KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over zoönosen en dierziekten

19 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 398c54a6ae75a4bf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 683DierziektebeleidNr. 331 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 19 februari 2026 De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuuren de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op14 januari 2026 overleg gevoerd met de heer Bruijn, Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport, en mevrouw Wiersma, Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, over:−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overafschrift van het antwoord op de brief aan de heer P.V. over depublicatie van het rapport Veehouderij en gezondheid omwo-nenden deel 3 (VGO-III), inzake commissiedebat Dierziektend.d. 6 februari 2025 (Kamerstuk 28 973, nr. 261);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 27 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overoriginele patiëntendata in patiëntenstudie VGO-III (Kamerstuk28 973, nr. 262);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 1 april 2025 inzake mond-en-klauwzeeruitbraak in Slowakije en Hongarije (Kamerstuk27 622, nr. 154);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 12 mei 2025 inzake blauwtong en overigezaken diergezondheid (Kamerstuk 30 669, nr. 32);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 22 mei 2025 inzake advies WageningenUniversity & Research over verminderen ziekteverwekkersgeitenbedrijven (Kamerstuk 28 973, nr. 268);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 28 mei 2025 inzake reactie op de motievan de leden Van Campen en Podt over een plan van aanpakuitwerken voor vaccinatie tegen de dierziekten in de dierhou-derij (Kamerstuk 29 683, nr. 290) en op de moties van het lidGraus over een adequaat registratie- en monitoringssysteemter voorkoming van toekomstige virusuitbraken (Kamerstuk29 683, nr. 293) en over onderzoek naar de effecten engevolgen van toegediende vaccins (Kamerstuk 29 683, nr. 294)(Kamerstuk 29 683, nr. 309); kst-29683-331ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3311 −de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 28 mei 2025 inzake afschalen landelijkeophok- en afschermplicht vogelgriep (Kamerstuk 28 807,nr. 307);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 26 mei 2025 inzake LVVN-beleidsvoorstellen uit Voorjaarsnota met CW 3.1-kader(Beleidskeuzes Uitgelegd) (Kamerstuk 36 725 XIV, nr. 4);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 1 juli 2025 inzake aanpassingen maatrege-len vogelgriep en andere onderwerpen diergezondheid(Kamerstuk 28 807, nr. 308);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 3 juli 2025 inzake advies Gezondheidsraad over degezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen (Kamerstuk28 973, nr. 280);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 14 juli 2025 inzake situatie ten aanzienvan lumpy skin disease in Europa en in Nederland (Kamerstuk29 683, nr. 312);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 22 september 2025 inzake stijgingsalmonella in de pluimveehouderij (Kamerstuk 29 683,nr. 313);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 2 oktober 2025 inzake stand van zakenlumpy skin disease en overige zaken diergezondheid (Kamer-stuk 29 683, nr. 314);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 16 oktober 2025 inzake stand van zakenvogelgriep en overige zaken diergezondheid (Kamerstuk28 807, nr. 309);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 17 oktober 2025 inzake uitvoering van de motie van hetlid Kostic´ over een nationaal uniform moratorium met eenverbod op uitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw vangeitenstallen (Kamerstuk 29 683, nr. 305) (Kamerstuk 29 683,nr. 315);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 13 november 2025 inzake vogelgriepsitu-atie najaar 2025 (Kamerstuk 28 807, nr. 310);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 19 november 2025 inzake plan van aanpakAfrikaanse varkenspest in wilde zwijnen (Kamerstuk 29 683,nr. 316);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 8 december 2025 inzake deel II van het Gezondheidsraad-advies over de gezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen(Kamerstuk 28 973, nr. 285);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 15 december 2025 inzake stand van zakenveterinair antibioticabeleid en antimicrobiële resistentie (AMR)(Kamerstuk 29 683, nr. 317);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 18 december 2025 inzake reactie op verzoek van het lidKostic´, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van9 december 2025, over het tweede deeladvies van de Gezond-heidsraad over de gezondheidsrisico’s rondom geitenhoude-rijen (Kamerstuk 28 973, nr. 286);Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3312 −de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 19 december 2025 inzake reactie opverzoek commissie over het mogelijk afschaffen van nulstandvan wilde zwijnen in provincie Noord-Brabant (Kamerstuk29 683, nr. 318);−de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportd.d. 9 januari 2026 inzake beleidsreactie op het Gezondheids-raadadvies over gezondheidsrisico’s voor omwonenden vangeitenhouderijen (Kamerstuk 28 973, nr. 287).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur,PodtDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid,Welzijn en Sport,MohandisDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3313 Voorzitter: PodtGriffier: De KeijzerAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bromet, Flach,Goudzwaard, Graus, Grinwis, Den Hollander, Koorevaar, Kostic´, Van derPlas en Podt,en de heer Bruijn, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, enmevrouw Wiersma, Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid enNatuur.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij het commissiedebat van de vastecommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Wijzitten vandaag met twee bewindspersonen. Welkom aan de Minister vanVWS – heel fijn dat hij erbij kan zijn vandaag – en natuurlijk welkom aande Minister van Landbouw en aan hun medewerkers. Heel fijn dat jullie erzijn. Wij spreken vandaag met elkaar over zoönosen en dierziekten.Het is goed om aan de voorkant mee te geven dat er een spreektermijnvan vijf minuten staat. Zoals u dat in deze commissie gewend bent, gaanwij uit van vier interrupties en iedere interruptie korter dan 30 seconden isgratis; die telt niet mee. Interrupties langer dan 30 seconden daarentegentellen dubbel mee. Dit betekent dat u dan in twee keer door uw inter-rupties heen bent. Ik zie sommige mensen heel moeilijk kijken, maar wehebben dit vaker gedaan.Verder is het goed om te zeggen dat wij gisterenavond nog een briefhebben gekregen met als titel Ontwikkelingen vogelgriep en dierziekten. Ikvind het belangrijk om daarbij op te merken – ik kijk daarbij even naar deregering – dat die te laat was. Wij verwachten brieven aan de commissiedrie werkdagen voordat de commissie bijeenkomt. Ik heb ’m niet gelezenen ik hoor hier «ik ook niet». We gaan er dus in principe van uit dat demeeste mensen die brief de volgende keer bij het debat zullen betrekken.Het zou zomaar kunnen dat er dan vragen komen waarover u zegt: diestaan al op papier. Daar heeft u het dan maar mee te doen.Dit betekent ook dat wij kunnen gaan beginnen. Ik ga het rijtje af en komals allerlaatste bij mijzelf uit. Dan heeft lid Kostic´ zich bereid verklaard hetvoorzitterschap even van mij over te nemen. Dan gaan we het zo doen.We gaan beginnen met de eerste termijn van de Kamer. Lid Kostic´, aan u.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. De kernvraag van vandaag is hoelang we nog toestaan dat degezondheid van Nederlanders in gevaar wordt gebracht door devee-industrie. Al vijftien jaar blijkt uit onderzoek dat omwonenden vangeitenbedrijven vaker een longontsteking krijgen. Al die tijd is verspild enmensen zijn onnodig ziek gemaakt. Het onderzoek van de Gezond-heidsraad is het zoveelste onderzoek dat aantoont dat de geitenhouderijmensen ziek maakt. Als je binnen 500 meter van een geitenhouderij woontheb je 73% meer kans op longontsteking. 73%! Tientallen mensenoverlijden en honderden worden ziek.De Gezondheidsraad bevestigt dat het onverantwoord is om geitenhoude-rijen binnen 1 kilometer van woningen, scholen en andere gevoeligelocaties te hebben. Maar ondertussen is het aantal geiten binnentwintig jaar na de Q-koorts vervijfvoudigd, terwijl we toen al wisten dathet aantal geiten niet omhoog moest, maar omlaag. Het kabinet kiest nuopnieuw voor meer onderzoek en uitstel. Mensen die nu in de buurt vangeitenhouderijen wonen, worden compleet in de steek gelaten. Hetkabinet kiest voor technische lapmiddelen waarover de GezondheidsraadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3314 zegt dat de effectiviteit onzeker en onduidelijk is. Het kabinet gaat eenafstandsnorm tussen geitenhouderijen en woningen onderzoeken.De geitenhouderijen hoeven natuurlijk niet te verdwijnen, want dat istegen de agrobelangen van Minister Wiersma. Nee joh, we schrappengewoon woningbouwprojecten, nieuwe scholen en verzorgingshuizen inde buurt van geitenhouderijen. Logisch. Nee, dit is de omgekeerdewereld. Het minimale wat je kunt doen, is het invoeren van eenafstandsnorm van minstens 1 kilometer om te voorkomen dat meermensen ziek worden. In tijden van enorme wooncrisis is het totaalonverantwoord om te kiezen voor geitenhouderijen boven woningen, tekiezen voor geitenhouderijen boven scholen en verzorgingshuizen, maarVVD en BBB doen het gewoon. De Gezondheidsraad adviseert per directeen afstandsnorm van minstens 1 kilometer, omdat mensen binnen diegrens van 1 kilometer 20% meer risico lopen. Het is daarom ook logischom die afstandsnorm wat hoog te zetten.De Minister van Volksgezondheid blijft zeggen dat gezondheid op éénstaat in het beleid, maar we zien dit nog niet. Vandaag is zijn kans omdaden te laten zien die inderdaad gezondheid op één zetten. Kan hijtoezeggen dat hij op korte termijn een afstandsnorm gaat instellen vanminstens 1 kilometer en het liefst nog hoger, gezien de risico’s? Kan hijtoezeggen met een afbouwpad voor het aantal geiten en het aantalgeitenhouderijen in Nederland te komen om mensen te beschermen? Alsde afstandsnorm niet gepaard gaat met een afbouwpad van de intensievegeitenhouderij, komt woningbouw op het spel te staan. Kan de Ministervan Volksgezondheid een oproep doen aan de provincies en gemeentendie nog geen moratorium hebben om dat zo snel mogelijk in te voeren?De Kamer wilde immers een moratorium dat overal geldt. De Minister vanVolksgezondheid moet zich gesteund voelen om zelf de knoop door tehakken nu de Kamer al twee keer heeft gezegd dat zij graag van deMinister van Volksgezondheid wil dat hij daarover beslist en niet deMinister van Landbouw.Voorzitter. Voor de Partij voor de Dieren is het duidelijk: kom met eenafbouwpad voor de geitenindustrie, zorg dat elke provincie en gemeenteeen moratorium heeft, en kom met een afstandsnorm van meer dan1 kilometer. Technische stalmaatregelen geven niet alleen geen enkelezekerheid over de bescherming van gezondheid, maar schaden ookwelzijn van dieren en beperken de ruimte van dieren om hun natuurlijkgedrag te kunnen vertonen.Voorzitter. Ik doe vandaag een concreet voorstel waarmee we degezondheidsrisico’s van vogelgriep op korte termijn kunnen inperken.Deze week werd een vergunning van het laatste eendenslachthuis vanNederland ingetrokken, omdat daar continu de wet wordt overtreden. Ditis ontzettend goed nieuws voor de dieren, want hoe kun je in vredesnaameen industrie optuigen waarin eenden niet eens kunnen zwemmen.Weerzinwekkend! Ze liggen opgepropt in veel te kleine stallen zonder hunnatuurlijk gedrag te kunnen vertonen. Het slachthuis moet over elf wekendicht, maar het slachthuis heeft de hele keten in handen, van fok totslacht. De gemeente kan wel dit slachthuis sluiten, maar niet voorkomendat ze nieuwe eenden blijven uitbroeden. Over elf weken hebben we duspropvolle stallen met nieuwe eenden die creperen of moeten wordenafgemaakt óf die op langtransport moeten naar een slachthuis in hetbuitenland. Eenden zijn extra vatbaar voor vogelgriep. Eendenhouderijendragen hierdoor bij aan grote gezondheidsgevaren voor de mens. Indecember zijn meer dan 10.000 eenden vergast vanwege vogelgriep. Ikvraag de Minister van Volksgezondheid om, nu deze sector toch op zijneinde loopt, snel met een uitbroedverbod voor eenden te komen. Is hijdaartoe bereid?Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3315 Hartelijk dank. Dan gaan wij naar een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Prima verhaal van de Partij voor de Dieren, dat ik namensGroenLinks-PvdA volledig kan steunen. Ik mis één aspect bij de geiten-houderijen en dat zijn de dierrechten. Als je in Nederland koeien wilthouden, moet je dierrechten aankopen of op de een of andere manierverwerven. Bij geiten hoeft dat niet, waardoor inderdaad de geitenstapelvervijfvoudigd is. Als GroenLinks-PvdA met een voorstel komt voordierrechten voor de geitenhouderij, kunnen we dan op de steun van dePartij voor de Dieren rekenen?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Waar het ons om gaat, is dat er een afbouwpad moet komen voor deintensieve geitenhouderij. Wij hebben dat voorstel dus net gedaan.Eigenlijk is de Kamer het daarmee eens, want in 2024 is een D66-motieaangenomen om een einde te maken aan de bio-industrie. Debio-industrie omvat bijna alle geitenhouderijen. Het is in lijn met wat deKamer wil om het af te bouwen. Als dierrechten daarbij kunnen helpen, isdat een goed verhaal, maar er moet echt een plan komen voor afbouw ommensen te kunnen beschermen.De voorzitter:Kunt u gaan afronden?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb mijn punt gemaakt.De voorzitter:Heel goed. Goed om even te zeggen, mevrouw Bromet, dat uw eersteinterruptie langer dan 30 seconden was. Ik zeg dit ter lering en vermaakvan ons allen. Mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Lid Kostic´ zei in haar inbreng dat het niet ten goede komt aan deagrobelangen van de Minister van Landbouw. Ik wil graag weten wat zijbedoelt met «de agrobelangen».Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nou ja, wat ik net zei. We weten al vijftien jaar dat mensen die in de buurtvan geitenhouderijen wonen een verhoogd risico lopen op longont-steking. We hadden dus uit voorzorg veel eerder kunnen handelen. Dat isniet gebeurd en dat heeft te maken met de economische belangen van deagro-industrie. Mevrouw Wiersma heeft hier open en bloot gezegd dat zevoor die belangen staat.De voorzitter:Lid Kostic´, we hebben het hier over Minister Wiersma.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Excuus, Minister Wiersma, dubbel demissionair Minister Wiersma heeftheel duidelijk aangegeven dat ze vooral voor die belangen staat en nietvoor het algemeen belang. Daarom vestig ik mijn hoop op de Minister vanVolksgezondheid om eindelijk na al die jaren mensen te beschermen.Mevrouw Van der Plas (BBB):«Agrobelangen» impliceert dat de Minister gevoelig is voor corruptie ofzoiets. Ik vind het altijd heel ernstig als zoiets wordt gezegd. «Agrobe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3316 langen» komt de Minister niet ten goede. Kan het lid Kostic´ bevestigen datdie implicatie niet is bedoeld, maar dat deze Minister voor een sectorstaat?Kamerlid Kostic´ (PvdD):We hebben hier een dubbel demissionaire Minister die open en bloot zegtdat ze alleen maar voor die agrobelangen is. Dat is een specifiek deel vande boerensector. Het gaat vooral om de grote jongens. De kleinere boerenlijden ook onder dit systeem en lijden ook onder het beleid van MinisterWiersma. Het is open en bloot en het impliceert geen enkele sprake vancorruptie. Het wanbeleid is heel transparant.De voorzitter:Oké. Tot zover. Ik ga naar meneer Flach. Gaat uw gang.De heer Flach (SGP):Voorzitter. Dieren houden en volksgezondheid, een spannend onderwerp.Het kan verkeerd gaan zoals de Q-koortsuitbraak heeft laten zien. Ook hethouden van huisdieren is niet zonder risico’s. Risico’s uitsluiten gaat niet,want dan krijgen we een onleefbare samenleving. Bedrijfstakkenwegzetten als goed of fout werkt ook niet. Ik kan me voorstellen datmaatschappelijk gewenste veehouderijsystemen met veel stro en uitloopvan dieren meer zoönoserisico’s met zich meebrengen dan geslotensystemen. Maar, er ligt wel een opdracht om risico’s onder ogen te zien ente werken aan het inperken ervan.Ik vind het goed dat uitgebreid onderzoek is gedaan naar het eerdergeconstateerde verband tussen geitenhouderijen en longontstekingen.Onderzoekers zien nog steeds een verband, al is de reikwijdte gelukkigminder groot dan eerder gedacht. Een aanwijsbare oorzaak is nietaangetoond, al kan niet worden uitgesloten dat die er wel is. Desalniet-temin verbindt de Gezondheidsraad stevige conclusies aan het geconsta-teerde verband. Dit kan behoorlijke impact hebben op bijvoorbeeld dewoningbouw. Daarom heb ik toch een paar vragen over het onderzoeks-rapport.De gevonden correlatie bij de door de huisartsen geconstateerdelongontstekingen is redelijk stevig over meerdere jaren. Al past dekanttekening dat het verschil in de provincies Gelderland en Overijsselniet significant is, terwijl daar meer mensen in de buurt van geitenbe-drijven wonen dan in Brabant. Tegelijkertijd is het opvallend dat er geenverband is tussen ziekenhuisopnamen en antibioticagebruik en de afstandtot een geitenhouderij. Ook heeft uitgebreid onderzoek naar allerleimogelijke oorzaken geen aanwijsbare oorzaak opgeleverd. Dan blijf devraag openstaan of het een ongedachte combinatie van factoren is of dater sprake is van een valspositieve correlatie.Een reviewer van het VGO-onderzoek wijst op de mogelijkheid van eenbias in de onderzoeksopzet waardoor sprake kan zijn van een valsposi-tieve correlatie. In een onderzoek hiernaar, waarbij de controlepopulatievreemd genoeg buiten beeld bleef, wordt de mogelijkheid van eenbewustzijnsbias opengehouden. Mensen met een negatief beeld van deveehouderij denken eerder dat ze een longontsteking hebben en zullenzich mogelijk sneller bij de huisarts melden. Dat geldt temeer voorBrabant en Limburg waar de Q-koortsuitbraak het meest gevoeld is enwaar de verschillen ook het grootst zijn. De vraag is of dit verder wordtbekeken.De verhoogde incidentie van longontstekingen wordt het hele jaar doorgeconstateerd. Is ook bekeken of de emissie van ziektekiemen opgeitenbedrijven het hele jaar door op hetzelfde niveau zit? Ik zou mekunnen voorstellen dat dit in de winter anders is dan in de zomer. Zo niet,wordt dit dan in een vervolgstap meegenomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3317 Wat nu? Ik snap dat het kabinet vervolgstappen wil zetten. Sowieso isverder onderzoek nodig. Wat de SGP betreft is in de praktijk de meestewinst te boeken door het zoeken en uitvoeren van maatregelen dieemissies van bacteriën en fijnstof flink omlaag brengen. Volgens mijkunnen dergelijke maatregelen ook bijdragen aan minder ammoniakuit-stoot. Heeft Wageningen inmiddels een eerste advies gegeven over hetverlagen van bacteriële emissies uit geitenstallen?Ik vind het goed dat de sector een actieplan heeft opgesteld en bereid isom hiermee aan de slag te gaan. Mijn vraag is hoe de bewindslieden dezehandschoen oppakken. Deze inzet heeft wat mij betreft meer zin dangenerieke beperkingen voor woningbouw, zeker op honderden metersafstand van geitenbedrijven.Een bijzonderheid van geitenbedrijven is de opslag van de potstalmestbuiten de stal, inclusief de voerresten die daar nog in zitten. Er zouonderzoek worden gedaan naar de mogelijke risico’s van het composterenvan potstalmest. Is dit gebeurd? Een onderzoeker wees erop dat deschimmel Aspergillus fumigatus zich in het algemeen snel kan vermeer-deren in composthopen en voor problemen kan zorgen. Zou hier ooksprake kunnen zijn van dergelijk snelle vermeerdering van dezeschimmel? Wordt dit in het vervolgonderzoek meegenomen?Afrondend. Als ik eerlijk ben, vind ik het een heel lastig onderwerp. Je wilthet beste voor de volksgezondheid. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen datgeitenhouders een machteloos gevoel hebben. Je krijgt verwijten enondertussen is geen directe oorzaak aan te wijzen. Je blijft vraagtekenshouden en weet niet wat je kunt doen. Mijn oproep aan de beide Ministersis om te investeren in emissiebeperkende maatregelen, weg te blijven vaneendimensionale en wetenschappelijk onverantwoorde extrapolatie vangetallen, en steeds in de spiegel te blijven kijken.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Dan gaan we naar de inbreng van mevrouw Bromet vanGroenLinks-PvdA.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Allereerst hoop ik dat iedereen heeft genoten van het kerstrecesen wens ik iedereen een goed en gezond 2026. Dit is niet alleen een wens,maar ook een oproep aan de formerende partijen om, in tegenstelling totdit kabinet, de broodnodige en voorgeschreven stappen te zetten om devolksgezondheid te waarborgen.Binnen 1 kilometer van geitenhouderijen bevinden zich ruim 600 kinder-dagopvangcentra, verzorgingshuizen en andere instellingen voorkwetsbare groepen. Onderzoek na onderzoek laat zien dat er overtuigendeaanwijzingen zijn dat de daar verblijvende kinderen en kwetsbare groepeneen verhoogd risico op longziekten lopen door nabijgelegen geitenhoude-rijen. Dit kabinet kiest ervoor om advies na advies naast zich neer teleggen als het aankomt op de gezondheid van omwonenden vangeitenhouderijen. Waarom? Zodat we bijna 400 miljoen kilogramgeitenmelk en 1 miljoen kilogram geitenvlees naar het buitenland kunnenexporteren? De adviezen zijn glashelder. De emissies moeten sterkworden teruggedrongen en er moet een afstandscriterium wordeningevoerd.Dat daadkracht vanuit de kabinetten om hierop te handelen ontbrak, werdsterk duidelijk toen negen provincies wéér het heft in eigen hand namenen zelfstandig een moratorium instelden. Het kabinet legt de verantwoor-delijkheid weer bij de provincies, net als bij veel andere landbouwdos-siers. Het stijgende aantal geiten, ondanks de provinciale moratoria, toontaan dat regie van het Rijk nodig is. Ik vraag de Minister van VWS tereflecteren op het voorzorgsbeginsel. Vindt hij dat het uitvoeren vannieuw onderzoek, als duidelijke en herhaalde adviezen onwelgevallig zijn,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3318 zich verhoudt tot dit voorzorgsbeginsel? Het gaat hier om het beschermenvan economische belangen van enkele bedrijven ten koste van degezondheid van grote aantallen omwonenden. Voor wie is deze Ministerer?Het is duidelijk wat er moet gebeuren: de introductie van dierrechten, eennationaal moratorium op de bouw, verplaatsing en uitbreiding vangeitenstallen, voorrang aan woningbouw, omwonenden boven geiten-stallen, en een afstandscriterium. En laten we in meer algemene zin weerstarten met het opvolgen van deskundigenadviezen. De Gezondheidsraadadviseert om een afstandscriterium van 1.000 meter in te voeren. Het ishet zoveelste voorbeeld van een expertadvies dat door dit kabinet naastzich neer wordt gelegd, ten koste van grote economische, maatschappe-lijke en gezondheidsschade. Ik heb een vraag aan de Minister van VWS.Waarom wordt er gesproken over 500 meter als de Gezondheidsraad1.000 meter adviseert? Is dat een handjeklap met de BBB in het kabinet? Ikbegrijp het niet.Het recht van alle Nederlanders op een woning en op een gezondeleefomgeving moet wat GroenLinks-PvdA betreft zwaarder wegen dan hetbelang van die geitenhouderijen die omwonenden een verhoogd risico opziekte geven. Daarom wil ik hierbij alvast een motie aankondigen om hetadvies van het afstandscriterium van 1.000 meter over te nemen en nietweer de bal naar voren te schoppen met de truc die hier altijd wordttoegepast, namelijk om weer een nieuw onderzoek te vragen. Ik kijk deVVD en de Minister van VWS aan of zij, nu hun extreemrechtseexperiment is mislukt, zich eindelijk durven te ontworstelen aan hunvrijwillige gijzeling door de BBB op dit dossier. En zo niet, dan kijk ik naarD66 en het CDA om hun aanstaande coalitiegenoot tot bezinning tebrengen.Voorzitter. Volksgezondheid is belangrijker dan het belang van éénspecifieke sector. Dit geldt ook voor woningbouw. Politiek is keuzesmaken. GroenLinks-PvdA kiest voor volksgezondheid in plaats van deexport van geitenproducten. GroenLinks-PvdA kiest voor woningbouw inplaats van enkele ondernemers met een boerderij. Het wordt tijd dat ditook door het kabinet wordt gezien.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Bromet. Ik heb eerst de heer Flach en dan mevrouwDen Hollander.De heer Flach (SGP):Ik denk dat we niet moeten zeggen dat de ene partij meer om volksge-zondheid geeft dan de andere. Het is duidelijk dat voor iedereen volksge-zondheid bovenaan staat. Die mag nooit wijken, ook niet voor belangenvan welk bedrijf dan ook. Tegelijkertijd zijn er best wel wat kritischekanttekeningen te maken bij de onderzoeken die zijn gedaan. Ik heb er eenheel aantal opgesomd. Het is ook nogal ingrijpend als afstandsnormen ofwat dan ook worden ingevoerd, zowel voor bedrijven als voor geplandewoningbouwprojecten. Is mevrouw Bromet het met de SGP eens dat jezorgvuldig verder onderzoek moet doen voordat je zeker weet dat ermaatregelen moeten komen? Of is haar conclusie: wat er ook gebeurt, ermoeten sowieso minder geitenbedrijven komen? Dan is dat ook maarhelder. Dit is dermate ingrijpend dat je niet overhaast te werk moet gaanbij dit soort zaken.De voorzitter:Meneer Flach, u heeft helaas ook twee interrupties gebruikt. MevrouwBromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 3319 Alle partijen zeggen dat volksgezondheid bovenaan staat. Dat zal deMinister zo meteen ook gaan zeggen. Dat is iets wat we al jaren horen.Tegelijkertijd worden een heleboel onderzoeken steeds weer opnieuwgedaan om maar 100% bevestigd te krijgen dat het inderdaad degeitenhouderijen zijn die zorgen voor een verhoogd risico op longont-steking. GroenLinks-PvdA had aan het eerste onderzoek al genoeg.Onderzoek doen wordt in deze Kamer gebruikt om steeds besluiten uit testellen. Politiek is keuzes maken. Als je dan moet kiezen, moet je soms ookde pijn willen nemen. Je moet dan ook willen kiezen voor de volksge-zondheid in plaats van de export van geitenproducten. Dat is watGroenLinks-PvdA doet. Ik zie in het betoog van de heer Flach helemaalgeen keuzes. Hij is helemaal opgevoed in het idee dat je een nieuwonderzoek vraagt als een onderzoek niet uitkomt, in de hoop dat opdezelfde voet kan worden doorgegaan.De heer Flach (SGP):Jammer dat op deze cynische manier wordt omgegaan met mijnzorgvuldig opgebouwde betoog, waarin ik heb gezegd dat onderzoek eenverhoogde correlatie aantoont, maar dat er ook voldoende tegen in tebrengen is, bijvoorbeeld waarom je in Gelderland en Overijssel niet designificante verschillen ziet die je in Brabant wel ziet. Je kunt niet op basisvan een veronderstelde correlatie, ook al is die stevig, zomaar dwars doorde belangen van mensen heen gaan en zomaar door de belangen vanwoningzoekenden heen gaan. We hebben in Nederland een rechtsstaatwaarin mensen mogen rekenen op bescherming van de overheid en nietop doldrieste ideologiepolitiek, die ik toch bespeur in het antwoord vanmevrouw Bromet toen ze zei dat ze aan het eerste onderzoek al genoeghad. Als je gaat ingrijpen in de eigendomsrechten van mensen, moet jezeker weten wat je doet. Dat kan overigens goed bestaan naast eenvolstrekte prioriteit op volksgezondheid. Zorgvuldigheid is daarin hetverschil.De voorzitter:Meneer Flach, u bent door uw interrupties heen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind het helemaal niet zorgvuldig als je weet dat mensen in de buurtvan geitenhouderijen een groter risico lopen op longziektes. Ik heb alsmedewerker van de Kamer meegemaakt hoe het ging in de tijd van deQ-koorts. Er zijn nog steeds mensen die dagelijks lijden onder dezeverschrikkelijke ziekte. Ik vind het helemaal niet verantwoord om weernieuw onderzoek te doen terwijl ondertussen de mensen in de omgevingvan die geitenhouderijen last hebben van die geitenhouderijen. Ik had hetal over kinderen en kwetsbare groepen met longaandoeningen. Ik vind hetjuist zorgvuldig om een politieke keuze te maken. Ik durf dat en doe dat.Ja, wij kiezen voor volksgezondheid en wij kiezen voor het voorzorgsbe-ginsel. Niet alles hoeft duidelijk te zijn om toch te kunnen kiezen voorgezondheid in plaats van de export van geitenproducten.De voorzitter:Ik zie ook nog andere vingers, maar ik ga eerst naar mevrouwDen Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Mevrouw Bromet vindt dat wij een besluit moeten nemen op basis vanwetenschappelijk onderzoek. Dat deel ik volledig. Stel nou dat uitwetenschappelijk onderzoek blijkt dat er tussen 500 en 1.000 meter geensignificant verschil is, zou het dan voor mevrouw Bromet wel acceptabelzijn om de afstand te bekorten naar 500 meter?