Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 32 847Integrale visie op de woningmarkt Nr. 396 MOTIE VAN DE LEDEN KOERHUIS EN DIK-FABER Voorgesteld 29 mei 2018 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland op dit moment een groot tekort heeft aan woningen; overwegende dat het bouwproces een lang proces is, terwijl het tekort op dit moment al negatieve effecten heeft, waarbij bijvoorbeeld starters geen huis kunnen vinden en daklozen-, vrouwen- en ggz-opvang overvol zijn; overwegende dat met dezelfde tijd en moeite meer tijdelijke huisvesting kan worden geplaatst dan vaste huisvesting kan worden gebouwd; overwegende dat in regio’s waar de komende jaren het aantal huishoudens nog groeit, maar daarna krimpt, tijdelijke huisvesting een goede oplossing kan zijn; verzoekt de regering, tijdens de gesprekken met provincies en gemeenten te vragen een goede afweging te maken tussen het tekort op korte termijn en de bouwopgave op lange termijn; verzoekt de regering tevens, de Kamer hierover te informeren in de halfjaarlijkse rapportage over de uitvoering van de motie-Ronnes/Koerhuis (34 775 XVIII, nr. 19), en gaat over tot de orde van de dag. Koerhuis Dik-Faber kst-32847-396ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 32 847, nr. 396