Rapport ‘Cao-afspraken 2025’ en het anticiperen op wijziging van artikel 13a Wml bij algemeenverbindendverklaring
Brontekst
Versie c2d4f0a15724d140 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1281 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 juni 2025Cao-afspraken bevorderen in Nederland evenwichtige arbeidsverhou-dingen en arbeidsrust. Met de jaarlijkse rapportage «Cao-afspraken» stelik de Tweede Kamer op de hoogte van recente ontwikkelingen in cao’s.Cao-afspraken geven de arbeidsvoorwaarden (mede) vorm van 6,1miljoen werknemers die onder de 666, bij mijn ministerie aangemeldecao’s vallen. In deze rapportage staat de inhoud centraal van de 147grootste cao’s. Hieronder vallen 5,4 miljoen werknemers. Net als vorigjaar staan inflatie en arbeidsmarktkrapte centraal in de onderzochte cao’s.De cao is een spiegel van maatschappelijke, politieke en economischeontwikkelingen. Onderwerpen als de aanhoudende krapte op de arbeids-markt, geopolitieke ontwikkelingen in de wereld, zorgen over het klimaaten nieuwe EU-wetgeving/uitspraken kunnen cao-partijen waar zij datnodig en mogelijk vinden vertalen in nieuwe cao-afspraken.Nieuwe onderwerpen in principeakkoordenNieuwe afspraken in de onderzochte principeakkoorden gaan onderandere over overwerktarieven voor deeltijders (naar aanleiding van eenuitspraak van het Europese Hof), kunstmatige intelligentie/AI en reser-visten (geopolitieke ontwikkelingen).ReservistenVoor het eerst zien we in principeakkoorden afspraken over reservisten.Het gaat om drie principeakkoorden. Bij Defensie gaat het om eenuitkering voor reservisten die in dienst worden opgeroepen. Bij deBranche Cao Gemeenten en de Branche Cao Samenwerkende Gemeente-lijke Organisaties gaat het om een regeling voor medewerkers diereservist willen worden of zijn bij Defensie gelijkwaardig aan de regelingbij het Rijk. kst-29544-1281ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12811 Cao’sDe rapportage beschrijft de huidige cao-afspraken over de volgendeonderwerpen:1)Cao-loonontwikkeling2)Laagste loonschalen3)Arbeidsduur en 5 mei4)Bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, enwerkloosheid5)Zzp’ersAlvorens op deze onderwerpen in te gaan maak ik van de gelegenheidgebruik om het volgende onder de aandacht van Uw Kamer te brengen.Op 7 mei jl. heb ik een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over deinvoeringstoets voor de Wet invoering minimumuurloon (Kamerstuk35 335, nr. 24). Daarin heb ik onder andere aangegeven dat de vergoedingvoor meerwerk (ook wel overwerk) oorspronkelijk alleen betekenis hadvoor werknemers die op of rond het minimumloon verdienden.Werknemers die (aanzienlijk) meer verdienden dan het minimumloonvoldeden voor de introductie van het wettelijk minimumuurloon met hunsalaris immers al ruimschoots aan de evenredige vermeerdering die deWet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) voorschreef. Met deinvoering van het wettelijk minimumuurloon is echter onbedoeld viaartikel 13a van de Wml geregeld dat ook werknemers die een loon hebbendat (aanzienlijk) hoger ligt dan het minimumloon, voor ieder overwerkuurten minste het minimumuurloon dienen te ontvangen. Zoals in de briefaangegeven ben ik voornemens om dit te herstellen via de VerzamelwetSZW 2027.Werkgevers en werknemers zullen zich niet altijd bewust zijn van ditonbedoelde effect. Dat blijkt ook uit het feit dat al langer bestaandecao-afspraken waarin expliciet wordt afgesproken dat werknemers vanafeen bepaalde loonschaal in geval van overwerk geen recht hebben op eenvergoeding voor de gewerkte overwerkuren, door partijen veelal wordengecontinueerd en ook voor avv worden voorgelegd. Vanuit de algemenebeginselen van behoorlijk bestuur en teneinde een betrouwbare overheidte kunnen zijn, acht ik het niet wenselijk om deze reeds lang bestaandepraktijk tijdelijk in de weg te zitten terwijl nu al duidelijk is dat dieafspraken na de voorgenomen aanpassing van artikel 13a Wml in beginselweer voor avv in aanmerking zullen komen.Anticiperend op de bedoelde aanpassing van de Wml zal ik verzoeken omavv van cao-bepalingen waarin staat dat hogere functiesalarisschalengeen vergoedingen voor overwerkuren ontvangen, dan ook in beginselblijven inwilligen.Wellicht ten overvloede zij daarbij opgemerkt dat de Arbeidsinspectietoezicht houdt op de naleving van de Wml. Daarbij gaat zij uit van hetperiodeloon. De Arbeidsinspectie controleert dus of het uitbetaalde loonvan een werknemer in een bepaalde periode minimaal gelijk is aan dearbeidsduur (inclusief eventuele overwerkuren) vermenigvuldigd met hetwettelijk minimumuurloon in die periode. Werkgevers