KamerkringInloggen
Kamerstuk

Debat naar aanleiding van een verzamel algemeen overleg op 29 februari 2012 over Immigratie en Asiel

15 mrt 2012 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 51ecb7f82f533a0c · officiële bron

Tweede KamerImmigratie en Asiel 15 maart 2012TK 6464-16-5616Immigratie en AsielAan de orde is het debat naar aanleiding van een verza-mel algemeen overleg op 29 februari 2012 over Immigra-tie en Asiel.De heer Dibi (GroenLinks):Voorzitter. In het voorgaande VAO zei de minister iets in-teressants, namelijk dat er geen grens is. Dat is precieshet probleem: deze minister accepteert alles als de PVVdat wenst. Ik hoop dat wij vandaag wel een grens kunnentrekken voor de positie van kinderen in het asielbeleid.Daarom dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het Kinderrechtenverdrag aangeeft datals kinderen en ouders in verschillende landen wonen,een verzoek tot hereniging met menselijkheid, welwil-lendheid en spoed moet worden behandeld;constaterende dat de huidige procedures en beslissingenonvoldoende rekening houden met de jonge leeftijd vannareizende kinderen, zoals bij de hoorpraktijk;verzoekt de regering, de procedures en beslissingen – vanonder meer de hoorpraktijk – te verbeteren, zodat dezebeter zijn afgestemd op de leeftijd en kwetsbare positievan nareizende kinderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dibi. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1503 (19637).De heer Recourt (PvdA):Voorzitter. Er zijn mensen in Nederland die dolgraag Ne-derlander willen worden, maar dat niet kunnen worden.Dat komt doordat de regelgeving nog niet goed op ordeis. Daarom dien ik de volgende twee moties in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat erkende vluchtelingen voor het verkrij-gen van het Nederlanderschap zijn vrijgesteld van hetoverleggen van een paspoort en een geboorteakte;overwegende dat afgewezen asielzoekers die in het bezitzijn gesteld van een verblijfsvergunning regulier, zoals degroep vreemdelingen die op basis van het generaal par-don een vergunning is verleend, daarvan niet zijn vrijge-steld;constaterende dat deze asielzoekers meestal niet in hetbezit zijn van een paspoort of geboorteakte;van mening dat er geen goede grond bestaat om voor hetverkrijgen van het Nederlanderschap erkende vluchtelin-gen anders te behandelen dan asielzoekers die in het be-zit zijn van een verblijfsvergunning regulier;verzoekt de regering om asielzoekers die in het bezit zijngesteld van een verblijfsvergunning regulier, bij een aan-vraag tot naturalisatie vrij te stellen van het vereiste omeen paspoort en een geboorteakte te overleggen indientijdens de asielprocedure door de IND niet aan de identi-teit en herkomst van de asielzoeker is getwijfeld;en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Recourt, Dibi,Voordewind en Schouw. Naar mij blijkt, wordt de indie-ning ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1504 (19637).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat ex-asielzoekers die op basis van de ge-neraalpardonregeling een verblijfsvergunning hebben ge-kregen het Nederlanderschap pas kunnen verkrijgen alszij een geboorteakte en een paspoort overleggen;overwegende dat een groot deel van deze ex-asielzoekersniet in het bezit is van deze documenten, en afkomstig isuit een onveilig herkomstland waar veelal een gedegenadministratie ontbreekt;overwegende dat slechts in heel uitzonderlijke gevallendoor de IND wordt aangenomen dat sprake is van bewijs-nood waardoor de geboorteakte en het paspoort niet hoe-ven te worden overgelegd;verzoekt