Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 1ab4b9e144276dfa · officiële bron37 035 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 30 september 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. De vragen zijn op 21 september 2026 voorgelegd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bij brief van 25 september 2026 zijn ze door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beantwoord. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Koorevaar Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic 1 Kan de regering per organisatie, DUO[voetnoot 1], RVO[voetnoot 2], NWO[voetnoot 3], DUS-I[voetnoot 4] en de betrokken toezichthouders, aangeven welke monitoring- en evaluatieactiviteiten in 2026 worden uitgevoerd, welk bedrag daarmee gemoeid is en welke beleidsterreinen worden onderzocht? Wij gaan ervan uit dat wordt verwezen naar de budgettaire reeks in tabel 3 van de ontwerpbegroting 2027 van OCW, genaamd DUO/RVO/NWO/DUSI/Toezicht/Monitoring/Evaluatie/Capaciteit. Tabel 3 bevat alle intensiveringen van het kabinet Jetten. Bij het uitvoeren van de maatregelen uit het coalitieakkoord zijn er kosten voor de uitvoering door onder andere DUO, RVO en NWO. Daarnaast is er vanaf 2027 geld gereserveerd voor toezicht, monitoring en evaluatie en capaciteit om de ambities uit dit coalitieakkoord te realiseren. In het jaar 2026 is hiervoor geen geld gereserveerd omdat er nog geen activiteiten plaatsvinden. De Tweede Kamer wordt per intensivering apart geïnformeerd over de voortgang, waarbij vanzelfsprekend wordt geput uit de monitoring- en evaluatieactiviteiten. De intensiveringen hebben betrekking op de beleidsterreinen primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs, wetenschappelijk onderwijs, onderzoek en wetenschap, studiefinanciering, en media. 2 Welke onderzoeken vinden bij deze organisaties plaats naar mogelijke ongelijke behandeling of discriminatoire effecten van de dienstverlening en op welk moment worden de resultaten hiervan openbaar gemaakt? Wij gaan ervan uit dat wordt verwezen naar de organisaties genoemd in vraag 1 en dat wordt verwezen naar de budgettaire reeks in tabel 3 van de ontwerpbegroting 2027 van OCW, met alle intensiveringen van het kabinet Jetten. De onderzoeken die worden betaald uit de budgettaire reeks hebben alle betrekking op de intensiveringen op het coalitieakkoord. Het voorkomen van ongelijke behandeling of discriminatoire effecten is structureel onderdeel van de ontwikkeling van nieuw beleid (o.a. met het Beleidskompas), en waar relevant de evaluatie daarvan. 3 Kan de regering de aanvullende taakstelling op het Rijk voor OCW uitsplitsen naar jaar, beleidsartikel en uitvoeringsorganisatie en aangeven hoeveel arbeidsplaatsen hierdoor worden geraakt? Deze vraag is nu nog niet te beantwoorden. De aanvullende taakstelling is voorlopig geboekt op het artikel Apparaat Kerndepartement en wordt bij Voorjaarsnota 2027 doorverdeeld naar andere artikelen en inhoudelijk ingevuld. 4 Welke gevolgen heeft deze taakstelling voor DUO, de Inspectie van het Onderwijs, DUS-I en andere uitvoeringsorganisaties, in het bijzonder voor doorlooptijden, dienstverlening, toezicht en hersteloperaties? Deze vraag is nu nog niet te beantwoorden. De taakstelling is voorlopig geboekt op het artikel Apparaat Kerndepartement en wordt bij Voorjaarsnota 2027 doorverdeeld naar andere artikelen en inhoudelijk ingevuld. 5 Kan de regering nader toelichten wat wordt verstaan onder de "beleidsmatig gereserveerde ruimte" binnen de budgetflexibiliteit, hoeveel deze ruimte per begrotingsartikel bedraagt, voor welke beleidsdoelen deze is gereserveerd en welk deel hiervan nog niet juridisch verplicht is? De budgetflexibiliteit wordt per begrotingsartikel gepresenteerd in de Ontwerpbegroting 2027. Hoe dit wordt gepresenteerd staat voorgeschreven in de Rijksbegrotingsvoorschriften, in Model 1.33d. ‘Beleidsmatig gereserveerd’ en ‘juridisch verplicht’ zijn hierin twee aparte categorieën. Van het beleidsmatig gereserveerde deel is dus niets juridisch verplicht. In onderstaande tabel staat hoeveel de beleidsmatig gereserveerde ruimte bedraagt per begrotingsartikel voor het jaar 2027, met peildatum 1 januari 2027. Deze ruimte is gereserveerd voor beleidsdoelen over de volle breedte van het begrotingsartikel. Het betreft dus niet de vrije ruimte op de artikelen. De beleidsmatig gereserveerde ruimte neemt in de loop van de tijd af, omdat gedurende het jaar juridische verplichtingen worden aangegaan. Beleidsartikel Bedrag beleidsmatig gereserveerd (bedragen x € 1.000) 1 Primair onderwijs 53.200 3 Voortgezet onderwijs 127.548 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie 7.690 6 Hoger beroepsonderwijs 1.750 7 Wetenschappelijk onderwijs 7.575 8 Internationaal beleid 550 9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid 10.759 11 Studiefinanciering 0 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 0 13 Lesgelden 0 14 Cultuur 35.054 15 Media 14.645 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid 1.782 6 Wanneer komt de Versterkingsagenda taal en is daar al budget voor gereserveerd in 2026/2027? De Versterkingsagenda Taal en andere Basisvaardigheden wordt naar verwachting voor de behandeling van de OCW-begroting 2027 naar de Tweede Kamer gestuurd. Voor enkele ondersteunende maatregelen in de Versterkingsagenda die in 2027 starten, is reeds budget gereserveerd binnen artikel 3 van de OCW-begroting. 7 Welke onderuitputting op OCW wordt voor 2026 nu verwacht? Een eerste realistische beeld van de onderuitputting voor 2026 staat in de tweede suppletoire begroting 2026 van OCW. De tweede suppletoire begroting wordt met de Najaarsnota (uiterlijk 1 december) naar de Tweede Kamer gestuurd. 