Verslag van een notaoverleg, gehouden op 25 september 2025, over de Initiatiefnota van het lid Welzijn over een fundamentele kijk op volkshuisvesting en woningmarkt: Hoe wordt de volgende wooncrisis voorkomen? (Kamerstuk 36637)
Brontekst
Versie 3cf2a6452da3bc6a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 637Initiatiefnota van het lid Welzijn over eenfundamentele kijk op volkshuisvesting enwoningmarkt: Hoe wordt de volgendewooncrisis voorkomen?Nr. 9 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 30 oktober 2025 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 25 september 2025 overleg gevoerd met mevrouw Keijzer, Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Vice-Minister-President, over:−de initiatiefnota van het lid Welzijn over een fundamentele kijkop volkshuisvesting en woningmarkt: Hoe wordt de volgendewooncrisis voorkomen? (Kamerstuk 36 637);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 april 2025 inzake kabinetsreactie op deinitiatiefnota van het lid Welzijn over een fundamentele kijk opvolkshuisvesting en woningmarkt: Hoe wordt de volgendewooncrisis voorkomen? (Kamerstuk 36 637, nr. 3).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos kst-36637-9ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 91 Voorzitter: Wijen-NassGriffier: De VosAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Grinwis,Peter de Groot, De Hoop, Mooiman, Postma, Welzijn en Wijen-Nass,en mevrouw Keijzer, Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening, Vice-Minister-President.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij dit notaoverleg over de initiatiefnotavan het lid Welzijn over een fundamentele kijk op volkshuisvesting enwoningmarkt: Hoe wordt de volgende wooncrisis voorkomen? Hartelijkwelkom aan mevrouw Merlien Welzijn. Zij wordt bijgestaan door KevinHermse en door Michiel Hanssen, beiden beleidsmedewerker bij NSC.Ook hartelijk welkom aan de Minister.De spreektijd is vier minuten per fractie. Ik laat drie interrupties toe.Straks, in de tweede termijn, is er ook nog de mogelijkheid om moties inte dienen. Dat is het bijzondere aan een notaoverleg en dat wil ik evenmeegeven.Ik zie een vraag van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind drie altijd een beetje een ongelukkig aantal. Zouden we vierkunnen doen, en dat we twee interrupties in tweeën kunnen doen?De voorzitter:Ja, dat is prima, als dat kan, gelet op de tijd. Ik zie vooralsnog niet heelveel sprekers aanwezig hier, dus als dat kan: goed, vier interrupties. Hetwoord is aan mevrouw Postma van de NSC-fractie.Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik namens mijn fractie onzewaardering uitspreken voor het werk van collega Welzijn en detwee medewerkers die haar ondersteund hebben. Zij zijn net al genoemd,maar bij dezen ook vanuit NSC nogmaals dank aan Kevin en Michiel voorde ondersteuning bij deze mooie notitie.Wie Merlien Welzijn kent, weet dat zij niet opgeeft. Zij is vasthoudend,concreet en altijd gericht op oplossingen. Dankzij haar inzet is de Kamerakkoord gegaan met bijvoorbeeld een kwartaalrapportage over hetwoningtekort. Daardoor hebben we voor het eerst echt zicht gekregen ophoeveel er gebouwd wordt, wat er in de pijplijn zit en hoe we ervoor staanper woningtype. Dat is winst en daar zijn wij trots op.Maar, eerlijk is eerlijk: zolang het kabinet niet doorpakt, merken veelmensen daar nog weinig van. De kwartaalrapportages geven ons inzicht,maar het is aan de Minister om ervoor te zorgen dat dit inzicht leidt totechte resultaten, tot sleuteloverdrachten. Wie kent er op dit moment nietiemand die op zoek is naar een woning, naar een studentenwoning ofnaar een starterswoning? We kennen dit allemaal uit ons netwerk. Wekennen de gezichten bij de woningen die nodig zijn. De wooncrisis gaatniet over cijfers, maar echt over mensen die vastlopen.Nederland hobbelt van wooncrisis naar wooncrisis, omdat er telkensgekozen wordt voor lapmiddelen. NSC wil dat patroon doorbreken. Wemoeten niet alleen deze wooncrisis oplossen, maar ook voorkomen datwe over tien jaar opnieuw in dezelfde problemen belanden. Daarom devolgende vier punten.Het woningtekort moet structureel terug naar maximaal 2%. De rappor-tages zijn een begin, maar wij vragen de Minister hoe zij dit gaat borgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 92 in de Wet versterking regie volkshuisvesting. Hoe garandeert zij dat deKamer straks één helder rapport krijgt met duidelijke cijfers en doelstel-lingen per woningtype?Het tweede punt: zonder huurteams en loketten vallen huurders tussenwal en schip. Ze zijn cruciaal voor de handhaving, zeker voor huurders diein de knel zitten. De Minister zegt dat sociale huurwoningen van particu-liere verhuurders minimaal 25 jaar sociaal moeten blijven, maar als dehuurteams verdwijnen, hoe wordt dat dan in de praktijk geborgd? Kan deMinister toezeggen dat de huurteams behouden blijven?Ons derde punt: beleid moet elkaar versterken en niet ondermijnen. Deverhoging van de overdrachtsbelasting naar 10,4% en het uitblijven vaneen oplossing in box 3 hebben de woningmarkt de afgelopen jarenonrustig gemaakt. Dat toont aan dat er een structurele toets vooraf nodigis. Hoe zorgen we dat woonbeleid en fiscaal beleid elkaar niet tegen-werken maar juist versterken? Is de Minister bereid om die toets struc-tureel in te bouwen aan de voorkant van nieuwe wetgeving?Voorzitter. Zolang starters achter het net vissen, lossen we de wooncrisisniet op. De Minister zei eerder dat nieuwe regelingen niet nodig zijn,omdat bestaande instrumenten voldoende zouden zijn. Maar zijn dieinstrumenten wel vindbaar en bruikbaar? Kan de Minister aantonen datstarters hiermee ook daadwerkelijk geholpen worden?Voorzitter. NSC kiest voor structurele oplossingen: grip op het tekort,bescherming van huurders en eerlijke kansen voor starters en studenten.Mijn collega Merlien Welzijn zal in haar eerste termijn verder ingaan op deconcrete voorstellen vanuit haar nota.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst – daar zal ik in mijn bijdrage ook op ingaan – een complimentaan mevrouw Welzijn en aan de NSC-fractie dat dit initiatief genomen is.Er staan een aantal punten in die nota waarvan wij als GroenLinks-Partijvan de Arbeid denken: goede voorstellen. Er staan ook een aantal dingenin waarvan wij denken dat ze misschien niet verstandig zijn. Een daarvanis het stimuleren van het eigenwoningbezit. De afgelopen periode bleekuit verschillende analyses dat het aantal sociale huurwoningen daalt, zelfsals alle plannen van dit kabinet nu doorgezet worden. Toch lees ik in denota juist dat het stimuleren van het eigenwoningbezit heel belangrijk is.Heel eerlijk gezegd schrok ik er bijna van hoe rechts dat vanuit NSC was.Ik ken NSC namelijk als een partij die ook vooral de sociale sectorstimuleert. Ik zou daar graag iets meer duiding over krijgen van mevrouwPostma.Mevrouw Postma (NSC):Dank voor deze vraag. Laat ik beginnen door de heer De Hoop gerust testellen, want die sociale huurwoningen zijn absoluut belangrijk en diemoeten we blijven houden. Dat is het maatschappelijk doel dat we hebbenmet sociale huurwoningen. U leest in de nota ook dat we juist willenkijken hoe we de definitie van sociale huurwoningen vorm kunnen geven,omdat we nu ook zien dat sociale huurwoningen die gemaakt zijn doormarktpartijen, na tien of vijftien jaar weer verkocht worden. Dan vissen demensen die behoefte hebben aan een sociale huurwoning, aan «dewoningbouw» zoals we die van vroeger kennen, dus eigenlijk achter hetnet. Het is voor ons dus belangrijk dat mensen toegang kunnen krijgen toteen huis als ze er een willen kopen, maar tegelijkertijd vinden wij het heelerg belangrijk om de definitie van sociale huur goed te formuleren, zodatwe zeker weten dat de sociale huur, zoals bijvoorbeeld vormgegeven doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 93 corporaties, een belangrijke pijler blijft van het woonbeleid dat wij inNederland hebben.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan toch een vervolgvraag, want ik lees in de nota dat de initiatiefnemervindt dat «de overheid zou moeten streven naar het verdergaandfaciliteren van eigen woningbezit». Er is nu 60% aan koopwoningen. In debeleving van de initiatiefnemers zou de overheid moeten sturen op eenhoger percentage. Begrijp ik het goed dat de NSC-fractie vindt dat hetaandeel van koopwoningen in Nederland – het huidige percentage is 60%koopwoningen – nog groter zou moeten worden?Mevrouw Postma (NSC):Wij willen 30% sociale huur; dat blijft staan. Daar willen we dus niet aantornen. Maar daarnaast pleiten wij ook altijd voor betaalbare koopwo-ningen, om juist ook mensen met een lager middeninkomen, dus eigenlijkde gewone Nederlander, de mogelijkheid te geven om ook een huis tebezitten, als ze dat willen. Maar die 30% sociale huur blijft staan.Mevrouw Beckerman (SP):Ik zal mijn complimenten zo meteen ook overbrengen en vind uiteraarddat er heel mooie voorstellen in staan, bijvoorbeeld over de door mij zogeliefde wooncoöperaties. Maar ik wil toch nog even doorgaan op ditpunt. Het lijkt in de nota soms alsof de sociale huur alleen voor ééndoelgroep beschikbaar is, namelijk mensen die het anders niet zoudenredden. Het lijkt alsof dat de objectieve definitie zou zijn. Is dat echt hoeNSC erin staat, of ziet NSC ook een mogelijkheid om juist brederegroepen toe te laten tot de sociale huursector?Mevrouw Postma (NSC):Ik vind dat een hele mooie discussie, omdat het precies daarover gaat:wat is nou de definitie van «sociale huur»? Ik heb een aantal dingen net alaangegeven. Volgens mij zit er een maatschappelijk component aan datsociale huur belangrijk is voor bepaalde groepen, maar ik zou met uwgoedvinden deze vraag heel graag door willen spelen aan mevrouwWelzijn, omdat zij hier de expert in is. Zij kan hierop een nauwkeurigerantwoord geven. Ik ben bang dat het, als ik dat doe, misschien net deverkeerde kant op gaat.De voorzitter:Er zijn geen vervolgvragen. U was aan het einde van uw betoog?Mevrouw Postma (NSC):Ja, dank u wel.De voorzitter:Dan gaan we naar de heer Mooiman van de PVV. Aan u het woord.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk ook voordat ik begin complimenten aancollega Welzijn voor de nota en natuurlijk ook aan de ondersteuning die zijdaarbij heeft gehad. Die nota is de aanleiding voor het debat dat wij hiervandaag hebben. Ook wij zien in de nota de gedeelde ambitie om tekomen tot oplossingen en doorbraken om de volkshuisvesting vooruit tehelpen. Een aantal voorstellen in de nota zijn zeer begrijpelijk, bijvoor-beeld waar het gaat om het versoepelen van de staatssteunregels en desociale segmentering en of er niet meer aan middenhuur gedaan kanworden, enzovoort.Voorzitter. Ik moet er wel bij zeggen dat de nota gaat over het voorkomenvan een nieuwe woningcrisis, maar we zitten op het moment natuurlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 94 nog volop in de huidige woningcrisis, met een tekort van bijna400.000 woningen. Dat vergt dat we snel veel meer woningen gaanbouwen en dus ook ruimte gaan maken voor grootschalige nieuwewoningbouwlocaties, dat de overheid weer gaat ingrijpen bij projecten dievast komen te zitten, dat we zaken als optoppen, woning splitsen enwoning delen makkelijker maken en bezwaar- en beroepsproceduresverkorten. Zo kan ik nog wel even doorgaan. De nota spreekt daar ookover.Voorzitter. We zullen ook aan de vraag iets moeten doen. Dat lezen we ookterug in de nota zelf en dat is van belang voor zowel de korte alsook delange termijn. Neem bijvoorbeeld het recente onderzoek van de NVM.Daaruit bleek dat het percentage van de zogenoemde internationals – datwil zeggen expats en andere personen uit het buitenland – dat hier inNederland een woning koopt, is verdubbeld sinds 2020. In de gemeenteAmstelveen wordt een op de vijf woningen verkocht aan iemand uit hetbuitenland. In Eindhoven en Veldhoven bestaat in sommige wijkeninmiddels 50% tot 60% van de kopers uit internationals.Als we kijken naar de huursector, zien we dat inmiddels 26% van dehuurders in totaal uit het buitenland komt en dat meer dan de helft van denieuwe huurders in Amsterdam en in Den Haag buitenlands is. Dietoenemende vraag van buitenaf maakt het natuurlijk steeds moeilijkervoor Nederlandse woningzoekenden om aan een woning te komen. Wehebben hier eerder ook al aandacht voor gevraagd bij de Minister, maarde Minister had toen geen zicht hierop, gaf zij aan.Voorzitter. In het verlengde hiervan vragen wij zowel aan de initiatief-nemer als aan de Minister hoe zij naar deze cijfers kijken en of er geenmaatregelen moeten worden genomen – wat ons betreft wel – om dit af teremmen.De voorzitter:Voordat u verdergaat, meneer Mooiman, heeft u een interruptie vanmevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, en niet omdat ik het met de heer Mooiman oneens ben, want ik denkook dat dit problematisch kan zijn. Maar het ingewikkelde is natuurlijk weldat we de PVV kennen als een partij die heel veel heeft gezegd overasielzoekers, statushouders, ook dingen waar wij het niet mee eens zijn.Mijn vraag gaat over arbeidsmigratie en expats. Ik vind het zelf altijd heelgek dat we dat knippen, want volgens mij zijn dat allemaal arbeidsmi-granten of allemaal expats. Maar het is de afgelopen periode ook juist dePVV geweest die zich aan arbeidsmigratie en expats heel erg weinig haarvingers heeft willen branden. Klopt dat, vraag ik aan de heer Mooiman, enneemt de PVV hierop nu een ander standpunt in?De heer Mooiman (PVV):Nee, dat klopt niet. Wij zijn altijd kritisch geweest op het aantal mensendat naar Nederland komt en hier gebruikmaakt van onze voorzieningenen, om het in dit geval bij het woondebat te houden, van het aantalwoningen dat in Nederland beschikbaar is. Of dat nu gaat om status-houders of asielzoekers ... Dat er sinds 2010 190.000 woningen naarstatushouders zijn gegaan, is natuurlijk hartstikke veel. Maar ik noemdenet de cijfers van het aantal internationals dat naar Nederland komt. Wehebben daar eerder al aandacht voor gevraagd. Dat levert gewoonproblemen op voor het aantal woningen dat voor de Nederlandsewoningzoekenden nog beschikbaar is, en daar moeten we wat ons betreftwat aan gaan doen.Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 95 Terwijl de heer Mooiman heel concreet is over wat hij wil doen bijstatushouders – overigens is dat een aparte discussie, waarin wij ver uitelkaar staan – is hij niet heel concreet over wat hij wil doen bij die anderegroep. Het is inderdaad vaak een probleem dat buurten onder druk zet. Erzijn mensen die er niet meer tussen komen. Maar er zijn ook buurten waarde snelheid heel hoog is. Je ziet arbeidsmigranten die onder heel slechteomstandigheden worden uitgebuit en met te veel mensen in een heledure woning worden gepropt. Ik mis concrete voorstellen van de fractievan de PVV om daar iets aan te doen. Ik hoor de heer Mooiman zeggen«we hebben daar aandacht voor», maar goed, aandacht lost de wooncrisisniet op. Wat zijn de voorstellen die de PVV hier zou willen doen omarbeidsmigranten te beschermen, maar ook om hun aantal en aandeelomlaag te brengen waar dat nodig en wenselijk is? Mijn partij doet dievoorstellen wel. Wij hebben een heel concreet getal genoemd: 40.000. Datis het migratiecijfer dat mijn partij wil.De heer Mooiman (PVV):Om op het laatste te reageren, zonder er een asieldebat van te maken: ikdenk dat mijn partij daar al jaren duidelijk over is: nul. Nederland is vol enik denk ook niet dat we ervoor moeten zorgen dat we Nederland voller enaantrekkelijker blijven maken voor mensen uit het buitenland die hiereventueel een woning willen kopen. Dat moeten we zeker niet doen. Inons programma kunt u natuurlijk ook plannen vinden over de expatre-geling waar wij vanaf willen. We hebben daar ook al eerder aandacht voorgevraagd en we hebben ook om maatregelen gevraagd. Waarom is hetbijvoorbeeld hier in Nederland zo makkelijk voor mensen uit hetbuitenland om aan een woning te komen? Wij vroegen om die regelsüberhaupt een keer tegen het licht te houden. Het punt is namelijk dat datin heel veel andere landen helemaal niet zo makkelijk is. Dus ik denk datdaar nog heel veel winst te behalen valt, om ervoor te zorgen dat dieNederlandse woningzoekenden weer terechtkunnen in Nederlandsewoningen.Mevrouw Postma (NSC):Ik deel de analyse van de heer Mooiman en mevrouw Beckerman in de zindat veel huizen op dit moment gewoon opgekocht worden door expats.Dat is ook logisch, met de 30% die ze krijgen. Nou zijn wij er als NSC allanger voorstander van dat die gunstige subsidieregeling voor expatsomlaaggaat. Maar toen we aan het onderhandelen waren over het vorigehoofdlijnenakkoord, was de PVV niet degene die doorpakte. De PVV zegtnu wel «ja, we willen het afschaffen», maar als puntje bij paaltje komt dusniet. Gaat de heer Mooiman daar dan nu wel voor staan?De heer Mooiman (PVV):Nou, daar heeft mevrouw Postma van NSC het toch echt mis. Wij hebbenin ons programma heel duidelijk staan dat we van die expatregeling afwillen. Wij zijn bij uitstek dé partij geweest die ervoor heeft gepleit omNederlandse woningen te behouden voor Nederlanders. Als we die toeropgaan – ik doe het liever niet – kijk ik juist naar NSC, dat zo’n beetje allesgedwarsboomd heeft wat de PVV wilde bereiken. Dus laten we alsjeblieftdie toer niet opgaan.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.De heer Mooiman (PVV):Voorzitter. Om bij het onderwerp vraag te blijven: zoals bekend is de PVVer ook groot voorstander van om de voorrang die statushouders krijgenop sociale huurwoningen te schrappen. Dankzij onder andere de PVV is ditin het hoofdlijnenakkoord gekomen. We hebben daarna ook nog naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 96 aanleiding van gemeenten die aangaven juist die komende wet te willenomzeilen, een amendement ingediend om de voorrang volledig teverbieden. Dat amendement werd aangenomen, maar de Minister wildehet niet uitvoeren omdat het ongrondwettelijk zou zijn. Maar nu komt deRaad van State met een advies over het wetsvoorstel waar de Minister zelfaan werkt, en die gebruikt precies dezelfde reden als de Minister doet omhet PVV-amendement niet uit te voeren.Laten we duidelijk zijn: het spreekt voor zich dat de Minister het verbod opde voorrang voor statushouders gewoon moet invoeren; terecht.Tegelijkertijd willen we van de Minister weten waarom er dan niet één lijnwordt getrokken. Een aangenomen amendement om de voorrang voorstatushouders helemaal te stoppen, wil de Minister niet. Maar het voorstelvan het kabinet, dat exact dezelfde kritiek krijgt, vindt het kabinet geenprobleem. Want wat gaat het kabinet dan doen aan gemeenten die hetverbod zeggen te gaan omzeilen? Laat de Minister met haar keuzes nietgewoon de deur toch op een kier staan om die voorrang wel te verlenen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De heer Mooiman en ik zijn het op dit punt niet zo vaak met elkaar eens.Allereerst over zijn amendement: ik vond het echt een verminking van deWet regie. Deze wet was heel belangrijk om het aantal sociale huurwo-ningen te bevorderen. Wij hadden ook heel graag voor die wet gestemd,maar wij vonden het amendement echt heel bezwaarlijk en hebbendaarom uiteindelijk tegengestemd.Wel ben ik het met de heer Mooiman eens dat precies dezelfde argumen-tatie die deze Minister gebruikt om het amendement van de heerMooiman niet uit te voeren, om te kiezen voor een novelle die zo meteennaar de Tweede Kamer komt, door de Raad van State wordt gebruikt omhet voorstel van de Minister – laat ik het eerlijk zeggen – met de grondgelijk te maken. Ik kan me niet herinneren dat er eerder een Minister isgeweest die twee keer dictum d heeft gekregen in een halfjaar. DeMinister schudt nee, maar de eerste keer, met de Wet huurbevriezing, washet ook een dictum d. Maar los daarvan, hoe kijkt de heer Mooimanernaar dat dezelfde argumentatie gebruikt wordt en dat de Minister weldoor wil met haar eigen wet?De heer Mooiman (PVV):Wat ons betreft had ons amendement natuurlijk gewoon uitgevoerdmoeten worden. Laten we wel zijn, het is een amendement dat door deKamer is aangenomen.Dan het advies dat de Raad van State over het voorstel van de Ministerheeft gegeven. Wat ons betreft is het feit dat Nederlanders systematischworden achtergesteld op de sociale huurwoningen juist heel ongrondwet-telijk. Dát is ongrondwettelijk. Dus wat ons betreft pakt de Minister doorop haar voorstel, maar voert zij ook gewoon het voorstel van de PVV uit.De heer Grinwis (ChristenUnie):Even over het laatste. Dat sluit elkaar toch uit? Je kunt toch niet én hetamendement van collega Mooiman implementeren én het wetsvoorstelvan de Minister doorzetten? Dat sluit elkaar toch uit? Het voorstel van deMinister krijgt al een oordeel «ongrondwettelijk en niet-uitvoerbaar voorgemeenten» van de Raad van State. Wat je daarvan vindt, is politiek. Hetvoorstel van de heer Mooiman gaat echter nog stap verder. Dat zegteigenlijk: ook al heb je om een andere reden misschien voorrang, als jestatushouder bent, kun je categorisch geen beroep doen op die anderereden c.q. de gemeente mag daar niet op inspelen. Dat is een funda-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 97 mentele stap verder dan het voorstel van de Minister. Waarom zegt deheer Mooiman dan dat het allebei kan?De heer Mooiman (PVV):Omdat het wat ons betreft ook allebei kan. Wat de heer Grinwis zegt kloptinderdaad: ons voorstel ging verder. Dat was omdat juist de grotegemeenten aangaven: het komende verbod op de voorrang voorstatushouders willen wij op deze en deze manier omzeilen. Onsamendement heeft daar in een ander voorstel een stok voor proberen testeken. Dat is aangenomen door de Kamer, maar wordt helaas nietuitgevoerd. Daardoor ontstaat er toch straks het risico dat er alsnogvoorrang wordt gegeven, terwijl je dat, in ieder geval in onze optiek, nietmoet willen. Wat ons betreft bijt het voorstel van de Minister dat niet. Onsvoorstel is weliswaar verstrekkender, maar daarmee ook zwaarwegender.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik vind het een onnavolgbare redenering, want als het amendement vande heer Mooiman zou worden geïmplementeerd – ik ben daar zeer, zeerop tegen, maar daar kom ik zo wel op – dan is het wetsvoorstel van deMinister overbodig. Het wetsvoorstel van de Minister gaat op alle vlakkenminder ver dan het amendement van de heer Mooiman en is dusoverruled door het amendement van de heer Mooiman. Ik snap de stellingniet, want die kan gewoon niet waar zijn. Waarom ik er echt problemenmee heb, is omdat de heer Mooiman zegt: ik wil coûte que coûtevoorkomen dat gemeenten om een andere reden om het verbod op hetmet urgentie huisvesten van statushouders heen gaan en dus heb ik zeeigenlijk alles uit handen geslagen. Maar dat is toch een je reinstevoorbeeld van détournement de pouvoir, het misbruiken van je macht?Heeft de heer Mooiman geen ongelofelijke spijt van zijn amendement envan het feit dat hij zo verblind is geweest door zijn doel dat hij daarmeeeigenlijk rücksichtslos zeer ongrondwettelijk te werk is gegaan?De heer Mooiman (PVV):Ik vind het bijna ongelofelijk wat de heer Grinwis hier ter tafel legt en hoehij het amendement omschrijft. Ik denk dat heel veel Nederlanderseindelijk korte metten willen maken met de voorrang die statushouderskrijgen. Als er dan wetgeving wordt aangekondigd en we zien vervolgensgemeenten die zeggen «nou, we gaan die wetgeving gewoon in de windslaan, we trekken ons er niks van aan, we gaan een eigen plan trekken»,dan heeft de Kamer het volste recht om te zeggen: daar moeten we wataan doen, omdat we opkomen voor al die Nederlandse woningzoekendendie nu die woningen niet kunnen krijgen en die we beloofd hebben om dievoorrang te schrappen. Dat er dan een soort van karikatuur van wordtgemaakt, vind ik echt totaal ongepast.