen met confiscatie temitigeren. Het is nog niet duidelijk hoe de eventuele confiscatie opEU-niveau zou worden vormgegeven. Indien het om een sanctiemaatregelzou gaan, geldt dat de Raad hierover met eenparigheid van stemmenbesluit, op basis van wetgevingsvoorstellen van de Hoge Vertegenwoor-diger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Zodra deEU-lidstaten een politiek akkoord hebben bereikt, bereiden de HogeVertegenwoordiger/vicevoorzitter en de Europese Commissie de nodigerechtshandelingen voor in de vorm van een besluit van de Raad en eeneventuele begeleidende verordening van de Raad ter uitvoering van hetbesluit, die vervolgens ter instemming worden voorgelegd aan de Raad.In Nederland zijn de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister vanFinanciën en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpbetrokken bij de vormgeving van de financiële steun aan Oekraïne.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21008 Tijdslijnen publicatie voorstellen defensiefinancieringIn het debat Eurogroep/Ecofinraad van 5 maart jl. heb ik toegezegd om indit verslag in te gaan op het tijdspad voor de publicatie van Commissie-voorstellen voor defensiefinanciering. Inmiddels is bekend geworden datde Commissie naar verwachting op 19 maart aanstaande een witboek zalpresenteren over de toekomst van Europese defensiesamenwerking. Naarverwachting zullen ook voorstellen gepubliceerd worden over detoepassing van flexibiliteit binnen het Stabiliteits- en Groeipact, leningenaan lidstaten en het inzetten van een deel van de cohesiemiddelen voordefensie. Tijdens de Europese Raad van 20–21 maart zal nog geenbesluitvorming plaatsvinden.Consultatie verordening kapitaalvereisten en NederlandseinbrengDe Europese Commissie is afgelopen maand een consultatie gestart overeen beperkte aanpassing van de verordening kapitaalvereisten voorbanken (Capital Requirements Regulation, hierna: CRR). Specifiek gaat hetom de mogelijke verlenging van een transitiemaatregel voor deberekening van één van de liquiditeitseisen voor banken, de Net StableFunding Ratio. Met het oog op een internationaal gelijk speelveldoverweegt de Commissie deze transitiemaatregel in de CRR te verlengen,om te voorkomen dat Europese financiële instellingen meer liquidemiddelen aan moeten houden dan niet-Europese financiële instellingen,voor hetzelfde type activiteiten. Nederland heeft op deze consultatiegereageerd en daarbij aangegeven open te staan voor een beperkte ensnelle wijziging van de CRR om deze transitiemaatregel te verlengen,vanwege het belang van deze maatregel voor een internationaal gelijkspeelveld en de liquiditeit van (staats)obligatiemarkten. Wel heeftNederland daarbij genoemd dat dit geen aanleiding geeft om zondergoede analyse andere, niet gerelateerde transitiemaatregelen in de CRR teverlengen. Indien er een voorstel van de Europese Commissie komt omde CRR te wijzigen, wordt uw Kamer daar zoals gebruikelijk middels eenBNC-fiche over geïnformeerd. De ingediende consultatiereactie is alsbijlage bij de aanbiedingsbrief voor de Tweede Kamer gevoegd.Digitale euroSinds het vorige verslag van de Eurogroep/Ecofinraad heeft er geenraadswerkgroep over de digitale euro plaatsgevonden. Wel is er op6 maart jl. een technisch seminar georganiseerd voor de Raad, overprivacyaspecten van de digitale euro. Tijdens dit seminar gaf de ECB eenpresentatie over de manieren waarop privacy gewaarborgd kan wordenbij de mogelijke invoering van een digitale euro. De ECB stond in depresentatie stil bij maatregelen om de verzameling van data voor hetverwerken van betalingen in digitale euro te minimaliseren. Daarnaastkunnen ook ontwerpkeuzes bijdragen aan het garanderen van de privacyvan individuen. Nederland zet zich, ook conform de wens van de TweedeKamer, in de onderhandelingen over de voorstellen voor een digitale euroin voor stevige privacy-waarborgen.Toezegging voor- en nadelen van gezamenlijke schulduitgifte voorextra defensie-uitgavenTijdens het plenaire debat voorafgaand aan de Europese Raad van6 maart jl. heeft de Minister-President toegezegd aan het lid Timmermansom uw Kamer een analyse te