Stand van zaken moties en toezeggingen begrotingsbehandeling 2024
Brontekst
Versie 79fd328efde8da7f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARISSEN VANVOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 oktober 2024Hierbij sturen wij uw Kamer een stand van zaken van een divers aantalmoties en toezeggingen. Een aantal van deze moties en toezeggingworden met deze brief afgedaan. Ook worden met deze brief een aantalrapporten aangeboden.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. AgemaDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans kst-36600-XVI-17ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 171 Stand van zaken moties en toezeggingen Minister van Volksgezondheid, Welzijn en SportToezegging over de periodieke rapportage Geneesmiddelen, medischetechnologie en lichaamsmateriaalDe periodieke rapportage Geneesmiddelen, medische technologie enlichaamsmateriaal zal in afwijking van hetgeen de voormalig Minister vanVWS, onder het vorige kabinet, daarover heeft aangegeven, niet eind ditjaar worden opgeleverd, maar in de eerste helft van 2025.1 De periodiekerapportage moet antwoord geven op de vraag in welke mate de beleidsin-strumenten ten aanzien van de beschikbaarheid van geneesmiddelen,medische technologie en lichaamsmateriaal in zijn geheel doeltreffend endoelmatig zijn. Dit in relatie tot de bijdrage die ze leveren aan de toegan-kelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van deze zorg en ondersteuning.2De reden van de latere oplevering is dat de acute situatie rondomgeneesmiddeltekorten, in de eerste helft van 2024, maakte dat anderewerkzaamheden voorrang hebben gekregen. Inmiddels zijn de werkzaam-heden voor de periodieke rapportage hervat en wordt samen met eenprojectteam van VWS nadere invulling gegeven aan de taakopdracht.Toezegging over governance van de Regionaal Overleggen AcuteZorgketenDe Minister van VWS heeft u in de stand van zaken brief acute zorgtoegezegd uw Kamer te informeren over de uitkomsten van de verkenningnaar de governance van de Regionaal Overleggen Acute Zorgketen(ROAZ).3 De toezegging gaat over de verkenning naar de wijze waarop deROAZ’en de governance van dit overleg hebben ingericht en hoe partijenzich daartoe verhouden, zoals opgenomen in de beleidsagenda acute zorgvan 3 oktober 2022.4De verkenning bestond uit het uitzetten van een vragenlijst bij de ledenvan het bestuurlijk overleg Integraal Zorgakkoord (IZA), die zij met hunachterban konden delen. In het bestuurlijk overleg IZA van 3 juni 2024hebben de deelnemende partijen kennis genomen van de rapportage,bestaande uit een samenvatting van de inbreng op de vragenlijst.Daarnaast is het bestuurlijk overleg IZA een set afspraken overeenge-komen. Dat betreft enkele acties die moeten leiden tot meer duidelijkheidover de vertegenwoordiging en het mandaat van partijen in het ROAZ.Verder is er een afspraak gemaakt om de wijze van benoeming van eenvoorzitter van het ROAZ in een regio te verduidelijken. Bij deze brief zijnzowel de rapportage als de set afspraken bijgevoegd.Hiermee wordt deze toezegging van de Minister van VWS als afgedaanbeschouwd.Motie van het lid Paulusma over onderzoek naar de opbrengsten van hettegengaan van verspilling van medische productenDe motie van het lid Paulusma verzoekt de regering om onderzoek tedoen naar de opbrengsten van verduurzaming bij het tegengaan van1Kamerstukken II 2022/23, 36 410, nr. 2, p. 25.2Kamerstukken II 2023/24, 36 343, nr. 3.3Kamerstukken II 2023/24, 29 247, nr. 437.4Kamerstukken II 2023/24, 29 247, nr. 362.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 172 verspilling van medische producten, aangezien dit kan helpen omverduurzaming aantrekkelijker te maken.5Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM) blijkt dat een vermindering van verspilde medische productenhaalbaar is.6 Dit vraagt om het evalueren en waar nodig aanpassen vanprocessen en protocollen. Het onderzoek laat ook zien dat verspillingtegengaan in het begin meer moeite en tijd kost, waardoor de mogelijkewinst vaak niet op voorhand te kwantificeren is in bespaarde euro’s,vermeden zorgkosten of zorgafval, en verminderde milieu-impact. Het inbeeld brengen van de baten van het tegengaan van verspilling bij lopendeinitiatieven kan helpen om meer bewustwording van de omvang vanverspilling te creëren, en de sector breed te inspireren om op een anderemanier te gaan denken en te motiveren tot het aanpassen van processenen protocollen.In het onderzoek van het RIVM zijn vier initiatieven voor geneesmiddelenen vier voor medische hulpmiddelen uitgelicht. Voor geneesmiddelengaat het om initiatieven waarbij: (1) via een dashboard live geneesmid-delen gevolgd worden in het ziekenhuis, (2) thuis medicatie door patiëntin het ziekenhuis verder gebruikt wordt, (3) ongebruikte medicatie op deafdeling teruggenomen wordt in de voorraad van de ziekenhuisapotheek,en (4) de huisarts chronisch medicatiegebruik periodiek heroverweegt.Voor medische hulpmiddelen gaat het om initiatieven waarbij: (1) onnodiggebruik van celstofmatjes en afdekdoeken in de operatiekamer tegenwordt gegaan, (2) de gebruiksduur van infuusspuiten en -lijnen wordtverlengd, (3) de apotheek ongebruikte hulpmiddelen opnieuw uit kangeven, en (4) een herbruikbare variant van laryngoscopiebladen wordtingezet.Voor meer informatie over deze initiatieven verwijst de Minister van VWSuw Kamer naar het rapport van het RIVM. Met dit onderzoek is uitvoeringgegeven aan de motie Paulusma en wordt het als afgedaan beschouwd.Toezeggingen over maatregelen ten aanzien van (dure) medischetechnologieDe toenmalige Minister van VWS heeft in zijn brief van 4 maart 2022toegezegd uw Kamer einde van het tweede kwartaal 2024 een plan vanaanpak te sturen dat gericht is op het beheersen van de kosten voor duremedische technologie, of voor technologie met hoge budgettaire impact.7Daarnaast, heeft de toenmalige Minister van VWS in zijn brief van13 december 2022 toegezegd uw Kamer te informeren over de uitwerkingvan de maatregelen voor doelmatige inkoop van extramurale- enintramurale medische technologie.8Er wordt gekeken naar maatregelen die zijn te treffen binnen de bestaandewettelijke kaders, waarbij de focus zal liggen op extramurale hulpmid-delen. Om tijdig te kunnen signaleren en handelen is hier een belangrijkerol weggelegd voor het Zorginstituut. Uit het gesprek met het Zorgin-stituut is voortgekomen dat ook een gezamenlijk gesprek met dezorgverzekeraars wenselijk is. Hierbij zal worden gekeken naar casuïstiekover dure Medtech uit het verleden, of en welke aanvullende maatregelenwenselijk waren met betrekking tot inkoop en welke geleerde lessen we5Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 209.6https://www.rivm.nl/documenten/verspilling-van-medische-producten-in-zorg (20-09-2024).7Kamerstukken II 2022/23, 35 925 XVI, nr. 170.8Kamerstukken II 2022/23, 32 805, nr. 153.