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33110 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik ben bereid om elk onderzoek als bevestiging te nemen voor welkbelang dan ook. Sommige mensen denken misschien vanGroenLinks-PvdA dat wij vinden dat er een einde moet komen aan degeitenhouderijen an sich. Dat vinden wij niet. Wij vinden het belangrijk datde volksgezondheid wordt gediend. Wij lezen het advies van de Gezond-heidsraad en achten die instantie hoog. In dat advies staat «neem eenafstandscriterium op van 1.000 meter» en dat nemen wij graag over. Dat isalles.Mevrouw Den Hollander (VVD):Dat is een helder antwoord en die zorg delen wij ook. Tegelijkertijd zienwe ook dat niet is gekeken in hoeverre de impact van die eerste 500 meternog meeweegt in de tweede 500 meter. Wij vinden het wel waardevol omdaar verder onderzoek naar te doen. Ik ben blij om te horen dat mevrouwBromet bereid is daarin eventueel een aanpassing te doen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Als ik de VVD zo hoor, dan is die 500 meter in ieder geval al geregeld. Datis een beginnetje. Als er geen bewijs komt dat de 500 meter daarbovenopeen risico vormt, ben ik altijd bereid daar opnieuw naar te kijken. Maar deGezondheidsraad is niet zomaar een instantie en die komt niet zomaarmet een advies. Ik vraag me eerder af waarom er nu over die 500 metergesproken wordt en niet over die 1.000 meter, zoals ik net in mijn betoogal aangaf.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik kan het betoog van collega Bromet goed volgen. Het is een helderuitgangspunt en ze legt de basis in het advies van de Gezondheidsraad. Ikheb wel een vraag. Voor nieuwe geitenhouderijen is het vrij eenvoudig,niet voor bestaande. Als je overgaat tot het sluiten of het verplaatsen vanzo’n bedrijf, is dat een ingrijpende beslissing. Zeker als je ziet hoesommige bedrijven maatschappelijk zijn ingebed. Moet je dan ook nogonderzoek doen of daadwerkelijk in een specifieke omgeving meerlongontsteking voorkomt? Of is het voorzorgsbeginsel en de algemeneuitspraak van 73% binnen 500 meter en 19% meer risico binnen1.000 meter voldoende?De voorzitter:Meneer Grinwis, dat waren er twee.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Kijk, soms verandert de werkelijkheid. Ik ben blij om te horen dat deChristenUnie zegt dat bij nieuwe vestiging rekening moet wordengehouden met de afstandszones. Ik ben het daar helemaal mee eens. Daarbegin je ook mee. In bestaande situaties moet je altijd denken aanovergangsrecht. Je kunt niet van de ene op de andere dag zeggen: er is nueen onderzoek gekomen en daaruit blijkt dat de risico’s te groot zijn, duswe gaan die hele sector opdoeken. Daar moeten plannen voor komen metafbouwpaden en grondig bewijs. Maar allereerst moeten er geen nieuwevestigingen worden toegestaan in de buurt van kwetsbare bestemmingen.Ik hoop dat daarvoor een meerderheid is.De voorzitter:Hartelijk dank. Volgens mij zag ik ook nog mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Er zijn hele grote zorgen over pfas in coating van windturbines. Veelmensen hebben hier hinder, stress, en slaapproblemen door met effect ophet hart- en vaatstelsel. Gaat GroenLinks nu ook de klimaatindustrieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33111 opdoeken, de windturbines, als de lijn met de geitenbedrijven wordtdoorgetrokken?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Pfas is een groot probleem en wij pleiten ook in alle andere debatten overwater en industrie voor een verbod op pfas. Daar hebben we nog geenmeerderheid voor gekregen. Dat moet zeker gebeuren. Maar tja, om erdan nu de windmolens bij te halen. We hebben nu een klimaatprobleemen wij denken dat windmolens schone energie kunnen opwekken. Volgensmij kan dat ook zonder pfas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik snap dat dat onwelgevallig is, maar van windturbines is toch echtbekend ... Als GroenLinks-PvdA het over het voorzorgsbeginsel heeft,vraag ik me af welk voorzorgsbeginsel wordt toegepast bij het plaatsenvan windmolens in Nederland, als we het ook over de geitenbedrijvenhebben.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het mooie is dat voor windmolens ook vaak afstandscriteria gelden en datwij helemaal nooit ergens hebben gezegd dat er overal altijd op elke plekeen windmolen moet komen. Er zijn hele grote gebieden waar boeren eenprima extra inkomen hebben uit windenergie en daar zijn wij een grootvoorstander van.De voorzitter:Volgens mij kunnen we naar de inbreng van mevrouw Van der Plas, BBB.Mevrouw Van der Plas (BBB):Voorzitter. Wat er gebeurt met onderzoeken bij de geitenhouderijen voeltsteeds ongemakkelijker. De cijfers veranderen keer op keer. Eerst leek heteffect door geitenhouderijen tot 2 kilometer te bestaan, nu blijkt het vooralbinnen 500 meter te zitten. Eerst ging het over duizenden extra longont-stekingen per jaar, nu zijn het er ineens 841 in heel Nederland. Ook hetaantal ziekenhuisopnames en het aantal sterfgevallen zijn fors naarbeneden bijgesteld, met precies dezelfde uitgangswaarden. Dan is devraag heel simpel. Waarop kunnen we nog vertrouwen?Ik vraag de Minister inzicht te geven in hoe de Gezondheidsraad tot dezeforse bijstellingen is gekomen. Ik wil graag een feitenrelaas. Kan deMinister aangeven of binnen de Gezondheidsraad op enig momentserieus is overwogen dat er mogelijk géén effect is? Nog steeds is er geenechte oorzaak gevonden. Er is geen specifieke ziekteverwekker en geenduidelijk mechanisme gevonden. Er zijn alleen statistische verbandengevonden. Statistiek kan een waarschuwing zijn, maar mag geenschuldverklaring worden en zeker niet voor de hele sector.Wat heel duidelijk is, is dat het VGO-onderzoek alleen ging over wonen inde buurt van geitenhouderijen. Het ging niet over werken, recreëren,scholen, kinderopvang of zorginstellingen. Hoeveel geitenhouders hebbente maken met longontstekingen? Hoeveel van hun medewerkers enhoeveel van hun bezoekers hebben daarmee te maken? Veel geiten-houders hebben ook een zorgtak, zoals De Mèkkerstee in Ouddorp. Daarwerken dagelijks 35 verstandelijk beperkte mensen op de geitenboerderij.Jaarlijks komen daar honderden bezoekers om te recreëren. En dit bedrijfzit dicht op een woonwijk, omdat die woonwijk naar het bedrijf toe isgebouwd. Waarom is er niet gericht onderzocht en hoe kunnen we decijfers en statistieken juist beoordelen als al deze informatie ontbreekt?Voorzitter. De volgende sector is aan de beurt om kapotgemaakt teworden. Dat is niet zorgvuldig. Wij maken beleid op aannames. Laten weheel helder zijn en laten we precies bijhouden wat er wel en wat er niet isonderzocht. In het VGO-onderzoek zijn twee groepen met elkaar verge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33112 leken: mensen die vlak bij een geitenhouderij wonen en mensen die nietvlak bij een geitenhouderij wonen. Alleen voor die eerste groep is eenverhoogd risico gevonden. Kinderen op kinderdagverblijven of ouderenop de dagbesteding wonen daar niet. Zij vallen volgens dit onderzoek juistin de groep die niet in de nabijheid van een geitenhouderij woont endaarmee in de groep met een lager risico op longontsteking. Dat dezelocaties nu toch als gevoelig worden aangewezen is dus niet gebaseerdop onderzoek maar op aannames. Kan de Minister laten onderzoeken ofhet in de VGO-studies gevonden statistische verband ook geldt voorandere vormen van verblijf zoals werken, onderwijs of zorg? Of ontbrekendeze verbanden daar omdat deze situaties tot nu toe niet zijn onderzocht?Daar komt nog iets bij. Er is geen enkel verschil gevonden tussen grote enkleine geitenbedrijven. Het tegenhouden van uitbreiding of het beperkenvan de omvang van bedrijven slaat nergens op. Dan pak je boeren aanzonder dat je maar weet of dat iets oplost. Is de Minister bereid te latenonderzoeken of het beperken van de omvang van geitenbedrijven of hettegenhouden van uitbreiding überhaupt effect heeft op het in deVGO-studies gevonden verband? Het huidige onderzoek laat in ieder gevalgeen verschil zien tussen grote en kleine bedrijven.Het is de VGO-onderzoekers niet gelukt om een bewezen werkingsmecha-nisme te vinden voor de extra longontstekingen. Slechts een mogelijkeverklaring werd gegeven in de vorm van bacteriën in de bedding, in destallucht en in de omgeving van geitenbedrijven. Dat gaat om bacteriëndie van nature overal in de omgeving voorkomen, ook zonder aanwe-zigheid van een geitenbedrijf. Het VGO-consortium zegt zelf ook dat debewijslast in geen enkel geval een oorzakelijk verband aantoont, ook nietvoor de hoogst geprioriteerde micro-organismen.Voorzitter. Het leven is niet risicovrij. We weten dat wonen langs eendrukke weg aantoonbaar ongezond is. Die verbanden zijn causaal. Tochhalen we geen snelwegen weg bij de steden omdat we altijd een afwegingmaken tussen risico, proportionaliteit en maatschappelijke gevolgen. Kande Minister duidelijk maken hoe groot het zogenaamde risico van wonenin de buurt van een geitenhouderij is als je het vergelijkt met wonen in debuurt van een drukke weg?BBB wil duidelijkheid en geen paniekbeleid, geen steeds wisselendecijfers, niet schieten met een kanon op een mug, eerst weten waar hetprobleem precies zit en dan pas eventuele maatregelen nemen in overlegmet de sector. De geitenhouders verdienen het niet om zo in de hoek teworden gezet en te worden neergezet als ziekmakers.De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, u heeft een interruptie. Lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mevrouw Van der Plas heeft het over andere milieueffecten. De Gezond-heidsraad heeft daarover iets gezegd, namelijk dat vergeleken met deblootstelling van andere bronnen van luchtverontreiniging et cetera derisico’s aanzienlijk zijn als het gaat om geitenhouderij. Begrijpt mevrouwVan der Plas dat?Mevrouw Van der Plas (BBB):Volgens mij is dat niet wat de Gezondheidsraad zegt. We hebben het er aleerder over gehad dat er in het VGO-onderzoek eigenlijk 800 mensenzouden worden onderzocht. Die zijn niet eens gevonden. Er zijn108 mensen onderzocht. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in eencovidperiode, dus het is maar de vraag in hoeverre je dat goed kuntvergelijken met periodes zonder covid. De Gezondheidsraad geeft eenadvies. Dit is een onderzoek. Het feit blijft dat in al die jaren ... Zelfs in heteerste VGO-onderzoek werd helemaal geen verband gevonden tussenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33113 longontstekingen en de aanwezigheid van geitenbedrijven. Kort gezegd:nee, ik ben het daar niet mee eens.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mevrouw Van der Plas laat hier zien dat ze het rapport gewoon niet goedheeft gelezen. Ik kan het haar even appen. Het letterlijke citaat heb ik netvoorgelezen. Jammer want dat maakt de rest van haar betoogongeloofwaardig.De voorzitter:Oké. Uw inbreng gaat nog door? Er is niet heel veel tijd meer. U staat op4 minuten en 37 seconden.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb nog een paar andere vragen en die ga ik even snel doen. Zoals bijmensen de ene ziekte ernstiger is dan de andere, geldt dat ook voordierziekten. Voor bestrijdingsplichtige dierziekten werkt Nederland metbeleidsdraaiboeken. Een deel daarvan is verouderd. Sommige zijn meerdan tien jaar oud terwijl ziekten oprukken door klimaatverandering,insecten en de sterk veranderde wereld. BBB vindt dat beleid moetmeebewegen met de stand van de wetenschap inclusief het serieusbenutten van vaccinatie om onnodig ruimen te voorkomen. Wanneerworden de beleidsdraaiboeken voor bestrijdingsplichtige dierziektengeactualiseerd op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten? Kande Minister toezeggen dat ze maximaal inzet op maatregelen die onnodigruimen van dieren voorkomen met name door het inzetten van vaccinatiewaar dat mogelijk is? En kan de Minister voor alle bestrijdingsplichtigedierziekten de grootst mogelijke inzet plegen om vaccinatie toe te staandoor handelsbelemmeringen zo veel mogelijk weg te nemen? Hoe gaat zedit aanpakken?De voorzitter:Mevrouw Van der Plas, u bent echt drastisch door de tijd heen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Oké, nog een laatste vraag. Ik wil graag weten wat de stand van zaken isvan het fonds voor blauwtong. Dat speelt net over de grens. Welkeeventuele gevolgen voor de sector zijn daar?De voorzitter:Helder. U krijgt een interruptie van mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik hoor mevrouw Van der Plas zeggen dat zij groot voorstander is vanvaccinatie bij uitbraak van dierziekten. Dat deel ik met haar. Toch heb ik bijhet vorige debat BBB een motie horen indienen waarbij de vaccinatie pastot uitwerking kon komen, nadat alle handelsbelemmeringen voldoendewaren opgelost. Is het een koerswijziging die ik nu hoor of blijft zijdaarbij?Mevrouw Van der Plas (BBB):Nou, ik heb ook de vraag hier net gesteld of de Minister voor allebestrijdingsplichtige dierziekten de grootst mogelijke inzet kan plegen omvaccinatie toe te staan door handelsbelemmeringen zo veel mogelijk wegte nemen en hoe zij dat concreet gaat aanpakken. Dus ja, de handelsbe-lemmeringen vormen nu wel een probleem.De voorzitter:Oké. Ik kijk naar mevrouw Den Hollander voor haar inbreng. De VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33114 Mevrouw Den Hollander (VVD):Dank u, voorzitter. Meer dan 60% van de infectieziekten en 75% van denieuwe of opkomende infecties zijn afkomstig van dieren. Een aantalbekende ziekten zijn Q-koorts, hondsdolheid, lyme, vogelgriep, zika, ebolaen COVID-19. Alle worden overgedragen via direct contact, via insecten ofvia besmet voedsel of drinkwater. Doordat mensen steeds meer reizen,door transport van dieren, door intensiever contact tussen mens en dieren door de dichtheid van populaties komen de zoönosen steeds meervoor. De impact die een infectieziekte kan hebben op de samenleving isenorm. De covidpandemie staat iedereen nog helder voor de geest, maarlaten we ook de Q-koortsuitbraak tussen 2007 en 2011 niet vergeten. Totop de dag van vandaag kent dit nog zijn nasleep voor veel patiënten dieeen chronische vorm van Q-koorts of long covid hebben ontwikkeld. Devraag die ik aan de Minister van VWS wil stellen is of er erkenning is vandeze patiënten en op welke wijze er aandacht is voor de postinfectieuzeaandoeningen.Een aantal weken geleden is er een plenair debat geweest over vogel-griep. Het is zorgwekkend om te lezen dat het virus in de afgelopen wekennaast een aantal nieuwe bedrijfsbesmettingen bij meerdere zoogdier-soorten is aangetroffen. Dat staat te lezen in een brief die wij deze weekhebben ontvangen van de Minister. In diezelfde brief lezen we dat er eenuitstekend werkende monitoring voor diverse dierziekten actief is sinds2002. Dat betreft een permanent systeem om de gezondheid vanlandbouwhuisdieren in Nederland te volgen en vroegtijdig afwijkingen tesignaleren. Ik ben ervan overtuigd dat goede monitoring van groot belangis voor het signaleren en zeer snel acteren bij een uitbraak van ziekten.Monitoring van ziektegevallen zal ook in de gezondheidszorg voormensen een veel grotere rol moeten krijgen. Dat is mijn overtuiging.Dat brengt mij op het hoofdonderwerp van vandaag. In de afgelopen jarenis er veel monitoring geweest en is er veel onderzoek gedaan naarlongontstekingen bij omwonenden van geitenhouderijen. De longontste-kingen worden waarschijnlijk veroorzaakt door een samenspel vanverschillende factoren: multicausaliteit. De emissies zijn in beeld maar eris nog onduidelijkheid over de precieze blootstellingsroutes. Er is noggeen causaal verband aangetoond. Dat neemt niet weg dat de Gezond-heidsraad wel duidelijke adviezen heeft opgesteld over afstandsnormenen emissieverlagende maatregelen.De VVD vindt dat we de zorg voor de volksgezondheid zeer serieusmoeten nemen. Wij steunen daarom de koers die de Minister van VWS ende Minister van LVVN hebben ingezet voor het nemen van afstands-normen bij nieuwvestigingen en emissiebeperkende maatregelen inbestaande situaties.De voorzitter:Mevrouw Den Hollander, u heeft een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb net aan het kabinet gevraagd waarom het kiest voor 500 meter inplaats van de 1.000 meter van de Gezondheidsraad. Die vraag zou ikeigenlijk ook aan de VVD willen stellen.Mevrouw Den Hollander (VVD):Wij kiezen daar op dit moment voor omdat wij vinden dat het kabinetsowieso eerst aan zet is voordat wij als Kamer daar nog een schepjebovenop doen. Ik zei net al in de interruptie op mevrouw Bromet dat ikverwacht dat er een grote correlatie is tussen die eerste 500 meter en die19% die we zien bij de tweede 500 meter. Ik wil niet vooruitlopen opmaatregelen als blijkt dat er zo meteen geen significant effect meer is indie tweede schil. Ik vind het belangrijk om in de proportionaliteit vanmaatregelen daarmee rekening te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33115 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Wat is dan het oordeel over het functioneren van de Gezondheidsraad ende adviezen die hij geeft?Mevrouw Den Hollander (VVD):Wij vinden het advies van de Gezondheidsraad zeer belangrijk. Nogmaals,wij vinden dat het kabinet nu al laat zien dat het een aantal stappen zet.We zijn wel bereid nog kort te wachten op wat er uit het aanvullendonderzoek komt.De voorzitter:Gaat u door met uw inbreng.Mevrouw Den Hollander (VVD):Eerder heeft de VVD al aandacht gevraagd voor het instellen van eenlandelijk moratorium. Nu zien we dat negen van de twaalf provincies eenmoratorium hebben ingesteld, die op onderdelen van elkaar verschillen.Wij vinden dit een onwenselijke situatie en zien graag dat de Ministeréén lijn trekt voor alle regio’s en daarmee duidelijkheid schept voor allegeitenhouderijen van Nederland en voor alle inwoners van Nederland.Kan de Minister aangeven of er wordt gewerkt aan het instellen van eenlandelijk moratorium? Als hierin stappen worden gezet, wordt dangedacht aan een verbod op nieuwvestiging, op uitbreiding of op wellichtallebei? Aan wat voor termijn wordt gedacht voor een nieuw moratorium?In het kader van beperking van uitbreiding van de sector: hoe kijkt deMinister aan tegen een systeem van dierrechten voor de geitenhouderijenen andere veehouderijsystemen die nu nog geen sturingsmiddelen vooromvang kennen?De voorzitter:U krijgt een interruptie van lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Goed om van de VVD te horen over dat moratorium. Ze heeft eerder onzemotie daarover gesteund. Dit kabinet blijft provincies oproepen hetmoratorium te handhaven. Is de VVD bereid ons te steunen in de oproepof met een eventuele nieuwe motie om dat door te trekken naar andereprovincies?Mevrouw Den Hollander (VVD):Wij zullen iedere motie die over dit onderwerp wordt ingediend, metinteresse lezen en bekijken of we die wel of niet kunnen steunen. Voor onsis het heel belangrijk dat wij voor iedereen duidelijkheid scheppen: voorinwoners rond bedrijven maar ook voor ondernemers. Daar moeten weéén lijn intrekken. Het is niet uit te leggen dat in de ene provincie of in deene plaats andere regels gelden dan in de andere plaats. Daarom zijn wijzeker voor een landelijke regelgeving.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat klinkt goed. We zijn het met elkaar eens en dat is fijn. Dat gaan wehopelijk gewoon doorzetten.De voorzitter:Kumbaya. Mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Voorzitter. We zien dat de geitensector zelf een sectorplan heeft gemaaktvoor het verlagen van bacteriële concentraties en emissies uit degeitenstal. Het is een ambitieus plan van een sector die inziet datafwachten geen optie is. De sector is de afgelopen jaren fors gegroeidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33116 door toenemende vraag naar producten van geitenmelk zoals geitenkaasen babyvoeding voor baby’s die allergisch zijn voor koemelk. Hier moet delastige afweging worden gemaakt tussen het economische belang van desector inclusief de handelsbelangen, het belang van de ondernemers ende bedrijven en het belang van de gezondheid van omwonenden. Datvraagt om een zorgvuldige en proportionele besluitvorming.Om zelf een goed beeld te krijgen van de diverse belangen die spelen, hebik afgelopen vrijdag een werkbezoek afgelegd naar de gemeente Bernhezein Noord-Brabant. Ik heb gesproken met de gedeputeerde van deprovincie, de wethouder van Bernheze, de lokale huisarts, infectieziekten-onderzoekers, de GGD, de Gezondheidsdienst voor Dieren, een afvaar-diging van LTO en NGZO en met de ondernemers van het geitenbedrijfwaar we te gast waren. Dat zijn partijen met uiteenlopende belangen diezeer bereid waren naar elkaar te luisteren, hun zorgen te delen en de hoopuit te spreken op een duidelijk toekomstscenario voor alle partijen. We zijnbenieuwd naar de stappen die het kabinet de komende tijd gaat zetten enwe volgen dit op de voet.Dank u wel.De voorzitter:Hartelijk dank. Ik zie nog een interruptie van lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Is de VVD het met ons eens dat de afstandsnormen moeten leiden totminder stallen in plaats van minder woningen?Mevrouw Den Hollander (VVD):Die twee zaken hebben een relatie met elkaar. Op het moment dat we eenafstandsnorm instellen gaat die beide kanten op. We betreuren het enormdat daarmee de woningbouwambities die dit kabinet ook heeft, onderdruk komen te staan. Toch staat veiligheid voorop. Het gaat dus tweekanten op.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nee, als je naast afstandsnormen niet kiest voor een afbouw van hetaantal geiten, gaat dat direct ten koste van woningbouw en is dat in hetvoordeel van de geitenindustrie. Dus als de VVD moet kiezen tussen degeitenhouderij of woningen, waar kiest ze dan voor?Mevrouw Den Hollander (VVD):Dat is niet de vraag. Op het moment dat je kiest voor het saneren vangeitenbedrijven, waar u op doelt, gaat dat ten koste van de geitenbe-drijven. Het gaat om de afweging in balans. Ik vond eigenlijk wat de heerFlach in zijn inbreng zei ... Het is gewoon een superingewikkelde keuze diewe moeten maken en dat moeten we gefundeerd en proportioneel doen.Daarom wachten we de stappen af die het kabinet gaat nemen.De voorzitter:Laatste keer.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn vraag was: als de VVD moet kiezen tussen de geitenindustrie enwoningen, waar kiest ze dan voor? Dat hoor ik nog steeds niet. Kiest zevoor sanering van de geitenhouderij, een afbouwpad, in het voordeel vanwoningen?Mevrouw Den Hollander (VVD):Volgens mij is dat niet een keuze die vandaag voorligt. Het belang vanbeide partijen moet worden afgewogen en er moeten proportioneelmaatregelen worden genomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33117 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Stel dat er een gemeente is die graag een woningbouwproject wil doenmaar dat er een geitenhouderij in die zone ligt, is de VVD dan bereiddwang toe te passen om die woningbouw voorrang te geven?Mevrouw Den Hollander (VVD):Als wethouder Woningbouw heb ik hiermee daadwerkelijk te makengehad. Op dat moment was de conclusie dat daar geen woningen kondenworden gebouwd. Is daarmee uw vraag beantwoord?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het is altijd een belangenafweging, dus je kunt er als wethouder ook voorkiezen die woningbouw wel te laten plaatsvinden en die boerderij tesluiten.Mevrouw Den Hollander (VVD):Volgens mij moeten wij proportionele maatregelen nemen. We hebbendiverse uitdagingen in dit land die we moeten aanpakken. Als wij eendiscussie gaan voeren over de Nota Ruimte, is het volgens mij heelbelangrijk dat we ook dit soort afwegingen meenemen. Waar in Nederlandis ruimte voor welke ontwikkeling? Nederland is een overvol land. Wewillen veel, we hebben veel ambities en we hebben grote ruimtevragers.Ik denk dat de Nota Ruimte het instrument is om straks keuzes te makenen er een uitvoeringsprogramma aan te koppelen. We moeten het niet secsplitsen op woningbouw versus geitenhouderij. Daarmee versmal je dediscussie veel te veel.De voorzitter:Laatste keer.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het gaat mij erom in ruimtelijke ordening keuzes te maken waarbij jesoms dwang nodig hebt om de keuze te maken ten koste van iets anders.Is de VVD daartoe bereid?Mevrouw Den Hollander (VVD):De VVD loopt niet weg voor het nemen van beslissingen, ook niet als datmoeilijke beslissingen zijn. Het moet wel proportioneel zijn en het moet inverhouding zijn.De voorzitter:Dank u wel. Nog een laatste ... ik wou zeggen «oprisping» maar dat is welerg onaardig. Een laatste interruptie.De heer Graus (PVV):Dat mag hoor. Ik ben heel wat gewend. Ik kom uit de oostelijke mijnstreek.Ik wil mijn collega van de VVD even aanspreken, want zij is ook dierenarts.Ik vind het heel fijn zo’n dierenarts in ons midden te hebben. Het gaateven over het blauwtongvirus, want daarover heb ik mijn collega nietgehoord. Het is een zeer ernstige ziekte waardoor heel veel diertjeshebben geleden. Ik ga er twee interrupties aan wijden. Dat gaat oververnatting in Nederland waardoor knutten goed gedijen. Dat gaat over deafvaltreinen die vanuit Italië naar Amsterdam zijn gegaan en waarbijallemaal knutten zijn gesignaleerd bij open afvalbelten. Maar er speelt ookverwaaiing. Er is een heel bekende onderzoeker die heeft aangetoond datvirussen vele, mogelijk tientallen kilometers en volgens dierenartsenlaatst mogelijk meer dan 100 kilometer kunnen verwaaien. Hoe staat zijhierin? Dat wil ik gewoon als ter zake deskundige weten, ook ten behoevevan mijn inbreng.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33118 De voorzitter:Kijk eens aan. Ik twijfel of we nu een technische briefing hebben of eendebat. Mevrouw Den Hollander, ga uw gang.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik wil hier niet het idee neerleggen dat ik als dierenarts overal verstandvan heb. Laat ik daarmee beginnen. Ik wil met alle liefde af en toe eencollege geven in deze zaal of in de plenaire zaal. Ik had vijf minutenspreektijd en ik heb gekozen waar ik mijn inbreng graag op wildefocussen. U vraagt nu naar de blauwtongsituatie. Ja, die vind ikzorgwekkend. Blauwtong heeft de afgelopen jaren heel veel dieren heelveel ellende bezorgd, ook veel schapenhouders en andere dierenhouders.We moeten zorgen dat er goed gevaccineerd wordt tegen blauwtong omzo veel mogelijk ziekte-uitbraken te voorkomen. Het klopt dat virussen zichover hele grote afstanden kunnen verspreiden. Ik heb niet voor nietsgezegd dat dit voor een deel ook komt door reisbewegingen die mensenmaken. Dat komt door handel en dat komt ook door intensieve veehou-derij. Daarmee speel ik andere fracties in de kaart. We leven namelijk metz’n allen op een heel klein oppervlak en daardoor krijg je inderdaadziekten die overgaan van dier naar mens en ziekten die overgaan van diernaar dier. Daarin moeten we met elkaar een balans zien te vinden.De voorzitter:Dank u wel. Nog een tweede vraag?De heer Graus (PVV):Dank u wel daarvoor, want ik zal er dadelijk in mijn inbreng op terug-komen. Dan kan ik u niet meer bevragen en daarom doe ik het nu even.Dank daarvoor.