Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad 13 14 oktober 2025 (Kamerstuk 32317-973)
Brontekst
Versie 201054942bd4f3e0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 974 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 8 oktober 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie over devolgende brieven: antwoorden op vragen commissie over de geanno-teerde agenda informele JBZ-Raad 22 en 23 juli 2025 (Kamerstuk 32 317,nr. 967) (vreemdelingen- en asielbeleid) (Kamerstuk 32 317, nr. 969),Verslag van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad)op 22 en 23 juli 2025 in Kopenhagen (Kamerstuk 32 317, nr. 970), Fiche:[MFK] EU-steun voor het Schengengebied, geïntegreerd grensbeheer envisumbeleid (Kamerstuk 22 112, nr. 4150), Fiche: [MFK] EU-steun voorasiel, migratie en integratie (Kamerstuk 22 112, nr. 4149), Geannoteerdeagenda van de formele JBZ-Raad 13 14 oktober 2025 (Kamerstuk 32 317,nr. 973).De vragen en opmerkingen zijn op 6 oktober 2025 aan de Minister vanAsiel en Migratie voorgelegd. Bij brief van 8 oktober 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,VijlbriefDe griffier van de commissie,Burger kst-32317-974ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9741 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie3 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de JBZ-raad. Deze leden hebben hier enkelevragen over.Kan de Minister de onderliggende stukken van de eerste inventarisatiedelen waarbij de duiding is dat het Europees Verdrag voor de Rechten vande Mens (EVRM) of het Vluchtelingenverdrag geen beperkende factor zijnals het gaat om het opvangen van meer asielzoekers buiten de EuropeseUnie (EU) en het afhandelen van asielverzoeken buiten hetEU-grondgebied?AntwoordDe verkenning door het onderzoeksinstituut Clingendael naar demogelijkheden tot het opvangen van meer asielzoekers buiten deEU en het afhandelen van asielverzoeken buiten hetEU-grondgebied in relatie tot de internationale verdragen, looptnog. Naar verwachting zal dit onderzoek in december afgerondzijn. Om zorgvuldigheid in dit proces te borgen wacht ik met hetdoen van definitieve uitspraken tot de resultaten van ditonderzoek zijn gepresenteerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet zich heeftaangesloten bij het initiatief van Denemarken en Italië om opvolging tegeven aan de brief van negen lidstaten over het EVRM. Deze leden vindendit opmerkelijk, aangezien het kabinet de oorspronkelijke brief niet heeftondertekend, mede vanwege de adviezen over de onrechtstatelijkheid.Zijn er andere landen die de eerste brief niet hebben ondertekend, maarzich nu wel aansluiten bij het initiatief tot opvolging van de brief?AntwoordNederland heeft zich samen met andere lidstaten aangesloten bijhet initiatief van Denemarken en Italië om opvolging te gevenaan de brief van negen lidstaten over het EVRM. Zoals aange-geven in de Geannoteerde Agenda van deze JBZ-Raad heeftNederland uitgedragen de intentie achter deze brief te steunen, inzoverre deze betrekking heeft tot de noodzaak voor de verdereaanscherping van het asiel- en migratiebeleid. Hierbij is het vanbelang dat de vervolgstappen deze context reflecteren endaarmee een bijdrage leveren aan de daadwerkelijkeaanscherping van het asiel- en migratiebeleid en zich nietbeperken tot het vraagstuk van de uitzetting van criminelevreemdelingen, gezien het EVRM op dit specifieke vraagstuk voorNederland in de huidige casuïstiek niet een primaire belemmeringis. Nederland is daarom actief betrokken bij het vervolgprocesom op Europees en internationaal niveau het handelingsper-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9742 spectief in kaart te brengen en verder uit te werken. In