KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief pensioenonderwerpen voorjaar 2024

28 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f3db8e1359ddce95 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 043Toekomst pensioenstelselNr. 637 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIEEN PENSIOENEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 maart 2024Met deze brief informeer ik uw Kamer over een aantal pensioenonder-werpen.Aan de orde komen de volgende onderwerpen: 1) Moties en toezeggingenrondom geschilleninstanties; 2) Voortgang monitoring Wet toekomstpensioenen; 3) Transitie-informatie bij overstap van verzekeraar; 4) Realis-tische pensioenverwachtingen van deelnemers op basis van scenariobe-dragen; 5) Diversiteit in pensioenfondsbesturen; 6) Cijfers werknemerszonder pensioen; 7) Stand van zaken wetsvoorstellen gerelateerd aan Wettoekomst pensioenen.1. Moties en toezeggingen rondom geschilleninstanties Eind 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd over het feit dat met de Wettoekomst pensioenen (Wtp) is geregeld dat deelnemers, gewezendeelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigdenvoor een geschil met hun pensioenuitvoerder terecht kunnen bij eenexterne geschilleninstantie (Kamerstuk 36 067, nr. 194). Voor pensioenuit-voerders geldt op hun beurt dat zij aangesloten dienen te zijn bij een doormij aangewezen instantie tot beslechting van deze geschillen.In diezelfde brief heb ik toegezegd uw Kamer nader per brief te infor-meren wanneer de aanwijzingsbesluiten van Stichting Geschillen InstantiePensioenfondsen (GIP) en Klachteninstituut Financiële Dienstverlening(Kifid) in de Staatscourant zijn gepubliceerd. Hierbij geef ik invulling aandie toezegging. Het aanwijzingsbesluit van GIP is op 28 december 2023gepubliceerd in de Staatscourant (2023, nr. 35499). Het aanwijzingsbesluitvan Kifid is op 15 februari 2024 gepubliceerd in de Staatscourant (2024,nr. 4548). kst-32043-637ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6371 Bij de procedure van de aanwijzing van de geschilleninstantie is door mijgetoetst aan wet- en regelgeving. Conform de toezegging aan het(toenmalige) lid Oomen-Ruijten1 ben ik door (de initiatiefnemers van) GIPop de hoogte gebracht van het door hen doorlopen proces om tebeoordelen waar de buitengerechtelijke geschilleninstantie voorpensioenfondsen moet worden ondergebracht. In dat proces zijnuitdrukkelijk ook de kosten meegenomen. Het totaal aan informatie heb ikmeegenomen in mijn beslissing tot aanwijzing van GIP als geschillenin-stantie.Tevens heeft het lid Oomen-Ruijten mij gevraagd bij de aanwijzing van degeschilleninstanties te bekijken hoe de onafhankelijkheid geborgd is bijandere buitenrechtelijke geschilleninstanties.2 De bepalingen in dePensioenwet en het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichteberoepspensioenregeling zijn ten aanzien van de geschilleninstantiesgelijk aan of gebaseerd op de richtlijn ADR consumenten3 en daarmee deImplementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consu-menten. Tussen de bestaande ADR-instanties bestaan verschillen, maar dekernelementen, gebaseerd op de genoemde wetgeving, zijn gelijk.Daarnaast is bij de totstandkoming van GIP onderling afstemminggeweest met en tussen diverse ADR-instanties. GIP heeft daarbij gekekennaar hoe elementen zoals de onafhankelijkheid, inrichting van de statutenen het reglement, bij andere instanties geregeld is. Hierbij geldt eveneensdat ik het totaal aan informatie heb meegenomen in mijn beslissing totaanwijzing van GIP als geschilleninstantie.Tot slot volgt uit een motie van de (toenmalige) Tweede Kamerleden VanBeukering-Huijbregts (D66) en Den Haan (Fractie Den Haan) het verzoekdeelnemers onafhankelijk te informeren over het invaren van hunpensioen en over de plaats waar zij terechtkunnen met klachten.4 Op depubliekswebsite Pensioenduidelijkheid.nl, een samenwerking vanvakbonden, werkgeversorganisaties, pensioenuitvoerders en hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is onafhankelijkeinformatie te vinden over de nieuwe regels voor pensioen. Deze