Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202519 637VreemdelingenbeleidNr. 3355 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN C.S.Voorgesteld 12 februari 2025 De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Minister de motie van het lid Van Nispen (36 600-XX,nr. 29), over uiterlijk 1 december met een plan komen om uitvoering tegeven aan het uitgangspunt dat kinderen worden opgevangen op locatiesmet de juiste voorzieningen, niet heeft uitgevoerd;overwegende dat ook andere moties die de Minister oproepen de situatievoor kinderen in de noodopvang snel te verbeteren, zoals de motie-Boomsma/Rajkowski (19 637, nr. 3334) en de motie-Ceder/Boomsma(36 600-XX, nr. 41), niet zijn uitgevoerd, en ook de rapportage over demotie-Podt (19 637, nr. 3089) over de opvang van alleenstaande minder-jarige vreemdelingen;spreekt uit dat het niet uitvoeren van moties niet acceptabel is en dat debelangen van kinderen gerespecteerd moeten worden;verzoekt de regering, in lijn met de eerder aangenomen moties, de goedeopvang van kinderen in de asielopvang met de juiste voorzieningen volleprioriteit te geven, dit zo snel als mogelijk in orde te maken, de Kameruiterlijk 1 maart hierover te informeren en vervolgens iedere maand overde voortgang te rapporteren,en gaat over tot de orde van de dag.Van NispenPodtCederPiri kst-19637-3355ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 3355