Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3336 MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN CEDERVoorgesteld 27 januari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland tot op heden het Al-Sharaaregime heefterkend als overgangsregering;overwegende dat recente ontwikkelingen erop wijzen dat het handelenvan deze regering niet langer strookt met de voorwaarden waaronder deKamer instemde met erkenning, en daarmee het door de Kamer verleendemandaat onder druk staat;overwegende dat erkenning van staten en regeringen een nationalebevoegdheid van lidstaten is en niet exclusief tot de competentie van deEuropese Unie behoort;verzoekt de regering nu al de Nederlandse erkenning te evalueren en zonodig op te schorten, en dit standpunt actief in EU-verband uit te dragen,en daarbij desnoods als eerste af te wijken van het gezamenlijkeEU-standpunt,en gaat over tot de orde van de dag.StofferCeder kst-21501-02-3336ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 3336
27 jan 2026Motie ingediendMotie van de leden Stoffer en Ceder over de Nederlandse erkenning van het Al-Sharaaregime evalueren en zo nodig opschorten Bron ↗
27 jan 2026IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
28 jan 2026Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