KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitwerking motie van het lid Rudmer Heerema over de gevolgen van het Alcoholbesluit het komend jaar monitoren (Kamerstuk 27565-190)

28 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1ebfae3f08a10c12 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 565AlcoholbeleidNr. 193 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 juni 2024Met deze brief doe ik mede namens de Minister van Justitie en Veiligheidde motie van het lid Rudmer Heerema1 van 25 oktober 2023 gestand. In demotie wordt de regering verzocht om het komende jaar de gevolgen vanhet Alcoholbesluit, met specifieke aandacht voor het misbruik van dealcoholwetvergunning, te monitoren en in de tussentijd op zoek te gaannaar alternatieven voor de bijschrijfplicht die een lastenverlichting voorhorecaondernemers opleveren en voor de zomer met een voorstel tekomen. In deze brief ga ik eerst in op de noodzaak van de bijschrijfplicht.Vervolgens ga ik in op de mogelijkheid rondom het monitoren van degevolgen van het alcoholbesluit en eventuele alternatieven voor debijschrijfplicht.InleidingOm een horecabedrijf of slijtersbedrijf te mogen uitoefenen, is eenvergunning op basis van de Alcoholwet nodig van de burgemeester. Ineen aanhangsel bij die vergunning staan de persoonlijke gegevens vanleidinggevenden, zoals naam, adres, geboortedatum en de beschikkingover een verklaring sociale hygiëne. In een horecabedrijf (voor 1 april2024 ook in een slijtersbedrijf) moet altijd minimaal één persoon aanwezigzijn die is bijgeschreven op dat aanhangsel bij de vergunning. Het is vanbelang dat er altijd minimaal één persoon aanwezig is in een horecagele-genheid die overig personeel en klanten op normen en waarden kanaanspreken, die overlast kan voorkomen, die de zaak sluit als hetsluitingstijd is en die bezoekers die dronken zijn geworden geen alcohol-houdende dranken meer verstrekt. Met de uitwerking van hetamendement van het lid Bolkestein is de onverkorte verplichte1Kamerstukken II, 27 565, nr. 190 kst-27565-193ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 565, nr. 1931 bijschrijving van dagleidinggevenden van slijterijen per 1 april 2024komen te vervallen.2Het amendement bood ruimte om categorieën aan te wijzen waarvoor deverplichte bijschrijving van dagleidinggevenden in stand blijft. Dagleiding-gevenden van horecabedrijven zijn als categorie aangewezen, waardoorde verplichte bijschrijving van dagleidinggevenden van horecabedrijvenin stand is gehouden. De verplichte bijschrijving zorgt ervoor datgemeenten een zedelijkheids- en een levensgedragstoets uit kunnenvoeren, waarin naast het strafrechtelijk verleden, ook op andere aspectenbeoordeeld wordt of een persoon van onbesproken levensgedrag is. Tenaanzien van de dagleidinggevende, die op bepaalde momenten dedagelijkse leiding over de onderneming heeft en als aanspreekpunt kandienen, is door gemeenten aangegeven dat dit een belangrijk instrumentis om openbare ordeproblemen te voorkomen. Ook zorgt de bijschrijvingervoor dat – indien nodig – een Bibob-toets uitgevoerd kan worden om tevoorkomen dat gemeenten met het verlenen van vergunningen onbewustcriminele activiteiten faciliteren.Voor de bijschrijvingen brengen gemeenten leges in rekening. Delegeskosten die worden gevraagd voor het bijschrijven van een daglei-dinggevende bestaan uit kosten voor de tijd en capaciteit die gemoeid ismet de registratie van een dagleidinggevende en het doen van onderzoek.Er moeten diverse gegevens opgevraagd worden en er moet wordenbeoordeeld of de dagleidinggevende niet van slecht levensgedrag is.Monitoren gevolgen alcoholbesluit m.b.t. misbruik van dealcoholwetvergunningDe afgelopen maanden is een aantal mogelijke opties uitgewerkt om degevolgen van het Alcoholbesluit te monitoren, met specifieke aandachtvoor Bibob. De opties variëren van een beperkt onderzoek doorraadpleging van het Landelijk Bibob-register tot een uitgebreid onderzoekdoor een externe partij met raadpleging van individuele Bibob- en/ofstrafdossiers. De conclusie van het uitwerken van deze opties is dat hetbijna niet mogelijk is om het misbruik van de alcoholwetvergunning voorcriminele activiteiten te monitoren. De preventieve werking van hetBibob-instrument is namelijk niet meetbaar. In het onderzoek van Siraconsulting naar de doelmatigheid van de bijschrijfplicht werd dit ookgeconstateerd.3 Daarbij leveren de uitkomsten van onderzoeken niets opóf een heel beperkt beeld tegen zeer hoge kosten.Daarom heb ik er samen met de Minister van JenV voor gekozen om dewens om de situatie te monitoren breed te interpreteren en zo invulling tegeven aan de wens van uw Kamer om inzicht te krijgen in de gevolgenvan de aanpassing van het Alcoholbesluit. Ik ben in gesprek gegaan metKoninklijke Horeca Nederland (KHN) om te achterhalen waar precies delasten van de horecaondernemers op zien. De lasten bestaan uit leges-kosten van gemeenten voor het bijschrijven van een dagleidinggevendeop de vergunning en daarnaast uit de administratieve handelingen.Daarnaast is in deze gesprekken uitgelegd welke gevolgen het schrappenvan de bijschrijfplicht heeft voor de toepassing van de Wet Bibob en delasten die dat mogelijk voor horecaondernemers met zich meebrengt.Tegelijkertijd