Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 september 2025, over Kinderen in de asielopvang
Brontekst
Versie ccb720cc1271b0d8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3491 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 oktober 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 23 september 2025overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister voor Asiel en Migratie,Vice-Minister-President, over:–de brief van de Minister voor Asiel en Migratie d.d. 19 septem-ber 2025 inzake kinderen in de asielopvang (Kamerstuk19 637, nr. 3474).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Burger kst-19637-3491ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34911 Voorzitter: Van MeetelenGriffier: NouseAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Ceder, Van Meetelen, VanNispen, Piri, Podt, Rajkowski, Van Vroonhoven en Van Zanten,en mevrouw Keijzer, Minister voor Asiel en Migratie, Vice-Minister-President.Aanvang 16.33 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Van harte welkom bij het commissiedebat van de vasteKamercommissie voor Asiel en Migratie over rechten van kinderen in deasielopvang. Ik heet de Minister voor Asiel en Migratie, mevrouw Keijzer,welkom, net als haar ondersteuning. We hebben twee uur de tijd voor ditcommissiedebat. Dat is niet heel veel, dus we hanteren een spreektijd vandrie minuten en drie interrupties. Daar wil ik jullie echt aan houden, wantanders gaan we het niet redden.De heer Van Nispen is rapporteur van het kennisthema rechten vankinderen in de asielopvang. In het kader van dit kennisthema organiseerdedeze commissie twee weken geleden een rondetafelgesprek over ditonderwerp. De heer Van Nispen krijgt vanavond als eerste het woord alsrapporteur. Hij stelt een aantal vragen namens de gehele commissie.Daarna houdt elk Kamerlid zijn of haar eigen politieke inbreng, met alseerste Kamerlid de heer Ceder. We gaan gauw beginnen. Ik geef hetwoord aan de heer Van Nispen van de SP.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeftmij inderdaad aangesteld als rapporteur van het kennisthema rechten vankinderen in de asielopvang. Als rapporteur voer ik daarom graag alseerste het woord namens de hele commissie, maar niet nadat ik de stafdie ons heeft ondersteund heel hartelijk heb bedankt – dat was echt heelgoed – alsmede natuurlijk alle organisaties die met ons hebben meege-dacht.Voorzitter. Het gaat slecht met de kinderen in de asielopvang. Alleorganisaties, van gemeenten en inspecties tot ngo’s, schetsen hetzelfdebeeld: kinderen leven in instabiliteit en onveiligheid, en met structureleschending van hun rechten. Er is veel stress en onzekerheid onderkinderen in de Nederlandse asielopvang.Eerst over de noodopvang. Kinderen leven langdurig op boten, in hotelsof in sporthallen. Iedereen is het erover eens dat noodopvang schadelijken ongeschikt is voor kinderen, maar toch neemt het aantal kinderen in denoodopvang toe. Het zijn er inmiddels meer dan 7.000. De InspectieJustitie en Veiligheid vraagt al sinds 2022 om in te grijpen, toen ze alvaststelden dat kinderen door een verblijf in de noodopvang risico’s lopenten aanzien van hun ontwikkeling en welzijn. Recent noemde de inspectiede situatie van kinderen «onveranderd zorgelijk».Belangrijke oorzaak is het tekort aan reguliere opvang en dus de blijvendeafhankelijkheid van noodopvang. Alle organisaties pleiten voor stabiele enmeerjarige opvanglocaties. Wat vindt de Minister van deze stelling en watgaat zij met deze oproepen doen? De Minister onderschrijft namelijk in debrief van afgelopen vrijdag dat stabiliteit, veiligheid en perspectief voorkinderen leidend zijn bij de inrichting van het opvanglandschap en datnoodopvang moet worden afgebouwd. Maar wanneer kunnen in iedergeval kinderen op plekken worden ondergebracht die voor kinderengeschikt zijn? Wanneer komen er concrete acties uit recente en eerdereinventarisaties, om de situatie van kinderen in de opvang per direct teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34912 verbeteren qua voorzieningen, veiligheid en privacy? Wat is de deadlinevoor de in de brief aangekondigde kortetermijnacties?Dan over stabiliteit en continuïteit. De frequente verhuizingen leiden totgrote schade aan de ontwikkeling van kinderen. Ze moeten steeds maarafscheid nemen van vriendschappen en vertrouwde begeleiders. Kinderenhebben natuurlijk baat bij stabiliteit en continuïteit van verblijfplaats,onderwijs, zorg en hulpverleningstrajecten. De Inspectie JenV stelt dat deafhankelijkheid van tijdelijke contracten en financiering structureleverbeteringen in de weg staat. Alle organisaties pleiten daarom voormeerjarige contracten en opvanglocaties die rust en continuïteit bieden.Hoe kijkt de Minister hiernaar? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat hetaantal verhuisbewegingen van kinderen wordt beperkt? Moet er daarvoorook iets wijzigen in de werkwijze van de IND, zoals het COA bepleit? DeMinister schrijft dat de asielprocedure met de UitvoeringsagendaFlexibilisering Asielketen wordt losgekoppeld van de opvang en datdaardoor procesgerelateerde verhuisbewegingen verminderd kunnenworden, maar wat is hiervan de planning?De toegang tot onderwijs en jeugdzorg is vaak vertraagd of afwezig, metname voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarnaast zorgenwachtlijsten en slechte overdracht na verhuizingen voor leerachterstandenen stagnerende behandelingen. Vroege interventie is juist cruciaal omblijvende schade te voorkomen bij kinderen die kampen met stress,depressieve klachten en traumatische ervaringen, die vaak nog verergerendoor de vele verhuizingen en de onzekerheid. Ook gaan kinderen somsweken of maanden niet naar school. Vooral amv’s wachten soms tot eenjaar op onderwijs. Verschillende organisaties vinden dat opvanglocatiesmoeten worden gekoppeld aan scholen in de buurt en dat goed moetworden bijgehouden of kinderen binnen de wettelijke termijn ook echtnaar school kunnen gaan.Hoe reflecteert de Minister op deze problemen? In de brief legt de Ministeruit hoe de toegang tot onderwijs geregeld is, maar de problemen alsgevolg van de vele verhuizingen blijven bestaan. Hoe staat het met debelofte van de Minister om met de collega van VWS naar de bekostigings-systematiek van jeugdhulp voor asielzoekerskinderen te kijken, omdatanders gemeenten hiervoor opdraaien en er nog minder animo zal zijn omopvang aan te bieden binnen de gemeentegrenzen? Wat is de stand vanzaken hierin? Hier gaat de Minister in de recente brief ook niet op in.Uit het rondetafelgesprek is gebleken dat juist de meest kwetsbarekinderen in de asielopvang extra risico lopen. Amv’ers verdwijnenregelmatig uit de opvang en lopen een verhoogd risico op uitbuiting enmensenhandel, terwijl zij vaak maanden of zelfs langer zonder onderwijsof dagbesteding blijven. Kinderen met een beperking ervaren doorfrequente verhuizingen telkens onderbrekingen in hun zorg en onderwijs,waardoor hun ontwikkeling stagneert en hun situatie kan verergeren.Verschillende organisaties pleiten daarom voor specifieke maatregelenvoor deze groepen kinderen, zoals aangepaste voorzieningen voorkinderen met een beperking en alternatieven voor langdurig verblijf ingezinslocaties. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan?Voorzitter. De rechten van kinderen zijn in het geding. De huidige opvangvan kinderen schendt systematisch hun kinderrechten, hoorden we in hetrondetafelgesprek. Verschillende organisaties benadrukken dat Nederlandzich verdragsrechtelijk heeft verplicht tot het waarborgen van kinder-rechten en dat dit geen beleidsoptie is, maar een juridische plicht. Hoebeoordeelt de Minister deze kritiek?Ten slotte wijs ik als rapporteur, dus eigenlijk namens de hele Kamer, opde politieke kant van de zaak. We hebben geïnventariseerd hoe vaak enhoelang er al door Kamermeerderheden is aangedrongen op verbete-ringen voor kinderen in de opvang en op het gewoon naleven van dekinderrechten. Dat is een enorm lange lijst geworden. Met die aange-nomen Kamermoties is veel te weinig gedaan. Daarom is de KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34913 vandaag ook zo eensgezind en spreek ik vandaag als rapporteur namensde Kamer: respecteer de kinderrechten en verbeter de situaties vankinderen in de asielopvang. Er zijn namelijk veel thema’s in de politiek, enin het bijzonder op het gebied van het asielbeleid, die ons vaak verdeeldhouden, maar over de belangen van kinderen zijn wij ondanks al onzepolitieke verschillen vandaag eensgezind.Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Van Nispen als rapporteur. Dan geef ik nu als eerste hetwoord aan de heer Ceder, zodat hij zijn inbreng kan leveren.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Vanwege een dubbeling zal ik ook wat eerder hetdebat moeten verlaten, maar ik ben hier omdat het een belangrijk debatis. Onze kinderen gunnen we namelijk het beste: een veilige en stabieleomgeving, een goede opvoeding en mooie kansen. Ook gevluchte ouderswensen dat voor hun kinderen, maar voor hen is dat vaak onbereikbaar. Iksluit me aan bij de analyse van de heer Van Nispen. Laten we eerlijk zijn:de huidige situatie is geen natuurverschijnsel, maar een gevolg vanmeerdere politieke keuzes, of een gebrek aan keuzes, waar kinderen dedupe van zijn. Het betreft kinderen waarvan een groot deel uiteindelijk ookgewoon deel zullen uitmaken van deze Nederlandse maatschappij en diedus, vanwege de problemen die niet opgelost worden, op latere leeftijdvoorzieningen nodig zullen hebben om de achterstanden die opgelopenzijn en misschien ook de fysieke en mentale problemen te verhelpen,waardoor die kosten uiteindelijk ook op de maatschappij afgewenteldworden. Kortom, dit is slecht beleid.Ik heb allereerst een simpele vraag voor de Minister. Voldoen wijinmiddels aan de gerechtelijke uitspraken ten aanzien van wetgeving tenaanzien van de opvang van de kinderen? Zo nee, waarom niet?Voorzitter. Het is een fata morgana om te verwachten dat er na 2026 veelminder opvang nodig is. Hoe kan de Minister blijven beweren dat ze werktaan stabiliteit als het geld voor de opvang vanaf 2027 is opgedroogd? Hoemoeten COA en gemeenten daarmee omgaan? En alsof de problemennog niet groot genoeg zijn, is de Minister bezig met een wet die devoorrang van statushouders op de huurmarkt gaat verbieden. Als er nietvoldoende huurwoningen zijn, dan stokt de doorstroom helemaal. Dan ligter ook nog de geamendeerde en gemankeerde Wet versterking regievolkshuisvesting. Mijn vraag is welke boodschap de Minister heeft voorde gemeenten die ervoor terugdeinzen om een opvanglocatie te regelenvanwege het mogelijk eindigen van de Spreidingswet en het mogelijkvervallen van de voorrang.Voorzitter. Specifiek vraag ik naar de opvang van amv’s met een status.Als zij geen perspectief hebben om door te stromen naar de regulierewoningmarkt, zijn zij veroordeeld tot het verblijven in de opvanglocatie.Welke gemeente durft dat dan nog aan? Erkent de Minister dat de kans opblijvende schade groot is?Voorzitter. De opvang van amv’s gaat vaak niet per honderden oftweehonderden, maar per tientallen. Alleen horen wij nog steeds geluidenuit gemeenten dat een dergelijke kleine locatie financieel niet rond tekrijgen is, onder andere vanwege het COA. Het COA wijst een voorstel vande gemeente af; daarmee stopt het gesprek. Ik heb dit punt, dat ik al uitmeerdere gemeenten hoorde, meerdere keren hier in een debatvoorgelegd. De Kamer wil dat kleinschalige opvang nodig en mogelijk is.Dat is goed voor de asielzoekers zelf, maar ook voor de gemeenten envoor het opnemen van een kleinere groep mensen in de samenleving. Devorige Minister beweerde dat een kleine locatie wel zou moeten kunnen.Dit moet gewoon geregeld worden. Wat is dan de waarheid, vraag ik. Kande Minister ervoor zorgen dat er serieus in gesprek wordt gegaan metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34914 gemeenten die kleinere opvang voor amv’s voorstellen? Het punt is niet ofwe deze kinderen in Nederland willen hebben, maar hoe we ze hier willenhebben. Als we geen goede opvang bieden en hun welzijn geen prioriteitgeven, krijgen we kinderen die nergens gehecht zijn, zich slecht ontwik-kelen, trauma’s oplopen ...De voorzitter:Kunt u afronden? U bent er al overheen.De heer Ceder (ChristenUnie):Tot slot, voorzitter. Een van de simpelste oplossingen is om deze kinderenvoorrang te geven bij de behandeling van hun zaak en om de kinder-rechten beter te verankeren, of in de wet of in een circulaire. Hier heeft deChristenUnie ook al meerdere voorstellen voor gedaan. Is de Ministerbereid om deze handschoen op te pakken?Tot zover. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u, meneer Ceder. