Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 33 625Hulp, handel en investeringen Nr. 14 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND C.S. Voorgesteld 20 juni 2013 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de premier op 14 november jl. in het debat over de regeringsverklaring stelde: «Waar het ontwikkelingsrelevantie betreft, verwijs ik naar wat ik eerder heb gezegd: dat wij zo veel mogelijk zullen proberen om het revolverend fonds onder de ODA-criteria te brengen»; overwegende dat exportfinanciering een vorm van gebonden hulp is die het ontvangende land meer schulden kan opleveren; overwegende dat exportsteun tot dumping van westerse producten kan leiden, waarmee het lokale bedrijfsleven in ontwikkelingslanden niet kan concurreren; verzoekt de regering, exportfinanciering geen onderdeel te laten uitmaken van het Dutch Good Growth Fund, en gaat over tot de orde van de dag. Voordewind Jasper van Dijk Van der Staaij Van Ojik kst-33625-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 33 625, nr. 14