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het is geen karikatuur. Was het maar een karikatuur, want dan had de heerMooiman inderdaad recht van spreken om dit zo van zich af te latenglijden. Nee, het is gewoon feitelijk wat de heer Mooiman in zijnamendement heeft geregeld. In de toelichting is het misschien nog eenbeetje verhuld opgeschreven, maar de wettekst van het amendement zelfis kneiterhard. Dan gaat het er niet om dat het eens tijd is om jongeren tehelpen die al jarenlang op zoek zijn naar een woning. Daarbij moeten wehelpen met betaalbare woningbouw. Daar moeten we eindelijk eens meeraan gaan doen. Dan moeten we ook procedures schrappen, waar deMinister mee bezig is. Dan moeten we zorgen dat we werkendeimmigratie beperkende wetten hebben, maar geen wetten die alleen maareen beetje aan windowdressing doen.Dat is nodig, maar dan moeten we niet ons heil zoeken bij zeer ongrond-wettelijke amendementen vanuit een wantrouwen tegen gemeenten. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 98 moeten niet proberen om op die manier het recht naar onze hand tezetten, omdat je je daarmee uiteindelijk in je eigen voet schiet. Hetamendement van de heer Mooiman zal namelijk op geen enkele wijzestandhouden, zelfs al zou de Minister het willen implementeren. Dus komalsjeblieft met goede, degelijke wetten die daadwerkelijk bijdragen aanhet doel dat de heer Mooiman en ik delen, namelijk mensen die inNederland opgroeien tijdig van een betaalbaar dak voorzien.De voorzitter:Voordat ik de heer Mooiman het woord geef, merk ik op dat het vandaaggaat over de initiatiefnota van mevrouw Welzijn. Het gaat nu heel erg veelover de statushouders en de voorrang et cetera. Nu is het een vrij bredeinitiatiefnota, maar ik zou u wel willen verzoeken om niet het hele debatdaarom te laten draaien, maar vooral om de initiatiefnota van mevrouwWelzijn. Aan u het woord, meneer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik zal er ook afrondend op reageren, omdat ik denkdat we de discussie omtrent het amendement op zich voldoende hebbengevoerd. Ik wil er nog wel over zeggen dat het amendement natuurlijk weldoor een Kamermeerderheid is aangenomen. Dus een krachtterm als«misbruik van macht», die net geopperd werd, vind ik totaal ongepast. Hetstaat de Kamer vrij om een voorstel te amenderen, zeker op het momentdat dit ten doel heeft om iets te laten slagen wat wij als wetgever metelkaar willen verankeren en zeker ook als gemeenten zeggen die wetgewoon niet te gaan uitvoeren. Dat is het laatste wat ik erover zeg nu.De voorzitter:U was aan het einde van uw betoog, geloof ik, hè?De heer Mooiman (PVV):Ja.De voorzitter:Meneer De Hoop, het woord is aan u. De heer De Hoop is vanGroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Allereerst dank aan collega Welzijn en natuurlijk ook aan haarmedewerkers, die veel werk hebben besteed aan deze initiatiefnota. Ik benblij dat we vandaag een echt visiestuk bespreken over volkshuisvesting,want daar gaat het niet vaak genoeg over in de Kamer. Mevrouw Welzijnen ik zijn het er in ieder geval over eens dat wonen echt een recht is enzou moeten zijn. Iedereen verdient een plek om tot rust te komen en zichthuis te voelen. Toch zitten we in een wooncrisis: torenhoge huren,onbereikbare koopwoningen, jarenlange wachtrijen en ook nog steedseen stijgend aantal daklozen, waar mijn buurvrouw, mevrouw Beckerman,en mevrouw Westerveld afgelopen maandag ook terecht weer aandachtvoor gevraagd hebben.Deze crisis is niet uit de lucht komen vallen. Die is het gevolg van keuzesvan rechtse partijen die wonen steeds meer aan de markt hebbenovergelaten. Juist daarom vind ik het wel jammer dat deze nota toch af entoe te veel in marktdenken blijft steken. Ik zou aan mevrouw Welzijn tocheen reflectie daarop willen vragen. De sociale sector lijkt kleiner te wordendoor een aantal voorstellen in deze nota. Sociale huurwoningen mogenna een tijdje weer verkocht worden. De sociale huur blijft vooral eenoplossing voor wie het zelf niet redt.Ik vind dat toch een beetje een oude reflex en oude politiek. Al 30 jaarzetten kabinetten namelijk in op meer financiering voor kopers, in plaatsvan op meer betaalbare woningen voor de sociale meerderheid, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 99 sociale huur. Het resultaat was dat de huizenprijzen stegen, socialehuurwoningen werden verkocht en de middenklasse tussen wal en schipviel, terwijl die vroeger ook nog recht had op een sociale huurwoning endaar ook toegang tot kreeg. Vandaag zien we daar de gevolgen van. Hetaantal sociale huurwoningen daalt al decennia. We zagen afgelopen weekin Trouw ook weer een onderzoek waaruit blijkt dat zelfs als alle plannenslagen, het aantal sociale huurwoningen het komende jaar weer blijftdalen. Ik zou graag een reactie van de indiener, maar ook van de Minister,krijgen op het feit dat geschetst wordt dat het aantal sociale huurwo-ningen zal dalen de komende jaren.Die krimp moet stoppen wat GroenLinks-Partij van de Arbeid betreft. Wijvinden echt dat er een fundamentele koerswijziging zou moeten komenals het over sociale huur gaat. Betaalbaar wonen moet de hoogsteprioriteit zijn van de overheid. Dat betekent dat we ook betaalbaar bouwenvoor de middenklasse, dat we bouwen voor de hele sociale meerderheid,zoals we ook in Wenen en Parijs zien, waar brede sociale sectorenbestaan. Daar is de inkomensgrens hoger, zodat leraren, zorgverleners enschoonmakers hun hele carrière in die sociale huurwoning kunnen wonenen in dezelfde buurt kunnen blijven wonen, in wijken met voorzieningendichtbij, veel groen en woningen die niet alleen betaalbaar, maar ookduurzaam en leefbaar zijn. Dat vraagt om grote investeringen, wantcorporaties moeten weer kunnen bouwen met voordelige leningen enzonder dat ze bijvoorbeeld winstbelasting hoeven te betalen.Voorzitter: PostmaDe voorzitter:Ik fungeer even als voorzitter, want mevrouw Wijen-Nass heeft eeninterruptie voor u. Gaat uw gang.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):We hebben een soepele samenwerking vandaag tussen de twee voor-zitters van deze commissie. Dank u wel, mevrouw de voorzitter.Het is nobel dat de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA zich zo inzet voorde sociale huurwoningen. Daar is ook uitgebreid over gesproken bij deWet versterking regie volkshuisvesting. Maar naast sociale huurwoningenzijn heel veel mensen ook op zoek naar een betaalbare middenhuur-woning. We zien dat daar enorme problemen ontstaan, omdat diemiddenhuurwoningen er eigenlijk niet meer zijn. Ik vroeg me af waarom ikGroenLinks-PvdA niet aan mijn zijde, aan de BBB-zijde, vindt als het gaatom het aanpakken van de middenhuur?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zou zeggen: u vindt mij wel aan de zijde van fatsoenlijke en betaalbaremiddenhuur, maar wij hebben daar een andere kijk op. Een van de goededingen in het voorstel vind ik dat de DAEB-regels in Europa aangepaktmoeten worden. Daar is nu ook een sociaaldemocratische Eurocommis-saris druk mee bezig. Ik weet dat de Minister dat ook graag wil. Daarmeekun je makkelijker, ook als woningbouwcorporatie, bijvoorbeeld diemiddenhuurwoningen bouwen.Ik vind ook dat corporaties daar een bredere rol in zouden moeten krijgen.Maar mevrouw Wijen-Nass en de BBB-fractie pleiten ervoor dat wij deregulering van huurwoningen, die mijns inziens heel erg terecht isgeweest, omdat er echt exorbitante huren werden gevraagd voorwoningen, weer terug gaan draaien. Ik wil niet dat de huren van mensenweer hoger worden, want juist de groepen die in de middenhuur zitten,bestaan vaak uit jonge mensen, ik denk ook in de leeftijdscategorie vanmevrouw Wijen-Nass, die net niet aan die koopwoningen kunnen komenen tussen de 40% en soms wel 50% van hun netto-inkomen kwijt zijn aanwoonlasten. Ik zou die huren niet willen verhogen. Geef corporaties eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 910 bredere rol en laat hen ook bouwen voor de middenhuur. Dan kunnen wedat aanpakken.Dan het allerlaatste wat ik erover zou willen zeggen. We hebben geziendat heel veel betaalbare koopwoningen een aantal jaar geleden zijnopgekocht door buitenlandse investeerders, die ze voor veel te hogehuren weer verhuurd hebben. Het is ook niet gek dat daar een terugvloeinaar de koopsector komt en dat er woningen juist terechtkomen bijstarters die dat net wel kunnen betalen.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. O, u hebt een vervolgvraag.Gaat uw gang, mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ja, de heer De Hoop is nog niet van mij af. De heer De Hoop zet metGroenLinks-PvdA vooral in op het bouwen van nieuwe woningen en hettoevoegen, maar ik hoef de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA denk ikniet uit te leggen dat we dat niet van vandaag op morgen gerealiseerdhebben. De gemiddelde procedure om een woning te bouwen duurtacht tot tien jaar. De Wet betaalbare huur is door een meerderheid vandeze Kamer gesteund. Dat is onbegrijpelijk. Het doel was meer betaalbarehuurwoningen en het effect is het tegenovergestelde. Die wet is compleetmislukt. Het doel is totaal niet bereikt. De Raad van State was daar ookheel negatief over, maar er wordt weleens vaker selectief geshopt als hetgaat over adviezen van de Raad van State en er is vaak selectieveverontwaardiging over. Wat gaat de heer De Hoop doen metGroenLinks-PvdA om de huurwoningen die we nu hebben in hetmiddensegment te behouden?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zal toch even moeten schetsen wat het verschil is tussen de Wetbetaalbare huur en het dictum d dat de Minister nu krijgt. Die zijn echttotaal niet met elkaar te vergelijken. Allereerst kreeg de Wet betaalbarehuur een advies c. Dat is een heel ander advies. Dat betekent dat de Raadvan State adviseert om de wet te wijzigen en die dan naar de Kamer testuren. Als je dictum d krijgt, is het advies: gooi het maar in de prullenbak,want dit zeer onverstandig. Dat is echt wel een heel ander advies.Bovendien zijn er nog wijzingen geweest in de Wet betaalbare huurvoordat die naar de Kamer kwam. Denk aan een nieuwbouwopslag. Er zijneen aantal amendementen op ingediend. Dus die wet is echt nog heelanders geworden na dat advies van de Raad van State. Dat over de Wetbetaalbare huur.Dan het tweede punt. Als je meer woningen wilt bouwen – dat schetst hetCBS ook vandaag, dat er veel weinig nieuwbouwwoningen gebouwdworden – is het grootste probleem het stikstofoverschot. Wij wachten aljarenlang op een stikstofaanpak, niet alleen van dit kabinet, maar ook vanvorige kabinetten. Ik vind het prima dat mevrouw Wijen-Nass zegt: «Ik hebeen andere kijk op de middenhuur. Wij vinden dat op die manier, metminder regulering, meer gebouwd zou kunnen worden.» Ik heb daar eenander beeld van, maar mevrouw Wijen-Nass kan toch ook niet met drogeogen zeggen dat de stikstofaanpak van haar eigen Minister, van MinisterWiersma, meehelpt aan het creëren van meer woningen? Er is op ditmoment niet één groter obstakel dan mevrouw Wiersma voor denieuwbouw van woningen. Er kan bijna geen vergunning afgegevenworden, omdat zij alles in de stikstofaanpak wat de landbouw raakttegenhoudt. Ik zou daar eigenlijk dan ook een reflectie van de BBB-fractieop verwachten, want het is nota bene hun eigen Minister die stilstandveroorzaakt, die het stikstofslot op het land nog steeds behoudt waardoorer veel te weinig woningen gebouwd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 911 Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ik hoor werkelijk nog niet eens een begin van een antwoord op mijnvraag. Meneer De Hoop probeert nu de aandacht af te leiden door tezeggen dat het allemaal aan stikstof ligt en aan Minister Wiersma. Nou, ikkan u zeggen: als er iemand keihard werkt om deze problemen op telossen in Nederland en Nederland van het stikstofslot af te halen, dan ishet Minister Wiersma. Maar zij wordt daarin continu tegengewerkt doorpartijen als GroenLinks-PvdA. Ik vind dat dus veel te kort door bocht enveel te simpel. Conclusie: GroenLinks-PvdA ...De voorzitter:Komt u tot uw vraag? Ik wil graag wel een beetje bij de orde van het debatblijven.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ja, klopt. Mijn conclusie was – er komt niet meer echt een vraag hoor –dat GroenLinks-PvdA alle investeerders op de woningmarkt Nederland uitjaagt.De voorzitter:U mag daar kort op reageren.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dit lijkt me een totale karikatuur van de werkelijkheid. Wij hebben eenandere visie, de fractie van BBB en van GroenLinks-Partij van de Arbeid,op of je nou meer marktwerking moet hebben of meer volkshuisvesting.Daar denken we beide anders over, maar ik vind het toch wel heel jammerdat de BBB-fractie niet eens wil erkennen dat de stikstofproblematiekgrote invloed heeft op de woningbouw en dat het juist Minister Wiersmais die toch de afgelopen twee jaar alleen maar voorstellen heeft gedaandie niet kunnen. Dan zie je eigenlijk – dat zag bij eigenlijk alle bewindsper-sonen in dit kabinet die wat minder voor elkaar kregen – dat er meteengewezen wordt naar: ik word tegengewerkt, ik word dit, ik word dat. Nou,als je met goede wetten komt, dan neemt de Kamer die wel aan. Wijhebben ook wetten gesteund van Ministers van partijen waar we veelafstand van hebben. Als het goede wetten zijn, dan worden die wettengewoon gesteund. Er zijn betrekkelijk weinig goede wetten van mevrouwWiersma gekomen, zeg ik toch maar even.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik hierbij het voorzitterschap teruggeven aanmevrouw Wijen-Nass en ook doorgeven dat er een interruptie is.Voorzitter: Wijen-NassDe voorzitter:Er is meteen een interruptie van de heer De Groot. Aan u het woord.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk nog reageren op de woorden vande heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Hij noemde hetdecennialange rechtse beleid, woningbouwbeleid. Weet de heer De Hoopdat het de heer Donner van het CDA was die het Ministerie van Volkshuis-vesting op slot heeft gedraaid in 2012? Weet de heer De Hoop ook dat hetStef Blok was die van 2012 tot 2017 VVD-Partij van de Arbeid-beleiduitrolde? Weet de heer De Hoop ook dat het mede onder verantwoorde-lijkheid van de VVD is dat het Ministerie van Volkshuisvesting hetafgelopen jaar weer is teruggekeerd? Weet de heer De Hoop ook dat ik indebatten altijd aangeef dat de VVD niet tegen sociale huurwoningen is,maar dat we er meer moeten bouwen? Weet de heer De Hoop ook dat erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 912 tientallen miljarden van de markt nodig zijn om ook huurwoningen tebouwen? Weet de heer De Hoop ook dat dat hele normale investeerderszijn zoals pensioenfondsen en particuliere verhuurders die 500.000 socialehuurwoningen verhuren? Er wordt hier net een beeld neergezet door deheer De Hoop dat het allemaal louche verhuurders zijn en dat dat nietklopt, dat het alleen nog maar aan de corporaties zou zijn. Die bouwen zelfoverigens geen woningen. Daar is de markt ook voor nodig. Ik wil wetenvan de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid of hij weetwelke grote woorden hij gebruikt als het gaat over hoe we deze klus wemet elkaar moeten klaren en waar die verantwoordelijkheid mede ligt.De voorzitter:Dat waren wel een heleboel vragen tegelijkertijd, meneer De Groot. Als udat nog een keer doet, kost het u meteen al uw interrupties.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De ene vraag vond ik terechter dan de andere, zeg ik in alle eerlijkheid. Alsde heer De Groot denkt dat ik het CDA een linkse partij vind, dan heeft hijhet niet bij het rechte eind. Hij zei dat het de heer Donner was die hetMinisterie van Volkshuisvesting afschafte. Nou, u hoeft er niet verrast overte zijn dat ik dat nog steeds een economisch zeer rechtse partij vind. Ikben het dus nog steeds met De Groot eens dat inderdaad de rechtsepartijen de volkshuisvesting een beetje hebben laten verloederen deafgelopen jaren. Dat is iets waar de heer De Groot en ik het over eens zijn.Kijk, de heer De Groot heeft gelijk dat in het kabinet-Rutte II ook de Partijvan de Arbeid zat. Maar laten we eerlijk zijn: de VVD heeft de afgelopenzestien jaar in het kabinet gezeten. Daar zit toch wel een andere verant-woordelijkheid. Het is ook de verantwoordelijkheid van de heer Blokgeweest dat er toch veel meer marktwerking is gekomen. Dat hebben wijvaak geproblematiseerd en dat zal ik ook blijven doen.Ik heb helemaal niet alle verhuurders weggezet. Absoluut niet. Nee, nee,nee. Dat heb ik niet gedaan. Ik maak zelf altijd een heel helder onderscheidtussen particuliere verhuurders die woningen verzamelen om ze daarna teverhuren en pensioenfondsen die daadwerkelijk veel meer woningenbouwen. Die hebben ook een lager rendement nodig omdat ze langeter-mijninvesteringen doen, veel meer dan mensen die voor hun pensioeneen aantal woningen opkopen om die te verhuren. Dat mag. Daar is ookruimte voor. Er is op dit moment niemand die dat tegenhoudt. Ik vindalleen dat dat niet gaat boven het recht op wonen. Ik vind het recht opwonen belangrijker dan het recht op huizen verzamelen. Daar denkt deVVD anders over dan GroenLinks-Partij van de Arbeid. Dat mag volgensmij ook geen verrassing zijn.De kern van de vraag van de heer De Groot is volgens mij: hoe zorg jeervoor dat verhuren aantrekkelijk blijft? Verhuren blijft aantrekkelijk als jeeen redelijk rendement kunt halen. Het doel van de Wet betaalbare huurwas ook dat je een redelijk rendement haalt. Daar zijn verschillendepercentages voor genoemd. Er is zelfs ook een nieuwbouwopslagopgenomen in de Wet betaalbare huur. Als je woningen bouwt, kan jegeloof ik 10% erbovenop vragen. Dus er is juist ruimte gegeven voorverhuurders die woningen bouwen, die langetermijnrendement nodighebben.Ik zie ook nog steeds dat die bereid zijn om te investeren. Mijn analyse is –daar zullen we naar moeten kijken voor de lange termijn; ik vind datsommige partijen snel kortetermijnconclusies trekken – dat juist deverhuurders die een wat korter rendement willen maken, die een aantalwoningen hadden waarmee ze toch wat geld wilden verdienen, deverhuurders zijn die nu woningen verkopen. Ik heb afgelopen weken nogmeerdere keren met pensioenfondsen gesproken en als die één dingnodig hebben, is het zekerheid en duidelijkheid vanuit de Kamer. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 913 moeten we volgens mij met elkaar aan werken. Over hoe je dat doet,verschilt de VVD van mening met GroenLinks-Partij van de Arbeid.De voorzitter:De heer De Groot. Wel ietsjes korter nu.De heer Peter de Groot (VVD):Zeker, voorzitter. Sorry. U mag gerust twee interrupties opschrijven voornet, want het waren wel een hele hoop vragen. Dat is helemaal geen enkelprobleem. Ik heb nog één vraag aan de heer De Hoop en die gaat over deinvesteringsbereidheid. Die investeringsbereidheid die neemt sterk af. Datzien we over de breedte in de nieuwbouw. We zien het ook in de aantallenvan vandaag. Overigens zijn dat allemaal projecten die misschien welzeven of tien jaar geleden zijn opgestart. We verliezen die projecten deafgelopen jaren door onvoorspelbaar beleid, ook vanuit de Kamer hier,dus onder andere regulering, het afknijpen van rendementen. Dus je zietdat woningen, huurwoningen die nieuw gebouwd zouden worden,gewoon verkocht worden als koopwoningen. Het is ook zo dat pensioen-fondsen inderdaad heroverwegen en in het buitenland gaan investeren inplaats van in Nederland. Dus de heer De Hoop kan hier toch nietontkennen dat de extra koppen die we hier vanuit de Kamer erop zetten,met een meerderheid van de Kamer, waar overigens de VVD het niet meeeens is, ervoor zorgen dat die investeringsbereidheid juist afneemt? Datzien we namelijk ook in die aantallen. Dat kan de heer De Hoop toch nietontkennen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat er verschillende factoren zijn die invloed hebben op deinvesteringsbereidheid. En natuurlijk is rendement daar een factor van,vanzelfsprekend. Voor de ene investeerder is dat een grotere factor danvoor de andere. Ik denk dat dat voor een pensioenfonds een iets mindergrote factor is; die hechten vooral belang aan langetermijnduidelijkheid.Wat ik belangrijk vind om te schetsen, ook richting de VVD, is: als je wiltdat de bouw op gang komt, moet je allereerst die stikstof aanpakken, enmoet je ervoor zorgen dat mensen in de bouw werken, daar genoegverdienen en het willen blijven doen. En ook bijvoorbeeld dat delaadinfrastructuur en het stroomnet op orde zijn. Dat zijn allemaalverschillende factoren die invloed hebben op de bouw. Rendement is erdaar ook een van, maar ik denk dat het allerbelangrijkste is dat erduidelijkheid is over de langetermijninvesteringen die je doet. Dat komtook weer naar boven in de gesprekken die ik heb met de pensioen-fondsen: rendement is daar een aandeel in. Maar vooral voor de mensendie op korte termijn wat willen verdienen met verhuur heeft dit een veelgrotere impact dan op pensioenfondsen, die voor 25, soms 30 jaar langinvesteringen doen; daar is vooral duidelijkheid voor nodig. Ik denk dat jedaar ook een onderscheid ziet tussen verhuurders die woningenuitponden dan wel niet. En als het gaat over de investeringsbereidheid: deduidelijkheid van de stikstofaanpak is daarvoor denk ik een van debelangrijkste dingen. Ik vind het gewoon jammer dat nota bene de aanpakvan mevrouw Van der Wal in de prullenbak is weggegooid. Als jeduidelijkheid wilt bieden en de stilstand tegen wilt gaan, dan is het nutoch de VVD die mevrouw Wiersma daar alle ruimte in geeft. Dat vind ikecht heel erg teleurstellend.De heer Peter de Groot (VVD):Overigens, ik zeg tegen de heer De Hoop dat we het stikstofprobleemzeker moeten oplossen. Hij zal ook van mij horen dat we daarmeevoortvarend aan de slag moeten gaan. Maar even terug naar dieinvesteringsbeslissingen, definitieve investeringsbeslissingen, dietwee jaar geleden genomen zouden moeten zijn om vandaag dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 914 woningen op te leveren; want zo lang duurt het ongeveer om woningen tebouwen, hè, een à twee jaar tegenwoordig. Kijk gewoon naar deaantallen, zou ik tegen de heer De Hoop willen zeggen. Het aantalinstitutionele investeerders dat investeert in de middenhuur in Nederlandis drastisch teruggelopen. Dat kan de heer De Hoop niet ontkennen; dat isonder de 4.000. En pensioenfondsen klagen niet, want dat zijn maatschap-pelijke instellingen en die gaan gewoon naar het buitenland met hun geld.Dat is wat er in de praktijk gebeurt. Dus ik zou in ieder geval aan de heerDe Hoop willen vragen: ontken, als het gaat over de regulering, datprobleem van die investeringsbeslissingen nou niet; laten we daargezamenlijk zoeken naar een oplossing.