KamerkringInloggen
Kamerbrief

Slim investeren in leven lang ontwikkelen

22 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f49c77693b0f5f03 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 012Leven Lang LerenNr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-GENHEID EN DE STAATSSECRETARISSEN VAN SOCIALE ZAKENEN WERKGELEGENHEID EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 november 2024Het is voor de werkzekerheid en voor de noodzakelijke productiviteitsgroeibelangrijk dat iedereen zich een leven lang kan ontwikkelen.Dat vraagt een betere benutting van bestaande publieke en privateinvesteringen in leven lang ontwikkelen (LLO), zodat deelname aanscholing en leren op het werk groeit, een sterke leercultuur ontstaat en deaansluiting van het opleidingsaanbod op de vraag van de (regionale)arbeidsmarkt verbetert.LeeswijzerIn deze brief informeren we u, mede namens de Minister van Econo-mische Zaken, over welke stappen het kabinet op de korte en langetermijn zet op het terrein van LLO. Met als belangrijkste onderwerp voordeze brief: de uitwerking van een tijdelijke scholingssubsidie.Allereerst lichten we deze tijdelijke scholingssubsidie toe, die wordtverbonden aan de inzet op sectorale Ontwikkelpaden voor maatschap-pelijk cruciale sectoren (paragraaf 1). Vervolgens gaan we in paragraaf 2in op de monitoring en evaluatie van het STAP-budget en aanSTAP-budget flankerende ontwikkeladviezen. Verder informeren we uwKamer in paragraaf 3 over de belangrijkste bevindingen uit de evaluatievan de SLIM-regeling. Tot slot informeren we u over de uitwerking van degezamenlijke LLO-agenda (paragraaf 4).Bij deze brief zijn diverse rapportages gevoegd:–de tussenevaluatie van de SLIM-regeling;–de tussenevaluatie van het STAP-budget;–drie monitoringsrapportage over de STAP-budget tijdvakken van 2023;–de evaluaties van de Nederland Leert Door-regelingen. kst-30012-158ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1581 Met bijlage 1 bij deze brief reageren we daarnaast op een aantal moties entoezeggingen over het STAP-budget. Ook gaan we hierin kort in op debevindingen uit de evaluatie van de Nederland Leert Door-regelingen ende tussenevaluatie van het STAP-budget.1 Subsidie voor scholing in Ontwikkelpaden Om de gewenste of noodzakelijke dienstverlening in maatschappelijkecruciale sectoren en ambities voor de klimaat- en energietransitie terealiseren, is voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Op veel terreinenzijn personeelstekorten, zo ook in de maatschappelijk cruciale sectoren.Ondanks de grote personeelstekorten lukt het werkgevers niet omvoldoende en gekwalificeerd personeel aan te nemen. Er is meer vraagnaar personeel dan aanbod, en er is een mismatch tussen de vraag van dewerkgevers en de kwalificaties van beschikbare mensen. Daarbij ervarenwerkgevers soms drempels om medewerkers aan te nemen die nog niethelemaal voldoen aan de eisen. Tevens worden mensen die potentieelgeschikt zijn niet voldoende bereikt door werkgevers. Eenmaal aan hetwerk in een cruciale sector blijkt het soms lastig om mensen te behoudenvoor het werk.Door scholing te subsidiëren die gekoppeld is aan ontwikkelpaden wordthet aantrekkelijker om aan het werk te gaan en door te stromen inmaatschappelijk cruciale sectoren. Naast de bijdrage die dit levert aan hetterugdringen van personeelstekorten nemen de kansen op de arbeids-markt voor werkenden en werkzoekenden hierdoor toe.Daarom introduceren we in maart 2025 een scholingsfaciliteit binnen deSLIM-regeling. De daarvoor benodigde regelwijziging gaat kort naverzending van deze brief in internetconsultatie. Voor de scholingssub-sidie is tot en met 2027 € 73,8 miljoen beschikbaar. Met deze aanpakgeven we invulling aan de motie Van der Lee.1Het wordt mogelijk met subsidie (delen van) opleidingen te volgenwaarmee werkzoekenden kunnen instromen en werkenden