Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 29 984Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 515 MOTIE VAN HET LID DIK-FABER Voorgesteld 25 juni 2014 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de reistijd over het spoor vanuit de landsdelen richting de Randstad de afgelopen 45 jaar niet of nauwelijks is verbeterd; overwegende dat in de Lange Termijn Spooragenda de mogelijkheden voor snelheidsverhoging naar 160 km/u niet zijn onderzocht voor andere trajecten dan die reeds nu al hiervoor geschikt zijn en er ook niet is gekeken naar mogelijke verdere verhoging van de maximumsnelheid; overwegende dat NS in antwoord op de aangenomen motie Dik-Faber/Van Tongeren (22 026, nr. 426) heeft uitgesproken dat er intercitymaterieel aangeschaft gaat worden dat tenminste 200 km/u kan rijden en volgens NS door de hogere klantwaarde een verantwoorde exploitatie van deze hogere snelheid op meerdere corridors mogelijk lijkt (22 026, nr. 430); overwegende dat reistijdverbetering ook mogelijk is door maatregelen zoals invoer van ERTMS, verhoging van de bovenleidingspanning naar 3.000 volt en slimme be- en bijsturing; verzoekt de regering, in samenwerking met NS, ProRail en de provincies een quickscan te maken met kosten en baten van maatregelen welke mogelijk zijn voor het substantieel verkorten van de reistijd naar de Randstad vanaf Groningen, Leeuwarden, Enschede, Nijmegen, Maastricht, Vlissingen en Den Helder, en gaat over tot de orde van de dag. Dik-Faber kst-29984-515ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 29 984, nr. 515