8 Kan de regering aangeven welk bedrag in 2026 en de daaropvolgende jaren is gereserveerd voor de uitvoering en handhaving van het wetsvoorstel toezicht informeel onderwijs, uitgesplitst naar uitvoeringsorganisatie en type uitgave? Voor (toezicht op) informeel onderwijs was in 2026 € 1,3 miljoen gereserveerd. Dit bedrag zal in 2026 niet worden besteed, omdat meer tijd nodig is om te bezien hoe we het beste invulling kunnen geven aan de ambitie om in te kunnen grijpen daar waar informeel onderwijs door buitenlandse overheden wordt gebruikt om de democratische rechtsstaat te ondermijnen of integratie tegen te werken. Daarom zijn voor 2027 en verder nog geen reserveringen gedaan. Als duidelijk is hoe de ambitie wordt ingevuld wordt opnieuw bekeken welke middelen daarvoor nodig zijn. 9 Welke overige subsidies met een totaal van € 750.000 werden zoal in het primair onderwijs uitgekeerd en hoe komen deze overige subsidies ten goede aan het onderwijs? Het bedrag van € 750.000 in tabel 1 is een per saldo effect van meerdere mutaties. Ten eerste is € 1 miljoen ontvangen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze middelen worden ingezet voor lessen over en scholierenbezoek in het kader van Holocausteducatie. Hiervan is € 750.000 beschikbaar voor leerlingen in het vo via de CJP-cultuurkaart, en € 250.000 voor leerlingen in het po en (v)so. Ten tweede is € 250.000 vanaf overige subsidies overgeboekt naar het hoofdbudget Kennisnet voor het Programma Herijking Basisinfrastructuur. Het per saldo effect op het instrument overige subsidies is hiermee een toevoeging van € 750.000. 10 Kan de regering verklaren waaruit het verschil bestaat tussen de stijging van de verplichtingen met € 446,8 miljoen en de stijging van de uitgaven met € 301,4 miljoen? Het verschil tussen de verplichtingen en uitgaven wordt verklaard door posten die in 2026 reeds worden verplicht maar in latere jaren worden uitbetaald. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door drie posten (zoals te lezen in de toelichting bij de september suppletoire begroting): de verhoging van het verplichtingenbudget van de subsidieregeling School & Omgeving met € 71,9 miljoen; de verhoging van het verplichtingenbudget met € 83,5 miljoen voor de regeling Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB), waarvan € 60,0 miljoen uit het coalitieakkoord kabinet-Jetten die in 2026 wordt verplicht. De overige € 23,5 miljoen voor de regeling GOAB betreft een technische bijstelling van het verplichtingenbudget; de verlaging van het verplichtingenbudget van de subsidieregeling basisvaardigheden met € 27,8 miljoen om deze in lijn te brengen met de daadwerkelijk aangegane verplichtingen voor het tijdvak basisvaardigheden. 11 Wat betekent de voorgenomen omzetting vanaf 2029 van de subsidie voor brugfunctionarissen in bekostiging, mede in het licht van de ervaringen in 2026, als het vanaf die datum aan de scholen zelf is om te beslissen of deze geld willen aanwenden voor ondersteuning van gezinnen bij vragen en zorgen? Vanaf 2029 wordt de subsidie Brugfunctionaris omgezet in structurele bekostiging. Hiervoor wordt gewerkt aan het wetsvoorstel Gelijke leer- en ontwikkelvoorwaarden, dat tot 11 september jl. in internetconsultatie lag. We verwachten van scholen die hiervoor de aanvullende bekostiging ontvangen dat zij de middelen ook daadwerkelijk daarvoor inzetten. Dit zullen wij kritisch monitoren en periodiek evalueren. 12 Welk budget komt er in 2028 voor de subsidie voor brugfunctionarissen, mede in het licht van het gelijkblijvende bedrag in 2026? In 2028 is in totaal voor het primair- en voortgezet onderwijs € 62,8 miljoen beschikbaar voor brugfunctionarissen. 13 Betekent het ontbreken van mutaties bij de bekostiging Caribisch Nederland voor primair en voortgezet onderwijs dat er geen tegenvallers zijn bij de verbetering van de onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland? De verbetering van onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland wordt verstrekt vanaf het budget Bijdrage aan medeoverheden Caribisch Nederland. Dit gaat niet via het hoofdbudget bekostiging. Eventuele tegenvallers bij de verbetering van onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland worden via de tweede suppletoire begroting en/of de Slotwet verwerkt. Ten tijde van het opstellen van de suppletoire begroting september waren deze nog niet bekend. 14 Uit welke budgetten wordt de € 310 miljoen nabetaling aan de 222 po[voetnoot 5]-besturen precies gedekt? Klopt het dat dit (deels) ten laste komt van de coalitieakkoordmiddelen voor professionalisering van onderwijspersoneel? Zo ja, om welk bedrag per jaar gaat het? De nabetaling van € 310 miljoen n.a.v. de rechtszaak is inderdaad ten laste gegaan van de coalitieakkoord middelen voor professionalisering van onderwijspersoneel voor 2027. Omdat de nabetaling in 2026 plaatsvond, is € 310 miljoen uit 2027 naar 2026 geschoven. In de beleidsbrief 2026-2030 is toegelicht dat deze middelen hier voor ingezet moesten worden. 15 Hoeveel besturen hebben geen bezwaar gemaakt en wat zou een gelijke compensatie voor hen kosten? Is daarvoor een risicoreservering opgenomen? Zijn er nieuwe claims of procedures aanhangig? Er zijn circa 600 schoolbesturen die niet hebben deelgenomen aan de beroepsprocedure. Een aantal schoolbesturen heeft een herzieningsverzoek ingediend. Ook zijn er schoolbesturen die zich nog beraden. De herzieningsverzoeken worden momenteel in behandeling genomen, op die uitkomsten kan op dit moment niet worden vooruitgelopen middels een reservering op de begroting. Er is op dit moment geen sprake van een juridische grondslag waaruit een financiële verplichting voortvloeit. 16 Waarom wordt het verplichtingenbudget van de subsidieregeling basisvaardigheden 2026 met € 27,8 miljoen (po) en € 20,9 miljoen (vo[voetnoot 6]) verlaagd? Hoeveel scholen hebben aangevraagd, hoeveel zijn toegekend en welk deel van het beschikbare budget bleef onbenut? Waar gaan de vrijvallende middelen naartoe? Het betreft hier enkel een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een (subsidie)beschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). Specifiek voor deze subsidieregeling geldt dat er in 2026 meer verplichtingenruimte beschikbaar was dan nodig om de bijbehorende kasuitgaven te voldoen. Vanuit het aanvraagtijdvak voor prioriteitsscholen dat dit voorjaar open stond zijn 30 aanvragen toegekend. De middelen die beschikbaar waren voor dit aanvraagtijdvak zijn volledig benut. Er vallen geen middelen vrij. 17 Kan de regering per schoolbestuur aangeven welk bedrag van de € 310 miljoen wordt uitgekeerd aan de 222 schoolbesturen die bezwaar hebben gemaakt tegen de bekostiging over 2022? Via deze link is een overzicht te vinden van het bedrag dat per schoolbestuur is uitgekeerd. 