Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 31 497Passend onderwijs Nr. 181 MOTIE VAN HET LID SIDERIUS Voorgesteld 5 november 2015 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kinderombudsman constateert dat de negatieve verevening in bepaalde regio’s een doorslaggevende rol speelt bij de toegang tot het speciaal onderwijs voor leerlingen met een beperking; constaterende dat de negatieve verevening resulteert in het wegbezui-nigen van cruciale kennis en expertise in bepaalde regio’s als het gaat om (voortgezet) speciaal onderwijs aan leerlingen met een beperking; constaterende dat de negatieve verevening de mogelijkheid tot maatwerk dwarsboomt, omdat er door samenwerkingsverbanden slechts financieel gestuurde besluiten worden genomen in plaats van onderwijsinhoudelijke besluiten; van mening dat financiering van onderwijs aan leerlingen met een beperking gebaseerd moet zijn op wat een leerling nodig heeft in plaats van op basis van het beschikbare budget; verzoekt de regering, per direct te stoppen met de vereveningssyste-matiek binnen het passend onderwijs, en gaat over tot de orde van de dag. Siderius kst-31497-181ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 497, nr. 181