Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 31 839Jeugdzorg Nr. 489 MOTIE VAN DE LEDEN VOORTMAN EN BERGKAMP Voorgesteld 13 oktober 2015 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Per Saldo signalen kent dat gemeenten pgb-verzoeken afwijzen vanwege de beschikbaarheid van een zorgaanbod in natura dat zij passend achten; constaterende dat in de Jeugdwet is opgenomen dat niet het oordeel van de gemeente maar het oordeel van de jeugdige en zijn of haar ouders leidend is voor het bepalen van de passendheid van de aangeboden zorg in natura; verzoekt de regering, gemeenten te wijzen op het feit dat pgb-aanvragen niet mogen worden afgewezen op grond van de beschikbaarheid van de aanwezigheid van een zorgaanbod in natura. en waar nodig aanwijzingen te geven voor zover gemeenten zich op dit punt herhaaldelijk niet aan de wet houden, en gaat over tot de orde van de dag. Voortman Bergkamp kst-31839-489ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 31 839, nr. 489