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw VanZanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. We zien het al jarenlang: kinderen die in gammelebootjes de zee op worden gestuurd, vooruitgestuurd door hun ouders viamensensmokkelaars, en die gedwongen hun leven op het spel zetten. Datmoet een halt toe worden geroepen. We moeten veel strenger optredentegen smokkelaars en duidelijk maken dat het vooruitsturen van kinderengeen enkele garantie biedt op verblijf, want alleen dan kunnen wevoorkomen dat steeds meer kinderen op deze manier in levensgevaarworden gebracht. Wat BBB betreft gaan we dit doen door de Europesebuitengrenzen heel streng te beveiligen, zodat iedereen buiten dezegrenzen de procedure doorloopt. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?Voorzitter. Maar we moeten ook kijken naar de kinderen die al wel inNederland zijn, want voor hen geldt dat ze bescherming, stabiliteit enperspectief verdienen. Het is niet hun schuld dat zij in deze situatie terechtzijn gekomen en het is ook niet de schuld van de medewerkers in deopvang, die vaak hun uiterste best doen. Het is een systeemprobleem: erworden brandjes geblust en men loopt voortdurend achter de feiten aan.Het gaat om de ontwikkeling van kinderen. Stabiliteit, onderwijs en sportzijn cruciaal om gezond op te groeien, maar in de opvang ontbreken dievaak. Ze lopen daardoor achterstanden op, terwijl ze al een moeilijke starthebben gehad. Willen we dat kinderen in Nederland zo een deel van hunleven doorbrengen? Daarom zegt BBB: procedures moeten veel sneller.En minstens zo belangrijk: we zien dat sommige ouders zo lang mogelijkdoorprocederen, in de hoop dat de tijd in hun voordeel gaat werken endat kinderen in die periode hier geworteld raken. Dat wordt vervolgensgebruikt als argument om hier alsnog te mogen blijven. En dan wordt ergewezen op het belang van het kind, terwijl het juist de ouder is die zijn ofhaar kind jarenlang in onzekerheid laat zitten.Voorzitter. Dat roept een fundamentele vraag op. Ligt de schuld bij deouders die eindeloos rekken, of bij de overheid die dit soort procedurestoelaat en niet ingrijpt? Feit is dat kinderen hier de dupe van zijn. Alsoverheid moeten we dit voorkomen door procedures korter en duidelijkerte maken en door te zorgen dat er na een definitieve afwijzing ook echteen einde komt aan de onzekerheid.Wat BBB betreft moeten we twee dingen tegelijk doen. Ten eerste moetenwe zorgen dat kinderen in de opvang de basis krijgen die ieder kindverdient: continuïteit in onderwijs, ruimte om te spelen en zo min mogelijkverhuizingen. Ten tweede. Zolang de instroom zo hoog blijft, lopen weachter de feiten aan. Meer opvanglocaties helpen niet, want dan blijft deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34915 kwaliteit onvoldoende. Willen we kinderen waardig opvangen, dan moetde instroom omlaag, zodat de bestaande opvang op orde kan wordengebracht. Deelt de Minister deze analyse?Dank.De voorzitter:Keurig binnen de tijd. U heeft met uw tijd goedgemaakt wat de heer Cedermeer heeft gebruikt. Dus we zitten weer gelijk. Dan geef ik nu het woordaan mevrouw Rajkowski.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. De VVD wil graag een streng en rechtvaardig asielbeleid,waarbij opvang wordt georganiseerd in de regio en mensen alleen naarNederland kunnen komen via hervestiging en op uitnodiging. In detussentijd hebben we het nodig dat er minder mensen naar Europa komenen er meer mensen worden teruggestuurd, al dan niet naar terugkeer- oftransithubs. Onze opvang zit op dit moment overvol, echt te vol. Wekunnen het niet meer aan. Ter Apel kan het niet meer aan. De locaties inNederland raken op. Onder andere beide asielwetten zijn broodnodig omgrip te krijgen. Blijkbaar kunnen we deze mate van instroom niet aan. Datzie je aan de hoeveelheid noodopvang. Dat zie je ook aan hoe we kinderenop dit moment opvangen.Ik wil het als eerste hebben over de 600 meest kwetsbare gevallen. Ik wilde griffie en de rapporteur danken voor hun inzet op dit thema. Dat er7.400 kinderen in de noodopvang zitten, is echt onwenselijk. Over hetalgemeen hoort u de VVD zeggen dat de asielopvang versoberd moetworden, maar voor kinderen willen we juist extra, maar wel realistische,eisen aan asielopvang stellen. Ook op noodopvanglocaties willen wij datkinderen toegang hebben tot passend onderwijs, voldoende zorg, privacyen buitenspeelruimtes. Onze grootste zorgen zitten bij die 600 schrijnendegevallen. Kan de Minister aan de slag met deze kinderen en hier zo snelmogelijk een oplossing voor zoeken? Tijdens de rondetafel zijn watvoorbeelden genoemd die denk ik niemand onberoerd laten.Voorzitter. Dan Oekraïense kinderen. Kinderen en volwassenen in onzeNederlandse opvang verdienen ook bescherming. De misstanden die deOPORA Foundation heeft aangekaart, zoals mensenhandel met minder-jarige kinderen en verkrachting van vrouwen, zijn onacceptabel. Wat gaatde Minister hieraan doen? Zijn er bijvoorbeeld op alle locaties onafhanke-lijke vertrouwenspersonen die handelingsbevoegd zijn?Voorzitter. Als laatste wat over Nidos en de voogdij. Alle minderjarigekinderen moeten in Nederland onder gezag staan. Voor alleenreizendeminderjarige kinderen is dit dus bij Nidos. Voogdij betekent meer danslechts onderdak en eten. Deze kinderen hebben ook opvoeding nodig,dus er moeten ook grenzen gesteld worden wanneer zij te ver gaan.Sommigen van deze kinderen zullen namelijk in Nederland blijven. Kan deMinister in gesprek gaan met het COA en Nidos om te kijken waar ditbeter kan, bijvoorbeeld door Nidos bij een overtreding van de huisregelsof het plegen van strafbare feiten ook echt te laten ingrijpen? Ik doel opleefgeld inhouden, huisarrest et cetera. Syrische jongeren zijn hier eenprangend voorbeeld van. Daarnaast lijkt het de VVD onwenselijk enonverstandig als studenten die net uit de schoolbanken komen ookmeteen voogd kunnen worden van deze jongeren, die bijna net zo oud zijnals zij. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan?Voorzitter. Als laatste zien wij dat ook de Nederlandse criminaliteit steedsmeer vat probeert te krijgen op jongeren in de opvang. Hoe kunnen we ditvoorkomen? Eenmaal in de criminaliteit kom je er niet zo makkelijk meeruit.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34916 Dank, mevrouw Rajkowski. Mevrouw Podt heeft als eerste een interruptieen daarna de heer Ceder.Mevrouw Podt (D66):Ik ben wel benieuwd. In de rondetafel kwam eigenlijk opnieuw vrijduidelijk naar voren dat de Spreidingswet cruciaal is voor het voorkomenvan heel veel van de problemen die mevrouw Rajkowski in haar eigenspreektekst signaleert, zoals noodopvang, verhuizingen en gedoe metzorg en onderwijs. Doelgroepenbeleid werd ook nog genoemd. Dat kan jeallemaal voorkomen met de Spreidingswet. Ik heb in het verkiezingspro-gramma van de VVD gelezen dat de VVD een eerlijke verdeling wil vanasielzoekers over het land. Dat klinkt veelbelovend. Ik ben benieuwd watdat betekent.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat betekent precies wat er staat. Als we daar meer over te zeggenhadden, dan waren daar wel meer zinnen aan gewijd.Mevrouw Podt (D66):Oké. Dit is toch een beetje teleurstellend, dus ik ga nog even door. Als udan de oproepen hoort uit de rondetafel – we kennen elkaar al heel lang,dus ik geloof u ook echt wel als u zegt dat dit u aan het hart gaat – kan ik udan toch nog iets meer ontlokken over wat de VVD voorstaat met deSpreidingswet zoals die er nu is? Iedereen zegt daar namelijk over: als wehet beter willen maken voor de kinderen, dan moet niet alleen deSpreidingswet blijven, maar dan moet er nu helderheid over komen. Alser helderheid is, dan is het namelijk voor gemeenten makkelijker omrichting hun inwoners voor die Spreidingswet en voor die extra opvang tegaan staan, en dan kunnen we dus voorkomen dat er noodopvang komten dat we bakken met geld uitgeven. Zo kunnen we ervoor zorgen dat diekinderen op een goede manier terechtkomen.Mevrouw Rajkowski (VVD):We hebben in het hoofdlijnenakkoord een aantal zaken afgesproken. Daarstaat de VVD voor. De Spreidingswet geldt zolang hij geldt. Daar hebbenwe als Tweede Kamer ook een uitspraak over gedaan. Maar we hebben inhet hoofdlijnenakkoord ook afgesproken dat de Spreidingswetingetrokken kan worden. Daar hebben we wel aan gekoppeld dat weinstroombeperkende maatregelen moeten nemen. Het hele lijstje kunt uterugvinden. Dat is nog steeds het standpunt van de VVD.De voorzitter:Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ja, dat vind ik prima, voorzitter. Laat ik de Spreidingswet dan maar heeleven laten, en laat ik wat de VVD daarmee wil maar even laten voor wathet is. Er is gisteren een oproep gekomen vanuit de VNG, die onder meerook ging over ... Ik zal geen krachttermen gebruiken, maar het waren nietmis te verstane woorden in de zin van: kabinet, geef nou duidelijkheid!Dat ging onder meer ook hierover. Dat ging onder meer ook over eenoproep aan bewindspersonen om heel expliciet naast lokale bestuurderste gaan staan en te zeggen: wij hebben deze opvang nodig. Ook dat gaateen oplossing bieden voor deze kinderen. Wij hebben de vorige Ministerop dit thema gevraagd: ga naar die gemeenten toe, ga naast diebestuurders staan en ga uitleggen dat die opvang nu nodig is. De Ministerweigerde dat. Nu zit er een nieuwe Minister, aan wie we die vraag ookhebben gesteld. Ook deze Minister heeft dat geweigerd. Wat vindtmevrouw Rajkowski daarvan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34917 Mevrouw Rajkowski (VVD):Het beeld dat ik bij deze Minister heb, is eerlijk gezegd wel anders.Inderdaad, bij de vorige Minister heeft ook de VVD gezegd dat besturenook betekent dat je met bestuurders om tafel moet gaan en moet kijkenwaar je met oplossingen en maatregelen kan komen. Ik weet niet welkevoorbeelden mijn collega van D66 heeft, maar ik ken deze Minister alsiemand die in contact staat met al die bestuurders. Volgens mij ziet dezeMinister ook dat de opvang in Ter Apel weer overloopt, dat er onrust in desamenleving is en dat de locaties opraken, maar ook vol zitten. Ik zie dezeMinister eerlijk gezegd eigenlijk alleen maar hard aan het werk om dat opte lossen. Ik weet oprecht niet zo goed waar deze vraag vandaan komt.De voorzitter:De vragen van mevrouw Podt zijn op. Dan geef ik het woord aan de heerCeder. Hij had een vraag.De heer Ceder (ChristenUnie):De VVD lijkt de afgelopen weken wat ontnuchterd te zijn met betrekkingtot het experiment van de afgelopen jaren en probeert wat degelijkerbeleid te willen doorvoeren. Een van mijn punten is de financiering na2027. We hebben bij de begroting al een flink debat gehad over dat er teweinig begroot was. Ik heb toen ook al gezegd dat er eigenlijk eenparlementaire enquête zou moeten komen over de vraag hoe de Kamerkan instemmen met een begroting die niet kan kloppen. Ik weet niet of heter ooit nog komt. Het lijkt er ook gewoon op dat het volgend jaar eenravijnjaar is. In uw betoog hoor ik dat de financiering in ieder gevalminder is dan wat er noodzakelijk lijkt te zijn. Mijn vraag aan mijn collegavan de VVD is of zij in ieder geval erkent dat er minder geld lijkt te zijn dandat er nodig lijkt te zijn, even los van de politieke opvattingen daarover.Vindt zij het redelijk dat de budgettering overeen zou komen met deverwachte opvang?Mevrouw Rajkowski (VVD):9 miljard euro voor asielmigratie is echt een bak met geld. Daarom doetde VVD er samen met BBB alles aan om ervoor te zorgen dat dat meeronder controle komt. De Algemene Rekenkamer heeft inderdaadgeconstateerd dat bijvoorbeeld het budget voor het COA eigenlijk altijd alte laag is. Er wordt dan achteraf bijgeplust. Er zijn eigenlijk heel veel vandit soort situaties. Bij de begroting dacht ik ook eerst: dit is allemaal welheel ambitieus. Dat heb ik toen ook gezegd. Deze zorgen deel ik dusallemaal ook wel. Ik zie ook wel enige bijstelling voor de komende jaren. Ikvind de begrotingen op zo’n politiek gevoelig thema als asielmigratie echteerst aan de kiezer en daarna aan een nieuw kabinet.De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn collega draait om mijn vraag heen. Ze doet een prachtige wals eneen tango, zodat ze de vraag maar niet hoeft te beantwoorden. De vraag isechter vrij simpel: erkent de VVD, puur op basis van feiten – ik wil er geenpolitiek stickertje op plakken – dat het geld dat voor volgend jaargereserveerd is, waar het COA op rekent en het mee moet gaan doensamen met de gemeenten, die al aangeven dat het piept en kraakt, naarverwachting te weinig is? U zegt vervolgens: we doen er alles aan om deinstroom te beperken. U gaat eigenlijk terug naar het verhaal van deafgelopen paar jaar, zonder de vraag te beantwoorden. Ik vraag u om dewals wat bij te stellen richting het antwoord. Ik denk namelijk dat de kiezerook recht heeft op het antwoord op de vraag of de bijstelling van deafgelopen weken wel een echte is en of de