Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 31 497Passend onderwijs Nr. 287 MOTIE VAN HET LID WESTERVELD C.S. Voorgesteld 12 februari 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat veel samenwerkingsverbanden goed functioneren, maar andere worden ervaren als een extra bureaucratische bestuurslaag; constaterende dat samenwerkingsverbanden een eigen directeur, staf, raad van toezicht en medezeggenschap hebben, terwijl scholen en besturen dit ook hebben; overwegende dat ook andere vormen van samenwerking zonder een extra bestuurslaag denkbaar zijn; verzoekt de regering, om in de evaluatie van het passend onderwijs te onderzoeken wat de gevolgen zijn van het schrappen van de wettelijke verplichting van de samenwerkingsverbanden; verzoekt de regering tevens, hierbij in te gaan op alternatieve vormen van regionale samenwerking, en gaat over tot de orde van de dag. Westerveld Van den Hul Kwint kst-31497-287ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 31 497, nr. 287
12 feb 2019Motie ingediendMotie van het lid Westerveld c.s. over de gevolgen van het schrappen van de wettelijke verplichting van samenwerkingsverbandenBron ↗
12 feb 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
19 feb 2019Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