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mijn analyse is gewoon anders dan die van de heer De Groot. Ik herkenwel dat juist pensioenfondsen ontzettend veel duidelijkheid nodig hebbenen dat dat een hele belangrijke partner is in het tegengaan van hetwoningtekort. Maar ik vind het heel erg belangrijk dat dat niet ten kostegaat van huurders. De huurders hebben de afgelopen jaren ontzettendveel huur moeten betalen. Ik vind de regulering die daarvoor gekozen isverstandig. Ik vond die ook hoognodig. Ik vind het ook belangrijk dat wede vaste contracten houden in Nederland. Ik vind het toch ingewikkeld datjuist deze Minister weer meer kijkt naar tijdelijke contracten, terwijl datontzettend veel onzekerheid geeft bij heel veel huurders in Nederland. Tja,dat is gewoon niet de route die wij als GroenLinks-Partij van de Arbeidvoor ons zien. Je moet zorgen dat er duidelijkheid is, zodat pensioen-fondsen willen investeren voor meer woningbouw en er daarbij eenredelijk rendement te verdienen is. Die puzzel moet je met elkaar leggen.Maar die rekening is de afgelopen decennia te veel bij de huurdersterechtgekomen, en dat gaan wij als GroenLinks-Partij van de Arbeidgewoon niet toelaten.De voorzitter:U vervolgt uw betoog, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zit even te kijken waar ik ook alweer was ... Ik weet weer waar ik ben,voorzitter.Voorzitter. Sociale bouwers hebben echt miljarden aan investeringsruimtenodig voor nieuwe woningen. Alleen zo doorbreken we de stilstand. Enhet kabinet levert op dit punt gewoon niet. Vanochtend bleek nog dat erveel te weinig woningen bij zijn gekomen in de afgelopen zes maanden;het slechtste halfjaar sinds 2018. De woningbouw ligt stil door hetstikstofslot en het volle stroomnet. Waarom schuift het kabinet juist dezeproblemen voor zich uit? En in plaats van bouwen is er meer gesloopt opdit moment. Men sloopt de bescherming voor huurders, huren mogenweer verder omhoog, en tijdelijke contracten mogen terugkomen vandeze Minister. En in plaats van met bouwen is deze Minister vooral bezigmet symboolpolitiek tegen vluchtelingen. Daarbij past ze de Grondwetalleen toe als ze daar zelf zin in heeft, als dat haarzelf toekomt. De Wetregie volkshuisvesting, die verminkt is door het ongrondwettelijkeamendement van de PVV, gesteund overigens door BBB en de VVD – vanBBB heb ik al gehoord dat ze daar spijt van hadden, van de VVD heb ik datnooit gehoord ... Die wet gaat de Minister wel repareren, maar die anderewet, die in strijd is met de Grondwet volgens de Raad van State, wordtgewoon naar de Kamer gestuurd. Ik vind dat ongekend. Kan de Ministeruitleggen of de Grondwet altijd geldt, of alleen als dat haarzelf uitkomt?Voorzitter, ik rond af. Nogmaals dank aan mevrouw Welzijn voor haar notaen haar visie. Maar wat ons betreft is het tijd voor nog een andere visie eneen andere koers: een overheid die bouwt voor de sociale meerderheid,een overheid die zorgt voor betaalbare woningen van kwaliteit, voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 915 buurten waar we trots op kunnen zijn, zodat iedereen in Nederland eenplek heeft. Het is de hoogste tijd.Dank.De voorzitter:Dan heeft u tot slot nog een interruptie van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Ik heb de collega van GroenLinks-PvdA gepassioneerd horen praten oversociale huurwoningen. Ik heb de collega ook gehoord over het belang vanstarterswoningen. Waar ik de collega nog niet duidelijk over gehoord heb– daar gaat mijn vraag ook over – is dit. In de initiatiefnota staat heelduidelijk omschreven dat, als je fiscaal beleid voert – en dan hebben wehet een beetje over de marktwerking die je toch ook wel hebt inwoningbouw – en woonbeleid voert, je die twee wel op elkaar moetafstemmen, omdat je anders krijgt dat je eigenlijk aan het dweilen bentmet de kranen open. Om een voorbeeld te noemen: we willen graagwoningen splitsen om ervoor te zorgen dat er meer woningen komen,maar tegelijkertijd wordt dan een overdrachtsbelasting van 10,4%gevraagd, waardoor er nauwelijks investeringen mogelijk zijn. IsGroenLinks-Partij van de Arbeid het met Nieuw Sociaal Contract eens dathet belangrijk is om bij elke fiscale maatregel goed te kijken wat vooreffect die heeft op de woonambitie die we met elkaar hebben, of dat nousociale bouw is, dus de bouw van corporaties, of bouw om de markt testimuleren? Want we hebben met elkaar een enorme opgave. Is de heerDe Hoop met ons eens dat dat belangrijk is?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, zoals mevrouw Postma de vraag nu stelt, kan ik het natuurlijk bijnaniet oneens zijn met haar. Natuurlijk moet dat op elkaar aansluiten. Ik denkalleen wel dat het in Nederland zo is dat je met een woning tegenwoordigbijna meer verdient dan met werken. Daar moet je wel heel kritisch naarkijken. Ook als je panden verhuurt, was de belasting daarop vrij laag. Ikvind het goed dat gekeken is naar hoe je dat op een redelijke manier kandoen. Ik vind het onverklaarbaar dat je, op het moment dat je heel hardwerkt en een modaal inkomen verdient, daar bijna minder mee verdientdan als je verschillende panden verhuurt; dat dat minder is dan de woningin prijs stijgt per jaar. Ik vind het heel logisch dat je naar eigendom kijkt.Maar dat moet op een manier dat er tegelijkertijd nog wel woningenverhuurd kunnen worden. Er zijn een aantal dingen waarnaar een volgendkabinet dan kan kijken, maar dat is wel afhankelijk van het woningbeleiddaarnaast. Natuurlijk kun je kijken naar de overdrachtsbelasting en naarbox 3, maar dat kan alleen, vind ik, als dat niet ten koste gaat vanhuurders en je dat inbedt in volkshuisvestingsbeleid. En daar heb ik grotezorgen over, met verschillende partijen die daar dan voorstellen voordoen maar aan de andere kant niet de volkshuisvesting daarmeestimuleren. Dus ik vind het te makkelijk om nu te zeggen dat je daar gelijkwat mee moet doen. Als je zegt dat dat op elkaar moet aansluiten endaarmee weer afbraakbeleid voor de volkshuisvesting gestimuleerdwordt, dan zou ik dat niet willen. Als daarmee alleen maar eigenwoning-bezit gestimuleerd wordt, dan zou ik dat niet willen. Dus dat moetinderdaad ingebed worden, fiscaal beleid met volkshuisvestingsbeleid,maar dat is dan wel afhankelijk van wat je daar parallel naast legt. Volgensmij is dat een discussie die de verschillende partijen bij de onderhande-lingen over een mogelijk nieuw kabinet met elkaar moeten voeren.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Postma (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 916 Dit is volgens mij precies de juiste discussie, want ik denk dat we daarinniet eens zo ver uit elkaar liggen, behalve dan over hoe je dat daadwer-kelijk gaat uitvoeren. Want wij willen allemaal die miljoen woningen erbijin 2030. Wij willen allemaal dat dat woningprobleem voor die 400.000wordt opgelost. Dan is het vooral belangrijk om te kijken wat nou dieroutekaart is om daar goed uit te komen. Wat wij bijvoorbeeld zien, is datregelgeving wel wordt getoetst op administratieve lasten voor hetbedrijfsleven. Dat is heel belangrijk om – een heel ander onderwerp – tezorgen dat het verdienvermogen van Nederland overeind blijft. Vandaarons pleidooi: kijk nou kritisch. Eigenlijk heeft wonen een aantal vijanden;een daarvan is stikstof, de andere netwerkcongestie. Ik heb daar ook aleen motie voor ingediend, die is aangenomen door een bredemeerderheid van de Kamer. Iedereen heeft die ondersteund, behalve deVVD destijds. Maar daarbij hebben we met elkaar bekeken hoe we ervoorkunnen zorgen dat we al die drempels weghalen, zodat die woningengebouwd worden. Want dit is een hele moeilijke, zware opgave die wemet elkaar hebben. En als de heer De Hoop dit pleidooi dan zo hoort, ishet dan niet wijs om, los van het precies afstemmen hoe en wat, er welvoor te zorgen dat wonen absoluut prioriteit heeft? Moeten we ons eropblijven richten dat we in de toekomst, in 2030, 1 miljoen woningengebouwd hebben? Elke fiscale maatregel die we nemen en die effect kanhebben, moeten we dan toch van tevoren in kaart brengen, zodat wij alsKamer en politiek daar nog een besluit over kunnen nemen, maar wel heelgoed weten wat de gevolgen ervan zijn?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Kijk, op zichzelf heb ik daartegen geen bezwaar. Ik zou tegelijkertijd alleenook het volgende tegen mevrouw Postma en de andere collega’s willenzeggen. We hebben het over fiscaal beleid, maar ik stoor me weleens aanhet volgende als het gaat over wonen en volkshuisvesting. Kijk, als we hetover onderwijs hebben, dan gaan we alle verkiezingsprogramma’s naastelkaar leggen en dan zeggen we: zo, GroenLinks-Partij van de Arbeidinvesteert structureel 500 miljoen euro meer in onderwijs dan de VVD.Maar bij wonen doen we dat nooit. Ik hoop dat we bij deze verkiezingenook daar de discussie over voeren. Als je daadwerkelijk wilt dat ergrondpolitiek gevoerd wordt, als je wilt dat er geld afgeroomd wordt datweer geïnvesteerd kan worden in volkshuisvesting, als je wilt datcorporaties goedkoper kunnen lenen, dan moet je daar de portemonneevoor trekken. Ik kan wel zeggen dat wij daar bij de doorrekening flink geldvoor uit gaan trekken: tientallen miljarden. Ik ben ook benieuwd wat deandere partijen doen. Als je volkshuisvesting serieus neemt, als je dekomende decennia de woningnood echt wilt aanpakken, dan zul jedaarvoor tot 2050 echt tientallen miljarden moeten uittrekken. Wij gaanhet doen en ik ben heel erg benieuwd wat andere partijen daartegenovergaan stellen.De voorzitter:Mevrouw Beckerman, aan u het woord. Mevrouw Beckerman is van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Voordat ik van start ga, zeg ik dat ik deze zaal zo meteen ga verlaten. Het isheel lastig, maar ik heb een rondetafelgesprek geïnitieerd en dat begintom 14.00 uur. Ik moet daarbij zijn. Dan ga ik beginnen.Voorzitter. Dank aan mevrouw Welzijn en de heren Hermse en Hanssen –ik hoop dat ik uw namen goed heb verstaan – voor het indienen van dezenota. Ik denk dat een fundamenteel debat – al lijkt het misschien niet altijdzo – over wonen heel erg op z’n plaats is. Huisvesting is immers eengrondwettelijke taak van de overheid. De wooncrisis is geen natuurver-schijnsel, maar het gevolg van politieke keuzes. We kunnen er dan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 917 niet omheen om, zoals mevrouw Welzijn met haar ondersteuners doet, tevragen hoe het zo mis kon gaan.Voorzitter. Dat vraagt inderdaad om een visie die de fiscale kant mee-neemt, maar we moeten ook breder kijken naar het maatschappelijkebelang van huisvesting. Ik wil een aantal mooie voorstellen benoemen diede initiatiefnemer doet. Allereerst noem ik de aandacht voor de woon-coöperaties, de zogenaamde derde sector. Er wordt voorgesteld omwetgeving op te stellen, specifiek voor de derde sector van coöperatiefbouwen. Wij hebben dat al gedaan. Onze initiatiefwet ligt nu bij de Raadvan State. Als we een goed advies krijgen, kan die snel naar de Kamer. Datzeg ik met een knipoog richting de Minister, voor als wij een d-advieskrijgen.Voorzitter. Een nieuwe invoeringstoets introduceren voor beleid enfiscaliteit op het gebied van wonen, zoals in de nota staat, lijkt mij heelverstandig. In de tekst noemt de initiatiefnemer wonen als recht. Zij doetwel een concreet voorstel voor een 2%-norm wat betreft frictietekorten,maar niet over hoe je nou omgaat met wonen als recht. Wat betekent datvoor een woningzoekende?Voorzitter. Er zijn ook punten in de nota waar wij meer moeite meehebben. Deze nota lijkt kopen wel heel erg als superieur te zien aan huren.Als er iets debet is aan de huidige wooncrisis is het wel de toenemendeinzet van de overheid op woningbezit en de vermarkting en uitverkoopvan onze sociale huisvesting: desastreus beleid dat heeft geleid tot minderen duurdere woningen en dat ten grondslag ligt aan de enorme groei vansociaal-economische ongelijkheid in de afgelopen decennia.Voorzitter. Er zijn ook grote vraagtekens te zetten bij het idee dat socialehuur alleen iets voor mensen is die niet slagen op de woningmarkt of diehulpbehoevend zouden zijn. Goede betaalbare woningen zijn een rechtvoor iedereen. Rechten laat je wat de SP betreft niet over aan de markt.Het is bovendien onzin, wat de SP betreft, dat huurders afhankelijker zijnvan de overheid dan kopers. Immers, de helft van de hypotheekrenteaftrekgaat naar de bezitters van villa’s; 5 miljard per jaar.Voorzitter. Mijn buurman, de heer De Hoop, zei het ook al: het kan ookanders; je kunt ook een veel bredere sociale huursector hebben. Mijnpartij wijst ook vaak naar het voorbeeld in Wenen, waar het grootste deelvan de mensen met een laag inkomen of een middeninkomen, maar ookmensen met hogere middeninkomens toegang hebben tot sociale huur.Dat zorgt ervoor dat de samenleving echt samenleeft. Ze bouwen nietalleen woningen; ze bouwen aan een gemeenschap met allerhandevoorzieningen erbij. Iedereen woont in prettige wijken. Achterstands-wijken bestaan niet. Dat is juist een keuze die je kunt maken. In deze notais het een beetje alsof sociale huur echt voor een bepaalde doelgroep is.Zou de indiener daarop kunnen reflecteren? Kan sociale huur niet juistvoor bredere groepen de perfecte oplossing zijn? Moeten we de finan-ciering niet juist ook daarop richten?Voorzitter. De initiatiefnemer zegt dat wensen van zittende bewoners entoekomstige bewoners leidend moeten zijn. Daar ben ik het heel erg meeeens. Kunnen we dat niet ook direct vertalen, zo vraag ik aan de initiatief-nemer, naar een pleidooi voor meer zeggenschap en meer verenigingen,ook los van coöperaties? De SP wil dat corporaties meer verenigingenworden van en voor huurders en dat huurders daarin ook zeggenschapkrijgen over bijvoorbeeld onderhoud, sloop, renovatie en de toekomst vande vereniging.Voorzitter, ik rond af. Vandaag bespreken we deze nota, maar vandaag isook het nieuws naar buiten gekomen dat het aandeel sociale huur weer isgedaald en dat we sinds 2018 nog niet zo’n lage bouwproductie hebbengehad. Mijn buurman refereerde daar ook aan. Ik vraag de Minister omeen reflectie op die cijfers.Voorzitter, dank u wel. Ik moet de zaal nu ook bijna meteen verlaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 918 De voorzitter:Dank en succes met het door u georganiseerde rondetafelgesprek. Dan ishet woord aan de heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik wil allereerst vanaf deze plek de initiatiefnemer,mevrouw Welzijn, en – zo heb ik begrepen – haar collega’s Hermse enHanssen hartelijk danken voor het gedane werk. Het is altijd mooi om tezien dat iemand een initiatief aan de Kamer voorlegt. Dat wil niet zeggendat ik op alles positief zal reageren, maar dat gaat u in mijn bijdragehoren. In ieder geval hartelijk dank voor het initiatief.De initiatiefnemer zegt dat de volgende wooncrisis moet wordenvoorkomen. Dat klinkt natuurlijk heel erg mooi en in de basis zijn wij hetdaar ook over eens, maar we zitten nog volop in de huidige wooncrisis. Ikdenk dat het daarom rechtvaardig is om je vandaag af te vragen hoegeloofwaardig de vraag is hoe de volgende wooncrisis wordt voorkomen,ook gelet op alle mensen thuis die op zoek zijn naar een woning. Want webouwen nu zelfs minder. De huidige wooncrisis aanpakken kan misschiennog wel een jaar of tien duren. In termen van politiek is dat in ieder gevalheel erg lang. De vraag is dus wel: wat hebben we vandaag te doen? DeVVD is het eens met het uitgangspunt dat we vooral goed moeten kijkenhoe we bouwen anticyclisch maken. Daar hoor ik mevrouw Welzijn ookvaker over. Laat ik dat vooraf maar eens gezegd hebben.Voorzitter. Vandaag zien we dat de cijfers keihard zijn. In de eerste helftvan dit jaar zijn in heel Nederland slechts 31.600 woningen opgeleverd.Dat is in zeven jaar tijd het laagste aantal in een halfjaar. En waaromeigenlijk? Nou, omdat procedures eindeloos duren, omdat stikstofregelsen bezwaarprocedures projecten blokkeren en omdat de overheid metregulering en regels investeerders juist wegjaagt in plaats van aan boordhoudt. En dat mag ook een deel van deze commissie zichzelf echtaantrekken. Ik heb het er net in het interruptiedebatje met de heerDe Hoop over gehad.Maar laat ik helder zijn: er zitten goede punten in. Bijvoorbeeld het strevennaar een tekort van 2% vinden wij heel verstandig. Het opzetten van eendatabaseteam om projecten die dreigen vast te lopen in kaart te brengen,kan zeker nuttig zijn, zolang dat maar niet eindigt in nog veel meerbureaucratie. De aandacht voor arrangementen voor startende kopers isbelangrijk, maar laten we wel eerlijk zijn: het Nationaal Fonds BetaalbareKoopwoningen is het gevolg van een initiatief dat collega Grinwis van deChristenUnie en de VVD jaren geleden hebben genomen. En het werktook. Als de initiatiefnemer vindt dat we dat moeten uitbreiden, dan gaanwe daar samen mee aan de slag. Laten we daar gewoon op voortbouwen.Ook coöperatief bouwen, waarbij bewoners samen hun woonplekvormgeven – collega Beckerman had het er ook al over – ondersteunenwij echt van harte.Voorzitter. Er is ook een kern van kritiek. De initiatiefnemer gaat er immersaan voorbij dat op dit moment een van de grootste boosdoenersregulering is. Sinds de aankondiging van de middenhuurregulering zijntussen de 50.000 en 60.000 bestaande huurwoningen verdwenen. In hetlaatste kwartaal waren er dat 16.000, terwijl het doel juist was om méérbetaalbare huurwoningen te realiseren. Het effect op de nieuwbouw is hetgrootst. Dat heb ik net ook al gezegd. Hoge eisen, regulering, regels entwee derde betaalbaar: het zorgt ervoor dat bouwprojecten überhaupt nietstarten of gestopt worden. Dat moeten we ons aanrekenen. Hoe kan jeeen initiatiefnota presenteren die deels oplossingen heeft voor detoekomst, maar de desastreuze gevolgen van de onderdelen van hetbeleid die ik net noemde, eigenlijk ook wel negeert? Want de remmenzitten namelijk ook bij bestemmingsplannen, gemeentelijke besluit-vorming en bezwaarprocedures. Waarom wordt daar in de nota bij demaatregelen met geen woord over gerept? Ik hoor dat graag van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 919 initiatiefnemer, want je kunt de toekomst niet veranderen als je je geenrekenschap geeft van het geheel.Voorzitter. Ik zou mevrouw Welzijn nog een aantal andere vragen willenstellen. Hoe kijkt zij aan tegen een markt die vol met regulering en regelszit waardoor de productie verder afneemt? Het kan wel eens zo zijn dat wedoor die regels en regulering de woningbouwproductie de komende jarenverder zien dalen. Wat zegt de initiatiefnemer daar eigenlijk van?De oplossing is in de ogen van de VVD helder. We moeten radicaal meerbouwen. We moeten grootschalige woningbouwlocaties ontwikkelen waarwe tienduizenden woningen tegelijk kunnen neerzetten. We moetenprocedures versnellen en gemeenten verplichten om sneller te besluiten.En – heel belangrijk – we moeten investeerders de zekerheid geven datbouwen loont.Voorzitter. De keuze is dus simpel. Gaan we door op de weg van regels,vertragingen en papieren plannen of kiezen we voor – ja, daar is-t-ie weer– bouwen, bouwen, bouwen?De voorzitter:Meneer De Groot, komt u tot een afronding? U zit in uw reservetijd.De heer Peter de Groot (VVD):Van een grote filosoof hoorde ik laatst: bouwen, bouwen, bouwen. Nou,de VVD kiest daarvoor.