VVD ook ziet en erkent dat ereen mismatch is tussen wat er begroot is en wat er uiteindelijk verwachtwordt. De gevolgen daarvan worden anders afgewenteld op desamenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34918 Mevrouw Rajkowski (VVD):Dan zal ik het kort houden. Misschien maak ik er, gezien de tango, watSpaans van. Volgens mij heeft de heer Ceder het niet over volgend jaar,maar over 2027. Dit is wat de VVD betreft echt iets voor aan de onderhan-delingstafel. Dus eerst doet de kiezer een uitspraak en daarna komenonderhandelingen en dan komt er een nieuw kabinet. Daar verhouden wijons dan toe. Maar ik heb ook vorig jaar al in eerdere debatten bij debegroting gezegd dat ik de begroting toen heel erg spannend vond en ikme afvroeg of we dit gingen halen. In die zin is het dus ook niet nieuw.Maar we vinden het echt aan nieuwe onderhandelingen om af te sprekenhoeveel budget er moet zijn en welke maatregelen we kunnen afsprekenom de instroom te beteugelen. We weten niet eens of we daar wel of nietaan tafel gaan zitten. Dus eerst de kiezer en daarna dit.De voorzitter:Meneer Ceder, uw laatste interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik weet niet of er heel veel mensen kijken, maar ik hoop wel dat er opgeletwordt. Er wordt opnieuw om de vraag heen gedanst. Ik weet dat je aan deonderhandelingstafel andere gesprekken met elkaar hebt, maar dan gaathet over de vraag hoe je de politieke opvattingen met elkaar verdeelt enhoe dat landt in politieke afspraken. Maar dat is niet mijn vraag. Mijnvraag is of de VVD erkent dat wat er nu ligt, even los van de verkiezingen,te weinig is. Dit is ook belangrijk om als kiezer het beoordelingsvermogenvan de VVD om begrotingen in te kunnen schatten, te kunnen waarderen.U zegt: ik heb er vorig jaar wat over gezegd, maar ik weet het nog niet. Datkan, maar volgens mij zijn er heel veel mensen die er wel verstand vanhebben die zeggen dat het te weinig is. Ik ga dan toch wel naar mijnandere vraag. Ik heb een punt gemaakt over kleinschalige opvang. DeKamer heeft in meerderheid gezegd dat dat mogelijk moet zijn. Wemoeten gemeenten niet opzadelen met te grote opvanglocaties.De voorzitter:Het mag iets korter.De heer Ceder (ChristenUnie):Is de VVD het ermee eens dat het onwenselijk is als er een minimaalaantal groepen of kinderen worden geëist vanuit het COA of vanuitanderen? En is de VVD het ermee eens dat we gemeenten de ruimtemoeten geven als ze kleinschalige opvang willen bieden en dat ookmoeten faciliteren?Mevrouw Rajkowski (VVD):Sorry, maar deze vraag begreep ik niet. Als gemeentes een minimum-aantal kinderen eisen dat het COA dat moet faciliteren, terwijl er ookkleinere opvang ... Deze vraag begreep ik niet.De heer Ceder (ChristenUnie):Nee, sommige gemeentes zeggen: we willen een bijdrage leveren aan hetopvangen van een aantal amv’s. Dat mag echter niet, omdat het COA eenminimumaantal mensen vraagt. Het COA wil een opvang met, ik noemmaar wat, minimaal 200 amv’s. Maar als gemeentes zeggen «wij willen ergeen 200, maar kunnen 30 bieden», dan ketst de deal af en worden er nulopgevangen. Mijn vraag is of de VVD het belangrijk vindt om naastgemeentes te staan die zeggen: wij willen een bijdrage leveren en dit iswat we naar draagkracht kunnen. Vindt de VVD ook dat het niet aan deandere partijen is, het ministerie, het COA of welke partijen dan ook, omdat weg te wuiven? Daarmee duw je gemeentes terug in hun hok en zeg je...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 34919 De voorzitter:Ik ga nu toch echt ingrijpen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ja, ik begrijp het.De voorzitter:We hebben echt te weinig tijd. Dit gaat te lang duren.Mevrouw Rajkowski (VVD):Natuurlijk, als gemeenten aangeven dat zij kleinschalige opvang willen ...Sommige wetten en regels maken het lastig, maar ik heb volgens mij ookgemeenten gesproken die op een andere manier de opvang regelen enook zelf daaromheen alles regelen. Daardoor hoeven ze niet aan deminimumeisen van het COA te voldoen. Dus dat vind ik zeker.De voorzitter:Oké, dank. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Vroonhoven. O, ikhoor dat mevrouw Piri nog een interruptie heeft.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Piri heeft een interruptie voor mevrouw Rajkowski. Dit debatgaat over de opvang van asielkinderen. We hebben een brief gekregenvan het kabinet. Ik vroeg me af wat mevrouw Rajkowski vindt van diebrief. Vindt zij dat dit voldoende inzet is?Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dan hoor ik graag wat de VVD nog meer eist van deze Minister. Weverschillen in dit huis soms echt, echt fundamenteel van mening op asiel,maar hopelijk niet op dit punt. Ik hoop ook van de VVD te horen wat we numoeten doen wat niet langer kan wachten om deze kinderen in veiligheidte brengen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Ik meen dat ik dat in mijn spreektekst heb gezegd. Ik heb daar de 600meest kwetsbare kinderen genoemd.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit wordt een rare interruptie. Misschien kunt u herhalen wat u meer eistnaast datgene wat in de brief staat?Mevrouw Rajkowski (VVD):Voor ons zijn een aantal zaken belangrijk. Ik heb meerdere dingenopgenoemd. Je wil eigenlijk geen kinderen in noodopvanglocatieshebben. Als je dat wel doet, moeten ze toegang hebben tot onderwijs,voldoende zorg, privacy en buitenspeelruimtes. Dat zijn beleidseisen diewij zouden willen toevoegen aan de huidige kaders. Maar ik kijk ook naardit debat. We hebben nog anderhalve week tot aan het verkiezingsreces.Sommige problemen zijn niet vandaag meteen op te lossen. Mijnallergrootste zorg zit bij die 600 meest kwetsbare gevallen. We hebbentijdens het rondetafelgesprek ook zeer schrijnende verhalen gehoord. Kijkin ieder geval wat je voor die 600 kinderen op de meest korte termijn kanregelen, zodat zij niet meer in die schrijnende situaties zitten. Ik ben ervanovertuigd dat iedereen echt zijn best doet. Dat zie ik ook op elke locatiewaar ik kom. Er wordt hard gewerkt; er zijn vrijwilligers aan het werk;medewerkers doen echt hun best. Maar blijkbaar lukt het ons gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349110 niet. Misschien helpt het om focus te hebben op die 600 meest schrij-nende gevallen.De voorzitter:Ik geef u nog een interruptie en dat is dan uw laatste.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dat klopt. Dank u wel, voorzitter. Dan zou mijn vraag zijn: is de VVD hetermee eens dat we de Minister moeten vragen om gewoon een hardeafspraak te maken? Hopelijk zijn alle partijen hier om tafel het daarmeeeens. We moeten harde afspraken maken met gemeenten en het COA datwat betreft die meest schrijnende gevallen het vanaf nu gewoon niet meerwordt toegestaan dat kinderen geplaatst worden op locaties waarkinderen niet veilig zijn. We hoeven ze hier niet te noemen, maar volgensmij kennen we allemaal de voorbeelden van situaties waar we het overhebben. Kan ik daar de VVD ook toe oproepen?Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat lijkt me een heel goed idee. Ik weet dat er inderdaad lijstjes metlocaties rondgaan. Ik zou het heel fijn vinden dat daar maatregelenworden genomen of dat we kinderen daar niet meer plaatsen. Een van deandere voorstellen die ik net ook heb gedaan, is dat er onafhankelijkevertrouwenspersonen komen op locaties, die ook handelingsbevoegd zijn,zodat kinderen of ouders het ook veilig durven te melden als er ietsgebeurt, en niet bang zijn dat dat iets voor hun asielprocedure gaatbetekenen. Dat is ook nog iets wat ik wilde zeggen. Over voogden heb iknet al iets gezegd.De voorzitter:Helder. Dan geef ik nu toch echt het woord aan mevrouw Van Vroon-hoven, en als ik u net niet heb gezien, mevrouw Piri, dan spijt me dat. Wehebben u beiden gemist.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Voorzitter, dank u wel. Het doet me goed om op de valreep nog eencommissiedebat hier mee te mogen maken. Als je de stukken leest, laatdat je ook niet onberoerd. We praten al veel te lang over de intenties,terwijl kinderen vooral in de noodopvang ook vandaag te maken hebbenmet tijdelijkheid, met overbezetting en met heel veel verhuizingen.Inspecties noemen hun situatie zelfs «onveranderlijk zorgelijk». Ditprobleem heeft inmiddels te lang stilgelegen en we weten ook te weinigvan hoe de situatie nu is. We moeten vanaf vandaag echt beginnen omstappen te nemen. Wij zouden daar ook graag een zwengel aan willengeven. Als kinderen namelijk geen fatsoenlijke scholing krijgen en nietkunnen aarden in Nederland, krijgen we over tien jaar de rekeninggepresenteerd in de vorm van integratieproblemen.Eerst even dat inzicht. Niemand kan vandaag precies aangeven waarhoeveel kinderen verblijven, welke voorzieningen daar beschikbaar zijn,hoe vaak ze moeten verhuizen en hoeveel scholing ze krijgen, als datüberhaupt al het geval is. Zolang we dat niet weten, praten we om hetprobleem heen en is gericht ingrijpen niet mogelijk. Daarom willen wij dater uiterlijk 1 november 2025 een locatiematrix ligt voor alle noodlocaties,en alle gewone locaties ook, met per locatie de kindvoorzieningen, degemiddelde verblijfsduur, de verhuisbewegingen en een concreetverbeterplan hoe we dat concreet gaan aanpakken. Dat is geen extrapapierwinkel, maar echt de basis om verder te kunnen sturen, zeg ik tegende Minister. Kan de Minister dit format vaststellen en ook verder uitrollen?Dan de doelen. Per 1 januari 2026 zouden wij graag harde, tijdgebondenreductiedoelen willen hebben. Minder kinderen in de noodopvang, kortereverblijfsduur, minder verhuizingen en een heldere monitoring. Als locatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349111 achterblijven volgt een interventiepad. Geen vrijblijvendheid meer. Daarhoort een duidelijke bestuurlijke norm bij. Kinderen blijven maximaal zesweken in de noodopvang. Dat is nu gemiddeld acht. Overschrijdingtriggert automatisch een escalatie: plaatsing in een gezinslocatie of eenkleinschalig alternatief met voorrang in de capaciteit en de doorstroom.Alle begrip ervoor dat dit niet gelijk geregeld kan worden, maar er moetenwel resultaten worden geboekt en we moeten wel ergens naartoe werkenmet elkaar.Mijn vraag aan de Minister is: welke locaties en welke plekken wordenhiervoor vrijgespeeld en welke vooruitgang heeft de Minister inmiddelsgeboekt op basis van de tien maanden geleden aangenomen motie vanBoomsma samen met Rajkowski? Onderwijs is dus geen gunst, maar eenplicht en de norm «snel naar school» moet echt snel realiteit worden. Hetfeit dat de inspectie waarschuwt voor structurele achterstanden, terwijl deMinister naar eigen zeggen nog nooit de noodzaak heeft gevoeld om eentnv te openen, betekent voor ons dat er echt iets niet klopt. NSC wil eenregieteam, waarmee we inderdaad het vervoer en die tijdelijke leslocatieskunnen gaan regelen met elkaar. Daar hoort ook de monitoring bij.Ten slotte kort over de verplaatsingen. We moeten stoppen met hetrondschuiven van minderjarige asielzoekers. Stabiliteit heeft ook voordeze groep prioriteit. Na 18 jaar en statusverlening moeten ze zo veelmogelijk blijven in de opvanggemeentes. Ik verwijs wat dat betreft ooknaar de motie van Ceder en Boomsma, die ook is aangenomen. Ik vraagaan de Minister hoever zij is met de uitvoering daarvan.