infor-matie is veelal op B1-niveau en biedt inzicht in algemene thema’s van deveranderingen als gevolg van de Wet toekomst pensioenen. De websitegeeft informatie in categorieën zoals wat betekenen de komendewijzigingen (zoals invaren) voor een deelnemer en wat kan een deelnemerzelf doen. Voor specifieke informatie over wat bijvoorbeeld invaren vooreen individuele deelnemer en zijn betreffende pensioenregeling betekent,is de pensioenuitvoerder de aangewezen instantie om die informatie teverschaffen. De publiekswebsite geeft ook informatie over de situatiewanneer deelnemers klachten of een geschil hebben en wordt verwezennaar de interne klachtenprocedure bij de betreffende pensioenuitvoerder,de externe geschilleninstanties en de rechter. De pensioenuitvoerders ende geschilleninstanties informeren deelnemers op hun beurt eveneensover de mogelijkheden, routes en voorwaarden.Met het bovenstaande beschouw ik alle toezeggingen en moties inzake degeschilleninstanties als afgedaan.1Toezegging Toetsing aanwijzing geschilleninstantie (36 067) – T03631.2Toezegging Uitzoeken reglement J&V rondom structuur/onafhankelijkheid geschillencommissie(36 067) – T03634.3Richtlijn 2013/11/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffendealternatieve beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr.2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (richtlijn ADR consumenten).4Kamerstukken II, 2022/2023, 36 067, nr. 127.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6372 2. Voortgang monitoring Wet toekomst pensioenen Met de inwerkingtreding van de Wtp per 1 juli 2023 is de transitieperiodenaar het nieuwe pensioenstelsel gestart. Afgelopen zomer heb ik uwkamer geïnformeerd over de voornemens en toezeggingen ten aanzienvan het volgen van de voortgang van de transitie, om zo waar nodig optijd maatregelen te kunnen nemen.5 Gelet op de omvang van de transitie,de aard van de besluiten en het tijdspad van de transitieperiode, wordt devoortgang van de transitie aan de hand van drie stromen gemonitord,namelijk via de transitiemonitor, de deelnemerservaringen en dedoelstellingenmonitor. Vooruitlopend op de eerste voortgangsrapportageheb ik uw Kamer, conform uw verzoek van 6 december jl., geïnformeerdover de stand van zaken rondom de transitie.6 De eerste voortgangsrap-portage Wtp ontvangt uw Kamer komende zomer. In deze paragraaf volgteen update over de inrichting van de verschillende monitoringsstromenen hoe deze benut zullen worden om gedurende de transitieperiode devoortgang te volgen.TransitiemonitorOm een goed beeld te krijgen van de voortgang van de transitie wordt hettransitiebeeld op hoofdlijnen gemonitord. Hiervoor wordt twee keer perjaar de transitiemonitor opgesteld. De Europese aanbesteding heeft ertoegeleid dat EY Advisory Netherlands LLP (hierna: EY) is gevraagd de datasamen te brengen in de transitiemonitor. De eerste transitiemonitor wordtkomende zomer verwacht. Het zwaartepunt van de monitoring ligt zoals inde brief van zomer 2023 beschreven in het begin van de transitie op dearbeidsvoorwaardelijke besluitvorming. Immers, de afspraken van socialepartners die hun regeling hebben ondergebracht bij een pensioenfondsmoeten uiterlijk 1 januari 2025 zijn afgerond. Daarom zal deze fase ook inde eerste transitiemonitor het zwaartepunt vormen. Indien de pensioenre-geling is ondergebracht bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling(PPI) hebben sociale partners tot 1 oktober 2026 de tijd om de transitie-plannen af te ronden. Wanneer sociale partners er niet uit (lijken te)komen, kunnen zij zich gezamenlijk wenden tot de Transitiecommissie. Inde voortgangsrapportage Wtp zal tevens worden aangegeven in hoeverresociale partners zich tot de Transitiecommissie hebben gewend voorbemiddeling of bindend advies.Ook de stand van zaken rondom de implementatiefase maakt onderdeeluit van de eerste transitiemonitor. Juist deze eerste ervaringen met deimplementatie zijn waardevol om eventuele knelpunten vroegtijdig teidentificeren. Bovendien, voor regelingen ondergebracht bij een verze-keraar of PPI liggen de mijlpalen later in de tijd. De