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu wel naar de inbreng van de heer Koorevaarvan het CDA.De heer Koorevaar (CDA):Dank u wel, voorzitter. Bij dierziekten gaat het om vooruitzien, voorbe-reiden en verantwoordelijkheid nemen. Daarbij moeten we de uitdagingenvan vandaag serieus nemen, juist omdat die snel kunnen veranderen.Zagen we in 2024 nog veel blauwtong, in 2025 gelukkig niet. Dat was eenopluchting voor zowel dieren als hun houders. Ik wil het hebben overlumpy skin disease, LSD, over vaccinatie en handel in gevaccineerdeproducten, over IBR en over de geitenhouderij.Het klimaat verandert. Waar lumpy skin disease ooit een tropischeveeziekte was, komt deze nu akelig dichtbij door de uitbraak in Frankrijk.Daarop moeten we goed voorbereid zijn en daarom de volgende vragen.Hoe staat het ervoor met de Nederlandse voorraad LSD-vaccins? Is hetvoor dierenhouders bekend wat de lumpy skin diseasesymptomen zijn? Isde Minister bereid extra inzet te plegen op bewustwording? De derdevraag is of we überhaupt voldoende voorbereid zijn op andere dierziektendie we kunnen verwachten als gevolg van klimaatverandering? Waar blijktdat concreet uit?Voorzitter. Tijdens het vogelgriepdebat van 18 december 2025 is een motieaangenomen met de gezant of met extra inspanning van de CVO om dehandel van gevaccineerde dieren en producten geen belemmering te latenzijn om een noodvaccinatie toe te passen. Bent u bereid om u naastvogelgriep ook te richten op MKZ en LSD? We zagen pas nog een uitbraakvan MKZ op Cyprus, dus het is zeker van belang daar werk van te maken.Ik kom op het derde onderwerp. Het heeft mij echt verbaasd bij hetterugkijken van het commissiedebat van 6 februari dat er nog steeds geenAMvB ligt voor IBR, terwijl de Minister toen aangaf vaart te willen makenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33119 met de EU-vrijstatus. Vanochtend konden we lezen dat er in de laatstetwee maanden van 2025 vijftien gevallen van IBR bij kwamen. Er is dusurgentie. Een vraag: klopt het dat de AMvB voor IBR niet per 1 januari vandit jaar maar per 1 juli 2026 wordt ingevoerd? Wat is hiervan de reden?Dan de geitenhouderij en longontstekingen bij omwonenden. Afgelopenvrijdag was ik met collega Den Hollander bij een bedrijfsbezoek. U weetwie we daar allemaal hebben gezien. Wat mij daar opviel, was hetongemak. Dat was bij de provincie over wat wijs beleid is en bij degeitenhouder die goed wil zijn voor zijn omgeving. Ik zag bij iedereen hetbesef dat afstandsmaatregelen de oorzaak niet wegnemen. Tegelijkertijdmoeten we nu wel iets doen. Prudentie boven perfectie. Er is eenconsistent aantoonbaar verband tussen de afstand van geitenhouderijenen omwonenden. De «vermoedelijke» oorzaak is fijnstof uit geitenstallen.In één onderzoeksgebied werd er een associatie gevonden tussen meergeiten en meer longontstekingen, in een ander gebied niet. We nemen hetrisico op longontsteking serieus. Ik ervaar ongemak over het feit datondanks ingestelde moratoria het aantal geiten is toegenomen. Nu weweten dat er een verband bestaat, moeten we op zoek naar de onderlig-gende oorzaak en zal de geitensector niet verder groeien.De Minister stelt een aantal zaken voor, zoals blijvende monitoring. Wijzeggen: doen. Een afstandscriterium uitwerken ten opzichte vannieuwbouw lijkt ons ook verstandig. Wat ons betreft is er structuurbeleidnodig. Kijk dan ook integraal. De oorzaak moet boven water komen.Ik heb nog wel enkele vragen over dit onderwerp. Een. Wat wil de Ministerconcreet doen bij bestaande situaties? Twee. Hoe kijkt de Minister naarstructuurbeleid waarin ze ook de geitensector meeneemt? Drie. Als deoorzaak wordt gevonden, kan dan het afstandscriterium vervallen? Vier.Wordt er in het afstandscriterium rekening gehouden met de meestvoorkomende windrichting? Ik begrijp echt wel dat het via de lucht komtals ik naar de stukken kijk. De vijfde en laatste vraag: kan de Ministertoezeggen dat het moratorium geen belemmering vormt voor stalaanpas-singen die fijnstofemissie verminderen? Zo niet, welke stap zet deMinister om dit alsnog mogelijk te maken en op welke termijn?Tot zover.De voorzitter:Kijk eens aan. Voordat we naar de interrupties gaan wil u misschien zelfnog even toelichten wat IBR is.De heer Koorevaar (CDA):Infectieuze boviene diarree. Een hele vervelende ziekte voor runderen.De voorzitter:Kijk eens aan. Daar zullen de mensen die meekijken, enorm mee geholpenzijn. Fijn dat u dat even wilde toelichten. Ik heb een eerste interruptie vanmevrouw Bromet.De heer Koorevaar (CDA):Ik heb het verkeerd gezegd, hoor ik.De voorzitter:Heel goed. We gaan naar de interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):«Vervelende dierziekte» lijkt mij genoeg voor deze Kamerleden. Ik hoor deCDA-woordvoerder zeggen dat de geitensector niet verder zal groeien,maar daarvoor zijn wel maatregelen nodig, bijvoorbeeld het invoeren vandierrechten. Is het CDA daar voorstander van?De heer Koorevaar (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33120 Ik denk dat we integraal moeten kijken. U heeft kunnen lezen in een eerderdocument, het basisdocument dat tussen D66 en het CDA naar buiten isgekomen, dat milieugebruiksruimte een leidend principe is, ook inNederland. Het kan niet zo zijn dat je wel dierrechten hebt voor devarkens- en de kippenhouderij en dat je fosfaatrechten hebt voor demelkveehouderij, maar dat je geen beperking van de omvang hebt in degeitensector. Ik vind dat gewoon niet fair tussen de verschillendesectoren. Ik denk dat het heel netjes is op het moment dat je zegt:jongens, we hebben met z’n allen een emissie-issue, daar moeten we welmet z’n allen aan werken. Daar hoort begrenzing bij. Daarbij zeg ik ook datvoor mij een integrale afweging leidend is.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Goed om te horen. Ik hoop dat daar ook actie op gezet wordt. Hetvervelende is dat dat nooit in het openbaar besproken moet worden. Hetheeft allemaal zo lang geduurd dat dat nu wel gebeurt. Dat werktspeculatie in de hand. Is het CDA het daarmee eens?De heer Koorevaar (CDA):Ja, dat snap ik eigenlijk wel. Ik snap dat dat speculatie in de hand werkt,maar er zijn ook moratoria. Ik begrijp ook, als ik in Brabant ben geweest,dat er ondanks de moratoria toch een groei van de veestapel is geweest,ook al is die beperkt. Ik denk niet dat er op dit moment zo veel ruimtemeer is. Dat is echter een inschatting. Ik weet helemaal niet wat IBRprecies is, laat staan dat ik dit helemaal weet. Dit zou mijn inschatting zijn.De voorzitter:We gaan eerst naar een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik denk dat het gezien de onderhandelingen interessant is om het CDAverder te bevragen. Ik hoorde een uitspraak over de afstandscriteria. Wilhet CDA de Gezondheidsraad en de adviezen opvolgen en, zo ja, op welketermijn?De heer Koorevaar (CDA):Pardon, ik had mijn microfoon niet uitgezet. Ik zet hem nu weer aan. Wezijn samen in beeld en dat is helemaal prima.Toen ik de brief van de Minister las, zag ik dat die het VGO-onderzoekserieus neemt en ook de epidemiologische studie serieus neemt. Dat iseen zorgvuldig traject geweest. Ik ben begonnen met mijn deel over degeitenhouderij waarbij ik aangaf heel veel ongemak te ervaren. Ik heb opdat erf rondgelopen en met de wethouder gesproken, met de gedepu-teerde en met de geitenhouder. Die geitenhouder zegt nota bene zelf geengevaar te willen zijn voor zijn omgeving en graag het goede te willendoen. Ik denk dat het goed is om in de afweging het goede doen voor devolksgezondheid en geen rigoureuze maatregelen nemen terwijl je ookselectiebias graag wil uitsluiten. Je wil ook uitsluiten dat er geen grootsignificant verschil is tussen de eerste 500 en de tweede 500 meter. Ik volgde redeneerlijn van de Ministers en ik zou hen willen vragen om daar welvaart achter te zetten.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is een heel lang antwoord, waarbij er eigenlijk gezegd wordt: nee. HetCDA wil het advies van de Gezondheidsraad nog niet uitvoeren. Het wilnader onderzoek en geeft geen termijn. Ik snap de opmerking van het CDAover ongemak heel goed. Ik vraag daarbij of dat ongemak niet juistvoortkomt uit een Rijksoverheid die heel erg lang afwacht en niet zelfmaatregelen neemt. Een voorbeeld daarvan is dat er wel een lokaal ofprovinciaal moratorium is maar geen landelijk moratorium. Het CDA heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33121 zelf geconstateerd dat daardoor nog steeds groei kan plaatsvinden en erallerlei andere gevolgen zijn. Herkent het CDA dat beeld?De heer Koorevaar (CDA):Ja, na een lang antwoord komt er ook een lange vraag. Het antwoord wasinderdaad als u dat kort wilt hebben: nee. Dan volgen we inderdaad hetadvies van de Minister om te komen met een afstandscriterium. Ik ben hetmet de Ministers eens dat er een afstandscriterium moet komen.Prudentie gaat immers boven perfectie. Ook dan zullen we het nog nietprecies weten, maar we moeten er wel een besluit over nemen. Daartoeroep ik de Ministers op. Nogmaals, in die belangenafweging is dat derichting die het kabinet nu kiest.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Waarom ondermijnt het CDA de Gezondheidsraad?De heer Koorevaar (CDA):Dat vind ik een valse tegenstelling; alsof het CDA dat zou doen. Volksge-zondheid staat ook wat ons betreft voorop. We hebben in de VGO-onderzoeken gezien dat de oorzaak er niet is. We kunnen niet zoals bijQ-koorts precies aanwijzen: het is deze bacterie en daar kun je tegenvaccineren. Het is eerder waarschijnlijk dat het een van de 23 bacteriën isdie gevonden zijn. Dat staat ook in het Gezondheidsraadadvies. Hetkunnen endotoxinen zijn, het kunnen bacteriën zijn, het kan fijnstof zijn ofhet kan aan het stalsysteem liggen. Daar zit wat mij betreft het ongemak.Op het moment dat je maatregelen neemt, wil je maatregelen nemenwaarmee je de oorzaak wegneemt. Op het moment dat je dat niet preciesweet, ga je werken met een afstandscriterium. U heeft mij horen zeggendat ik daarvoor ben, maar dat ik de verdere uitwerking van het kabinetafwacht. Ik heb daarbij gezegd haast te maken. Het is wederom een langantwoord, maar wel een afgewogen antwoord en geen simpel antwoord.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb ook geen simpele antwoorden, maar de Gezondheidsraad heeftheel duidelijk geadviseerd om binnen 1 kilometer in iedere geval geengeitenhouderijen te plaatsen naast scholen, kinderopvangcentra et cetera.Dus ik snap niet dat het CDA dat niet overneemt. Mijn laatste vraag is danof het CDA het ongemak niet voelt van al die mensen die al longpro-blemen hebben, van al die mensen die zich zorgen maken over hunkinderen en van al die mensen die nog steeds niet zien dat het kabinethun gezondheid beschermt.De heer Koorevaar (CDA):Ik voel dat ongemak wel. Ik ben ook begonnen met dat te zeggen, maardaarbinnen maak ik een afweging. Ik zal u ook nog meenemen naar eengesprek aan de keukentafel, dat ik had om de mensen te spreken die hetbetreft. Op de vraag of het voorkomen van longontstekingen soms ookwordt verward met Q-koorts was het antwoord breed bevestigend. Dat isdus niet iets wat uit dit onderzoek blijkt. Dat is iets wat daar in de streekerg leefde en daardoor onder een vergrootglas ligt. Daarom vind ik dat wehier heel prudent mee om moeten gaan. Het klinkt misschien raar voor u,maar u moet het er toch maar mee doen.De voorzitter:Nou, kijk eens aan. Lid Kostic´, uw laatste interruptie was helaas meer dan30 seconden. Ik zie nog meer interrupties. Mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik hoor de heer Koorevaar spreken over de 23 kiemen die zijn gevonden,over fijnstof en over endotoxine. Als dit het allemaal niet is en we vindenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33122 het nooit, wat vindt het CDA dan van het toepassen van het voorzorgsbe-ginsel in de afstandsnorm?De heer Koorevaar (CDA):Nu dicht u mij wel heel veel wijsheid toe. In de stukken las ik dat er rond2016, 2017 ook al vrij veel onderzoek is gedaan naar fijnstof en ook naarfijnstof in de veehouderij. Dat heeft daarna een poos stilgelegen en nu ishet superurgent geworden. Ik zie dat de sector is gekomen met eensectorplan, waarin ze proberen die oorzaken boven water te halen. Watmij dan opvalt, is dat de routes daarin bekend zijn. Het zal waarschijnlijkiets met het instrooien van de stal zijn. Het zal te maken hebben met hetuitmesten van de stal of het zal te maken hebben met het verspreiden vande mest over het land, waarbij de emissie door de lucht het meestwaarschijnlijk is. Dat is wat we nu weten.Wat mij opviel, is dat we eigenlijk nog vrij weinig weten over wat exact deziekteverwekker is. Ik heb er nog hoop op dat die oorzaak wel wordtgevonden. Er is volgens mij nog een onderzoek vanuit Wageningenonderweg. Dat komt in het eerste kwartaal. Daarin wordt geprobeerd demeest waarschijnlijke veroorzaker of de meest waarschijnlijke route aan tetonen. Ik ga niet vooruitlopen op de vraag wat er gebeurt als die nooitwordt gevonden. Daar zullen we dan vaker over praten in debatten overdierziekten en zoönosen, denk ik.De voorzitter:Heel goed. Ik kijk ondertussen ook een klein beetje naar de klok. Wehebben zo meteen nog vijf sprekers, dus ik wil u allen vragen om in debeantwoording iets korter te zijn. Dat is geen kritiek op u, meneerKoorevaar. Ik heb dit geconstateerd bij vele van uw voorgangers, dus ik gadaar wat strenger op zijn. Mevrouw Den Hollander, was dit voldoendevoor u? Dan ga ik naar mevrouw Van der Plas. Meneer Graus.De heer Graus (PVV):Ik wil toch even iets zeggen over wat u nu voorstelt. Wat ik altijd raar vind,is dat degene die zich stilhoudt en weinig vraagt, gestraft wordt voordegenen die de boel overtreden. Ik vind dat niet goed. Heel veel mensenvoor ons hadden een «lange Leitung» en dan zouden wij, die dadelijkvragen willen stellen, gekort worden. Dat vind ik gewoon niet eerlijk.De voorzitter:Voor alle duidelijkheid: mijn opmerking ging over de beantwoording, nietover het stellen van de vragen. Volgens mij mag u erop vertrouwen dat ikdaar heel fair mee omga. Mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik vind het maar een vaag verhaal van de heer Koorevaar. Ik weet eigenlijkhelemaal niet wat hij nou wil met de geitensector en de geitenhouderij.Het moratorium geldt ook voor stalaanpassingen waarmee de uitstoot vanfijnstof verminderd kan worden. Is het CDA dan tegen het moratorium ofgaat het CDA dan voor een moratorium stemmen?De heer Koorevaar (CDA):De Minister heeft opgeroepen om de moratoria in stand te houden. Datsnap ik. Maar als ze dat dan doet en het blijkt dat je met een stalaan-passing toch die emissie weg kan nemen, dan vraag ik de Minister hoe weervoor kunnen zorgen dat die moratoria dan niet in de weg zitten.Mevrouw Van der Plas (BBB):De geitensector heeft niks aan het CDA, want het CDA is gewoon heelvaag in wat het nou met de geitenhouderijen wil. Eigenlijk mogen ze ookniet groeien. Ze mogen niet uitbreiden. Of mogen ze wel uitbreiden? WatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33123 is nou het standpunt ten aanzien van de geitenhouders in Nederland vanhet CDA?De heer Koorevaar (CDA):We nemen een afgewogen beslissing wat betreft een afstandscriterium.Het zou logisch zijn om in de integrale afweging rond emissies ook degeitensector te begrenzen. Dat is wat ik ervan vind.De voorzitter:Laatste keer.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dan concludeer ik dat ook het CDA deze sector eigenlijk kapot wil maken.De voorzitter:Ik ga toch heel even een opmerking maken. Dit gaat een klein beetje uit debocht, mevrouw Van der Plas. Misschien kan dat iets milder de volgendekeer. Meneer Koorevaar.De heer Koorevaar (CDA):Ik wil een punt van orde maken. Hier heb ik echt wel bezwaar tegen. Ikvind dit niet terecht. Ik heb een heel afgewogen verhaal. Als dat mevrouwVan der Plas dat niet bevalt, dan is dat gewoon jammer.De voorzitter:Dat is dan helder. Nog een interruptie van de heer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Ik hoor de heer Koorevaar met een beetje frisse tegenzin, denk ik, zeggen:wij zijn eigenlijk tegen die afstandsnorm van nieuwvestiging, maarvooruit, we snappen het; het is prudent, we doen het. Maar mochten er nuwel significante stappen worden gemaakt richting de omwonenden,bijvoorbeeld middels emissiereductiebeperkende mogelijkheden, dan lijktCDA mij ook zo’n nuchtere agrarische partij die het dan wel opnieuw overdeze afstandsnormen wil hebben. Klopt dat?De heer Koorevaar (CDA):Het antwoord is ja. Dat was ook mijn derde vraag. Als uit onderzoek blijktdat emissies bijvoorbeeld kunnen worden afgevangen en daarmee hetrisico wordt ondervangen, dan kun je ook dat afstandscriterium loslaten.Mijn vraag aan de Minister was of zij dat dan ook kan?De voorzitter:Nou, kijk eens aan. Dan zie ik geen interrupties meer en gaan we naarmevrouw Beckerman voor haar inbreng. Ik overval u een beetje.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, ik dacht dat we allemaal nog gingen interrumperen, maar dat valtreuze mee.Voorzitter. Ik ben geschrokken van de verhalen. Dramatisch, gezinnen dieontworteld raken door de langdurige invaliditeit van mensen. Ze voelenzich in de steek gelaten en helaas hebben ze gelijk. Meer dan2.000 besmettingen, een tiental mensen met hartklepontstekingen en zesdoden. De geitensector blijft groeien. Er staan ook nog uitbreidingen opstapel. Veel bedrijven bevinden zich in de nabijheid van of zelfs ín debebouwde kom en vormen daarmee een groot risico voor de volksge-zondheid. In Duitsland werd na een grote Q-koortsepidemie geadviseerdgeen geiten te houden binnen 500 meter van een woongebied. InNederland blijft het angstvallig stil. Ik moet helaas constateren dat hetkabinet achter de feiten aanloopt, zodat de besmetting zich steeds verderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33124 heeft kunnen uitbreiden. Het lijdt geen twijfel dat economische belangeneen doortastend beleid in het belang van de volksgezondheid hebbengefrustreerd.Voorzitter. Dat is niet mijn woordvoering, maar de woordvoering van eenvoorganger, Henk van Gerven, op 11 november 2009, voormalig huisartsin Oss die eindeloos veel aandacht heeft gevraagd voor Q-koorts. Hoepijnlijk is het dat deze woorden uit 2009, inmiddels zeventien jaar geleden,nog zo actueel zijn? We hebben onvoldoende geleerd van fouten uit hetverleden en onvoldoende geleerd van die Q-koortsuitbraak. Q-koorts laatzien wat er gebeurt als signalen te laat worden opgepakt, bedrijfsbelangenbelangrijker worden gevonden dan het grote belang van volksgezondheiden de menselijke gevolgen te lang buiten beeld blijven. We vragendaarom opnieuw aandacht voor al die mensen die nog te maken hebbenmet gevolgen van Q-koorts.Het is een compliment waard, zeg ik in de richting van Minister Bruijn, dathij met hen in gesprek is gegaan. Zij zeggen dat dit een begin vanerkenning is. Ik denk dat dat heel waardevol is. Hij is de negendebewindspersoon op dit dossier. Maar de pijn blijft, want de geitenhoudersworden gecompenseerd, maar naar de patiënten is natuurlijk jarenlangniet omgekeken. Daarom stellen we opnieuw de vraag hoe de Ministerverder wil gaan met die erkenning? Komen er excuses, waar ook deOmbudsman al jaren voor pleit? Welke blijvende oplossingen voormensen met Q-koorts komen er? Hoe ziet het kabinet de structurelefinanciering van het PAIS-behandelcentrum in Noord-Brabant voor zich?Wanneer wordt hierover een besluit genomen?Voorzitter. De woorden van Van Gerven klinken ook zo actueel omdat ookal in 2009 werd gedebatteerd over zo’n afstandsnorm, over het centraalstellen van de gezondheid in veehouderijbeleid. Zeventien jaar laterblijven structurele keuzes nog steeds uit. De getallen zijn door allesprekers voor mij natuurlijk al vele malen genoemd, dus ik ga ze nietallemaal herhalen, maar er zijn jaarlijks naar schatting 841 extra gevallenvan longontsteking nabij geitenhouderijen. Het individuele risico omlongontsteking te krijgen binnen 500 meter van een geitenhouderij isinmiddels 73% hoger. Ondertussen is het aantal geiten in Nederlandtussen 2000 en nu ruim vierenhalf keer zo hoog. Maar opnieuw, net zoalsbij de Q-koorts, wacht het kabinet lang met een echte aanpak. Het besluitwelke afstandsnorm er moet komen voor nieuwbouw wordt uitgesteld.Wanneer komt dat wel? Welke planning hanteert het kabinet en wat is dande ondergrens? Volgt het kabinet nu de 1.000 meter van de Gezond-heidsraad of heeft het een andere ondergrens in gedachten?Dit gaat over nieuwvestiging, maar voor bewoners die nu binnen dieafstand van 500 meter of 1 kilometer wonen gebeurt er voorlopig nogniks. Het kabinet zegt dat geitenhouderijen schoner moeten werken, maarconcrete maatregelen worden niet genomen. Ook dat besluit wordtuitgesteld. De Gezondheidsraad is kritisch, want hoewel hij dit adviseert,zegt hij ook dat emissiereductie niet gegarandeerd effectief is. Waaromstellen we het belang van de volksgezondheid niet echt voorop enhanteren we het voorzorgsprincipe niet? Na de woorden van Van Gervenkan ik verschillende woordvoeringen aanhalen: de SP pleit er eigenlijk alheel lang consequent voor om te voorkomen dat je steeds van crisis- naarcrisisaanpak gaat. Ik kijk heel indringend naar het CDA, maar dat was nietper se de bedoeling. Wij herkennen de onzekerheid die leeft op hetplatteland. Juist omdat je niet met een structurele aanpak komt en vancrisis naar crisis gaat, blijft die ook voortduren.Voorzitter, daar wilde ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Beckerman. Ik zie geen interrupties.Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33125 Misschien nog een laatste opmerking. We hebben er natuurlijk net voorhet reces over gedebatteerd. De brief over vogelgriep komt echt te laatvoor kleine fracties. We hebben gisteravond een begrotingsdebat VROgehad. Ik wil opmerken dat ik dat vervelend vind.De voorzitter:Ik heb daar aan het begin van het debat wat over gezegd.Mevrouw Beckerman (SP):Dat heb ik gehoord, maar ik wil daar ook als fractie wel echt een punt vanmaken, want dat maakt het ingewikkeld. Bij vogelgriep gaan de ontwikke-lingen snel. We verwachten dus echt niet dat dat altijd op tijd komt, maarde tijd was nu wel heel erg kort. Dat maakt het erg lastig voor Kamerledenom er tijdig op te kunnen reageren.De voorzitter:Daar hebt u helemaal gelijk in. Meneer Goudzwaard.De heer Goudzwaard (JA21):Ja, dank u, voorzitter. Ons land kent een sterke agrarische sector diebijzonder efficiënt presteert op een relatief kleine oppervlakte. Dat is ietswaar velen van ons terecht trots op zijn. Maar zoals bij meerdere dossiersin ons land gaat de teruglopende en spaarzame ruimte hier en daarknijpen. Iedereen is zich er natuurlijk bewust van dat wij, gezien de velebelangen, op een verantwoorde manier die ruimte met elkaar moetendelen. Het tweede advies van de Gezondheidsraad geeft aan dat hetwonen dicht bij geitenbedrijven een verhoogd risico meebrengt voor devolksgezondheid. Door de Gezondheidsraad wordt de conclusie getrokkendat het risico op longontsteking binnen een woonafstand tot 1.000 metervan een geitenhouderij aanzienlijk is verhoogd. Laten we eerlijk zijn: alsburger wil je niet te horen krijgen dat je woonachtig bent in een omgevingmet gezondheidsrisico’s.JA21 vindt dat dergelijke zorgen serieus genomen moeten worden. Erliggen immers verschillende rapporten, waaronder de VGO-onderzoeken,RIVM-studies en deelrapporten van de Gezondheidsraad. Toch heeft ditverhaal ook een andere kant. De Gezondheidsraad concludeert hetvolgende. Let wel, ik citeer nu even uit de brief van 9 januari. In het eerstedeeladvies over de gezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen wordtgezegd dat het verband tussen wonen in de nabijheid van geitenhoude-rijen en het risico op longontsteking waarschijnlijk oorzakelijk is. Dedaaropvolgende zin, die wellicht het scharnierpunt vormt tussenwetenschappelijke analyse en politieke besluitvorming, is: «Dat geeftvolgens de Gezondheidsraad voldoende aanleiding voor overheden omop basis van het voorzorgsbeginsel maatregelen te nemen om degezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen tebeperken».De Gezondheidsraad spreekt van een waarschijnlijk oorzakelijk verband. Inhaar brief van 9 januari schrijft de Minister dat het kabinet op basishiervan een afstandsnorm voor nieuwvestiging gaat uitwerken. Kan deMinister toelichten welke juridische en wetenschappelijke drempels zijhanteert om op basis van een waarschijnlijk verband al te starten met devoorbereiding van landelijke en generieke normen? Hoe voorkomt hetkabinet dat hiermee de bestuurlijke standaard ontstaat waarbijwaarschijnlijk verband in andere dossiers eveneens voldoende wordtgeacht voor verregaande beperking op eigendom, bedrijfsvoering enruimtelijke ordening?Voorzitter. Volksgezondheid staat voorop, maar het voorzorgsbeginselmag geen carte blanche zijn voor stilstand. Ik herinner mij de jaren2019–2020. Ik was toen Statenlid. Het staat me nog heel helder voor degeest dat het toenmalige pfas-beleid leidde tot een bouwstop op basis vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33126 extreem lage normen. Elk hoopje aarde dat toentertijd werd gecreëerd,zoals het aanleggen van zoiets basaals als een zandbakje voor je kinderen,werd behandeld als een dampende hoop chemisch afval. Enkele maandenlater bleek dat de normstelling disproportioneel streng was en fors moestworden bijgesteld. Ik heb het dan echt over een factor 20 tot factor 40.JA21 vindt dus dat maatregelen gebaseerd moeten zijn op aantoonbaarrisico, proportioneel moeten zijn en bovendien bijgesteld moeten kunnenworden op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Mede daaromheeft mijn partij, samen met nog zes medestanders, in mei 2025 tegen demotie gestemd op een nationaal uniform moratorium met een verbod opuitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw van geitenstallen. Het is ondanksalles namelijk ook een feit dat het laatste rapport geen keiharde oorzaakaanwijst voor longontsteking.Natuurlijk moet een vermoeden van een verband de ruimte geven omrisico’s te verkleinen. Dat staat echt voorop. Daarom zijn we ook blij meteen sector die zijn verantwoordelijkheid wil nemen om gezondheidsri-sico’s terug te dringen. Sinds september ligt er namelijk een sectorplanmet maatregelen, zoals strengere bioveiligheid, scholing, pilotmetingen,innovatie, allemaal gericht op het terugdringen van bacteriële emissies uitstallen. Deze maatregelen richten zich op de veronderstelde bron enmaken het mogelijk om de effecten in praktijk te volgen. Juist omdat deoorzaak van longontsteking nog niet eenduidig is vastgesteld en deeffectiviteit van de maatregelen nog moet blijken, past op dit moment watons betreft enige terughoudendheid. Het ligt daarom voor de hand omeerst ervaring op te doen met een generieke aanpak, voordat wordtoverwogen om over te gaan tot generieke ruimtelijke beperkingen. Wijblijven deze laatste ontwikkelingen natuurlijk nauwgezet volgen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Hartelijk dank. Wij gaan naar de volgende inbreng. Die is van de heerGrinwis, ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter, dank u wel. De Q-koorts ligt voor veel mensen nog vers inhet geheugen. Sterker, voor zo’n 2.000 mensen is Q-koorts geen geslotenboek, maar nog altijd een harde dagelijkse realiteit. Hoe de overheid metdeze mensen en met de Q-koortsepidemie is omgegaan verdiende opgeen enkele wijze de schoonheidsprijs, integendeel. Welke taken enverantwoordelijkheid ziet de Minister van VWS voor mensen die langdurigdoor Q-koorts of de gevolgen ervan zijn getroffen? Collega Den Hollandervroeg daar ook al naar.Je mag niet alles over één kam scheren, maar vandaag zien we opnieuwdat er waarschuwingen op tafel liggen terwijl structurele keuzes uitblijven.De aloude spanning tussen de Ministeries van VWS en LVVN is bij deGezondheidsraad neergelegd. De Gezondheidsraad is vervolgens duidelijkgeweest, maar is tegelijkertijd terecht niet op de stoel van de bewindsper-sonen gaan zitten. Zij zullen moeten kiezen. Tot nu toe vinden ze dat lastig,hoe collegiaal ze misschien nu ook achter de tafel mogen zitten. Mijnvraag is dan: hoe gaan beide ministeries zich tot elkaar verhouden? Inwezen is het nu nog steeds «agree to disagree», een bewuste keuze omgeen keuze te maken. Vervolgens is vervolgonderzoek dan een beproefdmiddel. Altijd maar dat mantra: meer onderzoek. Maar de vraag is hoeveelmeer kennis je nodig hebt als beslisser om tot plannen te komen. En ja,die plannen, die maatregelen, die moeten tegelijk proportioneel zijn.De voorzitter:Meneer Grinwis, ik zie een interruptie van mevrouw Bromet. Ga uw gang.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33127 Tot nu toe een goed verhaal van de heer Grinwis, maar hij doet net of hetMinisterie van LVVN en dat van Volksgezondheid gelijkwaardige partnerszijn wat betreft zoönose, terwijl volgens mij al lang duidelijk is en beslotenis dat Volksgezondheid de leiding heeft bij zoönose. Is hij het daarmeeeens?De heer Grinwis (ChristenUnie):Daar ben ik het mee eens. Tegelijkertijd zegt dat nog niks over welkekeuzes er worden gemaakt en welke maatregelen er worden getroffen. Datzegt nog niks over de aard van de maatregelen en welke eisen je daaraanstelt. Hoe dominant maak je het voorzorgsbeginsel? Mevrouw Brometmaakte dat in haar bijdrage dominant. Of leg je meer nadruk op deproportionaliteit van maatregelen? Dat zijn allemaal smaken die er nogsteeds zijn, ook al is misschien de ene bewindspersoon of het eneministerie prioritair of dominant boven het andere. Tegelijkertijd zittenhier twee bewindspersonen die volgens mij elkaars gelijken zijn. Ik stel zeals elkaars gelijken een vraag en vraag om een antwoord. Hoe dierangorde op papier ook mag zijn, ik zie dat er nog steeds spanning istussen beide perspectieven. Die spanning wordt maar niet opgelost,behalve dan door maar weer meer onderzoek uit te zetten.De voorzitter:Helder. Hij mag volgende keer iets korter. Gaat u door met uw inbreng.