Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 836Personen- en familierechtNr. 118 MOTIE VAN HET LID SNELLERVoorgesteld 3 april 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap enmeeroudergezag in het belang is van het kind;constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaartmet het ontbreken van zo’n regeling;constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreetstappenplan en dat dat er nog steeds niet is;constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veelmogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen;van mening dat er hiermee geen juridische of uitvoeringstechnischebarrières meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag;verzoekt de regering om bij alle wets- en beleidswijzigingen, inclusiefverzamelwetten, waarbij een ouder-kindrelatie een rol speelt, de wettekstof beleidsregel alvast geschikt te formuleren voor meerouderschap enmeeroudergezag,en gaat over tot de orde van de dag.Sneller kst-33836-118ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 836, nr. 118
3 apr 2025Motie ingediendMotie van het lid Sneller over wetteksten en beleidsregels zo formuleren dat ze alvast geschikt zijn voor meerouderschap en meeroudergezag Bron ↗
3 apr 2025IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
8 apr 2025Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