18 Kan de regering uiteenzetten hoe het totale bedrag van € 310 miljoen is berekend en welke berekeningswijze per schoolbestuur wordt toegepast? Het bedrag van € 310 miljoen bestaat uit een nabetaling van € 254 miljoen en € 56 miljoen wettelijke rente. De nabetaling is voor de reguliere/basis personele bekostiging, het personele deel van de zware ondersteuning aan scholen en het personele deel van de middelen voor onderwijsachterstanden. Voor de eerste vijf maanden van het schooljaar 2022-2023 is 34,55% van het jaarbedrag voor deze onderdelen in 2022 uitbetaald. De nabetaling betreft het verschil tussen 41,67% van het jaarbedrag minus wat er in 2022 is uitbetaald. Dit is conform uitspraak van de Raad van State. Over de nabetaling is wettelijke rente betaald vanaf het moment van de oorspronkelijke betaling tot het moment dat de nabetaling heeft plaatsgevonden, met de toepassing van de wettelijke geldende rentepercentages voor de verschillende periodes. De besturen hebben via deze link inzicht gekregen in de berekeningswijze per bestuur. In deze informatietool is per bestuur inzichtelijk gemaakt hoe de nabetaling en de wettelijke rente is berekend. 19 Op welke datum of data wordt de nabetaling van € 310 miljoen aan de 222 schoolbesturen uitgekeerd? De nabetaling is in juni 2026 aan de schoolbesturen uitbetaald. De wettelijke rente over de nabetaling is in juli 2026 uitbetaald. 20 Hoe wordt de verhoging van het verplichtingenbudget voor School en Omgeving met € 71,9 miljoen verdeeld over de deelnemende scholen? In het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is de bezuiniging op het programma school en omgeving teruggedraaid. Het betreft hier enkel een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een (subsidie)beschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). Vanuit het verplichtingenbudget vinden dus geen kasuitgaven plaats naar scholen. Het verhogen van de verplichting in 2026 zorgt ervoor dat de scholen deze middelen in 2027 kunnen ontvangen. 21 Welk deel van de € 71,9 miljoen voor School en Omgeving wordt daadwerkelijk in 2026 uitgegeven en welk deel wordt in latere jaren uitgegeven? Het betreft hier enkel een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een (subsidie)beschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). De verplichtingen voor School en Omgeving aanvraagtijdvak 2026 komen dus volledig ten laste van het verplichtingenbudget 2026, ook al vinden de kasuitgaven plaats in 2027 en 2028. 22 Kan de regering toelichten waarom € 60 miljoen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, dat voor 2027 beschikbaar is gesteld, al in 2026 wordt verplicht? Voor het gemeentelijk achterstandenbeleid (GOAB) geldt dat gemeenten in het jaar voorafgaand aan de uitbetaling de beschikkingen ontvangen. Hiermee wordt de verplichting om deze € 60 miljoen te betalen reeds aangegaan in 2026 voorafgaand aan de betaling in 2027. Het betreft hier een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een (subsidie)beschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). 23 Welke financiële gevolgen heeft het al in 2026 verplichten van deze € 60 miljoen voor de beschikbare middelen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in 2027? Zoals in vraag 22 toegelicht zijn er geen financiële gevolgen voor gemeenten. Zij ontvangen de middelen gewoon in 2027. Met deze verhoging uit het coalitieakkoord kabinet-Jetten wordt de eerdere bezuiniging op de regeling Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) teruggedraaid. 24 Kan de regering specificeren waaruit de technische bijstelling van € 23,5 miljoen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid bestaat? Voor de GOAB geldt dat het verplichtingenbudget is verhoogd omdat er de loonbijstelling tranche 2026 is toegevoegd. De uitgave van het bedrag voor 2027 van deze tranche wordt in 2026 al verplicht, zoals reeds toegelicht in het antwoord op vraag 22. 25 Waardoor is bij de subsidieregeling basisvaardigheden € 27,8 miljoen minder aan verplichtingen aangegaan dan eerder was geraamd? Specifiek voor deze subsidieregeling geldt dat er in 2026 meer verplichtingenruimte beschikbaar was dan nodig om de bijbehorende kasuitgaven te voldoen. 26 Hoeveel scholen en leerlingen worden door de verlaging van het verplichtingenbudget voor basisvaardigheden met € 27,8 miljoen minder bereikt dan oorspronkelijk was geraamd? Deze bijstelling heeft geen effect op de raming van de bereikte leerlingen. Het betreft hier enkel een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een subsidiebeschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). 27 Hangt de verlaging van het bedrag voor de Maatschappelijke Diensttijd met € 389.000 samen met tegenvallende belangstelling voor deze regeling? De verlaging van het bedrag voor de Maatschappelijke Diensttijd betreft een overboeking naar het Ministerie van VWS ten behoeve van de instellingssubsidie 2026 voor Vereniging Vrijwilligerswerk Nederland voor hun inzet voor MDT. 28 Welke overwegingen liggen, mede in het licht van het aantal laaggeletterden in Nederland, ten grondslag aan de keuze om de post LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden NGF op te hogen € 300.00, maar dit niet te doen bij de post Basisvaardigheden voor volwassenen / Tel mee met taal? Het doel van het LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden is om scholing op basisvaardigheden toegankelijk te maken voor mensen met weinig opleidingsachtergrond, laaggeletterden, kwetsbare werkenden en werkzoekenden. Middelen op de post LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden zijn afkomstig uit het Nationaal Groeifonds en daarom apart opgenomen op de begroting. De middelen staan zowel bij subsidies als bij opdrachten. Met deze overboeking is er budgetneutraal € 300.000,- overgeboekt van opdrachten naar subsidies, omdat er meer middelen worden uitgegeven via het instrument subsidies dan opdrachten. De post Basisvaardigheden voor Volwassenen / Tel mee met taal is er ook op gericht om de lage basisvaardigheden van volwassenen in het algemeen te verbeteren. De inzet via deze twee budgetten vult elkaar aan. 29 Op welke onderwijskundige en pedagogische onderbouwing rust het besluit om ruim € 10 miljoen te investeren in AI en en hoe verhoudt dit initiatief zich tot het versterken van de basisvaardigheden (zoals lezen en schrijven)? De OESO beschrijft in de Digital Education Outlook 2026 dat AI-kansen biedt voor het onderwijs, als deze doelgericht en vanuit pedagogische en didactische principes wordt ingezet. AI kan leerlingen ondersteunen met gerichte oefening, feedback en onderwijs op maat. Ook kan AI leraren ondersteunen bij hun onderwijs en helpen om beter te differentiëren naar de leerlingen. Dit biedt ook kansen voor het aanleren van de basisvaardigheden. De investering in een publieke AI-voorziening maakt het mogelijk om dergelijke toepassingen veilig en verantwoord beschikbaar te stellen, met de leraar en de school in regie. In de voorziening kunnen daarbij technische en inhoudelijke randvoorwaarden worden ingebouwd om risico’s van AI te verminderen, bijvoorbeeld t.a.v. privacy en veiligheid. Scholen houden daarbij zelf de regie en bepalen, passend bij hun onderwijsvisie en beleid, welke toepassingen en modellen onder welke voorwaarden voor leraren en leerlingen beschikbaar zijn. Zo helpen deze randvoorwaarden ervoor te zorgen dat AI het leren ondersteunt op een pedagogisch-didactisch verantwoorde wijze, zonder het denk- en leerwerk van leerlingen over te nemen. In het regieplan digitalisering funderend onderwijs dat eind dit jaar met uw Kamer wordt gedeeld, wordt dit verder uitgewerkt. 