verwachting is echterdat verzekeraars en premiepensioeninstellingen hun implementatie- encommunicatieplannen al eerder in de transitieperiode zullen afronden. Defocus in de transitiemonitor zal in de loop van de tijd verschuiven van dearbeidsvoorwaardelijke fase naar de implementatiefase.DeelnemerservaringenOm de transitie tot een succes te maken, is het van belang dat pensioen-uitvoerders hun deelnemers op een goede manier meenemen. Naast hetmonitoren van de voortgang van de transitie naar het nieuwe pensioen-stelsel, zal daarom ook onderzoek worden gedaan naar de ervaring van(gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden met (de transitie naar)het nieuwe pensioenstelsel. Zoals geschetst in mijn brief van 14 juni 20235Kamerstukken II, 2022/2023, 36 067, nr. 191.6Kamerstukken II, 2022/2023, 36 067, nr. 195.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6373 wordt daartoe gebruik gemaakt van verschillende bronnen.7 In samen-werking met Netspar bezie ik momenteel op welke wijze onderzoek naardeelnemerservaringen het beste vormgegeven kan worden. Hetuitgangspunt daarbij is dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij dedeelnemersonderzoeken die pensioenuitvoerders (gaan) uitvoeren endaarmee bij de momenten waarop deelnemers door hun pensioenuit-voerder worden geïnformeerd over de transitie. Daarnaast kunnen deresultaten van dit onderzoek bijdragen aan het verbeteren van onderandere de communicatie richting deelnemers gedurende de transitiepe-riode. Eerste resultaten van dit onderzoek worden verwacht in het beginvan 2025. Uw Kamer zal hierover in de voortgangsrapportage zomer 2025worden geïnformeerd. Ook wordt gebruik gemaakt van bestaandeinformatie. Zo biedt de doorlopende publieksmonitor inzicht in hetvertrouwen in het pensioenstelsel in het algemeen.8 En biedt de NationaleEnquête Arbeidsomstandigheden (NEA), uitgevoerd door het CBS enTNO, inzicht in de mate waarin werknemers tevreden zijn met hunpensioenregeling.Daarnaast zal ten behoeve van deze monitoringsstroom worden bijge-houden hoeveel deelnemers een beroep doen op de externe geschillenin-stanties en worden ook het aantal kantonzaken en het aantal rechtbank-zaken gerelateerd aan de transitie naar het nieuwe stelsel gemonitord.Vanwege de fase waarin de transitie zich nu bevindt, is de verwachting dater in de eerstkomende voortgangsrapportages nog beperkt informatie isop dit punt.DoelstellingenonderzoekAls derde onderdeel van de monitoring zal ik, conform de motie Palland/Ceder, ook nagaan in hoeverre de doelstellingen van de Wet toekomstpensioenen en de randvoorwaarden voor de stelselherziening dieopgenomen zijn in het Pensioenakkoord, worden behaald.9De stelselherziening die met de Wet toekomst pensioenen wordtbewerkstelligd, kent de volgende doelstellingen:1.Eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen;2.Een transparanter en meer persoonlijk pensioenstelsel; en3.Betere aansluiting bij de ontwikkelingen in de samenleving en op dearbeidsmarkt.Netspar is gevraagd om een analyse uit te brengen over de wijze waarophet behalen van de doelen gemonitord kan worden. Eind februari heb ikde «Analyse monitoring Wet toekomst pensioenen» van Netsparontvangen. Hierbij bied ik u dit rapport aan (zie bijlage).De analyse van Netspar laat zien dat het van belang is om de doelstel-lingen en randvoorwaarden meetbaar te maken om ze goed te kunnenmonitoren. Het rapport van Netspar geeft daar goede handvatten voor,maar laat tegelijkertijd ook zien dat dit geen makkelijk vraagstuk is. Inaansluiting op het rapport van Netspar zal ik een onderzoeksbureauvragen om deze monitoring verder te concretiseren en ook uit te voeren.Ik verwacht dit bureau rond de zomer te kunnen selecteren. De resultatenvan de te meten doelstelling worden zodra er resultaten bekend zijn,opgenomen in de voortgangsrapportage. Hierbij dient opgemerkt teworden dat een aantal doelstellingen en/of randvoorwaarden pas overeen langere termijn gemeten kunnen worden. Deze doelstellingenmonitor7Kamerstukken II, 2022/2023, 36 067, nr. 191.8Publieksmonitor pensioenen | Rapport | Rijksoverheid.nl.9Kamerstukken II, 2023/2023, 36 067, nr. 148.