ben ik samen met het Ministerie van JenV in overleg gegaanmet een aantal grote gemeenten om te verkennen of er alternatieven zijnvoor de bijschrijfplicht die de administratieve lasten zouden kunnen2Kamerstukken II, 35 337, nr. 42.3Kamerstukken II, 32 011, nr. 91Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 565, nr. 1932 verminderen. Tijdens deze gesprekken hebben gemeenten mij nogmaalsnadrukkelijk verzocht de bijschrijfplicht in stand te houden, omdat dit eenbelangrijk instrument is om openbare ordeproblemen te voorkomen.Mogelijke alternatieven voor de bijschrijfplichtTijdens de gesprekken met gemeenten zijn twee alternatieven voor debijschrijfplicht aan de orde gekomen. Deze worden hieronder toegelicht.1. Register Het eerste alternatief is een register met daarin dagleidinggevendengeregistreerd die de slecht levensgedragtoets hebben doorstaan. Datbetekent dat op enig moment wel een slecht levensgedragtoets uitge-voerd moet worden. Bovendien moeten gemeenten om het register tekunnen raadplegen, nog altijd geïnformeerd worden over het feit dat eennieuwe dagleidinggevende in de horecaonderneming aan de slag gaat.Ook met de invoering van een register blijft er daarom sprake vanadministratieve lasten voor de horecaondernemer.Het registreren van goed levensgedrag heeft beperkte meerwaarde. In hetregister worden personen opgenomen die niet van slecht levensgedragzijn, maar het register zegt niets over het gedrag van de personen na deregistratie. Het registreren zal daarom slechts een indicatie zijn om bij eenbijschrijving opnieuw een toets te doen, omdat de uitkomst van de toetsafhankelijk is van de context.Het ontwikkelen van een register en de wetgeving die daarvoor nodig is,kost veel tijd, capaciteit en geld. Hierbij dient naast de (incidentele) kostenvoor het bouwen van een register ook rekening gehouden te worden metde (structurele) kosten voor het beheer, de continue ontwikkeling van hetregister, evenals met het toezicht op onrechtmatig gebruik van hetregister. Bovendien dient nader uitgezocht te worden of en welke risico’seen register heeft ten aanzien van de privacy van de dagleidinggevenden,zoals de toegang, controle, bewaartermijnen en de soort gegevens diegeregistreerd worden.Vanwege de beperkte meerwaarde van een register en de lasten diedaarmee voor zowel de horecaondernemer als de rijksoverheid gepaardgaan, is een register geen geschikt alternatief voor de bijschrijfplicht.2. Exploitatievergunning Een tweede alternatief voor de bijschrijfplicht op de Alcoholwetver-gunning is de bijschrijving op de exploitatievergunning voor de horecadie gemeenten op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)in kunnen stellen.Een aantal gemeenten hanteert voor horecaondernemingen naast deAlcoholwetvergunning al een dergelijke exploitatievergunning metbijschrijfplicht. In de meeste gevallen vindt het bijschrijven op hetaanhangsel van de (landelijke) Alcoholwetvergunning en de (lokale)exploitatievergunning tegelijkertijd plaats, waarbij geen sprake is vandubbele lasten.Met het eventueel schrappen van de bijschrijfplicht van dagleidingge-venden op de Alcoholwetvergunning blijft de bijschrijfplicht op deexploitatievergunning bestaan. Zo komen de kosten voor de bijschrijvingop de Alcoholwetvergunning te vervallen, maar worden dezelfde kostenalsnog gemaakt voor de bijschrijving op de exploitatievergunning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 565, nr. 1933 Daarnaast is de verwachting dat gemeenten die nu nog geen exploitatie-vergunning hanteren, een dergelijk vergunningstelsel dan alsnog in willenvoeren, om via de exploitatievergunning inzichtelijk te krijgen wie de(dag)leidinggevenden van een horecabedrijf zijn.In die gevallen waarin gemeenten geen exploitatievergunning in willenstellen, ontstaat er verschil tussen gemeenten, waardoor voor horecaon-dernemers rechtsongelijkheid en -onzekerheid ontstaat. Daarnaast kunnenmogelijk waterbedeffecten ontstaan van gemeenten die wel een bijschrijf-plicht hanteren, naar gemeenten die dat niet doen. Dat vind ik onwen-selijk.Omdat dit alternatief geen lastenvermindering voor horecaondernemersoplevert – er is slechts sprake van een verschuiving van lasten van deAlcoholwetvergunning naar de exploitatievergunning – en een ongelijkspeelveld voor horecaondernemers creëert door de mogelijke verschillentussen gemeenten, is ook dit alternatief niet geschikt als alternatief voorde bijschrijfplicht op de Alcoholwetvergunning.Mogelijk alternatief voor lastenverlichtingIn de gesprekken met gemeenten en KHN is ook gesproken over hetrealiseren van een lastenverlichting door het verlagen van de leges diegemeenten heffen. Omdat het heffen van leges voor de uitvoering vanlokale diensten een bevoegdheid van gemeenten zelf is en zij vrij zijn inhet bepalen van de hoogte van de gehanteerde tarieven mits niet hogerdan nodig om de kosten te dekken, ben ik voornemens deze optie dekomende periode samen met gemeenten verder te verkennen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van OoijenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 565, nr. 1934

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 74a15854b11d3235

14 okt 2026 · 7bdbc557532ca2d0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.