kunnendoorstromen of kunnen overstappen naar functies in maatschappelijkcruciale sectoren. Welke opleidingen subsidiabel worden, baseren we opde sectorale Ontwikkelpaden die vanuit de sectoren zijn ontwikkeld.Doordat de Ontwikkelpaden gericht zijn op instroom, doorstroom enoverstappen bevatten deze arbeidsmarkrelevante scholing. Ook bieden deOntwikkelpaden handvatten voor leven lang ontwikkelen.Daarbij zien we de meerwaarde van regionale samenwerking tussenbedrijfsleven, decentrale overheden en onderwijs om goed in te kunnenspelen op de personeelstekorten in hun regio en om hun burgers metinzet van scholing aan het werk te helpen en te houden. Daarom kan descholingssubsidie, naast individuele werkgevers, ook worden aange-vraagd door een samenwerkingsverband van werkgevers- enwerknemersorganisaties en centrumgemeenten als vertegenwoordigervan de arbeidsmarktregio. Met de keuze voor deze aanvragende partijenwordt sectorale inzet gefaciliteerd en verbonden met regionale inzet in dearbeidsmarktregio’s. Dit sluit ook goed aan bij wat we met de hervormingvan de arbeidsmarktinfrastructuur willen realiseren; (centrum)gemeenten,UWV, sociale partners en onderwijs die samenwerken voor een beteredienstverlening voor werk en scholing aan werkzoekenden, werkenden enwerkgevers.1Kamerstuk 29 544, nr. 1184Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1582 Sectorale OntwikkelpadenSZW en OCW werken in co-creatie met sectoren aan het ontwikkelen enimplementeren van sectorale Ontwikkelpaden. Het Ontwikkelpadbeschrijft de onderlinge samenhang van functies in een sector. Het geeftdaarmee inzicht in hoe een (beoogd) werknemer kan instromen, zichbinnen de sector stapsgewijs via verschillende functies kan ontwikkelendan wel kan overstappen naar een andere sector. En welke scholing zijdaarvoor kunnen volgen. Dit ontwikkelpad wordt ook gevisualiseerd.Een Ontwikkelpad kan zowel formele (delen van) opleidingen alsnon-formele scholing bevatten. Ook mensen voor wie het behalen vaneen startkwalificatie (nog) niet haalbaar is, willen we concrete aangrij-pingspunten bieden om zich stapsgewijs in een sector te ontwikkelen. Zokunnen ook zij hun arbeidsmarktpositie verbeteren.Een Ontwikkelpad hoeft niet allesomvattend te zijn: het bevat de voor desector belangrijkste functies en opleidingen.Werkenden en werkzoekenden kunnen de sectorale Ontwikkelpadengebruiken voor loopbaanoriëntatie. Werkgevers kunnen deze gebruiken bijde werving en ontwikkeling van personeel en voor het vinden vanopleiders. Opleiders en publieke en private arbeidsmarktprofessionals inde arbeidsmarktregio’s kunnen de Ontwikkelpaden benutten voor hundienstverlening aan werkenden en het matchen van werkzoekenden. Metde Ontwikkelpaden geven we zo ook invulling aan de motie van de ledenRomke de Jong (D66) en Ceder (CU)2 die de regering verzoekt om metsociale partners in gesprek te gaan om arbeidsmobiliteit tussen sectoreneenvoudiger te maken.In de SLIM-regeling nemen we de spelregels op over de Ontwikkelpaden:–dat de scholing waarde heeft op de arbeidsmarkt, onder meer doordatdeze aansluit bij inhoud en niveau van de functies in het Ontwikkelpad.En als het non-formele scholing betreft, moet er ook sprake zijn vanwaardering vanuit de sector;–dat sectoren zelf het Ontwikkelpad uitwerken samen met SZW, OCWen vakdepartementen;–dat de Minister van SZW het Ontwikkelpad op aanvraag kan erkennenen daarna kan gebruiken als basis voor beleid. Met publicatie opLeeroverzicht.nl wordt vervolgens inzichtelijk welke opleider eenopleiding uit het Ontwikkelpad aanbiedt en of een opleiding subsidia-bel is in het kader van de scholingssubsidie.De sectorale Ontwikkelpaden bieden goede handvatten voor dere-integratiedienstverlening in de arbeidsmarktregio’s en om in hetbedrijfsleven invulling te geven aan een leven lang ontwikkelen. Ontwik-kelpaden zijn daarmee tevens onze invulling van:–de