Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 31 066Belastingdienst Nr. 864 MOTIE VAN HET LID IDSINGA C.S. Voorgesteld 7 juli 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat zich circa 42.000 ouders hebben gemeld als gedupeerden van de toeslagaffaire, waarvan bijna 33.000 in de laatste zes maanden; overwegende dat dit hoge aantal een enorm beslag legt op de UHT in huidige omvang, waardoor de hersteloperatie verder dreigt te vertragen; overwegende dat de Staatssecretaris deze zomer met opschalingsplannen en/of alternatieve uitvoeringsplannen gaat komen; verzoekt de regering, waar nodig, prioriteiten te stellen en dat duidelijk te communiceren aan alle mensen die wachten op herstel, zonder daarbij té optimistische verwachtingen te wekken, rekening houdend daarbij dat de meest schrijnende gevallen én de mensen die zich recentelijk nieuw hebben gemeld, zo snel mogelijk de toets van de Catshuisregeling kunnen doorlopen; dat geeft deze mensen immers erkenning van gedupeerdheid en toegang tot verdere hulp, en gaat over tot de orde van de dag. Idsinga Kat Nijboer Grinwis kst-31066-864ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 066, nr. 864
7 jul 2021Motie ingediendMotie van het lid Idsinga c.s. over waar nodig prioriteiten stellen en dat duidelijk communiceren aan alle mensen die wachten op herstel Bron ↗
7 jul 2021IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
8 jul 2021Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