kst-32735-33ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201232 735Mensenrechten in het buitenlands beleid Nr. 33 MOTIE VAN DE LEDEN DE ROON EN WILDERS Voorgesteld 13 oktober 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de Egyptische dictatuur niet adequaat optreedt tegen de etnische zuiveringen die moslims tegen de christenen in Egypte tot uitvoering brengen; overwegende, dat de Egyptische militaire heersers zich niet hebben gedistantieerd van het door de Egyptische strijdkrachten tegen koptische christenen toegepaste geweld maar daarentegen bij monde van vicemi-nister van Defensie Adel Emara daarover klinkklare leugens en zielige excuses hebben gedebiteerd; verzoekt de regering om de Nederlandse woede over het islamitisch en militair geweld tegen Egyptische christenen te onderstrepen door concrete stappen tegen Egypte te zetten zoals het bevriezen van de diplomatieke relaties en het dichtdraaien van de geldkraan voor Egypte, en gaat over tot de orde van de dag. De Roon WildersTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 735, nr. 33