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik voer niet alle zoönosedebatten. Je moet als kleine fractie zoje keuzes maken. Wat me wel steeds opvalt als ik er weer eens ben, is dathet beleid zo ad hoc is; dan de kippen, dan de geiten. Waar is de funda-mentele standpuntbepaling over veehouderij in relatie tot volksge-zondheid? Hoe kijken de aanwezige kabinetsleden daarnaar? Is er nou eenlacune of zit het allemaal wel snor? Graag een reactie. We weten hetinmiddels allemaal, zeker na corona: zoönosen kunnen zich snel vertalennaar een pandemie met vergaande impact. Het voorkomen van dergelijkeuitbraken vraagt om een integrale aanpak, waarin gezondheid structureelwordt meegenomen in ruimtelijke ordening, vergunningverlening enbeleidsvorming. Ik ben dus benieuwd hoe de beide Ministers dat zien, metde nadruk op de Minister van VWS.Terug naar de geiten.De voorzitter:Nog heel even stoppen, want ik zie een interruptie van mevrouwDen Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):In mijn betoog heb ik het uitgebreid gehad over de monitoring die in delandbouw- en huisdierensector enorm goed ingeregeld is. Deelt de heerGrinwis dat het in zoönotisch belang ook goed is om de monitoring in dehumane gezondheidszorg veel verder invulling te geven?De heer Grinwis (ChristenUnie):Daar ben ik het eigenlijk best wel mee eens. Ik begreep in de voorbe-reiding van dit debat – dat is ook een uitdaging voor de Gezondheidsraad– dat er sprake is van heel veel onderrapportage, bijvoorbeeld bij dewoonlocatie in relatie tot een geitenhouderij in dit actuele voorbeeld,waardoor het heel moeilijk is om causale relaties te kunnen leggen. Dat isopgelost met heel langjarige reeksen. Op een gegeven moment heb jedan statistisch significante verschillen en kun je dus iets zeggen overwaarschijnlijke causaliteit. Dan nog zou het probleem veel beter kunnenworden beetgepakt als je die rapportages en relaties beter op orde zouhebben. Ik ben het dus heel erg eens met mevrouw Den Hollander en benTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33128 ook wel benieuwd naar de reactie van de Minister van VWS hierop, omdatdat zou helpen.De heer Koorevaar (CDA):U zei: we moeten dat beter afwegen, de gezondheid meer meenemen enmeer data verzamelen. Bent u het ook met mij eens dat we ons dan meermoeten voorbereiden op de vraag welke dierziekten er eventueel nogzouden kunnen gaan komen? Moeten we dat daar dan ook in meenemen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, maar ik ben hier duidelijk niet de expert in, dus op de vraag hoe je datzou moeten doen, moet ik het antwoord schuldig blijven. In algemene zinis dat wel verstandig. In het stikstofdossier en bij de waterkwaliteit hebbenwe veelvuldig te maken met het voorzorgsprincipe. Hoe ga je daarmeeom? Dat kun je namelijk oneindig toepassen. Dan kun je vanwege hetlijden dat je vreest meer gaan doen dan het lijden dat ooit op komt dagen.Zo lijdt de mens meer dan God te dragen geeft.De voorzitter:U kunt door met uw inbreng, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Terug naar de geiten. Het zou natuurlijk het makkelijkst zijn als je zoukunnen wijzen naar één schuldige geitenbacterie, maar zo simpel is hetdus niet. Het is een cocktail. Er is sprake van multicausaliteit. De eenwordt ergens heel ziek van en de ander niet of nauwelijks. Hoogstwaar-schijnlijk loopt het via de mest van de geiten en daar zouden allerleistoffen in zitten die bijdragen aan een verhoogd risico op een longont-steking. Waar je vervolgens bij dit soort onderzoeken tegen aanloopt, is deonderrapportage. Daar hebben we het net over gehad. Uiteindelijk zegt deGezondheidsraad dat uit de langdurig beschikbare data toch wel duidelijkis dat de uitkomsten statistisch significant zijn en waarschijnlijk causaal.Dat leidt tot de conclusie dat geitenhouderijen waarschijnlijk longaandoe-ningen veroorzaken. Binnen een straal van 500 meter is het risico 73%hoger en binnen een straal van 1.000 meter 19%. Het advies is om tenminste de afstand van 1 kilometer aan te houden.Het kabinet kondigt maatregelen aan, maar gooit ook best wel veel overde schutting naar anderen of naar de toekomst. Voor meer onderzoek naardie 500 tot 1.000 meter valt op zich best wel weer wat te zeggen. Dat snapik ook. Het zegt tegen provincies: jullie hebben dat moratorium al; houdenjullie dat dan maar aan. Maar wat betekent dat dan voor de provinciesFriesland, Groningen en Zeeland die dat moratorium niet hebben? Moetendie dat dan ook invoeren? Hoe gaan we dat doen?Ondertussen blijft er wel onzekerheid voor geitenhouders. Waarom nuniet in ieder geval al een besluit om de afstand 500 meter maken? Ikbegrijp de moeite met generieke afstandsnormen overigens goed. Ikverwees net al naar de discussie over stikstof. De bufferstroken hebbenwe daar ook rond Natura 2000-gebieden, vanwege de stikstofbelasting.Die liggen nog heel vers in het geheugen. Bovendien gaat het omondernemers, families, medewerkers, om mensen.Voor nieuwe gevallen is het niet zo ingewikkeld, maar voor bestaandebedrijven ligt het toch echt wel anders. Collega Van der Plas noemde alhet prachtige bedrijf De Mèkkerstee in mijn geboortedorp. Dat ligt300 meter richting nieuwbouw en op 500 meter afstand van eenwoonzorgcentrum. Die afstand is ontstaan nadat de geitenhouderij daar allang aanwezig was. Bij mijn weten is er geen indicatie voor meerlongaandoeningen in dat prachtige dorp. Hoe zit dat nou? Hoe kan dat?Heeft dat te maken met de overheersende windrichting vanuit hetzuidwesten de polder in, weg van de huizen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33129 Specifieker kijken naar de gezondheidssituatie in een gebied is dus nodig.Ga om te beginnen dus daar onderzoeken. Komen er op minder dan500 meter daadwerkelijk structureel meer longaandoeningen voor? Hebdaarbij expliciet aandacht voor kwetsbare groepen. Vervolgens kun jenaar omwonenden op grotere afstanden kijken. Het lijkt me dat daar deprioriteit moet liggen, want je kunt een bestaand bedrijf niet zomaarweghalen alleen op basis van een risico, terwijl er in die omgeving nietecht een aanleiding voor is. Of ziet het kabinet het anders en moet hetvoorzorgsprincipe ook in dat geval zwaarder wegen? Ik ben daar zelf meeaan het worstelen en volgens mij zijn meer collega’s dat.In de tussentijd moet je natuurlijk no-regretmaatregelen nemen, zoals hetvaker uitmesten van de stal. Daar hebben we het allemaal over gehad.Een aantal collega’s heeft het daarover gehad, ook collega Flach. Hiermoet echter wel een keuze in gemaakt worden. Volgens mij hoef je datniet allemaal over de schutting te werpen naar anderen en kun je daar zelfwel op z’n minst een aantal principes in formuleren, zodat we keuzeskunnen gaan maken.De voorzitter:Meneer Grinwis, u bent heel erg door uw tijd heen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Tot zover.De voorzitter:O, kijk eens aan. Dan waren wij het heel erg met elkaar eens. Dat is mooi.Kijk eens aan. We gaan naar de volgende inbreng. Die is van de heerGraus van de PVV.De heer Graus (PVV):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Omdat ik toch de laatste spreker ben,wil ik wil me aansluiten bij eerdere betogen om de volksgezondheid telaten prevaleren en ook om de dierengezondheid, het dierenwelzijnleidend te laten zijn en niet «lijdend» met een lange ij. Ook sluit ik mij aanbij het betoog over de eendenhouderij en de beruchte eendenslacht-huizen. Ik heb er zelfs nog een televisie-uitzending over gemaakt, samenmet een professor, een ter zake deskundige, die zei dat er extreem veeldierenleed plaatsvindt. Dat zijn toch mensen die meer weten dan wijallemaal bij elkaar. Dat wil ik even genoemd hebben.Ik wil weten welke adviezen en bevindingen beide Ministers gaanovernemen van de GGD, de Gezondheidsraad en het Longfonds. Wehebben er allemaal belangrijke post van gehad. Ik had daar graag eenreactie op gehad. Wat gaat daarvan allemaal toegepast worden? Dat magook schriftelijk. Dat hoeft niet per se vandaag.Blijf ook de negatieve gevolgen door overmatige vaccinatie of verkeerdevaccinatie monitoren alstublieft. We hebben het daar in een ander debatover gehad. Daar ga ik niet te diep op in.Laat de belangen van de omwonenden en dieren prevaleren boven deeconomische belangen. Dat is al aangehaald. Daar sluit ik me helemaal bijaan. In verband met al deze zaken steunde ik al met mevrouw Agema,voormalig Minister en ook fractiegenoot, eerder een moratorium. Laterwerd zij Minister van Volksgezondheid.Dan wil ik graag overgaan tot de aanbieding van een rapport. Dat is eenonafhankelijk onderzoek naar de uitbraak van het blauwtongvirus in 2023in Nederland, een kritische zoektocht naar de oorsprong en omstandig-heden. De Minister heeft bij een eerder debat al aangekondigd dat inontvangst te willen nemen. Daarom doe ik het. Ik ga dat via de bode doenals u me dat toestaat, mevrouw de voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33130 Naar welke Minister gaat dat? Er zitten er nu twee.De heer Graus (PVV):Het gaat in dit geval naar mevrouw de Minister, want die heeft dat ooktoegezegd. Het gaat ook naar de griffier. Waarom? Er zit namelijk eencopyright op, dus het komt bij de griffier te liggen. Daar moeten we hetbilateraal over hebben. Dat wordt allemaal te technisch. Bij de griffierkunnen de Kamerleden het allemaal inzien. Het is een onderzoeksrapport.De auteurs, de onderzoekers zijn dokter Marsha Ormskirk en ingenieurTon Kuik. Ze zijn beiden hier aanwezig op de tribune. Er zijn ook ongeveertien gedupeerden uit de sector aanwezig. Dat vind ik heel mooi. Ik hoopdat u ze zo dadelijk even van harte welkom heet. Ik mag dat niet namensu. Ik zou dus graag één exemplaar aan mevrouw de Minister willenaanbieden. Een ander exemplaar is voor de griffier van onze commissieten behoeve van alle Kamerleden, in verband met het copyright.De voorzitter:Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzagewordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamerder Staten-Generaal.)De voorzitter:Inderdaad een goede opmerking over de aanwezigen, want dat had ikzelfs aan het begin van de vergadering nog niet gedaan. Een hartelijkwelkom aan iedereen op deze tribune.De heer Graus (PVV):Inderdaad ook de gedupeerden, want het is al erg genoeg wat die bestemensen allemaal overkomen is.De voorzitter:U heeft een interruptie.De heer Graus (PVV):Ben ik al door mijn tijd heen?De voorzitter:Nee hoor, maar u heeft een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Waar gaat het rapport dat we nu aangeboden krijgen over? Daar ben ikwel nieuwsgierig naar. Ik ben ook nieuwsgierig wie die gedupeerden zijnen waardoor ze gedupeerd zijn.De heer Graus (PVV):Dat heb ik net opgelezen. Ik heb het rapport in mijn hand gehad. Toen wasu waarschijnlijk met iets anders bezig. Misschien was u Pokémons aan hetvangen. Ik heb het helemaal opgelezen. Het is een onderzoek naar deuitbraak van het blauwtongvirus in 2023 in Nederland en een kritischezoektocht naar de oorsprong en omstandigheden. Ik zit in tijdnood.Daarom moet ik het allemaal kort doen. Ik heb mijn collega, de dierenartsvan de VVD, er ook al over bevraagd. Het heeft namelijk ook te maken metde vernatting van Nederland, waar bijvoorbeeld u een grote voorstandervan bent. Dat draagt allemaal mogelijk bij, want knutten gedijen daarbeter bij. Er is verwaaiing van het virus. Er zijn afvaltreinen uit Italiëgekomen met open balen, waar ook die knutten uit zijn gekomen. Hetvirus kan verwaaien over tientallen kilometers tot mogelijk meer dan100 kilometer. Sommigen zeggen zelfs dat het over honderden kilometersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33131 kan, maar laat ik daar even van wegblijven. Dat zijn details. Daar gaat hetom. Ik heb dat aangeboden aan de Minister en ook aan u, via devoorzitter, aan de griffier.De voorzitter:Dus dat kunnen we allemaal gaan inkijken. Hartelijk dank. U heeft dateerder al mooi toegelicht en ik heb ook de indruk dat mevrouw Bromet decontext nu begrijpt. Heel goed.Ik zie een hand van mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik zou toch wel een hele kleine handreiking willen doen aan de heerGraus, want het voordeel van een dierenarts is dat je ook een dierenarts-netwerk achter je hebt zitten. Over die trein hoeft u zich geen zorgen temaken, want in Italië is een andere stam van serotype 3 actief. Ik weet nietof dit helpt om u gerust te stellen.De heer Graus (PVV):Als ik daarop even mag antwoorden? Dat klopt. De onderzoekers zijndaarmee bezig geweest. Dat zijn niet de eersten de besten, die driemensen die hier op de tribune zitten. Maar dan nog kan het een en andervanuit het transport zijn overgebracht. U weet hoe vlug alles muteert.Onze wetenschappers kunnen er geen vaccins snel genoeg voor ontwik-kelen of het virus is alweer gemuteerd. Daarom zeg ik: pas op met datovermatig vaccineren, want je krijgt veel snellere virusmutaties. Het zijnsuperintelligente virussen, zou ik bijna zeggen. Daarom wil ik het tocheven aanhalen. Maar u heeft daar zeker een bepaald punt. Dat wil ik nietontkennen.De voorzitter:Heel goed. Dan nodig ik u uit om verder te gaan met uw inbreng.De heer Graus (PVV):Hoelang heb ik nog, mevrouw de voorzitter?De voorzitter:U staat nu op 2 minuut en 47 seconden.De heer Graus (PVV):Dat is goed. Prima, dank u wel. Ik ben persoonlijk op een vrijdagmiddagmet beide onderzoekers ook naar de inspecteur-generaal van de NVWAgeweest. De beste man was ervoor teruggekomen van vakantie. Mijnwaardering daarvoor. Ze hebben nooit toestemming van ProRail gekregenvoor het bekijken en gebruiken van de spoorwegkaart ten behoeve vanaanvullend onderzoek inzake de verspreiding. Beide Ministers kunnen erwel voor zorgen dat dat wordt vrijgegeven aan de onderzoekers. Het hoeftniet publiekelijk, maar de onderzoekers moeten er wel gebruik van kunnenmaken. Dus ik doe een beroep op beide Ministers, op de regering, dat hetalsnog boven tafel komt, als dat kan. Dat moet via een formeel verzoek.De onderzoekers hebben zelf al de afgelegde weg van de afvaltreinen naarItalië onderzocht. De route liep en loopt door het blauwtongvirusgebied.Er is een analyse nodig en de Minister van Volksgezondheid weet wel watik daarmee bedoel.Hier wil ik het bij laten. Ik had er wel graag een reactie op gehad. Dat maggewoon teruggekoppeld worden aan de onderzoekers. Dan komt hetvanzelf bij ons terecht. We moeten wel serieus worden genomen. Op ditmoment kan er nog helemaal niets worden uitgesloten. Dat is namelijk hetprobleem.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33132 Oké, hartelijk dank, meneer Graus. U was over één ding niet correct. Uwas niet de laatste spreker want dat ben ik namelijk.De heer Graus (PVV):Excuses.De voorzitter:U dacht al, wat komt er nu? Ik ga mijn voorzitterschap dus evenoverdragen aan mevrouw Bromet. Dank u wel daarvoor. Dan ga ik nu mijneigen inbreng doen.Voorzitter: BrometDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan mevrouw Podt van D66.Mevrouw Podt (D66):Dank u wel, voorzitter. We hebben het er al over gehad, maar kort voor hetkerstreces heeft de Gezondheidsraad het tweede deel van zijn adviesuitgebracht over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geiten-houderijen en welke stappen er gezet kunnen worden om die risico’s teverkleinen. Uit het eerste deel van het advies bleek al een oorzakelijkverband tussen longontstekingen en de afstand tot geitenboerderijen.Inmiddels zijn de risico’s ook bekend. Binnen een straal van 1 kilometer isde kans op longontsteking 19% hoger; binnen 500 meter zelfs 73%. Datzijn heftige cijfers. Ik kan me voorstellen dat deze uitkomsten in de eersteplaats de geitenboeren en hun gezinnen enorm doen schrikken. Zij wonenen werken tenslotte het allerdichtst bij de stallen.Ook voor omwonenden is dit een schokkende bevinding, zeker voorkwetsbare groepen als kinderen, ouderen of mensen die al slechte longenhebben. Aan al deze mensen moet de overheid duidelijkheid bieden en zemoet voortvarende stappen zetten om ernstige longklachten tevoorkomen. De Gezondheidsraad is glashelder. Om de gezondheid vanomwonenden te beschermen is een afstandsnorm van minimaal1 kilometer nodig tussen nieuwe geitenhouderijen en woningen ofgevoelige locaties.De Ministers wachten met een afstandsnorm omdat ze eerst eenimpactanalyse willen maken. De wens voor een impactanalyse is op zichbegrijpelijk, maar het RIVM-rapport en het advies van de Gezond-heidsraad gaven vorig jaar al aan dat maatregelen nodig zijn op basis vanhet voorzorgsbeginsel. Bovendien hanteren provincies zelf al langermoratoria vanwege zorgen en onderzoeken die ruim tien jaar teruggaan.Het is simpel: door eerder door te pakken hadden we duizenden longont-stekingen kunnen voorkomen. Mijn vraag aan de Minister van Volksge-zondheid is dan ook: is er een scenario denkbaar waarbij we de volksge-zondheid niet laten voorgaan? Zo nee, waarom is het wachten dan eerstop die impactanalyse en nemen we dan een besluit? Moeten we niet omduidelijkheid te bieden nu al zeggen dat we in ieder geval het advies vande Gezondheidsraad volgen om een afstandsnorm van 1 kilometer tehanteren bij nieuwe situaties?In hun brief beschrijven de bewindspersonen ook het dilemma tussen eenafstandsnorm en de mogelijke belemmeringen die dat legt op denieuwbouw van bijvoorbeeld woningen of zorginstellingen. Het zou zeeronwenselijk zijn als dit soort projecten vertraging oplopen. De oplossing isniet om het advies dan maar niet over te nemen. De Kamer heef in mei aleen motie van de Partij voor de Dieren aangenomen over een landelijkmoratorium op de geitenhouderij. Deze is niet uitgevoerd, maar het lijktme zaak dat alsnog te doen, gezien deze adviezen en de zorgen die debewindspersonen zelf schetsen. Kan de Minister van LVVN toezeggen ditlandelijke moratorium alsnog in te stellen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33133 Voorzitter. Ik kom op de bestaande situaties. Van alle geitenhouderijen zitmeer dan de helft al te dicht op kwetsbare locaties. Een van de redenen isdat de geitenhouderijen niet onder dezelfde regels vallen als bijvoorbeeldde melkveehouderij. Er is voor geiten geen melkquotum en zij vallen nietonder het fosfaatrechtenstelsel. Daarom is het aantal geiten tot 2023gegroeid tot 600.000. Is de Minister van LVVN het met mij eens dat hetnuttig zou zijn om alle landbouwdieren onder eenzelfde fosfaat- endierenrechtenstelsel in te brengen? Ik zie in de brief geen duidelijk ofconcreet spoor om te sturen op een kleinere geitenhouderij bij wijzigingvan bestaande situaties zoals de Gezondheidsraad adviseert. Kunnen deMinisters toezeggen in hun verkenning expliciet te kijken welke mogelijk-heden er zijn om de omvang van de geitenhouderij te verkleinen?Voorzitter. De risico’s zijn al bijna twintig jaar bekend. Het is eigenlijk raardat in die tijd de hoeveelheid geiten juist is toegenomen. Laten we dusniet jaren gaan wachten met onderzoeken, maar voortvarend aan de slaggaan om geitenhouders en omwonenden zekerheid en veiligheid tebieden.Tot slot, voorzitter. In de beantwoording van de vragen over dit thema aande Eerste Kamer benadrukken beide bewindspersonen het belang vancommunicatie aan omwonenden. Als ik zelf ga zoeken naar antwoordenkom ik bijvoorbeeld op de site van het RIVM. Daar staat het kopje Watbetekenen de resultaten van het onderzoek voor mij? Ik kan mevoorstellen dat omwonenden dat graag willen weten. Onder deze vraaglegt het RIVM uit dat «omwonenden een verhoogd risico hebben, vooralals u meer kwetsbaar bent.» Dat is heel eerlijk, maar het is niet heel ergbehulpzaam. Wat moeten de mensen daar nu mee? Wat kunnen ze doenen waar kunnen ze terecht? Ik zei het al eerder bij debatten over hetgebrek van pesticiden en bezorgde omwonenden. Je kunt mensen niet zolaten bungelen en al helemaal niet als het gaat om mensen die soms aleerder werden geraakt door Q-koorts. Dus wat gaan de Ministers concreetdoen om deze communicatie te verbeteren?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de VVD.Mevrouw Den Hollander (VVD):Ik ben nieuwsgierig of mevrouw Podt erkent dat de geitenhouderij alssector ook een heleboel goede aspecten kent, waaronder de geitenmelkdie voor babyvoeding wordt gebruikt en die dus voor kinderen dieallergisch zijn voor koemelk broodnodig is. Bij het verdwijnen van veelgeitenbedrijven wordt daarop ook een beperking gelegd. Dat kan eenprobleem veroorzaken. Deelt mevrouw Podt dat met mij?Mevrouw Podt (D66):Ja, hoor. Dat deel ik. Ik denk ook dat je dat zorgvuldig moet afwegen.Volgens mij heb ik nergens gezegd dat er veel geitenhouderijen moetenverdwijnen. Ik denk wel dat we de afgelopen tijd een enorme toenamehebben gezien die letterlijk en figuurlijk misschien niet zo gezond is.De heer Koorevaar (CDA):In de onderzoeken lees ik dat de geitenhouders zelf eigenlijk gezonder zijndan de mensen in hun omgeving. Hoe kijkt mevrouw Podt daartegen aan?Mevrouw Podt (D66):De Gezondheidsraad heeft volgens mij vrij duidelijk opgeschreven dat hetnatuurlijk vrij lastig te duiden is. Men vermoedt ook dat het soms temaken heeft met bijvoorbeeld de leeftijdscategorie. De mensen die opzo’n boerderij met al die geiten wonen, zijn gemiddeld geen 80-plussersmet zware longklachten. Anders doe je dat werk namelijk niet. Dus ja, ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33134 kan me voorstellen dat zo’n bias dan daar ergens zit. Tegelijkertijd laat ikdat natuurlijk voornamelijk bij de Gezondheidsraad liggen die daarvanveel meer verstand heeft dan wie dan ook hier aan deze tafel.De heer Koorevaar (CDA):Ik denk dat die selectiebias wellicht twee kanten op werkt. Dat zou ik welmeegenomen willen hebben in vervolgonderzoeken op de lange termijn:dus dat veehouders zich aan de ene kant niet melden en/of dat mensen inde buurt van geitenhouderijen zich juist eerder melden. Bent u dat met mijeens?Mevrouw Podt (D66):Weet u wat ik een beetje lastig vind ... Ik zat het natuurlijk als voorzitter tedoen, maar ik heb ook nog een ander petje. Ik luister er natuurlijk ook alswoordvoerder naar. Ik doel nu niet specifiek op uw commentaar, maar ikzie in dit debat dat er toch veel vraagtekens worden gesteld bij zo’n adviesvan de Gezondheidsraad. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik dat bestingewikkeld vind. Ik vond ook echt dat er een aantal best wel aanmati-gende commentaren kwam. Ik begrijp dat gewoon niet zo goed. Wij zittenhier met z’n allen, met alle eerbiediging voor het ambt, als een lekenbe-stuur. We hebben gelukkig allerlei belangrijke instanties, zoals deGezondheidsraad die hier heel erg veel van weet. De Gezondheidsraadzegt op dit moment die 1.000 meter aan te houden. Natuurlijk is het in eentechnische briefing misschien een uitstekende vraag om eens aan deGezondheidsraad te vragen of daar zo’n dubbele bias in zit. Dat lijkt meeen prima vraag voor een technische briefing, maar het is niet iets waaropik antwoord moet geven.De voorzitter:Tot slot.De heer Koorevaar (CDA):Eigenlijk ben ik het wel met u eens dat het geen vraag is die ik aan u moetstellen, maar het is wel een vraag die bij mij opkwam toen ik de stukkenlas. Het is dus iets wat bij mij opkwam en u zei, ik kijk daarnaar en ik hebdaar niet die vraagtekens bij. Ik ben wel benieuwd hoe u daarnaar kijkt enhoe u zoiets weegt. Dit ter afsluiting.Mevrouw Podt (D66):Nogmaals, ik denk dat dat een hele goede vraag is voor een technischebriefing met de Gezondheidsraad.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een vraag van de Partij voor de Dieren, lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Complimenten voor het betoog. Even een check: klopt het dat D66 nu quamaatregelen in ieder geval kiest voor de afstandsnorm van 1 kilometer,een moratorium dat overal geldt in Nederland en een afbouw van degeitenindustrie? Heb ik het een beetje goed samengevat?Mevrouw Podt (D66):Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik geitenindustrie een beetje eeningewikkeld woord vind. Ik denk dat we te maken hebben met heel veelverschillende bedrijven en dat er echt bedrijven zijn in de dierensector dieik zou kwalificeren als «vrij industrieel». Ik weet niet of dat altijd aan dehand is. Daar ben ik dus een beetje voorzichtig mee. Wij hebben al eerdervoor het moratorium gestemd en ik denk dat dat heel belangrijk is om tedoen. De andere vraag ging over het verminderen van het aantalgeitenhouderijen. Volgens mij heb ik dat in een ander interruptiedebatjeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33135 ook al gezegd. Als het om de afstandsnorm gaat, is de Gezondheidsraadvolgens mij glashelder. De vraag die ik bij de Ministers heb neergelegd,was vooral uit een soort verbazing. Ik begrijp gewoon niet zo goed wat degedachte daarachter is. Dat is eigenlijk mijn antwoord.De voorzitter:Tot slot.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Inderdaad een korte vraag nog. Omdat het kabinet schrijft nog te gaanbezien of een afstandsnorm ook gaat gelden voor uitbreiding vangeitenstallen, verbaast mij dat dan weer. Het lijkt mij namelijk heel logischdat het ook daarvoor gaat gelden. Is D66 dat met ons eens?Mevrouw Podt (D66):Weet u, volgens mij stond in de eerdere motie van het lid Kostic´ ook heelduidelijk dat het ging over uitbreiding. Dus ja, daarover ben ik niet vanmening veranderd.De voorzitter:Er is ook een interruptie van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Een oud-dierenarts, Pieter Vellinga, heeft zelf ook opgemerkt dat in hetVGO-rapport wordt gesproken over opnieuw een verhoogd risico oplongontsteking bij omwonenden binnen een straal van 2 kilometer vangeitenhouderijen. Daarmee zou een aantoonbaar verband zijn gevondenin elf opeenvolgende jaren tussen het wonen in nabijheid van geitenhou-derijen en een verhoogd risico op het oplopen van een longontsteking. Deheer Vellinga was dierenarts en hij heeft 38 jaar gewerkt bij de Gezond-heidsdienst voor Dieren. Hij geeft ook aan dat de bewering van eenconsistent verband niet klopt. Er wordt namelijk geen relatie gevonden inhet rapport VGO-I dat in 2016 verscheen. Bij het rapport VGO-III bleek uiteen heranalyse dat er geen sprake was van een significante associatie inNoord-Brabant en Noord-Limburg. Tot slot geldt hetzelfde voor hetrapport VGO-III 2014–2017 voor Utrecht, Gelderland en Overijssel. Debewering dat dit effect het hele jaar door aanwezig is, wordt in anderepublicaties van een van de VGO-onderzoekers ontkracht. Hoe kijktmevrouw Podt daartegen aan?Mevrouw Podt (D66):Ik heb net natuurlijk al een wat langer interruptiedebatje met de heerKoorevaar gehad. Het lastige van dit soort discussies in de Tweede Kameris dat wij natuurlijk altijd allemaal op allerlei thema’s die wetenschappelijkonderzocht zijn, mensen kunnen vinden die de wetenschappelijkeuitspraken en adviezen aanvechten. Op dit moment hebben wij hiernatuurlijk een vrij zwaarwegend advies liggen van een zeer gezaghebbendorgaan, namelijk de Gezondheidsraad. Deze mensen zijn uitgenodigd enbenoemd op basis van hun expertise en ze zijn er met verschillendewetenschappers uitgekomen om ons dit advies te geven. Ik ga dit dus nietdoen. Ik ga hier niet zitten in de Tweede Kamer als niet-wetenschappersen met elkaar hierover een debatje voeren. Ik vind het prima om deGezondheidsraad nog een keer uit te nodigen en hierover nog eens eengesprek te hebben.Ik vond trouwens de vorige keer toen we een technische briefing haddenover het vorige rapport, de uitkomsten niet mis te verstaan. Die deden mijin ieder geval niet minder geloven in de uitkomsten van het rapport. Ikvind het prima om die mensen hier nog een keertje uit te nodigen, maar ikvind het niet kies om hier als Tweede Kamer de adviezen van de Gezond-heidsraad te gaan recenseren. Dat ga ik gewoon niet doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33136 De voorzitter:Tot slot mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Maar ik heb het over de inconsistenties die zijn ontdekt in de VGO-rapporten. Ik heb het dus niet over de Gezondheidsraad,maar over VGO-I, VGO-II, VGO-III en IV. Daarin wordt een aantal dingenontkracht wat hier eerder wel wordt gezegd. Ik wil wel dat de geitenhou-derij goed wordt neergezet. Dat was mijn vraag over de VGO.Mevrouw Podt (D66):Volgens mij is er helemaal geen sprake van dat de geitenhouderij nietgoed zou worden neergezet. Ik heb hier vandaag niemand in de zaalgehoord die geitenhouders ergens de schuld van heeft gegeven. Sterkernog, we hebben het daarnet nog gehad over hoe lovenswaardig het is datverschillende geitenhouders nu met elkaar zijn opgetrokken om allerleimaatregelen te gaan nemen. Dat is hartstikke goed; dat is helemaal prima.Niemand zegt iets over de geitenhouders. We zeggen wat over het feit datde Gezondheidsraad op basis van de VGO-rapporten heeft geconstateerddat er een risico is, een groot risico dat mensen eerder ziek worden en datze longontsteking krijgen. Ik wil dat graag voorkomen.De voorzitter:Een interruptie van de heer Goudzwaard van JA21.De heer Goudzwaard (JA21):Ik heb een beetje moeite met het woord «aanmatigend» vanuit D66. Er zijnverschillende manieren om deze rapporten te lezen. We hebben gelezendat mensen in de omgeving soms minder snel astma krijgen of daarvoorminder gevoelig zijn. We hebben net van het CDA gehoord dat geiten-houders en hun gezondheid er best goed uitzien. We hebben het gehadover onderzoeksbiases. Eerst was er een afstandsnorm van 2 kilometer,toen 1 kilometer en nu hebben we het over 500 meter versus behoorlijkegevolgen als het gaat over bedrijfsvoering, ruimtelijke ordening eneigendom. Het lijkt mij vrij normaal dat wij hier als commissie elkaarbevragen over hoe je dergelijke rapporten interpreteert. Graag zou ik eenreflectie daarop willen hebben van mevrouw Podt. Waar gaat dezecommissie dan opeens zo over de schreef?Mevrouw Podt (D66):Ik heb helemaal niet gezegd dat de hele commissie over de schreef gaat.Ik heb wel gezien dat er een aantal debatjes ontstond waarbij ik een zekerongemak had. Dat lijkt mij helemaal prima. Ik heb een rapport gezien datheel gebalanceerd is en waarbij ik mij als leek meegenomen voel in datrapport. Daarbij zie ik dat de Gezondheidsraad heel zorgvuldig uitlegt hoede raad deze risico’s weegt, bijvoorbeeld ten opzichte van andere risico’sin de milieu- en leefomgeving. Natuurlijk zou het heel prettig zijn als wenaar een ding kunnen wijzen en kunnen zeggen: dát is het. Maar helaaswerkt het vaak niet zo. Ik denk dat dit een heel mooi rapport is met eenheel goede uitleg van waar dit zit. Dat vond ik. Ik denk niet dat het onze rolis om hier te gaan zeggen dat de Gezondheidsraad zijn werk niet goedheeft gedaan. Dat hoor ik namelijk een beetje tussen de regels door.Misschien nog even tot slot, want het gaat een beetje over de grotegevolgen en die zie ik natuurlijk ook. Er zijn grote gevolgen voor deondernemers en er zijn grote gevolgen voor de besluiten die we hiermoeten gaan nemen, bijvoorbeeld over woningbouw. Dat zijn allemaalgrote besluiten. Toen ik hier net in de Kamer begon, heb ik twee jaar langde commissie goed en veilig werken gedaan. Daar kwamen aan delopende band allerlei zaken voorbij waarvan wij tegen elkaar zeiden:hadden we maar ... Of dat nu ging over chroom-6 of asbest of heel veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33137 andere dingen die mensen in hun woon- of leefomgeving hebben enwaarvan ze heel ziek worden. Achteraf zeggen we daarvan: jeetje, haddenwe nu maar ... Dat is ook een van de dingen die we moeten wegen. Somsweten we nog niet 100% zeker wat de aanleiding is, maar als eenGezondheidsraad zegt dat je bijna 80% meer kans hebt om hiervan ziek teworden – dat is iets waarvoor mensen niet kunnen kiezen want dat komtdoor de plek waar ze wonen – dan denk ik dat we daar heel zorgvuldigmee moeten omgaan. Dat is mijn afweging.De voorzitter:Tot slot. We dwalen een beetje af, maar goed.De heer Goudzwaard (JA21):Ik dank mevrouw Podt voor haar reactie. Mij bekroop enige vorm vanongemak. Deze Kamer wordt natuurlijk aan de lopende band gevoed metrapporten door gezaghebbende organisaties. Als we straks een nieuwkabinet krijgen met D66 kan het niet zo zijn dat iedere discussiemonddood moet worden gemaakt. Dat is een beetje het gevoel dat mijbekroop. Ik ben blij dat D66 klaarblijkelijk niet zo in de wedstrijd zit. Dat isheel fijn om te horen. Dus dank u.Mevrouw Podt (D66):Nou, kijk eens aan. Wat een fijn besluit van deze eerste termijn.