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 173 mee kunnen nemen voor toekomstige casussen. Het eerste gesprek staatgepland voor eind dit jaar.Voor het einde van het tweede kwartaal 2025 verwacht kan uw Kamer eenreactie over dit traject tegemoet zien.Motie van de leden Pouw-Verweij en Tielen over het doel van het IntegraalZorgakkoordDe motie van de leden Pouw-Verweij en Tielen roept de regering op bijiedere verandering in de zorg nadrukkelijk rekenschap te geven van devraag of passende zorg daadwerkelijk betekent dat de patiënt ofzorgvrager centraal staat.9De Minister van VWS geeft aan dat het doel van het Integraal Zorgakkoord(IZA) en van passende zorg is om de zorg breed toegankelijk, en vangoede kwaliteit, te houden voor alle patiënten en zorgvragers inNederland. Het belang van patiënten en zorgvragers staat daarbij altijdvoorop. In de mid-term review van het IZA kan uw Kamer zien dat er veelin gang is gezet, er eerste resultaten te zien zijn, maar dat er ook nog veelmoet gebeuren.10 In het brede zorg- en welzijnsakkoord, dat de Ministervan VWS voornemens is te sluiten, willen we vanuit VWS extra nadrukleggen op het belang van de patiënt of zorgvrager centraal stellen. DeMinister zal uw Kamer hierover uiterlijk begin 2025 informeren.Motie van lid Paulusma over een publiekscampagne over hoe de zorgwordt vormgegevenDe motie van lid Paulusma verzoekt de regering om in 2023 een publieks-campagne te houden waarin zij de burger meeneemt in hoe de zorg wordtvormgegeven en waarom.11In de verschillende trajecten zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA) en hetProgramma Wonen en Zorg voor Ouderen (WOZO) informeert VWS,samen met de zorgpartijen Nederlanders, over de veranderingen dienodig zijn om de zorg toekomstbestendig te maken. Daartoe organiseertVWS per zorgregio gesprekken met burgers, zorgprofessionals enbuurtinitiatiefnemers om voorbeelden te delen van die veranderingen. Devoorbeelden uit deze gesprekken worden via de media en sociale mediabreed in de regio’s gedeeld. De gesprekken richten zich vooral op mensenin een minder goede sociaal-economische positie, omdat zij vakergezondheidsproblemen hebben en vaker moeite hebben de toegang naarde zorg te vinden. Deze regionale gesprekken worden in 2025 voortgezeten uitgebreid.Daarnaast voert VWS de landelijke publiekscampagne «Praat Vandaagover Morgen», die mensen tussen de 50 en 70 jaar helpt het gesprek aante gaan hoe zij zich samen met hun naasten kunnen voorbereiden op hetouder worden. Daarbij speelt het organiseren van de juiste zorg eenbelangrijke rol. Deze publiekscampagne is begin 2024 van start gegaan enwordt uitgebreid met informatie voor mensen in een minder goedesociaal-economische positie.Hiermee wordt de motie als afgedaan beschouwd.9Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 87.10Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 852.11Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 186.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 174 Motie van de leden Tielen en Daniëlle Jansen over onderzoeken naar hetcontroleren van financiële stromen en eigenaarschap van zorgaanbiedersDe motie van de leden Tielen en Daniëlle Jansen, over het onderzoekenhoe nieuwe zorgaanbieders vooraf strenger gecontroleerd kunnen wordenop financiële stromen en eigenaarschap, loopt mee in het vervolg op deeerder gedane pilot effectieve screening nieuwe zorgaanbieders.12 DeMinister van VWS zal voor 31 maart 2025 de Kamer nader informerenover dit vervolg.Toezegging over de wet op bijzondere medische verrichtingenEr is eerder toegezegd dat uw Kamer een beleidsreactie zou ontvangen ophet advies van de Gezondheidsraad over de Wet op bijzondere medischeverrichtingen (Wbmv).13 In deze beleidsreactie zullen ook de lessen eninzichten uit de uitvoeringspraktijk van de afgelopen jaren wordenmeegenomen. De Minister van VWS is voornemens om deze brief voorhet eind van het jaar aan uw Kamer te sturen.Toezegging tot informeren over pilot KraamzorgDe toenmalige Minister van VWS heeft in het commissiedebat Pakket-beheer, van 17 juni 2020 (Kamerstuk 29 689, nr. 1073), toegezegd uwKamer te informeren over de uitkomsten van de pilot rond de eigenbijdrage kraamzorg.Alhoewel het Ministerie van VWS géén partner in deze pilot was, isnavraag gedaan. Daaruit blijkt dat de pilot in Rotterdam nooit is gestart.Wel is er in 2021 een pilot gestart in Zuid-Limburg. De initiatiefnemershiervan waren: Geboortezorg Limburg, programmabureau Trendbreuk(GGD Zuid-Limburg), zorgverzekeraars CZ en VGZ, JeugdgezondheidszorgZuid-Limburg en acht gemeenten. In die pilot kregen circa 150 gezinnen ineen (zeer) kwetsbare situatie vrijstelling van de wettelijke eigen bijdrage.Daarnaast ontvingen circa 100 (zeer) kwetsbare gezinnen extra hulp vaneen kraamverzorgende in de eerste 6 maanden na de geboorte van debaby.Bij deze informeert de Minister van VWS uw Kamer dat de pilot isafgerond. De factsheet met daarin de resultaten van de ProeftuinGeboortezorg Flex Zuid-Limburg is bijgevoegd bij deze Kamerbrief. Uitdeze factsheet blijkt dat, zowel de gezinnen in een kwetsbare situatie, alsde professionals die deel hebben genomen aan deze pilot, het kwijt-schelden van de eigen bijdrage, en het flexibel inzetten van de onder-steuning, als positief hebben ervaren.De Minister van VWS beschouwt hiermee de toezegging om uw Kamer teinformeren over de uitkomst van deze pilot als afgedaan.Motie van de leden Werner en Sahla over onderzoek naar het gratisaanbieden van mondzorg door studenten tandheelkundeDeze motie verzoekt de regering om de mogelijkheden voor het inzettenvan studenten tandheelkunde bij het leveren tandheelkundige zorg teverkennen, evenals het gratis aanbieden van mondzorg voor (met name)kinderen op deze wijze.1412Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 150.13Kamerstukken II 2021/22, 33 693, nr. 12.14Kamerstukken II 2021/22, 35 882, nr. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 175 De verwachting was dat uw Kamer in de kabinetsreactie op de instroom-adviezen van het Capaciteitsorgaan geïnformeerd zou worden over deuitvoering van de motie. De Minister van VWS heeft echter meer tijdnodig om, in afstemming met de Minister van OCW, beide punten van demotie uit te voeren. Uw Kamer zal naar verwachting in het derde kwartaalvan 2025 nader worden geïnformeerd hierover.Adviesrapport: «Is er voor de klinisch fysicus met de differentiatieaudiologie een noodzaak voor het publiekrechtelijke tuchtrechtHierbij biedt de Minister van VWS uw Kamer het adviesrapport «Is er voorde klinisch fysicus met de differentiatie audiologie een noodzaak voor hetpubliekrechtelijke tuchtrecht?» aan, dat is opgesteld door het ZorginstituutNederland (zie bijlage). Dit rapport is een nader advies op het rapport «Deklinisch fysicus in artikel 3 van de Wet BIG», waarover uw Kamer op25 augustus 2023 is geïnformeerd.15De reactie van de Minister van VWS op het adviesrapport volgt voor heteinde van dit jaar.Toezegging tot toesturen advies Gezondheidsraad over een toekomstbe-stendig toetsingskaderIn juni 2023 heeft de toenmalig Minister van VWS aan de Gezond-heidsraad (GR) gevraagd om advies uit te brengen over een toekomstbe-stendig toetsingskader, voor voorbehouden handelingen en nieuweberoepen. Onderdeel van de adviesaanvraag betreft het beleggen van deadviestaak, over nieuwe aanvragen bij een onafhankelijke raad.De GR heeft de Minister van VWS laten weten het advies in het voorjaarvan 2025 toe te sturen. Het is daarom de verwachting dat het advies in hetvoorjaar 2025 aan uw Kamer kan worden toegezonden in plaats van voorhet einde van dit jaar, zoals eerder aan uw Kamer gemeld.16Reactie op de initiatiefnota