Motie van het lid Patijn over bij het uitwerken van de Wet Vbar het rechtsvermoeden ook een onderdeel laten zijn van de publiekrechtelijke handhaving op schijnzelfstandigheid
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 311Zelfstandig ondernemerschapNr. 273 MOTIE VAN HET LID PATIJNVoorgesteld 25 september 2024 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de conceptwet Vbar het rechtsvermoeden van eenarbeidsovereenkomst privaatrechtelijk geregeld wordt;constaterende dat het SER MLT-advies ook een publiekrechtelijkehandhaving voorstelt;overwegende dat een privaatrechtelijk recht onvoldoende effectief is,aangezien werkenden de gang naar de rechter zelden zullen maken en devoorkeur kunnen geven aan een hoog tarief, terwijl er sprake is vanschijnzelfstandigheid;verzoekt de regering om bij het verder uitwerken van de Wet Vbar hetrechtsvermoeden ook een onderdeel te laten zijn van de publiekrechtelijkehandhaving op schijnzelfstandigheid,en gaat over tot de orde van de dag.Patijn kst-31311-273ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 273
25 sep 2024Motie ingediendMotie van het lid Patijn over bij het uitwerken van de Wet Vbar het rechtsvermoeden ook een onderdeel laten zijn van de publiekrechtelijke handhaving op schijnzelfstandigheid Bron ↗
25 sep 2024IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
1 okt 2024Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
Motie van het lid Patijn over bij het uitwerken van de Wet Vbar het rechtsvermoeden ook een onderdeel laten zijn van de publiekrechtelijke handhaving op schijnzelfstandigheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.