Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 430 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLASVoorgesteld 17 maart 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat vóór de zomerafspraken worden gemaakt over generieke stikstofreductiemaatregelen;constaterende dat tijdens het debat over de regeringsverklaring isaangegeven dat generieke stikstofreductie onder meer kan plaatsvindenvia afroming, grondgebondenheid en vrijwillige beëindiging;constaterende dat generieke maatregelen grote onzekerheid veroorzakenvoor boeren en tuinders, met name voor ondernemers die momenteelniet volledig grondgebonden zijn en dat ook niet op korte termijn kunnenworden;overwegende dat generieke kortingen op productierechten of dieraan-tallen grote economische gevolgen kunnen hebben voor individuelebedrijven en afbreuk doen aan de inzet op doelsturing en maatwerk;verzoekt de regering bij de uitwerking van generieke reductiemaatregelenniet te kiezen voor generieke kortingen op productierechten of dieraan-tallen, ook niet voor bedrijven die momenteel niet grondgebonden zijn,en gaat over tot de orde van de dag.Van der Plas kst-35334-430ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 430