Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 33 450Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee Nr. 69 MOTIE VAN HET LID AGNES MULDER C.S. Voorgesteld 2 juli 2020 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er na een intensief en constructief proces een Noord-zeekakkoord ligt waarin een goede basis is gelegd om vanuit verder te werken; overwegende dat er innovatieve oplossingen voor de visserij denkbaar zijn door maximaal gebruik te maken van Europese gelden, die echter pas tegen eind 2021 kunnen worden ingezet; constaterende dat de Minister aangeeft de Europese middelen versneld in te kunnen zetten indien er grote druk ontstaat op het innovatiebudget; verzoekt de regering om, waar mogelijk, Europese gelden voor de visserij naar voren te halen, dan wel anderszins ervoor te zorgen dat de gewenste oplossingen eerder in beeld komen en daarmee het draagvlak voor het Noordzeeakkoord onder vissers te verstevigen, en gaat over tot de orde van de dag. Agnes Mulder Remco Dijkstra Dik-Faber De Groot Weverling kst-33450-69ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 33 450, nr. 69