motie Warmerdam, die de regering verzoekt om uit te werken hoehet re-integratiebeleid, de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en hetLLO-beleid elkaar kunnen versterken, zodat onder meer mensen dieonder de doelgroep van de Participatiewet vallen duurzaam aan deslag kunnen komen;3 en–de gewijzigde motie De Kort, die de regering verzoekt gemeenten op teroepen meer bijstandsgerechtigden zonder startkwalificatie naarpraktijkopleidingen toe te leiden.42Kamerstuk 29 544, nr. 1189.3Kamerstukken II 2022/2023, 34 352, nr. 291.4Kamerstukken II 2021/2022, 35 925 XV, nr. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1583 De sectoren en de ministeries ondersteunen met hun landelijke partners5het gebruik van de Ontwikkelpaden. Onder meer via de meerjare-nagenda’s en bijbehorende uitvoeringsagenda’s in het kader van dehervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. Ook voorzien we ininformatiebijeenkomsten, nieuwsbrieven, handreikingen en praktijkvoor-beelden.6Subsidie voor scholing gericht op maatschappelijk crucialesectorenAfbakening maatschappelijk cruciale sectorenWe richten de scholingssubsidie op maatschappelijk cruciale sectorenwaar de publieke dienstverlening onder druk staat door arbeidsmarktknel-punten. Voor de afbakening van wat maatschappelijk cruciale sectorenzijn, gaan we uit van de sectoren die zijn genoemd in de motie Van derLee, de motie Paternotte/Heerma en het SER-advies Arbeidsmarktproble-matiek maatschappelijke sectoren.7 Concreet werken we momenteel metenkele sectoren aan een eerste versie van hun Ontwikkelpad: techniek/bouw/energie (Installatietechniek, Bouw, Infra, Metaal, Energie, Mobiliteit,Metalektro), zorg & welzijn (Ouderenzorg, Gehandicaptenzorg, Sociaalwerk) en groen (Groenvoorziening/hoveniers). Voor de kinderopvang iseen tweede versie van het Ontwikkelpad in de maak. We verwachten datin 2025 meer Ontwikkelpaden worden opgeleverd voor maatschappelijkcruciale sectoren: uitbreiding van zorg en welzijn, groen en techniek/bouw/energie, aangevuld met onderwijs en ICT.Onafhankelijke toets op passendheid scholing bij functiesDe scholing in de Ontwikkelpaden is een goed startpunt voor afbakeningvan welke scholing met subsidie kan worden gevolgd. Bij de vraag ofnadere afbakening gewenst is, maken we een afweging tussen:–enerzijds de wens grip te hebben op de arbeidsmarktgerichtheid en hetniveau van scholing die met publiek geld wordt gefinancierd,–anderzijds de wens om werkenden en werkgevers zoveel mogelijk testimuleren scholing naar maatschappelijk cruciale sectoren te volgen.Vanuit de ervaringen met het STAP-budget kiezen we voor een onafhanke-lijke toets op de passendheid van non-formele scholing, naast dewaardering vanuit de sector. De sector heeft immers belang bij deopname van zoveel mogelijk scholing in het Ontwikkelpad, als dattoegang geeft tot publieke subsidiemiddelen. Ook kan druk ontstaanvanuit opleiders om scholing in het Ontwikkelpad op te nemen.Concreet willen we alleen scholing subsidiëren die ingeschaald is in hetNederlandse Kwalificatieraamwerk (verder: NLQF). Die NLQF-inschalinghoudt o.a. een onafhankelijke toets in of valide onderbouwd is dat descholing op inhoud en niveau aansluit bij een functie/beroep waarvoor descholing bedoeld is. Voor de onderwijsdeelnemer is die onafhankelijketoets van belang bij het maken van een opleidingskeuze, omdat eeninschaling civiele waarde toekent aan de scholing.Overheidserkende opleidingen worden onder de wet NLQF automatischingeschaald. Niet-overheidserkende of non-formele scholing kan onder5Zoals UWV, VNG, Cedris, Divosa, Programmaraad Regionale Arbeidsmarkt, SBB, MBO-raad,VH, NRTO, Kennispunt LLO, Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk!, de koepelorga-nisaties voor scholen uit het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, Ingrado, ABUen NBBU.6Alle informatie voor