van het lid Sahla «Niemand laten vallen opweg naar inclusieve zorg»In het recente regeerprogramma (Kamerstuk 36 471, nr. 96) staat duidelijkdat het huidige kabinet daadkrachtig optreedt tegen discriminatie. Datgeldt ook voor discriminatie in de zorg en welzijn sector. De Minister vanVWS heeft dan ook met interesse de initiatiefnota «Niemand laten vallen:op weg naar inclusieve zorg» van het voormalige Kamerlid Sahla gelezen.Aan veel van de genoemde thema’s wordt hard gewerkt binnen hetministerie, via de VWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen.Mocht deze initiatiefnota worden overgenomen door een actief Kamerlidvan de D66-fractie, wat zou leiden tot een nota-overleg over de initia-tiefnota, dan hoort de Minister dat graag.Rapport ZZP-schap in de zorgHet aantal zzp-ers dat werkzaam is in de zorg- en welzijnssector is deafgelopen jaren toegenomen. Uit CBS-cijfers volgt dat het aantal zzp’ers indeze sector (smal)17 in 2023 is gestegen met 17.000, ten opzichte van het15Kamerstukken II 2023/24, 29 282, nr. 534.16Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 522.17Het betreft hier de sector zorg en welzijn exclusief kinderopvang. Volgens de CBS-definitie isdaarmee sprake van «zorg en welzijn smal».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 176 jaar daarvoor. Het aantal zzp’ers in de zorg stijgt daarmee tot 9% van hettotaal aantal werkenden.18Mogelijke effecten van deze verschuiving naar zelfstandigheid zijn een(nog) hogere werkdruk voor werkenden in vaste loondienst in de zorg enin sommige gevallen ook hogere loonkosten. De hogere werkdruk kanuitstroom uit de sector vergroten. Uiteindelijk gaat het om de zorgbetaalbaar en toegankelijk te houden en het kunnen voldoen aan dezorgplicht, welke met deze ontwikkeling mogelijk onder druk komt testaan.Vanwege de toenemende interesse voor zzp-schap in de zorg en welzijns-sector, rijst de vraag of de keuze voor zzp-schap weloverwogen kanworden gemaakt. Er is veel informatie over zzp-schap in de sectorbeschikbaar via verschillende kanalen, maar de vraag is of deze informatievolledig, relevant en vindbaar is.Het Ministerie van VWS heeft daarom een onderzoek laten uitvoeren naarhet huidig kennisniveau inzake rechten en plichten rondom zzp-schaponder werkgevers en werkenden (zowel werknemers als zzp’ers).Daarnaast is onderzocht welke informatiebronnen het meeste wordengeraadpleegd en welke drijfveren aan het besluit tot zzp-schap tengrondslag liggen.Dit onderzoek heeft geleid tot een rapportage met daarin de resultaten,inclusief aanbevelingen voor de informatievoorziening in verschillendestadia van het besluitvormingsproces van de zorgprofessional enwerkgever. Deze rapportage wordt met deze brief aan uw Kameraangeboden.Vanaf september 2024 worden de aanbevelingen uit het rapport doorge-voerd in de huidige informatievoorziening. Medio 2025 zal een effect-meting worden uitgevoerd. Tijdens het verbeteren van de informatievoor-ziening en de effectmeting, wordt samengewerkt met anderedepartementen, zoals SZW en de Belastingdienst.Toezegging over de inhoud van het jaarverslag van VWSDe toenmalige Minister van VWS heeft tijdens bij de begrotingsbehan-deling 2024 toegezegd in het jaarverslag en de begroting stil te staan bijde tastbare resultaten van evaluaties, het leereffect mee te nemen bij hetuitwerken van de Strategische Evaluatie Agenda in de begroting voor2024 en nader in te gaan op de stappen die nog gezet kunnen worden omhet zicht op de doeltreffendheid en doelmatigheid te versterken.19 Innavolging hiervan zijn de resultaten van uitgevoerde evaluaties uit deStrategische Evaluatie Agenda (SEA) in het jaarverslag 2023 specifiektoegelicht.20 De leervragen en inzichtbehoeftes die uit deze evaluatiesnaar voren zijn gekomen, zijn vervolgens verwerkt in de SEA alsonderdeel van de begroting 2024. Ook in de voorliggende VWS begrotingvoor 2025 worden de (voor)genomen acties naar aanleiding van resul-taten en getrokken leerlessen uit evaluatieonderzoek specifiek benoemd.Voor de verdere doorontwikkeling van de SEA worden voor de verschil-lende hoofdthema’s van deze agenda, dit jaar diverse verdiepingssessiesgeorganiseerd, met deelname van de collega’s vanuit het Ministerie vanFinanciën, gericht op de onderbouwing van de inzichtbehoeften voor deverschillende periodieke rapportages. Dit kan tot aanvullend onderzoekleiden om meer zicht te krijgen op de mate van doeltreffendheid endoelmatigheid van het gevoerde beleid. Deze resultaten worden verwerkt18https://azwstatline.cbs.nl/#/AZW/nl/dataset/24145NED/table?dl=9D348&ts=1721233652841(24-09-2024).19TZ202306-241.20Kamerstukken II 2023/24, 36 560 XVI, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 177 in de volgende versie van de SEA, welke in de begroting 2026 aan uwKamer wordt aangeboden.Toezegging tot onderzoek naar lerend evalueren binnen het Ministerie vanVWSHet aangekondigde onderzoek om te leren van de impact van VWSbeleidsevaluaties wordt uitgevoerd door Nederlandse Organisatie voorWetenschappelijk Onderzoek. Het gebruik van de VWS evaluaties wordtook vergeleken met de beleidsonderzoeken van de zorg in andere landen.Door het internationale karakter heeft de voorbereidingstijd meer tijdgekost dan eerder voorzien en worden de eerste resultaten in 2025verwacht.Toezegging over betaalbaarheid en toegankelijkheid van vaccins in hetmondiale ZuidenDe Minister voor Medische Zorg van het vorige kabinet, heeft uw Kamertijdens het commissiedebat Mondiale Gezondheidsstrategie, op 4 april2024 (Kamerstuk 36 180, nr. 101), toegezegd te informeren over hoebetaalbaarheid en toegankelijkheid van vaccins in het mondiale Zuidenwordt meegenomen in de toolkit voor Maatschappelijk VerantwoordLicentiëren.21De toolkit is een operationele uitwerking van de Tien Principes voorMaatschappelijk Verantwoord Licentiëren. Principe 9 is het principe datlicenties, waar mogelijk, ruimte bieden om markttoetreding of ontwik-keling in bepaalde landen te stimuleren of veilig te stellen: «Zo kanbijvoorbeeld worden vastgelegd dat producten te zijner tijd tegen eengereduceerd tarief (op basis van «kosten-plus») worden aangeboden inontwikkelende landen.» In de toolkit is dit geoperationaliseerd in hetartikel over «access for humanitarian purposes».Doorontwikkeling van de Principes en de toolkit vindt plaats onder regievan Universiteiten van Nederland (UNL) en NFU.De toezegging wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Staatssecre-taris Langdurige en Maatschappelijke ZorgToezegging te bezien of de wetswijzing waarmee zorgaanbiedersgegevens aan gemeenten of GGD kunnen verstrekken spoedig in werkingkan tredenHet is niet mogelijk om de wetswijziging waarmee zorgaanbiedersgegevens van onverzekerde patiënten aan gemeenten of GGD kunnenverstrekken, eerder in werking te laten treden. De verwachting is dat hetbetreffende wetsvoorstel in 2026 in werking treedt.De gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders en gemeenten of GGD-enheeft betrekking op de persoonsgegevens van onverzekerden, aan wiezorg is geleverd ten laste van de subsidieregeling medisch noodzakelijkezorg. Met de voorgestelde wijziging van de Wmo 2015 komt er eenjuridische grondslag, waarmee de mogelijkheid om deze gegevens tekunnen verstrekken (in het kader van bemoeizorg) wordt versterkt.Onderdeel van deze bemoeizorg is het in verzekering brengen van de21TZ202404-033.