kst-32605-44ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 605Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking Nr. 44 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DER STAAIJ EN VOORDEWIND Voorgesteld 28 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat bevordering van seksuele en reproductieve rechten en gezondheid een van de speerpunten is van het Nederlandse ontwikke-lingsbeleid; overwegende, dat daarbinnen specifieke aandacht gegeven wordt aan sekswerkers als een kwetsbare groep; constaterende, dat recent verrichte, door de regering gefinancierde pilots in ontwikkelingslanden (amendement-Van der Staaij/Voordewind (31 700 V, nr. 27)) die mensen die noodgedwongen of onvrijwillig in de prostitutie werkzaam zijn de mogelijkheid bieden om een alternatief te vinden (de zogenaamde uitstapprogramma’s), goede resultaten opgeleverd hebben; verzoekt de regering genoemde uitstapprogramma’s voor mensen die noodgedwongen of onvrijwillig in de prostitutiesector werkzaam zijn een structurele inbedding te geven in het SRGR-beleid; verzoekt de regering voorts de partnerlanden met overtuiging bij te staan in het tegengaan van kinderprostitutie en kindermisbruik conform artikel 34 van het Kinderrechtenverdrag, en de Kamer te informeren over de wijze waarop zij dit doet, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Staaij VoordewindTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 605, nr. 44