kst-32813-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201232 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020 Nr. 6 MOTIE VAN HET LID VAN VELDHOVEN Voorgesteld 1 december 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de Richtlijn Brandstofkwaliteit bedrijven die transport-brandstoffen op de markt brengen verplicht om de gemiddelde broeikas-gasintensiteit van hun transportbrandstoffen over de gehele levenscyclus in 2020 met 6% te verlagen en daarover te rapporteren, en dat een deel van hun benzine en diesel geproduceerd wordt uit conventionele olie met een hogere broeikasgasuitstoot; constaterende, dat zowel de broeikasgasintensiteit als de omvang van het gebruik van onconventionele olie op Europees niveau bekend moeten zijn om een reëel beeld van de afgesproken verlaging te krijgen en om oneerlijke concurrentie te voorkomen; verzoekt de regering om het voorstel van de Europese Commissie voor een Europese norm te steunen en in de verdere onderhandelingen over de richtlijn te pleiten voor een gelijke behandeling tussen alle onder de richtlijn vallende brandstoffen, met betrekking tot de monitoring en rapportage, om een ongelijk speelveld ten gunste van fossiele brand-stoffen of tussen bedrijven in verschillende lidstaten te voorkomen, en gaat over tot de orde van de dag. Van VeldhovenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 813, nr. 6