lijndaarmee heeft de Minister-President tijdens de top van deEuropese Gemeenschap op 2 oktober jl. een verklaring gesteunddie onder andere oproept tot robuuste wetgevende kaders.Conform deze inzet vinden er ambtelijke gesprekken plaats. UwKamer zal over de relevante ontwikkelingen geïnformeerdworden via de Geannoteerde Agenda van de JBZ-Raad of eerderbij relevante ontwikkelingen.Voorts hebben de aan het woord zijnde leden enkele vragen over deintentieverklaring ten aanzien van de terugkeerhub in Oeganda. Deconcept Terugkeerverordening zal uiteindelijk onderdeel worden van hetEU-acquis. Dat betekent dat EU-landen verantwoordelijk zijn én blijvenvoor de mensen die zij naar deze hubs sturen. Het gaat om mensen dieniet rechtstreeks naar het land van herkomst uitgezet kunnen worden,bijvoorbeeld omdat men geen juiste documenten heeft of het land vanterugkeer niet meewerkt. De kans dat terugkeer evenmin lukt vanuit dezehubs is dan ook aanzienlijk. Kan de Minister toelichten wat de afsprakenzullen zijn in een dergelijke situatie? Is een terugnameplicht onderdeel vande (nog uit werken) afspraken met Oeganda? Zo nee, waarom niet?AntwoordVerschillende factoren dragen bij aan het realiseren van daadwer-kelijk vertrek aan de zijde van Nederland, derde landen in kwestieen de vreemdeling zelf. Vreemdelingen die daartoe bereid zijn, enkunnen aantonen wie zij zijn, kunnen vrijwel altijd vrijwilligterugkeren. In de praktijk werken derde landen vrijwel altijd meeaan vrijwillige terugkeer. Het primaire doel van de samenwerkingmet Oeganda is dat de overgebrachte vreemdeling vrijwilligvertrekt vanuit Oeganda naar het land van herkomst. De vreem-deling wordt daarin ondersteund bij het organiseren van de reisen re-integratie. De afspraken met Oeganda, waaronder over hetscenario waarin de vreemdeling niet vrijwillig vertrekt, wordende komende tijd verder uitgewerkt. Voor de bepalingen inzake deterugkeerhub in het voorstel voor een terugkeerverordening zethet kabinet zich in voor zoveel mogelijk flexibiliteit binnen derelevante internationaal- en Europeesrechtelijke kaders. Deervaringen met de pilot met Oeganda kunnen belangrijke bestpractices opleveren voor de verdere doorontwikkeling van hetconcept onder de nieuwe verordening.Tenslotte zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd naar deguidance note inzake de go and see visits waar de Europese Commissiemee zou komen na de val van het Assad regime. Kan de Ministeraangeven of er al zicht is op wanneer de Commissie deze zal delen met delidstaten?AntwoordHet kabinet heeft geen inzicht in op welke termijn de EuropeseCommissie de guidance note aan de lidstaten presenteert.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken voor de JBZ-Raad (deel Asiel en Migratie) van 13 en14 oktober 2025. Zij zijn verheugd dat het Deense voorzitterschap prioriteitgeeft aan versterking van het Europese migratie- en terugkeerbeleid,betere samenwerking met derde landen en een solide uitvoering van hetmigratiepact. De leden van de NSC-fractie zien dit als een kans omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9743 gezamenlijk de basis te leggen voor een meer uitvoerbaar, rechtvaardigen evenwichtig Europees migratiestelsel.Europese terugkeerwetgevingKan de Minister het zogenoemde Deense compromisvoorstel tervertrouwelijke inzage leggen bij het Centraal Informatiepunt van deTweede Kamer, zodat parlementaire controle op dit wetgevingsprocesmogelijk is? Kan de Minister er in Brussel op aandringen om onderhande-lingsdocumenten over wetgeving zoveel mogelijk als ST limité-documenten en niet als WK-documenten te registreren, zodat deze ookzichtbaar zijn in het Delegates Portal voor de Kamer?AntwoordNederland is binnen