Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 066Belastingdienst Nr. 558 MOTIE VAN DE LEDEN BRUINS EN VAN WEYENBERG Voorgesteld 4 december 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het toeslagenstelsel in 2005 is ingevoerd om inkomens-afhankelijke regelingen op het gebied van zorg, kinderen en wonen te stroomlijnen en verzilveringsproblematiek op te lossen; overwegende dat dit stelsel het doenvermogen van veel burgers overschat en ook andere daarmee samenhangende nadelen kent, zoals het forse niet-gebruik van toeslagen en de groter wordende spanning tussen voorspelbaarheid en toenemende flexibilisering van arbeid en samenlevingsvormen; overwegende dat ons land daarom misschien wel beter af is zonder toeslagen; verzoekt de regering, in het kader van het bouwstenentraject voor een beter belastingstelsel en de brede maatschappelijke heroverwegingen diverse varianten uit te werken, waarbij het toeslagenstelsel geheel verdwijnt en wordt vervangen door bijvoorbeeld alternatieve inkomensaf-hankelijke arrangementen, (uitkeerbare) heffingskortingen, decentralisatie van toeslagen en/of verhoging van het wettelijk minimumloon en uitkeringen, en gaat over tot de orde van de dag. Bruins Van Weyenberg kst-31066-558ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 066, nr. 558