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank mevrouw Van Vroonhoven. Ik zie geen interrupties, dan geef ik nuhet woord aan mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Yes, dank u wel, voorzitter. «Ik mis mijn vrienden. Ik hou van niemand zoveel als van hen, want zij waren mijn vrienden voor acht maanden.» Datvertelt Sela van 10, nadat ze alweer naar een nieuwe noodopvangverplaatst is. Sela wil vrienden maken, naar school gaan en meedoen inNederland. Maar in plaats daarvan gaat ze van noodopvang naarnoodopvang.Een ruime meerderheid van deze Kamer ziet dat kinderen behoeftehebben aan speelruimte, onderwijs, zorg en bovenal stabiliteit, en dat wedaarom moeten voorkomen dat kinderen terechtkomen in een eindelozereeks ondermaatse noodopvanglocaties. Gelukkig kan dat ook. We wetenwat niet werkt: allereerst de asielwetten van dit kabinet, waardoor hetsysteem nog meer zal vastlopen. Dan het schrappen van de urgentiever-klaring, waardoor de opvang overvol zal blijven. We weten ook wet welwerkt: voldoende stabiele financiering voor de asielketen en de Sprei-dingswet voor langdurige en kleinschalige opvang. En zoals in derondetafel werd benadrukt: de instrumenten heeft het kabinet al; het heefter alleen zo weinig liefde voor.Voorzitter. Omdat het zo fundamenteel is voor het echt oplossen van desituatie van de meer dan 7.000 kinderen in de noodopvang, allereerst hetvolgende. Gaat u nog steeds de Spreidingswet intrekken, ook als het zoduidelijk haaks staat op een oplossing voor al die kinderen en hun ouders,de gemeenten, de omwonenden en het COA?Voorzitter. Noodopvanglocaties zijn vaak ongeschikt voor kinderen. Eerderbezocht ik de noodopvang in de Expo-hal in Leeuwarden. Dat is zo’n grotecongreshal. Kinderen sliepen daar tussen dunne schotjes zonder plafond,met de hele nacht de tl-verlichting en de herrie van 600 mensen in eenongeschikte hal. Na een bezoek van twee uurtjes had ik knallende koppijn.Die kinderen sliepen daar al maanden en bleven er nog maanden na mijnvertrek. De Expo-hal was en is geen uitzondering. We kunnen ervoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349112 zorgen dat dit soort ongeschikte locaties worden vervangen, zoals deaangenomen motie-Van Nispen eerder al vroeg. Daarom de volgendevraag. Zouden we de ongeschikte locaties niet kunnen inbrengen bij deprovinciale regietafels, zodat gemeenten gezamenlijk kunnen kijken naaralternatieven?Voorzitter. Met psychosociale steun kunnen we ernstige mentale klachtenbij kinderen voorkomen of verminderen. Deze begeleiding wordt vaakincidenteel gefinancierd, terwijl dit volgens D66 onderdeel zou moetenzijn van het pakket aan voorzieningen dat beschikbaar is op een azc en datwordt gefinancierd door het Rijk. Voorkomen is beter dan genezen. Hetslaat dan nergens op dat het Ministerie voor Asiel en Migratie en hetMinisterie van Volksgezondheid naar elkaar blijven wijzen voor eenoplossing. Volgens de nieuwe Europese Opvangrichtlijn is Nederlandbovendien verplicht hiervoor te zorgen. Hoe gaat de Minister zorgen datpsychosociale zorg in de aanloop naar de implementatie van de richtlijneen structureel onderdeel wordt van het aanbod aan kinderen?Ten slotte, voorzitter. Ik vraag al heel lang naar de zorgen over alleen-staande minderjarigen die verdwijnen uit de opvang. Is de Minister bereidom te investeren in twee dingen die de kwetsbaarheid van deze groepaanzienlijk verminderen? Allereerst: stabiliteit, dus geen verhuizingenmeer. Twee: kleinere groepen met intensieve begeleiding en begeleidersdie getraind zijn in het herkennen en voorkomen van deze problematiek.Voorzitter. Ik dank u wel, en speciale dank aan de heer Van Nispen voorzijn rapporteurschap.De voorzitter:Dank u, mevrouw Podt. U was precies binnen de tijd. U heeft eeninterruptie van mevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik hoor mevrouw Podt een aantal keer en ook al eerder benoemen dat zeeen groot voorstander is van de Spreidingswet. We zien nu dat er eigenlijkoveral in Nederland azc’s uit de grond schieten. Dat heeft tot gevolg dat erin heel veel buurten en steden – ik noem Uithoorn en Amersfoort alsvoorbeelden van de afgelopen paar weken – heel veel weerstand is enzorgen zijn bij burgers. Ziet mevrouw Podt niet dat het overgrote deel –volgens mij ging het in eerder onderzoek van EenVandaag om 80% van deNederlanders – een beperking wil van de instroom? Ziet mevrouw Podtniet dat het overgrote deel van Nederland helemaal geen azc in elke staden elk dorp wil? Die willen graag dat de instroom wordt beperkt.Mevrouw Podt (D66):Echt, ik voel ’m uit mijn tenen opkomen. Ik word echt een beetje pissig nu.Ik word echt ongelofelijk pissig. Heeft mevrouw Van Zanten nou geluisterdnaar de mensen die hier bij de rondetafel zaten, naar de mensen van VNGen van het COA? Die zeggen: «U maakt ons werk onmogelijk, niet door deSpreidingswet, maar door de manier waarop er door dit kabinet meewordt omgegaan, door het feit dat die boven de markt blijft hangen endoordat er totaal geen duidelijkheid is over wat er gaat gebeuren. Daarkomt die weerstand vandaan. Mensen kunnen dit namelijk niet meeruitleggen aan hun inwoners.» Dat is letterlijk wat al die burgemeesters enal die wethouders zeggen. Die zeggen tegen ons: geef ons duidelijkheid.Er springen geen azc’s uit de grond, omdat totaal onduidelijk is wat ergebeurt. Als we eerlijk willen zijn naar onze lokale bestuurders en hen bijwillen staan, dan moeten we hen duidelijkheid geven: blijft die Sprei-dingswet, of blijft die niet en hebben we een andere oplossing? Dieandere oplossing heb ik van dit kabinet op geen enkele manier gekregen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349113 Mevrouw Podt luistert veel naar wethouders, naar burgemeesters, naar deVereniging van Nederlandse Gemeenten. Dat is absoluut goed; dat doe ikook. Maar ik luister ook naar de burger. Van de burger in Nederland krijg iktoch echt een heel ander signaal. Is mevrouw Podt zich daar wel bewustvan? Of luistert zij alleen naar bestuurders?Mevrouw Podt (D66):Echt, ik heb acht jaar in de gemeenteraad van Utrecht gezeten. Ik komongelofelijk veel op allerlei plekken in het land. Ik spreek met mensen dievoorstander zijn van asielopvang, met mensen die zich er zorgen overmaken en met mensen die uitgesproken tegenstander zijn. Ik spreek zeallemaal, zeg ik tegen mevrouw Van Zanten. Alleen, ik denk ook dat wijhier in Den Haag iets anders te doen hebben dan alleen de onderbuiklaten spreken. Dan moeten we ook op het moment dat wij zeggen ... Datkan, hè. Je kan zeggen: die Spreidingswet is niet mijn ding. Dat kan. Jekan ook zeggen: ik vind dat er minder asielzoekers moeten komen. Dat kanallemaal. Maar bied dan ook een oplossing. Alles wat ik van dit kabinetheb gezien, is: ruzie, chaos, lokale bestuurders die niet worden bijgestaanen dus ook geen oplossing voor al die mensen die zich zorgen maken. Datis wat ik zie, niks anders.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten, uw laatste interruptie.Mevrouw Van Zanten (BBB):Mevrouw Podt heeft het over «de onderbuik laten spreken». Ik vind hetnogal wat om legitieme zorgen van mensen ... Die mensen maken zichzorgen over of Nederland deze instroom nog wel aankan, want we hebbenhet over heel wat mensen. We zien dat we op alle vlakken vastlopen. Zelfsde Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 zegt dat we veelte hard groeien. Begrijpt mevrouw Podt niet dat dit legitieme zorgen zijnover de manier van samenleven met elkaar in dit land? Het gaat omonderwijs, zorg, infrastructuur, woningen. Kortom, het gaat om hoe je metelkaar in een land de boel leefbaar kan houden. Ziet mevrouw Podt danecht niet dat het hier om legitieme zorgen gaat en dus om meer danslechts een onderbuikgevoel?Mevrouw Podt (D66):Ik had het niet over de onderbuik van mensen in de samenleving. Ik hadhet over de onderbuik van mevrouw Van Zanten en haar partij. Ik had hetover de onderbuik die regeert op het moment dat je gaat zeggen: wetrekken die Spreidingswet in en we zien verder wel; we komen metasielwetten die op geen enkele manier wat oplossen, die op geen enkelemanier een antwoord zijn op de vragen van mensen in de samenleving.Je kunt het allemaal wel roepen en je kunt eindeloos gaan ruziemakenmet elkaar. Je kunt een Minister neerzetten die er geen bal van bakt; ikheb het niet over deze Minister, maar over de vorige Minister. Je kuntrollend met elkaar over straat gaan. Je kunt drie Ministers benoemen. Jekunt ruziemaken over lintjes en borden bij asielzoekerscentra. We hebbenhet allemaal kunnen zien. Dat is de onderbuik waar ik het over heb. Ik hebhet niet over die van mensen in het land. Ik ben altijd bereid om ingesprek te gaan over de dingen die er leven, met iedereen. Dat doe ik ook.Er zitten verschillen tussen BBB en D66 in hoe wij kijken naar asiel,absoluut. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om de vraag of je bereidbent om daadwerkelijk oplossingen te bieden voor de zorgen van mensen.Die heb ik op geen enkele manier gezien in de afgelopen anderhalf jaar.De voorzitter:Dank u. Ik wil iedereen vragen het toch wat korter te houden. Ik probeer zomin mogelijk in te grijpen, omdat ik wil dat iedereen gewoon netjes kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349114 uitspreken, maar ik denk echt dat we het anders niet gaan redden, wantwe hebben weinig tijd. Dat gezegd hebbende geef ik nu het woord aanmevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Laat ik starten met mijn dank uitspreken aan deheer Van Nispen, ook namens mijn fractie.Voorzitter. Het asieldossier is misschien het meest gepolitiseerdeonderwerp in dit huis, zoals hier net ook weer bleek. We verschillen vanmening over hoeveel mensen we kunnen opvangen, hoe we dat finan-cieren en hoe snel mensen mogen meedoen, om maar wat te noemen.Waar we het van rechts tot links over eens zijn, is dat we de kinderen diehier nu zijn, goed moeten opvangen. We willen niet het land zijn datbestaande trauma’s van kinderen vergroot of het land van de gemistekansen. We willen het land zijn waar alle kinderen veilig kind kunnen zijn.Toch zien we nu al jaren hoe ontzettend fout het gaat. We zien datkinderen opgroeien tussen hekken, in hallen, zonder privacy, zonder rust,zonder toekomstperspectief. Wat zegt het over een land dat er zelfs bij deopvang van asielkinderen geen ondergrens lijkt te zijn? De stapel moties,rapporten en Kamerbrieven over dit onderwerp is inmiddels torenhoog.Maar de daadwerkelijke verbetering blijft uit. Daarom blijf ik ook vandaagop het volgende aandringen. Versnel de procedures echt. Behoud deSpreidingswet. Stop met het eindeloos heen en weer slepen van kinderen.Zorg eindelijk voor opvang van fatsoenlijke kwaliteit.Voorzitter. Inmiddels zitten er 7.400 kinderen in crisisnoodopvangplekken.Er zijn 7.400 kinderen die van hot naar her worden gesleept, telkensafscheid moeten nemen van school en zo nieuwe trauma’s oplopen. Ik zeg«afscheid nemen», maar vaak is ook dat te veel gevraagd. Kinderen uit deklas zijn ineens weg. Van de ene op de andere dag worden ze uit de klasgehaald, zonder waarschuwing, zonder tijd om gedag te zeggen. Het kantoch niet zo zijn dat wij accepteren dat kinderen met bestaande trauma’sstructureel opnieuw beschadigd raken? Daarom hoor ik graag van deMinister of zij iets ziet in een informatieplicht of inspanningsverplichtingvoor het COA, zodat ouders van asielkinderen minimaal een week vantevoren worden geïnformeerd over een verhuizing naar een ander azc.Voorzitter. Recent lazen we ook in het nieuws dat de begeleiding vangezinshereniging wegbezuinigd wordt. De IND mag deze taak binnenkortgaan uitvoeren in plaats van VluchtelingenWerk. Voortaan mogenvluchtelingen het zelf uitzoeken. Er komt een callcenter voor helecomplexe gevallen, een callcenter. Kinderen die hun ouders proberenterug te vinden, krijgen voortaan een keuzemenu. Kan de Ministeruitleggen waarom dit besluit is genomen? Heeft zij signalen ontvangendat VluchtelingenWerk Nederland deze taak niet goed uitvoert? Is dechaos bij de IND nog niet groot genoeg, zou ik ook willen vragen. Ik zie datde Minister heel druk is met overleggen, dus ik dacht: ik wacht even.Minister Keijzer:Ik hoor mevrouw Piri een vraag stellen, en ik heb een antwoord, dus ikkeek even heel snel de begeleiding aan of dat klopt, om mevrouw Piridirect ontzettend goed van dienst te kunnen zijn.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Hartstikke mooi. Dan maak ik mijn bijdrage af. Is de chaos bij de IND nogniet groot genoeg, zou ik willen vragen aan deze Minister. Laten we hiervandaag van rechts tot links stellen dat we niet een land willen zijn waarzoiets kwetsbaars als gezinshereniging vervangen wordt door eentelefonisch doolhof.Voorzitter. Tot slot sluit ik bij aan bij de woorden van collega Rajkowskiover de allerslechtste opvangplekken, waar 700 kinderen zitten. Ik steldezelfde vraag die ik aan haar stelde: is de Minister bereid om hardeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349115 afspraken te maken met gemeenten zodat kinderen echt niet geplaatstworden op dat soort plekken?Dank u wel.De voorzitter:Dank, mevrouw Piri. Ik zie dat er geen interrupties of vragen zijn. Dan geefik nu het woord aan de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Kinderen zijn zo getraumatiseerd dat ze onder tafelduiken als er een auto langsrijdt, omdat ze denken dat ze weer meemoeten. Een baby tussen de kakkerlakken. Kinderen krijgen maandenlanggeen onderwijs en hebben geen plek om buiten te spelen of kind te zijn.Neem het verhaal van Sela. Zij vertelde ons hoe het voor haar is omsteeds te moeten verhuizen. Ze houdt nu van niemand meer, want ze is alhaar vriendjes weer kwijtgeraakt. Dit zijn de voorbeelden. Dit is waar hetover gaat.Voorzitter. Dat we dit kinderen aandoen. Volgens mij kunnen we het overheel veel in het asielbeleid oneens zijn, maar niet over het naleven van derechten van kinderen. De Minister heeft de Kamer gehoord. We zijnbehoorlijk eensgezind. Dat is ook niet zo gek na het rondetafelgesprekwaarin we hebben gehoord hoe dit beleid kinderen vermorzelt. De SP steltvandaag daarom de volgende eisen. Er moet structurele financieringkomen voor fatsoenlijke opvang. En nee, die zit weer niet in de begroting.Zolang we afhankelijk blijven van noodopvang, hotels en boten, lossen wedit niet op. Organiseer de opvang