de Raad voorvechter van transparantie. Hetkabinet hecht tegelijkertijd aan onderhandelingsruimte voorlidstaten in werkgroepen. Het vrijgeven van WK-documenten kande onderhandelingen verstoren. Sinds begin dit jaar wordenWK-documenten opgenomen in het documentenregister van deRaad waardoor deze makkelijker op te vragen zijn wanneer zeniet openbaar zijn. Nederland heeft zich hier actief voor ingezet.Acht de Minister het op dit moment voldoende om enkel het begrip«veilig derde land» te verruimen en de Europese terugkeerwetgeving teactualiseren, of overweegt de Minister om te pleiten voor aanvullendeaanpassingen van het EU-recht? Zo ja, waar zou de Minister die aanvul-lingen precies op richten?AntwoordHet kabinet acht het noodzakelijk dat Europese wetgevingspoedig wordt aangepast om innovatieve oplossingen, zoalsterugkeerhubs en het concept veilig derde land, vaker eneffectiever toe te kunnen passen. Daarom zet het kabinet in opspoedige afronding van de onderhandelingen over het voorstelvoor een Terugkeerverordening en de herziening van het conceptveilig derde land en veilig land van herkomst. Daarnaast pleit hetkabinet voor een uitbreiding van het mandaat van Frontex en hetEuropees Asielagentschap, zodat zij in landen buiten de EuropeseUnie vaker operationeel kunnen ondersteunen – ook in het kadervan innovatieve vormen van migratiesamenwerking1.Solidariteitsmechanisme en herverdeling onder het EU-MigratiepactDe leden van de NSC-fractie constateren dat de Europese Commissie op15 oktober a.s. voorstellen zal publiceren over de omvang van desolidariteitspool en de aanwijzing van landen die als «onder hogemigratiedruk» worden beschouwd. Nederland heeft zich tot nu toe op hetstandpunt gesteld dat het, gelet op de huidige druk op de asielketen, nietproportioneel is om asielzoekers over te nemen van andere lidstaten.Kan de Minister bevestigen dat Nederland zich in Brussel zal latenerkennen als lidstaat onder hoge migratiedruk, zodat Nederland geenverplichting krijgt om extra asielverzoeken over te nemen?AntwoordDe Commissie zal uiterlijk op 15 oktober – samen met een aantalandere documenten, zoals het eerste jaarverslag waarin deCommissie jaarlijks de situatie op het gebied van asiel, opvang enmigratie in de voorgaande twaalf maanden en eventuele ontwik-1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 967Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9744 kelingen beoordeelt – een voorstel voor een raadsbesluit over desolidariteitspool aan de Raad voorleggen. De inzet van hetkabinet is erop gericht dat dat de solidariteitspool berust op eenobjectieve analyse, waarbij de hoogte van de pool realistisch isen geen extra druk legt op de bijdragende lidstaten. Daarbij is dewerking van Dublin voor het kabinet een belangrijke voorwaardevoor het ontvangen en aanbieden van solidariteit om de balanstussen verantwoordelijkheid en solidariteit in het Pact tewaarborgen. Het structureel niet-nakomen van verplichtingenonder Dublin leidt tot significante negatieve gevolgen voor deopvangsituatie in Nederland en andere bestemmingslanden. Hetkabinet is daarom met gelijkgezinde lidstaten en de Commissie ingesprek om tot een duidelijk plan van aanpak te komen voor hethervatten van Dublinoverdrachten naar verscheidene lidstaten.De Raad zal op de JBZ-Raad van december een besluit nemenover de eerste solidariteitspool.Wat is er tussen donderdag 2 oktober jl., toen de Minister in de Kamer nogaangaf zich geen zorgen te maken over het solidariteitsmechanisme, enzondag2 gebeurd waardoor het kabinet nu actief inzet op een alternatievecategorie van lidstaten met «specifieke problemen»?AntwoordHet kabinet is momenteel met gelijkgezinde lidstaten en deCommissie in gesprek