30 Wat zijn de structurele (beheers-)kosten van deze AI-voorziening na 2027, ten laste van welk artikel of welke lumpsum-uitkering komen deze toekomstige kosten? Het kabinet heeft vanaf 2027 structurele middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling en het beheer van een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. In 2027 gaat het om € 10,7 miljoen en structureel om € 7,4 miljoen. Deze middelen zijn beschikbaar via artikel 3 van de OCW-begroting. Kennisnet verkent op dit moment hoe de voorziening precies wordt ingericht en welke partijen daarbij welke taken krijgen. Daarom is ook nog niet bekend wat de daadwerkelijke kosten voor het beheer en de uitvoering zullen zijn. Dit wordt verder uitgewerkt in het plan van aanpak en het regieplan digitalisering funderend onderwijs dat eind dit jaar met de Tweede Kamer wordt gedeeld. Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling ontvangt de Tweede Kamer een brief over de publieke AI-voorziening, waarin de stand van zaken van de verkenning wordt toegelicht. 31 Kan de regering de kasschuiven van in totaal € 69,3 miljoen uitsplitsen naar regeling, bedrag, oorspronkelijk bestedingsjaar en nieuw bestedingsjaar? De kasschuiven worden voornamelijk door de volgende posten verklaard: kasschuif bekostiging VO: de kasschuif van € 56,8 miljoen uit 2026 en € 24,9 miljoen uit 2027 naar de jaren 2028 t/m 2031 is nodig om de loon- en prijsbijstelling voor de bekostiging voortgezet onderwijs ook in de periode 2028 t/m 2031 volledig uit te kunnen keren. De middelen die doorgeschoven worden zijn: naar 2028 € 19,1 miljoen, naar 2029 € 19,7 miljoen, naar 2030 € 19,7 miljoen, en naar 2031 € 23,1 miljoen. kasschuif ontwikkelkracht: de kasschuif van € 4,8 miljoen uit 2026 naar 2027 is nodig om de middelen in het juiste kasritme te zetten. kasschuiven op het budget van DUO: er wordt € 7,8 miljoen uit 2026 naar latere jaren geschoven op het budget van DUO op artikel 3 VO. Dit is onderdeel van een groter geheel aan kasschuiven op het budget van DUO van in totaal € 39,2 miljoen. Zie ook het antwoord op vraag 61. 32 Waardoor blijkt € 27,3 miljoen minder aan verplichtingenbudget voor de bekostiging van het voortgezet onderwijs nodig te zijn dan eerder was geraamd? Dit is een technische bijstelling. Na een analyse van de budgetten bleek dat er meer verplichtingenruimte op het budget stond dan nodig was voor de geplande kasuitgaven. 33 Waardoor is bij het voortgezet onderwijs € 20,9 miljoen minder aan verplichtingen voor basisvaardigheden aangegaan dan eerder was geraamd? Dit is een technische bijstelling. Na een analyse van de budgetten bleek dat er meer verplichtingenruimte op het budget stond dan nodig was voor de geplande kasuitgaven. 34 Hoeveel scholen en leerlingen worden door de verlaging van het verplichtingenbudget voor basisvaardigheden met € 20,9 miljoen minder bereikt? Zie ook het antwoord op vraag 16. Deze bijstelling heeft geen effect op het geplande bereik van scholen en leerlingen. 35 Hoe wordt de verhoging van het verplichtingenbudget voor School en Omgeving met € 45,6 miljoen verdeeld over scholen in het voortgezet onderwijs? Het betreft hier enkel een aanpassing van de verplichtingen en geen aanpassing van de kasuitgaven. Er wordt geregistreerd in welk jaar OCW een juridische of financiële verplichting aangaat (bijvoorbeeld het tekenen van een (subsidie)beschikking, convenant of contract). De totale waarde wordt direct als verplichting op de begroting gezet, ongeacht wanneer er betaald wordt (dat kan over meerdere jaren zijn). Vanuit het verplichtingenbudget vinden dus geen kasuitgaven plaats naar scholen. 36 Kan de regering aangeven welk deel van de verhoging van het verplichtingenbudget voor Kennisnet met € 20 miljoen betrekking heeft op 2026 en welk deel op 2027? De verhoging van het verplichtingenbudget voor Kennisnet met € 20 miljoen heeft betrekking heeft op 2026, omdat in 2026 meerjarige verplichtingen worden aangegaan voor kasuitgaven in 2027 en verder. 37 Welke concrete producten en voorzieningen worden geleverd met de € 10,7 miljoen voor de publieke AI-voorziening? Zie antwoord op vraag 30. 38 Welke organisatie wordt eigenaar en beheerder van de publieke AI-voorziening en welke structurele beheer- en onderhoudskosten worden vanaf 2027 verwacht? Zie antwoord op vraag 30. 39 Hoe wordt de kasschuif van € 56,8 miljoen voor de bekostiging van het voortgezet onderwijs verdeeld over de jaren 2028 tot en met 2031? De kasschuif van € 56,8 miljoen uit 2026 en € 24,9 miljoen uit 2027 naar de jaren 2028 t/m 2031 is nodig om de loon- en prijsbijstelling voor de bekostiging voortgezet onderwijs ook in de periode 2028 t/m 2031 volledig uit te kunnen keren. De middelen die doorgeschoven worden zijn: naar 2028 € 19,1 miljoen, naar 2029 € 19,7 miljoen, naar 2030 € 19,7 miljoen, en naar 2031 € 23,1 miljoen. 40 Welke gevolgen heeft de kasschuif van € 56,8 miljoen voor de bekostiging die scholen in 2026 en 2027 ontvangen? De kasschuif heeft geen gevolgen voor de bekostiging die scholen in 2026 en 2027 ontvangen. De kasschuif van € 56,8 miljoen van 2026 naar 2028 t/m 2031 is nodig om de loon- en prijsbijstelling voor de bekostiging voortgezet onderwijs ook in de periode 2028 t/m 2031 volledig uit te kunnen keren. Het bleek technisch niet mogelijk om de ontvangen loon- en prijsbijstelling bij Voorjaarsnota 2026 in het juiste kasritme te plaatsen. 