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap graag weer terug aan mevrouw Podt.Voorzitter: PodtDe voorzitter:Heel goed. Wij leven inmiddels bijna 15.50 uur en we gaan even schorsen.Eerder is mij het verzoek ter ore gekomen om dat 25 minuten te doen.Zouden we kunnen afspreken dat we om 16.15 uur weer doorgaan? Latenwe daarnaar streven.De vergadering wordt van 15.52 uur tot 16.18 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, wij gaan verder met het debat. We gaan door naar deeerste termijn van het kabinet. Ik kijk even naar de bewindspersonen inwelke volgorde we dat gaan doen. Ik zie dat de Minister van Volksge-zondheid gaat beginnen. Het helpt mij vaak als beide bewindspersonen alwel even hun blokjes aangeven, zodat wij kunnen anticiperen op wie watgaat beantwoorden. Misschien kunnen we daar even mee beginnen.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Ik zal eerst een algemene inleiding houden, daniets zeggen over nieuwvestiging en afstandsnormen. Vervolgens iets overuitbreiding. Daarover zijn verschillende vragen geweest. Dan onderzoek,daarna het thema voorzorg, de Q-koorts en tot slot een aantal overigevragen.De voorzitter:Kijk eens aan. Dan de Minister van Landbouw.Minister Wiersma:Voorzitter. Ik vrees dat niet helemaal te herleiden is waar welke vraagbeantwoord wordt, omdat we net een andere wijze van indelen hanteren.Ik begin uiteraard ook met een inleiding. Dan heb ik een blokje VGO endaarna de vaccinatie algemeen. Ik denk dat de vragen met name vanuitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33138 LVVN en vanuit dierenperspectief en agrarisch perspectief beantwoordworden. Daaronder vallen ook de moratoria. Van de Minister van VWS isdat met name vanuit het gezondheidsperspectief. Als de vraag vanuit dielijn is gesteld, vindt de beantwoording daar plaats.De voorzitter:Ik kijk nog even richting de Kamerleden. Ik wilde weer inzetten op vierinterrupties per persoon. De korte interrupties zijn weer gratis. Daarbij gaik wel een klein beetje rekening houden met hoe er in de eerste termijn isgeïnterrumpeerd. Een aantal mensen is daar helemaal losgegaan en eenaantal mensen heeft zich meer bescheiden opgesteld. Tegen die eerstecategorie ben ik misschien wat strenger. Laat ik het zo maar zeggen.Ik ga naar de Minister van Volksgezondheid.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Als Minister van VWS sta ik vanzelfsprekend voorde volksgezondheid en voer ik samen met mijn collega van LVVN actiefbeleid om het risico en de impact van zoönosen te verkleinen. Ik beginmet het dossier dat nu om maatregelen vraagt, namelijk de geitenhoude-rijen en de gezondheid van omwonenden. Ik begin met een korte inleidingop dit onderwerp en ik heb de blokjes die ik daarna zal behandelen, al biju aangegeven.Voorzitter. In december, om precies te zijn op 9 december, is het tweededeel van het Gezondheidsraadadvies gepubliceerd waarin de raadduidelijk aangeeft dat mensen die in de buurt van een geitenhouderijwonen, een significant verhoogd risico op longontsteking hebben, zelfsvan 73% binnen een afstand van 500 meter van een geitenhouderij. Ookgeeft de raad aan wat voor maatregelen hiertegen genomen kunnenworden.De afgelopen weken, sinds 9 december dus, ben ik hierover met mijncollega’s in beraad geweest. Dat gaat niet alleen om de Minister van LVVNdie hier nu aanwezig is, maar ook de Minister van VRO en de Staatssecre-taris van IenW zijn betrokken omdat het immers ook hun terrein raakt. Wehadden tussen het verschijnen van het advies en vandaag, of lievergezegd tussen het verschijnen van onze beleidsreactie en vandaag éénwerkweek als je het reces eraf trekt. Dat was dus vrij kort maar het is tochgelukt. Vorige week is dit besproken in de ministerraad en het is daargesteund. Het is heel fijn dat ook uw Kamer nu snel de tijd heeft genomenom hier met ons over door te praten, want het is natuurlijk een belangrijkonderwerp dat daadkracht en snelle maatregelen vraagt.Laat ik ten eerste vooropstellen dat het kabinet het advies van deGezondheidsraad zeer serieus neemt. U heeft het in debatten daarovergehad. Wat mij betreft is het heel duidelijk dat er maatregelen moetenkomen. Daarom heeft de Kamer zo snel een inhoudelijke reactie van onsgezamenlijk gekregen op het Gezondheidsraadadvies. Er zijn echter geengemakkelijke oplossingen. Maatregelen hebben effect op bijvoorbeeldgeitenhouders, op de bedrijven en op hun gezinnen, maar ook op dewoningbouwopgave. Dat zijn geen geringe opgaves. Ik sluit op voorhandgeen enkele maatregel uit, maar zorgvuldigheid en proportionaliteit zijn,zoals bij alles, van belang bij wat we hier in dit huis en wat wij alsregering doen. Het zal neerkomen op maatwerk.Ten tweede hecht ik eraan mijn uitgangspunt voor maatregelen heelhelder te benoemen. Bij de bestrijding van infectieziekten heeft het altijdde voorkeur om zo gericht mogelijke maatregelen te nemen met zo minmogelijk maatschappelijke neveneffecten. Gerichte maatregelen dus. Indeze situatie gaat het om technische maatregelen die de uitstoot vanemissies uit de stal tegengaan. Op dit moment zijn er echter nog geenbewezen effectieve technische maatregelen in de bedrijfsvoeringvoorhanden. Was het maar zo, dan konden we daarmee volstaan. Desector zelf werkt er heel hard aan. Er is meer inzicht nodig in watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33139 effectieve stalmaatregelen zijn: bronmaatregelen. Dat kost tijd. In detussentijd is niets doen geen optie.Wat gaan we doen? We gaan ten eerste voorkomen dat het risico verdertoeneemt. Daarvoor gaan we een afstandsnorm verder uitwerken voornieuwvestiging van geitenhouderijen en nieuwbouw van woonkernen ofandere gevoelige bestemmingen, zoals de Gezondheidsraad adviseert.Dat heeft impact, niet alleen voor geitenhouderijen maar ook voorwoningbouw en andere functies van de leefomgeving. Daarom gaan wegoed in beeld brengen wat de gevolgen zijn. Ik zal straks nader ingaan opdie afstanden.Ten tweede zetten we voor bestaande situaties waar mensen nu risicolopen, in op twee sporen. Een. We gaan de mogelijkheden voortechnische of bedrijfsmatige maatregelen die de emissie vanuit de staltegengaan, verder onderzoeken. We verwachten zeer binnenkortresultaten van onderzoek van WUR; u heeft het vanuit de Kamer algenoemd. Mijn collega-Minister van LVVN kan hierover straks meerzeggen. Dat advies komt zeer spoedig. Twee. Voor prioritaire locaties waarveel woningen of andere gevoelige bestemmingen, zoals scholen enzorginstellingen, dicht bij een geitenhouderij staan, gaan we in beeldbrengen welke aanpak in de lokale context mogelijk is. Daar is maatwerken proportionaliteit nodig. Ook daarbij sluiten we op voorhand geenenkele maatregel uit.De kern van de aanpak vergt maatwerk en proportionaliteit. Daarnaast, datis eigenlijk onze derde lijn, blijven we de situatie monitoren. Dat is eenvormend advies van de Gezondheidsraad. We willen natuurlijk blijvenweten of de maatregelen leiden tot een daling van de gezondheidsrisico’s.Dat gaat niet alleen om de gezondheidseffecten die we dan monitoren,maar we kunnen en gaan ook de emissies monitoren. Bij dit trajectbetrekken we natuurlijk de medeoverheden, de onderzoeksinstellingen ende sector.Ik gaf al aan dat er geen makkelijke en helaas ook geen snelle oplossingenzijn. Het uitwerken van de genoemde maatregelen moet zorgvuldiggebeuren. Een maatregel moet ook direct duidelijk en permanent zijn. Datkost tijd. Ik ben dan ook blij te zien dat de provincies in reactie op de briefvan het kabinet nu al hebben aangegeven dat zij de huidige moratoriahandhaven totdat we met andere maatregelen komen. Zo voorkomen wedat het probleem lopende de uitwerking verder zou kunnen toenemen.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik realiseer me dat dit slechts de inleiding is, maar ik hoorde de Ministertwee keer zeggen: «We sluiten geen enkele maatregel uit». Ik wil hier nietde onheilsprofeet zijn, maar kan dat in voorkomende situaties betekenendat boerderijen worden gedwongen om te stoppen?Minister Bruijn:We sluiten geen maatregelen uit, maar we gaan er op dit moment ook nietop in. Wij zetten nu een aantal forse stappen. Die heb ik benoemd:afstandsnormen, stalmaatregelen, maatwerk. Dat gaat om prioritairelocaties, daar komen we nog op terug. Ik heb het monitoren en hetmoratorium handhaven benoemd. Dat zijn dus vijf maatregelen. Wehebben nog een paar weken nodig, met name voor die eerste twee, omuit te zoeken hoe dat precies zit. Ik kom daar straks op terug, op diefinetuning. We gaan kijken hoever we hiermee komen. Andere maatre-gelen sluiten we niet uit, maar die liggen op dit moment niet op tafel.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33140 De maatregelen die de Minister nu noemt, zijn geen maatregelen die desituatie gaan verbeteren. Ze voorkomen hoogstens dat de situatieverslechtert. Je kunt inderdaad afstandsnormen hanteren, maar als zegeen consequenties hebben in de realiteit, doet het niets. Een moratoriumzorgt voor stilstand van de bestaande situatie. Technische maatregelenbestaan nog niet. Waar hebben we het dan dus over?Minister Bruijn:Het moratorium is bedoeld om de situatie niet te laten verergeren. Watmevrouw Bromet zegt, klopt. Maar de afstandsnormen en de stalmaatre-gelen zijn wel degelijk bedoeld om de risico’s terug te brengen en de zaakte verbeteren. Ik ben het dus niet met u eens dat dat deel van het pakketerop gericht zou zijn om de situatie te bevriezen.De voorzitter:U kunt door, Minister.Minister Bruijn:Dank u wel. Dan kom ik bij de vervolgstappen. Zoals gezegd, verwachtenwe binnenkort het onderzoeksrapport te ontvangen van de WUR,Wageningen University & Research, over technische maatregelen in debedrijfsvoering van geitenhouderijen. Ook hebben we binnen hetVGO-onderzoek nog vervolgvragen uitgezet die belangrijk zijn voor deuitwerking van de afstandsnormen. Ik ga daar straks in detail op in. Deonderzoekers hebben aangegeven de antwoorden op die vragen in demaand februari, en zo mogelijk eerder, te kunnen geven. We hebben daarhaast mee. De onderzoekers zijn ook heel hard bezig. We zullen de Kamer– dat zeg ik nu al toe – in februari informeren over het WUR-onderzoek ende antwoorden die zijn gegeven in het kader van het VGO-onderzoek.Desalniettemin zijn we blij dat we hierover met u in gesprek kunnenvandaag. Vanzelfsprekend gaan wij voortvarend aan de slag met deuitwerking van de genoemde maatregelen. We verwachten de Kamer inhet eerste of tweede kwart van ... We verwachten de Kamer in ieder gevalvoor de zomer nader te informeren over de uitwerking, inclusief eenplanning voor implementatie. Over het WUR-advies en de opgevraagdedata in het kader van het VGO-onderzoek kunnen we u dus al eerder, naarverwachting eind volgende maand, informeren.Voorzitter. Dan wilde ik dieper ingaan op de afstandsnormen bij nieuwves-tiging. Ik begin met een vraag van de Partij voor de Dieren, van het lidKostic´. Die vraag is min of meer ook gesteld door GroenLinks-PvdA en deSP, door mevrouw Bromet en mevrouw Beckerman. Kan ik toezeggen datik op korte termijn een afstandsnorm van ten minste 1 kilometer gainstellen? Waarom kijken we naar 500 meter in plaats van 1.000 meter?Die vraag is heel begrijpelijk als je naar het rapport kijkt.De Gezondheidsraad heeft in zijn advies dat vandaag voorligt – het gaatom deel 2 van het advies – inderdaad laten zien dat het risico op eenlongontsteking met 19% verhoogd is ten gevolge van wonen in de buurtvan een geitenhouderij tot 1.000 meter. Dat betekent dus tussen 0 en1.000 meter. Omwonenden tot 500 meter hebben een verhoogd risico van73%.We hebben dus het risico tussen 0 en 1.000 en tussen 0 en 500. Over hetrisico tussen 500 meter en 1.000 meter heeft de Gezondheidsraad nog niksgezegd. Daarom hebben wij voor een besluit van de invulling van denorm, of die nou 500 meter of 1.000 meter wordt, aanvullende gegevensnodig over het risico tussen de 500 meter en 1.000 meter. Die gegevenshebben we gevraagd en we hebben daar spoed achter gezet. Weverwachten binnen enkele weken het antwoord. Het maakt namelijkongelofelijk veel uit voor alle betrokkenen of je een afstandsnorm van500 meter of 1.000 meter instelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33141 Als u dieper ingaat op het rapport – dat heeft u ook gedaan – ziet u dat zehet risico tussen de 0 meter en 1.000 meter «borderline significant»noemen. Wij willen precies weten hoe het zit tussen de 500 meter en1.000 meter en die vraag is nu uitgezet.De voorzitter:Ik zie heel veel handjes. Even kijken. Ik ga beginnen aan die kant. MeneerGrinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Helder. Mag ik uit dit antwoord concluderen dat het kabinet voornemensis om ten minste een afstandsnorm van 500 meter te gaan hanteren? Isdat de conclusie? Zo helder stond dat namelijk niet in de brief. Daaruitvolgt de volgende vraag. Gaat het in eerste instantie alleen omnieuwbouw of ook om bestaande geitenhouderijen? Hoe gaat het in zijnwerk? Vanaf wanneer gaat het dan gelden?Minister Bruijn:Zoals we in de brief hebben gezegd ... Ik ben nu bij het onderwerpnieuwbouw bezig, om maar meteen bij het tweede deel van uw vraag tebeginnen. Ik kom straks bij de bestaande situaties. De eerste stap die wijnu zetten, is goed kijken hoe het zit tussen de 500 meter en 1.000 meter.De besluitvorming over een afstandsnorm komt daarna. Daar ga ik dusniet op vooruitlopen. Ik ga nu dus ook niet zeggen: het zal wel in iedergeval dit of dat zijn. Dat gaan we integraal doen op dat moment.Ik begrijp uw vraag wel. Wellicht is het ook geen hele onaannemelijkaanname. Maar om duidelijk te zijn naar alle betrokkenen, de mensen diedaar wonen, die een geitenhouderij hebben en die een nieuwe woningnodig hebben, zullen wij ervoor kiezen om op één moment een heleduidelijke afstandsnorm te hanteren.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dat betekent dat het nu in ieder geval nog niet duidelijk is voor degeitenhouders. Is het niet gewoon een dispuut dat heeft plaatsgevondentussen LVVN en Volksgezondheid, zoals we vaker zien in dit soortkwesties? Het gaat dan over het belang van de geitenhouders ten opzichtevan het belang van de volksgezondheid.Minister Bruijn:Nee. Ik heb dat helemaal niet ervaren als botsende belangen. Het zijncomplementaire belangen. Wij staan daar met elkaar en het hele kabinetin. We hebben deze discussie ook in goed overleg gevoerd met deMinister van VRO en de Staatssecretaris van IenW. Daar zijn verder geenwoorden gevallen of zo. Dit is een zakelijke discussie. Het gaat om hetbelang van de mensen die in de buurt van een geitenhouderij wonen.Zo’n grote kans op een longontsteking, die ook heel slecht kan aflopen,kunnen we niet laten bestaan. Maar we moeten daarbij rekening houdenmet het belang van de geitenhouders zelf. Ook zitten we als kabinetnatuurlijk integraal met de woningbouwopgaven. We hebben daar ookeen integrale discussie over.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Minister heeft mij beloofd dat gezondheid op één staat. Alsgezondheid op één staat en de Minister duidelijkheid wil, hoeft hij alleenmaar het duidelijke advies van de Gezondheidsraad op te volgen, namelijkeen afstandsnorm van minimaal 1 kilometer. Ik begrijp dus nog steedsniet waarom de Minister daar niet voor kiest. Waarom dat uitstelgedrag?Minister Bruijn:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33142 Dat is juist omdat de gezondheid op één staat. We willen dus preciesweten hoe het zit met de gezondheid tussen 500 meter en 1.000 meter,omdat de gezondheid op één staat. Als u het rapport van de Gezond-heidsraad goed leest ... U heeft helemaal gelijk dat de Gezondheidsraad1.000 meter noemt. Verderop, met name in tabel 1 op pagina 17, ziet u datuitgesplitst. Dan ziet u dat het risico tussen 0 meter en 500 meter met 75%verhoogd is. Tussen 0 en 1.000 is dat met 19% verhoogd. Maar deGezondheidsraad zegt niet hoe het zit tussen de 500 en 1.000 met degezondheid, die voorop staat. De Minister van LVVN en ik willen dat wetenvoordat wij vergaande maatregelen treffen. Dat willen wij ook omdat diemaatregelen meteen duidelijk moeten zijn.We gaan nu dus geen halfzachte maatregelen nemen. De snelheid zit erwel in. We hebben er één werkweek over gedaan om u een beleidsreactiete doen toekomen. Dat is een record, denk ik. We hebben er dankzij ugelukkig ook kort over gedaan om hier dit debat te kunnen voeren.De voorzitter:Heel goed. De laatste keer.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is nog steeds niet duidelijk waarom de Minister niet gewoon kiestvoor het duidelijke advies van de 1 kilometer van de Gezondheidsraad.Waarom moet hij dan opeens kijken naar die 500 meter tot 1.000 meter?Dat heeft echt geen enkele relevantie met gezondheid op dit moment. DeGezondheidsraad is duidelijk.Minister Bruijn:Het antwoord is omdat ik ook heb doorgelezen na pagina 1 van het adviesvan de Gezondheidsraad. Daar staat de gezondheid voorop, daarom heethet ook de Gezondheidsraad. Het advies is opgesplitst in de afstandtussen 0 tot 500 en die tussen 0 tot 1.000. Wij willen weten hoe het zit metde gezondheid tussen 500 meter en 1.000 meter, voordat wij een besluitnemen. Dat is het antwoord.In de allerlaatste paragraaf van het rapport zegt de Gezondheidsraad ookzelf dat het een afweging is, dat het om proportionaliteit gaat en dat hetuiteindelijk een politiek besluit is dat we met z’n allen nemen. Wat wijbesluiten, zal ook uw steun vergen, om te zorgen dat de risico’s voor demensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen zodanig omlaaggaandat ze dalen tot de risico’s die we uiteindelijk allemaal lopen. Eenrisicoloze samenleving bestaat namelijk niet. U en ik hebben ook een kansvan 2% op een longontsteking. Lager dan dat zullen we dus niet komen.Dan loop ik meteen al even vooruit op de risicoloze samenleving. Daar isterecht ook een aantal vragen over gesteld.De voorzitter:Mevrouw Bromet, voor u ook de laatste vraag op dit punt.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik ben het er niet mee eens, maar ik begrijp het verhaal over de afstandtussen 500 meter en 1.000 meter. Ik begrijp echter niet waarom hetkabinet dan nu niet wil antwoorden op de vraag van de heer Grinwis. Dievraag is waarom er op die eerste 500 meter, waar dus 73% verhoogdekans is, niet wordt ingegrepen. Waarom moeten we nou wachten op hetonderzoek naar de andere 500 meter?Minister Bruijn:Als wij nu zouden besluiten tot een afstandsnorm van 500 meter en overtwee of drie weken tot een afstandsnorm van 1.000 meter, dan zijn weweer bezig met zwalkbeleid. Daarvoor zijn de belangen veel te groot. Hetgaat om de belangen van de mensen die daar wonen en wier gezondheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33143 op het spel staat, en die van de mensen die zelf een geitenhouderijhebben en daar met hun gezin van leven. Dat zijn grote belangen. Zezitten hier ook. Ook de woningbouwopgave is heel belangrijk. Dit vergtdus zorgvuldige stappen van onze kant. Dat doen we snel; dat kun je denkik niet ontkennen. We zijn hier heel snel mee bezig, maar we gaan het nietoverhaast doen. We doen eerst stap 1, dan stap 2.De voorzitter:Mevrouw Bromet, u had al twee vragen in dit blokje gesteld. Ik wil duseigenlijk ...Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Dit is mijn onderwerp. Ik heb nog één vraag: klopt het dat wij over drieweken horen of de afstand 0 meter, 500 meter of 1.000 meter wordt?Minister Bruijn:Binnen enkele weken verwachten wij het advies naar aanleiding van hetVGO-onderzoek over de risico’s tussen 500 meter en 1.000 meter. Dat gaanwe dan bestuderen. Daar gaan we de Kamer natuurlijk zo snel mogelijk bijbetrekken. Vervolgens gaan we daar een besluit in nemen.De voorzitter:Dank u wel. U kunt door.Minister Bruijn:Voorzitter, dan ga ik naar de vraag van het lid Kostic´. Kan de Minister vanVWS een oproep doen aan gemeenten die nog geen moratorium hebbenom dat wel te doen? Ja, dat hebben we inmiddels gedaan. Dat is eenterechte vraag. Ik kan hem beantwoorden met «ja».In de brief naar de Kamer van afgelopen vrijdag hebben we opnieuw eenberoep gedaan op provincies en gemeenten om de komende tijd nog vastte houden aan bestaande tijdelijke beperkingen op de groei van degeitensector, tot het moment dat wij met definitieve en duidelijkemaatregelen komen. Het gaat vooral om de gemeenten en provincies dienog geen moratorium hebben. Daar gaat uw vraag natuurlijk ook over.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Oké. Ik heb een verduidelijkende vraag. In de brief stond niet dat ook deprovincies die nog geen moratorium hebben, zouden worden opgeroepenom dat in te stellen. De Minister zegt dat dat wel gaat gebeuren. Kloptdat?Minister Bruijn:Voor de verdere details over het moratorium verwijs ik graag naar deMinister van LVVN. Dat is haar terrein. Maar we hebben die oproep dusgedaan. Het uiteindelijke moratorium wordt als aan de oproepen wordtvoldaan, en daar lijkt het op, in ieder geval gehandhaafd tot het momentdat we definitieve maatregelen nemen.De voorzitter:Ja, laatste keer, mevrouw Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het moet wel gewoon duidelijk zijn. Geldt de oproep ook voor provinciesen gemeenten die nog geen moratorium hebben? Daar wil ik duidelijkheidover.Minister Bruijn:Ja. We hebben in de brief aan de Kamer van afgelopen vrijdag een beroepgedaan op provincies en gemeenten die geen moratorium hebben om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33144 komende tijd vast te houden aan de bestaande tijdelijke beperking van degroei van de geitensector.De voorzitter:Oké, dank u wel. U kunt weer verder.Minister Bruijn:Voorzitter. Dan ga ik naar een vraag van de heer Koorevaar van het CDA.Hij vraagt of er ook rekening wordt gehouden met de meest voorkomendewindrichting bij het bepalen van het afstandscriterium. Dat is natuurlijkeen hele interessante vraag. Het antwoord is nee. Uit eerdereVGO-onderzoeken is gebleken dat het risico niet aan maand, seizoen ofwindrichting gebonden is. Laten we meteen de maanden er ook maar bijmeenemen. Het is het hele jaar door aanwezig.Dat staat nog los van de vraag of je afstandsnormen of stalmaatregelenzou kunnen nemen die seizoens- of windrichting gebonden zijn. Dat lijktmij lastig, maar daar zouden we nog over kunnen praten. Maar hetantwoord is dus nee. De Gezondheidsraad adviseert een afstandsnormvan maximaal 1 kilometer. Hij maakt daarbij ook geen onderscheid tussenfactoren zoals windrichting.De heer Koorevaar (CDA):Dat is toch best wel bijzonder. Het blijkt ook dat de lucht de meestwaarschijnlijke route is waarin de veroorzaker wordt getransporteerd. Delucht verplaatst zich met de wind. Dan zou het toch wel heel bijzonder zijnom de windrichting niet mee te nemen. Als 80% uit zuidwestelijke richtingkomt, lijkt mij dat echt een factor die meegenomen zou moeten worden.Zou u kunnen toezeggen dat u daar toch nog eens naar gaat kijken?Minister Bruijn:Ik kan het wel meenemen bij de uitwerking van de technische maatre-gelen. Dat zeg ik toe. Ik verwacht er, eerlijk gezegd, niet veel van, want dewind waait nooit altijd uit dezelfde hoek. Dat weet u vanuit de politiek ookheel goed. Ik denk dus dat dat toch niks gaat opleveren, maar ik ben zeerbereid om ernaar te kijken. Dat zeg ik toe.De voorzitter:Dank u wel. De heer Koorevaar.De heer Koorevaar (CDA):Ik heb een korte vervolgvraag. Als het onderzoek van de WUR verschijnten het blijkt lucht te zijn, zou je dan bijvoorbeeld nog wat kunnen doenmet uitmesten bij een bepaalde windrichting?Minister Bruijn:Dan heeft u het over stalmaatregelen. Daar weet ik nog minder van dan dedingen waar ik het tot nu toe over gehad heb. Dat laat ik dus graag overaan de Minister van LVVN, die daar expert in is.