om tot een duidelijk plan van aanpak tekomen voor het hervatten van Dublinoverdrachten in aanloopnaar de besluitvorming over de solidariteitspool op de Raad vandecember. Er wordt ook gesproken over hoe lidstaten die buitende in de asiel- en migratiebeheerverordening (AMMR) gedefini-eerde migratiedruk vallen maar niettemin wel een specifieke drukervaren erkenning kunnen krijgen van die situatie. Het kabinet zaluw Kamer over de uitkomsten van de gesprekken via de gebrui-kelijke kanalen, zoals de geannoteerde agenda van de JBZ-Raadvan december, of bij relevante ontwikkelingen informeren.Kan de Minister toelichten hoe deze categorie juridisch en politiek wordtvormgegeven in Brussel? Welke lidstaten vallen daar volgens de huidigeconceptteksten onder, en wat zou deze status concreet betekenen voor deverplichtingen van Nederland binnen de solidariteitspool (in aantallen offinanciële bijdragen)?AntwoordDe Commissie zal uiterlijk op 15 oktober – samen met een aantalandere documenten, zoals het eerste jaarverslag waarin deCommissie jaarlijks de situatie op het gebied van asiel, opvang enmigratie in de voorgaande twaalf maanden en eventuele ontwik-kelingen beoordeelt – een voorstel voor een raadsbesluit over desolidariteitspool aan de Raad voorleggen. De uiteindelijkebijdrage van Nederland is afhankelijk van de uiteindelijkesolidariteitspool die de Raad in december vaststelt. Voor deomvang van de solidariteitspool is een wettelijke minimum-drempel vastgesteld. Als de solidariteitsbehoefte op datminimumniveau wordt vastgesteld zal de Nederlandse financiëlebijdrage tussen de 30 en 40 miljoen euro liggen. Daarbij is hetkabinet inzet dat de hoogte van de pool realistisch is. Het is opdit moment echter nog niet bekend of voor het komende jaar de2Telegraaf, 4 oktober 2025, «Zorgen om migratiepact: Van Weel wil dure rekening of extraopvang vermijden», https://www.telegraaf.nl/politiek/zorgen-om-migratiepact-van-weel-wil-dure-rekening-of-extra-opvang-vermijden/95125985.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9745 solidariteitspool bij dit minimum blijft of hoger zal zijn. Hetkabinet zal uw Kamer hierover via de gebruikelijke kanalen, zoalsde geannoteerde agenda van de JBZ-Raad van december, of bijrelevante ontwikkelingen informeren.Op basis van welke indicatoren bepleit Nederland opname in dezecategorie – gaat het enkel om opvangcapaciteit en woningtekort, of ookom secundaire migratie en de naleving van Dublinregels? Welke dataonderbouwen deze Nederlandse argumentatie?AntwoordZie antwoord op de vorige vraag.Hoe verhoudt de inzet op een uitzonderingspositie zich tot de Nederlandsewens om het naleven van Dublinregels juist te versterken? Ziet deMinister risico’s dat Nederland hierdoor enerzijds vrijstelling bepleit, maaranderzijds harder druk wil zetten op andere lidstaten om hun verplich-tingen na te komen?AntwoordZie antwoord op de eerste vraag van de leden van de NSC-fractieover het solidariteitsmechanisme.Kan de Minister aangeven welk aandeel Nederland op basis van deverdeelsleutel (bevolking en bbp) zou moeten bijdragen aan de solidari-teitspool, en wat dit in aantallen en bedragen betekent bij verschillendescenario’s (minimale en maximale poolomvang én wanneer we wordenaangemerkt als land onder migratiedruk versus «land met specifiekeproblemen»)?AntwoordDe uiteindelijke bijdrage van Nederland is afhankelijk van deuiteindelijke solidariteitspool de Raad in december vaststelt. Voorde omvang van de solidariteitspool is een wettelijke minimum-drempel vastgesteld. Als de solidariteitsbehoefte op datminimumniveau wordt vastgesteld zal de Nederlandse financiëlebijdrage tussen de 30 en 40 miljoen euro liggen. Daarbij is hetkabinet inzet dat de hoogte