Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2022–2023 21 501-20Europese Raad Nr. 1848 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE C.S. Voorgesteld 19 oktober 2022 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Commissie Bosnië en Herzegovina kandidaat-lid EU wil maken; constaterende dat Dodik, lid van het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, een onafhankelijke Republika Srpska wil en claimt dat maar liefst tien landen in de wereld momenteel een onafhankelijke RS zouden erkennen; overwegende dat er sprake is van een oneerlijke nieuwe Bosnische kieswet, waarbij sommige bevolkingsgroepen worden bevoordeeld ten opzichte van andere; constaterende dat de druk van Kroatië op controversiële electorale hervormingen de democratische ontwikkeling van Bosnië en Herzegovina ondermijnt; verzoekt de regering om zich in Europees verband uit te spreken voor de territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina en zich tevens uit te spreken tegen zorgelijke actoren zoals Dodik en Covic´, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle Kuzu Piri Van der Lee Dassen Gündog˘an kst-21501-20-1848ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 21 501-20, nr. 1848
19 okt 2022Motie ingediendMotie van het lid Van Baarle c.s. over zich in Europees verband uitspreken voor de territoriale integriteit van Bosnië en HerzegovinaBron ↗
19 okt 2022IngediendBesluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗
20 okt 2022Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