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Koorevaar van het CDA. Als deoorzaak wordt gevonden, kan dan het afstandscriterium vervallen? Dat iseen scherpe vraag. Een afstandsnorm is voor nu de meest gerichtemaatregel om te voorkomen dat gezondheidsrisico’s door geitenhoude-rijen toenemen. Dat is inderdaad een tijdelijke maatregel, totdat er eenandere specifieke maatregel gevonden is, welke dan ook. Dat kanbijvoorbeeld gaan om stalmaatregelen die de schadelijke uitstoot uit degeitenstallen zodanig kunnen verminderen dat wij het met z’n allen,inclusief de samenleving, acceptabel vinden.Een brongerichte aanpak blijft uiteraard de voorkeur hebben, omdat datde meest gerichte aanpak is met de minste bijwerkingen. De sector zelfstaat aan onze kant en is daar druk mee bezig. De WUR kijkt er nu ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33145 naar. Om het effect van emissiegerichte maatregelen vast te stellen,moeten we de gezondheidseffecten en emissies blijven monitoren enevalueren. Het korte antwoord is eigenlijk «ja».Dan een vraag van mevrouw Beckerman van de SP. Wanneer komt hetkabinet met een afstandsnorm? Wat is de planning? Een afstandsnorm iseen complexe maatregel met veel betrokkenen, waaronder provincies engemeenten. Daarvoor is eerst een brede impactanalyse en zorgvuldigeweging nodig.Nadat je voor een afstandsnorm hebt besloten – ik hoop dat we dat snelkunnen doen – komt natuurlijk de invoeringsfase. Dat is een wetgevings-wijziging die naar verwachting minimaal anderhalf jaar doorlooptijd heeft,vanwege de inhoudelijke uitwerking en verplichte stappen in consultatieen toetsing. Zowel de regering als ongetwijfeld ook de Kamer zullen hieruiteraard spoed van maken. Maar die invoeringsfase zal toch echt wel eentijd duren. Er zou wellicht een voorbereidingsbesluit aan vooraf kunnengaan. Daardoor zou het sneller kunnen gaan. Dat kunnen we dusgezamenlijk overwegen.Ik zal u naar aanleiding van de vraag in het uitgewerkte voorstel naderinformeren over het tijdpad. Dat komt voor de zomer. De provincieshebben aangegeven dat ze in de tussentijd het bestaande moratorium instand houden; we hadden het er al over. Dat is natuurlijk wel belangrijk.Voorzitter, dan ga ik naar het volgende blokje. Dat is het blokje uitbreiding.De heer Den Hollander ... Ik bedoel mevrouw Den Hollander van de VVD,excuus, heeft daar een vraag over gesteld.De voorzitter:Excuus, Minister. U krijgt nog een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Heel even precies. De Minister zegt dat we dat advies over de 500 tot1.000 meter over enkele weken hebben en dat we dan een besluit kunnennemen over wat we zouden willen. Ik hoop dat ik dit goed zeg. Hij heefthet ook over de impactanalyse en de voorbereidingsfase. Hij gaf aan datals we een voorbereidingsbesluit nemen, het allemaal sneller kan. Aanhoeveel sneller moeten we dan denken?Minister Bruijn:Het wordt dan wetstechnisch heel complex. Dat hangt natuurlijk van heelveel dingen af. Het hangt bijvoorbeeld af van de agenda van de TweedeKamer en de inzetbaarheid binnen de ministeries. Nou ligt het daar bijnanooit aan, want daar is men dag en nacht inzetbaar, maar uw agenda isook druk. Het wordt een wetstraject, dus we weten allemaal dat het danook nog door de Eerste Kamer moet. Ik durf daar dus niets over te zeggen,behalve dat we daar natuurlijk wel met z’n allen spoed achter kunnenzetten.De voorzitter:De laatste keer.Mevrouw Beckerman (SP):Kan de Minister ons daar ook schriftelijk over informeren, zodat de Kamerdaar op tijd rekening mee kan houden? De Minister zegt namelijk nu datwe zo’n tijdpad voor de zomer krijgen. Dat kan natuurlijk al sneller, zodatde Kamer rekening kan houden met de agenda. Dat is ook vrij gebruikelijkmet planningsbrieven, die krijgen we soms voor een jaar vooruit.Minister Bruijn:Ik bedoel met «voor de zomer» niet kort voor de zomer. Ik bedoel ergensin het traject tussen vandaag en de zomer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33146 Dan een vraag van mevrouw Den Hollander van de VVD. Wordt er gewerktaan een verbod op uitbreiding, nieuwbouw of allebei? Op dit moment ishet kabinet een afstandsnorm voor nieuwvestiging aan het uitwerken. Dathebben we besproken. Bij de uitwerking van die afstandsnorm gaan wetevens bezien of die moet gelden voor uitbreidingslocaties. Daar hebbenwe de onderzoekers naar gevraagd, want daar was nog niet voldoendehelderheid over. Dat heeft zijn redenen. We hebben gevraagd of zij derelatie tussen de omvang van de geitenhouderijen, dus het aantal geiten,en het risico op longontstekingen toch beter in beeld kunnen brengen, inrelatie tot emissiereducerende maatregelen in de bedrijfsvoering.De vraag wordt dus nog onderzocht binnen het VGO-onderzoek. Weverwachten dat deze, samen met de andere vraag over de 500 tot1.000 meter, binnen enkele weken beantwoord wordt. In de tussentijdgeldt natuurlijk het moratorium, dus is uitbreiding van nieuwbouw enverplaatsing niet aan de orde.Dan een vraag van mevrouw Koorevaar van het CDA. Wat wil de Ministerconcreet doen bij ...De voorzitter:Het gaat om meneer Koorevaar.Minister Bruijn:O, ja. Ik ben nieuw hier.De heer Koorevaar (CDA):De dingen veranderen snel, maar dat is toch echt niet aan de orde.Minister Bruijn:Nee. Het spijt me. Mijn excuses nogmaals, zowel aan mevrouwDen Hollander als aan meneer Koorevaar. Ik zal proberen mijn leven tebeteren.Wat wil de Minister concreet doen bij bestaande situaties? In bestaandesituaties gaan we het risico voor omwonenden verminderen. Dat is dehoofdlijn. Daar staat het gezondheidsrisico voorop, maar we houden welrekening met andere belangen. Dan doen we ten eerste door het effectvan emissiereductie door technische maatregelen op bedrijfsniveau zosnel mogelijk beter in beeld te brengen, voordat we deze kunnen uitrollen.Dat doen we voor zover de sector er niet al heel ... Ik zou bijna zeggen«enthousiast», maar dat doet te weinig eer aan de ernst van de situatie.De sector zelf is er volop mee bezig.Om te beginnen krijgen we deze maand nog het rapport van de WUR.Daar worden mogelijk al no-regretmaatregelen – ik neem die term maareven over – benoemd die niet ingrijpend of kostbaar zijn en die snelkunnen worden toegepast. Andere maatregelen kunnen mogelijk in pilotsworden uitgezet, waarbij de effectiviteit kan worden gemeten. De Ministervan LVVN kan meer zeggen over de stalmaatregelen. Weer anderemaatregelen vragen nog om nader onderzoek.Bij wijziging van de bestaande situaties kan, conform het advies van deGezondheidsraad, een beperking van de omvang van geitenhouderijenhet gezondheidsrisico verkleinen. Dat hebben we net ook besproken.Daarnaast willen we kijken naar een maatwerkaanpak voor situaties waarhet risico het hoogst is en waar relatief veel gevoelige bestemmingen zijn.Dat worden door de Gezondheidsraad «prioritaire situaties» genoemd. Jekunt dan denken aan woningen, maar ook aan instellingen waarkwetsbare groepen verblijven, zoals ouderenhuisvesting, zorginstellingenen andere plekken. Mevrouw Van der Plas is daar ook al op ingegaan. Zeheeft heel terecht de vraag aan de orde gesteld: wat doe je als die plekkendicht bij een geitenhouderij zijn?We sluiten hierbij op voorhand ook weer geen maatregelen uit, maar wezijn proportioneel aan de slag. Dus, ook naar aanleiding van de eerdereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33147 vraag van mevrouw Bromet, zeg ik: dit is wat we nu doen. We nemen stap1 en downstream kijken we verder.Dan ga ik naar het onderzoek, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Daar heb ik vragen over gesteld. Wat betekent die laatste zin van deMinister precies? Hij heeft het over downstream et cetera. Wordt er danbijvoorbeeld bij een woonzorgcentrum dat binnen die afstand van500 meter ligt onderzoek gedaan waarbij wordt gezegd: we weten hier ietsvan het risico, maar dat is een schatting op basis van een model? Gaanwe dan kijken naar de feitelijke situatie, dus of daar ook meer longontste-kingen zijn? En als dat niet het geval is, mag de geitenhouderij dan blijvenzitten? Ik probeer meer duidelijkheid te krijgen over wat dat nou preciesbetekent. Die duidelijkheid hebben we namelijk niet. Of moeten we drieweken geduld hebben? Is die duidelijkheid er dan wel?Minister Bruijn:We hebben dat benoemd in de brief op pagina 4. Op de prioritairelocaties, waar het risico verhoogd is, gaan we kijken naar maatwerk. Zoalsde heer Grinwis namelijk al aangeeft in zijn vraag, praat je dan over heleverschillende soorten situaties. Vergelijk bijvoorbeeld de situatie waarin erheel veel woningen zijn met een hele kleine geitenhouderij die misschientoch al van plan was om te stoppen, met een situatie waarin er eenenorme geitenhouderij staat met een enorm belang en waar een paarhuizen staan, of een school die misschien al van plan was om teverhuizen. Ik noem twee extreme situaties. Daar zit natuurlijk een heelspectrum tussen. Dat vraagt dus om maatwerk. Maatwerk en proportiona-liteit, zeker in relatie tot de prioritaire locaties, hebben we letterlijk in debrief genoemd. Om daar dus nu algemene uitspraken over te doen, zougeen recht doen aan de complementaire belangen die er allemaal spelen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik heb eigenlijk het volgende aan de Minister gevraagd. Er zitten scholen,woningen, bedrijven en zorginstellingen om geitenhouderijen heen. Inwelke mate is onderzocht, wordt onderzocht, of gaat nog onderzochtworden in hoeverre de bezoekers van geitenbedrijven een longontstekingoplopen? Er komen namelijk jaarlijks honderden mensen naar geitenbe-drijven toe. Zij zitten daar ook omheen. Daar heb ik ook graag eenantwoord op.Minister Bruijn:Dat is ook de reden dat we het monitoren als een van de belangrijke vijfstappen die we in ons pakket hebben opgenomen. We gaan dat dusmonitoren, onder andere.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van mevrouw Van der Plas.Mevrouw Van der Plas (BBB):Hierop aanhakend het volgende. In de volksgezondheid wordt vaakgewerkt met DALY’s. Dat zijn verloren jaren in goede gezondheid, waarbijzowel vroegtijdige sterfte als jaren met ziekte worden meegeteld. DALY’smaken het mogelijk om gezondheidsrisico’s met elkaar te vergelijken enom te beoordelen hoe groot een effect in de praktijk echt is. Juist bij hetwonen in de buurt van een geitenhouderij is zo’n vergelijking essentieelom te kunnen beoordelen of de risico’s daadwerkelijk zwaar genoeg zijnom ingrijpend beleid te rechtvaardigen. Kan de Minister uitleggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33148 waarom in deze onderzoeken geen DALY’s zijn bepaald, terwijl er welvergaande conclusies en maatregelen aan worden verbonden?Minister Bruijn:Jazeker. Het antwoord is dat in dit onderzoek van de Gezondheidsraad isgewerkt met oddsratio’s, 95%-betrouwbaarheidsintervallen, prevalentie-evaluaties, populatie-attributieve fracties, logistische regressiemethodesen Cornell-analyses. Daar heb je de DALY’s en de QALY’s dus evenmin bijnodig.De voorzitter:Ik hoop dat de mensen thuis dit nog kunnen volgen. Ik ga naar de heerKoorevaar.De heer Koorevaar (CDA):Dat klinkt bijna als een technisch iets, maar verblijfstijd vind ik eigenlijkook wel een hele belangrijke. We hebben het over de vraag of je in deomgeving van een geitenhouderij woont. Maar kunt u de angstwegnemen bij mensen die een geitenhouderij bezoeken en zeggen dat jedan niet een heel groot risico loopt?Minister Bruijn:Nee, want die differentiatie is niet gemaakt. Dat is eigenlijk ookonmogelijk. Natuurlijk ligt het in de rede om te denken dat de kans op eeninfectie een vermenigvuldigingsfactor van de verblijfstijd en bijvoorbeeldje eigen gevoeligheid is. Jonge mensen of kwetsbare ouderen zijnnamelijk ook verhoogd gevoelig. Er zijn allerlei factoren die daarop vaninvloed zijn. Dat kunnen we in de uitwerking, bij het monitoren in hetmaatwerk, zeker ook meenemen. Tot nu toe is daar in het onderzoek noggeen rekening mee gehouden, omdat de populatie groot genoeg moestzijn om deze statistische power, die we tabel 1 op pagina 17 zien, tebereiken.De voorzitter:Dank u wel. De laatste keer.De heer Koorevaar (CDA):Mag ik dat zien als een toezegging?Minister Bruijn:Dat kunt u zo zien.De heer Koorevaar (CDA):Dus het antwoord is «ja»?Minister Bruijn:Ja. We zullen dat zeker meenemen.Dan een vraag van de heer Koorevaar van het CDA. Wat wil de Ministerdoen bij bestaande situaties? Ik was daar eigenlijk al een beetje meebezig. We wachten dus eerst op dat rapport van de WUR, dat deze maandnog komt. Dan kijken we naar andere maatregelen die in pilots wordenuitgezet waarbij de activiteit kan worden gemeten. Enfin, we zijn er in debrief veel dieper op ingegaan. Bij wijziging van bestaande situaties kan deomvang van geitenhouderijen het gezondheidsrisico verkleinen.Daarnaast willen we kijken naar een maatwerkaanpak voor de prioritairesituaties die ik noemde. Daar ging ook de laatste aanvullende vraag overvan uw kant.Dan een vraag van de heer Flach van de SGP. Is het mogelijk dat er eenongedachte combinatie van factoren in het onderzoek tot deze uitkomstleidt? Bij elk onderzoek is er kans op toevalsbevindingen. Daarom doe jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33149 ook statistiek. Als die kans er niet was, hoefde je geen statistiek te doen, inieder geval niet een bepaalde vorm van statistiek. Maar om de betrouw-baarheid van de resultaten te toetsen, hebben we dus de statistiek. Zo isdat in VGO-III ook uitgebreid gebeurd.Het VGO-onderzoek is uitgevoerd door gerenommeerde onderzoeksinsti-tuten. U heeft er zelf ook al het een en ander over gezegd. Er is ook overgepubliceerd in vaktijdschriften, waarbij de kwaliteit door anderewetenschappers is beoordeeld. De Gezondheidsraad heeft voor het eerstedeel van het advies beschikbare wetenschappelijke publicaties, waaronderVGO-III, beoordeeld op hoe sterk de bewijskracht is. Dat is namelijk dehamvraag. Je wil alleen maatregelen nemen als het nodig is, wantmaatregelen hebben altijd hun prijs.Zij komen tot de conclusie dat op basis van wetenschappelijk onderzoekhet verband tussen wonen in de nabijheid van geitenhouderijen enlongontstekingen waarschijnlijk oorzakelijk is. Dat is de op-een-na-hoogstecategorie van causaliteit die je kunt bereiken. De Gezondheidsraad, decommissie van relevante multidisciplinaire experts, concludeert op basisdaarvan dat er voldoende bewijs is voor een verhoogd risico op longont-stekingen onder direct omwonenden van geitenhouderijen. Dat is ook debasis voor, ik zou bijna zeggen, dit debat. Het is in ieder geval de basisvoor onze beleidsreactie.Dan is er een vraag van de heer Flach van de SGP of er verder wordtgekeken naar de bewustzijnsbias. Daar kijken we natuurlijk altijd naar. Deresultaten van de VGO-onderzoeken zijn robuust en consistent over dejaren heen. Een bias doordat mensen in de omgeving een negatief beeldzouden hebben van de veehouderijen – dat is natuurlijk een vraag – kanhier naar mijn mening wetenschappelijk gezien geen verandering inbrengen. Dat zal namelijk hun kans op een longontsteking niet vergrotenof verkleinen.Dat is tenzij je nog een geitenpaadje vindt – ik kijk even naar mevrouwDen Hollander – via het immuunsysteem. Echter is dat geitenpaadje, denkik, te klein om statistieke power mee te bereiken. Maar er zijn mensen diedat zeggen. Het gaat hier dus gewoon om harde diagnoses van longont-stekingen. Dat gaat om mensen met abcessen in de longen, die door dehuisarts zijn vastgesteld. Die kun je niet diagnosticeren als ze er niet zijn.Voorzitter. Dan is er een vraag van de SGP. Is er bekeken of de emissie vanziektekiemen op geitenbedrijven het hele jaar door op hetzelfde niveauzit?De voorzitter:Minister, mag ik u heel even onderbreken? Ik ga heel even het voorzitter-schap overdragen aan lid Kostic´, want ik krijg een dringend telefoontje.Minister Bruijn:Voorzitter, dat respecteer ik.Voorzitter: Kostic´De voorzitter:Dank. De Minister heeft weer het woord.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Zit de emissie het gehele jaar door op hetzelfdeniveau? Zo niet, wordt dit dan in een vervolgstap meegenomen? Is hetanders met winters dan in de zomer? We hebben de vraag al een beetjebesproken toen we het over windrichtingen en seizoenen hadden, denk ik.Daar zit dit natuurlijk wel in. In de VGO-studies is het verband tussen hetrisico op longontsteking en het wonen in de buurt van geitenbedrijvenover het hele jaar onderzocht. Daar was dus geen seizoensinvloed te zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33150 Die is ook niet gevonden. Er is niet heel gericht onderzoek gedaan naareventuele verschillen in emissies over het jaar heen.De onderzoekers hebben op 19 maart 2025 een briefing gegeven in deTweede Kamer, waarin de bevindingen van VGO-III heel duidelijk werdenuitgelegd. De heer Flach zat toen nog niet in deze commissie. Ik zatoverigens zelf ook nog niet in het kabinet, dus het is voor ons allebeinieuw. We kunnen de briefing samen gaan terugkijken op www.tweedeka-mer.nl. Als dat vervolgvragen oproept, kunt u natuurlijk altijd nog om eennieuwe briefing vragen bij de Gezondheidsraad.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De heer Flach zat wel al in deze commissie, denk ik.Minister Bruijn:O, de heer Koorevaar zat er niet in. Dan heb ik me alweer vergist. Danstaan we 3–0, voorzitter. Ik blijf mijn best doen.Ik ga naar een vraag van mevrouw Van der Plas van de BBB. Die gaaterover dat het effect eerst 2 kilometer leek te zijn en nu 500 meter is. Eerstging het over duizenden longontstekingen, nu zijn het er 841. Ook deaantallen van de ziekenhuisopnames zijn fors naar beneden bijgesteld metprecies dezelfde uitgangswaarden. Kan de Minister inzicht geven in hoede Gezondheidsraad tot deze bijstelling is gekomen? Graag een feiten-relaas.Dat geef ik graag. De resultaten van het VGO-onderzoek zijn betrouwbaar.Het is uitgevoerd door gerenommeerde onderzoeksinstituten. Het isgepubliceerd in vaktijdschriften waarbij de kwaliteit door andere weten-schappers nog eens opnieuw is beoordeeld via peerreview. We kennendat systeem allemaal.De Gezondheidsraad heeft vervolgens zorgvuldig gekeken naar allebeschikbare wetenschappelijke literatuur, waaronder deVGO-onderzoeken, over gezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen;een soort meta-analyse. Die informatie is door een commissie van expertsvan diverse disciplines goed bestudeerd en gewogen, want het isnatuurlijk ontzettend belangrijk dat het allemaal klopt.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Van der Plas over de afstand. DeVGO-onderzoeken hebben laten zien dat het gezondheidsrisico vooromwonenden van geitenhouderijen, in de opeenvolgende studies in vijfprovincies over de jaren heen en op basis van diverse analyses, tot eenafstand van 2 kilometer aantoonbaar was. Het was aantoonbaar. Even losvan hoe groot het risico is: het was er.De Gezondheidsraad heeft die meta-analyse van de meest recenteonderzoeken in de vijf regio’s gezamenlijk beschouwd, en concludeert dattot een woonafstand van 1.000 meter het risico met 19% verhoogd is. Datis dus nieuwe informatie door meer nauwkeurig onderzoek te doen. En bij500 meter is het risico zelfs met 73% verhoogd. Boven de 1.000 meter washet effect, hoewel het er was, niet significant. Dat is het antwoord. Hetvervolgonderzoek was een nadere specificatie van het oorspronkelijkeonderzoek. Dat kan dus inderdaad nieuwe getallen opleveren, anders hoefje het ook niet te doen. En zo werkt wetenschappelijk onderzoek.Dat geldt eigenlijk ook voor de aantallen. Binnen het VGO-onderzoek isgekeken naar de risico’s in vijf provincies waar in verhouding relatief veelmensen dicht bij een geitenhouderij wonen. Dat is dus niet maatgevendvoor het hele land.Het eerste onderzoek is een risicogericht onderzoek geweest. Die cijferszijn toen geëxtrapoleerd naar heel Nederland. Dat kan je natuurlijk in hetbegin wel doen, maar daar kan je niet op blijven varen, omdat je weet datde woondichtheid niet hetzelfde is voor alle provincies. Het was een soortworstcase-extrapolatie. En dan klopt het dat de Gezondheidsraad oplagere schattingen van het aantal extra longontstekingen, ziekenhuisop-names en sterfgevallen komt dan eerder gecommuniceerd. Ik zou bijnaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33151 zeggen: gelukkig maar. Dat komt omdat de Gezondheidsraad de omvangvan de groep omwonenden van geitenhouderijen op landelijke cijfersheeft gebaseerd. Daar komt bij dat eerder gecommuniceerde aantallenziekenhuisopnames en sterfgevallen werden geschat op basis van cijfersvan het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek. Die zijn hoger dan deaantallen ziekenhuisopnames en overlijdens gerelateerd aan longontste-kingen die door de huisarts worden vastgesteld. De Gezondheidsraadgebruikt dan de cijfers uit het VGO-onderzoek die door de huisartsvastgesteld zijn, en daaruit kan je verklaren dat er een verschil tussen dietwee populaties lijkt. Maar dat ligt dus aan de manier van meten.De Gezondheidsraad heeft in een meta-analyse alle getallen meegenomenen dat leidt gelukkig tot lagere uitkomsten, maar nog wel tot verhoogderisico’s binnen de straal die we besproken hebben. Die vinden we dusonacceptabel, om te beginnen die 0–500 meter. Ik heb er alle vertrouwenin dat deze onderzoekers die, dat durf ik als wetenschapper wel te zeggen,tot de besten ter wereld behoren, dat met de grootst mogelijke zorgvul-digheid hebben gedaan. Mocht u daar toch nog wetenschappelijk-inhoudelijke vragen over hebben, dan is een technische briefing natuurlijkde aangewezen weg, zoals u zelf als Kamer al heeft gesuggereerd.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ik ga me nu even baseren op wat een expert mij vertelt. Een cirkel met eenstraal van 1.000 meter heeft een vier keer groter oppervlak dan een cirkelmet een straal van 500 meter. Dus 73% extra gevallen binnen 500 meterbetekent 18% extra gevallen binnen een straal van 1.000 meter. De doorde Gezondheidsraad genoemde 19% tot 1.000 meter zou dus moetenbetekenen dat er nagenoeg geen extra gevallen zijn binnen de500–1.000 meter. Kan de Minister daar antwoord op geven? Er wordtgezegd: dat moeten we nog bekijken. Maar dit lijkt mij een vrij simpelerekensom waarop het antwoord eigenlijk al gegeven is. Tussen die 500meter en die 1.000 meter zijn er geen extra gevallen. Kan de Minister daariets over zeggen?Minister Bruijn:Nou, voorzitter ... Excuus, voorzitter.De voorzitter:Ik ben een nieuwe voorzitter, maar ik probeer te leren. Ik wilde richtingmevrouw Van der Plas zeggen dat zij door haar interrupties heen is, wantdeze telde dubbel. Dan geef ik het woord aan de Minister en misschienook alvast het woord terug aan de enige echte voorzitter, mevrouw Podt.Voorzitter: PodtMinister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Het ambt van voorzitter wordt door mij zeergerespecteerd.Ik moet dan toch even de diepte in, want daar vraagt mevrouw Van derPlas om. Als wij kijken naar tabel 1 op pagina 17, dan zien we dat er628 extra longontstekingen zijn bij aanwezigheid van een geitenhouderijtussen 0 en 500 meter. Het zijn er 841 tussen 0 en 1.000 meter. Het verschilis 213 en dat zit dus tussen die 500 en die 1.000 meter. Maar laat ik ermeteen bij zeggen: mevrouw Van der Plas heeft een andere berekening endie respecteer ik. Wij hebben precies deze vraag neergelegd bij deVGO-onderzoekers. Ik stel voor dat wij het antwoord van deVGO-onderzoekers afwachten. Dan gaan we zien wie er gelijk heeft.De voorzitter:Kijk eens aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33152 Minister Bruijn:Dan vraagt mevrouw Van der Plas hoeveel geitenhouderijen te makenhebben met longontstekingen en hoeveel van hun medewerkers enbezoekers? Waarom is er niet gericht onderzocht als al deze informatieontbreekt? Als geitenhouders longontstekingen krijgen, dan zijn zeopgenomen in de patiëntengroep. Dus een geitenhouder is in ditonderzoek een bewoner van die 0–500 meter. Je begint bij 0, dus diegeitenhouderij wordt meegeteld. In het onderzoek is niet naar het beroepgevraagd. Er zijn natuurlijk allerlei mensen die daar verhoogde ofverlaagde risico’s hebben. Dat kun je gaan specificeren, maar ik hebeerder al gezegd dat als je dat zou doen, je die power nooit metvoldoende aantallen krijgt. Dat is daar dus niet mogelijk geweest.Uit het onderzoek kwam overigens niet naar voren dat geitenhouders enmedewerkers een significant verhoogd risico hebben op een longont-steking. Er moet wel rekening gehouden worden met het feit datgeitenhouders vaak relatief gezond en jong zijn. Ze werken ook heel hard.Dus ze zijn gezond, en daarnaast zijn er te weinig geitenhouders om goedeen uitgebreid onderzoek te doen naar het voorkomen van longontste-kingen bij deze relatief kleine populatie.In het VGO-onderzoek is wel specifiek gekeken naar welke bacteriënvoorkomen, maar er is niet gekeken naar alleen de geitenhouders. En ditis eigenlijk ook niet goed mogelijk. Ja, mevrouw Van der Plas mag nietmeer reageren. Dat is wel jammer.Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Van der Plas. Kan deMinister laten onderzoeken of het in de VGO-studies gevonden statis-tische verband ook geldt voor andere vormen van verblijf, zoals werken,onderwijs en zorg, of dat deze verbanden daar ontbreken omdat diesituaties niet zijn onderzocht? VGO-studies hebben alleen gekeken naarhet gezondheidseffect van omwonenden. Dat klopt, daar heeft mevrouwVan der Plas een punt. We hebben het eigenlijk ook al even aangestipt. Dieandere situaties zijn niet onderzocht. We weten dus niet of daar ook eenverband bestaat, en we weten ook niet hoe groot dat is. Het ligt wel voorde hand dat dit geldt in alle situaties waarin mensen langdurig verblijvenin de buurt van een geitenhouderij. Of je nou langdurig verblijft in eenwoning of in een ruimte die dienstdoet als school of als ouderenverblijf,dat kan eigenlijk het effect op je risico niet veranderen, zou ik denken.De Gezondheidsraad vraagt daarom aandacht voor situaties waarbijmeerdere geitenhouderijen aanwezig zijn bij gevoelige functies – dat zijndie prioritaire locaties waar we het over hadden – en voor situaties waarrelatief veel gevoelige bestemmingen dicht bij een geitenhouderij staan ofgepland zijn. Dan komen we dus bij die woningen, scholen, kinderdagver-blijven, ouderenhuisvesting en zorginstellingen waar mevrouw Van derPlas aan refereert. Op pagina 4 van onze brief hebben we daar eenuitgebreide alinea aan gewijd. Meer onderzoek is niet aangewezen, wantbij die prioritaire locaties is sowieso maatwerk nodig. Dat hebben we ookbesproken, denk ik. We zullen echt moeten kijken wat daar proportioneelis. Om hoeveel scholen gaat het daar? Hoe groot is die geitenhouderij?Wat zijn de plannen? Dat verdient natuurlijk specifieke aandacht in deuitwerking. Daarom benoemt de Gezondheidsraad dat ook en hebben wedat ook in onze reactie overgenomen: bij prioritaire locaties maatwerk enproportionaliteit binnen de lokale context, rekening houdend met allebelangen.De voorzitter:Minister, ik ga u even vragen of u een inschatting kunt maken hoeveel tijdu nog nodig heeft. Ik zit naar de klok te kijken en zie de tweede termijneigenlijk al een klein beetje in het water vallen, als ik zo kijk.Minister Bruijn:We krijgen alsnog een tweeminutendebat, voorzitter. Dat schat ik zo in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33153 De voorzitter:Dat zou vast kunnen. Ik zit heel even te kijken naar hoeveel u nog moet.Minister Bruijn:Ik heb hier nog drie blokjes, maar laat ik u in ieder geval beloven dat ikgas geef.De voorzitter:Kijk eens aan. Heel goed.Minister Bruijn:Ik zal niet de vragen herhalen. Mevrouw Van der Plas vraagt of ik bereidben te laten onderzoeken of het beperken van de omvang überhaupteffect heeft op het verband. Dat gaat dus over de omvang, het aantalgeiten versus het risico. De Gezondheidsraad geeft aan dat uit hunonderzoek geen conclusies te trekken zijn in hoeverre uitbreiding van eenstal of inkrimping een effect heeft op het gezondheidsrisico. Dat komtomdat in de geitenhouderijen die we in Nederland hebben het verschil, devariatie in het aantal geiten, te gering is om zo’n onderzoek te kunnendoen. Je hebt dus geen uitleesparameter. De Gezondheidsraad verwachtnatuurlijk dat het aantal geitenhouderijen binnen een bepaalde woonaf-stand van invloed kan zijn op het risico op longontsteking en ook dat hetaantal geiten van invloed is op de emissie. Maar we kunnen dat nietaantonen. Dan zou je bijna prospectief geanonimiseerd onderzoek moetendoen met een controlegroep. Er is natuurlijk geen geitenhouder die datziet zitten. Dus die vraag kunnen we eenvoudigweg niet beantwoorden,hoe graag we dat ook zouden willen.De onzekerheid kan veroorzaakt worden doordat er weinig variatie is in deomvang van die geitenhouderijen. Bij de uitwerking gaan we kijken of dieook moet gelden voor uitbreidingslocaties; dat doen we wel. Hiervoorvragen we de onderzoekers of ze de relatie tussen omvang en risico naderin beeld kunnen brengen. Die vraag is dus wel gesteld.Dan kom ik bij de vraag van de heer Grinwis, ChristenUnie. Hoeveel meerkennis hebben we nog nodig om tot plannen te komen? Ik heb hier eenuitgebreid antwoord liggen, maar ik zou kortweg willen verwijzen naar heteerder besprokene, namelijk de kennis waarnaar we gevraagd hebben bijde VGO-onderzoekers en de WUR.Voorzitter. Dan vraagt de heer Grinwis om een reactie op de specifiekesituatie in Mèkkerstee: 500 meter naar een woonzorgcentrum, geenindicatie voor longaandoeningen. Hoe kan dat? Kan dat komen door deoverheersende windrichting de polder in? Hoe kan het dat er geenlongaandoeningen zijn?Ik ben niet bekend met de specifieke situatie in Mèkkerstee. We hebbenwel al uitgebreid besproken dat lokaal de situatie erg kan verschillentussen locaties. Het is een landelijk onderzoek. Daarom zullen we in deuitwerking en implementatie ook kijken naar dat lokale maatwerk en deproportionaliteit tussen de verschillende belangen van de mensen die erwonen, de woningbouwopgave, de bedrijven en natuurlijk de volksge-zondheid. Het laatste staat altijd voorop, zoals u weet. Als dat voor nuvoldoende antwoord is voor de heer Grinwis, dan kan ik door naar devolgende vraag. Ik zie de heer Grinwis knikken.Dan ga ik naar het blokje voorzorg. Mevrouw Bromet en mevrouwBeckerman vragen of ik kan reflecteren op het voorzorgsbeginsel. Is hetuitvoeren van nieuw onderzoek wanneer herhaaldelijke adviezenonwelgevallig zijn, de manier om invulling te geven aan dat beginsel?Laat ik vooropstellen dat het kabinet het advies van de Gezondheidsraadzeer serieus neemt, zoals u dat zelf ook deed, voorzitter. Het is duidelijkdat er maatregelen moeten komen, want we moeten de gezondheid vanmensen die bij een geitenhouderij wonen, beschermen. Maar er zijn geeneenvoudige oplossingen. Een afstandsnorm is een maatregel met veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33154 impact, niet alleen op de sector, maar ook op de planning van nieuw tebouwen woonkernen en andere functies in de fysieke leefomgeving.Conform de Omgevingswet moet daarom gezocht worden naar eenbalans tussen het beschermen, en dan kom je bij dat voorzorgsbeginsel,dus de veiligheid, de gezondheid en het milieu, en het benutten van defysieke leefomgeving als het gaat om wonen, werken en recreatie. En datis altijd een evenwicht, altijd een keuze en uiteindelijk ook een politiekeafweging. Juist daarom behoeft de uitwerking van die maatregel gedegenonderbouwing – het gaat dus om die 500 meter en die 1.000 meter – endaarna ook afstemming en implementatie. Dat kost helaas tijd, maar ookdegelijkheid en zorgvuldigheid zijn van belang in dit hele spel.Het voorzorgsbeginsel wordt nu al toegepast, onder andere door deprovinciale moratoria. Dat is een uitwerking van het voorzorgsbeginsel enwe hebben opnieuw gevraagd om die ook aan te houden. Uiteindelijk zouik willen echoën wat een aantal van u ook gezegd hebben: een risicolozesamenleving bestaat niet. We hebben allemaal een kans op een longont-steking. Die ligt gemiddeld ongeveer op 2%, zeker niet op 19% of 75%. Hetzal dus nooit het doel zijn om daaronder te komen, want dan houdt hetleven op.Dan vraagt de heer Goudzwaard van JA21 hoe we voorkomen dat debestuurlijke standaard ontstaat dat waarschijnlijk oorzakelijke verbandengrond bieden voor zware maatregelen. Alle maatregelen, ook vanuitvoorzorg ingezet, worden altijd zorgvuldig getoetst op proportionaliteit enuitgewerkt in nauwe afstemming met de betrokken stakeholders in desamenleving. Dat is ons werk. In dit traject betrekken wij dus ook degeitensector en kijken we naar de impact van de woningbouw. Hetprecedent waar de heer Goudzwaard naar verwijst, zie ik eigenlijk niet,tenzij hij bedoelt dat dit een goede manier van werken is. Want dan is hetnatuurlijk een wenselijk precedent.Dan kom ik op de vraag van de heer Goudzwaard over de wetenschappe-lijke drempel en de juridische drempel. Het voorzorgsbeginsel – daar gaanwe dan nog wat dieper op in – betekent dat het ontbreken van sluitendwetenschappelijk bewijs niet een reden mag zijn voor de overheid omniets te doen. Dat is natuurlijk de andere kant. Soms neem je ookmaatregelen als er geen bewijs is. Bovendien heb je een 100%-bewijsbijna nooit. Dan moet je aan de kostenpost later gaan voldoen in degeneeskunde en dat is bijna onmogelijk, zeker in deze context.Dus zonder sluitend bewijs mag de overheid ook maatregelen treffen. Ookdat is proportionaliteit en dat is ook het voorzorgsbeginsel, en dat is ookjuridisch houdbaar. De bewijslast voor het gezondheidsrisico rondomgeitenhouderijen is door de Gezondheidsraad beoordeeld. Geconcludeerdis dat het verband waarschijnlijk oorzakelijk is, namelijk heel sterk, niveau4 van 5. Wat voor maatregelen uitgewerkt worden, is een beleidsvraag.Dat vereist inzicht in risico’s, mogelijke maatregelen en de gevolgen vandie maatregelen. Dan komt die proportionaliteit. Welke prijs betaal je? Zowegen we dus alles af, gecontroleerd door de Kamer. Wat is nodig, wat isproportioneel, wat is geschikt en wat is een zorgvuldige onderbouwing?Bij maatregelen uit voorzorg moet de overheid steeds een vinger aan depols houden via monitoring en evaluatie. Wat juridisch houdbaar is, isuiteindelijk natuurlijk aan de rechter, maar daar denken we met z’n allenwel over na voordat we een maatregel nemen.Dan vraagt mevrouw Bromet of wij vooral voor de economische belangenof voor de volksgezondheid staan. Als kabinet staan wij voor alleuitdagingen die ons worden toegeworpen. Wij besturen met z’n allen hetland, gecontroleerd door de Kamer. Als het specifiek gaat om zoönosen,dan hebben we een zoönosestructuur. In die zoönosestructuur werken weals kabinetsleden goed samen. In die zoönosestructuur staat ookuitgeschreven, en dat is dus ook afgesproken en vastgelegd, dat uitein-delijk het humane gezondheidsrisico of -belang altijd voorop staat. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33155 wordt door alle leden van het kabinet natuurlijk onderschreven ingevolgeartikel 45 van de Grondwet, zoals mevrouw Bromet weet.Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Van der Plas. Kan de Ministerduidelijk maken hoe groot het risico voor wonen is in de buurt van eengeitenhouderij in vergelijking met wonen in de buurt van een drukke weg?Ja, dat kan ik, want de Gezondheidsraad heeft er ook iets over laten zien.Het risico op een longontsteking tot 1.000 meter van een geitenhouderij is19% verhoogd en tot 500 meter 73%. Bij de wegen, de snelwegen, deprovinciale wegen en de kleinere wegen wordt ook gewerkt met eenafstandsnorm en ook met bronmaatregelen, dat zijn snelheidsbeperkendemaatregelen. Dat is analoog aan wat we hier doen. Bij wegen is het risicoongeveer 10% hoger op het ontstaan van astma door langdurigeblootstelling aan stikstofdioxide afkomstig van verkeer. Dat staat omprecies te zijn in paragraaf 3.4 van het Gezondheidsraadadvies. Dat is hetantwoord op deze vraag van mevrouw Van der Plas.Voorzitter. Dan ga ik naar de Q-koorts. Daar was een vraag over van deKamerleden Den Hollander, Beckerman en Grinwis. Op welke wijzehebben wij aandacht en erkenning voor de Q-koortspatiënten? Ik vind datalle PAIS-patiënten, de post-acute infectieuze syndromen, dus mensenmet lyme, met Q-koorts, met covid en met long covid, onze aandachtverdienen. Zij moeten kunnen rekenen op de reguliere structuren van zorgen welzijn en daar ook worden erkend en herkend. Omdat ik het ookbelangrijk vind dat onder andere Q-koortspatiënten zich door mij, alsMinister van Volksgezondheid, gezien en gehoord voelen, heb ik zoalsmevrouw Beckerman heeft aangegeven ... Iemand heeft mij weleensverteld dat ik wel moet uitkijken tegen de tijd dat ik complimenten krijgvan andere partijen. Maar ik heb dat zeer gewaardeerd van mevrouwBeckerman en ik heb inderdaad een bezoek gebracht aan patiënten inBrabant, want ik vind dat wij ook moeten luisteren naar deQ-koortspatiënten. Het zijn mensen die zeer veel verdriet hebben, die eenvaak zeer moeilijk leven hebben en voor wie wij natuurlijk moeten doenwat we kunnen doen. Het is soms heel moeilijk om de mensen te helpen,maar aandacht en luisteren en ernaartoe gaan, is het eerste. Ik bendaarom ook een aantal weken geleden met de heer Bushoff vanGroenLinks-Partij van de Arbeid naar het Malieveld gegaan om daar tespreken met PAIS-patiënten. Dat zijn zeer verdrietige verhalen, die ersoms zelfs toe leiden dat mensen het leven niet langer aankunnen.Ik heb de Kamer eind november een PAIS-brede brief gestuurd waarin iktoelicht waar we vanuit VWS allemaal op inzetten: de Q-koorts-ambassadeur, terugkomend op Q-koorts, de stichting Q-support en destichting C-support, kennis over postcovid en andere PAIS bij eerstelijns-zorgverleners, gemeenten en verzekeringsartsen. Denk ook even aan depostcovidpoli’s, waar de heer Bushoff zich ook heel hard voor maakt, depostcovidexpertisecentra en het ZonMw-onderzoeksprogramma naarpostcovid. Dit is het begin van een antwoord op deze belangrijke vraagover Q-koortspatiënten. We kunnen ze niet voldoende aandacht geven,dus laten we dat allemaal ook blijven doen.Mevrouw Beckerman vraagt of er excuses voor de Q-koortspatiëntenkomen. Ik heb begrip voor de oproep van de Nationale ombudsman enwaardering voor hoe de Ombudsman opkomt voor deze groep mensen,en überhaupt natuurlijk voor het belangrijke werk van de Ombudsman.Ook vind ik het zeer vervelend dat mensen na zo veel jaren nog steedskampen met de gevolgen van hun ziekte. Ik blijf, net als mijn voorgangers,toegewijd aan het verbeteren van de levenskwaliteit van alle betrokkenenen de erkenning en herkenning van de situatie. De overheid heeft ten tijdevan de uitbraak gehandeld op basis van de toen beschikbare kennis enadviezen van experts. Daar kunnen we nu niets meer aan veranderen.Dan vraagt mevrouw Beckerman hoe het kabinet de structurele finan-ciering van het behandelcentrum in Noord-Brabant ziet. Ik heb er kennisvan genomen dat er een initiatief vanuit de provincie is om een behandel-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33156 centrum voor Q-koorts en postcovid te openen. Ik heb daarover contactenmet de commissaris van de Koning in Brabant, mevrouw Adema, die zichhier ook zeer hard voor maakt. Het initiatief is begrijpelijk omdat er inBrabant veel mensen met langdurige klachten zijn. Ik zal het initiatief zekermet belangstelling volgen. Ik ben er dus ook al geweest, zoals ik u zei. Hetis begrijpelijk dat hiervoor naar VWS wordt gekeken, maar het organi-seren van zorg voor PAIS-patiënten is, net als bij andere aandoeningen,aan het zorgveld zelf. Wij leveren geen zorg. Wij kunnen natuurlijk wel deomstandigheden beïnvloeden om te zorgen dat het zo goed mogelijk gaat.Wij kunnen bijdragen aan onderzoek en dat doen we ook via die lopendeonderzoeksprogramma’s van ZonMw. We proberen patiënten op allemanieren te ondersteunen. Zo heb ik recent ook een Q-koortsambas-sadeur ...Voorzitter. Ik zie uw hand alsmaar op dat knopje.De voorzitter:Ik zag in ieder geval mevrouw Beckerman met een interruptie.Minister Bruijn:Ik ben wel bij mijn laatste blokje.De voorzitter:Kijk eens aan, heel mooi. Maar ik ga eerst naar mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, en dan toch nog. Ik heb de Minister complimenten gegeven, omdat ikook zag dat het die mensen die al langdurig Q-koorts hebben gewoongoed doet dat dit als eerste stap wordt gezet. Toch vind ik het te makkelijkdat de Minister zegt: de overheid heeft toen gehandeld op basis van toenbekende adviezen, en excuses zijn daarom niet nodig. Daar zijn natuurlijkook onderzoeken naar gedaan die hele andere conclusies hebbengetrokken. Mijn vraag gaat nu toch over die structurele financiering vanhet behandelcentrum. Ziet de overheid daar, gelet op haar eigen rol in dieuitbraak, niet toch ook een rol? Als de Minister het antwoord nu niet directkan geven, dan zouden we het in ieder geval schriftelijk willen krijgen vooreen eventueel tweeminutendebat.Minister Bruijn:Ik begrijp de vraag. We doen dus ook veel voor deze patiënten, maar hetfinancieren van zorg is geen taak van het Ministerie van VWS. Dat zouzelfs onrechtmatig zijn. Dan krijgen we straks op de Verantwoordingsdageen probleem met de president van de Algemene Rekenkamer. Dus datgaan we niet doen.De voorzitter:Laatste keer.Mevrouw Beckerman (SP):Maar dat is ook niet per definitie de oplossing. Een van de belangrijkefuncties die dat centrum kan hebben, naast het leveren van zorg, is zorgenvoor heel veel kennis en expertise die weer ingezet kan worden vooranderen, denk ik. Maar ook het voorkomen van nieuwe problemen, zoalsde Minister zelf natuurlijk ook benoemde: hoeveel zoönotische ziektes erzijn en hoeveel verschillen daarvan ook weer zorgen voor PAIS-achtigegevolgen.De voorzitter:U bent ook door uw interrupties heen, mevrouw Beckerman.Minister Bruijn:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33157 We doen dus heel veel voor de Q-koortspatiënten, ook in financiële zin.Ten aanzien van zorgverlening zou ik bijna willen zeggen: ik kan wel aanuw kant komen staan, maar dan hebben we allebei ongelijk. Wij finan-cieren geen zorg, ook niet zorg rondom de patiënt. Dat doen we niet, datzou onrechtmatig zijn. Dan krijg ik met mijn goede vriend, PieterDuisenberg, een probleem en dat is het laatste wat ik wil.De voorzitter:U kunt door.Minister Bruijn:Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik naar het laatste blokje en dat heet heeltoepasselijk «overig», maar ik zou het liever «andere belangrijke onder-werpen» willen noemen.Het lid Kostic´ vraagt of ik snel met een uitbroedverbod voor eenden kankomen. Dat kan ik als Minister van Volksgezondheid niet. Ik ga namelijkniet over veterinaire maatregelen. Ik kan het hooguit in mijn eigen tuinproberen na te streven, maar dan houdt het echt op. Dus ik laat hetantwoord op die vraag graag over aan mijn collega van LVVN, die hierveel meer vanaf weet dan ik en die bovendien ook doorzettingsmachtheeft op dit punt, tenminste dat denk ik.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Even een technische vraag. Ons is verteld dat doorzettingsmacht helemaalniet kan, het is ongrondwettelijk. Hoe zit het dan?Minister Bruijn:Daar wil ik best op ingaan, maar dat hebben we gedaan op pagina 2 vande brief die we u gestuurd hebben op 13 januari 2026. Doorzettingsmachtvan de ene Minister over de andere is niet aan de orde. Dat geldt dus ookvoor het uitbroedverbod van eenden. Maar ik had het nu niet over dedoorzettingsmacht van mij op de Minister van LVVN, maar de doorzet-tingsmacht van de Minister van LVVN op de eenden.De voorzitter:Kijk eens aan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Daar zullen de eenden heel blij mee zijn. Maar ik had zelf de vraag gesteldaan de Minister van VWS, juist omdat het hier knelt. Het is heel belangrijkdat we hier maatregelen op treffen, juist vanuit volksgezondheid. En deMinister schuift het naar de Minister van LVVN, die heel andere belangenheeft. Hoe rijmt de Minister dat met volksgezondheid?De voorzitter:De Minister gaat wel over zijn eigen beantwoording.Minister Bruijn:De Minister van LVVN heeft geen andere belangen dan die ik heb. Wijstaan allemaal voor de belangen van de inwoners van Nederland en ookvoor de dieren in Nederland. Wij hebben natuurlijk wel andere beleids-terreinen en we zijn ook allemaal uiteindelijk zodanig gepositioneerd datwe de menselijke gezondheid bovenaan zetten. We hebben dus andereverantwoordelijkheden en samen vormen die een geheel. Dat is comple-mentair en niet botsend. Ik vind het eigenlijk erg mooi wat ik zeg.De voorzitter:We kunnen dit gaan doen, maar ik ga nu echt een beetje strenger zijn. Ja,18.00 uur, maar we hebben hierna nóg een Minister die antwoord gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33158 geven. Ik ga nu de Minister even vragen om door te gaan. Als er verdernog vragen zijn, dan kan dat heel even op het eind.Ik wil heel even aan de mensen op links vragen om ... want het wordt eenbeetje storend.Minister Bruijn:Ik kom eigenlijk vanzelf bij de heer Grinwis, die ook nog vroeg hoe deministeries zich tot elkaar verhouden in de keuze rondom VGO. Wewerken daar samen, dat is onze verhouding. Dat doen we in goedeharmonie. En we besluiten in goed onderling overleg over eventueleacties en behouden daarbij onze eigen beleidsverantwoordelijkheid,waarbij voor ons allebei in alle gevallen de volksgezondheid vooropstaat.Dan vraagt de heer Grinwis of wij beiden zien dat een integrale aanpaknodig is, waarbij volksgezondheid een integraal onderdeel is. Dat zien ween daarom doen we dat ook. In verschillende beleidstrajecten en gremiawordt het volksgezondheidsbelang meegenomen, daarom bijvoorbeeldook Health in All Policies en de nationale adaptatiestrategie klimaatveran-dering. Hierbij vraag ik aandacht voor de volksgezondheidsaspecten vanklimaatverandering en klimaatadaptatiemaatregelen. Op het gevaar af datik nu in strijd ben met artikel 8 van het Reglement van Orde, voorzitter.Maar dat even terzijde.Dan vraagt de heer Grinwis van de ChristenUnie om een reactie opuitbreiding van dierziektenmonitoring naar de humane gezondheidszorg.Helaas is de vraag van de heer Grinwis mij niet helemaal duidelijk. Wehebben juist naar aanleiding van de pandemie de humane surveillance alshet gaat om zoönosen versterkt. Dat komt tegemoet aan wat de heerGrinwis beoogt, denk ik. Bijvoorbeeld een uitbreiding van de NivelPeilstations, maar ook versterking van de respiratoire infecties en demonitoring daarvan. Dus ook infecties van zoönotische oorsprong wordendaarin meegenomen.Dan vraagt de heer Graus welke adviezen en bevindingen wij beiden gaanovernemen van de GGD, de Gezondheidsraad en het Longfonds. Ik ken debrief niet, maar we gaan die bestuderen en we zullen er schriftelijk opreageren.Dan de vraag van de heer Grinwis over eerst de kippen en nu de geiten.Waar is de fundamentele standpuntbepaling? Mag ik volstaan metverwijzing naar het voorgaande? Dank u wel.Voorzitter. Dan doe ik dat, denk ik, ook bij de vraag van de voorzitter overhet laten bungelen van mensen. Mag ik daar ook verwijzen naar hetvoorgaande?De voorzitter:Sorry, maar die begrijp ik heel even niet. Mijn vraag ging over communi-catie naar ...Minister Bruijn:Ja, klopt, maar uit het voorgaande mag wel blijken dat de communicatienatuurlijk onze aandacht heeft en dat we die waar nodig ook zullenverbeteren. Ik zal zeker nog eens kijken naar de website waaraan urefereert en of dat wel voldoende is of dat er meer kan.De voorzitter:Kijk eens aan. Heel mooi, dank u wel.Minister Bruijn:Dan ten slotte de vraag van de heer Graus. Hij vraagt of ik weet watfylografisch onderzoek is. Dat weet ik niet en ik heb het ook niet kunnenvinden. Ik vermoed dat hij doelt op fylogenetisch onderzoek. Daarmeewordt bedoeld dat aan de hand van vergelijking van genetische eigen-schappen van een ziekteverwekker gezocht kan worden naar de bron vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33159 een infectie. Het antwoord op de vraag van de heer Graus is dus «nee»,maar als hij fylogenetisch onderzoek bedoelt, dan is het antwoord «ja».Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, Minister. Dan kunnen wij door met de Minister van LVVN. Ikheb inmiddels, via de zeer ouderwetse manier van een brief, van decommissie begrepen dat er niet per se wordt gehecht aan een tweedetermijn. Dat betekent dat we ... Jammer ja, maar goed, we gaan dan vastnog een tweeminutendebat krijgen. Ik zie lid Kostic´ knikken. Dus dan kuntu gewoon nog met ons verder, Minister.Ik ga naar de andere Minister. Ga uw gang.Minister Wiersma:Ja, dank voorzitter. Gelukkig sta ik bekend om mijn korte en bondigeantwoorden, dus we zijn hier vast zo doorheen. Ik heb wel een hele stapel,moet ik zeggen. Na de zorgvuldige beantwoording van mijn collega vanVWS kunnen we er ongetwijfeld wat sneller doorheen.Vooropgesteld, het is goed dat we hierover spreken. We hebben natuurlijkvoor het reces nog een plenair debat gehad over vogelgriep. Dat is ookdirect even ... nou niet een excuus voor de verlate brief. Hoewel dit debatbijna doet voorkomen dat het alleen over VGO en de geitenhouderij gaat,is het natuurlijk een breder debat. Ik zal straks ook nog op een aantalandere zaken ingaan. Maar juist voor het reces hebben we ook eenuitgebreid debat gehad. De brief van gisteravond is bedoeld om toch nahet reces nog de laatste stand van zaken mee te geven aan de Kamer.Natuurlijk hebben we aandacht voor het ongemak daaromtrent enbegrijpen we dat.De voorzitter:Minister mag ik u vragen om, waar dat mogelijk is in ieder geval, deinleiding te schrappen of zeer te verkorten? Dat zou ons allemaal helpen,denk ik.Minister Wiersma:Ik ga mijn best doen.Ik denk dat de Minister van VWS al uitgebreid is ingegaan op onzekabinetsreactie ten aanzien van het Gezondheidsraadadvies. Het behoeftgeen verdere uitleg dat we dat zeer serieus nemen, ook in het licht van deopmerking van de heer Grinwis. Volksgezondheid is zeker integraalonderdeel van beleid.Ik zal even kijken waar ik kan verkorten. Dat zal straks ook denk ik in debeantwoording ... Er zijn een aantal vragen over gesteld. In de brede zinhebben zoönose en dierziekten natuurlijk ook mijn expliciete aandacht. Eris een aantal malen iets gezegd over vaccinatie, maar ook over deinternationale belemmeringen daaromtrent. Volgens mij heb ik in hetplenaire debat voor het reces aangegeven dat wij deze maand nog eenfysieke bijeenkomst hebben. Die vindt plaats in Nederland, waar deVerenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de EuropeseCommissie en de Wereldorganisatie voor diergezondheid ook aanwezigzullen zijn, juist als het gaat over het vaccineren tegen een hele hoopdierziektes. Dus het heeft onze hoogste prioriteit om tot brede acceptatiedaarvan te komen.Ik ga dit ook overslaan, zodat we in het kader van de tijd ... Nee, ik ga doornaar het eerste blokje, waarin ik ook zal ingaan op het VGO, wat aluitvoerig besproken is. In grote lijnen is de lijn die we als kabinet hebbeningezet inmiddels uitvoerig besproken hier in de Kamer, denk ik. DeMinister van VWS heeft die helder uiteengezet. Ik denk dat het echtbelangrijk is dat we de gezondheidseffecten serieus nemen. Dat doen weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33160 ook. Dat is ook de reden dat we nu maatregelen uitwerken en dat binneneen tijdbestek dat zeer kort te noemen is.Er is heel veel gevraagd over welke maatregelen het dan gaat en hoe sneldat kan. Dat snap ik. De Minister van VWS heeft ook aangegeven dat deWUR deze maand het rapport zal opleveren dat we hebben gevraagd overde potentiële maatregel die genomen kan worden. Ik weet informeel datdaar een heel breed palet aan maatregelen in komt. Ik heb het nog nietgezien, dus ik kan daar inhoudelijk nog niet ... We zitten hier in eencommissie die er wel enig gevoel bij kan hebben aan wat voor maatre-gelen op het gebied van strooisel, het beperken van emissies je dan kuntdenken. We verwachten dat rapport op korte termijn.Ik verwacht dat het rapport voldoende aanknopingspunten geeft. We gaandaarna ook direct een vervolgonderzoek uitzetten om te bekijken wat deeffectiviteit daarvan kan zijn. De Minister van VWS zegt heel terecht dat ernog echt wel een aantal onduidelijkheden zijn en die moeten we welscherp hebben. Alle urgentie zit erop om dat in beeld te brengen.Over de WUR heb ik al iets gezegd, en over de sector. Dit laat ik dan nueven. O ja, dit heb ik ook al gezegd.Medeoverheden zijn natuurlijk nauw betrokken bij de uitwerking hiervan.Omdat er nog meer tijd nodig is om die maatregelen daar uit te werken,hebben we de oproep aan de provincies gedaan om het moratorium instand te houden. Er werd ook iets gezegd over de provincies waar geenmoratorium geldt; het gaat dan om Groningen, Friesland en Zeeland. Hetbeeld op dit moment is niet dat dit daar een punt van zorg is. Tegelijkertijdzien we dat vanwege andere redenen, het stikstofbeleid bijvoorbeeld, opdit moment de vergunningverlening ook daar nagenoeg stilligt. Deverwachting is dus niet dat het nu nodig is om daar een moratorium in tezetten voordat wij komen met de concretisering van wat we zojuistbesproken hebben. De ontwikkelmogelijkheden zijn gewoon zeer beperkt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Heeft het kabinet een oproep gedaan aan provincies en gemeenten dienog geen moratorium hebben om dat alsnog in te stellen?Minister Wiersma:Wij hebben wel de oproep gedaan om niet te ontwikkelen, maar op ditmoment geldt daar geen moratorium. We zien dat er op de ontwikkel-ruimte daar op dit moment vanwege een ander beleidsdossier eigenlijkmeerdere sloten zitten. Dat hebben we hier eerder ook uitvoerigbesproken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik wil gewoon een heel duidelijk antwoord. Ik hoorde Minister Bruijnletterlijk zeggen: wij hebben afgelopen vrijdag een beroep gedaan opprovincies en gemeenten die nog geen moratorium hebben om datalsnog de komende tijd in te stellen. Klopt dat met wat de Minister vanLVVN zegt?Minister Wiersma:Dat hebben wij in het verleden gedaan. Ja, dat hebben we eerder in ditproces al gedaan.De voorzitter:Ik ga nu echt naar de heer Grinwis. Er zijn heel veel dingen heel funda-menteel, maar we gaan nu echt door.De heer Grinwis (ChristenUnie):Op het gevaar af dat het een kip-ei-kwestie wordt en dat de kool en de geitworden gespaard toch even een heldere vraag over dat moratorium. Ikkrijg uit de Staten een beetje het beeld dat daar een motie op is ingediend,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33161 bijvoorbeeld in Friesland. Die is verworpen. Er wordt gezegd: we wachtende nadere analyses van het kabinet af. En hier zegt de Minister: ja, het isallemaal niet zo nodig en zo zinvol, want vanuit stikstof kan er toch al niks.Kan de Minister niet klip-en-klaar hier herhalen dat het verstandig is datde drie resterende provincies die geen moratorium hebben ook eenmoratorium toepassen hangende de besluitvorming van het kabinet?Minister Wiersma:Ja, ik wil dat wel herhalen. We hebben daar eerder ook toe opgeroepen.Tegelijkertijd heb ik toen gezegd, ook in het plenaire debat met de Kamer,dat er op dit moment nagenoeg geen vergunningen verleend worden ener in die zin ook een slot op de deur zit, omdat bedrijfsontwikkelingüberhaupt op dit moment zeer problematisch is. Maar goed, we hebben inandere debatten natuurlijk ook uitvoerige discussies gehad over hoe wedat kunnen oplossen. Als wij kijken naar de snelheid waarmee dit dossierwordt opgepakt, dan hebben we dat eerder concreet dan dat we datandere vergunningverleningsspoor in zijn volledigheid hebben opgelost.Maar we hebben die oproep eerder gedaan en bij dezen herhaal ik hem enstaat dat.De voorzitter:Er komen er nog meer, Minister. Mevrouw Bromet, o pardon, eerst deheer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Heel kort afrondend. Dus de Minister zegt eigenlijk met zoveel woordendat er de facto een moratorium is, ook in provincies waar formeel geenmoratorium is. Maar vanuit het perspectief van volksgezondheid en hetadvies van de Gezondheidsraad is het toch wel wat duidelijker als wegewoon zeggen dat in het hele land en in elke provincie een moratoriumgeldt? Maar oké, dat heeft de Minister eigenlijk met zoveel woorden welgezegd. Daar ben ik blij mee, maar het blijft voor ons als Kamerledenvanuit dit perspectief van de Gezondheidsraad toch wat diffuus. Dat moetme van het hart.Minister Wiersma:Wat natuurlijk meespeelt, is dat in deze provincies de geitenhouderijsectorniet een hele relevante sector is. Dat is een van de achterliggende redenenwaarom deze provincies er tot nu toe geen noodzaak toe gezien hebben.De voorzitter:Sorry, Minister. We hadden mevrouw Bromet en daarna mevrouwDen Hollander.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Even over hoe dat dan zit met dat stikstofslot in die provincies. Als je noueen boerderij hebt en je doet je koeien weg, mag je er dan zondervergunning geiten in zetten?Minister Wiersma:In principe zou dat waarschijnlijk gelden. Je kunt over het algemeengeiten niet houden in een koeienhuisvestingssysteem. Dus dan moet jeaan bedrijfsontwikkeling doen en dat zou dan waarschijnlijk vallen overintern salderen. Dus het lijkt mij ingewikkeld om dat te doen.De voorzitter:Goed. Mevrouw Den Hollander.Minister Wiersma:En intern salderen is natuurlijk niet toegestaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33162 De voorzitter:Oké. Mevrouw Bromet. Jongens, het wordt erg rommelig als het zo gaat.Probeer het even iets ...Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb het niet over intern salderen. Ik kan me voorstellen dat er stalsys-temen zijn die koeien gebruiken en waar je ook geiten in kan zetten. Mijnvraag is eigenlijk gewoon – ik wil graag een antwoord, ja of nee – of jegeiten in een koeienstal mag zetten. Ja of nee?Minister Wiersma:In theorie zou het kunnen als een melkveehouder bijvoorbeeld ... Maargoed, je zit in je vergunning ook met het aantal koeien dat je daar hebt,dus dat zie ik niet gebeuren. Nee, want het gaat dan om de stikstofruimte.Dat zou alleen kunnen via intern salderen, en dat is op dit moment nietmogelijk vanwege de uitspraak van de Raad van State van 18 december2024.De voorzitter:Dan gaan we nu naar mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):De VVD heeft ook gevraagd om een nationaal moratorium, juist omdat wehet onderscheid tussen de provincies niet willen. We willen gewoon dat eréén lijn getrokken wordt, zodat voor alle ondernemers en voor alleinwoners helder is wat de situatie is. Eigenlijk is de stikstofsituatie nu dereden waarom het niet kan, maar dat is geen moratorium. Eenmoratorium is op basis van gezondheid, stikstof is op basis van stikstof.Dat hopen we snel te gaan oplossen. Maar dan zou dat opeens niet meergelden.Een tweede vraag – en dan heb ik twee interrupties, prima – is of er nu welof niet afgelopen vrijdag ... Want dat heb ik Minister Bruijn ook horenzeggen, en ik voel wel een beetje mee met het lid Kostic´ die dat funda-menteel vindt. Ik heb de Minister ook horen zeggen dat er afgelopenvrijdag een oproep is gedaan. De Minister van LVVN zegt dat dat niet zo is.Ik zou het wel fijn vinden om daar helderheid over te krijgen.Minister Wiersma:Er staat letterlijk in de brief: omdat voor de uitwerking van deze maatre-gelen nog enige tijd nodig is, doen we een beroep op de provincies engemeenten de komende tijd vast te houden aan de bestaande tijdelijkebeperkingen op de groei van de geitensector. Dat zijn de provincialemoratoria en het is gemeentelijk beleid. Dus dat is voor de provincieswaar moratoria gelden; en het is een oproep naar die overige provincies.Dat hebben we in een eerder stadium gedaan en daar hebben we ook aluitvoerig over gesproken. Kijk, op het moment dat wij tot concreteafstandscriteria komen, dan houdt dat natuurlijk in dat die voor alleprovincies gelden. Daar zetten wij veel vaart op en hierover hopen wijvoor de zomer met u te kunnen delen.De voorzitter:Laatste keer, mevrouw Den Hollander.Mevrouw Den Hollander (VVD):Sowieso dank voor deze verheldering, maar ik heb de Minister net ookhoren zeggen dat er bij dezen een oproep gedaan werd. Heb ik het goedgeïnterpreteerd dat dat alsnog de oproep aan de provincies was?Minister Wiersma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33163 De heer Grinwis verzocht mij om de eerdere oproep te herhalen en datheb ik gedaan.De voorzitter:Ik ga dit niet meer doen. Op een gegeven moment zit er een dak op dehoeveelheid vragen die gesteld wordt, lid Kostic´. De Minister.Minister Wiersma:In ieder geval hebben de provincies die een moratorium hebben,aangegeven dat ze daar voorlopig aan vast zullen houden. Dit hebben weook besproken.Ik wil beginnen met een vraag van het lid Kostic´ en dan wil ik eigenlijkbeginnen met iets anders. Er werd gesteld dat ik sta voor de belangen vande agro-industrie. Daar werd een uitspraak over gedaan. Ik wil dat tocheven rechtzetten, omdat de uitspraak in de context waarin die gedaanwerd, lijkt te tornen aan mijn integriteit. Dat wil ik echt verre van mijwerpen, want ik ben de Minister van en voor landbouw en daar ben iktrots op. Natuurlijk sta je als vakminister ook voor de belangen van desectoren waar je beleid voor maakt. Die belangen weeg je altijd mee. Datis mijn vak. Daar heb ik de verantwoordelijkheid voor. Het zou gek zijn alsde Minister van Economische Zaken de economische belangen nietmeetelt of dat de Minister van Volksgezondheid de belangen van degezondheid van mensen niet meeweegt.Uiteindelijk komen wij ieder vanuit onze verantwoordelijkheid bij elkaar.Hier zit totaal geen patstelling in. Volgens mij heeft mijn collega, deMinister van VWS, dat heel duidelijk uiteengezet. Wij voeren daar heelconstructieve gesprekken over, waarin wij tot gewogen conclusies komen.Die liggen nu ook voor. Ik heb als Minister laten zien dat ik niet wegloopvoor stevige ingrepen. Die zitten ook in deze brief. Het zijn best welingrijpende maatregelen die genomen moeten worden in de sector. Daarsta ik ook voor. Maar ik heb wel een zorgvuldige weging gemaakt, waarbijproportionaliteit en impact meegewogen zijn. Ik zou echt geen knip voorde neus waard zijn als ik dat niet zou doen. Dat dit een integriteits-vraagstuk is, wil ik bij dezen rechtzetten. Ik durf echt, terugkijkend op mijnperiode in dit ambt, te zeggen dat daar geen sprake van is.Dan de vraag van het lid Kostic´.De voorzitter:Minister, één moment. Ik ga hierover één opmerking toelaten, maar geendebat.