sturen van de voor- en nadelen vangezamenlijke schulduitgifte voor extra defensie-uitgaven. Onderstaandwordt invulling gegeven aan deze toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21009 AchtergrondBij gezamenlijke schulduitgifte leent de Europese Commissie (hierna:Commissie) namens de Europese Unie (EU) op kapitaalmarkten of bijfinanciële instellingen. Gezamenlijke schulduitgifte kan bij uitzondering.De Commissie doet dit in de meeste gevallen om te kunnen reageren oponvoorziene omstandigheden waarbij meer middelen nodig zijn danbeschikbaar in de meerjarenbegroting (het Meerjarig Financieel Kader,MFK). Het gaat daarbij vaak, maar niet exclusief, om middelen voor hetverlenen van steun op grond van artikel 122 van het Verdrag betreffendede werking van de Europese Unie (VWEU)4.Als zekerheid voor de aflossings- en renteverplichtingen op de leningendie de Unie aangaat, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamdeheadroom. De headroom betreft het verschil tussen het jaarlijks maximumvoor de eigen middelen die de Unie op mag vragen bij de lidstaten(vastgelegd in het Eigenmiddelenbesluit, EMB) en het maximale jaarlijkseuitgavenplafond van de EU (vastgelegd in het MFK). De headroom dientals waarborg dat de Unie aan al zijn betalingsverplichtingen kan voldoen,maar biedt ook ruimte voor Europese instrumenten die gebruik makenvan de headroom, zoals destijds ook is toegelicht in antwoord op vragenvan uw Kamer5. Nederland heeft in 2021 het EMB geratificeerd na eenzorgvuldige behandeling in beide Kamers. De Raad besluit over (hetaanpassen van) het EMB met unanimiteit. Bovendien moeten nationaleparlementen het (aangepaste) EMB ratificeren voor het in werking treedt.Besluitvorming over leningen-voor-giften vindt dus niet plaats op basisvan gekwalificeerde meerderheid in de Raad.De middelen die de Commissie namens de EU leent op de kapitaalmarktkunnen worden onderverdeeld in twee categorieën («leningen voorleningen» en «leningen voor giften»). Zoals aangegeven in de brief die uwKamer ontving in reactie op de motie Eerdmans6 gaat het bij het recenteinitiatieven van de Europese Commissie voor leningen voor defensie-uitgaven, onderdeel van ReArm, om leningen voor leningen.Bij «leningen voor leningen» worden de rente op en aflossing van delening die de Unie is aangegaan betaald uit de rente en aflossing die deUnie van de lidstaten ontvangt. De rente- en terugbetalingsverplichtingligt dus bij de lidstaten die vrijwillig gebruik maken van het leenin-strument. Hierdoor is er geen effect op de EU-afdrachten van lidstaten. DeEU kan besluiten tot het oprichten van, en vaststellen van de regels voordergelijke leningen op basis van gekwalificeerde meerderheid (QMV),zolang er voldoende ruimte is binnen de bestaande headroom.Bij «leningen voor giften» worden de rente en aflossing van de lening diede Unie is aangegaan betaald uit de EU-begroting. Dit wordt dusuiteindelijk wel betaald uit de nationale afdrachten van de lidstaten. In hetVerdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is4Artikel 122 lid 1: Onverminderd de overige procedures waarin de Verdragen voorzien, kan deRaad op voorstel van de Commissie in een geest van solidariteit tussen de lidstaten bij besluitde voor de economische situatie passende maatregelen vaststellen, met name indien zich bijde voorziening van bepaalde producten, in het bijzonder op energiegebied, ernstige moeilijk-heden voordoen.Artikel 122 lid 2: In geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in eenlidstaat, die worden veroorzaakt door natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen die dezelidstaat niet kan beheersen, kan de Raad op voorstel van de Commissie, onder bepaaldevoorwaarden financiële bijstand van de Unie aan de betrokken lidstaat verlenen. De voorzittervan de Raad stelt het Europees Parlement van het genomen besluit in kennis.5Kamerstuk 35 711, nr. 66Kamerstuk 21 501-20, nr. 2214Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 210010 vastgelegd hoe de EU zichzelf mag financieren, namelijk met inacht-neming van de principes van begrotingsevenwicht, begrotingsdisciplineen de integriteit