Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 21 501-20Europese Raad Nr. 1370 MOTIE VAN DE LEDEN LEIJTEN EN VAN NISPEN Voorgesteld 17 oktober 2018 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de voorliggende Europese verordening over het verzamelen van opgeslagen online data, de E-evidenceverordening, een lidstaat in staat stelt zonder justitiële tussenkomst data te verzamelen van gewone mensen uit een andere lidstaat; van mening dat het verstrekken van data altijd onderhavig moet zijn aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; constaterende dat serviceproviders niet voldoende in staat zijn deze afweging tussen grondrechten en een gerechtelijk bevel uit een andere lidstaat te maken; verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met een onderhandelingscom-promis dat geen informatie- en interventierecht geeft aan de bevoegde autoriteit in de lidstaat waar de serviceprovider of persoon in kwestie zich bevindt; verzoekt de regering voorts, zich te verzetten tegen de uitbreiding van het voorstel naar het rechtstreeks tappen van mensen in andere lidstaten, de real time interception, en gaat over tot de orde van de dag. Leijten Van Nispen kst-21501-20-1370ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 21 501-20, nr. 1370
17 okt 2018Motie ingediendMotie van de leden Leijten en Van Nispen over niet akkoord gaan met een onderhandelingscompromis inzake informatie- en interventierechtBron ↗
17 okt 2018Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
17 okt 2018Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