Regeling voor zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten
Brontekst
Versie aefd2caa02d04e68 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 25 295Infectieziektenbestrijding Nr. 2154 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 januari 2024 In oktober 2023 konden zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten een aanvraag indienen voor de eenmalige financiële onder-steuning van € 15.000. De afgelopen weken heeft de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) alle aanvragen beoordeeld. In de brief informeer ik uw Kamer over de laatste stand van zaken van de uitvoering van de Regeling voor zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten (hierna: regeling). In totaal hebben 806 personen een aanvraag ingediend voor de regeling. Op 23 januari 2024 verloopt de wettelijke termijn waarop een beslissing genomen moet worden op de aanvraag. Uitvoeringsorganisatie DUS-I heeft zich tot het uiterste ingespannen om zoveel mogelijk ondersteuning en maatwerk te bieden richting aanvragers. Onderdeel van deze aanpak was onder andere veelvuldig telefonisch contact met de aanvrager om te begeleiden bij het aanleveren van de benodigde documenten. Van de 806 ingediende aanvragen zijn circa 425 aanvragen toegekend. Het overgrote deel van de aanvragers heeft de eenmalige financiële onder-steuning voor de kerst in 2023 ontvangen. In totaal zijn circa 340 aanvragen afgewezen die niet aan de voorwaarden voldeden. Deze aanvragen zijn afgewezen omdat de aanvrager niet past binnen de doelgroep waarvoor de regeling is bedoeld. Daarnaast staan nog 40 aanvragen open. Deze aanvragers hebben nog de tijd om hun aanvraag aan te vullen. Tot slot hebben 37 aanvragers zich schriftelijk gemeld nadat de aanvraagtermijn was verstreken. Mede op basis van de cijfers van het UWV was de schatting dat circa 1.000 zorgmedewerkers in aanmerking zouden komen. Het daadwer-kelijk aantal toekenningen aan zorgmedewerkers ligt daarmee fors lager dan vooraf ingeschat. Dat kan in de eerste plaats komen doordat is gerekend met een te ruime schatting. Tegelijkertijd kan niet worden uitgesloten dat een deel van de zorgmedewerkers die mogelijk in kst-25295-2154ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21541 aanmerking komt niet tijdig is bereikt, zie ook het aantal aanvragers dat zich na de sluitingstermijn heeft gemeld. Ik heb nadrukkelijk het doel om de financiële ondersteuning uit te keren aan alle zorgmedewerkers die vallen binnen de afgebakende doelgroep. Daarom ga ik verkennen of het mogelijk is om de regeling met dezelfde voorwaarden nog eenmaal open te stellen in het voorjaar van 2024. Dit vraagt uiteraard ook budgettaire besluitvorming binnen de VWS-begroting en afstemming hierover binnen het kabinet. In de verkenning zal ik ook meenemen of er aanvullende mogelijkheden zijn in communicatie om de doelgroep tijdig te bereiken. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De Minister voor Langdurige Zorg en Sport,C. HelderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 25 295, nr. 21542
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.