Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 2655 MOTIE VAN HET LID VAN OJIK C.S. Voorgesteld 10 september 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat meer dan 160 gemeenten hebben aangegeven bereid te zijn bij te dragen aan de opvang van alleenstaande minderjarigen die momenteel onder slechte omstandigheden op de Griekse eilanden verblijven; overwegende dat gemeenten uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van statushouders in Nederland, en het daarom logisch is gemeenten ook invloed te geven op de selectie van kwetsbare vluchte-lingen die in Nederland hervestigd kunnen worden; verzoekt de regering, om gemeenten die aan hun reguliere taakstelling voor hervestiging voldoen, in staat te stellen additionele plekken voor hervestigde statushouders aan te bieden boven de reguliere gemeente-lijke taakstelling en het Nederlandse UNHCR-hervestigingsquotum, en de VN-vluchtelingenorganisatie te verzoeken hiertoe kwetsbare vluchtelingen te selecteren op de Griekse eilanden, en gaat over tot de orde van de dag. Van Ojik Jasper van Dijk Kuiken kst-19637-2655ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 19 637, nr. 2655
10 sep 2020Motie ingediendMotie van het lid Van Ojik c.s. over additionele plekken voor hervestigde statushouders boven de reguliere gemeentelijke taakstelling Bron ↗
10 sep 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
10 sep 2020Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