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 178 verzekeringsplichtige onverzekerde. De behoefte aan deze gegevensuit-wisseling, en de invulling daarvan, verschilt per gemeente. Het is nietmogelijk dat dit wetsartikel in een ander wetsvoorstel mee wordtgenomen. Dit zou vertraging opleveren voor een ander wetsvoorstel.Tevens is er geen sprake van spoed.Toezegging tot onderzoek naar keuze voor ongecontracteerde zorg inwijken met een lagere sociaal-economische statusTijdens het commissiedebat wijkverpleging van 11 mei 2023 (Kamerstuk23 235, nr. 223) is aan de toenmalig Minister van Langdurige Zorg enSport gevraagd te proberen inzichtelijk te maken wat de reden is dat inwijken met een lagere sociaal-economische status meer wordt gekozenvoor ongecontracteerde zorg.22De Monitor niet-gecontracteerde wijkverpleging 2016–2021 van Vektis,bevat in paragraaf 8.3 (Sociaal-economische status en stedelijkheid) eenaantal cijfers omtrent het gebruik van niet-gecontracteerde zorgaan-bieders door personen met een laag-econnomische status.23 Daarin isopgenomen dat de vraag of cliënten met een verschillende sociaal-economische status (SES) gebruik maken van gecontracteerde enniet-gecontracteerde zorg, niet exact te beantwoorden is. SES is namelijkniet op persoonsniveau beschikbaar, maar alleen op wijkniveau, aldusVektis. Hierdoor kan niet per persoon de SES bepaald worden en zal diepersoon de gemiddelde SES van de wijk waarin hij/zij woont krijgen.In wijken met de laagste SES wordt verhoudingsgewijs meerniet-gecontracteerde zorg geleverd dan in wijken met een hogere SES.Ook de wijken die vallen in de categorie met de hoogste SES tonen eenwat hoger aandeel niet-gecontracteerde zorg. Dit betreft de jaren 2020 en2021, waarbij uit de monitor blijkt dat er een lichte stijging naarniet-gecontracteerde zorg te zien is van 2020 naar 2021. Ook blijkt uit demonitor dat het aandeel niet-gecontracteerde zorg op basis van kosten hethoogste is in zeer sterk stedelijk gebied.Voor het overige zijn er geen gegevens bekend over waarom doormensen met een lagere sociaal-economische status wordt gekozen voorongecontracteerde zorg. Wel toont onderzoek van het Nivel aan dat vande bevolking van 18 jaar en ouder ongeveer een derde (35%) nietvoldoende gezondheidsvaardig is.24 Het verbeteren van de gezondheids-vaardigheden kan bijdragen aan het kunnen maken van een meerweloverwogen keuze tussen gecontracteerde en ongecontracteerdeaanbieders.Hiermee wordt de motie als afgedaan beschouwd.Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Staatssecre-taris Jeugd, Preventie en SportToezegging tot beleidsreactie op het rapport «Met de stroom mee: naareen duurzaam en adaptief stelsel van zorg»In juni 2023 heeft de toenmalig Minister van VWS uw Kamer het rapportvan de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving Met de stroom mee:naar een duurzaam en adaptief stelsel van zorg en ondersteuning22TZ202305-101.23Kamerstukken II 2022/23, 23 235, nr. 219, bijlage.24https://www.nivel.nl/nl/onderzoeksprogrammas/zorg-vanuit-patientenperspectief/dossier-gezondheidsvaardigheden (24-09-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 179 aangeboden. Tijdens het commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel, van21 juni 2023 (Kamerstuk 29 689, nr. 1224), is destijds toegezegd dat eenbeleidsreactie op het rapport zou volgen, voorafgaand aan de begrotings-behandeling 2024 van het Ministerie van VWS.25 Een reactie op hetrapport is daarna uitgesteld in verband met de demissionaire status vanhet kabinet indertijd. Een beleidsreactie op het rapport zal nu volgen voorhet einde van dit jaar.Toezegging over de voortgang van het openbaarmakingsproces van detotale verzameling van COVID-19 gerelateerde chatconversatiesZoals toegezegd in de brief 15 december 2022, informeert de Minister vanVWS uw Kamer hierbij over de stand van zaken van het openbaarma-kingsproces van COVID-19 gerelateerde chatconversaties in het kader vande Woo.26De programmadirectie Openbaarheid heeft een projectteam dat zichspecifiek richt op het beoordelen van chat- en sms-berichten. Dit is eenzeer omvangrijk proces. Bij de afhandeling van een Woo-verzoek gerichtop chat- en sms-berichten worden deze berichten namelijk – alvorensafhandeling – eerst gereed gemaakt. De inzet van – door VWS ontwikkelde– technologie zorgt voor een ontdubbeling van berichten en bijlagen inchatconversaties. Ook worden berichten initieel beoordeeld opniet-bestuurlijke informatie.27 Dit gereedmakingsproces is bijna afgerond.Hierdoor wordt er veel tijd bespaard bij de beoordeling van deze berichtenwaardoor VWS verwacht meer Woo-verzoeken naar chat- ensms-berichten af te kunnen handelen. Het ministerie werkt hard om hetproces van afhandeling van Woo-verzoeken naar chatconversaties zoefficiënt mogelijk te laten verlopen met als doel verzoekers snel tevoorzien in hun informatiebehoefte.Naar aanleiding van een aantal Woo-verzoeken zijn er op 8 augustus en9 september jl. chat- en sms-berichten openbaar gemaakt.28, 29Met deze inbreng wordt de toezegging als voldaan beschouwd.Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg en Staatssecretaris Jeugd,Preventie en SportVoorstel om het commissiedebat Integraal Zorgakkoord te verzettenNaar aanleiding van het nieuwe regeerakkoord wordt de komendemaanden met de veldpartijen gesproken over het brede Zorg- enWelzijnsakkoord. De bewindspersonen van VWS streven ernaar om ditvervolgakkoord zo snel mogelijk te sluiten, bij voorkeur voor het eind vandit jaar. Het verzoek is om het commissiedebat uit te stellen naar beginvolgend jaar, zodat de bewindspersonen hierover in debat kunnen met uwKamer.25TZ202308-010.26Kamerstukken II 2022/23, 32 805, nr. 154.27Woo-instructie, hoofdstuk 3.1.II (rijksoverheid.nl).28https://open.minvws.nl/dossier/VWS-WOO/3352549-1027737-wjz (23-09-2024).29https://open.minvws.nl/dossier/VWS-WOO/3940801-1069881-pdo (23-09-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1710 Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke ZorgMotie Van den Berg en Van den Hil over onderzoek naar mogelijkheid ommeer informatie te verstrekken bij gedwongen zorgDe motie Van den Berg en Van den Hil verzoekt de regering in de evaluatievan de Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) in hetkader van het medisch beroepsgeheim expliciet te onderzoeken of eenrechtsgrond in de Wvggz en de Wzd om meer informatie te kunnenverstrekken tot de wettelijke mogelijkheden moet behoren, en de Kamerbij de evaluatie te adviseren over hoe dit zou kunnen.30 Het gaat hierbijspecifiek om situaties, zoals overmacht of een conflict van plichten.In de evaluatie van beide wetten zijn een tweetal aanbevelingen hierovergedaan, te weten aanbeveling 4 over vereenvoudiging van de uitvoer-baarheid van wetgeving, en de daarbij horende momenten van gegevens-uitwisseling, en aanbeveling 27 over het uitvoeren van de stappen, zoalsbeschreven in de Wzd, en daarbij benodigde gegevensuitwisseling tussendegenen die daarbij op grond van de wet betrokken zijn.31 In de beleidsre-actie van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport, onder het vorigekabinet, is aangekondigd dat de aanbevelingen worden