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6374 vormt dan ook een belangrijke bron voor het verslag over de doeltref-fendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, vier jaar na het eindevan de transitieperiode.10Vervolg transitieperiodeOm de transitie op de voet te kunnen volgen, is er zoals hiervoorbeschreven een uitgebreid monitoringsprogramma opgezet. Daarnaastzullen ook de adviezen die de regeringscommissaris uitbrengt inzichtbieden in het verloop van de transitie. Zij adviseert mij over het verloopvan de transitie en indien van toepassing over het wegnemen vaneventuele knelpunten. Specifiek zal zij mij op twee weegmomenten, teweten zomer 2024 en begin 2025, adviseren over de haalbaarheid van deuiterste transitiedatum. Op basis van deze informatie en de gesprekkendie ik blijf voeren met alle betrokkenen bij de pensioentransitie zal ikbezien of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen er nodig zijn. Gelet ophet doel om tijdig knelpunten te identificeren en zo nodig tijdig maatre-gelen te kunnen nemen, ben ik voornemens uw Kamer elk half jaar enruim voor elke wettelijke mijlpaal te informeren door middel van deeerder aangekondigde voortgangsrapportages Wtp.3. Transitie-informatie bij overstap van verzekeraar Het uitgangspunt van de in de Wet toekomst pensioenen voorgeschreventransitie-informatie is dat deelnemers worden geïnformeerd over depersoonlijke gevolgen van de transitie. Het is immers mogelijk dat deverwachte pensioenuitkomsten voor bepaalde groepen deelnemers bij deoverstap veranderen, waarbij het belangrijk is dat ze hiervan op de hoogtezijn.Uit overleg met het Verbond van Verzekeraars is gebleken dat onderdelenvan de voorgeschreven transitie-informatie bij de uitvoering leiden totknelpunten in de volgende situatie: a) het transitiemoment valt samen meteen overstap naar een andere pensioenuitvoerder, b) de door de socialepartners gemaakte keuzes en de pensioengevolgen zijn door dewerkgever, of de betrokken adviseur, voorgelegd aan de deelnemers en ishet instemmingstraject succesvol doorlopen, c) er zijn twee verschillendeverzekeraars betrokken of een ppi (of pensioenfonds) en een verzekeraar,en d) opgebouwd pensioen wordt niet ingevaren in de nieuwe pensioen-regeling.Met het Verbond van Verzekeraars en toezichthouders is afgesproken datde voorgeschreven informatie niet door één partij wordt verstrekt maardoor meerdere partijen met elk hun eigen verantwoordelijkheid.Uitgangspunt hierbij is dat het voor deelnemers steeds duidelijk is welkeinformatie getoond wordt. De nieuwe verzekeraar, die de regeling na detransitiedatum uitvoert, kan immers niet beschikken over de persoonsge-gevens van deelnemers zolang de overeenkomst daartoe met dewerkgever nog niet inwerking getreden is. De oude uitvoerder (waar depensioenopbouw eindigt op de transitiedatum) kan niet beschikken overde pensioenbedragen van de nieuw te implementeren pensioenregeling.De met verzekeraars gevonden oplossing is als volgt. Voorafgaand aan detransitiedatum maakt de oude pensioenuitvoerder inzichtelijk wat hetpensioen zou worden wanneer de oude regeling ongewijzigd zoudoorlopen tot pensioendatum. Het pensioen volgens de gewijzigdepensioenregeling zal bestaan uit twee delen: i) het pensioen vanuit deoude regeling dat premievrij gemaakt wordt en ii) het pensioen vanuit de10Wet toekomst pensioenen, artikel XIV evaluatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6375 nieuwe regeling. De oude pensioenuitvoerder verstrekt de informatie overde oude regeling die premievrij gemaakt wordt (i) en maakt duidelijk datdit opgeteld moet worden bij het overzicht van de nieuwe uitvoerder (ii).Dit overzicht wordt na de transitiedatum verstrekt door de nieuweuitvoerder. Voor de transitiedatum rusten er nog geen verplichtingen opde nieuwe pensioenuitvoerder vanuit de Pensioenwet. Als sprake is vaneen adviseur die betrokken is bij het instemmingstraject kan ook deadviseur de gegevens over de oude en de nieuwe regeling verstrekken.Dit vervangt echter niet de wettelijke verplichting die rust op de oudepensioenuitvoerder