41 Hoe verklaart de regering dat het budget de promotiebeurs voor leraren dit jaar niet volledig wordt besteed: te strenge voorwaarden, onvoldoende bekendheid of beleidsmatige keuzes? Het beschikbare budget op de OCW-begroting voor de promotiebeurs voor leraren zal in 2026 volledig worden besteed, dat wil zeggen volledig uitgekeerd aan NWO. NWO zal over de besteding van deze middelen volgend jaar verantwoording afleggen. Het beschikbare budget is iets (€ 39.000) verlaagd vanwege een bijstelling op de loon- en prijsbijstelling 2026. 42 Kan de regering aangeven naar welke jaren de € 12,2 miljoen voor het SPUK[voetnoot 7] Regionaal Programma wordt doorgeschoven? De € 12,2 miljoen per jaar van de SPUK Regionaal Programma wordt ingezet voor de overgangsregeling van de voorgenomen herziening van de mbo-bekostiging. Een nadere toelichting op de overgangsregeling staat bij vraag 44. In de jaren 2027 en 2028 is voor de overgangsregeling in totaal € 48,1 miljoen verschoven naar de jaren 2029 tot 2032. € 24,4 miljoen (€ 12,2 miljoen in 2027 en 2028) is hiervan afkomstig van de SPUK Regionaal Programma. Deze middelen zijn onderdeel van de intensiveringen van het kabinet Jetten. De andere € 23,7 miljoen is wordt vrijgemaakt uit de middelen voor de regeling loopbaanbegeleiding (LOB) in 2028. Structureel wordt het bedrag van € 12,2 miljoen gereserveerd voor de compensatie van de negatieve herverdeeleffecten als gevolg van de vereenvoudiging van de prijsfactoren. Bedragen in € mln. 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 Regionaal programma 0 12 12 12 12 12 12 LOB 0 0 24 0 0 0 0 Totaal beschikbaar 0 12 36 12 12 12 12 Kasschuif 0 -12 -36 27 14 7 0 Totaal beschikbaar na kasschuif 0 0 0 39 26 19 12 Inzet t.b.v. compensatie negatieve herverdeeleffecten vereenvoudiging prijsfactoren 0 0 0 12 12 12 12 Inzet t.b.v. overgangsregeling mbo-bekostiging 0 0 0 27 14 7 0 43 Welke mbo-instellingen ontvangen een toegankelijkheidsopslag en welk bedrag ontvangt iedere instelling? In het voorstel van het kabinet (Kamerstukken II 2025/26, 31524 nr. 711) komen de volgende instellingen vanaf 2029 in aanmerking voor de toegankelijkheidsopslag: Instelling Bedrag toegankelijkheidsopslag per jaar (in € mln.) DC Terra 9,7 Gilde opleidingen 9,3 Scalda 8,6 Firda 8,5 Noorderpoort 7,3 VISTA college 7,1 ROC van Twente 7,0 Alfa-college 6,8 Talland College 6,1 Graafschap College 4,9 Vonk 2,5 Zone.college 2,0 44 Welke mbo-instellingen zouden zonder de overgangsmaatregel tijdelijk minder bekostiging ontvangen en hoeveel zouden deze instellingen afzonderlijk verliezen? In het voorstel voor de herziene bekostiging (Kamerstukken II 2025/26, 31524 nr. 711) worden voor de instellingen die een toegankelijkheidsopslag ontvangen de herverdeeleffecten via de overgangsregeling gedempt, zodat zij eerder het volledige bedrag ontvangen waar zij met de herziene bekostiging recht op hebben. Voor Scalda, DC Terra en Gilde opleidingen geldt dat zij in de gehele overgangsperiode een extra bedrag krijgen zodat zij vanaf 2029 direct het totale bedrag ontvangen waar zij in de nieuwe situatie recht op hebben. Anders zouden zij dit bedrag pas vanaf 2032 ontvangen doordat de overgangsregeling een ingroeipad kent. Het kabinet doet dit voorstel omdat deze instellingen al lang te maken hebben met krimp (van voor 2015), waardoor zij geen efficiencyslagen meer kunnen maken. Voor deze instellingen is het daarom van belang om zo spoedig mogelijk de herziene bekostiging te ontvangen, om te voorkomen dat het mbo hier door een ondergrens zakt. De overige instellingen die een toegankelijkheidsopslag ontvangen (Graafschap College, ROC van Twente, Zone.college, Alfa-college, Noorderpoort, Firda, Talland College, Vonk en VISTA college), krijgen in 2029 een extra bedrag zodat zij niet terugvallen in hun bekostiging ten opzichte van 2028. Dit zou het geval zijn omdat zij nu een tijdelijke bijdrage ontvangen uit de regeling Aanvullende middelen studentendaling MBO 2025-2028. Door de extra bijdrage in 2029 is er geen sprake van een daling in de inkomsten voor deze instellingen ten opzichte van 2028. De jaren daarop groeien deze instellingen ten opzichte van hun eerdere aandeel uit de bekostiging. Extra bekostiging voor overgangsperiode na herziening mbo-bekostiging Instelling, bedragen in € mln. 2029 2030 2031 2032 DC Terra 7,3 4,9 2,4 - Gilde opleidingen 7,0 4,7 2,3 - Scalda 6,4 4,3 2,2 - ROC van Twente 1,5 - - - Graafschap College 1,1 - - - Vonk 0,4 - - - Alfa-college 0,3 - - - Noorderpoort 0,2 - - - Zone.college 0,2 - - - Firda 1,2 - - - Talland College 1,0 - - - VISTA college 0,8 - - - 45 Op welke eerder verstrekte garanties heeft het vervallen bedrag van € 22,3 miljoen betrekking? Het vervallen bedrag van € 22,3 miljoen heeft betrekking op de aflossingen in de eerste helft van 2026 op in het verleden afgesloten schatkistleningen. 46 Aan welke instellingen worden de nieuwe garanties van in totaal € 13 miljoen verstrekt en waarvoor worden deze garanties gebruikt? De nieuwe garanties hebben betrekking op de verstrekking van een rekeningcourant-krediet van € 10,0 miljoen aan een mbo-instelling en op de verstrekking van een schatkistlening van € 3,0 miljoen aan een andere mbo-instelling in de eerste helft van 2026. Onderwijsinstellingen kunnen, onder voorwaarden, een RC-krediet en/of een lening afsluiten bij de schatkist (ministerie van Financiën). Het ministerie van OCW staat hiervoor garant. Het RC-krediet is bedoeld voor de overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten. De schatkistlening is bedoeld voor de nieuwbouw of renovatie van een onderwijspand. 47 Welke onderdelen van de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren worden geraakt door de verlaging van het subsidiebudget met € 9,8 miljoen? Het bedrag van € 9,8 miljoen bij NAPL betreft alleen een kasschuif van middelen van 2026 naar 2027. Dit is dus geen verlaging van het totale budget van NAPL. Omdat de planning van het programma is aangepast, is deze kasschuif toegepast. Hiermee sluit het budget beter aan bij de liquiditeitsbehoefte van de uitvoering. 48 Kan de regering de € 20,9 miljoen die al in 2026 wordt verplicht uitsplitsen naar cyberweerbaarheid, de Talentstrategie en praktijkgericht onderzoek? In 2026 wordt voor Cyberweerbaarheid € 6,8 miljoen verplicht. Voor Talentstrategie bedraagt de verplichting € 9,1 miljoen en voor praktijkgericht onderzoek bedraagt de verplichting € 5,0 miljoen. De verplichting van € 9,1 miljoen voor talentstrategie betreft het terugdraaien van de bezuiniging op internationale studenten voor het jaar 2027. 