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:«BBB», zullen we maar zeggen. Ik zag de heer De Hoop als eerste om eeninterruptie vragen. Dat is meteen uw laatste, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Als dit de grootste filosoof is die door de VVD gebruikt wordt, dan zegt datmisschien ook wat over ... Het is een beetje een flauw grapje, voorzitter.De heer Peter de Groot (VVD):Het is weer zover, hoor!De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wilde eigenlijk een minder flauwe interruptie plegen, maar ik kon hetgewoon niet laten.Voorzitter. De VVD en GroenLinks-Partij van de Arbeid hebben een heelandere visie op wonen, maar de heer De Groot en ik zitten volgens mijbeiden nog wel bij een partij die de rechtsstaat ontzettend belangrijk vindten onze instituties altijd serieus neemt. In de rechtsstaatverklaring die ookde VVD bij het begin van dit kabinet ondertekende, stond dat voorstellendie op de Grondwet treden, gewijzigd zouden worden of ingetrokkenzouden worden. Het staat in de rechtsstaatverklaring die alle partijen diedit kabinet met elkaar begonnen zijn, hebben ondertekend.De Raad van State schrijft dat het wetsvoorstel in strijd is met de gelijkebehandeling. Dat staat nog los van wat je van het wetsvoorstel vindt. Ik gaervan uit dat de VVD nog steeds achter de rechtsstaatverklaring staat endat de heer De Groot het met mij eens is dat de Minister, nog los van hoeje naar het voorstel kijkt, inhoudelijk op dit punt zal moeten ingaan als deRaad van State dit concludeert. En als de VVD zegt dat zij nog achter derechtsstaatverklaring staat, dan ga ik er ook van uit dat hij het met mijeens is dat het wel heel ingewikkeld is als deze Minister de wetongewijzigd naar de Kamer zou sturen.De heer Peter de Groot (VVD):We gaan zien wat de Minister gaat wijzigen en hoe het wetsvoorstel luidtdat naar de Kamer komt. De Minister gaat daar volgens mij gewoon meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 920 aan de slag en wij gaan dat ontvangen. Daar kan ik dus niet op vooruit-lopen. Maar de VVD zegt natuurlijk al jarenlang dat tijdelijke huisvestingvoorwaardelijk is. Dat was zelfs zo bij de behandeling van de initiatiefnotavan de heer Kops van de PVV in 2022. Dat wil ik op deze interruptie welgenoemd hebben na nogmaals gezegd te hebben dat de heer Koerhuismet zijn «bouwen, bouwen, bouwen» een fantastische filosoof is, maardat terzijde. Daarin zit de voorwaarde dat wij in ieder geval statushoudersdie nergens terechtkunnen, daar huisvesten.In juli ben ik in MerWijde geweest, op zo’n locatie voor tijdelijkehuisvesting. Dat zag er heel goed uit. Het was ook een plek waar andereurgentiegroepen werden gehuisvest en waar statushouders ook kondenbeginnen met integreren. Dat was voor de VVD een heel belangrijkeoplossing voor onder andere het kunnen verbieden van het geven vanvoorrang aan statushouders. Dat wil ik nogmaals meegeven. Daar zit deVVD helemaal niet anders in. Dat roep ik al jarenlang. Het is belangrijk datde Minister daar ook vaart mee maakt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Maar mijn vraag is of het wetsvoorstel, mocht het ongewijzigd ... Dit isgeen antwoord op mijn vraag, voorzitter.De voorzitter:Dat zal vast, maar de heer De Groot gaat over zijn eigen antwoorden,meneer De Hoop. Dat zou u inmiddels moeten weten.Mevrouw Postma (NSC):Ik heb even geluisterd naar de heer De Groot. Volgens mij is het juist heelverstandig om nu ook te kijken naar de lange termijn. Dat betekent nietdat wij de woningnood die er nú is, niet op de korte termijn moetenlossen. De heer De Hoop noemde net al bijvoorbeeld het plaatsen vanflexwoningen. Dat zijn dingen waar we absoluut naar moeten kijken. Datmoet gewoon geregeld worden, zodat de woningzoekende van nu, nu eenhuis heeft. Maar we gaan hetzelfde probleem over tien jaar krijgen. Dat isvolgens mij iets wat we met z’n allen delen. Daarom is het goed omvooruit te kijken. Ik had het net in een interruptiedebatje al over die fiscalemaatregelen die we nemen die haaks staan op het woonbeleid dat wewillen. Ik noemde het voorbeeld van die 10,6% bij de overdrachtsbe-lasting. Ik ken de heer Peter de Groot in die zin dat ik weet dat hij weet datje altijd een businesscase moet hebben om rond te rekenen als je vanuitde markt wil gaan bouwen. Een belangrijk onderdeel van het oplossenvan het woonprobleem is de markt de gelegenheid geven de woningen tebouwen die we met z’n allen nodig hebben. Is de heer Peter de Groot hetmet ons eens dat het belangrijk is dat we met z’n allen die woningenwillen bouwen en dat we heel goed moeten kijken naar fiscaal beleid? Wemoeten zorgen dat dat geen kwaad kan en dat eventjes onder de loepleggen om te kijken of het niet juist het doel tegenwerkt dat we met z’nallen hebben. Gewoon een simpele toets vooraf kan zo veel ellendebesparen achteraf.De heer Peter de Groot (VVD):Hartelijk dank. Ik vind het eigenlijk echt een hele belangrijke interruptie.Als we dat doen, moeten we ook rapporten die we daarover krijgenserieus nemen. Ik refereer even aan het rapport van Staatssecretaris VanRij, dat inging op de fiscaliteit ten opzichte van de Wet betaalbare huur.Die rapporten moeten we serieus nemen. Dat heeft NSC niet gedaan. Inhet rapport kon je namelijk zien dat het aannemen van de Wet betaalbarehuur zonder verruiming van het fiscale regime – het ging dus over eenverruiming op dat moment, terwijl het forfaitaire rendement op datmoment nog lager was dan waar we nu tegen aan zitten te kijken – niet uitzou kunnen. Dus het is gedaan; het is in Rutte IV door Van Rij en Hugo deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 921 Jonge samen gedaan. Daar was in te zien dat als je een dergelijkeregulering van de huur zou invoeren, je panden zou gaan verliezen en denieuwbouw niet door zou gaan. Dus ik vind het een heel belangrijkelement voor de komende 10, 20, 30 jaar dat we dat heel erg goed doen.Maar dan zou ik ook NSC willen oproepen: op het moment dat het voor jeneus ligt, moet je niet doorgaan met regulering die niet uit kan.De voorzitter:Dan gaan we door naar de heer Grinwis van de ChristenUnie. Aan u hetwoord. Ook u heeft vier minuten spreektijd. U was net niet bij de opening.De heer Grinwis (ChristenUnie):Anders gaat u me vast afkappen.De voorzitter:Ik dacht: ik ga het er bij u nog even extra bij zeggen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan heb ik inderdaad te veel spreektekst!Voorzitter. Terwijl het ruim nog volloopt met water, probeert stuurvrouwWelzijn ons te behoeden voor de volgende ijsschots. Behoedzaamprobeert ze het volkshuisvestingsschip bij te sturen. Zo kan ik mijn gevoelsamenvatten na het lezen van haar initiatiefnota, een nota waarin ze haarfundamentele visie op volkshuisvesting neerlegt. Dank aan collega Welzijnen haar medewerker. Mooi om eens op een iets abstracter niveau metelkaar over volkshuisvesting te spreken. Ik pak die handschoen graag op.Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd wat de visie van de Minister is op detoekomst van onze volkshuisvesting. Waar wil ze eigenlijk naartoe methaar beleid?Het startpunt van de ChristenUnie bij de visie op volkshuisvesting isnamelijk ons mensbeeld. Mensen zijn geschapen om in verbondenheid televen, om God en onze naasten lief te hebben. Wij zijn geroepen tot eenleven in verbondenheid. In relatie tot de ander komen we tot bloei. Bijuitstek gebeurt dat thuis, in de buurt, in je dorp of stadswijk, waar jesamen zorg draagt voor elkaar. De almaar groeiende woningnood is nietalleen een bedreiging voor het recht op wonen, zoals de initiatiefnemerschrijft, maar ook voor dat zorgzaam samenleven.Mijn missie is daarom om thuis te geven in tijden van woningnood. Inmijn bijdrage werk ik dat uit langs drie lijnen: bouwen aan betaalbarewoningen, bouwen aan een gemeenschap en bouwen aan gelijkheid. Opdie manier valt volgens ons ook een volgende wooncrisis te voorkomen.Of het nu in dorpen op het platteland of in de steden is, we hebben meerbetaalbare woningen nodig, zodat ouderen kunnen doorstromen,gezinnen kunnen doorgroeien en starters een dak boven het hoofdkrijgen. Met meer sociale en betaalbare huurwoningen wordt het mogelijkom inkomensgrenzen voor de middenhuur te verruimen, zodat meernormale huishoudens een betaalbare woning kunnen huren zolang ze nogniet kunnen kopen. In de initiatiefnota mis ik dit punt van verruiming vande sociale sector. Kan de indiener daar nog eens op ingaan? Ik snap dat ernu een gigaschaarste is en dat die, als het aandeel sociale huurwoningenverder afneemt, groter wordt, maar zijn die inkomensgrenzen nu wel goedgekozen in de sociale huur?Betaalbare woningen worden niet gebouwd zonder een forse bijdragevanuit de rijksoverheid. In de hoogtijdagen van de Nederlandse volkshuis-vesting, de jaren zeventig en tachtig, ging tot wel 7% van de rijksbegrotingnaar volkshuisvesting. Dat zou nu neerkomen op een slordige 34 miljardeuro. Dat is wel erg veel. Maar in de begroting voor komend jaar is er noggeen 9 miljard uitgetrokken, waarvan 1 miljard echt voor woningbouw.Anders dan in de twintigste eeuw gaan er geen structurele subsidies naarde sociale woningbouw. Wil mevrouw Welzijn hier nog eens op ingaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 922 Erkent ze dat de terugtrekkende beweging van het Rijk, juist ook alsfinancier van woningen, bijgedragen heeft aan het betaalbaarheidspro-bleem op de markt? Is de Minister dan ook niet van mening dat er meernodig is dan het geld dat zij nu in haar begroting heeft, hoe mooi en goeddie realisatiestimulans ook is? Ik erken dat het meer is dan in de tien jaardaarvoor.Breed in de sector horen we de roep om stabiliteit. Na wervelwind DeJonge, met bakken wetgeving, hebben we nu Minister Keijzer, met vooralbeleidsproza. Of het nu gaat om vogelhuisjes of statushouders, het lijktsoms meer te gaan om beeldvorming dan om oplossingen die bijdragenaan onze volkshuisvesting. Dat mag ze natuurlijk tegenspreken. Eennieuwe Minister moet vooral niets nieuws gaan doen, zo snuif ik op in debouwwereld. Geen nieuwe plannen, geen nieuwe wetgeving, maar aan deslag met doorbraken. Kan de Minister hierop reflecteren? Erkent zij dezekritiek uit de markt?De voorzitter:Er is een interruptie van de heer De Groot. Dat is uw laatste.De heer Peter de Groot (VVD):Mijn laatste? Dan moet ik even kiezen welke vraag ik ga stellen, want ikhad er eigenlijk twee. Laat ik het zo doen dat ik misschien wel een kleinGrinwisje doe door een betoog te houden met een vraag erin.De bouw heeft zekerheid nodig. Nu zijn het juist de bouwpartijen die opdit moment zeggen: blijf met je handen af van de hypotheekrenteaftrek,want daardoor zal de bouwproductie dalen. Dat zou de heer Grinwismoeten aanspreken, zou ik bijna willen zeggen. Dat is het eerste deel vanmijn vraag.Het andere deel van mijn vraag gaat over het volgende. Hoe harder je deduimschroeven aandraait als het gaat over betaalbaarheid, regels enregulering, hoe meer geld je nodig hebt om de bouw te blijven stimu-leren. Is de heer Grinwis het niet met de VVD eens dat we af en toemoeten zeggen: we geven wat lucht, bijvoorbeeld qua regulering ofregels, zodat het kapitaal dat we nodig hebben in de markt, gewoon blijftinstromen? Hoe kijkt de heer Grinwis daarnaar? Dat vraag ik gewoon hoogover. Wij hebben er soms een handje van om flink meer regels in tevoeren en regulering flink aan te schroeven, maar het geld er niet bij televeren.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat zijn twee totaal verschillende vraagstukken. Ik besef dat ik een beeldneerzet van Hugo de Jonge die als wervelwind met bakken aan wetgevingis gekomen. Deze Minister zette ik daar even tegenover, maar daar gaathet uiteindelijk niet om. Het gaat erom dat we het na zo veel aanpassingenin het volkshuisvestingsbeleid de kans moeten geven om uit te latentrillen. We moeten stabiel beleid voeren en kritisch kijken naar debelemmeringen, die moeten we oplossen. Dat wil niet zeggen dat je geenreparaties meer doorvoert. Sterker, ik heb bij de Wet betaalbare huur – ikzag namelijk heus wel de schaduwzijde ervan – een motie ingediend omde WWS-tabel met 1% extra te indexeren boven de inflatie, omdat jeanders met je maximale huur op een gegeven moment aanbotst tegen dewand van de WWS-tabel.Ik heb nog geen wetsvoorstel of aanpassing van de Minister gezien. Ik zoudat gewoon doen, omdat alleen al die + 1% in de som voor een andereinvesteerder al een wereld van verschil betekent, omdat je natuurlijk jaarop jaar 1% extra hebt. Dat is even heel concreet een voorstel dat ik zelfheb gedaan. Volgens mij stond de heer De Groot ook onder die motie. Wezijn daarin samen opgetrokken. Dat zijn, denk ik, hele kleine, gerichteacties die het investeringsklimaat de komende jaren verbeteren zonder datje de hele wetgeving terug gaat draaien en op z’n kop gaat zetten. ZoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 923 beroerd is het echt niet allemaal. Alleen, je moet het wel de kans gevenom dingen uit te laten trillen. Daar waar het evident het investerings-klimaat raakt, moet je bereid zijn om bij te sturen. Dat zijn wij alsChristenUnie. We zijn daarin echt niet de beroerdste.Dan over de hypotheekrenteaftrek.De voorzitter:Een beetje korter antwoorden alstublieft, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, maar ik kreeg er wel een vraag over.De voorzitter:Dat begrijp ik, maar graag beknopt antwoorden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Oké. De discussie over de hypotheekrenteaftrek wel of niet beperken iswat anders dan de woningbouwdiscussie. Het EIB, het EconomischInstituut voor de Bouw, redeneert: als je de hypotheekrenteaftrek beperkt,neemt de huizenprijsstijging wat af en dat zou eventueel toekomstigenieuwbouwprojecten kunnen raken, waardoor het nét niet meer uit kan.Dat is zeer zwart-wit opgeschreven door het Economisch Instituut voor deBouw. Als je ’m geleidelijk afbouwt in de komende vijftien of twintig jaar,zal dat zeer gaan loslopen.In algemene zin is er een andere overweging om aan de hypotheekrente-aftrek te zitten, namelijk het perspectief van gelijkheid tussen koper enhuurder. Dat is het perspectief dat je meer financieringsruimte die markt inblaast, waardoor prijzen hoger zijn dan nodig. En dat is precies deredenering van het EIB, dat zegt: als die prijzen dan iets minder hardstijgen, krijg je problemen met je nieuwbouw. Nou die zwart-witanalysewas erg kort door de bocht, dus dat mag de heer De Groot in de Kamerdoorgeven.Voorzitter.Voorzitter: PostmaDe voorzitter:Een momentje. Ik begrijp dat de voorzitter het voorzitterschap weer aanmij heeft overgedragen omdat zij zelf een interruptie wil plegen. Hetwoord is aan mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb er zelf nog eentje over. Evenover dat laatste punt, de hypotheekrenteaftrek. Daar wil de ChristenUnieaan tornen. Ik heb het idee dat de heer Grinwis zichzelf in zijn betoognogal tegenspreekt. Enerzijds zegt hij namelijk dat de markt behoefte heeftaan rust, stabiliteit en zekerheid, maar anderzijds tornt de ChristenUnieweer aan allerlei regelingen. Ik volg het niet meer. Wat is het nou, meneerGrinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Het is natuurlijk altijd leuk om elkaar een beetje te prikken en eenkarikatuur te maken van het voorstel van de ander. Nee, daar zit totaalgeen tegenstelling in. Het gaat over stabiliteit in het investeringsklimaat. Ikdenk dat je daarvoor niet al te veel nieuwe dingen meer op touw moetzetten, vooral doorbraken moet forceren en niet dogmatisch moet denkenover waar je gaat bouwen. Ik vind het daarom ook hartstikke leuk om nietalleen in het oosten des lands allemaal nieuwe plekken aan te wijzen,zoals volgens mij vrijdag in de Nota Ruimte gaat gebeuren. Laten we deIJstad in het Markermeer maar eens bouwen. Ik was blij dat het standpuntTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 924 van D66 op dit punt is gedraaid; D66 was daar eerst tegen. Dus daar moetje vooral heel veel ruimte geven en bijsturen op de WWS-tabel. Dat soortdingen helpt institutionele beleggers.De discussie over de hypotheekrenteaftrek moeten wij niet te veel dewoningbouw in trekken. De impact? Als je die verstandig en geleidelijkafbouwt en dat geld teruggeeft in de vorm van lagere belastingen en vande hypotheekrenteaftrek 1 miljard of zo gebruikt om de bouw vanbetaalbare woningen te stimuleren, dan heeft dat per saldo, onder destreep, helemaal geen negatief effect. Ik vind dat collega Wijen-Nass hiertwee dingen aan elkaar verbindt die met dank aan het EIB ook eventjes opde voorpagina van De Telegraaf aan elkaar werden verbonden, maar daarmoeten we ons niet te veel door laten afleiden. Dat valt allemaal best welmee. Wat belangrijk is, is dat burgers die hard werken onder de streep nietmeer belasting gaan betalen. Nou, ik kan u verzekeren dat de lasten voorgezinnen bij de ChristenUnie omlaaggaan, ook al pakken wij dehypotheekrenteaftrek aan. Kijkt u er straks onze doorrekening maar op na.De voorzitter:Dank u wel. Ik denk dat iedereen in spanning wacht op 11 oktober, als allecijfers binnenkomen. Zal ik het voorzitterschap houden, mevrouwWijen-Nass?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):De heer Grinwis is pas met een stukje klaar. Hij zit pas op 3 minuut 20.De voorzitter:Oké. Dan geef ik het voorzitterschap weer aan u. U heeft nog 40 seconden,meneer Grinwis.Voorzitter: Wijen-NassDe heer Grinwis (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Het tweede was dus: bouwen aan gemeen-schappen. Ik ga er even wat sneller doorheen en vuur mijn vragen evenaf.Zijn mevrouw Welzijn en de Minister het met mij eens dat ... Even kijken.Waar had ik het nu over? Nee. Dit sla ik even over. Over grootschaligbouwen heb ik het ook gehad.Ik heb een vraag voor de Minister. Waar blijft die hospitawet eigenlijk? Ikben zeer benieuwd naar die verruiming. Volgens mij hebben wij die wetnog niet voorgelegd gekregen. Zouden we die al gehad moeten hebben?Dan bouwen aan gelijkheid. Daar hebben we net een discussie over gehadbij een interruptie. Ik vond het wel bevreemdend om te zien dat mevrouwWelzijn daar een beetje bij wegblijft en eigenlijk zegt: die focus op heteigenwoningbezit vind ik prima. Hoe kijkt zij dan aan tegen meereigendomcentraal fiscaal beleid? Zou dat niet beter helpen?Afrondend. We moeten de fiscale knoop voor investeerders ontwarren.Daar zei ik net al wat over tegen collega De Groot. Daarom doe ik deoproep om de problematiek in box 3 op te lossen – het nu voorliggendeBelastingplan maakt die eerder groter dan kleiner – de overdrachtsbe-lasting verder te verlagen, de vpb voor woningcorporaties door herin-voering van de herbestedingsreserve te verbeteren en bij te sturen op deWWS-tabel. Ik zei het al tegen de Minister. Zorg dat investeerders hunwerk kunnen doen, want we hebben de miljarden van de investeerders uitde markt keihard nodig. Dat moet u als muziek in de oren klinken, meneerDe Groot. Ik ben benieuwd naar een reactie van de Minister op juist dezepunten. Dit zit niet in het vakkenpakket van deze Minister, maar hetbeïnvloedt haar werk als Minister van Volkshuisvesting gigantisch. Punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 925 Ja, punt. Ik heb u namelijk al best wel wat extra tijd gegeven.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank.De voorzitter:Alstublieft. Ik draag het voorzitterschap weer over.Voorzitter: PostmaDe voorzitter:Hierbij neem ik het voorzitterschap over. Ik geef graag het woord aanmevrouw Wijen-Nass, die haar inbreng zal leveren namens de BBB. Gaatuw gang.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik ben in deze commissie als laatsteaan de beurt om mij uit te spreken over de initiatiefnota van mevrouwWelzijn. Ik wil haar hartelijk bedanken voor alle voorbereiding en voor hetindienen van de initiatiefnota. Ik dank ook haar beide medewerkers.De wooncrisis raakt heel veel mensen in Nederland. Jongeren wonennoodgedwongen tot ver in de 30 bij hun ouders, voor starters is het heelmoeilijk om een betaalbare woning te vinden en ook ouderen kunnengeen passende woning vinden. Daar heb ik in deze commissie namens deBBB heel vaak aandacht voor gevraagd. In de initiatiefnota staat terechtdat we vooruit moeten kijken en de volgende wooncrisis moetenvoorkomen. BBB begrijpt die urgentie, maar we moeten ook maximaalinzetten op het oplossen van de huidige wooncrisis. Deze week werd ookeen petitie ingediend door een vereniging voor kleine kernen. Zij maakteweer eens duidelijk hoe belangrijk het is dat jongeren in hun eigen dorpkunnen blijven wonen. Dat is iets waarvoor ik mij vanaf het moment dat ikde Tweede Kamer mag zitten, keihard inzet. Onlangs heb ik een rondetafelgeorganiseerd over studenten en jongerenhuisvesting. Tot mijn grote spijtging die niet door. Daarvoor was in deze Kamer te weinig belangstelling.Alleen mevrouw Welzijn en ondergetekende hadden zich daarvooraangemeld. Ik vind het werkelijk waar onbegrijpelijk dat die niet kondoorgaan. Dat moest mij nog even van het hart.Dan de woningmarkt in Nederland. BBB gelooft in bouwen in heelNederland, zowel in de stad als in de kleine dorpen, en in maatwerk perregio. De woningbehoefte is in de regio immers heel anders dan in deRandstad. Wij vinden het belangrijk dat starters een eerlijke kans krijgenen wij vinden het belangrijk dat onze mensen op zoek kunnen gaan naareen woning. Neem bijvoorbeeld een verpleegkundige die fulltime werkt,maar geen woning kan vinden en elke dag uren heen en weer moetreizen, of de leraar die dolgraag in de buurt van zijn school wil wonen,maar geen hypotheek kan krijgen.Het is ook belangrijk dat wij de koopwoningen die we al hebben,betaalbaar houden. Dat betekent voor BBB ook: handen af van dehypotheekrenteaftrek. Daarnaast hebben we niet alleen betaalbarekoopwoningen nodig. We hebben ook betaalbare huurwoningen nodig, endan niet alleen sociale huur, maar ook betaalbare middenhuur. Dat luktniet als verhuurders worden weggejaagd. De huidige Wet betaalbare huurmoet dan ook van tafel. Deze week las ik in een artikel in De Telegraaf datde gemeente Amsterdam nog een extra middenhuurcategorie wiltoevoegen. Mijn vraag aan de Minister is of dat niet in strijd is met Wetregie.BBB wil heel graag de particuliere investeerders in Nederland behouden.Zij spelen een belangrijke rol bij de bouw van woningen, maar bijvoor-beeld ook bij het aanbod van huurwoningen. De overheid moet er doorminder regels en snellere procedures voor zorgen dat bouwen sneller enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 926 eenvoudiger kan. Ik denk hierbij aan fabrieksmatige bouw, maar ook aanslim gebruiken wat er al staat. Ik noem bijvoorbeeld woningsplitsen enverhuur door een hospita.Voorzitter. Dit brengt mij tot een drietal concrete vragen aan mevrouwWelzijn. Hoe wil mevrouw Welzijn haar visie op de woningmarkt praktischvertalen in de concrete projecten in de regio’s buiten de Randstad? Hoezorgt haar visie ervoor dat het benodigde maatwerk per regio voldoendeaandacht krijgt?Mevrouw Welzijn pleit in haar initiatiefnota voor wetgeving specifiek vooreen derde sector voor coöperatief bouwen. Zo wil zij coöperaties alsjuridische entiteit verankeren en de toegang tot de kapitaalmarkt borgen.De regering heeft in haar reactie aangegeven dat door bestaandefinanciële regelgeving wetgeving waarschijnlijk niet zal helpen om detoegang tot de kapitaalmarkt te borgen, maar dat een fonds dat hiertoewordt opgezet, daar wel aan kan bijdragen. Wat is de reactie vanmevrouw Welzijn op deze constatering van de regering? Ziet zij nogandere manieren om het eigen initiatief en de gemeenschapszin vancoöperaties te ondersteunen, bijvoorbeeld door het wegnemen vanonnodige regels of het bieden van ruimte voor maatwerk in plaats vanenkel op wetgeving in te zetten?Nog één slotvraag, mevrouw de voorzitter. Regulering is een van de groteproblemen waardoor de woningbouw momenteel vastloopt. Zelf vind ikdat dit in deze initiatiefnota wat onderbelicht is. Ik zou graag willen wetenhoe de initiatiefnemer hiernaar kijkt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik doe het toch ook maar eventjes terug naar mevrouw Wijen-Nass, wanthet klinkt zo lekker: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Dan zijn weweer heerlijk terug in 2010, toen Balkenende en Rutte en zo elkaar de maatnamen op de hypotheekrenteaftrek. Dit zijn heel veel oude, dierbareherinneringen.Maar we moeten ook kijken naar de andere kant van het verhaal: het moetuitgevoerd worden door de Belastingdienst. Samen met collega Vermeerheb ik een voorstel gedaan voor een jaarlijkse vereenvoudigingsdag,waarop we echt ons hele stelsel gaan vereenvoudigen. De huidigehypotheekrenteaftrek is onuitvoerbaar geworden voor de Belastingdienst.Vanaf 2031 kunnen ze het huidige stelsel niet meer uitvoeren, omdat zedan moeten gaan ingrijpen omdat de dertigjaarstermijn voor mensen diein 2001 een hypotheek zijn aangegaan, begint af te lopen. Dat is toch eenreden om het veel simpeler te maken?Wat vindt mevrouw Wijen-Nass van het idee om als alternatief te zeggen:je mag meer, deels aflossingsvrij, lenen in box 3, en als je starter bent,krijg je een langere looptijd? Dan neem je aan de ene kant wat financie-ringsruimte weg, maar bied je aan de andere kant weer financierings-ruimte. Dan kun je het onder de streep voor huishoudens die op dewoningmarkt proberen te beginnen, nog steeds hartstikke aantrekkelijkmaken. Dan heb je niet de nadelen van een zéér ingewikkeld stelsel, datbijna niet meer uit te voeren is. Wat vindt mevrouw Wijen-Nass van dataantrekkelijke perspectief?Mevrouw Wijen-Nass (BBB):De heer Grinwis haalt hiermee, denk ik, wel een aantal dingen door elkaar.Het vereenvoudigen van het stelsel is inderdaad iets waar de BBB zekervoorstander van is, maar tegelijkertijd is het ook zo dat de hypotheekren-teaftrek voor heel veel gezinnen in Nederland heel belangrijk is. Dat doetwat met het investeringsklimaat. Daarnaast is het ook zo dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 927 hypotheekrenteaftrek direct van invloed is op het netto besteedbaarinkomen van gezinnen in Nederland. Als je een woning hebt gekocht – datvind ik nadrukkelijk anders dan als je een huurwoning huurt – dan heb jete maken met investeringen. Je moet zo’n woning namelijk ook onder-houden. Er zit ook een heel ander kostenplaatje aan. Ik hoor de heerGrinwis buiten de microfoon zeggen: dat weet ik. Ik weet er ook alles van,meneer Grinwis. Dat kost een heleboel geld. Ik vind het ook belangrijk datje daarin een betrouwbare overheid bent en dat mensen kunnen rekenenop de hypotheekrenteaftrek. Daarom zeg ik: handen af van dehypotheekrenteaftrek.