van de pool realistisch is. Het is opdit moment echter nog niet bekend of voor het komende jaar desolidariteitspool bij dit minimum blijft of hoger zal zijn.Hoe beoordeelt de Minister de kans dat lidstaten massaal kiezen voorfinanciële afkoop, waardoor Nederland alsnog verplicht wordt om eendeel van de herplaatsingen uit te voeren?AntwoordHet kabinet kan niet vooruitlopen op de positiebepaling vanandere lidstaten. Het kabinet zal conform het regeerprogrammafinancieel bijdragen aan het solidariteitsmechanisme. Zie verderantwoord op de eerste vraag van de leden van de NSC-fractieover het solidariteitsmechanisme.Kan de Minister toezeggen dat de Tweede Kamer voorafgaand aan deJBZ-Raad inzicht krijgt in de ontwerpraadsdocumenten over de solidari-teitspool en de lijst van lidstaten onder druk?AntwoordDe Commissie zal uiterlijk op 15 oktober – samen met een aantalandere documenten, zoals het eerste jaarverslag waarin deCommissie jaarlijks de situatie op het gebied van asiel, opvang enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9746 migratie in de voorgaande twaalf maanden en eventuele ontwik-kelingen beoordeelt – een voorstel voor een raadsbesluit over desolidariteitspool aan de Raad voorleggen. Op grond vanartikel 12, lid 6 van de AMMR, en andere relevante uniewetgevingis het voorstel van de Commissie vertrouwelijk. Wel kan hetkabinet uw Kamer toezeggen dat in algemene zin de inzet van hetkabinet erop gericht is dat de solidariteitspool realistisch is engeen extra druk legt op de bijdragende lidstaten. Uw Kamer zalover de specifieke inzet van het kabinet t.a.v. dit voorstel wordengeïnformeerd via de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad indecember of eerder bij relevante ontwikkelingen.Hoe zal de Minister borgen dat Nederland niet indirect de opvang- ofregistratieproblemen in andere lidstaten compenseert via Dublin-offsets,terwijl die lidstaten zelf de Dublinverplichtingen niet naleven?AntwoordZoals in het antwoord hierboven aangegeven is voor het kabinetvan belang dat lidstaten hun verplichtingen nakomen en dit isvoorwaardelijk voor het ontvangen van een solidariteitsbijdrage.Hier dient de Commissie op toe te zien en dienovereenkomstig tehandelen indien dat noodzakelijk is.Transparantie en parlementaire betrokkenheidDe leden van de NSC-fractie hechten eraan dat de Kamer tijdig en volledigwordt geïnformeerd over de Nederlandse inzet in de vertrouwelijkeonderhandelingen over het solidariteitsmechanisme. Kan de Ministertoezeggen dat de Kamer vertrouwelijk inzage krijgt in het voorstel van deEuropese Commissie en de Nederlandse onderhandelingsinzet voordat deRaad hierover in december besluit?AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op de eerder vraag vanuw fractie over het ontwerpbesluit van de Commissie.Hoe zal de Minister waarborgen dat de Kamer in latere jaren betrokkenblijft bij de jaarlijkse cyclus van solidariteitsbesluiten, inclusief demonitoring van Nederlandse financiële bijdragen en eventuele herplaat-singen?AntwoordHet kabinet zal uw Kamer hierover via de gebruikelijke kanalen,zoals de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad, of bij relevanteontwikkelingen informeren.Hoe gaat de Minister de Kamer informeren over de vertrouwelijkeonderhandelingen rondom de solidariteitscyclus dit najaar, zodatparlementaire controle gewaarborgd blijft?AntwoordZie het antwoord op de vraag over het ontwerpbesluit van deCommissie.Migratie-partnerschappen en deals met derde landenDe leden van de NSC-fractie zien dat Denemarken en andere lidstaten intoenemende mate inzetten op flexibele vormen van migratiesamen-werking. Tegelijk blijft de uitvoerbaarheid van deals, zoals die met Albaniëen Rwanda, problematisch.