van het stelsel van eigen middelen. Lenen voor giften istot nu toe alleen toegepast voor het subsidiedeel van het NGEU. Dit konworden verenigd met de hiervoor genoemde verdragsprincipes op basisvan de voorwaarden van uitzonderlijkheid, tijdelijkheid en gerichtheid.Destijds was het voor NGEU noodzakelijk om het EMB aan te passen(vereist unanimiteit en ratificatie door nationale parlementen) om hetEMB-plafond te verhogen en een uitzondering op het verbod op lenenvoor giften te verkrijgen.Voor- en nadelen leningen van gezamenlijke schulduitgifteGezamenlijke schulduitgifte heeft diverse mogelijke voor- en nadelen.Onderstaand wordt eerst ingegaan op de algemene voor- en nadelen, endaarna specifiek op de voor- en nadelen van respectievelijk leningen voorleningen en leningen voor giften. Daarbij moet worden opgemerkt datdiverse voor- en nadelen niet specifiek zijn voor defensie-uitgaven. Waardat wel het geval is, wordt dat aangegeven.Algemene voor- en nadelen gezamenlijke schulduitgifteGezamenlijke schulduitgifte voor defensie-uitgaven kan een toename vandefensie-uitgaven stimuleren. Dat draagt bij aan de afschrikking endaarmee aan de veiligheid van het continent. Een nadeel van gezamen-lijke schulduitgifte vanuit het perspectief van defensie-uitgaven is dat dezein principe tijdelijk is, vanwege de beperkte ruimte onder de headroom ende juridische beperkingen die volgen uit de hiervoor genoemdeverdragsprincipes.Aan een instrument dat wordt gefinancierd met gezamenlijke schuldkunnen ook bestedingsvoorwaarden worden verbonden. Die kunnen, inhet geval van een instrument voor defensie-uitgaven, bijvoorbeeldbetrekking hebben op gezamenlijke aanschaf van materieel of bestedingvan middelen aan gezamenlijke projecten, programma’s of doelen. Dit kanschaalvoordelen en een grotere interoperabiliteit opleveren.Een ander mogelijk voordeel van gezamenlijke schulduitgifte is detoename van veilig schuldpapier (zogenaamde safe assets) in de EU.Een algemeen nadeel van gezamenlijke schulduitgifte is dat deze leidt toteen hogere publieke schuld.Voor- en nadelen leningen voor leningenDoor gebruik te maken van EU-leningen kunnen sommige lidstatenprofiteren van een lagere rente, voor zover de rente waartegen zij zelflenen hoger is dan de rente waartegen de EU-leningen zouden wordenafgesloten. Op basis van de huidige rentestanden is dit voordeel op ditmoment niet erg groot. De EU-leningen tellen ook mee in het nationalebegrotingstekort en de overheidsschuld, waardoor de financiële ruimtevan lidstaten door gebruik te maken van de EU-leningen uiteindelijkslechts beperkt toeneemt. Hierdoor blijft de prikkel behouden om hogeredefensie-uitgaven in te passen binnen de nationale begrotingen van delidstaten, door hervormingen, herprioritering van uitgaven en/of eenverhoging van inkomsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 210011 Voor- en nadelen leningen voor giftenVoordeel van gezamenlijke schulduitgifte voor giften is dat voor lidstatensnel meer middelen beschikbaar komen, die niet (direct) drukken op denationale schuld. Dit stelt met name lidstaten voor wie de omvang van deoverheidsschuld een drempel vormt, in staat om snel meer te investerenin defensie.Een nadeel is dat leningen voor giften en de hiermee gepaard gaanderentelasten via de EU-begroting, en daarmee via de nationale afdrachten,moeten worden terugbetaald. Deze verplichting rust uiteindelijk op deschouders van alle EU-lidstaten samen, en komt bovenop hun nationaleschuld. Zoals zichtbaar is geworden in de tussentijdse herziening van hethuidig MFK in 2024 kunnen rentelasten daarbij onverwacht toenemen.Tot slot kan de beschikbaarheid van giften gefinancierd met gezamenlijkschulduitgifte, afbreuk doen aan de prikkel voor lidstaten om binnen hunnationale begroting ruimte te vinden voor defensie-uitgaven doorhervormingen, herprioritering van uitgaven en/of verhoging vaninkomsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 210012

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4e2e475df28267d7

14 okt 2026 · 3d3ad5172d1c23a9

13 okt 2026 · 69bbc10e2c62c1d8

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.