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van uw spreektijd. Datbetekent dat ik het voorzitterschap weer aan u overdraag.Voorzitter: Wijen-NassDe voorzitter:Dank u wel, mevrouw Postma, voor het tijdelijk overnemen. Dan gaan wenu de vergadering schorsen. Ik doe dat voor de duur van 30 minuten. Isdat voldoende? Ja. We schorsen 30 minuten. Dan komen we om 14.55 uurweer terug in deze zaal. Tot dan!De vergadering wordt van 14.27 uur tot 14.58 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug, allemaal, bij het notaoverleg over de initiatiefnota van hetlid Welzijn. Het woord is dadelijk eerst aan het lid Welzijn en daarna aande Minister. Er staat nu nog ongeveer anderhalf uur voor de besprekingvan deze initiatiefnota, inclusief de tweede termijn. Dat betekent dat ik intotaal vier interrupties ga toelaten per lid. Dan is het aan de commissie-leden zelf hoe ze die interrupties willen verdelen. Mevrouw Welzijn, hetwoord is aan u.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de Kamer bedanken voor de tijd ende aandacht die vandaag uitgaan naar dit debat. Wonen is een grond-recht; we hebben dat al vaker met elkaar gememoreerd. Artikel 22, lid 2:de overheid draagt zorg voor voldoende woongelegenheid. Toch zitten wemet een acuut tekort van ruim 400.000 woningen. Er zijn ongeveer 1 mil-joen Nederlanders die vandaag op zoek zijn naar een huis en dat nietkunnen vinden.Ik kom uit Rotterdam. Daar zeggen we: geen woorden maar daden. Wezijn van de opgestroopte mouwen. Dat is precies hoe ik dit dossier zouwillen aanpakken. Een crisis los je niet op met lapmiddelen, maar metstructurele oplossingen. Iedere dag word ik eraan herinnerd waarom datnodig is. Onderweg naar de Kamer zie ik mensen buiten op bankjesslapen, omdat ze geen woning hebben. Tijdens werkbezoeken hoor ik vanonze starters dat ze hun leven niet kunnen opbouwen, omdat de prijzen tehoog zijn of de wachtlijsten eindeloos lang.Voorzitter. Dit gaat dus niet over cijfers, maar over mensen die vastlopen.Voor hen stroop ik gauw de mouwen op, maar tegelijkertijd moeten wewel verder durven kijken. Als we alleen de crisis van vandaag bestrijden,hebben we over tien jaar opnieuw dezelfde problemen. Daarom zeg ik:volkshuisvesting en woningmarkt zijn geen tegenpolen, maar twee kantenvan exact dezelfde medaille. Met mijn initiatiefnota wil ik handvattengeven om de huidige crisis op te lossen en de volgende te voorkomen.De wooncrisis is helaas niet op te lossen in één kabinetsperiode, laatstaan in twee jaar. Maar laat ik benoemen wat er wel gelukt is. We hebbenweer een Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 928 hebben een Minister die de regie pakt. We hebben 5 miljard extravrijgemaakt tot 2029. Dat is geld dat naar echte woningen gaat. Wehebben een Woontop georganiseerd om tot afspraken te komen met hetveld. Zij zijn degenen die het moeten gaan doen. We hebben proceduresversneld door vaste termijnen in te voeren om vertragingen tevoorkomen. Maar in het visiedocument van Nieuw Sociaal Contracthebben we ook voorstellen gedaan om de versnelling nog een stapjeverder te brengen.Voorzitter. Dit alles is niet vanzelfsprekend. Goedkope en betaalbarewoningen leveren investeerders vaak te weinig op. Daarom is stabiel envoorspelbaar beleid cruciaal. Woonbeleid en fiscaal beleid moeten metelkaar in evenwicht zijn, want als fiscale regels leiden tot hogere huren enkoopprijzen, dan staan bewoners tegenover elkaar, staan aanbiederstegenover elkaar en staan aanbieders tegenover bewoners. Maar als wijsamenwerken aan een gedeelde visie, bouwen we niet alleen aan huizen,maar ook aan een samenleving die zorgzaam, stabiel en toekomstbe-stendig is. Daarom doe ik vandaag een beroep op de Minister: «Zorg dathet woningtekort structureel teruggaat naar 2%. Borg de huurteams. Zorgervoor dat sociale huurwoningen échte sociale huurwoningen zijn. Voerdie fiscale toets aan de voorkant in, zodat we kunnen zien wat er gebeurt.Bied starters en studenten eindelijk weer perspectief.» Zo lossen we nietalleen deze wooncrisis op, maar voorkomen we ook de volgende.Ik heb de vragen meegeschreven samen met de collega’s. Ik ga mijnuiterste best doen om daar zo goed mogelijk op te reageren. We hebbenze verdeeld in verschillende onderwerpen. Misschien is het handig om hetper onderwerp te bespreken en eventuele interrupties daaraan tekoppelen. Ik heb hier eerst een mapje dat gaat over het statistische tekortvan 2%. Daar hangt volgens mij de vraag van mevrouw Wijen-Nass vande BBB mee samen.De voorzitter:Mevrouw Welzijn, kunt u, voordat u doorgaat, even opnoemen welkemapjes u heeft?Mevrouw Welzijn (NSC):Ja. Het eerste mapje, waar ik dus mee ga beginnen, gaat over hetstatistische tekort van 2%. Daarna heb ik een mapje dat gaat overfiscaliteit en woonbeleid, dan de wooncoöperaties en tot slot de definitievan sociale huur. Dat is een hele administratie. Dank aan mijn collega’s. Zezien eruit als bodyguards, maar ze zijn mijn steun en toeverlaat op hetvlak van woonbeleid en fiscaal beleid.De voorzitter:Mevrouw Welzijn, voordat u begint aan uw mapjes, heeft u een interruptievan mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):Ik hoorde mevrouw Welzijn in haar inleiding ingaan op de huurteams enhet belangrijke werk dat die doen. Ik weet dat zij langs is gegaan bijhuurteams en daar verhalen heeft gehoord. Zij pleit ervoor om huurteamsbeter te verankeren. Mijn concrete vraag aan mevrouw Welzijn is wat zijnou is tegengekomen in die gesprekken waardoor die noodzaak er is enhoe zo’n verankering eruit zou kunnen zien.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik heb drie weken uit het reces benut om met verschillende huurteams ingesprek te gaan, om van henzelf te horen waar ze tegen aanlopen, wat ergoed gaat, wat er minder goed gaat en wat zij nodig hebben vanuit DenHaag. Wat mij iedere keer gewoon echt bij de keel grijpt, zijn de verhalenvan de mensen die tegen ongein aanlopen als uitwas van deze woon-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 929 crisis. Er zijn mensen die zeggen «never waste a good crisis» en daarmeebedoelen dat ze daar zo veel mogelijk munt uit willen slaan, zelfs ten kostevan mensen, van huurders, en die overgaan tot intimidatie en tot lelijkgedrag om ervoor te zorgen dat zij daar gewin uit halen.Ik heb gezien dat deze huurteams een heel mooie rol spelen om eenheleboel ellende in de kiem te smoren. Ook heb ik gezien dat met dekomst van de Wet goed verhuurderschap, die elke gemeente verplicht omeen meldpunt te hebben, er een heleboel gemeenten zijn die denken: nou,als we eenmaal zo’n meldpunt hebben, hoeven we niet meer de straat open komen mensen als vanzelf naar ons toe en kunnen we de huurteamsafschalen en hoeven we alleen nog maar te handhaven, te beboeten etcetera. En dat is net iets te simplistisch in mijn idee, want die huurteamsdoen ontzettend goed werk. Sommige bestaan al tien jaar, sommigebestaan al vijftien jaar. Dat was al ver voordat die wet die het verhuurders-gedrag reguleert überhaupt bestond. Ook heb ik gehoord dat ookverhuurders die het graag goed willen doen, zich melden bij huurteamsom te zeggen: joh, ik loop tegen dit probleem aan met die huurder; watkan ik doen, wat zijn de do’s-and-don’ts? Ook op die manier zorgenhuurteams ervoor dat zowel huurders als verhuurders met elkaar inharmonie hun werk kunnen doen.De voorzitter:Goed, mevrouw Welzijn, vervolgt u uw betoog.Mevrouw Welzijn (NSC):Voorzitter. Ik start dus met het mapje dat gaat over het terugbrengen vande wooncrisis naar een statistisch tekort van 2%. Wat ik daarover kanzeggen is dat 2% door deskundigen gezien wordt als gezonde spanning.Je hebt altijd woningen die leegstaan omdat je onderhoud moet plegen ofnet bezig bent met een renovatie et cetera.In dit mapje heb ik zitten de vraag van mevrouw Wijen-Nass die gaat overde praktische vertaling van de initiatiefnota naar de regio, naar datgenewat buiten de Randstad zit. Wat ik daarover kan zeggen, is dat we met deWet versterking regie volkshuisvesting hebben gealloceerd wat debouwopgave is en hoe we die gesegmenteerd willen zien: 30% sociaal,twee derde betaalbaar en regionaal gedifferentieerd. Dat geeft dejuridische basis aan gemeenten en aan regio’s om met elkaar te kijken water nodig is in hun gebied. Ook is het belangrijk om niet alleen te kijkennaar grootschalige gebiedsontwikkelingen, want daarmee red je het nietin de kleine kernen. We hebben daar samen beneden in de hal gestaantoen de petitie aangeboden werd namens de kleine kernen. Zij pleitenervoor dat we ons realiseren dat er ook ruimte moet zijn om ergens vierhuizen of tien huizen of twintig huizen bij te bouwen. Die ruimte wordt indie wet geborgd.Verder heb ik de vraag genoteerd van de heer De Groot – mevrouwWijen-Nass heb ik daar ook over gehoord – hoe het zit met een markt dievol met regels en regulering zit, waardoor productie verder afneemt en dewoningbouwproductie verder zou kunnen dalen in de komende jaren. Hetwas een gemeenschappelijke zorg die ik daarin hoorde. Hoe kijk ikdaarnaar? Volgens mij is de Minister redelijk noest aan de gang met hetproject STOER. Daarbij bekijkt zij welke regels en zaken overbodig zoudenkunnen zijn of misschien wel geschrapt zouden kunnen worden. Wijvolgen dat met extreem veel belangstelling, want ook Nieuw SociaalContract denkt dat daar een deel van het antwoord zit. Op onze beurtzeggen wij wel: regels geven soms ook duidelijkheid. Als dingen misgaan,is de vraag «whodunit?», en dan wil je de verantwoordelijkheid ookkunnen leggen op de plek waar die hoort. Hoogleraren hebben in eenrondetafelgesprek in een van deze zalen aangegeven dat je ervoor moetuitkijken dat het schrappen van regels niet lokaal voor onduidelijkheidgaat zorgen. Wij kijken dus reikhalzend uit naar de uitkomsten van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 930 project STOER, want ook wij zien dat hier zeker een belangrijke sleutel ligttot een oplossing als wij van die regels en reguleringen af willen komen.De voorzitter:Een interruptie van de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik ben blij om te horen dat mevrouw Welzijn zegt dat we moeten uitkijkendat we geen regels terugkrijgen op lokaal niveau. Dat sluit helemaal aanbij de visie van de VVD. Volgens mij is dat ook precies wat de Minister aanhet doen is als zij kijkt wat ze vooral landelijk moet regelen om de lokaleregels niet in de weg te hebben zitten. Maar mijn interruptie, mijn vraag,gaat over het volgende. De Minister heeft nu een aantal voorstellengedaan voor het verminderen van regels of het aanpassen van regulering.In dit geval gaat het ook om de middenhuurregulering. Die voorstellen zijnniet echt met heel veel gejuich door de Kamer en de initiatiefnemer vandeze nota ontvangen. De initiatiefnemer, mevrouw Welzijn, zegt dat zij diemet belangstelling afwacht, maar die voorstellen werden in het afgelopenjaar niet met veel succes ontvangen. Hoe kijkt mevrouw Welzijn daar zelfnaar?Ik weet het niet, voorzitter. Moet ik «mevrouw Welzijn» zeggen, of «deinitiatiefnemer»? Dat is altijd een beetje zoeken.De voorzitter:Van mij mag het allebei. Ik weet niet wat mevrouw Welzijn zelf hetprettigst vindt.Mevrouw Welzijn (NSC):Nou ja, ik had al een hoop titels. «Moeder» is de mooiste trouwens, maar«initiatiefnemer» mag erbij. «Welzijn» klinkt ook bekend.Wij hebben de voorstellen van de Minister nog niet in de Kamer gezien.Wij hebben veel in de pers gelezen en er zijn consultaties gaande. In hetveld is van alles gaande, maar een voorstel hebben wij in deze Kamer nogniet gezien. Wat je wil, is dat het schrappen van regels of het wijzigen vanregels niet leidt tot hogere huurprijzen voor mensen wier inkomen toch albescheiden is. Daar ben ik kritisch op. Dat is een van de redenen waaromwij zeker met veel interesse zullen kijken naar de voorstellen die komen.Maar wij zullen ook kijken wat die doen met huurders. Want de wooncrisisdie wij op dit moment hebben, gaat niet alleen maar over te weinighuizen, zoals ik net in mijn inleiding zei, of over te dure huizen. Die gaatook over uitwassen die daardoor ontstaan. Op het moment dat het je hetweer aantrekkelijk maakt om aan die huurknop te gaan zitten en mensenrechtstreeks in de portemonnee treft, ben je wat mij betreft met hetaanpassen van regels niet op de juiste weg.De voorzitter:De heer De Groot heeft een vervolgvraag.De heer Peter de Groot (VVD):Dank voor het antwoord. Ook op dat laatste zou ik nog graag eeninterruptie willen plegen. De VVD is het er helemaal mee eens dat je deexcessen moet aanpakken die voortkomen uit een tekort aan woningen.Die redenatie kan ik dus heel goed volgen. Alleen, het lijkt er ook wel opdat wij in de Kamer met elkaar een beetje doorslaan als wij vinden het ookmaar voor iedereen betaalbaar moet zijn om te wonen op een plek waarhet tekort aan woningen enorm is. Ik noem maar even Amsterdam ofRotterdam, waar mevrouw Welzijn net zelf aan refereerde. Je zou ookkunnen zeggen dat waar de vraag het grootst is, de prijzen inderdaad ietsmeer oplopen en dat de prijzen net wat anders zijn waar de vraag watminder is, zoals in Limburg of bij mij om de hoek, in Harderwijk. Hoe kijktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 931 mevrouw Welzijn daarnaar? We kunnen namelijk niet met z’n allen inAmsterdam wonen of in de stad Rotterdam.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik denk dat we hier een fundamenteel verschil te pakken hebben tussen deVVD en Nieuw Sociaal Contract. Voor ons staat voorop dat wonen eengrondrecht is, en dat grondrecht kan niet alleen maar ingeroepen wordenals je toevallig op de ene plek geboren bent of toevallig op de andere plekopgroeit. Wij vinden dat dit grondrecht gewoon geldt voor het helegrondgebied.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dan een vraag van de heer De Groot van de VVD: «Waarom gaat de notaniet in op de problemen die het huidige beleid veroorzaakt? Remmenzitten ook op vertragende regels en bezwaarprocedures.» Wat ik daaroverkan zeggen, is dat ik met deze nota vooral wilde inzoomen op hoe we devolgende crisis voorkomen. Ik zei toevallig net toen ik hiernaartoe lieptegen een collega: een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.Hoe kan het dan dat wij hier in Nederland al 124 jaar – dat zijn een hoopezels en een hoop stenen – iedere keer maar weer van wooncrisis naarwooncrisis naar wooncrisis gaan? We hebben dus niet alleen maar temaken met een wooncrisis. We hebben te maken een patroon vanwooncrises. Dat betekent dus dat wij met elkaar de opgave hebben omdat patroon te doorbreken. Dat gaat dus over een heel fundamentele kijkop de volkshuisvesting, zoals ik al aangaf. Vind je dat de volkshuisvestingtegenover de markt staat?De Grondwet maakt geen verschil tussen de segmenten. Er staat niet in deGrondwet dat dat grondrecht alleen maar geldt voor mensen met eenkleine portemonnee. De Grondwet spreekt gewoon simpelweg overwonen. Dat betekent dus dat wij voor het hele gebied moeten kijken hoewe de wooncrisis oplossen nu en hoe we een crisis voorkomen daarna.Wat wij daarin belangrijk vinden, is dat we ons realiseren dat de vertra-gingen die we in de woningbouw hebben miljarden op jaarbasis kosten,uit de zakken van onze ontwikkelaars. Ieder jaar weer. Dat betekent dat hetbelangrijk is om niet alleen te sturen op het verkleinen van het tekort,maar ook op het snel oplossen van dat tekort. Want het simpele feit datwe die vertragingen hebben, kost ongelofelijk veel tijd en geld.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Op een gegeven moment schrijft mevrouw Welzijn in de nota: woningenbouwen met lagere huren is nou eenmaal verlieslatend. Mijn vraag aanhaar is: hoe erg is dat eigenlijk? In de jaren tachtig en de jaren negentig –de heer Grinwis schetste dat ook in zijn bijdrage – ging 8% van derijksbegroting naar wonen om die huren betaalbaar te houden. Er zijnmeer maatschappelijke voorzieningen die niet rendabel zijn. Als we alleenmaar rendabele snelwegen mochten aanleggen, dan kon ik niet meerthuiskomen in Friesland bijvoorbeeld. Hoe erg is dat lagere huren nietrendabel zijn en wat zou je daar anders misschien tegenover kunnenstellen? Daar zou ik wel een iets uitgebreidere toelichting van mevrouwWelzijn op willen.Mevrouw Welzijn (NSC):«Iets uitgebreider» is mijn middle name, dus daar komt ie. Wat belangrijkis om ons te realiseren, is dat het heel normaal is dat sociale woningbouwTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 932 onrendabel is. Dat is niet raar of gek. Dat is een keuze die we met elkaarmaken vanuit dat grondrecht, dat we zeggen: we vinden dat iedereen,ongeacht zijn portemonnee, een goede woning moet kunnen bewonen.Wat je ziet, is dat we daar een heel stelsel voor hebben gemaakt, juistomdat we dat zo gewoon vinden. Dat is het waarborgsysteem voorsociale woningbouw. Daarin hebben we met elkaar geregeld dat detoegelaten instellingen – dat zijn dus de woningcorporaties, de «socialewoningbouw» zoals dat in de volksmond weleens wordt genoemd – hunwerk kunnen doen. Het is dus heel gewoon dat dat onrendabel is.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het helemaal eens met deze analyse van mevrouw Welzijn. Devraag is dan alleen waar je naartoe wilt werken en wat de stip op dehorizon is die je daarbij zet. Wat ik in deze nota misschien meer las, waseen stip op de horizon voor eigenwoningbezit. Ik ken mevrouw Welzijnniet als iemand die het thatcherisme najaagt, bij wijze van spreken. Ik haddie stip op de horizon ook wel iets meer willen zien voor sociale huur, datje toch ook zorgt dat middengroepen en mensen met een iets hogerinkomen ook aan die sociale huurwoningen kunnen komen. MevrouwWelzijn schetst verschillende groepen als je het over de huursector hebt.Is dat nog iets wat NSC daadwerkelijk nastreeft of zegt mevrouw Welzijnals initiatiefnemer, maar ook als lid van NSC: wij zien die sociale huur tochvooral voor lagere inkomens? Dan zit daar wel een verschil van inzicht.Daar ben ik gewoon nieuwsgierig naar.Mevrouw Welzijn (NSC):Kijk, wat je ziet – en dat is meteen het bruggetje naar een van de volgendeonderwerpen – is dat we met elkaar geen goede definitie hebben van watnou eigenlijk een sociale huurwoning is. Dat betekent ook dat we allerleisociale huurwoningen hebben die de naam «sociale huurwoning»hebben, maar die niet het vehikel zijn zoals de woningcorporaties datbieden. Dat gaat verder dan alleen maar een lage huur, dus een onren-dabele investering, omdat je daar niet de markthuur uit kunt halen. Datgaat ook over leefbaarheid en veiligheid. Dat gaat ook over een tweedekans geven aan mensen die bijvoorbeeld uit de opvang uitstromen en noghulp nodig hebben om weer op eigen benen te staan of ergens weer eennieuw begin te maken. Dat maakt ook dat corporaties woonconsulentenen wijkconsulenten in dienst hebben. Dat maakt ook dat corporaties 50%van hun dagelijkse activiteit niet in de marktwaarde kwijt kunnen.Als je dát een sociale huurwoning vindt, dan hebben we daar heel wat vante koesteren, want alleen de woningcorporatie bouwt dat soort socialehuurwoningen. En koesteren, daar hoort ook bij: beschermen. Wat je nuziet, is dat andere sociale huurwoningen, die dus niet hetzelfde zijn als dedefinitie die ik net gaf maar alleen een lage huur hebben, na tien ofvijftien jaar uitgepond worden, en dan zijn ze weer weg. En wat je ook ziet,is dat mensen, doordat een aantrekkelijk segment net boven de socialehuur ontbreekt of niet voldoende aanwezig is, dus middenhuur enbetaalbare koop, in hun sociale huurwoning blijven hangen. Dat doen zeniet, omdat ze dat per se zo heel graag willen, maar omdat er niks andersis. In beleidstermen noemen we dat met elkaar ook weleens «goedkopescheefwoners».Dus doordat je niet goed demarqueert wat een sociale huurwoning is,doordat je geen segment hebt dat aantrekkelijk is om naartoe door testromen, heb je – en dat kun je de mensen niet aanrekenen – dat er ookoneigenlijk gebruikgemaakt wordt van de sociale huurwoning doorgroepen die allang hadden kunnen doorstromen. En als je oplossing danis dat we nog meer sociale huurwoningen moeten bouwen of deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 933 inkomens van mensen nog verder moeten gaan verruimen, dan vind ikdat je dat probleem in stand houdt.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik kom dan bij de vraag van de heer Mooiman vande PVV. Die vroeg zich af hoe ik aankijk tegen de cijfers met betrekking totarbeidsmigranten en internationals, en of er geen maatregelen genomenmoeten worden om dit verder af te remmen. Nou, dat klinkt als muziek inonze oren. Sterker nog, toen onze oprichter, Pieter Omtzigt, nog helemaalin zijn dooie uppie Groep Omtzigt was, heeft hij zich ook al over dezevraag gebogen. In Nieuw Sociaal Contract hebben wij dat gedachtegoedgeadopteerd en verder uitgebouwd.Net hebben we met de heren Hanssen en Hermse gekeken naar diebelastingvrije vergoeding van 30%. Door die 30%-regeling hebbenmensen uit het buitenland op het moment dat zij in deze categorie«arbeidsmigranten/internationals» vallen, ook met de ETK-regeling,allerlei fiscale voordelen. En daardoor kunnen zij weer meer geld biedenop de huurmarkt en koopmarkt. Wij zeggen dus: dat is oneigenlijkeconcurrentie met de eigen inwoners. Wij delen dus het idee dat je iets metdie ETK-regeling en die nu nog 30%-regeling zou moeten doen, alhoewelwe natuurlijk wel al een eerste stap zetten door die 30%-regeling teversoberen naar 27% per 2027.