uitgewerkt inwetgeving.32 Het wetsvoorstel wordt naar verwachting in de loop van2025 ingediend.Met bovenstaande is invulling gegeven aan de motie van de leden Vanden Berg en Van den Hil en wordt het met de indiening van hetwetsvoorstel bij de Tweede Kamer als afgedaan beschouwd.Motie van de leden van den Hil en Agema over de inzet van case-management dementieDe motie van de leden Van den Hil en Agema verzoekt de regering deinzet van casemanagement dementie (vanaf het moment van hetvermoeden van dementie tot aan het overlijden) door te rekenen (in gelden in fte’s) en na te gaan onder welke voorwaarden onafhankelijkcasemanagement dementie gestimuleerd kan worden.33In navolging daarvan heeft VWS een onderzoeksbureau verzocht om demaatschappelijke baten, personele inzet en de financiële kosten voor deinzet van casemanagement dementie door te rekenen. De Staatssecretarisvan Langdurige en Maatschappelijk Zorg zal uw Kamer uiterlijk 30 januari2025 nader informeren over de uitvoering van deze motie en vervolg-stappen.Motie van het lid Westerveld over passende woonvoorzieningen voormensen met indicatie voor Wlz-ggz-zorgDe motie van lid Westerveld verzoekt de regering om vanuit verschillendewerkagenda’s en samen met zorgkantoren en gemeenten een noodplan temaken met het doel mensen met een indicatie voor Wlz-ggz-zorg eenpassende woonvoorziening met langdurige zorg te bieden.34Op dit moment werken landelijke partijen gezamenlijk aan eenwerkagenda voor mensen met een psychische aandoening en een30Kamerstukken II 2020/21, 35 667, nr. 26.31Kamerstukken II 2022/23, 25 424, nr. 622.32Kamerstukken II 2022/23, 25 424, nr. 648.33Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 111.34Kamerstukken II 2023/24, 29 325, nr. 161.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1711 langdurige, intensieve zorgvraag. In de uitwerking van de acties wordtspecifiek aandacht besteed aan deze doelgroep. Daarnaast wordt waarnodig de verbinding gezocht met andere trajecten en werkagenda’s, zoalsde werkagenda reguliere en forensische zorg. Zodra de werkagendagereed is wordt deze gedeeld met de Tweede Kamer, dit is naarverwachting in het eerste kwartaal van 2025.Toezeggingen met betrekking tot de pilot Toerusting budgethouders WlzHierbij informeert de Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg uw Kamer over de resultaten van de pilot Toerusting kandidaat-budgethouders van Zilveren Kruis en Per Saldo. De eindrapportage wordtals bijlage bij deze brief aangeboden.In de pilot boden Zilveren Kruis en Per Saldo extra voorlichting enondersteuning aan kandidaat Wlz-budgethouders en/of hun vertegen-woordigers. Die voorlichting en ondersteuning richtte zich op hetkeuzeproces voor een passende leveringsvorm: pgb of zorg in natura. Zowilden Zilveren Kruis en Per Saldo cliënten beter toerusten voor eenweloverwogen keuze. Daarnaast beoogde de ondersteuning envoorlichting om het beheer van het pgb door de cliënt en/of vertegen-woordiger te verbeteren.Met vragenlijsten zijn de ervaringen van de deelnemers onderzocht.Vanwege een lagere respons dan verwacht vraagt interpretatie van deresultaten wel enige voorzichtigheid. Toch biedt de pilot enkele inzichtenvoor beleid. In de fase van het aanvragen is er een duidelijke behoefte aanadvies en ondersteuning. De kennis over het pgb neemt toe na hetbewuste keuze gesprek. Cliënten die zorg ontvangen geven aan tevredente zijn met hun keuze voor het pgb. Cliënten en/of vertegenwoordigerservaren geen problemen bij het beheren van een pgb en schrijven datdeels toe aan de hulp van Per Saldo. Opvallend is wel dat Per Saldo ingesprekken merkte dat deelnemers minder diepgaande pgb kennisbezitten dan zij zelf dachten en hiermee «onbewust onbekwaam» zijn.Ook verkrijgen veel deelnemers informatie over het pgb bij hun zorgver-lener wat kan zorgen voor gekleurde of onvolledige informatie. Het isdaarom belangrijk dat budgethouders de weg naar gedetailleerdeinformatie en voorlichting van een onafhankelijke organisatie als PerSaldo weten te vinden. Per Saldo bekijkt met zorgkantoren waar betereverwijzing naar hun aanbod mogelijk is.Tot slot concludeert Zilveren Kruis dat een groot deel (ca. de helft) van dedeelnemers voorafgaand aan de Wlz-indicatie informatie opvroeg bij eenonafhankelijk cliëntondersteuner.Zilveren Kruis werkt uit hoe zij als zorgkantoor een grotere rol kan spelenom in een vroeg stadium aan deze informatiebehoefte te voldoen.Zilveren Kruis en Per Saldo delen hun bevindingen en vervolgstappen uitdeze pilot met andere zorgkantoren.Met bovenstaande is invulling gegeven aan de toezeggingen en wordenze als voldaan beschouwd.Toezegging tot informeren over vervolgstappen n.a.v. rapport overlijkschouw in de langdurige zorgMet de betrokken beroepsverenigingen, dit betreft de KNMG, Verenso,V&VN en de NAPA, zijn gesprekken gevoerd over mogelijke pilots om delijkschouw in verpleeghuizen ook uit te laten voeren door verpleegkundigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1712 specialisten en physician assistents. Deze gesprekken hebben vooralsnogniet geleid tot overeenstemming tussen de betrokken beroepsvereni-gingen over de voorwaarden voor invulling van de pilots. In het najaarwordt een ronde tafelgesprek met experts uit de praktijk georganiseerd.Met deze stand van zaken wordt de toezegging als afgedaan beschouwd.Toezegging tot het toesturen van de monitor over de resultaten van debeleidsmaatregelen uit het programma Wonen, Ondersteuning en Zorgvoor OuderenZoals toegezegd in de Voortgangsbrief Wonen, Ondersteuning en Zorgvoor Ouderen (WOZO), ontvangt uw Kamer hierbij de monitor van debeleidsmaatregelen van het programma WOZO.35Deze monitor bevat de kwantitatieve resultaten van beleidsmaatregelenen de kwalitatieve duiding daarvan. De monitor is door een extern bureauopgesteld en tot stand gekomen in een samenwerking met veldpartijen.De kwantitatieve gegevens zijn geduid tijdens duidingssessies met VWSen de afgevaardigden van relevante veldpartijen (waaronder ActiZ, PCOB,Verenso, Vilans, VNG, ZonMw en ZN). De monitor heeft een tweeledigdoel: inzicht geven in de voortgang van de beleidsmaatregelen en hetbieden van sturingsinformatie. De uitkomsten van deze monitor heeft deStaatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg besproken metde partijen uit de regiegroep WOZO. De partijen hebben waarderinguitgesproken voor de opgezette monitor en hebben waardevolle inputgegeven voor de verdere ontwikkeling van deze monitor, zoals hetversterken van sturingsmogelijkheden. De aanbevelingen die in demonitor worden gegeven, worden door de regiegroep meegenomen in deverdere uitvoering van het programma.Aangezien nog niet alle voorgenomen beleidsmaatregelen uit hetprogramma geëffectueerd zijn, is het nog niet mogelijk om over alleuitkomsten te rapporteren. De monitor bevat daarom de gegevens van zesmaatregelen. Volgende versies van deze monitor worden gecomplemen-teerd met maatregelen waarvan de data op dat moment beschikbaar is.De volgende versie van deze monitor ontvangt uw Kamer voor het eindevan het jaar, als onderdeel van de Voortgangsbrief WOZO.Staatssecretaris Jeugd, Preventie en SportToezegging over derde Landelijke Agenda SuïcidepreventieIn de brief stand van zaken van moties en toezeggingen begrotingsbehan-deling 2024 van 17 januari 2024 is toegezegd, dat voor de zomer 2024, uwKamer geïnformeerd wordt over de voortgang van de derde LandelijkeAgenda Suïcidepreventie.36Voor de zomer is de Wet integrale suïcidepreventie in de Tweede Kamerbehandeld en op 21 juni 2024 gepubliceerd in het Staatsblad.37 In devoorgangsrapportage derde landelijke agenda zal ook worden ingegaanop de laatste ontwikkelingen rondom de implementatie van deze wet. Devoortgangsrapportage zal daarom uiterlijk rond de jaarwisseling naar deTweede Kamer worden gestuurd.35Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 126.36Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 35.37Stb. 2024, nr. 189.