de regering, voor ex-asielzoekers die in het be-zit zijn van een verblijfsvergunning regulier en die in aan-merking willen komen voor het Nederlanderschap, het re-gime voor het aannemen van bewijsnood te versoepelen;verzoekt de regering tevens, bij de beoordeling of aanne-melijk is gemaakt dat sprake is van bewijsnood in elk ge-val te betrekken: de veiligheidssituatie in het land van her-komst, de mate van het bestaan van een administratie terplekke en de bereidheid van de autoriteiten van het her-komstland om aan de verstrekking van documenten meete werken,en gaat over tot de orde van de dag. RecourtTweede KamerImmigratie en Asiel 15 maart 2012TK 6464-16-57De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Recourt, Dibi,Voordewind en Schouw. Naar mij blijkt, wordt de indie-ning ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1505 (19637Ik begrijp dat de heer Voordewind een aantal moties wilindienen die behoren bij het vorige VAO over het Groen-boek Gezinshereniging)De heer Voordewind (ChristenUnie):Voorzitter. Mijn excuses dat ik iets later ben, maar ik zatvast in een AO. Ik heb nog twee moties over het gezins-herenigingsbeleid. Als de Kamer het mij toestaat, wil ikdeze alsnog voorlezen. Ik zal mij beperken tot het voorle-zen ervan.De voorzitter:Zijn hier principiële bezwaren tegen? Ik zie dat dit niet hetgeval is. Vooruit, mijnheer Voordewind.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat met betrekking tot het nareisbeleid vanSomaliërs terecht wordt ingezet op het tegengaan vanmisbruik en fraude;constaterende dat daarbij, in het kader van de beoorde-ling of de vreemdeling in aanmerking komt voor nareis,ook aan kinderen een uitgebreide vragenlijst wordt voor-gelegd;van mening dat voorkomen moet worden dat kinderendie in Somalië duurzaam met hun ouders samenleefden,ten gevolge van deze onzorgvuldigheden blijvend vanhun ouders gescheiden worden;verzoekt de regering, op korte termijn de uitvoering vanhet nareisbeleid ten aanzien van Somaliërs door te lichtenen waar nodig maatregelen te nemen om de zorgvuldig-heid van de procedure te waarborgen en de Kamer overde uitkomsten daarvan te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind enSamsom. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 25 (32175).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de minister in het kader van het nareis-beleid onderscheid wil maken tussen gezinshereniging re-gulier en asiel, omdat asielvergunninghouders ook op ditterrein bijzondere bescherming verdienen;constaterende dat er een categorie vluchtelingen is dieeen reguliere vergunning krijgt, zoals de vergunning opmedische gronden of de "buitenschuldvergunning";van mening dat ook deze groep asielzoekers in het kadervan het nareisbeleid bijzondere bescherming verdient;verzoekt de regering, asielzoekers die een reguliere ver-blijfsvergunning krijgen in het kader van het nareisbeleidniet te onderwerpen aan de reguliere voorwaarden voorgezinshereniging, maar deze groep asielzoekers op de-zelfde voorwaarden te behandelen als asielvergunning-houders,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Voordewind. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende onder-steund.Zij krijgt nr. 26 (32175).De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.Minister Leers:Mevrouw de voorzitter. Laat ik beginnen met de Kamer tedanken voor haar inbreng.In zijn motie op stuk nr. 1503 verzoekt de heer Dibi deregering de procedures en beslissingen bij onder meerde hoorpraktijk te verbeteren, opdat deze beter zijn afge-stemd op de leeftijd en kwetsbare positie van nareizendekinderen. Dit betreft inderdaad het nareisbeleid. Ik deelde mening van de heer Dibi dat wij daarbij heel zorgvul-dig moeten zijn. Het gaat immers om kwetsbare groepen.Een vluchteling is niet altijd in de gelegenheid om de le-den van zijn gezin, zoals dat was samengesteld op hetmoment dat hij het land van herkomst verliet, gelijktijdigin Nederland te krijgen. Wij hebben daarom een nareis-beleid ontwikkeld. Bij iedereen die binnen drie maandenvermeldt dat er nog kinderen zijn die moeten nareizen,wordt dat als zodanig geaccepteerd.Helaas hebben wij bij het nareizen wel te maken ge-had met fraude. Om die reden is het beleid aangescherpten daar doelt de heer Dibi op. De heer Voordewind komtdaar ook in zijn moties op terug. De heer Dibi vraagt deregering om te bezien of verbeteringen kunnen wordenaangebracht in de procedures en beslissingen van on-der meer de hoorpraktijk. Ik wil hem toezeggen dat ik nogeens goed naar de uitvoering in de praktijk zal kijken. Datheb ik overigens ook eerder in de Kamer gezegd. Ik hebhet beleid wel aangescherpt, met name voor de Somali-sche nareizigers, omdat daarbij veel fraude werd vastge-steld. Gelet op de brieven van onder andere Vluchtelin-genWerk Nederland heb ik toegezegd om daar nog eensnaar te kijken. Als de heer Dibi zijn motie aanhoudt, zegik toe dat ik hierover binnen twee maanden zal rapporte-ren. Ik wil daar goed naar kijken. Dat is het aanbod dat ikde Kamer wil doen. Dan kan ik ook zorgvuldig zijn. LeersTweede KamerImmigratie en Asiel 15 maart 2012TK 6464-16-58De heer Dibi (GroenLinks):Voorzitter, dan houd ik mijn motie graag aan. Ik wil de mi-nister hiervoor bedanken.De voorzitter:Op verzoek van de heer Dibi stel ik voor, zijn motie (19637,nr. 1503) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Minister Leers:Ik dank de heer Dibi daarvoor.Ook de heer Voordewind heeft een vraag gesteld enmoties ingediend over het nareisbeleid. Het betreft demotie-Voordewind/Samsom op stuk nr. 25 (32175) en demotie-Voordewind op stuk nr. 26 (32175). Ik heb zo-even algezegd dat het nareisbeleid heel belangrijk is. Het is ech-ter ook iets waarmee wij zorgvuldig moeten omgaan. Inde motie op stuk nr. 25 verzoeken de heren Voordewinden Samsom de regering om de uitvoering van het nareis-beleid ten aanzien van Somaliërs door te lichten en waarnodig maatregelen te nemen om de zorgvuldigheid vande procedure te waarborgen. Voorts verzoeken zij de re-gering om de Kamer te informeren over de uitkomstendaarvan. Hierover heb ik zo-even in het debatje met deheer Dibi het nodige gezegd. Mag ik aannemen dat deheer Voordewind deze motie aanhoudt? Vooral bij het be-oordelen van nareizen uit Somalië wil ik namelijk goedbekijken of de genomen maatregelen op basis van hetaangescherpte beleid zorgvuldig zijn uitgevoerd. Ik vraagde heer Voordewind dan ook om de motie op stuk nr. 25aan te houden.De heer Voordewind (ChristenUnie):Als ik de minister goed begrijp, ondersteunt hij de motie.Hij zal immers de uitvoering van het nareisbeleid ten aan-zien van Somalië nagaan. De minister kan dus ook zeggendat hij de motie ziet als een ondersteuning van het beleiden dat hij haar uitvoert. Dan zijn wij er ook.Minister Leers:Ik heb zo-even al gezegd dat ik het beleid heb gewijzigd.Nu is het zaak om dat beleid op de uitwerking te toetsen.Dat is wat ik ga doen. Ik heb toegezegd dat ik zal toetsenen dat ik zal bekijken of maatregelen nodig zijn om dezorgvuldigheid van de procedure te waarborgen. Als deheer Voordewind die toezegging ziet als een instemmingmet zijn motie, dan ben ik het daarmee eens.De