professionals in de arbeidsmarktregio’s wordt gebundeld opwww.samenvoordeklant.nl/ontwikkelpaden.7Kamerstuk 29 544, nr. 1184; Kamerstuk 35 788, nr. 128; SER, mei 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1584 voorwaarden op aanvraag worden ingeschaald door Nationaal Coördina-tiepunt (NCP) NLQF.Aanloopfase NLQF-inschalingOmdat het voor aanbieders van een non-formele opleiding veelal niethaalbaar zal zijn om hun scholing voor openstelling van het eersteaanvraagtijdvak (maart 2025) te laten inschalen, hanteren we tijdelijk eenlichtere toets. Zodat er sneller relevante opleidingen gesubsidiëerdkunnen worden. Concreet is tot 1 mei 2026 non-formele scholingsubsidiabel als NCP NLQF formeel heeft bevestigd dat aan alle criteria isvoldaan om de aanvraag voor inschaling in behandeling te kunnennemen.8 De wet NLQF is recent door de Tweede Kamer aangenomen.Gedifferentieerde cofinancieringOm de drempel voor deelname aan scholing voor mensen zo laagmogelijk te houden, willen we dat de scholing voor de deelnemer gratis is.Tegelijkertijd willen we stimuleren dat er een weloverwogen keuze wordtgemaakt voor passende scholing tegen een passende prijs. Daarom wordtcofinanciering gevraagd. De hoogte van de cofinanciering wordtgebaseerd op het niveau van de NLQF-inschaling van de scholing. Vanuitde verantwoordelijkheid van de overheid voor kwetsbare groepen op dearbeidsmarkt, maken we het voor werkgevers aantrekkelijker dezegroepen met scholing te laten instromen. Daarom vragen we bij descholing op NLQF1 of 2-niveau 10% cofinanciering; bij NLQF3-niveau ofhoger wordt 50% cofinanciering gevraagd. Ook op deze manier stimulerenwe dat mensen zonder startkwalificatie zich verder kunnen ontwikkelen eneen meer duurzame plek op de arbeidsmarkt verkrijgen.2 STAP-budget en ontwikkeladviezen Met bijlage 1 wordt ingegaan op een aantal moties en toezeggingen overhet STAP-budget. Het eindrapport over de monitoring en evaluatie van deSTAP-regeling wordt vanwege het beëindigen van de regeling eerderopgeleverd: eind 2025. Zoals toegezegd zal het effect op duurzaam werk(zoals vaste contracten) hierin worden meegenomen.9Flankerend aan het STAP-budget zijn in 2022 en 2023 ontwikkeladviezenter beschikking gesteld: kosteloze gesprekstrajecten bij loopbaanadviseursvoor mensen met een opleidingsniveau van maximaal MBO-2. In totaalwas hiermee € 2,2 miljoen gemoeid, voor zo’n 3.000 trajecten. Op ditmoment wordt gewerkt aan de evaluatie van beide regelingen.Bij beide ontwikkeladvies-regelingen zijn er helaas vermoedens vanonregelmatigheden. Gezien het lage subsidiebedrag per ontwikkeladvieszijn beide subsidieregelingen conform het Uniform Subsidiekader (USK)vormgegeven als een zogeheten high-trust regeling. Hierbij wordenvooraf weinig (administratieve) vereisten opgelegd aan de subsidieaan-vrager. Dit betekent automatisch ook dat de controlemogelijkheden voorafen sanctiemogelijkheden achteraf beperkt zijn. Bij de regeling van 2022 isbij nacontrole mogelijke identiteitsfraude gebleken, voor € 380.102 aanverleend subsidiebudget. Daarom is bij de regeling van 2023 vóóruitbetaling bij deelnemers navraag gedaan over hun gevolgde trajecten.401 subsidies zijn uiteindelijk niet verstrekt, omdat de aanvragen naar8NCP NLQF oordeelt dan dat er sprake is van een zogenoemd «beoordeelbaar dossier». Dat isvoorwaardelijk voor het indienen van een inschalingsaanvraag bij NCP NLQF.9Toezegging bij CD Arbeidsmarktbeleid d.d. 13 april 2022, nr. TZ202309–042 (Kamerstuk 29 544,nr. 1105).