Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 36 100Financieel jaarverslag van het Rijk 2021 Nr. 5 MOTIE VAN HET LID HEINEN Voorgesteld 9 juni 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het uitgangspunt van de Comptabiliteitswet is dat het budgetrecht bij de Staten-Generaal ligt; overwegende dat artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet de regering de mogelijkheid biedt hiervan af te wijken in het belang van het Rijk, wanneer de Staten-Generaal hierover zijn geïnformeerd; constaterende dat de Algemene Rekenkamer stelt dat de Staten-Generaal zowel in 2020 als 2021 niet in alle gevallen zijn geïnformeerd, in 2021 veelvuldig beroep is gedaan op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet en de noodzaak hiertoe in een aantal gevallen discutabel is; verzoekt de regering zo snel mogelijk een wetsvoorstel naar de Kamer te sturen om het budgetrecht van de Staten-Generaal verder te versterken door in de uitzonderingsgrond van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet als voorwaarde op te nemen dat de Staten-Generaal zich voldoende geïnformeerd achten; verzoekt de regering in afwachting hiervan al in de geest van deze aanscherping te handelen, en gaat over tot de orde van de dag. kst-36100-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 100, nr. 51
Heinen Alkaya Sneller Inge van Dijk Grinwis Stoffer Nijboer Van der Lee Azarkan Van Raan Omtzigt DassenTweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 36 100, nr. 52
9 jun 2022Motie ingediendMotie van het lid Heinen c.s. over in de Comptabiliteitswet de voorwaarde opnemen dat de Staten-Generaal zich voldoende geïnformeerd achten Bron ↗
9 jun 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
14 jun 2022Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