voorzitter:De motie zal dus gewoon in stemming worden gebracht.Minister Leers:Ik vind het prima. Dan laat ik het oordeel over de motieaan de Kamer.Dan ga ik in op de andere motie van de heerVoordewind over het nareisbeleid, de motie op stuk nr.26 (32175). Hij verzoekt het nareisbeleid niet te onder-werpen aan de reguliere voorwaarden voor gezinshere-niging, maar voor reguliere vergunninghouders dezelfdevoorwaarden te hanteren als voor asielzoekers. Dat vindik echt een brug te ver. Daarmee zorgen wij voor een on-eigenlijke vermenging tussen asiel en regulier. Ik wil demotie dan ook ontraden. Het nareisbeleid is bedoeld voorvluchtelingen, mensen die hun land moeten ontvluch-ten. Van hen kunnen wij niet hetzelfde verwachten als vanmensen die op een reguliere vergunning binnenkomen. Ikwil daar niet in meegaan en ontraad de motie.De heer Recourt heeft twee moties ingediend over denaturalisatie van mensen met een Ranov-vergunning. Ikzal kort nogmaals de belangrijke onderdelen van het be-leid uiteenzetten. Bij het verlenen van een verblijfsrechtgeldt de hoofdregel dat de vreemdeling een geldig bui-tenlands paspoort toont om zijn nationaliteit aan te tonen.Daarnaast moet een vreemdeling met een regulier ver-blijfsrecht zich inschrijven bij de GBA. De Ranov-vergun-ning is een reguliere verblijfsvergunning en geen asiel-vergunning, zoals uitdrukkelijk door de voormalige staats-secretaris is vastgelegd. Dat maakt ook precies het punthelder. Aan de mensen die pardon hebben gekregen, iseen reguliere vergunning en geen asielvergunning ver-strekt. Als wij gaan naturaliseren, moeten wij zeker wetenwie iemand vroeger was. Er zijn 22.000 Ranov-vergunnin-gen verstrekt, dus het gaat om een grote groep. Daarommogen wij van de mensen die willen naturaliseren, ver-wachten dat zij kunnen aangeven welke identiteit en wel-ke achtergrond zij hebben. Het is natuurlijk mogelijk datdeze mensen hun identiteit niet kunnen bewijzen. Daardoelt de heer Recourt op. In dat geval is er bewijsnood,een hardheidsclausule waarmee wij tot uitdrukking bren-gen dat wij van mensen niet het onmogelijke kunnen ver-wachten.Als de uitvoering van de regeling tot een onredelijke si-tuatie voor de betrokkenen leidt, kan bewijsnood wordeningeroepen, maar dat is altijd individueel bepaald. Bewijs-nood is aan de orde als een document niet meer kan wor-den verstrekt, bijvoorbeeld omdat een bepaald registervan akten is vernietigd, of omdat een document nooit isopgemaakt. Ook kan het zijn, zoals in Somalië het gevalis, dat de autoriteit van het land niet langer bestaat, waar-door het voor de vreemdeling bijna niet mogelijk is om debenodigde papieren te krijgen.De beoordeling van bewijsnood geschiedt altijd per in-dividueel geval. Bij de toets in het individuele geval wordtook bekeken of iemand naar zijn eigen land kan terugrei-zen. In sommige gevallen is dat te veel gevraagd, maarnormaal gesproken mogen wij iemand wel vragen om datte doen.Ik onderstreep nog eens dubbel dat wij willen voorko-men dat mensen op een oneigenlijke manier een straf-rechtelijk verleden of eventuele oorlogsmisdaden weg-wassen door via een andere identiteit te naturaliseren.Om die reden willen wij stellig dat de mensen hun papie-ren op tafel leggen. Natuurlijk is niemand tot het onmoge-lijke gehouden. Wij kunnen niet in alle gevallen verwach-ten dat mensen hun papieren kunnen overleggen. Daar-voor hebben wij het middel van de bewijsnood beschik-baar. Ik zal daar goed naar kijken. Ik ben bereid om datmiddel met de nodige marge te gebruiken. Als iemandzijn identiteit echt niet kan bewijzen, zullen