49 Welke activiteiten worden met de middelen voor de Talentstrategie gefinancierd en welk bedrag wordt per activiteit beschikbaar gesteld? Het kabinet wil de Talentstrategie vormgeven in partnerschap met de onderwijsinstellingen. Op dit moment spreekt het kabinet met de (koepels van) hogescholen en universiteiten over de activiteiten die nodig zijn om te zorgen voor meer en productiever talent in de aangewezen cruciale opgaven. Zodra de uitwerking bekend is wordt de Tweede Kamer daarover geïnformeerd. De € 9,1 miljoen die in 2026 al wordt verplicht betreffen de middelen uit het coalitieakkoord voor het terugdraaien van de resterende bezuiniging op internationale studenten voor het jaar 2027. 50 Waarom wordt € 31 miljoen voor de LLO[voetnoot 8]-katalysator doorgeschoven van 2026 naar 2027? De planning van het programma is aangepast en daarom is deze kasschuif toegepast. Hiermee sluit de budgetreeks beter aan bij de planning en liquiditeitsbehoefte van de uitvoerende organisaties. 51 Welke concrete onderdelen of activiteiten van de LLO-katalysator worden door deze kasschuif later uitgevoerd? Het betreft het resterende deel van de eerste tranche budget van de LLO-katalysator. Dit resterende deel omvat de subsidieregelingen ‘LLO-oplossingen energie- en grondstoffentransitie’ en ‘LLO-professionalisering opleiders’ en de uitvoeringskosten daarvan. 52 Klopt het beeld dat het Nationaal Archief niet als kerntaak heeft overheidsinformatie duurzaam toegankelijk te maken, maar het in de terminologie van de nieuwe Archiefwet aan het verantwoordelijke overheidsorgaan is om hun documenten duurzaam toegankelijk te maken, te houden, en ook als zodanig over te brengen naar het Nationaal Archief, dan wel na afloop van de bewaartermijn te vernietigen? Het is inderdaad de taak van het verantwoordelijk overheidsorgaan van de centrale overheid om hun documenten duurzaam toegankelijk te maken en te houden, te vernietigen documenten na afloop van de bewaartermijn te vernietigen en te bewaren documenten over te brengen naar het Nationaal Archief. In het geval van decentrale overheden vindt overbrenging plaats naar de lokale of regionale archiefdienst. Het is de taak van het verantwoordelijk overheidsorgaan dat de documenten overbrengt om de blijvend te bewaren documenten in een zodanige staat aan te bieden aan de archiefdienst dat deze documenten opgenomen kunnen worden in het (e-)depot. Na overbrenging is het de taak van het Nationaal Archief (en mutatis mutandis de archiefdiensten in het land) om de overgebrachte documenten duurzaam toegankelijk te houden en deze beschikbaar te stellen aan bezoekers, zowel in de studiezaal als online. Deze opgave vraagt om verschillende redenen een flinke inspanning van archiefdiensten. Ten eerste vergt het duurzaam toegankelijk houden van digitale documenten ook na overbrenging om een voortdurende inspanning. Ten tweede vraagt het beschikbaar stellen na overbrenging iets anders. Voor overbrenging worden archieven voornamelijk gebruikt door de overheidsorganisatie zelf of beschikbaar gesteld onder de Wet open overheid. Na overbrenging worden de groepen die de archieven willen raadplegen anders. Ze zijn zeer divers en hebben andere vragen. Dit vraagt om extra inspanningen door archiefdiensten om, via metadata, context toe te voegen en documenten op een andere manier toegankelijk te maken, bijvoorbeeld via extra toegangen of doorzoekbaar te maken. 53 Hoe verklaart de regering de vertraging van het Nationaal Groeifonds-project Creative Immersive Impact Coalition? Met een kasschuif is € 3,5 miljoen van de beschikbare € 37,0 miljoen voor Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC) doorgeschoven van 2026 naar 2027. Dit betreft hoofdzakelijk actielijnen 2 Talent & Skills en 3 Ecosystemen en Faciliteiten, waar meer tijd nodig was dan gepland voor het ontwerpen van de regelingen en de selectie van de uitvoerende organisaties. Het programma loopt op schema om alle mijlpalen en KPI’s te behalen. 54 Hoe gaat het Nationaal Archief met de in totaal € 4 miljoen van BZK[voetnoot 9] bijdragen aan de programma's Versterking Expertisecentrum duurzaam toegankelijke overheidsinformatie en het Leerhuis? Het Nationaal Archief rapporteert ieder kwartaal over de voortgang en resultaten van de bijdrage die zij ontvangen vanuit het programma Open Overheid via de openbare kwartaalrapportages op open-overheid.nl. In die rapportages is te lezen dat het Leerhuis Informatiehuishouding een (kosteloos) leeraanbod voor leren, professionalisering en kennisdeling levert aan rijksorganisaties om daarmee de informatiehuishouding en openbaarheid van het Rijk te verbeteren. Het Expertisecentrum duurzaam toegankelijke overheidsinformatie ondersteunt door middel van kennisproducten, onderzoeken, kennisdeling en advies aan rijksoverheidsorganisaties om hun informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden. 55 Kan de regering de verlaging van de verplichtingen en uitgaven voor arbeidsmarkt- en personeelsbeleid met € 2,7 miljoen uitsplitsen naar maatregel en bestemming? Deze verlaging wordt veroorzaakt door: overboekingen vanaf de budgetten opdrachten en overige subsidies naar artikel 95/Apparaatskosten (respectievelijk € 1,1 miljoen en € 0, 5 miljoen). Dit gaat om activiteiten die worden uitgevoerd door de Realisatie Eenheid op het gebied van communicatie, arbeidsmarktanalyses, het dashboard voor het lerarentekort ter ondersteuning van de onderwijsregio’s en om invulling te geven aan regionale opdrachten binnen de onderwijsarbeidsmarkt; een verlaging van het budget voor DUO van per saldo € 0,4 miljoen; een overboeking van het opdrachtenbudget naar DUS-I van € 0,7 miljoen voor de uitvoering van diverse subsidieregelingen. 56 Waaruit bestaat de verlaging van het budget voor opdrachten binnen het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid met € 1,8 miljoen? Voor activiteiten die de worden uitgevoerd door de Realisatie Eenheid (waaronder communicatie, data voor arbeidsmarktanalyses en het dashboard voor het lerarentekort per regio) is € 1,1 miljoen overgeboekt naar artikel 95/Apparaatskosten. Daarnaast is € 0,7 miljoen betaald voor uitvoeringskosten aan DUS-i voor de uitvoering van diverse subsidieregelingen. 57 Welke activiteiten worden geraakt door de verlaging van de overige subsidies met € 543.000? Vanaf het budget overige subsidies is € 0,5 miljoen overgeboekt naar artikel 95/ Apparaatskosten om invulling te geven aan regionale opdrachten binnen de onderwijsarbeidsmarkt. Deze overboeking is nodig omdat bij nadere uitwerking deze activiteit niet via een subsidie, maar door de Realisatie Eenheid wordt uitgevoerd. 