Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 29 614Grondrechten in een pluriforme samenleving Nr. 128 MOTIE VAN HET LID RUDMER HEEREMA Voorgesteld 14 maart 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat ons onderwijs niet misbruikt mag worden voor het ondermijnen van de Nederlandse waarden en democratische rechtsstaat; overwegende dat leerlingen op elke school in Nederland op een veilige wijze les moeten krijgen zonder vergiftigd te worden met radicaal islamitische en jihadistische denkbeelden; verzoekt de regering, te bezien hoe het verspreiden van antidemocratische denkbeelden en het ondermijnen van de Nederlandse rechtsstaat scherper in de wet opgenomen kunnen worden als grond voor beëindiging van de bekostiging en sluiting van de betreffende school; verzoekt de regering tevens, wettelijk te borgen dat het onmogelijk wordt om scholen die zich opstellen tegenover de democratische rechtsstaat te stichten en de kans te geven zich uit te breiden, en gaat over tot de orde van de dag. Rudmer Heerema kst-29614-128ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 614, nr. 128
14 mrt 2019Motie ingediendMotie van het lid Rudmer Heerema over ondermijning van de rechtsstaat als grond voor beëindiging van bekostiging of sluiting van een schoolBron ↗
14 mrt 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
19 mrt 2019Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