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Dank aan mevrouw Welzijn voor de beantwoording van de vraag. Ik denkdat we het wat dat betreft volledig met elkaar eens zijn. Het kloptnatuurlijk ook dat de heer Omtzigt zich eerder heeft ingezet tegen verdereinternationalisering en alles wat daarbij hoort, ook als het gaat om de drukop woningen. Ik denk ook dat die expatregeling afschaffen of versoberen,zoals u dat terecht noemt, logisch zou zijn. Tegelijkertijd zien we dat hetook in andere landen in Europa, maar ook buiten Europa, helemaal niet zomakkelijk is om een woning te bezitten voor iemand die de nationaliteitvan het land niet heeft. Ik vraag me af of u ook uw gedachten daarover optafel kunt brengen, hoe u nadenkt over maatregelen op dat vlak.Mevrouw Welzijn (NSC):Ik denk dat we intussen met elkaar kunnen constateren dat we in heelEuropa een wooncrisis hebben. Het is niet een Nederlands feestje dat wehier aan het vieren zijn. Er wordt ook voor het eerst in Europa een housingact opgemaakt en er is een Eurocommissaris aangewezen voor juist ditsoort vraagstukken. Onze Europese man, Dirk Gotink, zit ook in zo’nhousing committee om deze, maar ook andere, vraagstukken met elkaarte bekijken, want landen kunnen ook van elkaar leren. Je ziet verder ookdat als landen hun beleid niet enigszins synchroniseren, je een waterbed-effect kunt krijgen. Dan schuift men met het gedrag dat je niet hebben wiltgewoon een grens op. Dus in die context zie ik deze problematiek.De voorzitter:U kunt verdergaan met uw betoog, mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Dan had ik nog een vraag van mevrouw Beckerman, die ook hieraan raakt.Die gaat over wonen als recht. Ik wil wat ik net zei eigenlijk nog heel evenherhalen richting mevrouw Beckerman: wonen is een grondrecht. Er staatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 934 niet: sociale huurwoningen zijn een grondrecht, de markt niet. Wonen, allesegmenten, dat is een grondrecht.Dan fiscaal beleid en woonbeleid. Dit is voor mij een van de belangrijkstepunten uit deze initiatiefnota. Dat komt omdat fiscaal beleid enwoonbeleid ontzettend op elkaar inwerken. Collega Postma noemde net alhet treffende voorbeeld van de overdrachtsbelasting: de ene Ministerprobeert een huis te bouwen en de andere Minister kinkelt fiscaal deramen in. Die twee dingen moeten hand in hand ontworpen worden,zodat je de zekerheid hebt dat datgene wat je in je woonbeleid wiltbereiken, ook daadwerkelijk gaat bereiken.De vraag van de ChristenUnie, de heer Grinwis, ging over betaalbarewoningen die niet worden gebouwd zonder forse bijdrage van derijksoverheid. Hij verwijst naar de hoogtijdagen – zoals hij ze ziet – van dejaren zeventig en tachtig. Hoeveel procent van de rijksbegroting ging ertoen niet naar de volkshuisvesting! Daarvan zou ik willen zeggen: je moetgeen geld gooien in een bodemloze put. Dat is voor mij het uitgangspuntvan de overheidsfinanciën. Dat doe je thuis met je eigen huishoudboekjeook niet.We zullen problemen die zorgen voor allerlei inefficiënties en voor eenverhoging van faalkosten, zoals die vertragingen in de woningbouw, nietmoeten adresseren met nog meer geld. Ik schrok ook enigszins – maarmisschien heb ik het verkeerd geïnterpreteerd – toen ik de heer De Hoophoorde zeggen: laten we straks vooral met elkaar gaan vergelijken wie erhet meeste geld in de verkiezingsprogramma’s heeft gealloceerd voor dewoningbouw. Dat is wat mij betreft niet de juiste attitude. De juisteattitude zou wat mij betreft moeten zijn: hoe verkleinen we met elkaar diefaalkosten? En als je dan die programma’s naast elkaar legt, wie doet datdan het beste? Hoe zorg je ervoor dat die omlaaggaan, zodat je daarminder geld tegenaan hoeft te smijten? Dat is ook mijn antwoord richtingde heer Grinwis.De voorzitter:De heer De Hoop met een vraag. U was daarstraks niet bij het openen vande vergadering, maar ik herhaal het dan maar één keer voor de heerGrinwis en de heer De Hoop, die later binnen waren: gelet op de tijd,vier interrupties in totaal, zowel op de indiener als de Minister. Dus u heeftvier vragen in totaal, en u bent nu aan uw derde vraag toe.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Maar dan zie ik dit een beetje als een persoonlijk feit, omdat de interpre-tatie van mevrouw Welzijn van mijn woorden iets anders was dan wat ik,denk ik, gezegd heb. Of misschien kwam het anders over. Mijn punt wasdit. We hebben het vaak over wonen en over volkshuisvesting. Bij heelveel andere problemen hebben we het dan over hoeveel geld je daarvooruittrekt. Ik schetste dat daar eerder meer geld voor werd uitgetrokken daner nu gedaan wordt en dan ik vind dat je daar meer geld voor moetuittrekken als het bij volkshuisvesting op de juiste plek terechtkomt. Datwas wat ik probeerde te schetsen, want ik vind dat de discussie daar af entoe te weinig over gaat. Je moet wel af en toe gewoon de portemonneetrekken om corporaties te helpen. Dat was wat ik probeerde te schetsen inmijn bijdrage.Mevrouw Welzijn (NSC):Dan heb ik het denk ik toch goed gehoord. Dat klonk in mijn oren toch eenbeetje als «wie heeft er het meeste geld voor over». Ik vind dat we moetenkijken naar welk geld nodig is, met als uitgangspunt dat de faalkosteneruit gehaald zijn.De heer Grinwis (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 935 Voor je het weet is dit een beetje een theoretische discussie, maar weweten denk ik allemaal wel dat hoe meer betaalbare woningbouw,nieuwbouw, je wil, er bij de huidige tweederdebetaalbaarheidsdoelstellingwat rijksgeld bij zal moeten. Dat zal gaan via een aanpassing van de vpbvoor de woningcorporaties en/of via een realisatiestimulans et cetera. Ofje zal moeten interen op je doelstelling. Je kunt ook zeggen: weet je wat,wij sturen op een programmering van 50% betaalbaar, en dan kan hetnetto misschien net met gesloten beurs; misschien moet er dan hier endaar iets gereorganiseerd worden, maar dan kan het net uit.Mevrouw Welzijn zegt hier dat de focus op geld een verkeerde is. Maarwanneer een partij naar 40% sociale huur wil – dat zeg ik met een knipoogtegen meneer De Hoop – moet die in haar programma wel tientallenmiljarden ervoor uittrekken, want anders is het een totaal onrendabelebusinesscase als je ook nog middenhuur wil overhouden. Daar hangt hetook van af. Die relatie hoor ik mevrouw Welzijn nog niet direct leggen.Welke visie heeft zij dan op de betaalbaarheidsmix? Of kiest zij meer voordoorstroming in haar benadering? Want al naargelang je daarop stuurt enje faalkosten inderdaad weet op te lossen, heb je waarschijnlijk afhankelijkvan die betaalbaarheidsmix, nog steeds wel iets van financiële onder-steuning vanuit het Rijk nodig. Hoe kijkt ze daartegen aan?Mevrouw Welzijn (NSC):«Iets van financiën overhebben voor» klinkt in mijn oren in ieder gevaleen heel stuk anders dan dat we met mekaar miljarden gaan vergelijken.Natuurlijk heb je daar ook een rijksbijdrage bij nodig. Het is gewoonbelastinggeld waar we het hier over hebben. Ik zeg dat we ervoor moetenzorgen dat we daar zo min mogelijk van uitgeven en dat we dat alleendoen waar dat nodig is. Win geld door vertragingen op te lossen. Stel degemeenten beter in staat om de eigen broek ook financieel op te houdendoor ervoor te zorgen dat zij hun kostenverhaal beter kunnen doen. Wantvan datgene wat zij niet kunnen verhalen, komt nu de rekening bij wijzevan spreken naar de rijksoverheid toe. Dat zou er anders uit kunnen zienwanneer je ervoor zorgt dat de gemeenten zelf veel beter in staat zijn omop financieel gebied hun eigen broek op te houden.Commerciële partijen hoor ik zeggen dat zij niet zozeer rijksgelden nodighebben. Zij kunnen hun eigen businesscase wel maken; daar komen zijwel uit. Maar zij lopen aan tegen de faalkosten van de vertragingen. Datgaat om miljarden op jaarbasis, en niet in enig jaar, maar ieder jaar weer.Zij zouden ermee geholpen zijn als die faalkosten tot een minimumteruggebracht worden. Daarbij refereer ik ook even aan het amendementvan Nieuw Sociaal Contract om te gaan werken met fatale beslistermijnenop de omgevingsvergunning. Als daar de vertraging uit gedrukt kanworden, levert dat geld en tijd op. Daar is natuurlijk ook voor nodig dat erin het vooroverleg tussen de partijen, tussen de gemeenten en demarktpartijen en de corporaties, ruimte is om problemen op te lossenvoordat je überhaupt het vergunningstraject in gaat. Garbage in isgarbage out. Dat kost alleen maar ontzettend veel geld.De voorzitter:Goed, gaat u snel verder met de beantwoording, mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn (NSC):Voorzitter. Er zijn ook wat vragen gesteld over de wooncoöperaties.De voorzitter:Mevrouw Welzijn, stop. U heeft, voordat u verdergaat met de wooncoöpe-raties, nog een vraag van mevrouw Postma over het blokje fiscaliteit, hetblokje hiervoor.Mevrouw Postma (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 936 In de eerste termijn hebben we het ook veel over fiscaliteit gehad en overhet toetsen van het belang. Het ging erom hoe we dat moeten gaan doenvoordat het wordt ingevoerd, zodat we inderdaad het huis bouwen inplaats van de ruiten ingooien. Vaak kunnen mensen dan ook denken: als jezo’n toetsing doet, ben je weer aan het vertragen of veroorzaak je weerveel administratieve lasten. Kan mevrouw Welzijn haar visie geven op hoezoiets eruit zou moeten zien? Kan dat gewoon echt simpel?Mevrouw Welzijn (NSC):Voorkomen is beter dan genezen. Alles wat je aan de voorkant regelt,scheelt dus ontzettend veel aan de achterkant. Een goede toets aan devoorkant tussen fiscaal beleid en woonbeleid is ontzettend belangrijk. Hoekan zoiets er concreet uitzien? Ik kan het nog verder uitschrijven, maar ikwil alvast iets met u delen. Alle wetsvoorstellen en alle algemenemaatregelen van bestuur die een gevolg hebben voor woningbouw, voorwoonlasten en betaalbaarheid, die gaan over grond- en vastgoedprijzen,fiscaal instrumentarium of staatssteunregels, komen in aanmerking vooreen toets aan de voorkant. Je kunt heel duidelijk aanwijzen waar enwanneer je dat zou moeten doen. In de vooranalyse identificeer je duswaar de raakvlakken zitten tussen datgene wat je voornemens bent tedoen enerzijds en waar dat een uitwerking op heeft anderzijds. Vervolgenskun je daar een effectenanalyse op doen. Daaruit blijkt wat de uitkomst isals je zo’n betaalbaarheidstoets aan de voorkant doet. Die kun je aan deKamer voorleggen. Of je doet een marktdynamiektoets. Dan betrek je ookhet veld bij de dingen die je voornemens bent te gaan doen en kun je deKamer ook meenemen in de besluitvorming en de borging.De voorzitter:Gaat u verder met de beantwoording.Mevrouw Welzijn (NSC):De wooncoöperaties. Er kwam een vraag van mevrouw Wijen-Nass vande BBB. Zij merkte op: «Mevrouw Welzijn pleit voor wetgeving specifiekvoor een derde sector, maar de regering heeft in haar reactie op deinitiatiefnota aangegeven dat dat niet echt helpt om de financiering rondte krijgen.» Wij hebben natuurlijk ook ons huiswerk gedaan en gesprokenmet partijen die daadwerkelijk een wooncoöperatie willen starten. In hetveld heb ik er ook veel ervaring mee, en dan vooral met een groepongelofelijk enthousiaste mensen, bijvoorbeeld ouders van een kind meteen handicap die graag zelf een woongelegenheid willen bouwen. Heelvaak sterft dat heel langzaam een stille dood. We hebben op dit momentongeveer 200 van dat soort initiatieven die ergens tussen ideevorming enhet slagen van dat idee zitten, terwijl de wettelijke mogelijkheid in deWoningwet al sinds 2015 bestaat. Maar het komt maar niet van de grond.Dat komt omdat de wooncoöperatie zowel juridisch als financieel gezieneen heel onduidelijk vehikel is. Banken weten letterlijk niet wat ze ermeeaan moeten. Door de entiteit gewoon te verankeren in wetgeving maak jevoor de kredietverstrekker helder waar hij mee te maken heeft en hoe hijdat zou kunnen adresseren. Wij hebben dus het idee dat het wel degelijkbelangrijk is. We zien ook de eerste enthousiaste reacties uit het veld opde initiatiefwet van mevrouw Beckerman van de SP van partijen die ditdaadwerkelijk zelf willen doen. Het helpt echt om duidelijk te maken wathet juridisch en financieel is. Dan krijgen ze een betere toegang totfinanciering. Dat zal geen 100% zijn, maar wel veel meer dan nu.Ik denk dat ik alle vragen hierover gehad heb, maar anders hoor ik hetgraag van u. Het is wel een hele happening, met al die mapjes. Ik kom nubij sociale woningbouw en de definitie daarvan. We hebben het zonet aleven gehad over hoe belangrijk het is om heel exact te weten waar je hetover hebt als je het hebt over een sociale huurwoning. Daarmee voorkomje dat er oneigenlijk gebruik van gemaakt wordt door een groep die hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 937 eigenlijk niet nodig heeft en dat je iedere keer moet blijven bijbouwenvoor de mensen die het wel nodig hebben.De heer Grinwis van de ChristenUnie zei dat hij in de initiatiefnota hetpunt van de verruiming van de sociale sector miste. De heer Grinwisvroeg of ik daarop kon reflecteren. Ik mis die verruiming niet. Dieverruiming is namelijk nu al wettelijk verankerd. Nu al is het zo datcorporaties 15% van de huizen die na een verhuizing vrijkomen, vrijmogen toewijzen. Er is niet eens een bovenkant, een plafonnetje, aan hetinkomen dat je dan moet hebben of aan het aantal personen waarmee jeeen huishouden vormt. Die mogelijkheid is er dus al. Maar daar wordtmaar mondjesmaat gebruik van gemaakt: ik denk dat we landelijk op2% à 3% uitkomen. Hoe komt dat nou? Dat komt doordat we schaarstehebben. Dus ook hier geldt dat de wooncrisis, het actuele tekort, ervoorzorgt dat instrumenten die we nu al hebben niet adequaat ingezet kunnenworden. We hebben dus geen nieuwe instrumenten nodig.Er was ook nog een vraag van de SP – ik dacht dat ik er ook een anderepartij nog over hoorde – die zich afvroeg of het Weense model niet hetgoede voorbeeld zou kunnen zijn voor Nederland. Ik ben daar even ingedoken. Toevallig was er een paar weken geleden een opinieartikel inTrouw. Het gras lijkt altijd groener bij de buren, maar zoals ik net ook inhet interruptiedebatje met de heer Mooiman aangaf: we hebben in heelEuropa een wooncrisis, en die uit zich op verschillende manieren. HetWeense model heeft een heleboel mooie voordelen, maar heeft zeker,nadrukkelijk ook een aantal nadelen. We wonen nu eenmaal niet in hetparadijs. Een van die nadelen is dat als mensen eenmaal zo’n woninghebben bemachtigd, ze ook niet meer weggaan. En waar zouden zenaartoe moeten? Ook daar geldt wat we hier zien: het segment dat daarnet boven zit, is onvoldoende aanwezig en onvoldoende aantrekkelijk,waardoor ze letterlijk blijven hangen in zo’n woning. En nieuwkomers –jongeren, starters en jonge gezinnen – kunnen dus niet instromen in diewoningen doordat die bezet worden gehouden door mensen die nietkunnen doorstromen. Er is geen enkel woningmarktsysteem datuitsluitend voordelen kent. We hebben in Nederland een woningmarkt-systeem dat een lange traditie kent en dat in heel veel wetgeving isingebed. Volgens mij moeten we hartstikke trots zijn op wat we hierhebben en moeten we er vooral voor zorgen dat wat we hebben goedbenut wordt.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Beckerman van de SP: zou er nietmeer zeggenschap moeten komen voor huurders, en zouden we niet weerterug moeten gaan naar de verenigingen? Toen we in 1901 de Woningwetkregen, werden er vooral verenigingen opgericht. Ergens op de tijdslijn isde behoefte ontstaan om daar stichtingen van te maken. De zeggenschapvan huurders is toen geregeld in de overlegwet. Die hebben we al. Daarzitten alle onderwerpen in waar huurders hun zegje over kunnen doen. Erzijn hele kruisjeslijsten, en daarmee kun je als huurdersorganisatie goedvolgen waarover je allemaal je zegje te doen hebt. Ik zie dus niet inwaarom we van de stichting weer terug zouden moeten gaan naar devereniging. De huurdersparticipatie hebben we heel netjes geregeld in deoverlegwet.Volgens mij heb ik dan alle vragen gehad, voorzitter.De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van mevrouw Postma.Mevrouw Postma (NSC):We hebben het nu volgens mij over de definitie van «sociale huur». Hetvorige blokje ging over de wooncoöperaties. Die kunnen ook gezienworden als een vorm van sociale huur. We hebben verder ook hetinitiatiefwetsvoorstel van mevrouw Beckerman. Ook NSC is enthousiastover coöperaties. Als we kijken naar de verhouding tussen de sociale huurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 938 en het marktonderdeel van coöperaties, welk deel neemt de coöperatiedan op in het begrip van mevrouw Welzijn?Mevrouw Welzijn (NSC):Ik neem een heel klein aanloopje, want mij schiet te binnen dat ook deheer De Hoop op een gegeven moment de vraag heeft gesteld wat exactde demarcaties zijn: hoeveel procent sociaal wil je dan, en hoe zit het metde andere segmenten? Het aandeel van de wooncoöperatie wordt nuverder uitgevraagd door mevrouw Postma. Daarvoor geldt dat we vanuitde woonbehoefte moeten redeneren. Het Ministerie van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening brengt ieder jaar weer in kaart wat die woningbe-hoefte is. Dat weten we dus hartstikke goed. We weten ook dat mensendaar niet vrij in kunnen opereren, omdat ze tegen allerlei belemmeringenaanlopen. Of het nu een hospita-verhuurder is, of iemand die eenwooncoöperatie wil stichten, of een particulier opdrachtgeverscollectiefdat een eigen huis wil bouwen, of een marktpartij die een gemengdbouwproject wil doen: iedereen loopt tegen allerlei inefficiënte regels aan.Daarom herhaal ik wat ik al eerder aangaf: het is ontzettend interessantom te kijken hoe je allerlei belemmeringen kunt wegnemen, zodat menseneen vrije keuze kunnen maken. Voor Nieuw Sociaal Contract is dat eenredelijk fundamenteel iets. Dat staat ook echt in de grondbeginselen vanonze partij: mensen moeten autonoom keuzes kunnen maken over hoe zewillen wonen, wat ze daarin zelf willen doen en wat niet.De voorzitter:Dan ga ik mevrouw Welzijn hartelijk bedanken voor haar beantwoordingen gaan we nu over naar de Minister voor haar reactie.Minister Keijzer:Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen dank aan het lid Welzijn voor haarinitiatiefnota. In april van dit jaar heb ik een brief gestuurd met de reactieop de voorstellen die ze gedaan heeft. Daar kom ik later ook nog op terug.Het hele positieve hieraan is dat het grootste probleem van Nederlanders,namelijk «hoe kom ik zo snel als mogelijk aan een betaalbaar huis?» –mevrouw Welzijn noemt dat «de woningcrisis» – vandaag weer eensnadrukkelijk de aandacht heeft. Ik ben er ook blij mee dat mevrouwWelzijn heel nadrukkelijk volkshuisvesting aan de woningmarkt koppelt,want dat zijn de beide zijdes van de medaille waar je het hier over hebt.Woningen komen namelijk niet van een lopende band af en groeien nietergens aan een boom. Voor woningen heb je partijen nodig – marktpar-tijen, investeerders, ontwikkelaars, bouwbedrijven, woningcorporaties,overheden – om uiteindelijk de bewoners die eromheen wonen te latenzien wat voor fraais er wordt toegevoegd, maar ook om uiteindelijk demensen die wanhopig op zoek zijn naar een eigen plekje onder de zon tekunnen voorzien van een woning. Daarom is het zo belangrijk dat met deWoontopafspraken alle partijen die we nodig hebben zich hebbengecommitteerd aan het bouwen van die 100.000 woningen per jaar, meertempo en afspraken over 30% sociaal en twee derde betaalbaar.Toen dit kabinet aantrad, hebben we van de onderhandelende partijen5 miljard voor vijf jaar gekregen voor het bouwen van betaalbarewoningen – want als je eisen stelt aan de betaalbaarheid, zit je gewoonheel snel aan een onrendabele top; daar is dus subsidie voor nodig – én2,5 miljard voor de bereikbaarheid daarvan. We versterken zo deinvesteringscapaciteit van gemeenten en werken nauw samen metmarktpartijen om de boel vlot te trekken.Om meer grip te krijgen op die woningbouw ligt inmiddels het wets-voorstel Versterking regie volkshuisvesting in de Eerste Kamer. Het is vanhet allergrootste belang dat die wet voor 1 januari aanvaard wordt, zodatdie op 1 januari in werking kan treden. U heeft van mij al de eerste trancheontvangen van de deregulering die ik via het programma STOER vormTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 939 heb gegeven en ook de reactie daarop. De wet- en regelgeving diedaarvoor geschrapt moet gaan worden ... Voor het schrappen van regelsheb je een wetsvoorstel of een voorstel voor een AMvB nodig, want je zultde algemene maatregel van bestuur waar de regels in staan, moetenwijzigen. Die gaat binnenkort in consultatie.De Nota Ruimte komt morgen; daar moet ik bij zeggen: als het deministerraad behaagt. Daarin gaan we ook grootschalige woningbouwlo-caties aanwijzen. Daarin gaan we ook gewoon in de NationaleOmgevingsvisie al die andere locaties aanwijzen: de locaties van2.000 woningen, 1.000 woningen, 400 woningen. Ook «het wijkje erbij»gaat daar een plek krijgen. Er zijn in de Kamer meerdere moties ingedienden aangenomen waar dat een onderdeel van is. Ook dat gaat een plekkrijgen in de Nota Ruimte.Er zijn zeker nog vragen te stellen over de fiscaliteit. Binnenkort komen wemet een onderzoek dat gedaan wordt naar wat hier nou aan de hand is:hoe ziet de fiscaliteit eruit en wat is nodig om de doelstellingen uitein-delijk te kunnen halen? Zo zijn we op al die verschillende onderdelen echtstappen aan het zetten. Toen de heer Grinwis het er net in zijn betoog overhad dat ik vooral bezig was met «beleidsproza», noemde hij eigenlijk heelconcreet twee wetsvoorstellen waar ik mee bezig ben. Dat is dus allesbehalve proza. «Beleidsproza» klinkt voor mij toch een beetje alsof ik heelveel bezig ben met papier en lippendienst, terwijl ik altijd de daad bij mijnwoord voeg en vervolgens ook met wetten of de aanpassing van regelskom om uiteindelijk het doel te bereiken.In de kabinetsreactie – hierna ben ik door mijn inleiding heen – heb iklaten zien wat de inzet van het kabinet is op de reacties uit de initia-tiefnota. We zijn een fonds gestart om langjarige wooncorporaties enandere bewonersinitiatieven te financieren. We zorgen ervoor dat erbetaalbare koopwoningen worden gebouwd en ondersteunen starters viahet Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen, met dank aan de Kamer,waaronder de heer Grinwis – zijn naam heb ik net ook al genoemd – maarzeker ook de heer De Groot. We hebben in de Wet versterking regievolkshuisvesting gelijkwaardige voorwaarden opgenomen voor socialehuur, ongeacht of die gebouwd wordt door de markt of door woningcor-poraties. We werken aan een samenhangend woonbeleid en fiscaal beleidom het investeringsklimaat te verbeteren. Ook sturen we op het terug-dringen van het woningentekort naar 2%.De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben best bereid om dat terug te nemen, want de Minister heeft gelijk: zestuurt best wel wat wetsvoorstellen naar de Raad van State, ook wets-voorstellen die ik zelf niet zou versturen. Dus dat is waar. Mijn vraag is eenandere. Die gaat over die fiscaliteit en volkshuisvesting. Wanneer komt datnaar de Kamer? Is dat dan ook een analyse, inclusief potentiële dekkings-opties? Wat moet ik me daar precies bij voorstellen? Het is namelijk welprettig als we een stuk krijgen met handelingsperspectief, dus niet alleenmet een antwoord als: fiscaliteit zit het investeringsklimaat in dewoningbouw behoorlijk in de weg.Minister Keijzer:Ik vind het lastig om hierop vooruit te lopen, want dit is niet iets wat ikalleen doe; ik doe dit samen met mijn collega, de StaatssecretarisFiscaliteit. Uiteraard is de Minister van Financiën ook buitengewoongeïnteresseerd in wat daar allemaal bedacht wordt. Ik kan hier nu gewoonniet op vooruitlopen. U vraagt wanneer het komt. Dat zal over twee wekenzijn, binnen een week of twee. Het komt heel snel. Het is ook bijna klaar.We moeten alleen nog met elkaar in het kabinet bespreken welk kabinets-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 940 standpunt we hierover innemen. De verwachting is dat dat over een weekof twee naar uw Kamer komt.Voorzitter. Ik heb vier mapjes: sociale huur, aanbod instandhoudings-termijn huurwoningen, fiscaal, al heb ik eigenlijk al antwoord op die vraaggegeven door de interruptie van de heer Grinwis ...De voorzitter:Dan kunt u die nu schrappen wat mij betreft.Minister Keijzer:Ja? Dan leg ik die opzij. Dan zijn er nog de overige onderwerpen: stikstof,hospita en het KoopStart-instrumentarium.Voorzitter, u