Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 2239 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VOORTMAN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 2229 Voorgesteld 4 oktober 2016 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat 92% van de aanvragen voor de definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen is afgewezen en dat sinds de inwerking-treding van de regeling drie jaar geleden maar aan 40 kinderen een vergunning is vertrekt op basis van de regeling; overwegende dat met het Kinderpardon is beoogd, kinderen die door te lange procedures in Nederland zijn geworteld alsnog voor een verblijfs-vergunning aanmerking te laten komen; overwegende dat er twijfels bestaan over de uitvoering van het huidige kinderpardon en het derhalve wenselijk is dat de Kamer inzicht krijgt in de concrete invulling van de vereisten voor Kinderpardon-vergunningen om te kunnen toetsen of sprake is van een gebrek in de regeling en/of uitvoering daarvan; verzoekt de regering, de minuten van de 40 zaken waarin een vergunning is toegewezen op grond van de definitieve Regeling langdurig verblij-vende kinderen te anonimiseren en nog voor de behandeling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan de Kamer te zenden, en gaat over tot de orde van de dag. Voortman kst-19637-2239ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 19 637, nr. 2239
4 okt 2016Motie ingediendGewijzigde motie van het lid Voortman over inzicht in de invulling van de vereisten voor kinderpardonvergunningen (t.v.v. 19637, nr. 2229)Bron ↗
4 okt 2016Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