58 Voor welk deel vangt de landelijke publieke omroep de nog altijd resterende bezuiniging op de rijksmediabijdrage van zo'n € 100 miljoen op door te schrappen in programma's en voor welk deel door te bezuinigen op de (top)inkomens van medewerkers? Na het deels terugdraaien van de bezuinigingen op de rijksmediabijdrage met € 45,0 miljoen resteert voor de landelijke publieke omroep nog een bezuiniging van € 111,7 miljoen vanaf 2027. Bij een besparing van die omvang is het onvermijdelijk dat ook op de programmering wordt bezuinigd. Van de € 111,7 miljoen wordt voor € 74,0 miljoen bespaard op het mediabudget. Op de kosten bij de NPO organisatie wordt € 17,1 miljoen bespaard, op het budget voor de organisatiekosten bij de omroepen € 15,6 miljoen. Tot slot wordt € 5,0 miljoen opgevangen met hogere eigen inkomsten. 59 Kan de regering alle kasschuiven op het budget van DUO die leiden tot een verlaging van de verplichtingen met € 18,4 miljoen uitsplitsen naar maatregel, bedrag en nieuw bestedingsjaar? Zie het antwoord op vraag 61. 60 Klopt het beeld dat al jaren op een steenworp afstand van het Nationaal Archief dubbel werk wordt verricht ten aanzien van het bewaren van digitale archieven en collecties, doordat de Koninklijke Bibliotheek een uitstekend functionerend nationaal digitaal depot heeft? Er is geen sprake van dubbel werk. De depots verschillen in functie, doel en wat erin wordt opgeslagen. Daardoor is de technische en functionele inrichting van de archief- c.q. collectiesystemen verschillend van aard. Het e-depot van het Nationaal Archief (NA) bevat overgebrachte digitale en gescande archieven van overheidsorganen. Onder de Archiefwet hebben deze organen de verplichting om blijvend te bewaren archieven naar een archiefdienst over te brengen. Naar het NA overgebracht archief is via het e-depot dan openbaar en voor eenieder in te zien, tenzij er een openbaarheidsbeperking is ingesteld. De Koninklijke Bibliotheek (KB) is vanuit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek verantwoordelijk voor de nationale bibliotheekverzameling van geschreven, gedrukte en digitale publicaties. Daarvoor dient het KB e-depot. 61 Kan de regering verklaren waarom de uitgaven van DUO met € 19,6 miljoen worden doorgeschoven en welke werkzaamheden daardoor later worden uitgevoerd? Het totaal van de kasschuiven op het budget van DUO in 2026 bedraagt € 39,2 miljoen. Deze kasschuiven vinden plaats op verschillende artikelen van de OCW-begroting. Van het totaal van € 39,2 miljoen heeft een groot deel (€ 18,9 miljoen) betrekking op een technische correctie van de beschikbare middelen voor Life Cycle Management (LCM). LCM is het technisch op orde brengen en houden van de automatisering van de IT-systemen bij DUO. De werkzaamheden worden niet uitgesteld maar de beschikbare middelen worden via de kasschuif afgestemd op het kasritme zoals dat wordt gehanteerd bij een baten-lastendienst. Een belangrijk deel van deze uitgaven wordt geactiveerd en via afschrijvingen over meerdere jaren als kosten verantwoord. Het andere deel (€ 20,3 miljoen) heeft betrekking op het temporiseren van de werkzaamheden voor Rijksbrede Compliance (€ 8 miljoen), Werken aan Uitvoering (€ 8 miljoen) en Life Cycle Management (€ 4,3 miljoen). Daarbij hanteert DUO een prioritering op basis van twee criteria: De mate waarin een activiteit bijdraagt aan het verbeteren van de dienstverlening aan de klantdoelgroep. De tijdskritische aard van de activiteit, waarbij voorrang is gegeven aan activiteiten die niet naar een later moment kunnen worden verschoven (must-have of randvoorwaardelijk voor must-have). Deze temporisering is nodig omdat de geplande opschaling niet kan worden gerealiseerd. Daarbij speelt ook mee dat DUO de externe inhuur beperkt, in lijn met de rijksbrede afspraken over het terugbrengen van externe inhuur in het kader van de Roemernorm. 62 Waarom duurt de hersteloperatie rond de controle van de uitwonendenbeurs langer dan oorspronkelijk was voorzien? Het doorschuiven van de € 10,0 miljoen van 2026 naar 2027 komt omdat er in 2026 minder herzieningen hebben plaatsgevonden dan vooraf geraamd. De opgave is complex, mede doordat elk dossier afzonderlijk beoordeeld moet worden. Het oorspronkelijke doel om de herzieningsopgave in 2028 af te ronden wordt realistisch geacht. 63 Hoeveel studenten wachten nog op beoordeling, herstel of uitbetaling binnen de hersteloperatie uitwonendenbeurs? Er wachten op dit moment nog circa 9.000 studenten op een herziening. 64 Op welke datum verwacht de regering de hersteloperatie uitwonendenbeurs volledig af te ronden? De herzieningsopgave wordt naar verwachting in 2028 afgerond. Het streven is om de schadeafhandeling in 2030 af te ronden. 65 Welk gedeelte van de doorgeschoven € 10 miljoen is bestemd voor compensatie aan studenten en welk gedeelte voor uitvoering en personeelskosten? Het bedrag van € 10 miljoen dat is doorgeschoven is volledig bestemd om aan studenten uit te keren. 66 Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de aangenomen motie van de leden Bevers en Van der Molen over de borging van het duurzaam behoud van Tresoar en de bestaande financiële bijdrage (Kamerstuk 36 200-VII nr. 133)? In de afgelopen periode is intensief contact geweest tussen de provincie Fryslân, Tresoar en het ministerie van OCW. Vanuit het gedeelde belang van een nauwe en duurzame betrokkenheid van het Rijk bij de Friese taal en cultuur, en bij de Collectie Fryslân in het bijzonder, is gekeken naar diverse opties om de relatie tussen het Rijk en Tresoar ook voor de toekomst te bestendigen. De provincie en het ministerie kiezen daarbij voor een onafhankelijk bestuurder in het Dagelijks Bestuur van Tresoar, die mede oog heeft voor de verbinding tussen het Rijk en de Friese betrokkenheid bij de Collectie Fryslân. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wens om deze betrokkenheid ook binnen de governance herkenbaar te borgen. Deze optie wordt momenteel gezamenlijk uitgewerkt. 