kst-21501-392ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–201021 501-32Landbouw- en Visserijraad Nr. 392 MOTIE VAN DE LEDEN POLDERMAN EN IRRGANG Voorgesteld 22 april 2010 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat er veel maatschappelijke kritiek is op de visserijak-koorden van de EU met ontwikkelingslanden, omdat deze onvoldoende geleid hebben tot duurzame visserij en onvoldoende hebben bijgedragen aan armoedebestrijding; constaterende, dat de regering desalniettemin in «Vis als duurzaam kapitaal, de Nederlandse visie op het nieuwe Europese visserijbeleid» inzet op voortzetting van deze akkoorden en de financiering hiervan; van mening, dat met deze wezenlijke tekortkomingen voortzetting van zulke visserijakkoorden niet wenselijk is; verzoekt de regering onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vormen van samenwerking aan te gaan met derde landen die gebaseerd zijn op volledig duurzame bevissing waarmee de lokale bevolking, de lokale economie en de ecologie overtuigend gediend zijn, en gaat over tot de orde van de dag. PoldermanIrrgangTweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 21 501, nr. 392