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1713 Rapport «Op onze gezondheid» van de Raad van Volksgezondheid enSamenlevingOp 23 mei 2023 is het advies van de Raad van Volksgezondheid enSamenleving (RVS), «Op onze gezondheid», over de inrichting van hetstelsel voor de publieke gezondheidzorg, aangeboden aan de TweedeKamer.38 In antwoord op Kamervragen van het lid Van Esch (PvdD), overgezondheidsdoelen in de wet opnemen, van 28 augustus 2023, isaangegeven dat de reactie op het advies van de RVS, aan het volgendkabinet zal worden overgelaten.39Op dit moment is de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport metveldpartijen in gesprek over de toekomst van de publieke gezondheid. Deinzichten die daar uitkomen, kunnen worden gebruikt voor verderebeleidsvorming rondom dit thema. De Staatssecretaris zal uw Kamer einddit jaar informeren met een kabinetsreactie. Daarbij zal er specifiekworden ingegaan op de aanbeveling over een gezondheidscommissaris.Toezegging over extra anticonceptiecounseling in de abortuskliniekenvoor vrouwen in een kwetsbare positieSinds juli 2023 hebben abortusklinieken, als proef, de mogelijkheid omextra tijd te besteden aan anticonceptiecounseling voor een deel van huncliëntengroep. Deze tijdelijke maatregel is onderdeel van de Aanpakonbedoelde en ongewenste zwangerschap en dient een preventief doel,namelijk het voorkomen van een (nieuwe) onbedoelde zwangerschap.Abortusprofessionals en cliënten hebben laten weten dat tevreden te zijn.De eindevaluatie van het RIVM met de cijfers over hoeveel vrouwenkiezen voor anticonceptie en welke anticonceptie zij besluiten te gebruikenvolgt in het voorjaar van 2025.De Staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport heeft besloten demaatregel te verlengen voor de duur van 1 jaar (waardoor de maatregeldoorloopt tot en met 31 december 2025). Artikel 4.k van de subsidiere-geling abortusklinieken wordt daartoe aangepast.40 In het voorjaar van2025 zal, op basis van de eindevaluatie van het RIVM, worden besloten ofde extra anticonceptiecounseling een structureel onderdeel wordt van desubsidieregeling abortusklinieken.Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd in de eerstvolgende voortgangs-rapportage van de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwangerschap, diein april 2025 verschijnt.Amendement Van den Berg en Veldman over het opstarten van een pilotvoor een landelijk toetsingskader voor gezondheidsappsHet amendement van de leden Van den Berg en Veldman is gericht op hetbeschikbaar stellen van middelen voor het ontwikkelen voor eenkeuzehulp voor burgers en hulpverleners om op een gemakkelijke maniergebruik te maken van getoetste en betrouwbare gezondheidsapps. Deresultaten van de pilot worden beschreven in een rapport door NeLL.Het rapport is afgerond en opgeleverd door NeLL. Dit jaar komt eenKamerbrief en wordt ook het rapport gedeeld met de Kamer. Hierin38Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 693.39Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 3443.40https://wetten.overheid.nl/BWBR0035433/2024-01-01 (24-09-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1714 worden ook nieuwe ontwikkelingen in het zorgveld, bijvoorbeeld hetdigitaliseringstraject uit IZA meegenomen.Toezegging tot informeren over gesprekken met het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van BinnenlandseZaken en de Reclame Code Commissie over anticonceptieverhalen opsociale mediaDe Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport en zijn ambtsvoor-ganger hebben het afgelopen jaar met de Ministeries van OCW en BZK ende Reclame Code Commissie gesprekken gevoerd over desinformatie.Over deze gesprekken is aan uw Kamer toegezegd dat zij er een terugkop-peling van zullen ontvangen.41Er is nu een beeld van wat er gebeurt op het terrein van desinformatie,ook bij andere ministeries. Het Ministerie van OCW is nauw verbondenmet Europese mediawetgeving, zoals de herziene audiovisuele media-dienstenrichtlijn (AVMSD), die de EU-brede coördinatie van nationalewetgeving voor audiovisuele media regelt. Het Commissariaat voor deMedia, dat onder het Ministerie van OCW valt, houdt toezicht op audiovi-suele media, grote online platforms en influencers met meer dan 500.000volgers. Het Ministerie van BZK leidt de Rijksbrede strategie tegendesinformatie, met speciale aandacht voor volksgezondheid om deze tebeschermen tegen schadelijke desinformatie. De Reclame CodeCommissie (RCC) toetst of reclame-uitingen voldoen aan de NederlandseReclame Code en biedt influencers een certificaat na het volgen van eene-module over reclameregels.In de gesprekken is verkend hoe de verspreiding van desinformatie overanticonceptie kan worden tegengaan. Mensen staan echter vrij omverhalen over hun ervaringen met anticonceptie te delen op socialemedia. Het is niet wenselijk dat de overheid zich hierin mengt. Dit kan ookniet vanwege het recht op vrijheid van meningsuiting. Het blijft daarombelangrijk om in te zetten op toegankelijke en betrouwbare informatieover anticonceptie, zowel over hormonale anticonceptie als over anderemethoden zoals de vruchtbare dagen methode (ook wel «natuurlijkemethoden» genoemd), zodat mensen een geïnformeerde keuze kunnenmaken over een anticonceptiemethode die bij hen past.De Staatssecretaris zal uw Kamer in april 2025 met de Voortgangsrap-portage Aanpak Onbedoelde Zwangerschap informeren hoe de onafhan-kelijke informatievoorziening over anticonceptiemethoden versterkt kanworden om misinformatie en desinformatie over anticonceptie tegen tegaan.De toezegging wordt hiermee als voldaan beschouwd.Motie van het lid Paulusma over de structurele organisatie van deconsultatiefunctie door Expertisecentrum EuthanasieDe motie van het lid Paulusma verzoekt de regering om kennis enexpertise te bevorderen bij zorgprofessionals door te onderzoeken hoe deconsultatiefunctie door Expertisecentrum Euthanasie (EE) structureel kanworden georganiseerd.42In de kabinetsreactie op de vierde evaluatie van de Wet toetsing levensbe-ëindiging, op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl), heeft het kabinet41TZ202310-099.42Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1715 aangegeven het belang van beschikbaarheid van adequate advisering, enondersteuning voor artsen bij complexe verzoeken, te onderschrijven.43Hierbij is allereerst een rol weggelegd voor SCEN-artsen.44 Daarnaastvoorziet de consultatiefunctie van EE in een duidelijke behoefte.Het kabinet heeft aangegeven dat de meest geëigende vorm vanfinanciering van de consultatiefunctie van EE via de Zorgverzekeringswetis en dat EE nog met