kleinschalig. Stop met het doelgroepen-beleid, want van die eisen van gemeentes zijn kinderen en gezinnen somsde dupe. Mag ik daarop een reactie?Dring het aantal verhuizingen terug, zodat kinderen onderwijs en de juistezorg krijgen. Wat kan er wijzigen aan de werkwijze van de IND en hetplaatsingsbeleid van het COA en gemeentes? Wat wordt er gedaan om dekosten van jeugdzorg bij gemeentes te compenseren? Dat kan geregeldworden, maar waarom horen wij dat VWS en OCW zo ontzettend slechtmeewerken? Waarom nemen zij niet hun verantwoordelijkheid voor zorgen onderwijs voor al deze kinderen? Ik denk namelijk dat de Minister hetniet alleen kan. Waarom zijn er nog steeds geen minimale eisen waaraande opvang van kinderen en gezinnen moet voldoen? Waarom zijn er geenmiddelen om op korte termijn geluiddempende maatregelen te nemen,zodat kinderen beter kunnen slapen, of speeltoestellen te plaatsen ofveiligheidsmaatregelen te nemen?Sommige locaties zijn inderdaad echt heel erg slecht voor kinderen.Daarom moeten de kinderen en hun families zo snel mogelijk weg van dielocaties, zoals een oud hostel in Amsterdam en een hotel aan de snelwegbij Hoofddorp. De Minister zou dat echt samen met de gemeentes moetenregelen en zou moeten zorgen dat ze op betere plekken terechtkomen.Waarom verblijven kinderen langer dan afgesproken in de sporthal inAssen? Waarom worden er nog steeds kinderen op de Silja-boot inRotterdam geplaatst?Voorzitter. Tot slot. Dit debat gaat niet over het aantal migranten datNederland aan zou kunnen. Het gaat ook niet over de woningnood,waarvoor iedereen hier plannen en voorstellen heeft. Wat mij betreftkunnen we het volgende week over alle verschillen van mening hebben.We hebben maar kort de tijd en ik zou vandaag echt heel graag iets willenbereiken met de Minister. Alsjeblieft, laten we vandaag iets bereiken voorde kinderen. Ik ben zelf vandaag bijvoorbeeld niet begonnen over deSpreidingswet; er was wel een interruptiedebat. Ik kan me voorstellen datde Minister daar straks op wil reageren, maar laten we in het uur dat wedadelijk nog hebben voor dit debat alsjeblieft kijken wat we op de kortetermijn kunnen en moeten doen. Ik ben dus voor de Spreidingswet; daargaan we het volgende week allemaal over hebben, maar vandaag hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349116 liefst zo min mogelijk. Dit debat gaat over de rechten van kinderen die nuin Nederland zijn. Die rechten moeten we respecteren en naleven.Accepteer niet dat het niet kan op korte termijn, omdat het nou eenmaalmoet. Niet alleen juridisch, maar ook moreel. Want het gaat om dekinderen.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen vragen. Dank, meneer Van Nispen. De Minister vraagt om eenschorsing van twintig minuten. Ik denk dat dat prima is. Dus we gaanverder om 17.40 uur.De vergadering wordt van 17.22 uur tot 17.43 uur geschorst.De voorzitter:Goed. De Minister is terug. Dan gaan we nu beginnen met de beant-woording van de Minister. We hebben zojuist even overleg gehad. Wewillen u graag het woord geven en daarna de vragen stellen.Minister Keijzer:Oké, voorzitter. Ik heb eerst een algemene inleiding. Dan heb ik een mapjeverhuisbewegingen en kwaliteit opvang, een mapje maatregelenkwetsbare groep, de amv’s, een mapje uitstroom gemeenten en tot sloteen mapje overig.Voorzitter. Om te beginnen: we hebben het hier over kinderen. Dat is eenbijzondere groep. Daarvoor geldt nog meer dat stabiliteit, veiligheid enperspectief leidende uitgangspunten zijn bij de inrichting van de opvang.Op 7 juli van dit jaar verbleven er in totaal ongeveer 17.100 kinderen in deasielopvang, onder wie 12.800 kinderen in gezinsverband en 4.300 amv’s.Er is nog steeds sprake van een nijpend tekort aan opvangplekken bij hetCOA. Het COA is daarbij in grote mate afhankelijk, voor ongeveer de helft,van de inzet van noodopvang, waarin 7.000 kinderen verblijven.Voorzitter. Maar noodopvang wil niet zeggen dat het slecht geregeld is. Ikhecht eraan dat te zeggen, want ook in noodopvang wordt natuurlijk allesop alles gezet om ervoor te zorgen dat er speelplekken zijn, dat er zorg enonderwijs zijn en dat er privacy is.Het tekort aan opvangplekken zorgt ervoor dat het COA asielzoekersplaatst waar er in het land op dat moment bedden beschikbaar zijn, omhen vervolgens, indien er plekken beschikbaar zijn, in een reguliere locatiete plaatsen. Dat geldt natuurlijk ook voor kinderen en amv’s.Verschillende instanties, waaronder de organisatie die in uw Kamertijdens het rondetafelgesprek van 9 september jongstleden heeft kunnenspreken, hebben hun zorgen geuit over de omstandigheden van kinderenin de opvang. Om meer inzicht te krijgen in de situatie heeft het COAtussen 16 april en 16 mei van dit jaar een kwantitatieve verkenninguitgevoerd. De uitkomst van die inventarisatie biedt verschillendeaanknopingspunten om binnen de bestaande mogelijkheden van hethuidige opvanglandschap de situatie voor kinderen in de opvang op eenaantal punten te verbeteren. In navolging van die kwantitatieve inventari-satie zijn we nu ook kwalitatief aan het kijken wat er aan de hand is en water verbeterd kan worden. Ik heb uw Kamer daar vorige week ookuitgebreid over geïnformeerd.Uit die inventarisatie bleek dat alle kinderen en alleenstaande jongeren inde opvang toegang hebben tot zorg. Allemaal, dus 100%. Locatiesvoldoen beter aan regelgeving en de opdracht van het COA dan aan hetCOA-beleid. Noodopvang scoort lager – dat wel – dan reguliere azc’s.Locaties voor alleenstaande jongeren scoren beter dan locaties metkinderen in gezinnen. Er zijn regionale verschillen. De noodopvang is nietoveral van dezelfde kwaliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349117 Maar als je vervolgens kijkt naar de totaalscores, dan voldoet op 84% vande locaties het onderwijs dat aan kinderen wordt gegeven aan de eisen. Inde brief heeft u ook kunnen lezen dat als op een locatie blijkt dat voor éénkind niet voldaan wordt aan de termijn waarbinnen onderwijs moetworden gegeven, de hele locatie meteen slecht scoort. Maar dat wilnatuurlijk niet zeggen dat dat voor alle kinderen zo is. Het kan bijvoor-beeld gaan om een kind met speciale behoeften. Dat zijn we nu in dekwalitatieve inventarisatie aan het uitzoeken. Zorg heb ik net al genoemd:100% van de kinderen heeft toegang tot zorg. Op 79% van de locaties zijnvoldoende spel- en recreatieve activiteiten beschikbaar. In de brief die ik ugestuurd heb, stonden deze cijfers ook. Dan heeft u kunnen zien dat opheel veel locaties een 7 of een 8 gescoord wordt. Ben ik dan tevreden?Nee, omdat ik echt graag wil dat het voor alle kinderen in Nederland, dusook voor deze kinderen, goed geregeld is. Daar zijn de inspanningen dusecht op gericht.We zijn ook bezig met het afbouwen van de tijdelijke opvang, denoodopvang. Daar wil je natuurlijk sowieso naartoe, a omdat het veelduurder is, en b omdat je, als je reguliere plekken hebt, kunt gaan werkenaan het verbeteren van de kwaliteit. De inzet is dus echt onverminderdgericht op het blijven afbouwen van de noodopvang – daar heeft u voorde zomer van mij een brief over gehad – en het realiseren van voldoendestabiele reguliere opvangplekken. De inzet is om statushouders uit deasielopvang krijgen. Daar moeten we ook echt met elkaar naartoe, omervoor te zorgen dat je minder noodopvangplekken nodig hebt.Als eerste kom ik dan bij het beantwoorden van de vragen van uw Kamerover de verhuisbewegingen en de kwaliteit van de opvang. De heer VanNispen vroeg mij, maar eigenlijk hebben jullie dit allemaal aan de ordegesteld, hoe ik ervoor ga zorgen dat verhuisbewegingen worden beperkt.Wanneer kinderen en trouwens ook amv’s in de noodopvang verblijven,verhuizen zij vaker, vanwege de korte duur van deze locaties. Daarnaastmaken kinderen volgens het opvangstelsel in ieder geval standaard tweeof drie verhuisbewegingen mee. Ze worden verhuisd van de centraleopvanglocatie naar de procesopvanglocatie en dan naar een azc. Dat isgewoon omdat de IND niet op elke locatie kan zitten. We hebben gewoonook te maken met beperkte menskracht. Dus je moet centreren om desnelheid ... Nou ja, het duurt allemaal heel erg lang, gezien de aantallendie we hebben en een gebrek aan beroepsbevolking in zijn algemeenheid.Dat geldt dus ook voor de IND. Daardoor moet je dit soort activiteitencentreren en kun je ze niet overal inzetten.Voor amv’s geldt dat zij na het verkrijgen van een verblijfsvergunning naarde kleinschalige opvang van Nidos verhuizen. Indien zij geen verblijfs-vergunning krijgen, verhuizen zij naar een kleinschalige woonvoorzieningvan het COA. Verhuizingen kunnen ook op verzoek van de bewoners zelfplaatsvinden. We hebben een Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asiel-keten, waarin de asielprocedure losgekoppeld wordt van de opvang.Daardoor kunnen procesgerelateerde verhuisbewegingen verminderdworden. Sowieso is verhuizen voor ieder mens een stressvolle gebeur-tenis, dus al helemaal voor kinderen. Ik ben ook echt bezig, samen metalle betrokkenen, om dit te verminderen. Maar je kunt niet van mij vragenom het terug te brengen naar nul, want dat kan ik gewoon niet, omdatkinderen binnenkomen in Ter Apel en dan gewoon een aantal stappen inhet proces moeten zetten.Ik geloof dat mevrouw Podt of de heer Van Nispen een voorbeeld gaf datik wel vaker heb gehoord, namelijk over een kind dat ’s ochtends denktdat hij naar school gaat, maar dan te horen krijgt dat hij moet verhuizennaar een andere plek en daardoor niet dag kan zeggen tegen vriendjes envriendinnetjes. Er is geen mens in de wereld die dat fijn vindt. Ik heb welgevraagd of we hier recente voorbeelden van hebben. Als dat zo is, ga ikdaar natuurlijk meteen achteraan. Het antwoord daarop was nee, maar datwil niet zeggen dat het niet gebeurt, want wij weten niet alles. Dus als uTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349118 een keer echt hoort over zo’n situatie, meld het bij mij, want dan kan ikerachteraan gaan. Want ook ik vind dat niet wenselijk. Helemaal nulverhuizingen gaat niet, maar als er verhuisd moet worden, moeten zekerjonge kinderen in de gelegenheid worden gesteld om dag te zeggen tegenklasgenootjes.Mij werd ook gevraagd hoe we komen tot stabiele en meerjarigeopvanglocaties om de kwaliteit van de opvang te verbeteren. Daar heb ikal het een en ander over gezegd. Het COA verwacht 75.000 plekken tekunnen realiseren, waarvan voor circa 70.000 plekken meerjarigefinanciële afspraken kunnen worden gemaakt. Dat komt uiteindelijk dekwaliteit ten goede en dat komt uiteindelijk de belastingbetaler ten goede,omdat dit gewoon minder duur is dan noodopvangen, en dat is in onsaller belang. Daarmee kan je ook de verhuizingen verminderen.De heer Van Nispen vroeg heel concreet aan mij ... Eigenlijk werd het dooru allemaal gevraagd, maar meneer Van Nispen is rapporteur, dus ik noemhem wat vaker. Maar ook mevrouw Van Zanten, mevrouw Rajkowski,mevrouw Van Vroonhoven, mevrouw Podt, meneer Ceder en mevrouwPiri hebben eigenlijk door de bank genomen dezelfde vragen over dekwaliteit van de opvang aan mij gesteld. Daarbij is natuurlijk ook hetVerdrag inzake de rechten van het kind aan de orde geweest. Dat neem ikserieus, natuurlijk neem ik dat serieus. Daar zijn wij aan gehouden. Ikneem de kritiek van de organisaties dan ook serieus. In de brief vanafgelopen vrijdag heb ik ook toegelicht wat wij doen om structureel debehoeften en rechten van kinderen te verbeteren en te borgen. Maar watwij ook met mekaar moeten doen ... Daarom vind ik het ook zo belangrijkdat die wetten in de Eerste Kamer aangenomen gaan worden, want als wijniet iets doen aan de instroom, wordt dit op een gegeven moment eenmission impossible. U moet zich realiseren dat er ik geloof 18.000statushouders in de azc’s zitten. Als deze aantallen mensen blijven komen,dan blijft dit systeem vastlopen, want die 18.000 statushouders zitten in deazc’s omdat er te weinig sociale huurwoningen vrijkomen. Daardoorkunnen gemeentes mensen niet plaatsen en blijven ze in de azc’s. Zo blijftdie prop in het systeem zitten. Uiteraard ben ik al in gesprek met degemeentes geweest om het voor elkaar te krijgen om drie statushouders,als dat alleenreizende jongemannen zijn, met elkaar in een appartement tezetten. Dan heb je één appartement nodig voor drie statushouders. Denkook aan doorstroomlocaties. Nou, bedenk het maar. Iedereen met eenidee: kom maar door, want dan ga ik kijken wat er kan om uiteindelijk diestatushouders uit de azc’s te krijgen, waardoor er ruimte ontstaat en azc’sweer gebruikt kunnen worden waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk voorvluchtelingen, en kan ik ook op die manier de noodopvang stoppen.Wat betreft de wetten ben ik het niet eens met mevrouw Podt, voorzitter,maar dat zal u niet verbazen. De wetten die in de Eerste Kamer liggen,gaan gewoon helpen, gaan