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Een persoonlijk feit. Ik heb zoiets nooit gesuggereerd. Dat verzint deMinister. Wat wel een feit is, is dat de Minister heeft gezegd dat ze altijdvoor de agrobelangen staat en dat ze de afgelopen periode alleen maaralle stikstofmaatregelen heeft geblokkeerd, alle dierenwelzijnsmaatre-gelen en alle gezondheidsmaatregelen heeft geblokkeerd. Dat zijn defeiten.De voorzitter:We gaan ons nu weer wenden tot het debat van vandaag.Minister Wiersma:Ik wil wel even zeggen dat deze reactie mijn punt onderstreept, want erworden onwaarheden verteld die tornen aan mijn persoonlijke integriteit.Ik loop niet weg voor moeilijke beslissingen. Ik heb een enormestikstofemissiereductie-opgave bij de landbouwsector neergelegd richting2035. Ik weet dat het kan, als je naast die sector gaat staan en ze helpt diekant op te bewegen. Dus het is aantoonbaar onjuist. Ik wil dat af en toeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33164 toch even recht kunnen zetten, ook vanuit dit ambt, waarin je eigenlijkalleen mag incasseren.Ik kom op de vraag. «Kan de Minister toezeggen met een afbouwpad tekomen voor geiten om mensen te beschermen?» Volgens mij heeft deMinister van VWS heel duidelijk uiteengezet dat als je maatregelen neemt,die gericht moeten zijn en bij moeten dragen aan het doel waarvoor je demaatregelen neemt. Het afbouwpad van een sector is een ongerichtemaatregel. Die kun je dus niet onderbouwen, ook niet vanuit volksgezond-heidsperspectief, omdat ook duidelijk blijkt uit het advies van de Gezond-heidsraad dat daar een afstand in af te bakenen valt. Dat kunnen we dusniet doen. De sporen die we wel uitwerken, die wel relevant zijn om teonderbouwen en die juridisch ook houdbaar zijn, heeft de Minister vanVWS duidelijk uiteengezet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Minister van Volksgezondheid heeft net gezegd dat hij geen enkelemaatregel uitsluit en dat hij daar verder ook nu nog geen uitspraak overdoet. Dat doet deze Minister wel. Ik snap het niet, want de Gezond-heidsraad zegt juist: een van de belangrijke effectieve maatregelen iskijken naar de omvang van de geitenhouderij. Hoe rijmt deze Minister datmet die feiten?Minister Wiersma:De Minister VWS heeft ook gezegd dat in het advies van de Gezond-heidsraad staat dat nog niet duidelijk is of het reduceren van de omvangvan een bedrijf überhaupt effect heeft op de emissies. Dat zijn vragen diewij in het vervolgonderzoek willen laten duiden. In algemene zin is deafbouw van een hele sector een ongerichte maatregel. Dat draagt niet perdefinitie bij, zeker niet als je het kijkt naar het gezondheidsperspectief. Jezou er vanuit andere doelstellingen, bijvoorbeeld stikstofemissies, eenonderbouwing aan kunnen leveren. De vraag is of je dat op die manierwil. Maar gezien dit VGO-onderzoek, waar we vandaag voor aan tafelzitten, is dit een ongerichte maatregel die niet te onderbouwen valt. Desporen die we wel bewandelen en die ook te onderbouwen zijn, heeft deMinister van VWS volgens mij heel duidelijk neergezet.De heer Flach had een vraag over het WUR-onderzoek. Hij vroeg of erinmiddels een eerste advies gegeven is. Eind deze maand verwachten wedat. We zullen op korte termijn kijken hoe de geitenhouders deno-regretmaatregelen die daaruit volgen, kunnen oppakken en wie er alaan kan gaan werken. Als er maatregelen zijn die ingrijpender zijn of dieheel veel investeringscapaciteit vragen, dan moeten we nader kijken naarde doelmatigheid en de effectiviteit. Dat gaat middels pilots, waar deMinister van VWS zojuist ook al aan refereerde, in combinatie met hetmonitoren van het effect op emissies. Wij denken dat de meest kansrijkemaatregelen in de komende jaren gedaan kunnen worden. Wageningenbaseert zich daarbij op eerdere ontwikkelprogramma’s voor reductie vanfijnstof in pluimveestallen.Dat brengt mij op het punt dat in eerdere VGO-onderzoeken ook eenverband gezien werd met pluimvee, maar later was dat verband er nietmeer. In die zin zal dat dus effectief zijn.De heer Koorevaar (CDA):Interessant. U zegt dus dat de maatregelen in de pluimveehouderijeffectief zijn geweest. Dat is eigenlijk wat u zegt.Minister Wiersma:Nee, wat ik zeg is dat er eerder in VGO-onderzoeken een verbandgevonden werd tussen pluimveehouderijen en longontstekingen en datdat verband later niet meer werd gevonden. Ik kan niet uit dit onderzoekvaststellen dat dat daardoor komt. We hebben gezien dat er in die sectorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33165 effectieve maatregelen genomen zijn, waar Wageningen ook bij betrokkengeweest is, maar de correlatie tussen zaken die uit het VGO vallen en diemaatregelen is niet een-op-een gelegd. Die lijk je met boerenverstand tekunnen leggen, maar ik kan dat niet hardmaken. Daar zijn wel effectievemaatregelen genomen.Er is gevraagd hoe we opvolging gaan geven aan het actieplan van desector. Allereerst inderdaad complimenten aan de sector. Zij zien ook datzij dit proactief op moeten pakken. Daar ben ik blij mee. Dat willen wenatuurlijk ook stimuleren, dus daar gaan we samen in optrekken. Wijwillen inzetten op dat ontwikkelingsprogramma voor emissiereducerendemaatregelen. Daarbij gaan we de inhoud van het sectorplan betrekken.Uiteraard zal de sector daar zelf ook goed bij aanhaken.De heer Flach had ook een vraag over het onderzoek naar het compos-teren van stalmest. Hij vroeg of daar onderzoek naar gedaan is. Het korteantwoord is dat het VGO daar niet op ziet. Daar is niet specifiek naar hetcomposteren van stalmest gekeken. We gaan wel kijken hoe we dit eenplek kunnen geven in een vervolgonderzoek dat ik net benoemde.De tweede vraag van de heer Flach ging over Aspergillus fumigatus.«Aspergus» staat hier, maar volgens mij heet het «Aspergillus fumigatus».Dat is een schimmel die in toenemende mate resistentie tegen azolenvertoont, maar die komt meer vanuit een andere sector, waaronderhoutbewerking en dergelijke. Hij vroeg of dat een rol speelt in devermeerdering van deze schimmel en of dat ook meegenomen wordt. Uithet VGO blijkt dat er niet sprake is van één specifieke ziekteverwekker endat dat verband dus ook niet heel hard is aangetoond. Het werkingsme-chanisme is waarschijnlijk multicausaal, dus om onderzoek naar éénspecifieke ziekteverwekker te doen is dan ook niet per se direct relevant.Dat concluderen de onderzoekers zelf ook. Wat wel relevant is, is dat we inalgemene zin alle emissies moeten reduceren.Mevrouw Den Hollander had een vraag, in het verlengde van de vraag vanmevrouw Podt, over dat landelijke moratorium. Volgens mij is die in deinleiding beantwoord.De heer Koorevaar vroeg naar het structuurbeleid, waar ook de geiten-sector in meegenomen wordt. Het afstandscriterium waar we mee komen,is in indirecte zin een structuurmaatregel. Daar wordt op dit momentnadere invulling en duiding aan gegeven. Bij bestaande situaties willenwe bekijken hoe we daar met maatregelen kunnen komen om de risico’ste mitigeren, onder andere door het instellen van reducerende maatre-gelen. We wachten daarvoor op het WUR-rapport.Op de prioritaire locaties heeft de Minister van VWS al een toelichtinggegeven. Er is sprake van een maatwerkaanpak, zoals gesteld.Er was een andere vraag van de heer Koorevaar. Die is wel relevant. Deheer Koorevaar vroeg of het moratorium ook van invloed is op stalaan-passingen als dat emissiereducties in de weg zit. Fijnstofemissies werdenexpliciet genoemd. Over het algemeen is het wel zo dat de verspreidingvan potentiële ziekteverwekkers ook met fijnstofemissies meegaan. Ikdenk dat dit een heel belangrijk punt is. Primair staan provincies hiervooraan de lat. Natuurlijk moeten wij ook kijken naar de bestaande bedrijven.Het moet niet zo zijn dat bedrijven in de toekomst geen effectieveemissiereducerende maatregelen meer kunnen nemen omdat er eenmoratorium geldt. Dit nemen we mee in het overleg dat we voeren met deprovincies. Dat gaat natuurlijk hand in hand met de maatregelen die westraks vanuit Wageningen aangereikt krijgen. Het is van het grootstebelang dat er ruimte blijft om die maatregelen te implementeren. Datgeeft ook wel aan waarom een moratorium geen definitieve oplossing isvoor waar we nu naar kijken.De voorzitter:Ik zie een vraag van de heer Koorevaar. Eén moment, meneer Koorevaar.We hebben nog tien minuten van de oorspronkelijke tijd. Ik wil dusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33166 sowieso alle Kamerleden vragen om zich echt te focussen op de dingendie zij echt nog willen weten. Ik wil bovendien voorstellen dat de Ministerhaar beantwoording afmaakt en dat we daarna die echt indringendevragen nog stellen. Ik zie geknik, dus dan gaan we dat zo doen. Dan kande Minister als een malle door met de rest van de tekst.Minister Wiersma:Ik doe mijn uiterste best, voorzitter.De vraag die ik hier lees, heb ik in de inleiding beantwoord. Dan heb iknog een aantal vragen van mevrouw Den Hollander en mevrouw Podt. Diegaan over dierrechten en specifiek over het implementeren vandierrechten voor de geitenhouderij, maar ook voor andere veehouderij-systemen die geen sturingsmiddel hebben. In het voorliggende vraagstuk,dat ook vanuit het licht van volksgezondheid wordt bekeken, is eenrechtenstelsel geen gerichte maatregel. Op die grondslag kun je dat dusniet onderbouwen. Ik ben nauw betrokken geweest bij de introductie vanhet fosfaatrechtenstelsel, wat iets anders is dan een dierrechtenstelsel,omdat het een andere grondslag heeft. Voor het implementeren van eendierrechtenstelsel moet je echt een stevige onderbouwing hebben, maarook een grondslag, niet in de laatste plaats omdat het een forse staats-steunmaatregel is. Binnen de Europese Unie moet er een goede onder-bouwing zijn om die staatssteun in te voeren. Vanuit Volksgezondheid ishet juridisch niet hard te maken. Dat is gewoon niet rond te rekenen, wantdat gaat over het generiek sturen op een sector, terwijl die gezondheidsef-fecten conform het advies van de Gezondheidsraad juist in een bepaaldestraal plaatsvinden.Vanuit een andere overweging hebben we het bij andere sectorennatuurlijk gehad over sturingsmogelijkheden. Ik denk dat we vanuit hetstikstofemissievraagstuk niet heel veel van de sectoren kunnen vragenwat betreft de sturingsmogelijkheden. Ik sta er dus niet per se onwel-willend tegenover, maar je kunt dit niet zomaar uitvoeren. Dit is namelijkzeer complex, ook uitvoeringstechnisch. Er moet een direct verbandbestaan tussen het publieke belang en de effecten van die maatregel.Vanuit het debat dat we vandaag voeren, kan ik dat nog niet onder-bouwen. In een ander debat zouden we met elkaar kunnen kijken of diteen geschikt instrument is en of dat dat te onderbouwen valt.Dan had mevrouw Podt nog een vraag over het verkleinen van de omvangvan de geitenhouderij. Die heb ik volgens mij net ook beantwoord, toen ikhet had over het sturen op een sector in algemene zin.Dit waren de vragen aan mij over het VGO.Dan heb ik nog een algemeen mapje met een aantal vragen over anderedierziekten en vaccinatievraagstukken. Dan begin ik met mevrouw Van derPlas. Die vroeg of de draaiboeken van de bestrijdingsplichtige dierziektengeactualiseerd worden op basis van de laatste wetenschappelijkeinzichten. Ik kan zeggen dat er een aantal in 2023 zijn geactualiseerd.Volgens mij waren dat er negen. De aanpak van die bestrijdingsplichtigedierziekten is een voortdurend proces, waarbij de laatste veterinaireinzichten worden gebruikt. Een aantal draaiboeken zijn al wat ouder. Als ikme niet vergis, komen die bijvoorbeeld uit 2015. Maar zij gaan over hetalgemeen over dierziekten die we hier nagenoeg niet zien, bijvoorbeeldgeitenpokken en de Afrikaanse paardenpest. Maar ook naar die draai-boeken wordt op dit moment gekeken om ze te actualiseren. Er wordt dusaan gewerkt om die allemaal up-to-date te houden. De draaiboeken voorde meest voorkomende en meest bedreigende dierziekten die we hier inNederland en Europa hebben, zijn recentelijk geactualiseerd.Mevrouw Van der Plas had ook nog een vraag over de vaccinatie voordierziekten. Zij vroeg of ik mij maximaal in wil zetten voor maatregelen dieonnodig ruimen van dieren voorkomen, met name door vaccinatie. Hetantwoord is: ja, daar wil ik me maximaal voor inzetten. Sterker nog, eerstwas er binnen de kilometer een ruimingsplicht wanneer er bijvoorbeeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33167 vogelgriep geconstateerd werd en mijn voorganger heeft al besloten omdat niet meer per definitie te doen. Dat is een goede stap geweest. Wijwillen niet onnodig dieren ruimen. Dat is het uitgangspunt. In Duitslandkijken ze ook of je dat bijvoorbeeld op bedrijfsniveau kunt doen en of jealleen een stal kunt ruimen waar een besmetting heerst. Dat was nog nietzo succesvol, maar er wordt wel gekeken hoe je daar op een goedemanier invulling aan kunt geven, ook in Europees verband. Het beleid is eraltijd op gericht om ruimen zo veel mogelijk te voorkomen.Dan het punt van de vaccinatie. Ik ben ook binnen de Europese Unie eenwarm pleitbezorger voor vaccinatie. Wij proberen daar echt een doorbraakin te genereren. We weten met elkaar dat er handelsbelemmeringen zijn.Dan hebben we het niet alleen over eieren die je binnen Nederland afmoet zetten, maar ook over de verwerkte producten, zoals de koekjes diedaarmee geproduceerd zijn. Dat zijn producten die over de hele wereldgaan, dus dat is echt niet zo gemakkelijk gedaan. Maar nogmaals: wehebben deze maand echt een high-levelbijeenkomst. Ik weet dat er nuambtenaren zijn die lachen dat ik dat zo uitspreek, want ik zei «high level»en «meeting». Van over de hele wereld zijn er vooraanstaande mensenaanwezig om het daarover te hebben. Dat laat ook wel zien dat wij hierkoploper in zijn. Ik kan ook wel zeggen dat we de kartrekker zijn omhandelsbelemmeringen in de toekomst weg te nemen. Maar voor hetkerstreces heb ik ook al gezegd: er is nog wel een weg te gaan. We zijndaar nog niet, maar wij zetten ons daar onverminderd voor in. Ik doet datop politiek niveau, ook bij de Europese collega’s. De CVO doet dat ophoog ambtelijk niveau. Die is daar heel druk mee, kan ik zeggen.Er was nog een vraag over de bestrijdingsplichtige dierziekten. Die heb ikal beantwoord.Er was een vraag naar de stand van zaken van blauwtong. Ja, er is inDuitsland serotype 8 van blauwtong gemeld, vlak over de grens bijKerkrade. Dat is een bekend serotype. Dat is al vaker gevonden in Belgiëen Duitsland, ook afgelopen jaar. We zien dat dat vaak geïsoleerdegevallen zijn en er geen verspreiding plaatsvindt. Wij staan in nauwcontact met de Duitse collega’s. Als er risico’s bestaan voor de Neder-landse veehouders, dan zal ik daarover informeren.De voorzitter:Hoeveel moet u nog, Minister?Minister Wiersma:Ik heb nog een klein stapeltje. Volgens mij kan het snel.De heer Koorevaar had een vraag over de lumpy skin disease. Hij vroeghoe het ervoor staat met de Nederlandse voorraad van vaccins. Vacci-neren is gewoon de uitweg, mochten dit soort ziektes, ook bestaandeziektes, aan de orde zijn. Er loopt een traject. We hebben gewerkt aan devoorbereiding van de aanbesteding. Wij moeten dat Europees aanbe-steden. De aanbestedingsprocedure wordt binnen een maand opgestart.We hebben tot nu toe gewerkt aan de aanbesteding. Dan loopt dat tussende zes en negen maanden. Wanneer dat aanbesteed is, kunnen we devaccinvoorraadbank aanleggen. Maar mocht er een calamiteit ontstaan,dan hebben wij andere routes voor noodvaccinaties. Dan kunnen we welgewoon vaccins aanschaffen. Die vaccins zijn ook beschikbaar. Als hetnodig is, dan kunnen we er dus over beschikken via een andere route.Maar als wij die voorraadbank aan willen leggen, dan moeten we dat viaaanbesteding doen. Dat proces loopt.De heer Koorevaar vroeg ook naar kennis over deze ziekte. Hij vroeg of wedaar extra inzet op willen plegen. Ik ben het ermee eens dat dit eennieuwe dierziekte is, die in Nederland godzijdank nog onbekend is. Wezien wel dat naarmate die in het buitenland vaker zijn intrede doet, er inde vakbladen meer aandacht voor komt. Op mijn verzoek is er vorig jaardoor de Gezondheidsdienst voor Dieren en de WBVR een webinar overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33168 LSD gehouden. LSD staat voor lumpy skin disease. Mensen hebben ersoms wat andere associaties bij, dus laten we dat maar gewoonuitspreken. Dat webinar was voor boeren, dierenartsen en anderegeïnteresseerden. Dat was een drukbezocht webinar. Het is ook nog terugte kijken. Nu er ontwikkelingen in het buitenland zijn, is er meer aandachtvoor. We houden de ontwikkelingen in het buitenland natuurlijk goed inde gaten. Die delen we ook direct met de sectoren. Mevrouw Van der Plasvroeg naar draaiboeken. Dit geactualiseerde draaiboek hebben we indecember gepubliceerd. Via deze wegen proberen we daar aandacht op teblijven vestigen.De heer Koorevaar vroeg ook of we zijn voorbereid op dierziekten die wekunnen verwachten als gevolg van klimaatverandering. Het antwoord isdat dit in de basismonitoring is geëvalueerd. We hebben een heeldoeltreffend instrument waarmee we de monitoring op nationaal eninternationaal niveau doen. De signalen worden snel opgevangen. Wekunnen snel reageren. Natuurlijk zal klimaatverandering zorgen voornieuwe risico’s. Daar moeten we alert op zijn. Maar die bewustwording iszowel binnen Nederland als lidstaat als in breder verband zeer aanwezig.De heer Koorevaar vroeg expliciet of ik een gezant voor de acceptatie vanvaccinatie aan zou willen stellen. Ik zou willen beginnen met te zeggen datik de behoefte deel om die bredere acceptatie echt goed uit te dragen,maar als ik heel eerlijk ben, dan is mijn beeld op dit moment dat daar juistheel veel inzet op gepleegd wordt. Zojuist zei ik al dat de CVO van LVVNdaar de afgelopen jaren heel actief in is geweest. Die gaat de hele wereldover om hier draagvlak voor te creëren. De CVO’s van al die anderelanden die ik net aanhaalde komen allemaal naar Nederland toe. Daaruitblijkt wel hoe vooruitstrevend wij zijn en wat voor positie wij op ditmoment al in dit dossier hebben. Ik zou die informatie daarover heelgraag met u willen delen. Misschien kan dat als deze bijeenkomst geweestis. In mijn beleving loopt dit juist heel goed. Als de heer Koorevaar na hetinformeren hierover nog steeds het idee heeft dat het ontoereikend is ofals hij het gevoel heeft dat er toch nog meer energie op moet, dan kunnenwe daar met elkaar naar kijken. Maar de huidige persoon heeft veelexpertise en een hoog kennisniveau. Onze CVO is de gezant op dit gebied.Als we daar nog iemand naast zouden zetten, dan weet ik niet of dat toteen verbetering leidt of tot een verslechtering. Daar kunnen we met elkaarover van gedachten wisselen. Als de Kamer dat dan nog steeds beter lijkt,dan heb ik daar alle bereidheid toe.De voorzitter:Minister, ik waardeer de uitgebreide antwoorden, maar ze mogen toch ietsbeknopter.Minister Wiersma:Oké. Dan de IBR. Dat was ook een vraag van de heer Koorevaar. Ik heb injuli 2025 aangegeven dat 1 januari niet gehaald zou worden en dat 1 julihet streven is. Dit loopt al lang. Ik ken de IBR. Ik vind het belangrijk omhiermee door te gaan. Die AMvB is op dit moment in notificatie bij deEuropese Commissie. De notificatieperiode loopt af op 24 januari. Daarnamoet die worden voorgelegd aan de Raad van State. Alle inzet is daar dusop gericht. Ik heb in juli vorig jaar gezegd dat het 1 juli zou worden. Erwordt hard aan gewerkt om dat zo snel mogelijk te doen.De heer Graus vroeg naar de spoorkaart voor blauwtong. Ik moet daaropantwoorden dat de plaats van herkomst en de bron tot op de dag vanvandaag onbekend zijn en dat er geen verwantschap gevonden is metwelk circulerend virus wereldwijd dan ook. Als we daar onderzoek naarwillen doen, dan kan er een voorstel ingediend worden met daarinaangegeven welke informatiebronnen nodig zijn, zoals een spoorkaart vanEuropa. Dan zullen we het voorstel op kwaliteit en haalbaarheid beoor-delen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33169 De Partij voor de Dieren en GroenLinks-PvdA vroegen om een uitbroed-verbod voor eenden. Er werd gesteld dat eenden extra vatbaar zijn voorvogelgriep. Hier zit een volksgezondheids- en een diergezondheidsaspectaan. Het RIVM heeft afgelopen najaar het volksgezondheidsrisico van metvogelgriep besmette eenden beoordeeld. Het concludeerde dat het risicovanuit gehouden eenden niet is verhoogd. Ook in eerdere adviezen zijndoor experts geen specifieke maatregelen voor eendenbedrijven gegeven.Wat betreft diergezondheid is daar geen wettelijke basis voor, omdat daargeen veterinaire reden voor is. Het feit dat het slachthuis gesloten is,verandert niks aan het veterinaire risico, omdat er ook andere slacht-huizen zijn, over de grens. Wat betreft de verdenking van vogelgriep zijner enorm strenge eisen. Dat loopt goed conform het monitoringssysteemwaar ik het net ook over had. Bedrijven worden heel snel geruimdwanneer er een verdenking is. Dat wordt echt binnen een dag allemaal ingang gezet. Het gezondheidsgevaar voor een houder van eenden en voorandere bedrijven is in die zin klein.Dat was de laatste vraag.De voorzitter:Kijk eens aan. Heel goed. Dan was dit het einde van de termijn van hetkabinet. Dan kijk ik heel even naar de Kamer. Ik wil u vragen om desnoodsnog een of twee essentiële vragen stellen met elkaar, want we lopen nu aluit de tijd en ik vind het belangrijk dat we ons daar zo veel mogelijk aanhouden. Alleen als u echt iets totaal hebt gemist, mag u een heel kleinevraag stellen. Een aanvullende vraag mag, maar een heel kleintje,mevrouw Van der Plas. Meneer Koorevaar.De heer Koorevaar (CDA):Even over dat moratorium. Ik snap dat voor de no-regret, dus voormakkelijke maatregelen. Maar als het nu moeilijke maatregelen worden,pleit u er dan bij de provincies voor dat die ook genomen kunnen worden,wellicht met steun van u?Minister Wiersma:Ik begrijp de vraag niet helemaal, want het moratorium is iets van deprovincies, maar de maatregelen worden vanuit de Rijksoverheidgenomen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Koorevaar. Lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank voor deze kans. Dan stel ik de vraag alsnog. Ik zou graag een briefwillen hebben waarin wordt uitgelegd wanneer de provincies engemeenten voor het eerst zijn opgeroepen om alsnog een moratorium inte stellen, terwijl ze dat niet hebben of hadden. In het vorige debat dat ikmet deze Minister van LVVN voerde, zei ze namelijk dat ze dat überhauptniet zou willen doen. Ik ben dus verbaasd. Ik wil het gewoon op uw papier.De voorzitter:Uw vraag is helder. Minister.Minister Wiersma:Ik hoef daar geen brief over te sturen, want de brief waarin deze oproepgedaan is, is op 22 februari 2023 verstuurd. Ja, toen is die oproep algedaan. Ik heb hem zojuist herhaald.De heer Graus (PVV):Twee korte dingen. De Minister vroeg om die gegevens. Het gaat om detreinbewegingsgegevens van de afvaltrein vanaf de eerste rit tot eindTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33170 december 2023. Daar gaat het om. Dat kan. ProRail werkt daaraan mee alsbijvoorbeeld de NVWA dat goedkeurt. Maar de NVWA keurde dat verzoekniet goed en dat begrijp ik niet in dit geval.Mijn tweede vraag gaat over dat heel dikke rapport van de onderzoekersOrmskirk en Kuik dat ik heb aangeboden. Omdat het heel belangrijk is ener mogelijke oorzaken en verspreidingsgevolgen in zitten, had ik graaggeweten wanneer de Kamer er ongeveer een reactie op kan krijgen.Minister Wiersma:Ik ken dit verzoek aan de NVWA niet. Ik zou willen verzoeken om dat metons te delen en dan komen we daar wel even op terug.De voorzitter:Dan de tweede vraag van de heer Graus: wanneer komt u terug op hetrapport?Minister Wiersma:We nemen dat mee voor de zomer. Wanneer we weer communiceren, dankomen we daarop terug.Mevrouw Van der Plas (BBB):Even één korte vraag over het eventueel verplaatsen van bedrijven.Daarbij vraag ik mij af: hoe moet dat als er ergens een moratorium is? Danmag er geen nieuwvestiging of uitbreiding komen van geitenhouderijen.Als je geen moratoria hebt, dan wordt verplaatsen natuurlijk welmakkelijker. Hoe zit de Minister daarin?De voorzitter:Uw vraag is helder.Minister Wiersma:Volgens mij hebben we net heel duidelijk uiteengezet dat het onze intentieis om zo snel mogelijk met het afstandscriterium te komen. Op hetmoment dat wij dit geconcretiseerd hebben, dan kan het moratorium inprincipe natuurlijk losgelaten worden in de provincies, waardoor er danweer ontwikkelmogelijkheden zijn, met de kanttekening die ik zojuistgemaakt heb dat ik ook andere moeilijkheden voorzie. Stikstof willen weook met elkaar oplossen. Dat gaan we doen. Of eigenlijk gaat een volgendkabinet ermee verder in deze lijn. Als wij met de afbakening gekomen zijn,dan is er ook geen noodzaak meer om die moratoria in stand te houden.Dat kwam ook aan bod bij de vraag van de heer Koorevaar over structuur-beleid. Daar zit impliciet structuurbeleid in.De voorzitter:Dank u wel. Tot zover. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Ik wilwel even kijken of er behoefte is aan een tweeminutendebat. Ik zie een ja.Oké, heel goed. Ik begreep dat mevrouw Van der Plas daar nog iets overwilde zeggen of vragen.Mevrouw Van der Plas (BBB):Ja. We hebben geen tweede termijn en wel een tweeminutendebat. Ikweet eigenlijk niet precies hoe dat zit, vandaar deze vraag. Kunnen we ineen tweeminutendebat dan toch iets meer ruimte krijgen om nog watdingen te zeggen? Ik begrijp dat er dan bij de regeling van werkzaam-heden een kort plenair debat aangevraagd moet worden. Die tweeminuten blijven gewoon twee minuten. Daar zit geen ruimte?De voorzitter:Het woord zegt het al, mevrouw Van der Plas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33171 Mevrouw Van der Plas (BBB):Dat snap ik, maar ik heb ook weleens gezien dat er een heel kort plenairdebat werd aangevraagd. Dat is ook door deze commissie weleensgedaan. Dan zou het tweeminutendebat geschrapt kunnen worden.De voorzitter:Dat voorstel kunt u natuurlijk altijd bij de regeling van werkzaamhedendoen, maar een tweeminutendebat is een tweeminutendebat.Dan gaan we nog heel even de toezeggingen herhalen. Even voor deduidelijkheid: individuele toezeggingen die in bestaande brieven landen,noteren we niet. U hoeft dus niet te denken: waar is mijn toezegginggebleven? Er is een tweeminutendebat aangevraagd door het lid Kostic´ ende volgende toezeggingen zijn gedaan.−De Minister van VWS zal de Kamer in februari 2026 informeren overhet rapport van de WUR over de bedrijfsvoering van geitenhouderijenen de antwoorden van de VGO-onderzoekers over het verschil tussende afstandsnorm van 500 meter en die van 1.000 meter.Klopt dit?Minister Bruijn:Ja, voor zover die adviezen van de WUR en de VGO ook uiterlijk eindfebruari komen. Dat is wel toegezegd, maar ik maak die kanttekening. Ikkan u niet informeren als ik ze niet heb.De voorzitter:Dat begrijp ik.−De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de uitwerking vanmaatregelen inzake geitenhouderijen en de implementatie en hettijdpad van deze maatregelen.Ik zie geknik.Dan hebben we inderdaad geconstateerd dat er een tweeminutendebatkomt met als eerste spreker het lid Kostic´. Dat komt op een later moment.Voor de mensen die dat niet weten: dat is het moment dat Kamerledennog andere vragen en voorstellen kunnen doen.Buiten de microfoon wordt naar een toezegging gevraagd, maar zoalsgezegd: het gevraagde komt volgens mij gewoon in een bestaand ding.Daarom is de toezegging niet apart genoteerd.Ik wil iedereen danken voor de belangstelling. Een goede reis naar huis. Iksluit deze vergadering.Sluiting 18.13 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 683, nr. 33172

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4e0805e804e3b8a4

14 okt 2026 · 38e64438e0bd4adb

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingZoönosen en dierziekten
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over zoönosen en dierziekten

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.