67 Is de rijksoverheid op dit moment (nog) onderdeel van de gemeenschappelijke regeling Tresoar? Per wanneer beëindigt de regering deze betrokkenheid vanwege de nieuwe Archiefwet? Welke vorm van bestuurlijke samenwerking, na het verlaten van de gemeenschappelijke regeling, is er tussen Tresoar en de rijksoverheid gekozen om te voldoen aan de motie van de leden Bevers en Van der Molen (Kamerstuk 36200-VII nr. 133)? Hoe is dit geformaliseerd? Het Rijk treedt op 1 januari 2027 uit de gemeenschappelijke regelingen met alle elf regionaal historische centra, waaronder Tresoar. De besluiten tot uittreding zijn in december 2025 in de Staatscourant gepubliceerd (voor Tresoar: Staatscourant 2025, 44050). Ook hebben de algemene besturen van alle elf regionaal historische centra inmiddels ingestemd met de voorwaarden voor uittreding (voor Tresoar : in het algemeen bestuur van 2 juli 2026). Zie verder het antwoord op vraag 66. 68 Zijn er op basis van de Bestuursakkoord Friese Taal en Cultuur 2024-2028, paragraaf 5.1, afspraken gemaakt over de beoogde specifieke uitkering aan Tresoar en zo ja, welke? Voldoen deze afspraken aan de toezeggingen die in het Bestuursakkoord Friese Taal en Cultuur 2024-2028 zijn gedaan? Wat is de looptijd van deze afspraken? In het kader van de uittreding van het Rijk uit de gemeenschappelijke regelingen van elf regionaal historische centra, waaronder Tresoar, heeft het ministerie van OCW aan de RHC’s bevestigd dat dit geen invloed heeft op de hoogte van de toekomstige financiële bijdrage van het Rijk aan deze RHC’s die vanaf 2027 zal worden verstrekt. Daarmee wordt tevens voldaan aan de afspraken in het Bestuursakkoord Friese Taal en Cultuur 2024-2028. De financiële bijdrage van het Rijk aan Tresoar bedroeg per 1 januari 2026 € 2.803.111. Dit bedrag zal de basis vormen voor de berekening van de financiële bijdrage van het Rijk aan Tresoar per 1 januari 2027. 69 Klopt het dat de rijksoverheid na uittreding uit de gemeenschappelijke regeling Tresoar geen formele bestuurlijke samenwerking met of deelname heeft in enige instelling of organisatie die als doel heeft om de Friese taal en cultuur te bevorderen? Dat klopt. Het Rijk blijft echter op diverse manieren betrokken bij de uiteenlopende dossiers die raken aan het behoud van de Friese taal en cultuur. Sinds het laatste Bestuursakkoord Friese Taal en Cultuur is de samenwerking tussen Fryslân en het ministerie aanzienlijk geïntensiveerd. 70 Wat zijn de totale verwachte investerings- en exploitatiekosten voor de nieuwe nationale supercomputer Snellius over de gehele levenscyclus en welk deel van deze kosten wordt gedekt door Europese subsidies (zoals EuroHPC) of bijdragen van kennisinstellingen en marktpartijen? Er is in totaal € 185,5 miljoen voorzien voor de nieuwe nationale supercomputer die de huidige supercomputer Snellius zal opvolgen. Er kunnen geen kosten worden gedekt door Europese subsidies want Europese lidstaten zijn zelf volledig verantwoordelijk voor de eigen nationale supercomputers. EuroHPC-subsidies zijn alleen beschikbaar voor grote rekenfaciliteiten waarin Europese lidstaten samenwerken zoals voor de toekomstige AI-geavanceerde supercomputer van de AI-fabriek. Ook dragen marktpartijen geen financiering bij voor de nieuwe nationale supercomputer. De universiteiten, UMC’s en NWO-i zullen geen bijdrage leveren aan deze opvolger van Snellius. NWO en kennisinstellingen die lid zijn van SURF hebben voor de lange termijn het initiatief genomen om de structurele middelen voor super-computingfaciliteiten te borgen door voldoende te sparen, bovenop het bedrag dat zij al sparen. Zij hebben toegezegd vanaf 2027 hun jaarlijkse spaarbijdrage te verdubbelen. 71 Is het bedrag van de verplichting die wordt aangegaan van € 228,3 miljoen voor Snellius uitsluitend bestemd voor hardware of houdt dit bedrag ook rekening met de kosten van de exploitatie (stroom en koeling) voor de komende jaren? In de suppletoire begroting september is hier per abuis een onvolledige toelichting opgenomen. De € 228,3 miljoen betreft een optelling van de verplichtingenruimte voor de opvolger van de nationale supercomputer Snellius, het Einstein Telescope Low Frequency Center en onderzoeksinfrastructuur via NWO. Voor de opvolger van de nationale supercomputer Snellius gaat het om € 185,5 miljoen, gelijk aan de totale investering in de supercomputer voor 2027 – 2030. Dit bedrag voor de nationale supercomputer is voorzien voor de Total Cost of Ownership (TCO) en omvat alle gerelateerde kosten dus ook de kosten van de exploitatie. 72 Hoe wordt de rekencapaciteit van de nieuwe supercomputer verdeeld over universitair onderzoek, hogescholen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven? De nationale rekentijd wordt door NWO verdeeld via de Call for proposals Rekentijd Nationale Computersystemen. Daarmee kunnen onderzoekers en onderzoeksgroepen die verbonden zijn aan Nederlandse universiteiten, UMC's, hogescholen of andere kennisinstellingen kosteloos toegang krijgen tot rekencapaciteit op de nationale supercomputer. Het bedrijfsleven kan in aanmerking komen voor rekencapaciteit als zij in publiek-private samenwerkingen (PPS) samenwerken met wetenschappers. Bedrijven kunnen ook tegen marktconform tarief rekentijd gebruiken, maar enkel nadat zij positief zijn beoordeeld door SURF als behorende binnen het doelgroepenbeleid. 73 In hoeverre draagt de opvolger van Snellius bij aan de Nederlandse en Europese strategische autonomie op het gebied van AI-infrastructuur (zoals de ontwikkeling van soevereine taalmodellen en open-source AI)? Bij de aanschaf en uitvoering van de opvolger van de nationale supercomputer Snellius zal waar mogelijk beschikbare Nederlandse of Europese technologie worden gebruikt om bij te dragen aan de Nederlandse en Europese (digitale) strategische autonomie op het gebied van digitale infrastructuur voor onderzoek en wetenschap. Het systeem van de nationale supercomputer is ingericht voor algemene nauwkeurige berekeningen en numerieke simulaties van wetenschappelijke vraagstellingen en is niet gericht op AI. De Nederlandse AI-fabriek is wel gericht op het vergroten van de Nederlandse strategische autonomie op het gebied van AI-infrastructuur. De AI-fabriek bestaat onder andere uit een AI-geavanceerde supercomputer, gericht op een ander type gebruik dan de nationale supercomputer; namelijk de ontwikkeling, training en finetuning van (wetenschappelijke) AI-modellen. De oplevering van de AI-fabriek is nu voorzien voor eind 2027 of begin 2028. DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland NWO: Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen po: primair onderwijs vo: voortgezet onderwijs SPUK: Specifieke Uitkering. LLO: Leven Lang Ontwikkelen BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.