Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 2553 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN BERGE EN VAN OJIK Voorgesteld 18 december 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland momenteel voortvluchtige lhbti’ers uit Rusland een vestigingsalternatief tegenwerpt indien zij langere tijd elders in Rusland zonder problemen hebben kunnen verblijven; overwegende dat het uitkomen voor het zijn van lhbti in Rusland zeer ernstige gevolgen kan hebben, en er dus niet automatisch van uit kan worden gegaan dat een lhbti-asielzoeker veilig in Rusland kan verblijven indien hij of zij in het verleden veilig in Rusland heeft gewoond; verzoekt de regering, niet langer een vestigingsalternatief tegen te werpen aan uit Rusland afkomstige lhbti-vluchtelingen die hier bescherming zoeken, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berge Van Ojik kst-19637-2553ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 19 637, nr. 2553
18 dec 2019Motie ingediendMotie van de leden Van den Berge en Van Ojik over geen vestigingsalternatief tegenwerpen bij Russische lhbti-vluchtelingenBron ↗
18 dec 2019Ingediend.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
19 dec 2019Verworpen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