moet het zelf maar zeggen, want het is absoluut niet onder-deel van dit debat vandaag, maar er zijn ook een aantal vragen aan mijgesteld over het wetsvoorstel over voorrang van statushouders. Ik kandaar wel iets over zeggen, maar dat is absoluut niet onderwerp van ditdebat. Ik vind het eigenlijk ook geen recht doen aan alle inspanningen vanmevrouw Welzijn en haar ondersteuning. Maar goed, daar kunt u lekkerover nadenken en dan merk ik het vanzelf wel.Voorzitter ...De voorzitter:Eerst een vraag van mevrouw Postma. Dat is tevens uw laatste, mevrouwPostma.Mevrouw Postma (NSC):Wat bent u streng! Nee, hoor. Goed dat de Minister hier is. We lazenvanochtend ook dat het aantal sleuteloverdrachten erg achterblijft bij watwij eigenlijk met elkaar zouden willen. De Minister geeft al aan: er komenwetten naar de Kamer toe. U bent bezig met beleid. Maar feit is dat diebouwproductie nu op het laagste niveau in jaren is. Wat gaat de Ministerconcreet doen om ervoor te zorgen dat we met elkaar, dus met inves-teerders en met mensen die bezig zijn met bouwen, die sleutelover-drachten toch zo snel mogelijk kunnen realiseren?Minister Keijzer:Deze vraag zat in mijn mapje, dus die was vanzelf aan bod gekomen. Ditvalt bij mij onder «aanbod». Ik zei net al: nieuwe woningen rollen niet vaneen lopende band af; daar gaat een heel proces aan vooraf. Ik heb hetafgelopen ruime jaar ook meerdere brieven aan u gestuurd, waarin ik elkekeer uiteengezet heb wat de omstandigheden zijn. Slechte economischeomstandigheden voor de bouw van een aantal jaren geleden, onderandere de toen stijgende rente in 2022, leiden tot minder bouwvergun-ningen in 2023. Dat leidt nu tot een bouwdip en dus tot minder realisaties.We zien ook dat al sinds maart vorig jaar het aantal woningen waarvan debouw is gestart, flink is toegenomen. Dat gaan we terugzien in eenstijging van het aantal gerealiseerde woningen en dus, zoals mevrouwPostma dat zo mooi zegt, in de sleuteloverdrachten. De economischeomstandigheden voor de woningbouw blijven ook positief. De vraag ishet probleem niet, want die is gigantisch. De bouwverwachting van ABF isdan ook dat de realisaties gaan aantrekken en dat we in 2027 aan die100.000 nieuwbouwwoningen komen.Ik doe natuurlijk veel meer dan alleen dit. In al die aangepaste wet- enregelgeving die ik naar de Raad van State stuur, zit bijvoorbeeld ook hetmogelijk maken van het vergunningvrij bouwen van mantelzorg-familiewoningen op achtererven. Het is een keer door een mantelorgani-satie doorgerekend. Die kwamen zo door de oogharen heen tot100.000 achtertuinen waar dit in zou passen. Je ziet daar trouwens ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 941 geregeld in de pers mooie voorbeelden van, volgens mij vorige week nogin Helmond, uit mijn hoofd gezegd. Dat is dus ook iets waar we mee bezigzijn.Hospitaverhuur. Dat wetsvoorstel is in consultatie geweest en wordt nuverwerkt. Ik wil dat binnen aanzienlijke tijd naar de Raad van State sturenvoor advies. Dat is natuurlijk de vervolgstap. Het moet dan dus naar deRaad van State. De heer Grinwis denkt van: huh, Raad van State? Dat denkik ook weleens. Vervolgens gaan we weer verder om ervoor te zorgen datstudenten makkelijker een hospita kunnen vinden omdat de regelgevingversoepeld wordt, zodat ook iemand zegt: nou, dat zou misschien watvoor mij kunnen zijn. Om maar eens twee voorbeelden te noemen.Ik ben dus echt met alles wat in mij zit – dat is een hoop – bezig om ervoorte zorgen dat de woningbouw aantrekt, maar ook om op andere manierente zorgen voor het toevoegen van voordeuren; laat ik het zo maar zeggen.Soms zijn dat gedeelde voordeuren, maar we zorgen er in ieder gevalvoor dat iemand een eigen plekje kan vinden.Een van de andere zaken waar echt iets mee moet gebeuren, is hetoeverloos, eindeloos overleggen voorafgaand aan een omgevingsplan eneen omgevingsvergunning waarmee gebouwd kan gaan worden. Nietvoor niets zijn NEPROM, Aedes en ik gestart met de doorbraakaanpak.Nederland wil regie? Nou, Nederland kan regie krijgen, want het kan zogewoon niet meer. Het kan gewoon niet bestaan dat je jaren met elkaaroverlegt over een locatie en toch is dat gebruik.Een van de doorbraaklocaties die genoemd zijn bij de Woontop vandecember vorig jaar is bijvoorbeeld Haarlemmermeer. Ik heb ook aanHaarlemmermeer laten weten dat ik binnen een week of twee een besluitwil. Als dat hun niet lukt, wil ik dat besluit voor hen nemen. Liever niet,want ik vind dat gemeentes gewoon de daad bij het woord moetenvoegen. Zij moeten de besluiten nemen die nodig zijn om de boel vlot tetrekken, zodat die bouw uiteindelijk gestart kan worden.De heer Mooiman (PVV):Hierop verdergaande. Ik vind het hartstikke goed dat de Minister uitein-delijk tegen een gemeente zegt: er moet nu echt een besluit wordengenomen om te gaan bouwen. Bij de doorbraaklocaties, zoals die eerderzijn gehanteerd, zie ik een aantal locaties waarvan ik weet dat daarweliswaar bestuurlijke akkoorden over zijn, maar dat er tegelijkertijdtussen bijvoorbeeld provincies en gemeentes wordt gezegd: laten we nogmaar even wachten tot ergens onherroepelijk windturbines zijn vergund.Dat duurt natuurlijk ook vele jaren. Ik zou dus eigenlijk ook aan de Ministerwillen vragen – ik weet dat zij die inzettingskracht toont, hoor – om in datsoort casussen te blijven zeggen dat het geen jaren kan duren voordatzo’n woningbouwplan echt gelanceerd wordt. Zelfs al is er een bestuurs-akkoord of zijn gemeenten en provincies samen bezig met zo’n project,dan nog zou het niet jaren moeten kunnen duren voordat er gebouwdgaat worden. Ik zou daar graag de reflectie van de Minister op willenhebben. Wordt er toch op de een of andere manier tijdig op dat soortprojecten gestuurd?Minister Keijzer:Dat doen we. Van de doorbraaklocaties die we in december vorig jaargenoemd hebben, heb ik er net een genoemd. We hebben er nog eenaantal genoemd. Daar wordt op dezelfde manier, met zachte hand en tochvrij dwingend, verzocht om en geduwd naar oplossingen. Want het zit ’mvaak gewoon in discussies, stokpaardjes en overtuigingen die op zichzelfallemaal gerechtvaardigd zijn. Het is niet zo dat er gekke dingen bedachtworden. Maar op een gegeven moment moet je met elkaar een knoopdoorhakken. Dan kan je niet altijd alles krijgen wat je wilt, maar je moetdan het belang van de woningzoekenden voor ogen houden en zeggen:nou stoppen we met oeverloos en eindeloos; nu nemen we een besluit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 942 Dan wil ik over de schouders meekijken en anders doe ik het voor ze. Ikheb natuurlijk ook geen eindeloze hoeveelheid ambtenaren. Degenen dieik heb, zijn fantastisch; laat dat er ook nog even een keer bij gezegd zijn.Maar het gevoel van noodzaak en van urgentie moet echt gaan landenaan de tafel van de mensen die deze gesprekken voeren.De heer De Hoop vroeg aan mij hoe ik er nou voor ga zorgen dat hetaantal sociale huurwoningen niet gaat krimpen. In de Nationale Prestatie-afspraken hebben we afspraken gemaakt: 30.000 per jaar vanaf 2029.Daarbij streven we er zelfs naar om dit aantal in 2027 te halen, want als jein 2027 de 100.000 woningen per jaar haalt, moet je ook de 30.000 socialehuurwoningen gaan realiseren. We hebben een realistisch ingroeipadgemaakt op basis van de harde plannen van corporaties. Dan kom je totde conclusie dat dat de komende jaren gewoon kan. Tot 2035 bouwenwoningcorporaties daarmee naar verwachting zo’n 270.000 nieuwesociale huurwoningen.Woningcorporaties verkopen ook woningen. Dat doen ze niet omdat zedat lekker vinden, maar omdat de kwaliteit zo laag is dat de enigeoplossing sloop en nieuwbouw is. Na het verkopen en slopen vanwoningen groeit de sociale huurwoningvoorraad tot 2035 naarverwachting met circa 128.000 woningen. Je ziet dat er vaak meertoegevoegd wordt als er gesloopt wordt. Er zijn natuurlijk wel geluiden indit debat die dit allemaal heel erg slecht en heel erg beroerd vinden, maaralles is er echt op gericht om de kwaliteit van de woningen die echt heelslecht zijn uiteindelijk via sloop en nieuwbouw te verbeteren. Helaas is datvaak de voordeligste en snelste manier om ook echt die kwaliteit toe tevoegen.In de streefcijfers van de Nationale Prestatieafspraken is rekeninggehouden met de demografische ontwikkelingen en de behoefte aansociale huurwoningen. Uiteindelijk wordt het dus wel minder doordat jeverkoopt, want dat wordt niet overal gecompenseerd, maar het sluit welaan bij de behoefte die er is als je kijkt naar de demografische ontwikke-lingen en de inkomensniveaus die daarbij horen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Grinwis. Die zag ik als eerste. Daarnakomt de heer De Hoop.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ken natuurlijk de Nationale Prestatieafspraken. Ik ken de Wet regie enons verworpen amendement. Ik ken dat allemaal. Maar er zittentwee pijnpunten in. Wat zou er netto uit de bruto doelstelling van 30.000komen? Is dat dan 29.500? Is dat 29.000? Is dat nog minder? Dat is het eneissue. Het andere issue is het volgende. We hebben niet voor niks eennieuwbouwdoelstelling van 30% sociale huur. Maar wat betekent dat voorde aandeelontwikkeling in al die gemeenten in Nederland? Er stond eenartikel in Trouw over een onderzoek van Cody Hochstenbach, de Ministerwelbekend. Die wijst op het probleem dat de dalende trend van jaren nietzal worden gekeerd, ondanks alle inspanningen in de Nationale Prestatie-afspraken en de Wet regie. Als je dan kijkt naar ABF en hun inschattingvan wat er nodig is in het inkomenssegment dat recht heeft op de socialehuur, dan zie je toch een percentage dat tegen de 30% aanzit. Zo’n 29%heeft dat nodig. Hier is dus wel een ontwikkeling gaande die we nietkunnen keren met alleen de focus op het aantal van 30.000 woningen. Danloop je tegen die twee zaken aan, het saldo en het aandeel. Hoe ziet deMinister haar regiefunctie, eigenlijk als Minister van regie van Volkshuis-vesting, om daarop te sturen?Minister Keijzer:Ik heb hier de afspraken van de NPA voor me liggen. Ik pak even 2027. Denieuwbouw van sociale huur is 24.000 en nog wat. De sloop is 8.000 enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 943 nog wat. De verkoop aan eigenaren als bewoners is 4.000. De nettogroeivan de woningvoorraad is 11.000 en nog wat. De nettogroei is dancumulatief 31.000. Dat is bijvoorbeeld wat de cijferreeks voor 2027aangeeft. Zo zit in de Nationale Prestatieafspraken een tabel met cijfers,waarin het in de loop van de jaren oploopt. Dat zijn de afspraken die wegemaakt hebben. Dit wordt allemaal steeds doorgerekend. Ik heb geregeldeen bestuurlijk overleg VRO met gemeenten en provincies. Daarin hebbenwe hierover doorgesproken. Dat geldt ook voor de Wet regie. Ookdaarvoor is het verzoek aan de Eerste Kamer om te zorgen dat die wet ersnel door komt, want daar zit die 30% sociaal en twee derde betaalbaar in,op regioniveau. De heer Grinwis was volgens mij ook degene die zei: zorgnou voor rust in deze hele discussie. Ik wil hier graag aan vasthouden,zodat ontwikkelaars, gemeenten en investeerders weten wat ze moetendoen en dat de komende tijd ook zo blijft.De voorzitter:U heeft nog één interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat snap ik. Ik pleit ook helemaal niet voor het openbreken van deNationale Prestatieafspraken. Ik ben juist heel erg blij met de Woontopvan de Minister en met het feit dat zij voor tien jaar afspraken heeftgemaakt, inclusief de gematigde huurstijging. Ik sta er helemaal achter.Alleen, dat ventiel van die nettotoevoeging ... Bruto is hier geen netto.30.000 gaat gepaard met sloop, verkoop et cetera. Dat zei de Minister netook op basis van het jaar 2027. Dat is probleem één. Het andere probleemis dat je het aandeel langzamerhand ziet dalen. Als je kijkt naar datdalende aandeel, hoe verhoudt dat zich dan tot de behoefte van deNederlandse bevolking? Dat is eigenlijk de kernvraag, Minister. Debehoefte van de Nederlandse bevolking is redelijk stabiel. Die zit dichttegen die 30% sociale huur aan. Als dat aandeel alsmaar afneemt, danhebben we op lange termijn toch nog steeds een probleem, ondanks dieNationale Prestatieafspraken waar ik op zich achter sta?Minister Keijzer:Dit is een vraag die ik hier nu niet kan beantwoorden. Dan moet ik nu uitmijn hoofd de stelling die de heer Grinwis hier neerzet, die vrij technischis, gaan beantwoorden. Dan moet ik kijken naar het aandeel van mensenmet een inkomen tot aan de oude liberalisatiegrens, om het zo maar evente noemen. Dan moet ik ook weten of daarin meegenomen is dat mensenniet meer gaan werken vanwege het toeslagenstelsel. Dat weet ik niet. Alswe daar eens iets aan kunnen doen, dan kunnen mensen meer gaanwerken en heb je misschien minder mensen die aangewezen zijn opsociale huur. Ik wil dit met alle liefde voor de heer Grinwis uitzoeken, maarik zal dan schriftelijk de vraag beantwoorden of de aannames in Trouw inmijn beleving ook correct zijn.De voorzitter:We gaan nu naar de heer De Hoop voor zijn derde interruptie. Ik wil weleventjes op de tijd wijzen. Graag de interrupties, maar ook de antwoordenzo kort mogelijk. Het is inmiddels al bijna 16.10 uur en het debat eindigtom 16.30 uur. Aan u het woord, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de toelichting tot nu toe op dit punt. Ik proef bijde Minister toch ook wel de erkenning dat ook zij inziet dat het, los van dedoelstellingen die we hebben vastgesteld in de Wet regie, heel erg lastigwordt om de afname van de sociale huur de komende jaren te keren. Ikheb in juli de Minister een aantal keer, soms tot mijn verrassing, dewinstbelasting voor woningbouwcorporaties horen benoemen. Dat wasTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 944 toen in relatie met de huurbevriezing. De Minister zocht toen ook naarmogelijkheden daarvoor. Maar toen proefde ik toch ook bij de Minister datzij, om de nieuwbouw in de sociale sector op gang te krijgen, eraan dachtdat het misschien toch wel verstandig zou zijn om de winstbelasting voorcorporaties af te schaffen. Ik heb het geïnterpreteerd als iets waar deMinister toen ook wel zelf actief over nadacht. Hoe ziet zij dat om denieuwbouw binnen de sociale sector op gang te krijgen en deze dalendetrend te keren? Ongeacht het percentage dat je daaraan koppelt, wantdaar denken wij anders over, is dat wat de Minister en ik beiden nietwillen.Minister Keijzer:Het is grappig hoe de heer De Hoop die woorden geïnterpreteerd heeft. Ikwas toen gewoon op zoek naar een compensatie voor de huurbevriezing,want als je de huur bevriest, dan hebben corporaties minder geld om teinvesteren in nieuwbouw en verduurzaming. Dat moet je compenseren;dat weet de heer De Hoop ook, want hij heeft zelf ook weleens zo’nwetsvoorstel gedaan. Een van de manieren om dat te doen, is via dewinstbelasting. Dat was het. Dat was trouwens een onderwerp dat nietzomaar tot overeenstemming leidde in de Kamer, los nog van het feit datje 1,3 miljard gederfde belastinginkomsten hebt op de rijksbegroting en jejezelf moet realiseren dat je ook voor particuliere verhuurders zoiets zoumoeten doen. Dit is dus geen beleidswens van mij geweest. Het is eenvan de opties geweest om uiteindelijk de gederfde huurinkomsten goed temaken.Ten aanzien van de dalende trend moet ik mezelf even corrigeren. Degroei van 31.000 die ik net noemde, is netto cumulatief. Als je kijkt naarnieuw te realiseren toe te voegen sociale huurwoningen, kom je in 2029uit op 30.000, in 2028 op 26.000 en in 2027 op 24.000, waarvan je deverkoop en de sloop af moet halen. De heer De Hoop zegt dat hetafneemt. Daar heeft hij wel gelijk in, maar tegelijkertijd is er natuurlijk ookbestaande voorraad. En je moet goed opletten en kijken – dat is net eentoezegging geweest aan de heer Grinwis – welke groep mensen behoefteheeft aan die woning vanwege hun inkomen. Dat is dus niet vanwege hetpunt dat minder huur betalen altijd fijner is dan meer huur betalen. Dat isimmers voor de meeste mensen zo, zeker als je kijkt naar de kwaliteit vande nieuw te bouwen sociale huurwoningen. Maar dat is natuurlijk niet devraag. De vraag is welke mensen echt zo’n sociale huurwoning nodighebben omdat ze anders de huur niet kunnen betalen. Ik heb toegezegdaan de heer Grinwis dat ik daar schriftelijk op terugkom.De voorzitter:Laatste interruptie van de heer De Hoop. Graag kort.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat is prima. Kijk, ik zou een ander percentage willen. Ik kijk ook andersnaar de sociale sector als de Minister, maar daar gaat het mij nu even nietom. Als we met elkaar constateren dat de sociale sector de komende jarennog afneemt en we die 30.000 dus ook niet voor 2030 halen – dat is geloofik wat de Minister zei, maar mogelijk was het 2031 of 2029; ik weet het nietmeer precies – is het dan toch niet een idee om wel te kijken naar hetafschaffen van de vpb voor corporaties? De Minister heeft dat doel ookgesteld. Als we dat willen halen en we die dalende trend willenvoorkomen, is dat dan niet iets voor de Minister om toch nog een keer inkaart te brengen, ook voor een volgende formatie? Kan zij in ieder gevalkijken of we daarmee de doelen wel kunnen halen? Want dat is uitein-delijk, los van hoe je daar ideologisch naar kijkt, wel wat wij willen dat dewet behelst. Dan wil je dat volgens mij ook zo snel mogelijk doen.Minister Keijzer:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 945 Als je kijkt naar de vermogenspositie van corporaties, dan zie je dat ze dekomende vijf jaar voldoende middelen hebben om de opgave die voorhen ligt te organiseren. Daarna wordt het een discussie, dus dat is echtiets wat een volgend kabinet, ervan uitgaande dat het vier jaar zit, moetgaan organiseren en moet klaarzetten voor de tijd daarna. Het afschaffenvan een belasting is altijd heel erg makkelijk. Ik hoef de heer De Hoop nietuit te leggen – die is vast ook bezig met doorrekenen van het verkiezings-programma – dat je dan 3 miljard elders moet vinden om de inkomstenvoor het Rijk gelijk te houden. Dat is de consequentie van zo’n politiekewens. De vraag is overigens of dit het probleem oplost van te langeprocedures en te weinig locaties. Ik denk het niet. Door in de Nota Ruimtewoningbouwlocaties aan te wijzen, hebben we in ieder geval duidelijkwaar we gaan bouwen. In de Wet regie is 30% sociaal op regionaal niveauopgenomen, dus die discussie is nu ten einde en dat moet ook gewoongebeuren. Dat gaat uiteindelijk de realisatie van sociale huurwoningenvlot trekken. Het staat de heer De Hoop natuurlijk compleet vrij om straksin de onderhandelingen het schrappen van de belasting voor corporatiesop tafel te leggen.Voorzitter. Dan kom ik bij de vraag van de heer Grinwis om stabiliteit. Dieonderschrijf ik. Stabiliteit wil trouwens niet zeggen dat je niet moetdoorgaan met het schrappen van regels die de boel frustreren of duurdermaken. Met het advies STOER ben ik dat in ieder geval aan het doen.De heer Mooiman vroeg nog aan mij hoe ik kijk naar de cijfers ten aanzienvan de instroom van mensen naar Nederland in relatie tot het woning-tekort. Om aan de woningbehoefte te voldoen, moeten volgens dePrimos-prognose de komende vijftien jaar 1,2 miljoen woningen wordengebouwd. 45% van die woningen is nodig om de bevolkingsgroei op tevangen. Die groei komt vrijwel geheel voort uit een positief migratiesaldo.Daar hoeven we dus helemaal niet geheimzinnig over te doen met elkaar.Dat wordt door iedereen die zich bezighoudt met dit vraagstuk onder-schreven. De overige woningen zijn nodig om het bestaande tekort terugte brengen, om sloop te compenseren en voor huishoudenverdunning,want we gaan met steeds minder mensen samenwonen. Ik vind dateigenlijk wel een beetje ongezellig, maar dat staat iedereen uiteraard vrij.De voorzitter:De heer Mooiman. Dit is de derde interruptie voor u.De heer Mooiman (PVV):Dank voor de reactie op dit punt. Het gaat ons inderdaad specifiek om hetrecente onderzoek van de NVM, waaruit blijkt dat in ieder geval het aantalinternationals om ze zo maar te noemen – zij zeggen: dat is iedereen diebuitenlands of anderstalig is – verdubbeld is sinds 2020. Dat gaat over dekopers van een woning, moet ik erbij zeggen. Ook in de huursector zienwe natuurlijk steeds meer en grote percentages van het aantal internati-onals dat een woning huurt. Ik noemde het al: in Eindhoven en Veldhovenis in sommige wijken inmiddels 50% tot 60% van de kopers international,en in Den Haag en Amsterdam is meer dan de helft van de huurdersinternational, in ieder geval van de nieuwe huurders. Dan vraag je je tochaf: moeten we niet naar een systeem waarin we onze Nederlandsewoningen beter gaan beschermen? Binnen Europa zie je dat in een aantallanden, bijvoorbeeld in Spanje. Je ziet dat ook buiten Europa, in Azië. Danmag er bijvoorbeeld geen grond, maar alleen een woning gekochtworden.De voorzitter:En uw vraag, meneer Mooiman?De heer Mooiman (PVV):De vraag is: ziet de Minister ook iets in dat soort maatregelen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 946 Minister Keijzer:Dit kabinet is al bezig geweest met de internationalisering van het hogeronderwijs. Dat heeft zijn vruchten al afgeworpen. Er zijn minder studentennaar Nederland gekomen. Daar zie je dus al effect. Ten aanzien vanmensen ... De heer Mooiman noemde Veldhoven en Eindhoven. Ik denkdat je heel voorzichtig moet zijn met de stelling poneren dat dat allemaalwel een beetje minder kan.Hetzelfde vind ik ten aanzien van de algemene stelling dat de arbeidsmi-gratie wel wat minder kan. De eerste groep draagt een van de, ofmisschien wel dé, best functionerende economische regio in Nederland,namelijk die rondom ASML. Het bouwen van woningen gebeurt voor eengroot gedeelte ook door arbeidsmigranten. Ik was gisteren met de Koningin Assen. Daar waren wij in een flat van vijftien verdiepingen. Een van devragen die ik daar stelde, was: hoe is het hier met de arbeidsmigranten?Nou, noem het maar op. Oekraïners, Spanjaarden, mensen uit Frankrijk;you name it, en ze liepen in de rondte. Als je op een gegeven moment zouzeggen dat dat moet stoppen, dan hebben we volgens mij een probleemin de woningbouw, in de wegenbouw, in de logistiek en in de horeca. Indie zin vind ik dat je je dat moet realiseren en de consequentie daarvanmoet dragen als je desalniettemin vindt dat al deze mensen hier niet meerwelkom zouden zijn.De voorzitter:De heer Mooiman, met zijn laatste interruptie. Daarbij doe ik het verzoekom het kort te houden, want we hebben nog maar elf minuten voor ditdebat.De heer Mooiman (PVV):Dat begrijp ik, maar in de eerste termijn ben ik spaarzaam geweest metinterrupties. Ik wil hierbij toch een verdiepingsslag maken. Ik heb hetnatuurlijk niet alleen over de Brainportregio. Ik heb het ook over stedenals Amsterdam en Den Haag, maar we zien het ook in Leidschendam–Voorburg, waar echt gigantische percentages van de nieuwe huurdersinternationals zijn. In Den Haag is dat meer dan de helft. Meer dan de helftvan de nieuwe huurders, alle huurders. Dat is echt gigantisch veel. Danmoet de Minister het toch met ons eens zijn dat we daarin wel enigeafremming nodig hebben, om ervoor te zorgen dat we die woningen ookbehouden voor Nederlandse woningzoekenden?Minister Keijzer:Op dat gebied vinden de heer Mooiman en ik elkaar. De gewoonte die wijaltijd gehad hebben in dit land ... Het maakt niet uit welk internationaalgezelschap zich wil vestigen in Nederland; realiseer je even dat daarmensen achter weg komen die allemaal gehuisvest moeten worden. In diezin was mijn collega van SZW, de heer Van Hijum, die nu niet langer mijncollega is, bezig met arbeidsmigratiebeleid. Dat is nu overgenomen doorde nieuwe Minister van SZW. Er wordt dus wel gewerkt aan een stukwaarin dit meegenomen wordt. De tijden van «kom maar binnen; hetmaakt niet uit, want we hebben toch een krimpende bevolking» liggenachter ons. Daar is de collega van SZW mee bezig.Voorzitter. Ik ga verder met de vraag van de NSC-fractie over het sturen opeen tekort van 2%. Dat doen wij. Met de woondeals hebben we ditdoorvertaald naar afspraken over concrete aantallen te bouwen woningenper provincie, per woningbouwregio en per gemeente. Via de Wet regiezorgen we dat dit ook niet meer vrijblijvend is. Ze krijgen de opdracht ditaantal te realiseren. Met de Nota Ruimte worden nu ook de woningbouw-locaties in de Nationale Omgevingsvisie vastgelegd. We monitoren meteen landelijke monitor de voortgang, zodat de plancapaciteit en derealisatie van woningen goed in de gaten worden gehouden. Dezerapportage ontvangt de Kamer twee keer per jaar. De laatste was in juni.