KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de brief “Reactie m.b.t. proeftijd van burgermedewerkers bij ministerie van Defensie en Unierecht”

29 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 51958e7b558c1bfa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Defensie (X) voor het jaar 2026Nr. 92 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Op 25 mei 2026 heeft de vaste commissie voor Defensie een briefontvangen van een burger over «Reactie m.b.t. proeftijd van burgermede-werkers bij Ministerie van Defensie en Unierecht». In de procedureverga-dering van 4 juni 2026 heeft de commissie besloten mijn reactie op dezebrief te willen ontvangen. Met deze brief geef ik invulling aan dit verzoek.Ik heb kennisgenomen van de door verzoeker naar voren gebrachtestandpunten. Verzoeker stelt onder meer dat de door Defensie gehan-teerde regelgeving en praktijk ten aanzien van een opgelegde proeftijd bijaanstelling van burgerpersoneel in strijd zou zijn met de Richtlijn (EU)2019/1152 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden,met gemaakte arbeidsvoorwaardenafspraken en met uitspraken die doormijn ambtsvoorganger in de Tweede Kamer zijn gedaan.Defensie herkent zich niet in het standpunt van verzoeker dat de geldenderegelgeving of uitvoeringspraktijk in strijd zou zijn met Richtlijn (EU)2019/1152. Op dit moment is dit vraagstuk onderwerp van lopendejuridische procedures. Het is aan de onafhankelijke rechter om hierover,voor zover aan de orde, een oordeel te geven. Ik wacht de uitkomst vandie procedure af. Om dezelfde reden kan ik niet inhoudelijk ingaan op deindividuele situatie van verzoeker.Ook de stelling van verzoeker dat Defensie zich niet zou houden aanafspraken uit het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 onderschrijf ikniet. Arbeidsvoorwaardenafspraken tussen werkgever en centrales vanoverheidspersoneel verkrijgen niet reeds door het sluiten van een akkoordzelfstandige rechtspositionele werking. Voor toepassing op individuelerechtsposities is vereist dat dergelijke afspraken, voor zover noodzakelijk,worden verwerkt in de daarvoor geldende regelgeving. Voor de door uaangehaalde afspraak geldt dat de uitwerking en vertaling daarvan in derechtspositionele regelgeving onderdeel uitmaakt van een lopend kst-36800-X-92ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 921 implementatietraject. Over de wijze waarop deze afspraak juridisch enuitvoerbaar wordt vormgegeven, vindt overleg plaats met de centralesvan overheidspersoneel. Zolang dit traject niet is afgerond en debenodigde regelgeving niet in werking is getreden, kan niet wordengeconcludeerd dat Defensie door toepassing van de thans geldenderegelgeving handelt in strijd met het arbeidsvoorwaardenakkoord2021–2023.Tenslotte kan ik mij ook niet vinden in het standpunt van verzoeker datmijn ambtsvoorganger tijdens het wetgevingsoverleg op 21 oktober 2026zou hebben gesuggereerd dat de proeftijdaanstelling niet meer wordtgehanteerd bij Defensie. Hij heeft uitsluitend de huidige mogelijkheden enpraktijk inzake de proeftijdaanstellingen benoemd en vervolgens meldinggemaakt van het nog lopende wetgevingstraject naar aanleiding van degemaakte afspraken in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 en hetoverleg dat daarover nog gaande is met de centrales van overheidsper-soneel.De Staatssecretaris van Defensie,D.G. BoswijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 922

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b023d4f70ab19c81

14 okt 2026 · 71de5d92a3998d89

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.