procedures verkorten, gaan ervoor zorgen datnareizigers alleen naar Nederland kunnen komen als de referent, destatushouder, een passende woning heeft en voldoende inkomen. Datgaat er ook toe leiden dat die nareizigers – ik geloof dat de stand nu is dater 60.000 nareizigers zitten te wachten op groen licht om in het vliegtuig testappen – niet naar Nederland komen. Die wetten zijn echt ook nodig omiets aan dit probleem te doen.De heer Ceder vroeg mij of wij voldoen aan de gerechtelijke uitsprakenten aanzien van wetgeving met betrekking tot opvang van kinderen. Ja. Bijhet ontwerpen houden wij rekening met de belangen van het kind.Mevrouw Van Vroonhoven vroeg aan mij wat wij doen aan aanvullendemaatregelen om faciliteiten en begeleiding ter beschikking te stellen. In25%, 30% van de locaties is het niet op orde, althans vanwege desystematiek die wij gekozen hebben in het kwantitatieve onderzoek. Datkan namelijk één kind zijn dat niet krijgt waar het recht op heeft ofbehoefte aan heeft, en dan is die locatie ongeschikt. Zoals ik net al aangaf,zijn wij nu bezig met een kwalitatief onderzoek om uit te zoeken wat daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349119 precies aan de hand is en wat daar moet gebeuren om ervoor te zorgendat het beter wordt. Dit alles doen we om uiteindelijk ervoor te zorgen datwe die stabiliteit en goede opvang van kinderen met elkaar weten teorganiseren.Voorzitter. De vraag van mevrouw Rajkowski ging over aandachtsfunctio-narissen, vertrouwenspersonen en voorlichting. Ook daar gaan we meeaan het werk om te zorgen dat dit voor elkaar komt.Wat ik trouwens wel altijd vind, voorzitter, is het volgende. Voor de amv’sis er bijvoorbeeld ook een rapport geweest waarin aan een aantal criterianiet werd voldaan. De eerste vraag die ik dan altijd stel, is: waar wordt nietaan voldaan? Wordt er niet voldaan aan de daadwerkelijke zorg enondersteuning van het kind of is de administratie niet op orde? Deadministratie moet natuurlijk ook op orde zijn, maar dat vind ik minder ergdan dat de zorg, het onderwijs en de veiligheid van een kind niet op ordezijn. Het is toch kiezen in schaarste wat we als politici altijd doen. Ik bennatuurlijk wel een bestuurder, maar ik ben een politiek bestuurder. Ik moetook prioriteren waar ik mensen op inzet. Dan vind ik het toch hetallerbelangrijkst dat de zorg, het onderwijs en het welzijn goed geregeldzijn.Mevrouw Podt vroeg of noodopvanglocaties die niet geschikt zijn bij deprovinciale regietafels kunnen worden ingebracht om te kijken naaralternatieven. Het is vooral van belang dat kinderen in geschikte locatiesterechtkomen. Voor de realisatie van reguliere opvanglocaties zijn weafhankelijk van lokale overheden. Het gesprek daarover wordt vooralgevoerd in de PRT’s, de provinciale regietafels. Natuurlijk willen wij daarinmeedenken, maar uiteindelijk komt het altijd weer terecht bij degemeentes, die locaties moeten zien te vinden. U heeft het ook gehadover hoe moeilijk dat is.Mevrouw Piri vroeg mij naar de begeleiding bij gezinshereniging. Desubsidie aan VluchtelingenWerk Nederland is met name een onderwerpvan mijn collega, de Minister van Asiel en Migratie, de heer Van Weel,maar ik kan er wel wat over zeggen. Aan het begin van dit jaar is uwKamer geïnformeerd over de afbouw. De afgelopen maanden zijn ergesprekken gevoerd met ketenpartners en VluchtelingenWerk Nederland.De uitkomst is dat VluchtelingenWerk gaat afbouwen naar een subsidievan 13 miljoen. De IND gaat de taken rondom de nareis overnemen,waarbij zij inzetten op zelfredzaamheid van de asielzoeker.Is de Minister bereid ... Voor de rest zijn het allemaal vragen over hetbeperken van verhuisbewegingen. Daar heb ik eigenlijk al van gezegd watik daarvan gezegd heb. Anders val ik in herhaling en dat is zonde van detijd die nog rest.Mevrouw Podt vroeg ook naar de psychosociale steun aan kinderen. Diewordt nu incidenteel gefinancierd. Hoe ga ik ervoor zorgen dat dat eenstructureel aanbod wordt? Er moet natuurlijk structurele opvang komenzodat de kosten voor opvang omlaag kunnen. Dan krijgen we ook meerfinanciële ruimte om de psychosociale steun structureel te kunnenfinancieren.Dit zijn ook weer vragen over verhuizingen.Er is ook nog een vraag gesteld over de bekostiging van jeugdzorg bij degemeenten.De voorzitter:Sorry.Minister Keijzer:Ik heb nog een paar vragen en dan heb ik dit hele blokje gehad. Misschienzijn de vragen dan al beantwoord. Maar zegt u het maar, voorzitter.De voorzitter:Oké.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349120 Mevrouw Podt (D66):Het was meer dat ik het antwoord van de Minister op de vraag niethelemaal begreep. We gaan dus iets doen met de opvang en dan komt ergeld vrij voor psychosociale zorg. Ik begreep het niet helemaal, sorry.Minister Keijzer:Ja, dat klopt. Dat is precies wat ik zei. Psychosociale zorg is wel onderdeelvan de zorg die aan kinderen gegeven wordt via gemeenten. Als we opeen gegeven moment meer financiële ruimte hebben, kunnen we ook nogkijken of dat door het COA op het azc geregeld kan worden. Maar ik hebgewoon beperkte financiële middelen. Daarom kwam ik ook bij dejeugdzorg, want dan kom je automatisch ook bij de zorg aan kinderen inde azc’s. Dat is een onderwerp waarvoor mijn collega van VWS verant-woordelijk is. De gesprekken over mogelijkheden voor de bekostiging vanjeugdzorg zijn nog gaande. Er zijn wel mogelijkheden voor gemeenten omvia specifieke uitkeringen extra financiering te krijgen.Even kijken. Ik heb een apart blokje over amv’s, dus dit doe ik dan zo.Voorzitter. Dan de criminaliteit, ook een punt van zorg. Ik ben het natuurlijkeens met mevrouw Rajkowski: je moet gewoon voorkomen dat jongeasielzoekers afglijden naar crimineel gedrag. We zetten dus in opbegeleiding van jongeren. Dat staat al aan de basis van de begeleidings-methodiek. Als er signalen zijn van overlast of crimineel gedrag, wordt debegeleiding aangescherpt. Dat gaat dan om interventies in de opvang,soms om overplaatsing, soms om intensivering van begeleiding, maarsoms ook gewoon om aangifte en lik op stuk. Vorige week heb ik contactgehad met burgemeester Marcouch. De lokale driehoek staat natuurlijkaan de lat voor de taken van de lokale driehoek. Maar er is behoefte aanwat meer contact over de verschillende kanten van deze zaak. We willennatuurlijk ook proberen om snel duidelijkheid te geven in vergunningver-lening.We willen er ook voor zorgen dat jongeren ... Nou ja, het zijn soms echtbijna criminelen. Wat ik af en toe voorbij zie komen, is echt onacceptabel.Ik heb dus ook geregeld dat de gegevens van de desbetreffende jonge-mannen gewoon gedeeld worden met de instanties waar ze verblijven,zodat het duidelijk wordt wat ze in hun vrije tijd uitspoken. Zo wordt hetnet langzamerhand wat dichter om de heren heen getrokken en wordt hetduidelijk dat wij in de gaten hebben wat zij aan het doen zijn. We moetenook zorgen dat er aangifte wordt gedaan, zodat er op een gegevenmoment ook veroordelingen komen en deze jeugd zich realiseert dat deuiteindelijke consequentie het intrekken van de verblijfsvergunning kanzijn.Dus om mijn verhaal over Marcouch af te maken: ik heb met hemafgesproken dat er contact gaat komen met mijn mensen, het COA enNidos. We zorgen dat de mensen van Minister van Weel, namelijk deDienst Terugkeer en Vertrek, hierbij betrokken gaan worden. We zorgendat Justitie hierbij betrokken wordt. Hoe gaat dat dan in de praktijk?Ambtenaren van de ministeries nemen contact op met de lokale autori-teiten om dit allemaal bij elkaar te krijgen, zodat ook de lokale driehoekeffectief zijn werk kan doen. Het is volstrekt onacceptabel wat je af en toevoorbij ziet komen. Daar moet je gewoon op handhaven. We zien beeldenwaarbij een foeigesprek belachelijk zou zijn. Deze types moet je gewoonbehandelen voor wat ze zijn, namelijk jongemannen die zich volstrektmisdragen, soms bijna op het criminele af.Voorzitter. Dan toegang tot onderwijs. Samen met mijn ministerie en hetCOA zijn we aan het kijken hoe gezinnen met kinderen en amv’s metvoorrang geplaatst kunnen worden op locaties waar ook de toegang totonderwijs gegarandeerd wordt. Dat betekent wel een verhuizing, zeg ik inalle eerlijkheid tegen u. Als ze in een noodopvang zitten, waar geenonderwijs is, of als ze op een plek zitten waar wel onderwijs is, maar datvol zit en er ergens anders een plek vrijkomt, moet er verhuisd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349121 Laten we met elkaar ook niet doen alsof dat altijd een ramp is. Als je eenverhuizing op een goede manier begeleidt, dus niet dat je ’s ochtends zegt«o ja, by the way, u kunt uw spullen inpakken», maar dat je het op tijdaankondigt zodat er afscheid kan worden genomen van vriendjes envriendinnetjes, leidt dat uiteindelijk tot een betere situatie.Voorzitter. Ik had het net al over de oplopende doorlooptijden bij de IND.De IND heeft diverse maatregelen getroffen om asielaanvragen versneldte behandelen. Dat geldt voor amv’ers, maar trouwens ook voor wat ikaltijd «asielhoppers» noem. Dat zijn mensen uit veilige landen die somsbijna door Europa heen reizen en asiel aanvragen. Die moeten dusversneld te horen krijgen: u weet eigenlijk al langer dat u niet in Europamag blijven, dus ook niet in Nederland. Dat doe je zodat je hen zo snel alsmogelijk uit de opvang krijgt en in het vertrekspoor plaatst. Vanwege debeperkte capaciteit geldt natuurlijk wel: voorrang voor de een betekentaltijd dat het voor de ander langer gaat duren.Dit was het mapje verhuisbeweging en kwaliteit van de opvang, voorzitter.Dan heb ik er nog twee, maar zeg het maar: wat wilt u? Gaan we door?De voorzitter:Nou, ik kijk even ... Gaan we door? Oké, we gaan door.Minister Keijzer:Dat gaan we doen! Jeetje, wat effectief dit, voorzitter.Ik heb al wat gezegd over amv’s. Amv’s zijn natuurlijk een extra kwetsbaregroep, omdat hun ouders hier niet zijn. Specifiek voor die alleenstaandeminderjarige vreemdelingen geldt dat amv-medewerkers opgeleid zijn omte werken met deze doelgroep. Ze staan zo veel als mogelijk in contactmet de amv’s, zodat zorgelijke signalen snel opgepakt kunnen worden.Verder krijgt iedere amv een voogd vanuit Nidos toegewezen. U weet hetnatuurlijk al lang, maar misschien zitten er mensen te luisteren die dat nietweten, dus bij dezen. De druk op de asielopvang blijft ook voor dezekinderen reden tot zorg. In de inventarisatie van het COA is daarom ookgekeken naar de locaties waar amv’s verblijven. Uit die inventarisatie blijktdat deze locaties over het algemeen beter scoren dan locaties voorkinderen en gezinnen. Dat komt door de specialistische begeleiding die opdeze locaties aanwezig is.Voorzitter. «Is het onverstandig om net afgestudeerden voogd te latenworden van deze doelgroep?» In de Jeugdwet wordt bepaald datwerkzaamheden die Nidos uitvoert, alleen mogen worden gedaan dooreen professional met een SKJ-registratie van Stichting KwaliteitsregisterJeugd. Alle jeugdbeschermers zijn SKJ-geregistreerd. Daarmee zijn ooknet afgestudeerden gekwalificeerd om met deze doelgroep te werken. Alsmevrouw Rajkowski vindt dat dat niet zo zou moeten zijn, dan kan ik haardaar in ieder geval niet in faciliteren. Alle voorwaarden en waarborgenzijn binnen het systeem genomen.Voorzitter. Dan nog een vraag die de heer Van Nispen aan mij stelde overrisico’s op uitbuiting. Dat betreft de krantenberichten waar ook ik echt heelerg boos van kan worden: jonge asielzoekers bevinden zich zonder voogdin Nederland en komen vervolgens terecht in de klauwen van mensenhan-delaars en andere uitbuiters. Doordat ze alleen zijn, zijn ze natuurlijkbijzonder kwetsbaar. Medewerkers van het COA worden getraind opsignalen van mensenhandel en mensensmokkel. Op elke locatie is er ookeen contactpersoon mensenhandel, die zorgelijke signalen meteen meldtaan de politie. In alle opvanglocaties voor amv’s, ook in de noodopvanglo-caties van het COA, is 24 uur per dag begeleiding aanwezig en zijn er tweekeer per dag meldmomenten. Amv’s bij wie er op voorhand een reëelvermoeden van slachtofferschap van mensenhandel is, worden in debeschermde opvang geplaatst. Er worden dan extra beschermingsmaatre-gelen getroffen. Indien er sprake is van een signaal van mensenhandel,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349122 wordt dat, conform de aanwijzing mensenhandel, ook direct gemeld aanhet OM en opgepakt.Voorzitter. Dan uitstroom gemeenten. Dit gaat eigenlijk over een anderonderwerp dan waar dit debat vandaag over gaat, namelijk overgemeentes die niet enthousiast instappen bij het vinden van eenopvanglocatie. Ik snap dat het ingewikkeld is om huisvesting voor amv’smet een status te organiseren. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussenmijn ministerie, het Ministerie van VRO, waar ik overigens ook over ga, deVNG en Nidos over de vervolghuisvesting van amv’s met een verblijfs-vergunning. Gemeenten hebben zes maanden de tijd om die huisvestingte realiseren. Indien nodig krijgen ze van mij tijdelijk een verlenging vande termijn hiervoor. Er worden aan gemeenten geen vergoedingen meergevraagd voor de kosten van langer verblijf in Nidos-opvang. De nadrukligt echt op een constructieve samenwerking met gemeentes en Nidos omte zorgen dat de tijdelijke vervolghuisvesting gerealiseerd wordt. Als datbinnen de termijnen niet lukt, dan gaat de gemeente hierover op tijd ingesprek om dit op te schalen. Nidos informeert de gemeente over deafspraken in dit kader bij de start van kleinschalige opvang in de desbe-treffende gemeente.Voorzitter. Dan heb ik nog het blokje overige vragen. Ik heb hier de vraagover de 600 schrijnende gevallen. Ik ben even op zoek geweest welke 600schrijnende gevallen er nou bedoeld worden. Ik denk dat hiermee de vierspecifieke locaties bedoeld worden. Ik zie de heer Van Nispen en mevrouwRajkowski knikken, dus dat hebben we goed gelezen. De vier specifiekelocaties zijn de Silja, een jeugdhostel, een locatie langs een snelweg enAssen. Dat zijn de vier locaties waar dan bij elkaar blijkbaar 600 kinderen,schrijnende gevallen, aanwezig zijn. In principe worden kinderennatuurlijk gewoon niet geplaatst op plekken waar de veiligheid en detoegang tot onderwijs en zorg niet gewaarborgd zijn; punt. Dat is hoe jealtijd begint. De verkenning van COA laat zien dat de aanwezigheid van enfeitelijke toegang tot basisvoorzieningen op de meeste noodopvanglo-caties waar kinderen verbleven, gewoon grotendeels op orde is. Dat hebik net helemaal aan het begin in de cijfers laten zien. Desalniettemin is ergewoon ruimte voor verbetering. Wat we dan doen, is het activiteiten-aanbod uitbreiden en structureel contactpersonen voor kinderen,aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling en eenuniform voorlichtingsaanbod organiseren.Tegelijk zijn we gebonden aan de locatie. Ik ben gewoon niet in degelukkige omstandigheid dat ik locaties kan sluiten, omdat ik – u heeft hetvast ook in de pers gezien – op zoek ben naar plekken. Er zijn plekkenwaarvan je je wenkbrauwen omhoog kunt doen, maar als het alternatiefdan een tent op een grasveld is, is dat de keuze die ik liever niet maak. Datis waarom ik echt alles wat ik heb, wil houden en het op de plek zelf wilverbeteren. Maatregelen die dan genomen worden, zijn de volgende. Wezorgen dat er een wekelijks passend aanbod is van spel- en recreatieactivi-teiten. Overal zijn die contactpersonen, waar kinderen met wie het mis isnaartoe kunnen. We organiseren voorlichting goed en houden deleefomstandigheden van kinderen gewoon goed in de gaten om dekwaliteit te verbeteren. Maar wat uiteindelijk moet, is dat de instroom naarbeneden gaat. Daarvoor moeten de wetten door de Eerste Kamer.Daarnaast moeten we zorgen dat de statushouders uit de azc’s vertrekken,langs de lijnen van de brief die ik voor de zomer gestuurd heb. Zo kun jeuiteindelijk ook plekken vinden die je, als je ze niet meer nodig hebt, kuntomklappen naar reguliere huisvesting. Zo zorg je er uiteindelijk voor datdit een hanteerbaar geheel wordt.Voorzitter. In deze discussie mis ik altijd dat na de opvang van devluchteling er meestal ... Kijk, inmiddels is de inschatting dat niet meer80% van de eerste aanvragen wordt gehonoreerd, maar 56%. Gemiddeldhaalt elke statushouder twee familieleden naar Nederland. Die moetenallemaal gehuisvest worden, die moeten allemaal onderwijs krijgen, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349123 moeten allemaal zorg krijgen. Het is echt heel belangrijk dat dit eenhoeveelheid mensen wordt die we in Nederland aankunnen en dat diehoeveelheid binnen de marges gaat vallen die ook de StaatscommissieDemografische Ontwikkelingen aan ons heeft gegeven.Dank u wel.De voorzitter:Dank, Minister, voor de beantwoording. Dan geef ik de eerste vraag aande heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Ik wil de Minister bedanken voor de beantwoording. Ik denk en ik zie datde Minister de belangen van kinderen serieus neemt. Maar er was al eenbrief afgelopen vrijdag en die hebben we allemaal goed gelezen. De vraagis wel een beetje: wat is er vandaag nieuw ten opzichte van die brief? Ikzeg dat, omdat de Kamerleden die brief ook hadden gelezen en wijeigenlijk allemaal zeiden: dit is nog niet genoeg, dus we eisen toch eenhoger ambitieniveau – met alle respect voor de Minister. Om met het opeen-na-laatste te beginnen: wat de Minister zei over de 600 kinderen, delocaties waar het echt onder de maat is. Ik denk te weten – we hebben datook gehoord in het rondetafelgesprek – dat dit niet op te lossen is meteven nog een speelvoorziening op het dek, waar kinderen één keer in deweek naartoe kunnen om te spelen. Soms moet dat ook nog onderbegeleiding, omdat het gewoon ronduit gevaarlijk is. Het is niet op telossen met een vertrouwenspersoon. Sommige plekken zijn gewoonpertinent en definitief ongeschikt voor kinderen.Wat ik niet goed begrijp – dat gaat mijn vraag zijn – is het volgende. Dielocaties kunnen misschien nog niet dicht omdat er nog geen andereplekken zijn. Maar kan de Minister meer inspanningen leveren om samenmet de gemeentes in ieder geval te zorgen dat kinderen niet meer op dielocaties zijn en die dan toch maar te verhuizen – dat is soms inderdaaddan maar beter – naar locaties waar die voorzieningen voor kinderen erwel zijn?Minister Keijzer:Het punt is dat ik geen ijzer met handen kan breken. Ik heb niet een pleknu die ik uit de grond kan stampen waar ik kinderen naartoe kan brengen.Ik heb vandaag een brief aan de Kamer verstuurd waarin ik hebopgenomen dat we straks, als ik het goed zeg, Biddinghuizen weer inkunnen gaan richten. Ik wil echt wel aan u toezeggen dat daar waarkinderen in een onveilige situatie zitten, we die daar een plek gaan geven.Maar ik kan gewoon geen ijzer met handen breken. Het frustreert mij ook,maar we hebben nou eenmaal te maken met de hoge aantallen vluchte-lingen die nog steeds dit land in komen. In week 38 waren het er maarliefst 1.000. Ik heb – houd me even ten goede, voorzitter – 18.000statushouders in azc’s zitten. Ik kan gewoon geen ijzer met handenbreken. Dan kunt u wel aan mij om een hoger ambitieniveau vragen, maardan zou mijn wedervraag zijn: maar zeg me dan wat ik moet doen.De voorzitter:Heel even, meneer Van Nispen. U krijgt zo het woord en mevrouwRajkowski, die eigenlijk eerder was, ook. Ik wil heel even kijken, want wehebben natuurlijk nog maar tot 18.30 uur. Iedereen wil nog even interrum-peren, begrijp ik. Dan doen we twee in tweeën; dat lijkt me het slimste.De heer Van Nispen (SP):Ik ga een paar dingen onbesproken laten, want dat doen we in het debatvan volgende week. De Minister zei: zeg mij wat ik moet doen. Ik vraagniet aan de Minister om ijzer met handen te breken. Je moet een paardingen doen. De Minister zou minimale eisen moeten stellen aan wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349124 opvanglocaties bieden om kinderen met gezinnen op te kunnen vangen.Dat is één. De Minister kan op korte termijn investeren op een paarplekken die wel degelijk geschikt te maken zijn. Dat heeft te maken metgeluiddempende maatregelen, meer mogelijkheden voor privacy, meerspeelmogelijkheden et cetera. Maar er blijven dan nog – dat is drie –plekken over die gewoon niet geschikt te maken zijn voor kinderen. Daarinzou de Minister een verschuiving moeten maken. Natuurlijk moeten ermeer plekken komen, maar zolang die er niet zijn, zal er een verschuivingmoeten plaatsvinden, waardoor kinderen over kunnen naar plekken diewél geschikt zijn voor kinderen. Die zijn er namelijk wel degelijk. Maar datheeft dan wel te maken met een interne herverdeling. Dat is vervelend,maar kinderen kun je niet meer op die plekken laten. Dat moet echt binneneen paar weken ... Nou, dat is al lang. Het moet echt zo snel mogelijkgeregeld worden. Volgens mij zou de Minister die drie maatregelen op dekorte termijn kunnen ondernemen. Ik onderscheid dat even van alles watje op de middellange en langere termijn moet doen, want dat is nog eenveel groter pakket. Maar dit is echt de korte termijn.Minister Keijzer:Heel fijn om heel concreet te horen wat de heer Van Nispen verlangt.Minimale eisen voor gezinnen met kinderen hebben we. Die hebben wegewoon. Het punt is dat er situaties zijn die daar niet aan voldoen. Silja ende locatie langs de snelweg ... Ik ben even kwijt waar die locatie is. Ik hoorbuiten de microfoon dat die in Hoofddorp is. Nou, daar zijn we wezenkijken, ook samen met de inspectie. Daarover kan je van meningverschillen. Assen is wel een probleem. Dus wat wij wel aan het doen zijn,dus dat kan ik ook aan de heer Van Nispen toezeggen, is goed kijkenhoeveel kinderen daar zitten en waar die zo snel als mogelijk naartoekunnen. Dit betekent dan wel een verhuizing van de kinderen uit Assennaar een ander azc. Alleenreizende mannen – daar heb je het dan meestalover – gaan vervolgens de andere kant op. Dan moet je natuurlijk ookweer in de gaten houden dat het daar niet weer uit de klauwen loopt.Maar ik kan de heer Van Nispen echt toezeggen dat we de komende dagen– het is inmiddels al dinsdagavond – en volgende week gaan kijken hoewe daar een verandering in kunnen doen plaatsvinden. Dat ten aanzienvan Assen.Voorzitter. Investeren in geluidswerende maatregelen kost weer een helehoop geld. Mijn middelen zijn beperkt, en om die nou te steken in eennoodopvanglocatie die op een gegeven moment niet meer nodig is ... Ikwil ook zuinig omgaan met belastinggeld, dus dat vind ik lastiger om toete zeggen.Mevrouw Rajkowski (VVD):Voor ons is de kern die 600 kinderen. Het is dus fijn dat de Ministerdaarnaar wil kijken. Ik zou het ook fijn vinden om daar een update over tekrijgen: wanneer kunnen we dat verwachten? Het gaat er inderdaad omhoe we op korte termijn – over de langetermijndiscussies is de Kamer hetnatuurlijk niet eens – bijvoorbeeld het zelf koken kunnen regelen. In Assenwaren er op een gegeven moment signalen over kinderen die ondervoedwaren, omdat er bijvoorbeeld eten werd geserveerd dat eigenlijk nietgeschikt was voor kinderen. Volgens mij is dat nu opgelost. Dat en anderevormen van stress zijn signalen die we natuurlijk niet willen. Tegelijkertijdkrijg ik dan een telefoontje van iemand die zegt dat in Groningen nogergens al heel lang een containerkeuken staat en dat ze als ondernemersal heel vaak tegen het COA hebben gezegd: «Joh, die die container staater nog. Daar hebben jullie voor betaald. Die is nu van jullie. Wanneerkomen jullie die ophalen? Want die kan ook bij een noodlocatie wordengebruikt.» Soms zijn het dus ook gewoon van die kleine dingen waar vasteen heel logische reden voor is, maar waarbij ik het als volksvertegen-woordiger niet zo goed weet. Alle problemen rondom die 600 kinderenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349125 zouden toch op te lossen moeten zijn. Dit is misschien meer eenaanvulling op de voorgaande interruptie, om dit punt te onderstrepen.Minister Keijzer:Ik krijg graag direct het telefoonnummer van mevrouw Rajkowski. Ik houvan praktische oplossingen. Dan kunnen we kijken wat dat dan is en watwe daarmee kunnen doen. Dank daarvoor. Dan over de bij elkaar opgeteld600 kinderen die op die vier locaties zitten. Ik heb net aangegeven datAssen een probleem is en dat je over Hoofddorp en Silja van mening kuntverschillen. Ik heb net aan de heer Van Nispen toegezegd om de komendetwee weken te gaan kijken hoeveel kinderen er in Assen zitten en waar inNederland zij eventueel een plek kunnen krijgen waar het beter is. Maardit moet ik ook weer doen in gesprek met de desbetreffende gemeenten,dus geef mij daar wel even een week of twee de tijd voor. Dan zal ik u overtwee weken informeren over de stand van zaken.