Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 19 637Vreemdelingenbeleid Nr. 2795 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 8 december 2021 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat onderzoek naar de leefomstandigheden van 5.000 asielzoekers aantoont dat de omstandigheden waaronder vluchtelingen verblijven in tijdelijke opvangplekken, zoals sport- en evenementenhallen, boten, kazernes en tenten, «onder de humanitaire ondergrens zakken»; constaterende dat deze noodplekken volgens de vluchtelingenorganisatie «bijzonder ongeschikt» zijn voor kinderen; constaterende dat dit onder andere veroorzaakt zou worden door gebrek aan medische aandacht, privacy of welzijn; verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk geschiktere locaties aan te wijzen voor de opvang van vluchtelingen, en derhalve zo snel mogelijk de noodopvanglocaties te kunnen sluiten, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle kst-19637-2795ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 19 637, nr. 2795