wij vrijstellingverlenen.De heer Recourt (PvdA):Begrijp ik dat de minister het oordeel over de motie aande Kamer laat? Hij noemt namelijk precies de elementenwaar ik de minister verzoek rekening mee te houden.Minister Leers:Nee, ik wil het oordeel over de motie niet overlaten aande Kamer. Uiteraard beoordeelt de Kamer altijd alle in- LeersTweede KamerImmigratie en Asiel 15 maart 2012TK 6464-16-59gediende moties, maar mijn conclusie is dat ik de motiemoet ontraden. Ik heb aangegeven dat ik bereid ben goedte kijken naar de individuele gevallen. De criteria daarvoorheb ik aangegeven. Verder ga ik echter niet. Ik wil geenverwachtingen wekken doordat een situatie wordt opge-rekt. Dat moeten wij niet willen. Dat lijkt mij niet verstan-dig.De heer Recourt (PvdA):In het kader van beide moties snap ik het argument vande minister dat we graag willen weten met wie we te ma-ken hebben. De vreemdelingen die binnen het generaalpardon zijn gevallen, zijn echter allemaal asielzoekers. Zijkomen allemaal uit landen waarnaar je niet zo gemakke-lijk teruggaat; daarover zijn wij het eens. In de asielpro-cedure is er een hele groep bij wie er helemaal niet is ge-twijfeld aan de identiteit. Het argument van de ministerlijkt dan niet te gelden. In dat geval heb je mensen diedolgraag Nederlander willen worden, terwijl wij hen datonthouden omdat het praktisch niet mogelijk is om te vol-doen aan de eis. Het kabinet wil heel graag dat mensenvolledig integreren; zie de voorstellen over de dubbele na-tionaliteit. Hier is geen sprake van een aanzuigende wer-king, noch van het gevaar dat mensen zich onder valsevoorwendselen in Nederland hebben gemeld. Waaromkunnen wij deze groep niet tegemoetkomen?Minister Leers:Om twee redenen. In de eerste plaats betreft het hier eengroep die in ieder geval niet door de asielprocedure heenis gekomen. Het betreft dus mensen die niet voor nietshebben gebruikgemaakt van de pardonregeling. Warenzij wel overtuigend geweest in hun asielverhaal, om watvoor reden dan ook, dan hadden zij een asielvergunninggekregen. Die hebben zij echter niet gekregen; daaromhebben zij gebruikgemaakt van de reguliere procedurevia het pardon. In de tweede plaats zegt de heer Recourtdat door de IND niet aan de identiteit en de herkomst isgetwijfeld. Als daarover geen twijfels zijn, is het toch ookmogelijk om aan de papieren te komen? Je kunt die pa-pieren dan toch ook via de ambassade of via familie krij-gen? Dat is het punt. Ik heb net gezegd dat je alleen tenaanzien van degenen die kunnen aantonen dat ze metgeen enkele mogelijkheid die papieren kunnen krijgen,bijvoorbeeld omdat de registers weg zijn of omdat de re-gering in het desbetreffende land niet meer bestaat, kuntzeggen dat het een buitenproportionele eis is en dat je datniet van ze kunt verwachten. Normaal gesproken is hetechter heel goed mogelijk dat mensen via ambassades ofvia contacten met familieleden wel degelijk hun papierenkrijgen.De heer Recourt (PvdA):Ik hoor de minister een vrij formeel betoog houden, na-melijk dat het een reguliere vergunning is en er dus regu-liere eisen worden gesteld. Dit zijn echter geen mensenuit België, Duitsland of de Verenigde Staten, maar men-sen uit oorlogsgebieden. Uit de praktijk weten wij dat hetin heel veel gevallen onmogelijk is, want ze zijn niet voorniets gevlucht uit een land. Nu weet ik wel dat ze geenasielstatus hebben, maar in de feitelijke uitwerking maaktdat geen enkel verschil. Als die last dan zo bij de vreem-deling – of niet bij de vreemdeling, maar bij de persoondie hier erkend is – wordt gelegd, door te zeggen dat hetalleen