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Dank aan de Minister voor de secure beantwoording. Ik geloof dat we hierom de tafel met z’n allen het hart op de goede plek hebben en vooral dekinderen de bescherming willen geven die ze nodig hebben. Voor mij zijntwee aangenomen moties belangrijk, die zijn medeondertekend door deVVD en de ChristenUnie. We hebben met elkaar afgesproken dat er binnenvier weken onderwijs gegeven gaat worden en dat de noodopvang voorkinderen maximaal zes maanden gaat duren. Ik weet dat de Ministergoede bedoelingen heeft, maar ik vraag haar echt: hoe staat het met deuitvoering van deze moties? Ik denk dat het belangrijk is dat wij op datpunt op uw nek blijven zitten, want dit is voor ons belangrijk.Minister Keijzer:Ik ben even op zoek. In de brief die ik aan u gestuurd heb, staat ook ietsdaarover. Volgens mij heb ik net in een antwoord aan de Kamer gezegddat ik samen met de Minister van OCW hiernaar aan het kijken ben. Ikzoek even de brief erbij, voorzitter, want anders ga ik het uit mijn hoofddoen. Soms gaat dat goed, maar ik wil hier even heel precies naar kijken.In de brief heeft u ook aangetroffen dat minderjarigen snel toegang totonderwijs krijgen. Alles is daarop gericht. In de opvangketen zijn het COAen de gemeenten verantwoordelijk voor de juiste en tijdige registratie inde gemeentelijke basisregistratie. Het voorschrift is dat asielzoekers die inde opvang verblijven en nog geen zes maanden in Nederland zijn, nogniet ingeschreven kunnen worden in de BRP. Asielzoekers worden pas inde BRP ingeschreven wanneer hun identiteit is vastgesteld. Dat isnatuurlijk het eerste wat gebeurt.Het is van belang dat OCW in nauwe samenwerking met de leerplichtamb-tenaren ook de leerplichtigen en kwalificatieplichtigen – dat zijn natuurlijkoudere kinderen – in beeld heeft. Alles is er ook echt op gericht om datvlot te laten verlopen, zodat er geen kinderen tussen de mazen doorwegvallen. Het lastige is natuurlijk dat het COA geen toegang heeft tot deleerplichtambtenaar. Daar moet dus echt een verbinding komen, zodat hetinzichtelijk wordt. In dat kwantitatieve onderzoek gaan wij op de locatieswaar duidelijk werd dat er een probleem was met het onderwijs, waaroverik u net vertelde, kijken wat daar nu precies aan de hand is, om a te zorgendat het kind in kwestie onderwijs krijgt, en b ook te zorgen dat hetsysteem beter sluitend gaat worden, zodat dit soort situaties zich nietmeer voordoet.De voorzitter:Mevrouw Podt en mevrouw Piri nog, dus go, go, go.Mevrouw Podt (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349126 Go go Gadget! Ik ga nog even door op de psychosociale steun, want ikkan me toch niet aan de indruk onttrekken dat het mogelijk moet zijn omhier met VWS uit te komen. Ik kijk naar een voormalig zorgwoordvoerder.Volgens mij moet dat kunnen. Ik heb er alle respect voor dat de Ministerbeperkte financiële middelen heeft, maar volgens mij hebben we het er nuover dat het zorgen voor relatief eenvoudige manieren van ermeeomgaan – ik wou «ingrepen» zeggen, maar dat zijn het natuurlijk niet –voorkomt dat de problematiek natuurlijk nog veel erger wordt. Nou snapik dat AenM het geld uitgeeft en dat het geld uiteindelijk bespaard wordtbij VWS, maar dat mag geen reden zijn om het dan niet te doen. Sterkernog, het moet ook van het Migratiepact. Ik wil de Minister er dus toch toeoproepen om te zeggen: laten we nou kijken of we rond de tafel kunnengaan zitten met VWS om er echt voor te zorgen dat we hieruit gaankomen en dat er vanaf komend jaar gewoon ieder jaar structurelefinanciering voor is, om te voorkomen dat deze kinderen straks allemaalveel zwaardere hulp nodig hebben.Minister Keijzer:Ik ben in gesprek met VWS, maar ik wil een beetje voorzichtig zijn om nietook de jeugd-ggz over te nemen van VWS. Deze kinderen vallen uitein-delijk ook gewoon onder de jeugdzorg, waar gemeenten verantwoordelijkvoor zijn. Dáár moet het in eerste instantie gewoon goed geregeldworden. Dat wil niet zeggen dat je niet ook in de opvang ervoor zorgt. Ikhad het net al over vertrouwenspersonen. Het gaat erom dat de gewonegesprekken bij Nidos met als vraag «hoe gaat het nou met je?» goedgeorganiseerd worden. Maar de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dateen zak met geld het probleem niet op gaat lossen, want het COA looptook aan tegen de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg, die inzijn algemeenheid in Nederland spelen. Er is namelijk gewoon onvol-doende personeel, onvoldoende beroepsbevolking die dit werk uitein-delijk kán gaan doen, nog afgezien van de vraag of die het wil gaan doen.We roeien dus echt met de riemen die we hebben. Het gesprek met VWSis gaande. Maar ook hierbij geldt: ik heb geen toverstokje waarmee ik eenblik met jeugdpsychologen tevoorschijn tover.De voorzitter:Nee, mevrouw Podt, iedereen mag maar één vraag stellen.Mevrouw Podt (D66):We mochten twee vragen stellen.De voorzitter:Oké. Nou, ga maar.Mevrouw Podt (D66):Volgens mij praten de Minister en ik langs elkaar heen. Ik heb het niet overjeugd-ggz en ik heb het niet over een blik jeugdpsychologen, maar ik hebhet over voorzieningen zoals time-out, dus eigenlijk gewoon helelaagdrempelige dingen die met kinderen worden gedaan, zodat kinderenop een laagdrempelige manier hun hart kunnen luchten. Dáár gaat destructurele financiering over. Die voorkomen dus dat je straks inderdaadeen beroep moet doen op de ggz. Want ik geef de Minister helemaalgelijk: daar zijn inderdaad wachtlijsten en die zijn niet zo makkelijk op telossen. Maar als we dit nou doen, hoeven we dat niet te doen. Nogmaals,het moet ook volgens het Migratiepact. We moeten kinderen toeganggeven tot dit soort voorzieningen. Dat is gewoon onderdeel van hetMigratiepact en van de Opvangrichtlijn.Minister Keijzer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349127 Volgens mij gebeurt er ook al het een en ander op dit gebied. Bij Nidos zithet gewoon al in het systeem, dus daar is het geregeld. In de reguliereopvang, dus gewoon de gezinnen met kinderen, jong of oud, of tieners,gebeurt ook al het een en ander. Ik ga gewoon eens kijken wat er nouprecies hier gebeurt en of daar iets bovenop kan, waarbij het natuurlijk aeen kwestie is van geld, maar b ook gewoon een kwestie van personeel.Zo langzamerhand lopen we in Nederland ook tegen de grenzen van deberoepsbevolking aan. Maar ik ga eens kijken wat ik hierin kanorganiseren.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister. Van de 600 kinderen op plekken die in ieder gevalvolgens de organisaties die met hen werken het meest onveilig zijn, zittener meer dan 400 op dat woonschip in Rotterdam. We hebben helaas nietheel veel tijd meer, want het zijn de laatste minuten van het commissie-debat, maar de berichten die wij als Kamerleden hebben gekregen, gingenover kakkerlakken, tbc, schurft, misbruik van kinderen en fysiek en verbaalgeweld. De Minister geeft aan dat je daarover van mening kan verschillen.Kennelijk zijn ambtenaren samen met de inspectie langs geweest. Mijnvraag zou zijn of de Minister het inspectierapport en het verslag van deambtenaren over het bezoek aan Silja met de Kamer zou kunnen delen.Dan kunnen wij misschien zelf een oordeel vellen.Minister Keijzer:Hoe zeg je dit nou op een vriendelijke manier? Ik wou zeggen: ambtenarenbestaan niet. Maar dat klopt niet, want ik kan mijn werk alleen maar doendoor de ambtenaren. Dat is wat ik bedoel te zeggen. Maar ik ga niet metde Kamer zaken delen die ambtenaren al dan niet opgeschreven hebben.Ik weet namelijk niet eens of er een verslag van is. Ik vind dat gewoon nietnetjes. Ik ben degene die aan te spreken is. Ik heb ook maar één lijf, dus ikben heel blij dat mijn ambtenaren op een gegeven moment ter plekkelangsgaan om te kijken wat er precies aan de hand is. Daar heb ik danvervolgens een gesprek over. Vervolgens kom ik in dat gesprek met mijnambtenaren tot de conclusie dat de situatie daar acceptabel is. Is hetideaal? Nee. Is het fantastisch? Allesbehalve. Maar het is wel een plek. Hetzijn bedden waar kinderen opgevangen kunnen worden, samen met hunouders.Het alternatief is ze daar weg te halen en ergens naartoe te brengen. Ikweet het niet, want de opvang zit vol. Dus ik moet roeien met de riemendie ik heb. Ik moet op de plekken gaan kijken. Dit is er eentje die op mijnlijstje staat om ook zelf eens even te gaan bekijken. Blijkbaar kijktmevrouw Piri hier op een andere manier naar dan ik, dus dit is er eentjedie bij mij op de nominatie staat om eens een keer langs te gaan. Ik stelmij zo voor dat ook ik dan tot de conclusie kom dat het zeker niet ideaal is,maar dat het is wat ik heb en daar moet ik het gewoon mee doen. Als iktot de conclusie kom dat het zo niet kan, heb ik gewoon een gigantischprobleem, want waar moet ik ze in vredesnaam naartoe brengen? Ik zouhet niet weten. Het enige wat ik kan doen ... Voor Assen ga ik dat doen.Dat heb ik toegezegd aan de heer Van Nispen, want daar heb ik vanteruggehoord dat er echt een probleem is. Dat is ook niet ideaal, maar zóniet ideaal dat er een probleem is en dan moet je handelen. Maar ik kandat niet voor elke plek doen, want ik heb gewoon geen alternatieven.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik vraag alsnog of het inspectierapport dan gewoon met de Kamer kanworden gedeeld, als de inspectie daar is geweest. We hebben niet 3.000ambtenaren, dus wij moeten het gewoon doen met krantenberichten eninformatie die wij in een rondetafel van experts krijgen. Maar eerst zei deMinister dat de meningen erover verschillen. Nu is het inmiddelsacceptabel, maar zegt de Minister ook: zelfs als het niet acceptabel is, hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349128 ik nog steeds geen andere keus. Dat kunnen wij als Kamer niet accep-teren. Er is een gemeenteraad in Zaanstad. In Zaanstad worden mensenopgevangen op een boot. De gemeenteraad zegt zelf: wij staan erop datop deze boot alleen alleenstaande mannen worden opgevangen, want ditis niet veilig genoeg voor kinderen. En dan gebeurt dat. Wat wij vragen alsKamer is dat de Minister op het moment dat de gemeente niet dat soorteisen stelt, samen met de inspectie dat soort eisen wel oplegt. Als het nietveilig genoeg is voor kinderen, dan mogen kinderen daar niet wordenopgevangen. Dat is wat we vragen. Dat betekent dat alleenstaandemannen uit andere opvangplekken dan maar naar dat schip moeten, zodatde kinderen naar een veilige plek kunnen. Dat is wat we vragen. Wevragen niet om extra plekken, maar om te kijken naar de populatie op zo’nopvangplek.Minister Keijzer:Mevrouw Piri legt mij net in de mond dat ik tot de conclusie ben gekomendat de boot Silja niet kan. Dat heb ik niet gezegd. Dat heb ik ten aanzienvan Assen gezegd. Dat is toch echt wel even een verschil. Als eengemeenteraad zegt dat iets niet veilig is, is dat voor rekening van diegemeenteraad. Ik ga daar ter plekke kijken samen met de inspectie. Ik komdan tot de conclusie: «Is het ideaal? Nee. Is het acceptabel? Ja.» Als ik totde conclusie zou komen dat het niet acceptabel is, dan moet ik andereplekken gaan vinden. Dan moet er verhuisd worden. Dan moet degemeenteraad trouwens instemmen met alleenreizende mannen. Dan hebik die discussie weer. Het is hier gewoon roeien met de riemen die wehebben, waarbij we met de beperkte middelen het beste willen doen voorde kinderen in kwestie. Dat is waar het COA, het Nidos, mijn ambtenarenen de inspectie elke dag mee bezig zijn.De toezegging aan de heer Van Nispen ten aanzien van Assen staat.Richting mevrouw Podt heb ik aangegeven dat ik eens even goed gakijken hoe het nou zit met de psychosociale hulp. TeamUp ... Ja, TeamUp.Ik denk al: een time-out is soms ook heel fijn. Maar dit is TeamUp. Datkrijgt al tien jaar financiering, dus daar zit financiering in. Maar ik ga voormevrouw Podt gewoon eens uitzoeken wat daar nou precies mee wordtgedaan en waar, en of het genoeg is.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik snap dat het heel leuk is om nog even op mevrouw Podt door te gaan,maar mijn concrete vraag was twee keer of u het inspectierapport met deKamer zou willen delen.Minister Keijzer:Er is geen inspectierapport. We zijn gewoon samen gaan kijken ter plekke.Het inspectierapport ten aanzien van het Nidos heeft u gekregen. U heefthet kwantitatieve onderzoek gekregen dat samen met het COA gedaan is.Daarop gaan we nu een kwalitatief onderzoek uitvoeren op de plekkenwaarvan uit het kwantitatieve onderzoek blijkt dat ze niet honderd procentzijn, om te kijken wat daar aan de hand is en wat er nodig is om het teverbeteren. Het is niet zo dat als je een keer ergens gaat kijken, je daarmeteen een rapport van maakt.De voorzitter:Met één woord, mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik vroeg me af om welke inspectie het ging. Was dat de Inspectie JenV ofde inspectie jeugd en gezin ... Nee, wat was het nou? Jeugd en gezin,onderwijs ...Minister Keijzer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349129 De Inspectie JenV.De voorzitter:Goed. We gaan er een einde aan maken, maar niet voordat ik de heer VanNispen nog heel even het woord geef, want hij wil volgens mij ietsaanvragen.De heer Van Nispen (SP):Ja, ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen, met de vraagom dat nog wel uiterlijk volgende week in te plannen.De voorzitter:Dat is dan bij dezen gedaan. De toezeggingen zijn een paar keer herhaald,dus dat ga ik niet nog een keer doen. We hebben de eindtijd al flinkovergeschreden. Ik dank de Minister voor alle beantwoording, deondersteuning voor al het werk en de Kamerleden voor de aanwezigheid.Sluiting 18.40 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 349130
Gerelateerde bronnen
- Kinderen in de asielopvang
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 september 2025, over Kinderen in de asielopvang
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.