om deelnemers individuele informatie te verstrekkenover de oude pensioenregeling, maar kan een manier zijn om eraan tevoldoen.Na de transitiedatum verstrekt de oude uitvoerder opnieuw informatieover het verwachte pensioenbedrag alsof deelname aan de oude regelingongewijzigd zou doorlopen tot pensioendatum.Informatie over het pensioen volgens de gewijzigde pensioenregelingbestaat ook nu uit twee delen: i) de oude uitvoerder verstrekt opnieuwinformatie over het verwachte pensioenbedrag waarbij de regelingpremievrij gemaakt wordt. De nieuwe uitvoerder verstrekt nu de infor-matie genoemd onder (ii) het pensioen in de nieuwe regeling. Opgeteldbij de bedragen van de premievrijgemaakte regeling (i) ziet de deelnemerwat het pensioen wordt na wijziging van de pensioenovereenkomst optransitiedatum. Betrokken pensioenuitvoerders zullen helder aangeven datdeelnemers zelf een optelling moeten maken van beide bedragen.4. Pensioenverwachtingen van deelnemers op basis van scenario-bedragen Gericht op kennisuitwisseling overleggen DNB en de AFM samen met depensioensector in het Platform pensioentransitie. Het doel van hetPlatform is het tijdig signaleren en bespreken van sectorbrede aandachts-punten met betrekking tot het toezicht in de pensioentransitie. Indecember 2023 heeft AFM in het Platform aangegeven dat uit degepubliceerde transitieplannen blijkt dat het pensioenbedrag in hetgoedweerscenario voor deelnemers onder de 45 jaar fors omhoog kangaan en erop gewezen dat het van belang dat uitvoerders zich rekenschapgeven van de verwachtingen die informatie bij deelnemers kan wekken.Zoals ik in de beantwoording van vragen van het lid Joseph (NSC)hierover heb aangegeven, ben ik het met de AFM eens dat van belang isdat deelnemers inzicht krijgen in mogelijke toekomstige pensioenuit-komsten en dat pensioeninformatie moet bijdragen aan realistischeverwachtingen.11In twee sessies is de AFM met de sector en SZW in dialoog gegaan overdit vraagstuk.12 Daar is een aantal oplossingsrichtingen besproken. Opbasis hiervan heeft de Pensioenfederatie een voorstel gedaan voor eenvoorbeeldbrief die pensioenuitvoerders kunnen gebruiken voor devoorgeschreven transitie-informatie. Met dit communicatiemiddel kunnenpensioenuitvoerders deelnemers informatie aanbieden en laten zien wathet pensioen was volgens de oude pensioenregeling en een prognose vanwat het wordt na de overstap naar de nieuwe pensioenregeling. Pensioen-uitvoerders kunnen dit benutten om op een manier die past bij hun11Antwoorden op Kamervragen over uitingen van de AFM over onrealistische verwachtingenvan het nieuwe pensioenstelsel | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl (Aanhangsel Handelingen II2023/24, nr. 1078).12Zie het verslag van het Platform pensioentransitie (7 maart 2024) Platform pensioentransitie(afm.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6376 deelnemerspopulatie invulling te geven aan door de AFM geformuleerdeuitgangspunten voor transitie-informatie.De AFM heeft voor de transitie-informatie enkele uitgangspuntengeformuleerd. De ingezette communicatiemiddelen dienen gericht te zijnop specifieke doelgroepen en de verschillende gebruikte informatielagenmoeten steeds evenwichtig zijn en zelfstandig leesbaar. Tegelijk moet detransitie-informatie consistent zijn met andere informatie die deelnemersontvangen van de uitvoerder. Deelnemerspecifieke transitie-informatiemoet zo vorm krijgen, dat het ontstaan van onrealistische verwachtingenover het pensioen voorkomen wordt. De AFM zal toezicht houden op dedeelnemersinformatie die uitvoerders verstrekken. Die informatie moetcorrect, duidelijk en evenwichtig zijn en tijdig worden verstrekt, zoalsbeschreven in artikel 48 van de Pensioenwet. De voorgestelde oplossingvan de Pensioenfederatie kan hiertoe bijdragen, zodat deelnemers tijdiginzicht krijgen in hun pensioenverwachtingen en realistische verwach-tingen kunnen vormen. Het is aan de uitvoerders om dit in de praktijk tebrengen.5. Diversiteit in pensioenfondsbesturen Diversiteit in de samenstelling van pensioenfondsbesturen is eenbelangrijk thema. Het realiseren van meer diversiteit