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 947 Voorzitter. Dan heb ik nog de vraag over de huurteams. Het is belangrijkdat huurders hulp kunnen krijgen bij een huurmisstand. Gemeenten zijnmet de Wet goed verhuurderschap verantwoordelijk geworden voortoezicht hierop. Daar vallen ook te hoge huren onder door de link met deWet betaalbare huur. Gemeenten moeten een meldpunt hebben waarhuurders zich toe kunnen richten. Zo heb je dus in elke gemeente eenbasisvoorziening voor de bescherming en ondersteuning van huurders.De gemeente kan wel zelf het toezicht inrichten, bijvoorbeeld door dit zelfte doen, een huurteam op te zetten of samen te werken met de Huurcom-missie. Gemeenten kennen tenslotte hun eigen woningmarkt het best enhebben de middelen om dit te doen. Ik heb dus geen signalen dat dehuurteams aan het verdwijnen zijn.Voorzitter. Dan kom ik bij de hospitawet. Ik heb net al gezegd dat ik hetrapport heel snel voor advies naar de Raad van State zal sturen.Dan de vraag over de effectiviteit van KoopStart-instrumenten: zijn die welvindbaar en bruikbaar? Verschillende partijen bieden die instrumentenaan. In 2023 is een handreiking opgesteld die specifiek aandacht geeft aande voor- en nadelen van de verschillende instrumenten. Onderzoek vanABF laat zien dat dergelijke instrumenten juist kansen geven voorhuishoudens met lagere middeninkomens.Dan, voorzitter, de volstrekt open vraag van de heer De Hoop: waarom ikniks doe aan de problemen met stikstof en netcongestie. Tja, mijnwerkelijkheid is een andere. Mijn collega Femke Wiersma is bezig met allezaken die nodig zijn om ervoor te zorgen dat we van dat stikstofslot afkomen. En tegen iedereen die zegt «dat werkt niet», «dat gaat niet», «datzal niet», zeg ik: oké, wat is jouw idee dan? Want één ding staat vast: hethuidige wettelijke stelsel is compleet en volledig vastgelopen.Twee weken geleden heeft een rechter zelfs van de zogenaamde positieveweigeringen gezegd dat die ook door de passende beoordeling heenmoeten. Tja, dan houdt toch echt werkelijk alles op.Ten aanzien van netcongestie is mijn collega Sophie Hermans, de Ministervan KGG, bezig met het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Daarzitten ook allerlei maatregelen in: zorgen dat je snel nieuwe energievoor-zieningen bouwt; zorgen dat je kijkt of het bijvoorbeeld kan binnen debestaande ruimte die is gereserveerd voor bedrijven die deze misschienhelemaal niet meer nodig hebben, zodat je daar kunt opschonen; enbijvoorbeeld zorgen dat er netbewust wordt gebouwd. De afgelopenmaand heb ik als eerste het resultaat van het platform «Netbewustbouwen, dat kan» gelanceerd, met onder andere een menukaart metverschillende netbewuste maatregelen en de bijbehorende kosten.Voorzitter. Dan ben ik eigenlijk klaar, tenzij u per se wilt dat ik nog wat zegover een onderwerp dat hier helemaal niet aan de orde is vanwege denota van mevrouw Welzijn en dat is wat ik ga doen met het wetsvoorstelverbod voorrang statushouders. Maar het is al bijna 16.30 uur. Het is aanu, voorzitter. Ik wil wel, maar het zou een beetje raar zijn.De voorzitter:Nou, het is er wel over gegaan in eerste termijn. Maar ik zou dit willenvoorstellen. De interrupties zijn op van iedereen. Geeft u er een hele kortetoelichting op, echt heel kort.Minister Keijzer:Weet u, ik kan gewoon herhalen wat ik tegen de pers gezegd heb. Het isgoed zo? Oké. Nou, dan is het goed zo.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Maar dan een punt van orde, voorzitter. Wij hebben nadrukkelijk wel omeen reflectie gevraagd van de Minister en ook een aantal vragen gesteld,want de Minister heeft eigenlijk expliciet gezegd – tenminste, zo heb ikhaar woorden geïnterpreteerd – dat zij ondanks het advies van de RaadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 948 van State de wet zo gaat indienen. Nou, ik vind dat daar dan wel eenreflectie van de Minister bij past, als wij toch een debat met deze Ministerhebben.De voorzitter:De heer Mooiman?De heer Mooiman (PVV):Ik ben het om andere redenen inderdaad eens met wat de heer De Hoopzegt. Kijk, we hebben gewoon vragen gesteld. We moeten ook niet doenalsof migratie op de een of andere manier geen onderdeel is van dewoningcrisis of een toekomstige woningcrisis, zoals we die in deze notabehandelen. Het lijkt mij dus dat hier gewoon een antwoord op moetkomen, want anders hebben we in eerste termijn voor niks onze vragenhierover gesteld.De voorzitter:Ik ga de Minister vragen om een hele korte reactie te geven, maar echtheel kort, want ik wil iedereen ook nog in de gelegenheid stellen ommoties in te dienen.Minister Keijzer:Uiteraard met alle plezier, voorzitter. Er is aan mij gevraagd om eenreflectie op de Grondwet. Tja, ik heb hier vandaag een heleboel voorbijhoren komen. Dat iedereen een grondrecht heeft om te wonen. In onzeGrondwet staat opgenomen, in het hoofdstuk van de sociale grond-rechten, dat de volkshuisvesting behoort tot de zorg van de overheid. Datis iets anders dan dat je een juridisch recht hebt om te wonen. Vind ik,moreel gesproken, dat je een samenleving zou moeten willen zijn waariniedereen een dak boven zijn hoofd heeft? Ja, natuurlijk. Ja, natuurlijk. Zois het hetzelfde ten aanzien van de klassieke grondrechten. De klassiekegrondrechten, dat zijn geen wiskundige wetten. Die verhouden zich altijdten opzichte van elkaar. Bij grondrechten staat altijd opgesomd:«Behoudens eenieders verantwoordelijkheid volgens de wet». Datbetekent bijvoorbeeld dat het recht op vrijheid van godsdienst beperktwordt door het recht op vrijheid van meningsuiting. Dus iemand mag ietsnegatiefs zeggen over een godsdienst zonder dat iemand kan zeggen: «Ja,ho, wacht eens even ... Ik heb vrijheid van godsdienst.»De voorzitter:Goed. Dank u wel. Dan gaan we nu door naar de tweede termijn en is hetwoord aan mevrouw Postma van NSC.Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel. Omwille van de tijd wil ik de indiener hartelijk danken voorhaar antwoorden. Ik ga meteen beginnen. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat met de uitbreiding van het wettelijk instrumentarium deafgelopen jaren huurders op papier goed beschermd zouden moeten zijn;constaterende dat in verschillende gemeenten huurteams afgeschaaldworden of zelfs verdwijnen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 949 overwegende dat in verschillende gemeenten huurteams de drempelverlagen voor huurders om aanspraak te maken op hun rechten enbescherming;overwegende dat huurteams huurders aan de voorzijde al zouden kunnenbeschermen mits deze teams daartoe in staat gesteld worden;verzoekt de Minister om in te zetten op het behouden van huurteams enmet hen in gesprek te gaan om te verkennen wat er nodig is ombescherming ook te kunnen bieden voordat huurders de dupe worden vanmalafide verhuurders,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Postma, Welzijn, Vijlbrief, DeHoop, Grinwis en Beckerman.Zij krijgt nr. 5 (36 637).Mevrouw Postma (NSC):Mijn tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het fiscaal beleid afgelopen jaren het investerings-klimaat op de woonmarkt onaantrekkelijk gemaakt heeft;constaterende dat het woonbeleid erop gericht is 100.000 woningen perjaar te bouwen en dat er investeerders nodig zijn om dit te kunnenrealiseren;overwegende dat een toets aan de voorzijde van het wetstraject zoukunnen meten in hoeverre een fiscale beslissing de woondoelen in deweg zit en andersom;verzoekt de regering om voor de invoer van nieuwe wetgeving,regelingen en beleid een toets uit te laten voeren waarbij onderzochtwordt of fiscaal en woonbeleid hand in hand gaan of elkaar tegenwerken,en de bevindingen uit deze toets te rapporteren aan de Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Postma en Welzijn.Zij krijgt nr. 6 (36 637).Mevrouw Postma (NSC):Mijn laatste.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 950 gehoord de beraadslaging,constaterende dat starters op de woonmarkt moeilijk aan een woningkunnen komen;constaterende dat er verschillende middelen beschikbaar zijn om starterste ondersteunen in hun zoektocht naar een passende woning;overwegende dat een verkenning de effectiviteit van verschillendemiddelen zou kunnen toetsen en in beeld kan brengen in welke matestarters echt geholpen worden;verzoekt de regering om een verkenning uit te laten voeren naar:–de effectiviteit van de middelen die beschikbaar zijn voor starters op dewoningmarkt met als doel hen aan een betaalbare koopwoning tehelpen;–in welke mate deze middelen ook gevonden en gebruikt kunnenworden door de doelgroep;en bevindingen voor het einde van het jaar te rapporteren aan de Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Postma en Welzijn.Zij krijgt nr. 7 (36 637).Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we nu naar de heer Mooiman van de PVV. Die ziet af van zijntermijn. Dan de heer De Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik heb één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er een groot tekort aan betaalbare woningen inNederland is;constaterende dat woningbouwcorporaties wel meer nieuwbouwwo-ningen opleveren dan vorig jaar, maar nog veel meer zouden kunnen alszij niet bekneld werden door de winstbelasting (vpb) die oploopt naar 1,5miljard in 2027;overwegende dat afschaffing van de vpb bekostigd kan worden doorwinst van grondspeculanten af te romen middels een planbatenheffing,wat ook bijdraagt aan het verlagen van de grondprijzen;verzoekt de regering de winstbelasting voor woningbouwcorporaties af teschaffen en dit te dekken door invoering van een planbatenheffing,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 951 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden De Hoop en Beckerman.Zij krijgt nr. 8 (36 637).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ten slotte zou ik willen zeggen dat wij volgens mij vaak van meningverschillen met de Minister, maar dat wat mij betreft altijd in scherpte opinhoud doen. Ik hoop dat de Minister dat ook zo ervaren heeft. Dus in diezin denk ik dat daar geen probleem zit.De voorzitter:Goed, dank. De heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen moties, maar ik zou wel mijn hartelijkedank willen uitspreken voor de beantwoording van mevrouw Welzijn enook die van de Minister.De voorzitter:Goed. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik had wel wat moties voorbereid, maar die ga ik niet indienen.Ik dank collega Welzijn en de Minister voor hun beantwoording. Dank ookvoor de toezegging over het inzicht geven in het aandeel sociale huur, ofdat wel of niet nog verder gaat dalen en wat daar mogelijk aan te doen is.Dat gaan we zien.Ik heb nog een vraag. Wil de Minister toezeggen dat ze in ieder geval nuzo snel mogelijk die wet over hospitaverhuur als ook de wetswijzigingwaarmee de Nationale Prestatieafspraken worden verankerd naar deKamer stuurt? Daar had ik een motie op voorbereid, maar die hoef ik denkik niet in te dienen. Dat kan ook op deze manier.Op één aspect heb ik niet echt een antwoord gehad en dat is deaanpassing van de WWS-tabel. Ik weet dat de Minister een aantal anderewijzigingen heeft voorgelegd bij de Raad van State, maar de motie die ikheb ingediend bij de Wet betaalbare huur ging over de vraag of je dieindexatie van de WWS-tabel niet moet verruimen. Daar heb ik nog niethelemaal helderheid op, op wat de Minister daarop van plan is te doen.Wat ze wel herhaaldelijk in mijn richting heeft aangegeven in debatten, isdat ze dat begrijpt en daar positief over is en dat ze dit signaal ook vaakvan institutionele investeerders hoort.Dan een laatste punt.De voorzitter:Gaat u afronden, meneer Grinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Het laatste punt gaat over de statushouders, de wet en het dictum d. Iksnap wat de Minister zegt over ongrondwettelijk en gelijke uitkomstenversus gelijke kansen, een sociaaldemocratisch versus een liberaalprincipe. Het andere aspect is dat de gemeenten worden opgezadeld metiets wat onuitvoerbaar is. Kan de Minister daar nog op ingaan? Op welkemanier neemt ze dat mee in eventuele wijzigingen in het wetsvoorstel?De voorzitter:Goed, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is nog wel een ander aspect dat nu niet benoemd is in het advies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 952 De voorzitter:Goed. Dank aan de heer Grinwis. Ik neem even meteen het woord, alswoordvoerder. Dat scheelt tijd. Toch? Ja? Akkoord?Ik wil mevrouw Welzijn en ook de Minister hartelijk danken voor deuitgebreide beantwoording. Ik ben heel benieuwd naar de Nota Ruimtedie morgen uitkomt.Dan kijk ik ook meteen even naar de Minister. Hoelang heeft u nodig?Twee minuten? Dat is goed. Dan schorsen we een paar minuten en dankomt de appreciatie op de moties.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal. Het woord is aan de Minister.Minister Keijzer:Dank, voorzitter. Ik begin met te herhalen wat ik aan het begin van mijneerste termijn zei: dank aan mevrouw Welzijn en de medewerkers. Het zieter eenvoudig uit, het schrijven zo’n nota, maar dat is het niet. Daar gaatheel veel tijd in zitten. Mevrouw Welzijn kennende weet ik dat ze er metheel veel mensen over gesproken heeft.Ik heb een viertal moties. De eerste motie, de motie op stuk nr. 5, vanmevrouw Postma c.s. moet ik helaas ontraden. Zoals ik net verteld heb, isdit een taak van gemeenten. Gemeenten moeten zelf bepalen hoe zij deWet goed verhuurderschap uitvoeren, wat de beste manier is. Wat ik welkan toezeggen aan mevrouw Postma, is dat we eens in gesprek gaan metde Woonbond over of dit nou echt een veelvoorkomend probleem is en ofgemeenten het dan niet op een andere manier kunnen oplossen. Het gaatuiteraard over het doel: dat mensen goed beschermd worden tegenmalafide verhuurders en aanverwante artikelen.De voorzitter:Een korte verhelderende vraag.Mevrouw Postma (NSC):Dank aan de Minister. Het is niet de bedoeling dat het Rijk compleet deregie over huurteams vastpakt. Dat staat ook niet in de motie. Het gaatecht om het inzetten op het behoud van huurteams. Dat kan op verschil-lende manieren, dus de Minister mag ’m in die zin breder lezen. Als deMinister in gesprek gaat met de Woonbond, zou ik haar aanraden om datook met de huurteams te doen, vertegenwoordigers van verschillendehuurteams, want dit is echt wel een grotere casus dan dat.Minister Keijzer:Er staat toch echt in de motie: «in te zetten op het behoud vanhuurteams». Ik ben gewoon een klein beetje voorzichtig met dit ondermijn eigen verantwoordelijkheid scharen daar waar er nadrukkelijk in deWet goed verhuurderschap voor gekozen is om dit een verantwoorde-lijkheid te maken van de gemeenten. Maar ik ga het gesprek aan met deWoonbond hierover en zal ook aan hen vragen hoe zij hiernaar kijken. Ikheb geen overzicht van huurteams bijvoorbeeld. Dus dan moet ik weereen blik met ambtenaren opentrekken om iets te gaan doen wat eigenlijkeen gemeentelijke taak is. Dus ik blijf toch bij mijn oordeel.Dan heb ik de motie op stuk nr. 6, waarin mevrouw Postma en mevrouwWelzijn mij verzoeken om een fiscale toets in te voeren. Deze motie iseigenlijk overbodig, omdat we al op zo’n manier omgaan met fiscalewetgeving. We hebben al gesprekken met alle betrokkenen om te kijkenhoe het fiscale voorstel uitpakt voor mijn portefeuille in ieder geval. Als ikdie motie zo mag lezen dat dat daarbij aansluit, kan ik ’m wel oordeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 953 Kamer geven. Dan moet ik natuurlijk even weten wat mevrouw Postmadaarvan vindt.De voorzitter:Leg er een ei over, zou ik zeggen.Mevrouw Postma (NSC):Ja, leg er een ei over. Ja, dat is goed.De voorzitter:Oké. Dan krijgt de motie op stuk nr. 6 oordeel Kamer.Minister Keijzer:Dan heb ik de motie op stuk nr. 7, waarin ik verzocht word om eenverkenning uit te laten voeren naar de effectiviteit van de verschillendemiddelen om starters aan een huis te helpen. Deze motie is ontijdig. Ikheb net het koopfonds gelanceerd, het Nationaal Fonds BetaalbareKoopwoningen. Het is dus nu echt te vroeg om dat te beoordelen. Er komtop korte termijn wel een Kamerbrief met een update over hoe het ervoorstaat.Dan heb ik de motie op stuk nr. 8 van de heer De Hoop, waarin hijvoorstelt om de vennootschapsbelasting af te schaffen en dit te dekkendoor het invoeren van een planbatenheffing. Die dekking is ondeugdelijk.Ook hiervoor geldt trouwens – u heeft mij al vaker die woorden horenzeggen – dat als je planbaten wilt belasten, je al moet beginnen met devraag of er planbaten zijn. En als je dat al niet zeker weet – en dat is vaakook het probleem vanwege alle eisen die we in bouwplannen stoppen –dan vind ik de dekking om die 1,3 daarin te vinden, rooskleurig. Endaarmee is die ondeugdelijk.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Goed. Dank. Dan is het allerlaatste woord aan mevrouw Welzijn.Minister Keijzer:Voorzitter, excuus. Nou vergeet ik één ding. Als u mij toestaat ... Ik heb ooknog een paar vragen gehad van de heer Grinwis. Die ben ik helemaalvergeten. En ik moet u nog dit vertellen. Ik heb net over het rapport overhet investeringsklimaat gezegd dat u over twee weken het rapport krijgtmet daar al een kabinetsstandpunt bij. Maar dat volgt later. Ik denk dat hetgoed is om dat nog even te benadrukken.De vragen van de heer Grinwis. Van de hospitawet heb ik gezegd: spoedignaar de Raad van State. Het wetsvoorstel over het wettelijk verankerenvan de afspraken binnen de Nationale Prestatieafspraken: de internetcon-sultatie loopt nu. De aanpassingen van de Wet betaalbare huur komenheel snel in voorhang naar uw Kamer; deze week volgens mij nog. Ja,zeker deze week. En de motie-Grinwis over de indexatie van deWWS-tabel wil ik terug laten komen in een brief over de monitoring vande Wet betaalbare huur, voor het einde van het jaar.Dank u wel.De voorzitter:Goed. Dan gaan we nu echt naar het slotwoord van mevrouw Welzijn.Mevrouw Welzijn, aan u het woord.Mevrouw Welzijn (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het goed is dat we eindelijk met elkaareen fundamenteel gesprek hebben gehad over volkshuisvesting en dewoningmarkt. Ik hoop dat we goed met elkaar gemarkeerd hebben dat wetwee dingen te doen hebben. We hebben de huidige wooncrisis op teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 954 lossen, die gaat over 400.000 woningen die we acuut tekortkomen. Endaarna hebben we er nog 600.000 nodig. Dus de volgende wooncrisis ligtdan al op de loer.We hebben volgens mij ook met elkaar gezien dat het heel belangrijk isom te koesteren wat we hebben, om de sociale huurwoningen tekoesteren die we hebben, en om ervoor te zorgen dat datgene wat wehebben, ook goed gebruikt wordt, zodat we niet onnodig weer geldhoeven uit te geven om sociale huurwoningen te bouwen terwijl we zeeigenlijk gewoon al hebben. En we moeten denk ik ook met elkaar ervoorzorgen dat de wooncrisis niet iedere keer uit de bosjes gesprongen komt,hè. Dus we moeten dingen zien aankomen, we moeten erop sturen en wemoeten dan ook bijsturen. Daarom is het ook belangrijk dat we met elkaargezegd hebben dat daar rapportages voor zijn en dat we daar ookregelmatig met elkaar het gesprek over zullen hebben.Maar het allerbelangrijkste punt is dat woonbeleid en fiscaal beleid handin hand ontworpen worden. Als ik de Minister dan hoor zeggen «datgebeurt eigenlijk al», dan vraag ik mij toch echt af hoe wij er ooit opgekomen zijn om een overdrachtsbelasting van 10,4% te bedenken, enook nog gewoon uit te voeren. Volgens mij hebben we daar nog echt welwat puntjes op de i te zetten, dus ik vertrouw ook op de stem van deKamerleden om daar nog meer aandacht aan te geven.Verder wil ik benadrukken dat wonen ongelofelijk persoonlijk is. Het isongelofelijk belangrijk dat mensen daar autonoom een keuze in kunnenmaken, of ze willen kopen, of ze willen huren, of ze zelf willen bouwen, ofze zelf willen beheren, en dat wij als politiek ervoor zorgen dat dieautonome keuzes simpelweg gemaakt kunnen worden. Het is belangrijkdat we ons met elkaar ook realiseren dat woningbouw altijd een samen-werkingsvraagstuk is en dat we niet gaan kiezen waar je voor bent enwaar je tegen bent, maar dat we met elkaar de bereidheid hebben om tezeggen: volkshuisvesting en woningmarkt zijn twee kanten van dezelfdemedaille; we gaan samenwerken om dat allebei op een goede maniervorm te geven. Zo staat het in de Grondwet. Daar wordt alleen gesprokenover wonen, niet over segmenten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank aan mevrouw Welzijn. Ook dank aan de Minister. Dank aan allecommissieleden die hier vandaag aanwezig zijn.Dan resten mij de twee toezeggingen.−Over twee weken ontvangt de Kamer het onderzoek naar fiscaliteit enwoningbouwdoelstellingen en het investeringsklimaat. De kabinetsre-actie daarop volgt later.−De tweede toezegging. De Minister komt schriftelijk terug op de vraagvan het lid Grinwis over de aannames in het Trouw-artikel over dekrimp van het aandeel sociale huurwoningen.Dan merk ik nog op dat de stemmingen over de moties aanstaandedinsdag 30 september zijn.Dank! Ik sluit hierbij de vergadering.Sluiting 16.49 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 637, nr. 955
Gerelateerde bronnen
- Initiatiefnota van het lid Welzijn over een fundamentele kijk op volkshuisvesting en woningmarkt: Hoe wordt de volgende wooncrisis voorkomen? (Kamerstuk 36637)
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 25 september 2025, over de Initiatiefnota van het lid Welzijn over een fundamentele kijk op volkshuisvesting en woningmarkt: Hoe wordt de volgende wooncrisis voorkomen? (Kamerstuk 36637)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.