de vier grote zorgverzekeraars in gesprek was overde mogelijkheden hiertoe. Inmiddels heeft EE met de vier grote zorgverze-keraars afspraken kunnen maken over de financiering van de consultatie-functie. Het betreft een pilot voor de periode van anderhalf jaar. De pilot is1 juli 2024 van start gegaan en wordt ieder halfjaar geëvalueerd.Toezeggingen over het delen van een overzicht van wetsvoorstellen opmedisch-ethisch vlak en over het wetsvoorstel tot wijziging van deEmbryowet en het Wetvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaalIn medisch-ethische wetgeving op het gebied van abortus, embryo-onderzoek en euthanasie is één wijziging voorzien, namelijk een wijzigingvan de Embryowet. Het vorige kabinet is gestart met deze wijziging naaraanleiding van de derde evaluatie van deze wet. De evaluatie weesnamelijk uit dat het doel van de wet (een balans treffen tussen debeschermwaardigheid van beginnend menselijk leven en anderebelangen, zoals medisch wetenschappelijk onderzoek) steeds minderwordt bereikt. In de evaluatie werd benadrukt dat wetgeving moet wordentoegerust op nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen die nog nietbestonden toen de huidige wet tot stand kwam. Met de wijziging wordenbepaalde nieuwe wetenschappelijke mogelijkheden onder de reikwijdtevan de Embryowet gebracht. Hierdoor wordt voorkomen dat bij onderzoekmet embryo’s een grijs gebied ontstaat waarin zowel de wetenschappe-lijke vooruitgang als de beschermwaardigheid van beginnend leven in hetgeding kan komen. Het kabinet heeft toegezegd om dit wetsvoorstel in heteerste kwartaal van 2024 naar uw Kamer te sturen.45 Het wetsvoorstel totwijziging van de Embryowet heeft inmiddels de benodigde (uitvoerings-)toetsen doorlopen en is in internetconsultatie geweest. Ook de Raad vanState heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel. Dit advies wordtmomenteel verwerkt. De Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sportstreeft er naar het wetsvoorstel in het laatste kwartaal van 2024 naar uwKamer sturen.Daarnaast werkt het kabinet aan een tweede nota van wijziging bij hetWetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal, dat momenteel bij uwKamer aanhangig is. Bij de brief van 15 januari jl. is uw Kamer geïnfor-meerd, dat het in de eerste helft van 2024 zou worden geïnformeerd overde invulling van dit wetsvoorstel en dat het wetsvoorstel vervolgensvoorgelegd zou worden aan de Afdeling advisering van de Raad vanState.46 Het wetsvoorstel is in juli 2024 in internetconsultatie gegaan, endeze is daarmee openbaar.47 Het voornemen is eind 2024 hetwetsvoorstel, na aanpassingen op basis van de internetconsultatie, voorte leggen aan de Afdeling advisering van de Raad van State.Tot slot zal het kabinet naar aanleiding van een wetsevaluatie mogelijkkomen met een wijziging van de Wet medisch-wetenschappelijkonderzoek met mensen.43Kamerstukken II 2023/24, 31 036, nr. 12.44SCEN = Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland.45Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XVI, nr. 170.46Kamerstukken II 2023/24, 35 844, nr. 11.47www.internetconsultatie.nl/wijzigingwetzeggenschaplichaamsmateriaal/b1 (24-09-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1716 Toezegging over online drugspreventieDe Staatssecretaris van VWS, onder het vorige kabinet, heeft in hetcommissiedebat drugspreventie en verslavingszorg, van 29 maart 2023(Kamerstuk 24 077, nr. 524), uw Kamer toegezegd te informeren over deaanbevelingen rondom het online verkopen van drugs, op hetVWS-gedeelte, en daarbij in te gaan op het aspect van preventie encriminaliteit.48Ter uitvoering van de motie Bikker cs. heeft het Trimbos-instituut in 2022op verzoek van de toenmalige Staatssecretaris van VWS een onderzoekuitgevoerd naar het gebruik van online kanalen, om drugs te kopen enmet preventieve voorstellen te komen, om dit aanbod terug te dringen.49Het rapport is in maart 2023 naar de Tweede Kamer gezonden.50 Hieruitblijkt kort dat de meeste jongeren wel online contact hebben met eendealer – meestal via Whatsapp waar ook bestellijsten gedeeld worden –,maar de drugs eerder «live» via een dealer of vrienden kopen, dan via eenonline bestelling. In het rapport heeft het Trimbos-instituut tevens in kaartgebracht wat het huidige online preventieaanbod is en welke aanbeve-lingen zij op dat terrein doen. Een belangrijke aanbeveling ten aanzien vande verbetering van het online preventieaanbod is het verbreden van deonline aanwezigheid van preventie.Het Trimbos-instituut is daarop vorig jaar verzocht een voorstel uit tewerken om inzichtelijk te krijgen waar en hoe jongeren in contact komenmet online drugsuitingen en welk effect deze op hen hebben. Een panelvan 73 jongeren tussen de 16 en 18 jaar heeft vier dagen lang bijge-houden hoe vaak en via welke sociale mediakanalen zij drugsgerelateerdecontent zagen en wat de aard ervan was. Het ging om posts met afbeel-dingen, video’s of tekst over drugs. Op Instagram werden de meestebeelden aangetroffen van de in totaal 203 meldingen die de jongerenhebben gedaan. Bij de helft van de meldingen was sprake van zichtbaardrugsgebruik of dat het leek of iemand onder invloed was. Er werden 10meldingen gemaakt van posts waarin drugs werden aangeboden (om tekopen). Veel deelnemers gaven aan meer drugsgerelateerde beelden tehebben verwacht. Positief is dat de meerderheid aangaf dat de bloot-stelling aan deze beelden niet had geleid tot interesse om zelf drugs tegaan gebruiken.Naast dit onderzoek heeft het Trimbos-instituut dit voorjaar een pilotgedaan van een online preventiecampagne, door video’s met preventie-boodschappen over drugs te verspreiden op het social media platformTikTok, dat vooral onder jongeren populair is. Deze campagne behaaldeeen groot bereik, de video’s werden meer dan 1,5 miljoen bekeken. Vooraleen straatinterview waarin werd besproken of 3-MMC verslavend is,leverde veel interactie op. Het gebruik van TikTok lijkt dus een goedeingang te kunnen zijn om jongeren te bereiken met preventiebood-schappen. Een groot jong publiek kan worden bereikt met het communi-ceren over de risico’s van drugsgebruik, wat kan bijdragen aan het zoveelmogelijk voorkomen, dan wel verminderen van drugsgebruik. Ook kan desociale norm en risicoperceptie worden beïnvloed. Daarop zijn extramiddelen vrijgemaakt om deze innovatieve aanpak toe te spitsen op dedrug 3-MMC. Vanwege de aanhoudende vraag naar deze drug, door metname uitgaande jongeren, is het namelijk van belang om extra teinvesteren in voorlichting en preventie over de gezondheidsrisico’s van3-MMC. Ook wordt de inzet van sociale media meegenomen in de48TZ202304-098.49Kamerstukken II 2020/21, 24 077, nr. 481.50Kamerstukken II 2022/23, 24 077, nr. 513.