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1585 aanleiding van de bevindingen zijn ingetrokken. De mogelijke fraudege-vallen zijn gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en het OpenbaarMinisterie (OM/FP).3 Positieve evaluatie van de SLIM-regeling Sinds 2020 stimuleert de SLIM-regeling een leerrijke werkomgeving in hetmkb. Hierbij delen we de resultaten van de tussenevaluatie die onlangs isuitgevoerd.10 De factsheet in bijlage 2 bevat de belangrijkste resultaten.Voor de meeste respondenten heeft de subsidie effect gehad op de vormwaarin de activiteiten hadden plaatsgevonden (66%) of de timing van deactiviteiten (11%). De SLIM-subsidie heeft bedrijven daarmee geholpenom in hun organisatie sneller of meer substantieel werk te maken vanleren en ontwikkelen, met goed resultaat:–naast de subsidie zetten bedrijven ook eigen middelen in voor LLO.–ze besteden na afloop van de subsidie gemiddeld bijna 50% meer aanscholing dan niet-ontvangers.–meer medewerkers nemen deel aan scholing in vergelijking met desituatie van voor deelnemen aan de SLIM-regeling.–de kosten die respondenten zelf maken voor het SLIM-project staanvolgens hen in verhouding tot de baten.–met SLIM-financiering worden structuren, systemen en productenontwikkeld die duurzaam zijn verankerd in de bedrijfsvoering en instand worden gehouden.18% van de respondenten geeft aan dat ze de activiteiten zonder subsidieniet zouden hebben uitgevoerd, dit geldt met name voor het kleinbedrijf.Zoals hiervoor aangegeven hebben de overige subsidieontvangers desubsidie gebruikt om maatregelen sneller en beter toe te passen. Slechts5% van de respondenten geeft aan dat het ontvangen van de subsidiegeen verschil heeft gemaakt in de uitvoering van de activiteiten.Gezien de positieve uitkomsten van de evaluatie is een verlenging van deSLIM-regeling in voorbereiding. Hiervoor is vanaf 2025 gemiddeld € 35 tot40 miljoen per jaar voor nieuwe aanvragen beschikbaar.114 Uitwerking gezamenlijke LLO-agenda Daarnaast werkt het kabinet aan een gezamenlijke LLO agenda. We willendaarin samen met sociale partners, tekortsectoren, regio’s en opleiderswerken aan structurele verbeteringen die ervoor zorgen dat bestaandepublieke en private investeringen in leven lang ontwikkelen (LLO) beterbenut worden. Zodat deelname aan scholing en leren op het werk groeit,een sterke leercultuur ontstaat en de aansluiting van het opleidings-aanbod op de vraag van de (regionale) arbeidsmarkt verbetert. Om dit terealiseren komen we met een gezamenlijke LLO-agenda. Een onderdeelvan die agenda is een verkenning naar hoe we de bestaande publieke enprivate LLO-middelen beter en effectiever kunnen benutten. In navolgingvan bijvoorbeeld de commissie Borstlap en de SER.12 Doel van dezeverkenning is om te komen tot een ontwerp voor een toekomstbestendigeinfrastructuur die leren en ontwikkelen voor iedereen mogelijk maakt. Eenverdere uitwerking van de gezamenlijke LLO-agenda leggen we in de loopvan 2025 aan uw Kamer voor.10Kamerstukken II, 2019–2020, 30 012, nr. 123.11Vanuit dit budget worden ook lopende verplichtingen en uitvoeringskosten betaald.12In wat voor land willen wij werken? Eindrapport van de Commissie Regulering van Werk(2020). Leven lang ontwikkelen. Structurele verankering in de samenleving, SER (2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1586 Tot slotMet deze brief hebben we u geïnformeerd over de actuele ontwikkelingenover de stimulansen en ondersteuning die we vanuit de overheid biedenaan mensen om te werken aan hun blijvende inzetbaarheid op dearbeidsmarkt. Het kabinet heeft in het regeerprogramma opgenomen teblijven inzetten op leven lang ontwikkelen. We hebben immers iedereennodig; met leven lang ontwikkelen dragen we bij aan die blijven inzet-baarheid. We willen hierin de komende periode – met sociale partners,regio’s en opleiders -betekenisvolle stappen zetten. Met als resultaat eengezamenlijke LLO-agenda die richting geeft voor de toekomst. In de loopvan 2025 verwachten we u hierover te kunnen informeren.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 012, nr. 1587

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dbc4156c436fc886

14 okt 2026 · 5411d36f492eee15

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.