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9747 Kan de Minister een actuele stand van zaken geven van de onderhande-lingen over het concept-raadsbesluit inzake veilige derde landen, enaangeven wanneer besluitvorming in de Raad wordt voorzien?AntwoordDe onderhandelingen in de Raad over het voorstel zijn momenteelin volle gang. Het Deense Voorzitterschap streeft naar spoedigeafronding ervan. Dat kan op steun van het kabinet en veel anderelidstaten rekenen. Zodra besluitvorming voorzien is, wordt uwKamer daarover via de gebruikelijke kanalen, zoals de geanno-teerde agenda van de JBZ-Raad, geïnformeerd.Kan de Minister een toelichting geven op de Deense agendering vanmensenrechten en migratie in Europa? Zijn er inmiddels ambtelijkebesprekingen geweest, en wat was daarbij de Nederlandse inbreng?AntwoordZie het antwoord op een vergelijkbare vraag van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie.Concreet met betrekking tot België: welke stappen zet de Minister dezemaand richting zowel het Europese als het nationale Brussel om te borgendat België geen mannen meer de opvang ontzegt en zij feitelijk naarNederland uitwijken?AntwoordIn lijn met de motie Rajkowski en Van Zanten over het alles opalles zetten om Dublinclaimanten terug te sturen naar andereEuropese landen, in het bijzonder België, is het kabinet ingesprek met België om tot een oplossing te komen voor hetvraagstuk inzake Dublinoverdrachten van alleenstaande minder-jarige mannen.3 Recent nog sprak de Minister van Asiel enMigratie met zijn Belgische collega hierover en marge van demigratieconferentie in München. Daarbij wordt ook gewezen datlidstaten hun verplichtingen om te zorgen voor adequate opvangconform het acquis dienen na te komen. Zodra er relevanteontwikkelingen zijn, zal uw Kamer hierover worden geïnfor-meerd.Kan de Minister migratiesamenwerking zo inzetten dat België daarvan ookprofijt heeft – mits het deze voor Nederland nadelige maatregel beëindigt?AntwoordBelgië ondervindt, net als Nederland, negatieve gevolgen van hetniet-nakomen van Dublinverplichtingen door andere lidstaten.Nederland hecht zeer aan een goed functionerend EU asiel enmigratiesysteem. Lidstaten dienen daarvoor hun verplichtingenna te komen. Daarom trekken Nederland en België hierin samenmet andere gelijkgezinde landen op. Het kabinet is daarnaastvoorstander van samen op trekken met andere lidstaten richtinglanden buiten de Europese Unie en doet dit ook zodra dat gepasten mogelijk is. Nederland doet dit ook met België. Zo werktNederland in Benelux verband aan het sluiten van terug- enovername overeenkomsten (T&O) met landen buiten de EuropeseUnie. Op 9 januari 2024 is er bijvoorbeeld een T&O geslotentussen de Benelux en Mongolië. Ook wordt er met alle relevante3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4131.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9748 derde landen op operationeel niveau gewerkt aan de terugkeersa-menwerking4.Aanscherping EVRM en verhouding tot EU-rechtDe leden van de NSC-fractie nemen kennis van de discussie overmodernisering van het EVRM en de voorstellen om dit verdrag teherinterpreteren in het licht van de huidige migratiedruk. Acht de Ministerhet op dit moment voldoende om het begrip «veilig derde land» en deEuropese terugkeerwetgeving te verruimen, of overweegt het een bredereherziening van het EU-recht ter versterking van de uitvoerbaarheid vanmigratie- en terugkeerbeleid?AntwoordVoor het antwoord verwijst het kabinet graag naar het antwoordop een gelijkluidende vraag van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 344, nr. 155Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 9749
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.