kst-32735-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2011Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2010–201132 735Mensenrechten in het buitenlands beleid Nr. 19 MOTIE VAN HET LID VAN DER STAAIJ C.S. Voorgesteld 29 juni 2011 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de minister van Buitenlandse Zaken in de nota «Verantwoordelijk voor Vrijheid» het belang van de effectiviteit van de Nederlandse inspanningen op mensenrechtengebied onderstreept; overwegende, dat de minister er in dat verband de voorkeur aan geeft om uit oogpunt van effectiviteit soms met staten een dialoog aan te gaan om nakoming van hun verplichtingen te verzekeren boven het aangaan van de confrontatie; overwegende, dat de minister in dat verband een rol weggelegd ziet voor de receptorbenadering, die mensenrechten probeert te versterken door aansluiting te zoeken bij bestaande sociale instituties; verzoekt de regering een pilot te laten uitvoeren met de receptor benadering om de bruikbaarheid voor het Nederlandse mensenrechten-beleid vast te stellen; verzoekt de regering voorts om daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de vraag hoe kan worden verzekerd dat een mix van de confrontatie- en de dialoogbenadering kan leiden tot een verhoging van de effectiviteit van de Nederlandse inspanningen op mensenrechten-gebied, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Staaij Dijkhoff Van Bommel ÇörüzTweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 32 735, nr. 19