in de samenstellingvan pensioenfondsbesturen vergt inspanningen van de gehele sector. Indeze paragraaf informeer ik u over de samenstelling van pensioenfonds-besturen.Pensioenen zijn er voor alle deelnemers. Voor mensen van alle leeftijden,voor alle actieve en gewezen deelnemers en gepensioneerden. Pensioen-fondsbesturen wegen de belangen van alle deelnemers mee bij debesluitvorming. Gemengde, divers samengestelde pensioenfondsbe-sturen kunnen tot betere besluitvorming leiden. Dit geldt in het bijzondertijdens de transitie, waar meer verschillende perspectieven in pensioen-fondsbesturen kunnen bijdragen aan meer evenwichtige besluitvorming.Op 29 november 2023 heb ik uw Kamer de Herziene Code Pensioen-fondsen toegezonden. In de code worden door de pensioensectorprincipes voor goed bestuur vastgelegd. De pensioensector heeft zichzelfdiversiteitsnormen opgelegd om de diversiteit in pensioenfondsbesturente verbeteren, en pensioenfondsen te stimuleren om structureel na tedenken over diversiteitsbeleid.13De Nalevingsrapportage Monitoringscommissie Code PensioenfondsenEen van de normen die de pensioensector zichzelf heeft opgelegd voordiversiteit in pensioenfondsbesturen is norm 35: ten aanzien vanleeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste één persoon zittingheeft in de pensioenfondsorganen die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzienvan genderdiversiteit geldt als minimum dat er variatie is in geslacht ofgenderidentiteit. De Monitoringscommissie Code Pensioenfondsenmonitort de uitvoering van de code.Tabel 1: Samenstelling pensioenfondsbesturen2016201720182019202020212022Vrouw(en) in bestuur59%64%72%74%81%81%81%Jongere(n) in bestuur38%38%45%46%39%36%37%13Code Pensioenfondsen 2024 (pensioenfederatie.nl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6377 2016201720182019202020212022Vrouw(en) en jongere(n) in bestuur**36%38%33%33%33%Geen vrouw en geen jongere in bestuur30%28%19%17%13%16%16% VacaturesWijzigingen in de samenstelling van pensioenfondsbesturen vindendoorgaans plaats doordat het vervullen van vacatures. Daarbij is hetuiteraard van belang om te kijken naar de competenties en expertise diebinnen het bestuur nodig zijn. Tevens kan het invullen van vacatures kaneen manier zijn om actief meer diversiteit in het bestuur te brengen. Deprofielschets voor het invullen van een vacature wordt vastgesteld doorhet bestuur. Raden van Toezicht hebben hierop een goedkeuringsrecht.Conform de toezegging tijdens het tweeminutendebat op 15 februari202314, heb ik in de brief van 24 april 2023 geschetst hoe de benoemingvan pensioenfondsbestuurders verloopt.15 Samengevat kunnen pensioen-fondsbesturen worden geworven door een open vacature of door eenvoordracht. Het is aan de pensioensector om hier invulling aan te gevenen te bepalen hoe zij pensioenfondsbestuurders werven. Verplichteopenbaarmaking van vacatures past hier niet bij. Wel zal de recentingestelde Taskforce Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie een rol invervullen in het bevorderen van diversiteit. In 2022 werden bij119 pensioenfondsen bestuurders benoemd. 40 pensioenfondsen binnendeze groep voldoen aan de diversiteitseisen in het pensioenfondsbestuur.De overige 79 voldeden hier nog niet (geheel) aan.Tabel 2: Benoemingen pensioenfondsbesturen in 2022Aantal pensioenfondsen met benoemingen (%) in 2022Benoemingen van vrouwen in besturen zonder vrouwGeen van de 4 fondsen heeft een vrouw benoemd (0%).Benoemingen van jongeren in besturen zonder jongere12 van de 65 fondsen hebben een jongere benoemd (18%).Benoemingen binnen besturen zonder vrouw en zonder jongereGeen van de 10 fondsen heeft minimaal 1 jongere vrouw (<40 jaar)benoemd (0%).1 van de 10 fondsen heeft een oudere vrouw (>40 jaar) benoemd (10%).1 van de 10 fondsen heeft een jongere man (<40 jaar benoemd) (10%).8 van de 10 fondsen hebben een oudere man (>40 jaar) benoemd (80%). Belemmeringen voor jongerenIn de motie Van Weyenberg c.s.16 is verzocht te onderzoeken welkebelemmeringen jongeren ervaren om toe te treden tot pensioenfondsbe-sturen. Sinds 2021 biedt PensioenLab jaarlijks een opleidingstraject aantot pensioenfondsbestuurder. Via dit traject zijn in de afgelopen twee jaar24 kandidaten klaargestoomd voor een functie in pensioenfondsbesturen.Hoewel deze jongeren de opleiding tot pensioenfondsbestuurder niveau Ahebben afgerond, blijkt het alsnog niet eenvoudig om een bestuurders-functie te gaan bekleden.14Toezegging gedaan tijdens het Tweeminutendebat Pensioenonderwerpen 15/02/2023(TZ202302-119).15Kamerstukken II, 2022/2023, 32 043, nr. 610.16Kamerstukken II, 2023/2024, 32 043, nr. 619.