Motietekst
Versie c2f4080dabc9be5a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 29 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S.Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 26 januari 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland nog geen 1%van de recent door het kabinet voor woningbouw en bereikbaarheidtoegewezen middelen ontvangen, en dat bijvoorbeeld de RegioGroningen-Assen slechts 0,06% van de beschikbare 2,5 miljard voorbereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties tegemoet mag zien,terwijl hij voorziet in 3,2% van de landelijke woningbouwopgave;overwegende dat er een lijst is met afgevallen projecten waar geenWoKT-middelen (Woningbouw op Korte Termijn) meer voor beschikbaarwaren;van mening dat elke regio telt en dat ook kleinere gemeenten met kleinerewoningbouwopgaven in aanmerking moeten kunnen komen voorlandelijke ondersteuning;verzoekt de regering binnen de lijst met afgevallen projecten voorWoKT-middelen, zodra er weer middelen vrijvallen dan wel beschikbaarkomen, voorrang te geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân,Groningen en Zeeland;verzoekt de regering bij eventuele volgende investeringsrondes inwoningbouw en de daartoe noodzakelijke infrastructuur regionale, dusgebundelde lokale, aanvragen mogelijk te maken, zoals dat bij deWoningbouwimpuls ook het geval is, zodat de kans groter wordt datfinanciële ondersteuning van het Rijk evenwichtiger over ons land wordtgespreid,en gaat over tot de orde van de dag.GrinwisDe Hoop kst-36800-A-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 291
StofferPeter de GrootGoudzwaardBoelsma-HoekstraVan AstenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 292
Eerdere bronversies
17 okt 2026 · 2695e62f599b4db7
14 okt 2026 · f4ae45508c20e9d8