Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 825Ecologische hoofdstructuur Nr. 201 MOTIE VAN HET LID SMALING C.S. Voorgesteld 6 november 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat besloten is, taken rond inrichting en beheer van natuur middels het Natuurpact te beleggen bij de provincies; overwegende dat naast natuur ook de landbouw een grootgebruiker is van de groene ruimte; van mening dat de klassieke tegenstelling tussen natuur en landbouw dringend overbrugd dient te worden; constaterende dat met name jongere boeren en natuurbeheerders verantwoordelijk zijn voor aanblik en functioneren van het landelijk gebied; verzoekt de regering, niet te stoppen bij het instellen van gebiedscollec-tieven voor agrarisch natuurbeheer maar met de provincies stappen te zetten die het Natuurpact opschalen naar een groene ruimtepact en daarbij jongere boeren met liefde voor de natuur en jongere natuurbe-schermers met liefde voor de landbouw een prominente rol te geven, en gaat over tot de orde van de dag. Smaling Van Gerven Jacobi kst-30825-201ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 825, nr. 201