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6378 Desgevraagd geven oud-deelnemers van PensioenLab aan dat zijbelemmeringen ervaren bij het toetreden tot pensioenfondsbesturen.Specifiek noemen zij hierbij een gebrek aan ervaring, geen relevanteachtergrond of behoefte vanuit het bestuur aan een specifieke expertiseals reden hiervoor. Tevens is een belangrijke belemmering de beschik-baarheid van parttime functies. Veel jongeren combineren het pensioen-fondsbestuur met een andere baan. Het vinden van deze geschiktevacatures blijkt lastig. Daarnaast worden de jongeren opgeleid tot niveauA, en zijn er veel vacatures voor pensioenfondsbesturen met vereistekwalificaties op niveau B. Als laatste zijn niet alle vacaturetekstenopenbaar, en is de kans dat jongeren erop solliciteren niet hoog, doorbijvoorbeeld het taalgebruik.Op de website van werkenaanonspensioen.nl is tevens aandachtgevestigd op het belang van diversiteit in het toetsingsproces van DNBvoor nieuwe bestuurders17. In dit bericht is benadrukt dat DNB in hettoetsingsproces nadrukkelijk rekening houdt met diversiteit. Ook DNBonderschrijft dat verschillen in ervaringen, kennis, leeftijd, geslacht enachtergrond zorgen voor een brede blik van en nieuwe perspectieven inhet bestuur. Met de conclusie van het bovenstaande onderzoek en hetbericht op werkenaanonspensioen.nl beschouw ik de motieVan Weyenberg c.s. als afgedaan.Taskforce Diversiteit en InclusieDe Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie hebben geconstateerddat zowel vanuit de voordragende als de benoemende organisatiesaanvullende inspanningen nodig zijn om de sector te ondersteunen in hetbereiken van zijn doelstellingen op het terrein van diversiteit en inclusie.Zoals ik ook bij de aanbiedingsbrief van de Herziene Code Pensioen-fondsen kenbaar heb gemaakt, is daarvoor een Taskforce Diversiteit,Gelijkwaardigheid en Inclusie ingesteld. Deze taskforce heeft als taak ommet onder meer de inzet van externe deskundigheid met voordragende enbenoemde partijen de dialoog over diversiteit en inclusie aan te gaan envooruit te helpen. De Taskforce stelt jaarlijks een werkplan op en legtverantwoording af over de werkzaamheden van het afgelopen jaar. Zijbespreekt dit met haar opdrachtgevers: de Pensioenfederatie en deStichting van de Arbeid.Kortom, ondanks dat het belang voor diversiteit in pensioenfondsbesturenbreed wordt gedeeld, en de sector zich inspant om diversiteit te bevor-deren, is dit niet terug te zien in de cijfers. Uit de nalevingsrapportageover 2022 blijkt immers dat de cijfers rondom diversiteit stabiel zijngebleven. Dit betreur ik. Ik onderschrijf dan ook de constatering van deStichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie dat er aanvullendeinspanningen nodig zijn om doelstellingen op het gebied van diversiteit terealiseren. Ik blijf in gesprek met de Stichting van de Arbeid en dePensioenfederatie om diversiteit in pensioenfondsorganen te bevorderenen op de hoogte te blijven van voortgang van de Taskforce. Gelijktijdig zalik in het onderzoek naar de governance in het nieuwe pensioenstelsel(zoals aangekondigd in de brief van 9 november 2023)18 explicietaandacht besteden aan welke aanvullende manieren er zijn om diversiteitin pensioenfondsbesturen te bevorderen.17Diversiteit van belang in toetsingsproces DNB voor nieuwe bestuurders | Nieuwsbericht |Werken aan ons Pensioen.18Kamerstukken II, 2023/2024, 32 043, nr. 624.