Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 31 839Jeugdzorg Nr. 531 MOTIE VAN DE LEDEN BERGKAMP EN KOOIMAN Voorgesteld 7 juli 2016 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de commissie-De Winter het kabinet heeft geadviseerd om eerder gemaakte keuzes van de doelgroep voor hun onderzoek te heroverwegen; constaterende dat de commissie-De Winter adviseert het vervolgon-derzoek ook te richten op situaties van geweld jegens vrijwillig in de jeugdzorg geplaatste kinderen en jegens alleenstaande minderjarige vreemdelingen in de azc’s, om situaties van geweld in de jeugd-ggz, in doven- en blindeninstituten en in instellingen voor 1945; overwegende dat in bovengenoemde situaties de overheid in algemene zin een zorgplicht heeft vervuld en toezicht heeft gehouden; van mening dat het onderzoek van de commissie-De Winter uitgebreid dient te worden met deze doelgroepen; verzoekt de regering, het mandaat van de commissie-De Winter uit te breiden zodat het vervolgonderzoek een bredere reikwijdte kent, en gaat over tot de orde van de dag. Bergkamp Kooiman kst-31839-531ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 839, nr. 531