Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 31 497Passend onderwijs Nr. 354 MOTIE VAN HET LID RUDMER HEEREMA Voorgesteld 19 februari 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Thuiszitterspact als doel heeft gehad dat er in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit en dat dit doel niet gehaald is, waarbij er in 2020 zelfs meer kinderen drie maanden of langer thuiszitten dan het jaar daarvoor; constaterende dat na de slechte resultaten van het Thuiszitterspact de Minister plannen heeft aangekondigd om samenwerkingsverbanden te verplichten om een doorzettingsmacht te regelen, maar dat de Kamer alsnog meer dan één jaar moet wachten op een wetsvoorstel hierover; van mening dat alles op alles gezet moet worden om zo veel mogelijk kinderen weer op school te krijgen; verzoekt de regering, om vóór de zomer van 2020 een concreet wetsvoorstel rondom de verplichting van samenwerkingsverbanden om een doorzettingsmacht te regelen ter consultatie aan te bieden en voor 1 oktober 2020 naar de Kamer te sturen; verzoekt de regering tevens, een overzicht te geven van de concrete resultaten van de aangekondigde versnellingsaanpakken om het aantal thuiszitters te verminderen, en de Kamer hierover voor het zomerreces 2020 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Rudmer Heerema kst-31497-354ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 31 497, nr. 354
19 feb 2020Motie ingediendMotie van het lid Rudmer Heerema over een wetsvoorstel om samenwerkingsverbanden te verplichten om doorzettingsmacht te regelenBron ↗
19 feb 2020IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
3 mrt 2020Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