kan in bijzondere, individuele gevallen waarvoor dehardheidsclausule bedoeld is, dan maken wij de deur welerg krap. De hardheidsclausule is nu juist bedoeld voor deuitzonderingsgevallen. Dit zijn geen uitzonderingsgeval-len; het zijn mensen die hier graag willen blijven maar ge-woon niet kunnen voldoen aan de voorwaarden. Ik vraagde minister dus met klem om zo veel mogelijk coulance tebetrachten.Minister Leers:Wij hebben er al over gedebatteerd. Ik heb toen duidelijkgemaakt dat het mij erom gaat, te voorkomen dat men-sen onterecht hun identiteit veranderen. Ik heb gezegddat er een beroep kan worden gedaan op bewijsnood alsmensen kunnen aantonen dat ze geen papieren krijgenof geen LP krijgen – dus dat ze niet naar het land van her-komst terug kunnen – of als er andere redenen zijn waar-door ze in gebreke moeten blijven. Wij zullen dat van ge-val tot geval moeten beoordelen, terwijl de heer Recourtmij vraagt om een categorie te ontzien op dit punt. Dat wilik niet doen. Ik wil het van geval tot geval bekijken. Vanmensen die Nederlander willen worden, mag je verwach-ten dat ze ook moeite doen om hun papieren te krijgen.Dat is in veel gevallen wel degelijk mogelijk; dat blijkt ook.Daar waar het echt niet kan, kom ik de heer Recourt tege-moet. Ik zal het dan ook echt op een zorgvuldige manierbekijken; dat mag hij van mij aannemen. Overigens is decollega van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk op ditpunt. Ik weet dat zij precies hetzelfde hierover denkt, na-melijk dat je mensen niet aan het onmogelijke kunt hou-den. Dan moet je gewoon fair zijn en zeggen dat het nietanders kan. Dat zeg ik de heer Recourt dan ook toe.De heer Dibi (GroenLinks):De woorden van de minister over de bewijsnood en deindividuele beoordeling spreken mij heel erg aan. Hetpunt is echter juist dat het niet altijd makkelijk is om te be-wijzen of je al dan niet terug kunt naar het land van her-komst. Ik heb in het debat het punt gemaakt dat er men-sen zijn die bang zijn voor dreigementen als zij teruggaan.Hoe ga je dat nu echt bewijzen? Mijn vraag is om bij deindividuele beoordeling ook flexibel om te gaan met an-dersoortige documenten en rekening te houden met drei-ging van geweld waarvan in sommige gevallen sprake is.De minister vergeet namelijk ten onrechte één groep: demensen die nog in de asielprocedure zaten en die dezehebben afgebroken omdat zij een Ranov-vergunning kre-gen. Ik vraag om bij individuen uit die groep wat beter tekijken naar de zaak.Minister Leers:Ik zeg nogmaals toe dat goed zal worden gekeken. Hetgaat er niet om mensen de stap te onthouden naar Neder-landerschap. Ik denk dat wij delen dat het fijn is dat men-sen zo betrokken zijn bij ons dat zij Nederlander willenworden. Je moet daar echter wel zorgvuldig in zijn en jemag van mensen ook een inspanning verwachten. Daarwaar mensen die papieren zelf kunnen leveren, door zevia familie of ambassades te verkrijgen, vind ik zondermeer dat wij dat van ze mogen verwachten. Daar waar zijdat niet kunnen, ben ik bereid om te zeggen dat wij fairmoeten blijven. Bij de beoordeling zullen wij dan ook deoordelen van bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken en de am-bassades betrekken. Wij zullen dus gebruikmaken van deinformatie die beschikbaar is, zeg ik de heer Dibi toe. Datdoen wij echter wel van geval tot geval.De beraadslaging wordt gesloten. LeersTweede KamerImmigratie en Asiel 15 maart 2012TK 6464-16-60De voorzitter:Over de ingediende moties zal op dinsdag 20 maart wor-den gestemd.Sluiting 18.41 uur.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.