die de bovenbe-doelde cao-afspraken over overwerk in de zin van artikel 13a Wmltoepassen, zullen dus ook aan de Wml voldoen als de betreffendewerknemer voor het totaal aantal uren dat op grond van de Wml tot dearbeidsuur moet worden gerekend ten minste het wettelijk minimum-uurloon krijgt betaald.In het vervolg van deze brief ga ik kort in op de onderwerpen die in decao-rapportage aan bod komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12812 1) Cao-loonontwikkeling De gemiddelde cao-loonstijging in het jaar 2024 is 6,8% op jaarbasis. Voor2025 komt de cao-loonstijging uit op 4,6% op jaarbasis. Dit betreft eenvoorlopig cijfer, cao’s die later in 2025 tot stand komen kunnen ditgemiddelde nog doen veranderen.De cao-loonstijging in 2025 is vooralsnog 2,2 procentpunt lager dan in2024. Deze daling hangt met name samen met de afnemende impact vande historische inflatiegolf uit 2022 op de cao-loonvorming.Een verschil met 2023 is dat we in 2024 geen opengebroken cao’s meerzien. Een ander verschil is dat er minder cao’s met een loonafspraak in devorm van een bedrag of een procentuele loonstijging met een minimum-bedrag zijn.2) Laagste loonschalen Voor elke onderzochte cao is het maandsalaris vastgesteld dat eenvoltijdwerkende, vakvolwassen werknemer eind 2024 ontving in delaagste loonschaal van het loongebouw.Deze laagste salarissen worden vervolgens in verhouding gebracht methet wettelijk minimumloon (Wml) voor werknemers van 21 jaar en ouder.Eind 2024 ligt het gemiddelde niveau van het laagste cao-loon 3,4%procent boven het wettelijk minimumuurloon (Wml) voor werknemers van21 jaar en ouder. Werknemers die nog niet de vakvolwassen leeftijdhebben bereikt, kunnen in jeugdschalen worden geplaatst. In ongeveertwee op de vijf onderzochte cao’s zijn jeugdschalen aanwezig.3) Normale arbeidsduur en 5 mei De gemiddelde arbeidsduur van een voltijdwerknemer bedraagt, net alsvorig jaar, 37,2 uur per week.In de cao van vier op de vijf cao-werknemers staat een afspraak overbetaald verlof op 5 mei. In vier principeakkoorden staat een nieuweafspraak over verlof op 5 mei. Ruim 2,3 miljoen werknemers (43% van dewerknemers die onder de onderzoekcao’s vallen) hebben elk jaar op 5 meieen vrije dag. Twee miljoen andere werknemers (37% van de werknemersdie onder de onderzoekcao’s vallen) hebben in lustrumjaren (eens in devijf jaar) vrij op 5 mei.4) Bovenwettelijke aanvullingen bij ziekte, arbeidsonge-schiktheid, en werkloosheid In de meeste cao’s is de loondoorbetaling bij ziekte gedurende de eerstetwee ziektejaren samen hoger dan 170%. Hieronder vallen ruim 4 miljoenvan de cao-werknemers. Hieraan is dan meestal wel de voorwaardeverbonden dat sprake moet zijn van gedeeltelijke werkhervatting of actiefmeewerken aan re-integratie (circa 3 miljoen cao-werknemers).Voor ruim twee derde van de werknemers onder de onderzoekcao’s zijnafspraken opgenomen over bovenwettelijke aanvullingen bij arbeidsonge-schiktheid na de eerste twee ziektejaren. Het gaat hierbij vooral omafspraken over aanvullingen in geval van gedeeltelijke arbeidsonge-schiktheid.Cao-partijen kunnen de reguliere WW-duur repareren van 24 naar 38maanden, het zogenaamde derde WW-jaar. Afspraken over het derdeWW-jaar gelden voor circa 4,5 miljoen werknemers.5) Zzp’ers Met betrekking tot zzp’ers zijn vijf onderwerpen onderzocht:1)tariefafsprakenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12813 2)voorrang van vaste medewerkers bij de inroostering van diensten3)verhouding vaste werknemers en zzp’ers4)schijnzelfstandigheid5)opdrachtovereenkomsten.Voor dit hoofdstuk zijn alle bij SZW aangemelde cao’s onderzocht. Daaruitblijkt onder meer dat:•Er twee nieuwe tariefafspraken voor zzp’ers zijn sinds de vorigerapportage. In totaal komen tariefafspraken nu voor in 13 cao’s.•In zes cao’s de cao een afspraak bevat over het geven van voorrangaan vaste werknemers bij inroostering. Dit zijn vier afspraken meer dansinds de vorige rapportage.•In 22 cao’s afspraken staan over de inzet van zzp’ers of de verhoudingtussen vaste werknemers en flexibele werknemers, waaronder zzp’ers.Dit zijn 11 afspraken meer dan sinds de vorige rapportage.•In vier cao’s afspraken staan over schijnzelfstandigheid.•In 11 cao’s afspraken staan over het gebruik van een model- ofopdrachtovereenkomst.Voor de volledige bevindingen verwijs ik u naar de bijgevoegderapportage «Cao-afspraken 2025». Als bijlage is ook de rapportage «Cao’sin Nederland» toegevoegd. Deze rapportage bevat een overzicht van alle666 reguliere cao’s in Nederland.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12814
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.