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1717 totstandkoming van de campagne, over zowel de gezondheidsrisico’s alsde maatschappelijke impact, van drugsgebruik.Bijgaand vindt uw Kamer het rapport «Van likes tot lessen: Blootstellingaan drugbeelden op sociale media en mogelijkheden voor onlinedrugspreventie op TikTok» toekomen.De Minister van Justitie en Veiligheid zal uw Kamer dit najaar informerenover de voortgang met betrekking tot de aanpak van de online verkoopvan drugs.Motie van de leden Tielen en Van der Plas over keuzevrijheid tot fles- en/ofborstvoedingDe motie van de leden Tielen en Van der Plas spreekt uit dat de vrijheidvan ouderschap ook geldt voor fles- en/of borstvoeding en dat minderregels en maatregelen nodig zijn om te zorgen dat ouders die vrijheid ookkunnen ervaren.51In reactie daarop wil de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sportbenadrukken, dat het beleid erop gericht is, dat ouders zelf de keuzemaken voor welke vorm van melkvoeding ze kiezen (borst- en/offlesvoeding). Het Voedingscentrum voorziet in objectieve informatie overmelkvoeding (borst en fles), zowel voor de (aanstaande) ouder(s) als dezorgprofessionals, zodat een weloverwogen keuze gemaakt kan worden.Prevalentiecijfers met betrekking tot het geven van borst- en/ offlesvoeding, en de redenen om wel of geen borstvoeding te blijven geven,zijn recent gepubliceerd in het NCJ rapport Peiling Melkvoeding.52Toezegging over onderzoek naar cumulatieve effect gewasbeschermings-middelenIn de brief over ontwikkelingen voedselveiligheidsbeleid, van 5 juli 2023,heeft de toenmalige Minister van VWS uw Kamer toegezegd, te infor-meren over onderzoek naar het in kaart brengen van cumulatieve effectgewasbeschermingsmiddelen.53Het RIVM voert sinds 2018 periodiek onderzoek uit naar het «cumulatieveeffect» van residuen van gewasbeschermingsmiddelen in voedingsmid-delen. Dit betekent dat de werking van verschillende middelen in dedagelijkse voeding die hetzelfde effect op het menselijk lichaam hebben,bij elkaar worden opgeteld. Deze berekening is voor steeds meerwerkingsmechanismen mogelijk. Het eerste onderzoek was naar hetcumulatieve effect op het zenuwstelsel en de schildklier.54 Dit onderzoek isherhaald in 2019 met meer actuele gegevens (van wat Nederlanders etenen van aangetroffen residuen in voedingsmiddelen); dit onderzoek is op17 december 2020 met Uw Kamer gedeeld.55 In beide gevallen bleek deblootstelling onder de gezondheidskundige grenswaarden te liggen; hetRIVM concludeerde daaruit dat er «geen gezondheidsrisico’s voor deNederlandse bevolking» zijn. In november 2022 heeft het RIVM het51Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 768.52https://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/voedingscentrum/Documents/Nieuws/NCJ_Onderzoeksrapport_Peiling_Melkvoeding_2024.pdf#msdynttrid=_AxCJRYLBvMKAPDNm3a_-RbaJKdTDEMpUgU0tgD-5_E (15 oktober 2024).53Kamerstukken II 2022/23, 26 991, nr. 584.54Kamerstukken II 2017/18, 27 858, nr. 433, bijlage.55Kamerstukken II 2020/21, 26 991, nr. 575, bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1718 onderzoek opnieuw herhaald; in dit onderzoek werd opnieuw geconsta-teerd dat de cumulatieve blootstelling geen gezondheidsrisico oplevert.56In 2022 heeft de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA eenberekening gemaakt van een ander cumulatief effect: het effect vangecombineerde blootstelling aan stoffen die nadelig zijn voor deontwikkeling van het zenuwstelsel.57 Hierbij is een onderscheid gemaakttussen twee typen aandoeningen: afwijkingen door ongewone skeletont-wikkeling (DAC) en afwijkingen van het zachte weefsel van het hoofd enneuraalbuisdefecten (DAH). De blootstelling in 14 Europese landen van demeest kritische groep (vrouwen in de leeftijd van 18 tot 40 jaar) isvergeleken met de afgeleide gezondheidskundige grenswaarde. Vrouwenin de vruchtbare leeftijd zijn de meest kritische groep; een eventueel effectdoet zich immers voor bij de foetus tijdens de zwangerschap. Uit hetonderzoek bleek dat de gezondheidskundige grenswaarde bij de groepDAC in Nederland een factor 197 hoger ligt dan gecumuleerde bloot-stelling aan deze stoffen voor de hoogst blootgestelde groep (0,1% van debevolking). Voor de groep DAH was deze Margin of Exposure zelfs hogerdan 500 (601). De EU hanteert een wenselijke «Margin of Exposure» vanminimaal 100, die zowel bij DAC als bij DAH wordt gehaald.Omdat de mogelijk effecten zeer ernstig zijn, heeft EFSA de resultaten ookgetoetst aan een wenselijke Margin of Exposure van 500. Deze bleek voorde groep DAC niet gehaald te worden (noch in Nederland, noch in andereEuropese landen). Aan de andere kant moet worden opgemerkt, dat eenaanzienlijk deel van de blootstelling (in Nederland 73%) voor de groepDAC het gevolg is van de consumptie van wijn/wijndruiven, die in deonderzochte bevolkingsgroep normaliter geconsumeerd wordt, maar juistniet door vrouwen die zwanger zijn. Het effect van alcohol op de onder-zochte effecten is immers dermate groot, dat het advies aan zwangeren isom alcohol volledig te mijden. Doordat de bijdrage van wijnconsumptieaan de groep DAC 73% is, zalbij het volledig mijden van wijn de blootstelling dalen met een factor 3,7en zal de Margin of Exposure voor de groep DAC stijgen tot boven 500,zodat ook voor deze groep aan de door EFSA getoetste extra veiligewaarde van 500 wordt voldaan. Het gelijktijdig optredende gezondheids-voordeel door het mijden van alcohol is echter vele, vele malen groter.De conclusie is dus dat de cumulatieve blootstelling aan gewasbescher-mingsmiddelen bij de tot nog toe onderzochte effecten (effecten opschildklier, zenuwstelsel en foetale ontwikkeling van het zenuwstelsel)geen risico voor de gezondheid inhoudt.Intussen werkt EFSA verder om de cumulatieve berekeningen ook voorandere effecten (zoals effecten op andere organen bijvoorbeeld lever ennieren) te kunnen maken. De huidige berekeningen hebben betrekking opde blootstelling via het consumeren van groente en fruit. Er zijn ookandere blootstellingsroutes zoals inademing en huidcontract, denk daarbijaan omwonenden en tuinders die gewasbeschermingsmiddelen in depraktijk toepassen. Vanaf 2025 zal EFSA samen met de EuropeseCommissie methodes gaan ontwikkelen aangaande de blootstelling aangewasbeschermingsmiddelen via diverse blootstellingroutes.56RIVM, 2022, «Gelijktijdige blootstelling aan verschillende gewasbeschermingsmiddelen viavoedsel», zie https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/factsheet-gecombineerde-blootstelling-gewasbescherming-2022.57EFSA, 2022, «Scientific Report on retrospective cumulative dietary risk assessment ofcraniofacial alterations by residues of pesticides», zie https://doi.org/10.2903/j.efsa.2022.7550.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1719 EFSA en RIVM hebben een langdurig samenwerkingsverband om deimplementatie van deze nieuwe vormen van risicobeoordeling tebespoedigen in de praktijk.58 Dat wordt ondersteund door de Ministeriesvan VWS en LVVN. Zodra daarover nieuwe gegevens beschikbaar zijn,zullen die met uw Kamer worden gedeeld.58https://www.rivm.nl/nieuws/efsa-en-rivm-verbeteren-rekenmodel-mengselrisicobeoordeling-voor-europees-gebruik (23-09-2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 1720
Gerelateerde bronnen
- De minister voor Medische Zorg zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren over hoe verbetering van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van vaccins in het mo
De minister voor Medische Zorg zegt toe de Kamer schriftelijk te informeren over hoe verbetering van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van vaccins in het mondiale Zuiden in de toolkit wordt meegenomen, daar waar het Nederlandse bedrijfsleven bij is betrokken.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.