Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 33 612Structuurvisie Windenergie op land Nr. 10 MOTIE VAN HET LID DIK-FABER Voorgesteld 25 juni 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Bosch en Van Rijn rapporteert dat 30% en mogelijk zelfs 50% van de locaties uit de structuurvisie Wind op land niet realistisch is in verband met concurrerende belangen; overwegende dat in het gebied Noordzeekanaal ten minste 150 MW windenergie gerealiseerd kan worden, waarvoor ook lokaal draagvlak is; verzoekt de regering, voor het gebied Noordzeekanaal een PlanMER uit te voeren, zodat deze locatie in 2014 indien wenselijk en zonder vertraging in de tweede tranche van de structuurvisie Wind op land kan worden opgenomen, en gaat over tot de orde van de dag. Dik-Faber kst-33612-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 612, nr. 10