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 6379 6. Nadere cijfers werknemers zonder pensioen Op 21 maart 2024 publiceerde het CBS de tweede fase van zijn onderzoeknaar de omvang van de groep werknemers zonder pensioen19. Dezetweede fase geeft extra inzicht in onder andere op sectorniveau. Ook indeze verdere uitsplitsing is de afname van werkenden zonder pensioen-opbouw zichtbaar, met name in de sector Arbeidsbemiddeling, uitzendbu-reaus en personeelsbeheer, waar er ten opzichte van 2019 de groep meerdan gehalveerd is. In mijn brief over de Voortgang reductie werknemerszonder pensioen van 7 maart 2024, informeerde ik uw Kamer over deuitkomsten van de eerste fase van het onderzoek van het CBS20 en hoe ikde komende tijd mij zal blijven inzetten om deze groep te verkleinen.7. Stand van zaken wetsvoorstellen gerelateerd aan Wettoekomst pensioenen Tijdens de procedurevergadering van 26 maart heeft de commissie SZWverzocht om de Kamer voor 4 april te informeren over de termijnen vaneen tweetal wetsvoorstellen gerelateerd aan de Wet toekomst pensioenen(2024Z04994).Tijdens de wetsbehandeling van de Wtp in de Eerste Kamer heb iktoegezegd om de pensioentransitie met een jaar te verlengen en detransitiedata over te hevelen naar een algemene maatregel van bestuur.Hiervoor heb ik een wetsvoorstel opgesteld. In december 2023 heb ik hetadvies van de Raad van State op dit wetsvoorstel ontvangen. Zoals tijdenshet debat van 17 januari jl met uw Kamer besproken, ben ik voornemensom het wetsvoorstel in te dienen nadat de eerste transitiemonitor en heteerste advies van de regeringscommissaris is ontvangen en gedeeld metuw Kamer. Dat zal rond de zomer zijn. Ik wil die informatie en het adviesvan de Raad van State benutten om het wetsvoorstel nader vorm tegeven. Voor mij staat overigens overeind dat de einddatum van detransitie met een jaar wordt verlengd, conform de toezegging aan deEerste Kamer. De pensioensector gaat hier in de uitvoeringspraktijk ookreeds vanuit.Naast bovengenoemd wetsvoorstel ben ik bezig met het opstellen van eenwetsvoorstel dat de invulling geeft aan een aantal toezeggingen die ik hebgedaan, en aangenomen moties, vanuit de Eerste Kamer. Dit ziethoofdzakelijk op het nabestaandenpensioen (uniformering kindbegrip envrijwillige voortzetting wezenpensioen) en op verruiming van hetovergangsrecht bij premievrije voortzetting vanwege arbeidsonge-schiktheid. Daarnaast is er een aantal technische aspecten die wordenmeegenomen in dit wetsvoorstel. Tijdens het debat van 17 januari jl. hebik toegezegd dit wetsvoorstel dit voorjaar in consultatie te brengen. Na deconsultatie (reguliere termijn is 8 tot 12 weken) doorloopt hetwetsvoorstel het reguliere wetgevingsproces.21 Daarna kan hetwetsvoorstel ingediend worden bij uw Kamer. Dat zou dan op basis vande huidige verwachtingen voor de zomer van 2025 zijn. Met uitvoerings-partijen houd ik nauwe afstemming, in verband met de pensioentransitie.De onderwerpen die zijn opgenomen in dit wetsvoorstel leiden niet totwijzigingen die de planning van decentrale partijen met betrekking tot depensioentransitie doorkruisen.19https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/12/werknemers-zonder-pensioen-2022.20Kamerstukken II, 2023/2024, 32 043, nr. 636.21Dit betreft het verwerken van de consultatiereacties, adviesaanvragen bij relevante instantieszoals toezichthouders, het verwerken van de adviezen, behandeling in de ministerraad, adviesvan de Raad van State en het opstellen van een nader rapport.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 63710 Tot slot merk ik op dat het besluit gegevensverstrekking voor keuzebege-leiding naar verwachting medio dit jaar zal worden gepubliceerd. In ditbesluit wordt tevens een grondslag geïntroduceerd voor het ondervoorwaarden (zoals het voornemen om in te varen) incidenteel al dit jaarte kunnen afzien van de verplichte jaarlijkse haalbaarheidstoets in hetkader van de uitvoering van de transitie. De voorwaarden worden naderuitgewerkt in een regeling.De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,C.J. SchoutenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 043, nr. 63711

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 242191e4afce317c

14 okt 2026 · f3a9f1a5633e8a59

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.